Tags

VORDERING VAN ONROEREND GOED (HUIZEN, GARAGES, SCHOLEN, INSTELLINGEN) IN HEEMSTEDE, 1940-1945, TEN BEHOEVE VAN DE DUITSE WEERMACHT (1) op grond van Verordening 144/1940

In het collectief geheugen is min of meer gebleven dat de Duitse bezetters o.a. fietsen [zie circulaire aan eind bijdrage], kerkklokken en  radiotoestellen (1) vorderden. Minder bekend is dat dat ook gold voor goud, metalen (koper, tin, lood etc.), textiel, hout, personenauto’s, vrachtauto’s, paarden e.d. Van Joodse medeburgers die werden gedeporteerd werden sieraden en banktegoeden in beslag genomen door de bank Lippmann-Rosenthal en Co. (LiRo), berucht als  ‘Duitse roofbank’. Kunst en antiek hadden de interesse van Duitse nazi-officieren zoals Aloïs Miedl en Walter Andreas Hofer die voor het – niet gerealiseerde –  Führermuseum van Hitler in Linz werkten,  dan wel voor de residenties van rijksmaarschalk Hermann Goering (Carinhall nabij Berlijn en kasteel Veldenstein). Mevrouw Catalina von Pannwitz wist een zodanige deal met Goering te sluiten, door enkele van haar kunstwerken op de Hartekamp aan hem te verkopen, onder de bedinging dat het landhoed nimmer bezet zou worden. Tevens ontving zij een vrijgeleide naar Zwitserland. Geen genade was er echter voor het Joodse echtpaar Gutmann van Bosbeek. Ondanks een door Heinrich Himmler verstrekt vrijgeleide naar familie in Italië zijn zij op de trein gezet naar Berlijn, en vandaar niet naar Milaan – waar de familie dagenlang vergeefs op het station uitkeek naar elke trein afkomstig uit Duitsland – maar naar kamp Theresiënstadt vervoerd. Omdat Fritz Gutmann daar bleef weigeren kunstschatten waarvan hij eigenaar was aan de nazi’s met een handtekening te overhandigen is hij letterlijk doodgeknuppeld en zijn echtgenote, baronesse von Landau, is enige tijd later in Auschwitz vergast (2). Naast voorwerpen en materialen zijn ook onroerende zaken zoals huizen (o.a. voor  officieren), garages (ten behoeve van vervoermiddelen) en andere gebouwen door de Duitse bezetters inbeslaggenomen. In het standaardwerk ‘Onderdrukking en Verzet’ wordt op pagina 694 van deel 2 een beknopt en verre van volledig verzicht gegeven van door de Duitse nazi’s gevorderd materiaal. ‘(…) Van ongeveer 1943 dateren de openlijke en op grote schaal uitgevoerde plunderingen van allerhande soorten materiaal. Geroofd werden o.a. 415 centraalposten;2 meetwagens; 35.000 telefoontoestellen; 41 complete huistelefooninstallaties; 265 telextoestellen; ongeveer 900 kilometer telefoonkabel; 290 km. loodkabel; 35 verkeerszenders; een omroepzender; 15 telegrafie- en telefonie-ontvangers; 58 mobiele zendontvangers; 99 omroepontvangers e.a..; 6 stoorzenders; een ontvang- en bedieningsinrichting scheepsstation. Hoewel aanvankelijk “slechts” incidentele en op eigen initiatief ondernomen roofacties plaats vonden, leidde de Duitse zin voor orde reeds gauw tot georganiseerde diefstal. De bezetter gebruikte daarvoor tal van methoden zoals bijvoorbeeld inbeslagnemingen van materiaal, verplichte leveringen, sloping van niet meer in gebruik zijnde kabels en kerktelefooninstallaties enz. (…)’.

Onderstaand een overzicht van inbeslaggenomen panden in Heemstede, waarbij wat uitvoeriger wordt ingegaan op de twee grootste gebouwencomplexen:1)  het instituut Meer en Bosch en 2) seminarie Hageveld.

