Tags

,

Scan1668

De familie Aberson, woonachtig in de witte villa ’t Groot Clooster bij Hageveld tijdens een etentje  in de tuin, met staande twee dienstmeisjes, 1910. Rechts de heer Gerhard Nicolas Aberson (1861-1939) en links zittend zijn echtgenote Dina Petronella Kalff (1866-1953)

aberson12

Mevrouw Aberson van ’t Groot Clooster te Heemstede die een werkmeid vraagt in de Leeuwarder Courant van 6 februari 1906

 

(Duitse) dienstmeisjes in Heemstede  en Zuid-Kennemerland tijdens het interbellum

Als geen ander heeft. Dr. Barbara Henkes, sinds 2005 als universitair docent verbonden aan de sectie Moderne Geschiedenis van de Rijksuniversiteit, het thema van Duitse dienstmeisjes tijdens het interbellum onder de aandacht gebracht. Ondanks het feit dat historicus dr. L.de Jong vooraf weinig in het onderwerp zag en meende dat in (overheids-)archieven weinig te vinden zou zijn, zette zij door, vond verspreid in enige tientallen archieven de nodige gegevens, raadpleegde een paarhonderd relevante tijdschriften, publicaties en scripties en wist verder nog tientallen intussen op leeftijd geraakte voormalige dienstbodes op te sporen, die haar via ingevulde vragenlijsten en daarop volgende gesprekken van informatie voorzagen. In Haarlem gaf het bewaard gebleven archief van de Marthastichting (1920-1940) in het Noord-Hollands Archief antwoorden op vragen over de opvang van r.k. Duitse dienstmeisjes in Haarlem en omliggende gemeenten. In 1995 promoveerde Barbara Henkes aan de Universiteit van Amsterdam cum laude op de dissertatie: ‘Heimat in Holland; Duitse dienstmeisjes 1920-1950’, in 1998 bovendien in een Duitse uitgave verschenen. In Haarlem is over het onderwerp mede onderzoek gedaan door Jaap Vogel en recent kwam van de journaliste Tialda Hoogeveen het boek uit: ‘Alstublief mevrouw! Een geschiedenis van de Nederlandse dienstmeisjes (2014)’, het resultaat van interviews met een zevental vroegere dienstbodes. In onderstaande bijdrage komen gegevens aan de orde van (Duitse) dienstmeisjes die in Haarlem, Heemstede en meer in het algemeen Zuid-Kennemerland werkzaam zijn geweest.   

historische

Historische tentoonstelling in de Haarlemmerhout in 1909 met nagebouwde oude gevels en mannen in historische kostuums. Op de achtergrond staan enkele dienstmeisjes (Het Leven, 1909)

In de crisisjaren tijdens het interbellum hebben tussen de 150.000 en 175.000 buitenlandse meisjes in een Nederlands huishouden gewerkt. Voor circa 85% afkomstig uit Duitsland, 10% uit Oostenrijk en 15% uit andere landen. In 1923 telde Haarlem en directe omgeving ruim 500 Protestantse en bijna 600 rooms-katholieke Duitse dienstmesjes, een aantal dat de volgende jaren snel zou oplopen. Talrijke Duitse meisjes uit Duitsland (veel uit het Ruhrgebied) vonden in de regio Zuid-Kennemerland werk in Haarlem-Zuid, Heemstede, Bennebroek, Bloemendaal, Zandvoort en Santpoort. De meeste Duitse meisjes kwamen uit een gewoon arbeidersgezin of een boerenfamilie. Vanwege de beroerde economische toestand in Duitsland na de eerste wereldoorlog namen velen de trein naar Nederland om hier als dienstbode te gaan werken, soms bij in ons land succesvolle ondernemers, zelf afkomstig uit Duitsland, zoals de families Vroom, Dreesmann, Brenninkmeijer, Hirsch etc. Door hun nieuwe werkkring kwamen zij vaak voor het eerst van hun leven in aanraking met het huishouden van een maatschappelijk bevoorrechte, soms zeer welvarende familie. De positie van de Duitse dienstbodes week op een aantal punten wel af van haar Nederlandse collega’s. De buitenlanders bevonden zich in een veel afhankelijke situatie en konden zich minder vrijheden permitteren. Zij dreigden eerder in problemen te komen, zeker wanneer ontslag volgde. Door hun Duitse of Oostenrijkse achtergrond vielen zij onder de Vreemdelingenwet, waarin de bepaling stond dat buitenlanders die werkloos werden, als gevolg van onvoldoende middelen van bestaan  dor de vreemdelingenpolitie over de grens konden worden gezet. Dat gebeurde incidenteel ook wanneer de man in huis seksuele avances maakten waarvan het meidje niet gediend was en na een conflict ontslag volgde. Zij mocht in zo’n geval volkomen onschuldig zijn, dat nam niet weg dat zij zonder pardon het land werden uitgezet. Het is bekend dat enkel de Leidse vreemdelingenpolitie eerst een zorgvuldig onderzoek instelde wanneer het vermoeden betond dat een dienstmeisje werkloos was geworden vanwege ongewenste seksuele toenaderingen. Bij een redelijk vermoeden van onschuld werd een meisje dan niet uitgeleid.  In de praktijk viel dat in de begintijd nogal mee zolang er voldoende vraag was naar huishoudelijke hulpen. Na de economische crisis van na 1929 en de werkloosheid toenam ging men in ons land steeds negatiever spreken en schrijven over de Duitse en Oostenrijkse ‘indringsters’ die banen inpikken en soms ook met Nederlandse mannen aan de haal gingen. Vanaf 1936 voerde Nederland een strenger beleid tegenover de buitenlandse dienstmeisjes, in okober van dat jaar ging de ‘Wet op de Vreemde Arbeidskrachten’ van kracht, waarbij de werkgevers moesten gaan betalen voor de arbeidsvergunning van hun dienstbodes en werd op allerlei fronten de toevoer ontmoedigd. Een redelijk groot aantal is in de bezettingsjaren gebleven. Gedurende de meidagen van 1940 (voor 10 mei) zijn de Duitse meisjes en vrouwen niet geïnterneerd geweest in tegenstelling tot de hier woonachtige Duitse mannen inclusief enkele religieuzen. Door met een Nederlander te trouwen verwierf men automatisch de Nederlandse nationaliteit en daarmee ook een Nederlandse achternaam. Het verklaart waarom de voormalige dienstmeisjes als immigranten althans ten dele onzichtbaar zijn gebleven. De jonge vrouwen werkten als hulp in de huishouding, als kookster, schoonmaakster, kindermeisje, keukenmeisje of kamenierster op buitenplaatsen en in inrichtingen. Dan wel bij welgestelde families in Zuid-Kennemerland. Van Bosbeek weten we dat in de periode Gutmann 7 dienstmeisjes in dienst waren naast o.a. een chauffeur, butler en tuinbaas. Het is bekend dat zij over het algemeen een groot vertrouwen genoten. Op de Hartekamp was het gemiddeld aantal personeelsleden ten tijde van mevrouw Catalina van Pannwitz (na 1921) gemiddeld 16, aanvankelijk voor de helft afkomstig uit Duitsland die na de verhuizing vanuit Grunewald-Berlijn waren meeverhuisd.

Scan1663

Twee dienstmeisjes en in het midden huisknecht ofwel butler Johan Vitalli in dienst van de familie Dorhout Mees drinken thee aan de achterzijde van huize Leyduin in Bloemendaal nabij Heemstede

In 1930 waren in ons land meer dan 30.000 buitenlandse dienstmeisjes werkzaam, van wie circa 24.000 uit Duitsland. De Duitse dienstmeisjes gingen vooral naar Amsterdam, Leiden, Den Haag en omgeving (Wassenaar), het Gooi en Zuid-Kennemerland. In Haarlem was in 1930 één op de acht dienstbodes van Duitse of Oostenrijkse komaf. Vijf jaar later was dit aantal opgelopen tot 1 op de zes. Het ging toen bij elkaar om 1680 vrouwen, ofwel circa 1,3% van de stadsbevolking. Bij de familie Harm in Heemstede was ene Roswita uit Oostenrijk als meisje voor dag en nacht in betrekking. In het Heemsteedse Bosch en Vaartkwartier, per 1 mei 1927 geannexeerd bij Haarlem, was circa 30%, van de meer dan 200 dienstbodes afkomstig uit Duitsland, midden jaren 30 van de vorige eeuw opgelopen tot 60%. In de periode 1930-1935 werkte in de hofstad niet minder 67,6% van alle buitenlanders in de huishouding en dat waren voor het merendeel Duitse dienstbodes. Voor het nabijgelegen Leiden gold dat in de periode tussen de twee wereldoorlogen ruim 4.000 Duitse meisjes in de huishouding werkten, uiteraard zoals ook elders in de wijken waar de meer vermogende burgerij woonde.  Tijdens de crisisjaren is ervoor gepleit de buitenlandse vrouwen te vervangen door Nederlandse. Nadat op 1 januari 1939 de toen nog aanwezige dienstboden naar hun ‘Heimat’; werden teruggeroepen bleef slechts een deel in ons land achter. In het bevolkingsregister van Heemstede bevindt zich een drietal dienstbodenregisters met vele tientallen namen: 1) periode 1861-1900; 2) 1891-1900 en 3) 1901-1912 (ingericht op naam van het gezinshoofd) . De hausse begon toen pas echt met de groei van Heemstede als forensengemeente. Op de website www.volkstellingen.nl  worden tevens  gegevens verstrekt over het aantal werkende dienstbodes per jaartal. Duitse dienstmeisjes zijn o.a. werkzaam geweest bij de familie Peeperkorn en Van Empelen.   De heer V.C.Klep, bij wie in het ouderlijk huis enige tijd Hedwig Schween uit Kastrup Rauzel (Ruhrgebied) herinnert zich dat in Haarlem een Duits huis (Deutsches Heim) gevestigd was in het Kenaupark. Hier konden zij heen voor onderling contact en daar werden ook door Duitse predikanten op zondagen en andere Christelijke feestdagen kerkdiensten georganiseerd. Op het adres Frederikspark 8 was bovendien een ‘Deutsches Heim für Katholische Mädchen’ gevestigd, georganiseerd door de r.k. Sint Agnesstichting (1). In 1939 en 1940 werden de Duitse meisjes en vrouwen opgeroepen om naar hun vaderland terug te keren, omdat zij daar nodig waren. De oudere vrouwen waren daarvan vrijgesteld. In Heemstede zijn rn  een aantal is de gehele bezetting werkzaam gebleven. Een Duitse huishoudster in de Johannes Vermeerstraat heeft gedurende de gehele oorlog meegeholpen Joodse onderduikers te verzorgen. Zij heeft bij huiszoekingen steeds Duitse militairen en politie, evenals de Nederlandse politie, bij de voordeur van haar werkgever afgewimpeld, door een beroep te doen op de Duitse nationaliteit. Na de bevrijding heeft zij hiervoor een koninklijke onderscheiding ontvangen, die werd uitgereikt door burgemeester jhr.mr.O.R.van den Bosch. De meisjes gingen aanvankelijk eenmaal per jaar op vakantie naar huis. Later kwamen hun vaders maar vooral moeders hier op vakantie. Zij verbleven dan als regel bij de gastgezinnen. Autotochtjes door ons land, een dagje Amsterdam of Marken en enkele etentjes werden zeer gewaardeerd.

dienstmeisje Berkenrode

Foto uit augustus 1994 gemaakt achter het huis Berkenrode van de familie Bomans met vanwege de oorlogsperiode de tijdelijk inwonende broeders en families Bouwman en Dolleman Staande helemaal rechts het dienstmeisje van mevrouw Bomans, onder haar geknield zien we de latere televisiepresentatrice Mies Timp-Bouwman.

opleiding

Interieurfoto van de opleiding tot dienstbode, huishoudschool aan de Tetterodestraat in Haarlem (NHA)

 

In 1999 vroegen de dames Doeksen uit Epe informatie over hun moeder Resi Egger die van 1930-1933 bij de familie Knaap in de Overboschlaan werkzaam was. Een vriendin uit Hamborn: Anna Roubal heeft in die periode gewerkt in Bloemendaal en vervolgens bij de familie Boetje aan de W. v.d. Veldekade 5 en bij de familie Postumus aan de Bronsteeweg 70. Ook uit Tsjechoslowakije, Joegoslavië en Polen zijn hier jonge vrouwen als huishoudster werkzaam geweest zoals bij de familie Mulisch [Frieda Falk, in 1891 geboren in Posen (Poznan), toen behorend tot het Duitse keizerrijk].Velen zijn voor de oorlog teruggegaan, maar een paarduizend vrouwen zijn voornamelijk vanwege het huwelijk met een Nederlandse man in Nederland gebleven.

Falk

Omdat huishoudster Frieda Falk na de echtscheiding de foto’s maakte van vader Mulischen zoon Harry, komt zij vrijwel niet gefotografeerd wordt, met bovenstaande uitzondering, gemaakt voot het huis in Heemstede aan de Spaarnzichtlaan waar de familie Mulisch sinds 1938. woonde. [Harry Mulisch noemdezijn in 1974 geboren dochter Frieda]

Scan1650

Bovenstaande afbeelding van 15 juli 1920 toont de familie Bomans toenmaals woonachtig aan de Parklaan in Haarlem, kennelijk genomen door vader mr.J.B.Bomans. Bovenaan is het dienstmeisje Annie van Dalen te zien, gevolgd door moeder Bomans. Vooraan staat Arnold 4 jaar(de latere pater), gevolgd door Jan 5 jaar, Rex 6 jaar en Godfried 7 jaar. Ten slotte Herman 8 jaar, Bertha Schneider (een aangenomen kind uit München) en Wally 10 jaar (de latere zuster).

(1)Vanwege de afhankelijkheid en kwetsbaarheid van jonge vrouwen in een vreemde taal met een andere taal zijn aparte organisaties opgericht om zich met hun welbevinden en bewaking van de zedelijkheid  te bemoeien, omdat zij blootstonden aan verleidingen en gevaren. Die konden leiden tot ongewenste zwangerschappen, afdaling in de prostitutie of zelfs de wereld van internationale vrouwenhandel In het toenmaals verzuilde Nederland ging het vooral om katholieke en protestantse organisaties, in mindere mate ook van socialistische of algemene signatuur.  Sinds oprichting in 1905 hebben de rooms-katholieke Martha-verenigingen zich belast met meisjesbescherming en zich het lot van de r.k. Duitse dienstboden in on land aangetrokken. Volgens hun doelstelling opgericht om rooms-katholieke meisjes in hun vrije tijd op te vangen en in 1908 sloot de vereniging met plaatselijke afdelingen, zoals in Haarlem, zich aan bij de internationale rooms-katholieke Vereniging tot Bescherming van Meisjes, gesticht in het Duitse Freiburg. In de loop van de de3cennia kwamen er nieuwe activiteiten bij, zoals de opvang en begeleiding van ‘kinderbeschermingspupillen’.

834417ec-f014-87e8-dc41-cb196fe410c2

Mevrouw M.Droog-Deckers, echtgenote van de Heemsteedse wethouder en huisarts dr. Droog was meer dan een kwarteeuw actief bestuurslid van de Haarlemse Sint Marthastichting (Eerste Heemsteedsche Courant, 1-5-1936)

In 1980 werd de vereniging omgezet in een stichting en kreeg zijde nieuwe naam: Martha Stichting voor Jongeren. Na een fusie exploiteert in Haarlem de Coen Cuser Martha Stichting sinds de jaren negentig een grote verscheidenheid van voorzieningen, waaronder o.a. het Spalier ressorteert.  Een belangrijke taak was in de begintijd ook te voorkomen dat de meisjes zouden afdwalen van de kerkgemeenschap. De afdeling Haarlem was bijzonder actief: naast een verdubbeling van het aantal bijeenkomsten in Haarlem, kwamen er ook speciale avonden voor de Duitstalige meisjes in Heemstede (in het Vereenigingsgebouw) en Bloemendaal omdat voor velen de afstand naar de stad te groot werd. Regelmatig kwamen er verzoeken van de zusterverenigingen Sint Martha in Duitsland aan de Haarlemse afdeling om na te gaan of een gezin waarin een Duits meisje kwam te werken, te goeder naam en faam bekendstond en van goede katholieke snit was. In november 1925 kwam er een vraag binnen van de vereniging in Recklinghausen om twee Duitse meisjes van de trein te halen in Haarlem en te begeleiden naar hun werkgeefster in Heemstede. Dat gebeurde volgens het beproefde recept, dus ze werden eerst naar het tehuis van de Marthavereniging aan de Bloemhofstraat gebracht. Waar zij meteen kennismaakten met het Haarlemse katholieke meisjeswerk.  Het huis bod o.a. ook opvang aan werkloos geworden meisjes, die daarna met hulp van het bestuur op zoek gingen naar nieuwe werkkring. Op die manier viel te voorkomen dat men zomaar over de grens werd gezet.  In een zaaltje van het verenigingsgebouw aan de Bloemhofstraat, werden op  zondagavonden bijeenkomsten plaatsvonden.

fc40a230-47e2-d997-7d91-0616cb93d3b4

                                    Agnes Stichting Haarlem e.o. (Haarlem’s Dagblad, 30-1-1932

ddd_010012999_mpeg21_p010_image

                                                                     Duitse zielzorg in Haarlem (H.D.)

ddd_010467164_mpeg21_p003_image

                                                              Duitse dienstmeisjes te Haarlem

Bij een kop koffie of thee wisselden de meisjes ervaringen uit, werd gezongen alsook een godsdienstoefening gehouden. Zowel voor individuele als voor gezamenlijke begeleiding kon men bij de vereniging terecht, zoals voor bemiddeling bij arbeid en controle van een gezinssituatie. Voorts in geval van een al dan niet gewenste zwangerschap, een conflictsituatie of bij een dreigende ontsporing. Dat merkte bijvoorbeeld Clara L uit Mainz, over wiens haar gedrag het bestuur zich in 1921 zorgen maakte. Zij ging in haar eentje zomaar dansen in een gelegenheid in de Kleine Houtstraat en zwemmen in Zandvoort, zonder over een geschikt badpak te beschikken. Het kwam haar op een ernstig onderhoud met enkele verontruste dames-bestuursleden te staan. Incidenteel kwamen problemen voor van dienstmeisjes die contacten kregen met de andere sekse. In 1922 bleek bijvoorbeeld een ongehuwd Duits meisje zwanger te zijn geraakt. De geestelijk adviseur meende dat zijn zo spoedig mogelijk naar haar geboorteplaats diende te worden teruggestuurd. Het betreffende meisje schaamde zich en verzocht de Marthavereniging te bemiddelen opdat zij in een Duitse instelling geholpen zou kunnen worden. Aldus geschiedde. Ook een ander meisje Regina die ingehuwd zwanger was geraakt kreeg hulp en zij kon na de bevalling in haar betrekking terugkomen, waarbij het kind in de Theresiastichting werd ondergebracht. Aan de kosten van ƒ 5,- per eek zou Regina zelf ƒ 5,- per eek zou Regina zelf  gulden bijdragen, de werkgeefster ƒ 1,- en de Marthavereniging vulde ook nog een gulden. aan.  Aanvankelijk ging het om bijeenkomsten van zowel Nederlandse als Duitse en Oostenrijkse meisjes. Omdat laatstgenoemde categorie ver in de meerderheid was voelde de Nederlandse dienstmeisjes zich daaronder niet prettig en zag de Marthavereniging genoodzaakt een scheiding toe te passen. In de jaren twintig werd men bijgestaan door een Duitse kracht, Fräulein Reinholt. Het werk onder de Duitse katholieke meisjes werd in die tijd steeds meer overgenomen door organen van de Duitse katholieke kerk. In Haarlem kreeg dat in 1930 zijn beslag met de komst van de St. Agnes Stiftung, die op het adres Frederikspark 8 het ‘Deutsches Heim für Katholische Mädchen’ stichtte. Er kwam een Duitse priester mee voor de zielzorg en de leiding van het ‘Heim’ kwam in handen van zuster M.V.S.Krause. De protestantse meisjes uit Duitsland werden begeleid dor leden van de lutherse Deutsche Evangelische Kirche.

In bepaalde Nederlandse kranten en periodieken werd in de jaren 30 van de vorige eeuw gepropageerd om de buitenlandse dienstmeisjes te vervangen door Nederlandse, waaraan een omscholing vooraf diende te gaan (artikel uit Standaard, 1936):Scan1651

===============================================================

Heimat

Vooromslag van het standaardboek over Duitse duenstmeisjes in Holland door Barbara Henkes. Zij interviewde tientallen vrouwen, o.a. Mia Coster-Diekmaan (werkte in Amsterdam, later Haarlem), Else Driessen-Quittman  (Zandvoort, later Amsterdam), Elisabeth Joepgen geb.Fink (Zandvoort, later Amsterdam), RosaKooy-Drank (Haarlem, later Aerdenhout), Martha Nieuwenhuyse-Küster (Winterswijk. later via Aerdenhout naar Amsterdam, Käthe Ochs (Zandvoort, later Amsterdam), Marie Schaap-Rössler (Zandvoort), Rie Ton-Seyler (Amsterdam, daarna Heemstede), Anna Verhaar-Bermsen (Haarlem), Gré van Wort-Mainz (Haarlem, later Bloemendaal)

 

Voor haar proefschrift ‘Heimat in Holland’ heeft Barbara Henkes in totaal 162 voormalige Duitse dienstmeisjes vragenlijsten laten beantwoorden en in een gesprek geïnterviewd die overal in ons land als zodanig werkzaam zijn geweest. Uit deze regio de volgende personen: Mia Coster-Diekmann (Haarlem), Else Driessen-Quitmann (Zandvoort), Elisabeth Joepgen, geb. Fink (Zandvoort), Rosa Kooy-Frank (Haarlem, later Aerdenhout), Martha Nieuwenhuyse-Küster (o.a. Aerdenhout), Käthe Ochs (Zandvoort), Marrie Schaap-Rössler (Zandvoort), Rie Ton-Seyler (Amsterdam, daarna Heemstede), Anna Verhaar-Bermsen (Haarlem), Gré van Wort-Maunz (Haarlem, later Bloemendaal).

dienst2

                                                  Duitse dienstmeisjes met de was  in Zandvoort

heimat2

Else Brands-Bauhoff (geb.1909) met een vriendin in de bollenvelden bij Heemstede Zij was afkomstig uit Emmerik en werkte als dienstmeisje in Rotterdam, later via Nijmegen naar Amsterdam

==============================================================

Casus 1: Van de Elzas naar Heemstede; van Duits dienstmeisje tot Nederlandse huisvrouw

Ton4

                                                                    Marie Seyler in 1934

Naar schatting zijn 25.000 van de 175.000 Duitse migranten in de tijd van hun werk als dienstbode met een Nederlandse man getrouwd en hebben daarmee automatisch het Nederlanderschap verworven Eén van hem was mevrouw Rie Ton-Seyler, in 1912 geboren als Marie Klara Seyler geboren in Achern, een dorp niet ver van Straatsburg, in die tijd nog het Duitse deel van de Elzas. Door familieomstandigheden is zij van haar vijfde tot elfde jaar ondergebracht bij een oom en tante in het Zuid-Duitse Volkach. De Eerste Wereldoorlog trok vrijwel ongemerkt aan haar voorbij. Na de schooltijd deed zij een vergeefse poging om werk in de huishouding te vinden in Engeland. Hierna adverteerde zij in het ‘Hamburger Fremden Blatt’ waarop de Nederlands-Duitse familie Handl in Amsterdam reageerde. Haar eerste werkkring was als huishoudelijke hulp bij een Duits artsengezin Stieb. Op 1 oktober 1933 vertrok zij echter, 21 jaar oud, met de trein naar Nederland, ondanks waarschuwingen van Stieb dat men in het Nederlandse heel hard zou moeten werken.

Ton1

                                               Rie Seyler toen zij werkte als dienstbode in Amsterdam

De nieuwe werkgeefster mevrouw Handl uit de Euterpestraat wachtte haar op en nam haar meteen mee op een rondvaart per boot over het IJ. Vrijwel iedereen sprak Duits met haar en in de omgeving woonden en werkten ook al veel Duitse meisjes. Ze moest wel meteen veel ruw werk doen zoals ramen lappen wat ze niet eerder had gedaan. Ze diende zich zo onopvallend mogelijk te voegen naar de wensen van mevrouw en bezwaar maken tegen de weinige vrije tijd was niet aan de orde. Ze werd lid van een meisjesvereniging. De avontuurlijke kant van het stadsleven trok haar weliswaar aan, maar veel kans om daarvan te genieten was er niet. Van groot belang voor haar toekomst was de kennismaking met de Nederlandse boekhouder Roel Ton, die voor haar een mogelijkheid bood om aan het beperkte bestaan van dienstbode te ontsnappen. Bij een bioscoop werd een afspraak gemaakt en zo raakte het aan. Achteraf meldde ze dat van een grote, gepassioneerde verliefdheid geen sprake is geweest, eerder de mogelijkheid om aan het saaie en laag gewaardeerde bestaan van dienstmeisje te ontsnappen. Na een jaar nam ze ontslag bij de familie Handl en ging ze op zoek naar een nieuwe betrekking in de omgeving van Haarlem, waar haar vriend woonde. Binnen twee jaar wisselde ze drie keer van baan tot ze in 1936 als huishoudster in dienst kwam bij de weduwe Groenhof (met twee zonen), een lerares op de Montessorischool in de Bakkerstraat.

22b1d030-2dc6-e452-ce0b-8d7350d30fb6

(Benoeming van mw.W.A.Groenhof-Wanrooij op lagere school voor Montessorionderwijs. Haarlems Dagblad, 4 maart 1937)

Het werk beviel haar, maar hier kwam een einde aan nadat ze zwanger was geraakt en in juli 1937 met Roel Ton in het huwelijk trad.

d5753eb6-0739-09e3-456f-1e087fe9716b

Ondertrouw R.J.Ton en M.K.Seijler, burgerlijke stand Heemstede 16 juli 1937, gevolgd door huwelijk twee weken later.

Bosboom Toussaintlaan

Oude prentbriefkaart van de Bosboom Toussaintlaan. Op nummer 20 woonde na hun huwelijk de familie Ton-Seyler

d97a13f1-be78-45a5-5ae3-205309c65842

(Haarlem’s Dagblad, 20 juni 1949)

Zij kwam terecht in een gereformeerd middenstandsmilieu en woonde aanvankelijk in een huurhuis van woningbouwvereniging ‘Heemstede’s Belang’, Bosboom Toussaintlaan 20. Van 1948 tot 1962 was haar man R.J.Ton bestuurslid van genoemde woningbouwvereniging, die in 1951-1952 een complex van 98 middenstandswoningen liet bouwen in de Componistenwijk tussen de Johannes Verhulstlaan en Bernard Zweerslaan. In 1953 verhuisde de familie Ton-Seyler naar een woning in de Willem Pijperlaan.  Haar gevoel van een buitenstander in ons land te zijn is nog versterkt door haar verleden als dienstbode, als gevolg waarvan zij tot de laagste sociale klasse werd gerekend. Op den duur vond ze een oplossing wanneer haar gevraagd werd hoe zijn Nederland was terecht gekomen. Ze antwoordde dan, ‘Als een Else Böhler’, een verwijzing naar de destijds bekende roman van Simon Vestdijk over een Duits dienstmeisje, welke lage status werd verbonden met belezenheid en kennis van de Nederlandse letterkunde.

Else

                                       (Else Böhler, Duits dienstmeisje,  van Simon Vestdijk)

De literaire figuur van Else Böhler vormde als het ware een schakel tussen haar identiteit als voormalige Duitse dienstbode en die van erudiete huisvrouw.  Haar nieuwe identiteit als Rie Ton bood haar bescherming waar Duitsers kort voor de oorlog mee te maken kregen. ‘Duitse dienstboden gaan ons land verlaten’ kopte De Telegraaf op 14 december 1938 naar aanleiding van een verordening dat de circa 25.000 Duitse (en Oostenrijkse) dienstboden in Nederland naar hun vaderland werden teruggeroepen. Achteraf bleek dit bericht wat overdreven en zijn lang niet alle meisjes teruggekeerd.  In Duitsland waren jonge vrouwen op de arbeidsmarkt nodig omdat veel mannen in de Wehrmacht moesten dienen. Al ten tijde van de mobilisatie nog voor de inval van de Duitse bezetters sloot Rie Ton-Seyler zich aan bij de Nederlandse kant. Tijdens de oorlog verspreidde zij als koerierster – ondanks de bezwaren van haar echtgenoot die dat te gevaarlijk vond –  op verzoek het illegaal uitgeven blad ‘Je Maintiendrai’, wekelijks op de fiets naar o.a. Bennebroek en Santpoort. In de literatuur identificeerde zij zich met de Duitsers die zich afkeerden van het nazi-regime zoals Kurt Tucholsky, Bertold Brecht en Erich Kästner, waarin zij troost en herkenning vond. Opmerkelijk is dat zij na de ineenstorting van het Duitse rijk en de bevrijding door sommige andere Nederlanders werd herinnerd aan haar Duitse herkomst. Door de Politieke Opsporings Dienst (POD) werd zij echter brandschoon verklaard en in december 1946 kon zij haar toen zieke moeder in Duitsland bezoeken. In Frankfurt maakte ze een tussenstop bij de familie Stieb waar ze in haar jeugd als dienstbode had gewerkt. Thuis heeft ze in de naoorlogse jaren veel – vooral ook politiek geëngageerde – literatuur gelezen, Joodse auteurs  en in Haarlem bezocht ze bij Brinkmann een lezing voor de zionistenvereniging  van Max Brod (1) – maar ook Duitse en Nederlandse, evenals Engelse, Franse, Russische en Amerikaanse schrijvers.  Ze sloot zich aan bij de Haarlemse afdeling van het Humanistisch Verbond en organiseerde voordrachten door schrijvers als Anna Blaman, Hella Haasse en Garmt Stuiveling.

Ton2

                                      De familie Ton voor hun huis in de Willem Pijperlaan 3 Heemstede

Ook hield zij in haar Heemsteedse huis huiskamerbijeenkomsten met thema’s als sociale gerechtigheid, opvoeding en de relatie tussen humanisme en religie. Verder raakte zij betrokken bij een organisatie om tijdens de zomervakantie ‘bleekneusjes’ uit Duitsland en Frankrijk bij Nederlandse pleeggezinnen onder te brengen. In 1998 is zij overleden. Mede aan de hand van interviews en dagboekaantekeningen heeft Barbara Henkes, die promoveerde op het thema van de uit Duitsland afkomstige dienstbodes,  haar levensverhaal opgetekend.  Bron ook: De kunst van het overleven: levensverhalen uit de twintigste eeuw; door Annemarie Cottaar, Barbara Henkes, Chris Keulemans en Jan Banning.

Ton3

                          Mevrouw Rie Ton-Seyler bij de boekenkast in de Willem Pijperlaan

mevrouw1

Mevrouw Rie Ton-Seyler gekozen als bestuurslid van het Humanistisch Verbond Haarlem e.o. (Haarlem’s Dagblad, 28 februari 1950)

(1)Rie Ton ging graag naar literaire lezingen, maar toen ze las dat Max Brod naar Haarlem kwam leek haar dat interessant maar vermoedde ze vanwege haar Duitse oorsprong niet toegelaten te worden. Barbara Henkes beschrijft het relaas van haar: ‘”Waarom niet?” zegt mijn man daar kun je rustig naartoe gaan, want anders sturen ze een circulaire onderling”. Dus ik ging daar naartoe en ik kwam er zo glad in. Hij hield een lezing over Israël – en na afloop gaf ik mezelf een por en zei: “Herr Doktor, würden Sie es sehr unbescheiden finden, wenn ich Sie um ein Autogramm bäte?”Nein, ach nein, gnädige Frau“zei hij “geben Sie nur“ En ik gaf mijn boek en hij schreef er iets in. (Ze staat op en trekt het betreffende boek uit de kast).  Ik klapte het dicht en deed het in mijn tas. Maar buiten keek ik onder een lantaarn wat hij geschreven had. (Laat mij het boek zien en ik lees “Harleem, ein e zu viel”). Kunt u zich voorstellen: ik dacht dat ik doodging. Werkelijk, ik werd ijskoud en dacht: “Ja natuurlijk, wat doe ik ook bij deze mensen? De brutaliteit om die mensen lastig te vallen: daar hoor je toch niet als mof”. “Maar is dat wat hij bedoelde? ”Nee, natuurlijk niet. Later zag ik het pas: “ein é zu viel’[wat op Haarleem als drukfout sloeg]’

mevrouw2

In 1950 won mw. Rie Ton-Seyler een prijs in de Stadsschouwburg Haarlem in het kader van een Boekenweek-prijsvraag (Haarlem’Dagblad, 28 februari 1950)

================================================================

Don Duyns afkomstig uit Haarlem en evenals Cherry Duyns met Duitse wortels schrijft op zijn site: ‘Mijn overgrootmoeder, die we “kleine oma’ noemden, was ook een Duitse. Ze was als dienstmeisje in 1919 naar Nederland gekomen voor werk. Zo kwam ze in Haarlem terecht. Tijdens de crisisjaren tussen de twee wereldoorlogen in kwamen er veel Duitse vrouwen naar Nederland om hier in het huishouden te gaan werken. Kleine oma trouwde later met mijn overgrootvader, de “sterkste man van Haarlem”.  Hij kon een paard optillen, zei men. Hun zoon, mijn opa Ger, had het artiestenbloed weer van zijn vader. Opa was dol op goochelen. Mijn vader groeide op bij kleine oma, toen zijn moeder weer naar Duitsland vertrok’.

========================================================

Scan1658

Vooromslag van boek door Tialda Hoogeveen: Alstublieft, mevrouw! Een geschiedenis van de Nederlandse dienstmeisjes. Thomas Rap, 2014.

Casus  2: Adri van Brugge als dienstbode op 2 adressen in de Alberdingk Thijmlaan Heemstede

Scan1648

Adri van Brugge (met hoofddoek) tijdens een zondags uitje met de Amerikaanse familie Osteen

In het boek ‘Alstublieft, mevrouw!; een geschiedenis van de Nederlandse dienstmeisjes door Tialda Hoogeveen (Thomas Rap, 2014) staat het verhaal van Adri van Brugge, geboren 26 mei 1930 en werkzaam als dienstmeisje van 1945 tot 1950. Zij kwam uit Amsterdam en in 1943 toen zij goed en wel op de modevakschool leerlinge was eindigde de schoolperiode voortijdig vanwege de oorlogsomstandigheden. Zij bleef aanvankelijk thuis om voor twee jongere broers te zorgen wanneer hun moeder uit werken was. In 1944 ontving men een noodkreet van Adri’s opa en oma uit Sneek om naar Friesland te komen waar nog voedsel verkrijgbaar was. De familie verliet de Charlotte de Bourbonstraat om via boot en trein om via een omweg in Groningen te blijven steken. Na de bevrijding wilde de moeder niet terug naar Amsterdam, maar naar haar de plaats van haar jeugd in Haarlem. Het gezin [zonder vader die al voor de oorlog uit beeld was] kreeg een huis aan de lange Wijngaardstraat, waar moeder een baantje vond hij het buffet van het treinstation. Adri maakte vaak ruzie met haar moeder en vond een baantje voor dag en nacht in een contractpension te Bloemendaal, gevestigd in een grote villa aan de Parkweg waar ongeveer 25 gerepatrieerde mensen, vooral vrouwen en kinderen uit Ned. Oost-Indië tijdelijk waren gehuisvest. Ze moest koken, afwassen, naaien, boodschappen doen en schoonmaken en dat 7 dagen in de week.

87da2b21-d17c-02e5-33e0-0e52c5dc575b

Mw. Dils uit de Alberdingk Thijmlaan 2 in Heemstede vraagt een meisje voor de bediening (Haarlem’s Dagblad, 15-1-1940)

Het was zwaar voor een vijftienjarige, maar tot haar geluk viel haar oog op een advertentie van mevrouw Dils uit Heemstede om als dienstmeisje te werken in een twee-onder-een-kap-huis in de Alberdingk Thijmlaan. Haar nieuwe werkgeefster kwam met 1 zoon en 1 dochter ook uit Indië en was intussen gescheiden van haar man die als arts werkzaam was. De dochter keerde overigens terug en de zoon moest later als dienstplichtige bij de Huzaren van Boreel vanwege de politionele acties terug naar Indonesië. Mevrouw vond een nieuwe partner en organiseerde thuis bridgedrives en Adri zorgde dan o.a. voor de bediening.

e4d81181-b6e8-1152-7a98-b0165dffb4ff

Advertentie van bridgehome ‘Luckey Seven’ Alberdingk Thijmlaan 2 in Heemstede

ef056ef4-f703-1614-ecd5-7b8392336dc8

(Bridge home ‘Lucky Seven’, Alb.Thijmlaan 2 Heemstede (Eerste Heemsteedsche Courant, 18-1-1940)

al

Alberdingk Thijmlaan 2 Heemstede waar Adri van Brugge  werkzaam was en haar kamer achter het ronde raam boven was (foto Theo Out)

 

Ze had haar woonplek op de zolder van het nieuwe huis. Voor 30 gulden in de maand plus kost en inwoning deed ze alle huishoudelijke taken, de was werd gedaan in een wasserij aan de Blekersvaartweg. Brood, beschuit e.d. haalde ze bij bakkerij De Vries aan de Zandvoortselaan, boodschappen bij een kruidenier, vleeswaren bij slager Akkermans op de hoek van de Willem Klooslaan en verder bezocht ze de drogisterij Kennemerland. Op een gegeven moment kwam er een kostganger, mevrouw Schultz, een zuster van mevrouw Dils,  bij. Een hoogtepunt voor haar waren de vrijkaartjes voor het circuit in Zandvoort die ze ontving van Maus Gatsonides, garagehouder en coureur aan de Zandvoortselaan. Op nummer 6 van de Alberdingk Thijmlaan woonde de Amerikaanse familie Osteen met twee jonge kinderen van 9 en 5 jaar.

Scan1649

Oude ansichtkaart van de Alberdingk Thijmlaan Heemstede

In overleg met mevrouw Dils ging Adri daar weken in de zomer van 1948. De heer des huizes werkte als manager in het Amsterdamse Victoria hotel. Elke dag fietste Adri met de twee dochters naar de lagere school in Aerdenhout, waar ze verder zoals eerder bij mw. Dils allerlei huishoudelijke taken verrichtte en ook hier het wasgoed buiten de deur ging. ’s Winters ging ze schaatsen op de vijver en zomers vaak naar het strand in Zandvoort. Wanneer het echtpaar op vakantie was in het buitenland verzorgde Adri de kinderen alleen. Heimwee van mevrouw naar de Verenigde Staten trachtte ze te compenseren met veel bonbons en chocolade die gehaald werden bij banketbakkerij De Vries. Vader hield van een borreltje waarover de echtgenote zich zorgen maakte wanneer hij in zijn Chevrolet van Amsterdam naar Heemstede reed. In het najaar van 1950 besloot het gezin Osteen naar Amerika terug te keren. Ze waren goed geweest voor Adri en zorgden er bovendien voor dat ze een nieuwe baan als huishoudster kreeg, toen bij de Amerikaanse consul-generaal die pas in Amsterdam was gestationeerd, waarmee aan haar ‘Heemsteedse tijd’ een einde kwam

Ten slotte: persoonlijk heb ik in mijn eigen jeugd enkel dienstbodes uit de plaats waar we woonden meegemaakt, met één van hen uit Helmond is incidenteel contact tot op de dag van vandaag gebleven.

Wat de tegenwoordige tijd betreft zijn er ten aanzien van huishoudelijke hulp twee essentiële verschillen met de vooroorlogse tijd. Tegenwoordig hebben veel huishouders een part-time schoonmaakster in dienst, variërend van enkele uren tot 2 of meer dagen per week, in tegenstelling tot het dienstmeisje vroeger voor dag en nacht. Voorts komen deze thans niet meer uit Duitsland of Oostenrijk, maar veelal Marokko of Turkije, het laatste decennium ook uit landen van het vm. Oostblok, zoals Polen en Bulgarije.

wordt vervolgd

 Veldzicht

Duits dienstmeisje aan het breien in de keuken van ‘Velzicht’, Kleine Houtweg 51 Haarlem, bij de familie Pijnacker Hordijk (NHA)

 

ce6eeaa2-b6d2-14de-2349-4abad6456aa4

(Adressen in Haarlem voor o.a. Duitse dientmeisjes (Adresboek Haarlem 1936)

Alle Duitse dienstboden worden teruggeroepen, Uit: IJmuider Courant 14 december 1938:

44c83dd4-000b-bddc-bff7-585981251a5b

ddd_010474484_mpeg21_p006_image

Het centraal Station in Amsterdam 1939  met naar de Heimat teugkerende Duitse dienstmeisjes

heimat3

‘Een aantal Duitse dienstboden is vanmorgen op last van de Duitsche regeering naar haar vaderland teruggekeerd; het vertrek van het Centraal Station in Amsterdam’. Aldus de NRC van 30 januari 1939.

 

Duitse4

Duitse dienstmeisjes bij pension Futura in de Groenhovenstraat, Leiden, 1924 (W.J.Kret)

Scan1652

Opvang en arbeidsbemiddeling voor Nederlandse en Duits (sprekende) meisjes. Haarlem, Bloemhofstraat 1, 1957 (foto Wiel van den Randen)

===============================================================

dienstmeisje9

                                      Een Duits dienstmeisje in Haarlem (atelier Studio, Zijlstraat 51, Haarlem)

gala

Een galabanket ter ere van ex-keizer Wilhelm 11 op de Hartekamp. Aan het eind van de tafel zien we kamenierster Elisa Grieschat de afkomstig was uit Polen. Naast haar rechts staat de Nederlandse butler Bram de Wit en daarnaast de Duitse butler Büter, allen in dienst van mevrouw Catalina von Pannwitz.

 

dienstmeisje10

Duits Dienstmeisje met kinderen aan de wandel op de Grote Markt Haarlem (NHA)

================================================================

Selectie van literatuur:

-Barbara Henkes en Hanneke Oosterhof. Kaatje ben je boven? Leven en werk van Nederlandse dienstbodes. Nijmegen, SUN, 1985.

Scan1659

Vooromslag van Kaatje ben je boven? Leven en werken van dienstbodes

affiche

Affiche van gelijknamige tentoonstelling: Kaatje, ben je boven? tentoonstelling in Apeldootn, 1981

-Barbara Henkes. Heimat in Holland; Duitse dienstmeisjes 1920-1950. Handelsuitgave van Babylon-de Geus. Amsterdam, 1995.

Duitse1Nederlandstalige editie van Heimat in Holland; Duitse dienstmeisjes 1920-1930.

Henkes

                               Duitstalige uitgave van: Heimat in Holland; door Barbara Henkes

-Barbara Henkels, Heimat in Holland. Deutsch Dienstmädchen 1920-1950. Straelener Manuskripte, 1998.

-Tialda Hoogeveen. Alstublieft, mevrouw! Een geschiedenis van Nederlandse dienstmeisjes. Thomas Rap, 2014

-Maaike Meijer en Rosemarie Buikema, Cultuur en migratie in Nederland. 5 delen. Den Haag, SDU, 2003-2005

-Jaap Vogel. Cultuur en migratie. Nabije vreemden; een eeuw wonen en samenwonen. Den Haag, SDU, 2005.

dienstmeisje7

Strip in leporellavorm van ‘Lotgevallen van een dienstmeisje’, vervaardigd voor Van Nelle in Rotterdam, 1934.

sprotje

In de roman ‘Sprotje’ van M.Scharten-Antink uit 1903 vervult een dienstmeisje de hoofdrol. Bovenstaand een vooromslag uit 1939.

Vestdijk2

Simon Vestdijk. Heruitgave van Duits dienstmeisje uit 2009. De schrijver publiceerde in 1935 op basis van eigen ervaringen de in zijn tijd populaire roman: Else Böhler, Duits dienstmeisje (Catawiki)

Vestdijk

Maria Schrader 9- Else Böhler), gefotografeerd in Kleef, 1933 (foto door Simon Vestdijk gegeven aan biograaf Nol Gregoor)

 

Scan1655

Filmscène genomen in de tuin van de familie Bunge, Kareol Aerdenhout voor fil ‘de Helleveeg’ van Hollandiafilm Haarlem. Geheel rechts de bekende actrice Lily Bouwmeester. In het midden neemt een Duits dienstmeisje in uniform op wat de gasten willen gebruiken.

Bonnebakker

De familie Bonebakker op een schilderij uit 1809 van Adriaan de Liefde. Op de achtergrond komt een dienstbode met dienblad binnen (Rijksmuseum Amsterdam)

Hoorn2

Nicolaas Muys: schilderij voorstellende Adrianus Cornelis Oudorp en echtgenote Catharina Maria de Monté en op de achtergrond hun dienstbode Kaatje, die een flink deel van de erfenis ontving (Westfries museum Hoorn)

Haarlems

Haarlems dientmeisje met emmer; door Hermanus van Bussel (1778-1815) (RKD, iconografisch bureau)

 

 

 

Scan1653

                                                 Dienstmeisje met kind aan de hand op het strand, 1920.

Scan1690

Familieleden Aberson rond villa ’t Clooster (latere Hageveld) circa 1910; in het midden met schort een dienstbode

Scan1691

De paarden- en koeienstal van boerderij nabij  villa ’t Groot Clooster met o.a. leden van de familie Aberson en personeel; links een dienstmeisje (circa 1910)

 

dienstbode

Foto van de familie Pfeiffer van wie de oma in Heemstede woonachtig was . V.l.n.r.: Fritz Pfriffer, Haike Addine Pfeiffer, de huishoudster, Constantius Engbertszoon van Goor (in tolstoel), Fienchen Pfeiffer ven (oma) Affine van Goor-Brandon.

Rustenburg

In de tuin van villa Rustenburg Bloemendaal in 1929 [huis intussen afgebroken} met van links naar rechts de jubilaresse mevrouw Bal-Vleugels Schutter, juffrouw de Boo en 2 dienstmeisjes Annie en Hiltje Slomp

dienstbode5

Oostenrijks dienstmeisje voert een hert op Spaarnberg, Santpoort, 1935 (NHA)

dienst

                            Dienstmeisje voert de eenden op Spaarnberg, Santpoort (NHA)

dienstbode4

Personeel op de buitenplaats Woestduin in Bloemendaal nabij Heemstede met 3 dienstbodes, 1885

dienstmeisje6

                        Dienstmeisjes op het perron van station Haarlem (foto Wiel van den Randen)

Scan1654

Duitse dienstboden terugkerend naar hun vaderland vertrekken vanaf het Centraal Station Amsterdam (NRC, 30-1-1939)

dienstmeisjehaarlem

                                                    Dienstmeisje aan het breien in Haarlem

Midavaine

Portret van Pietje Midavaine, die van 1896 tot 1951 dienstbode was bij de heer en mevrouw Von Brucken Fock en in Aerdenhout en Heemstede steeds meeverhuisde.

dienstmeisjeophaarkamer

                                                              Een Duitse dienstbode op haar kamer

dienstbode2

Dienstbode maakt portiek schoon van een herenhuis aan het Kenaupark, Haarlem

dienstbode3

P.C.N.S. Interieur van opleidingingsschool tot dienstbode aan de Tetterodestraat Haarlem 109, 1937 (NHA)

diens

Foto van leerl;ngen dienstbodeninstituut; een vooroorlogse opleiding voor dienstmeisjes aan de Zijlweg Haarlem, circa 1938 (H.Valks)

ddd_010452318_mpeg21_p003_image

                                                    (Haarlem’Dagblad, 15 februari 1941)

ddd_010196663_mpeg21_p010_image

Bericht over een verongelukt dienstmeisje uit Haarlem nabij Bosbeek  (Rotterdamsch Nieuwsblad, 1 mei 1907)

ddd_010140238_mpeg21_p017_image

Nog een ongeval van een Duits meisje in Heemstede (De Tribune, 3 juli 1936)

7328a2ab-df00-1ddd-e865-7be9aaf1d46a

                              Waarschuwing, in Eerste Heemsteedsche Courant van 3 november 1938

dienstmeisje8

Antonia Kortekaas op een foto uit 1951. Zij werkte van 1946 tot haar huwelijk in 1954 als dienstmeisje bij de familie Erens op het Oude Slot in Heemstede, terwijl haar broer werkte bij de anjerkwekerij ’t Clooster van Emile Erens. Het tijdschrift HeerlijkHeden wijdde een artikel aan haar.

ddd_010528038_mpeg21_p006_image

Viering van zilveren jubileum St.Marthavereniging Haarlem (De Tijd, 19-9-1930)

acdca56b-f728-e973-0f78-b57ca334b252

Deel van noodkreet van een Heemsteedse vrouw om zich goed te gedragen tegenover Duitse dienstmeisjes (Haarlem’s Dagblad, 25 april 1934)

Beverwijk

Twee kinderen van Hattum met  in het midden de dienstbode; foto genomen ter hoogte van Akerendam in Beverwijk (Beeldbank Museum Kennemerland)

Selectie van advertenties voor (Duitse) dienstmeisjes

 

ddd_010872468_mpeg21_p008_image

Vanuit Heemstede gevraagde Duitse keukenmeisjes (Nieuw Israëlitisch Weekblad, 15-2-1924)

f494fd95-9b41-40ed-9f42-42301ebc5423

(adv. Haarlem’s Dagblad, 29-9-1922)

ddd_011024823_mpeg21_p007_image

Vaak werden voor inwonende dienstmeisjes advertenties geplaatst in regionale bladen in het noorden of zuiden van het zand. Door mw. Rhodius-Bunge van huize Dennenheuvel in Heemstede gevraagde keuken- en kamermeisjes (Limburger Koerier, 30-1-193).

ddd_010759757_mpeg21_p002_image

Adv. dienstmeisje voor doktersgezin Heemstede (Nieuwsblad voor Friesland, 15-8-1949)

ddd_110530001_mpeg21_p004_image

                                             (Oprechte Haarlemsche Courant, 8 februari 1940)

ddd_010380683_mpeg21_p004_image

Adv. voor r.k. dienstmeisjes