Noten: 1: Nadat eerder de radiotoestellen van Joden waren gevorderd volgde op 13 mei 1943 een verotdening van de Höheren SS und Polizeiführer Rauter (no,1/143) waarin alle zich in het bezette Nederlandse gebied zich bevindende radio-ontvangtoestellen met toebehoren en eventuele reserveonderdelen verbeurd zijn verklaard. Dit hield in: verplichte inlevering van radio-toestellen. Deze zijn tijdelijk opgeslagen in de bloembollenschuur aan de Herenweg 147. Op dit terrein wordt eveneens een bunker gegraven [op 23 juli 1945 vrijgegeven]. Op 10 februari 1944 zijn alle inbeslaggenomen radiotoestellen – een aantal wordt niet genoemd – naar elders overgebracht en kon daarmee de huur van de bollenschuur worden beeïndigd. 2. Deze bloedfanatieke bewaker viel later in ongenade bij zijn superieuren, is overgeplaatst naar Auschwitz, en aldaar door Joodse gevangenen die hem herkenden van zijn brute optreden in Theresiënstadt  door hen vermoord. Over Bosbeek en Frits Gutmann, zie o.a.- Simon Goodman. De wolven namen alles mee; op zoek naar door de nazi’s geroofde kunstverzameling aan mijn familie. Amsterdam, Meulenhoff, 2015, en van Gerard Aalders. Roof, de ontvreemding van joods bezit tijdens de Tweede Wereldoorlog. DenHaag, SDU, 1999.

Achterweg 5, van 3 mei 1942 tot 5 oktober 1942 : Emmakliniek van Meer en Bosch (2)

Achterweg 6, van 6 oktober 1942 tot 7 mei 1945 tot 7 mei 1945: Organisation Todt (3)

Achterweg 6, van 1 februari 1943 tot 7 mei 1945: woning (4)

Achterweg 1,3,5 en 7 van 23 maart 1943 tot 7 mei 1945: Ortslazarett (5) Feldpost 02.699

Van 6 april 1944 tot 7 mei 1945 (6)

Van 8 mei 1945 tot 5 juni 1945

P.Aertslaan 6, van 11 juli 1940 tot 5 29 april 1971: Offiziersheim (7)

Blekersvaartweg 3, 3b, van 1 juli 1940 tot 27 juli 1944: Smederij en kantoor

Blekersvaartweg 9, van 3 november 1940 tot 7 mei 1945: Tankstelle (8)

Blekersvaartweg 53, 22 november 1943 tot 31 december 1943: Garage

Brederodelaan 9, van 14 februari 1941 tot 1 juli 1941: Woonhuis

Bronsteeweg/hoek Lanckhorstlaan, van 1 januari 1941 tot 28 februari 1945: tuin – schuilkelder

Bronsteeschool, van 29 juni 1940 tot 12 augustus 1940: School (9) – 9 mei 1941 Opgeheven en van 16 november 1942 tot 6 oktober 1943 Ontruimd (10)

Scan1694

                                  Duitse soldaten bewaken de inbeslaggenomen Bronsteeschool

Bronsteeweg 55 en 57,  tot 14 mei 1941 Ontruimd (11)

Bronsteeweg 55, van 26 november 1942 tot 8 oktober 1943: Woonhuis

Bronsteeweg 57, van 25 maart 1942 tot 8 oktober 1943: Woonhuis

Bronsteeweg 36a, van 20 november 1942 tot 28 augustus 1943: houten schuur (12)

Camplaan 4, van 4 april 1943 tot 16 juli 1945:  Autoboxen

Cesar Francklaan 7, vanaf 8 mei 1943:  Evacuatieadres

Cloosterweg 24 Seminatie Hageveld, van 29 oktober 1940 tot 29 november 1940 (13)

Cloosterweg 24, van 30 mei 1942 tot 15 januari 1945 (14); van 1 april 1945 tot 7 mei 1945; van 8 mei 1945 tot 25 mei 1945 (14).

Cloosterweg 16a, 16b, 18, 18a, 18b, 20, 20a, 20b, 22, 22a, 22a, 24a, (15) 26 en 30, van 15 juni 1943 tot 15 december 1944 (15) Woonhuizen; 30 mei 1942 tot 15 januari 1945; van 1 april 1945 tot 7 mei 1945; van 8 mei 1945 tot 25 mei 1945.

Clusiuslaan 1,van 29 januari 1944 tot 26 juli 1944: Woonhuis; van 14 maart 1944 tot 31 maart 1944

Crayenesterlaan 17, van 1-11-1942 tot 20 april 1943: Woonhuis

(Crayenesterlaan 29, van 7 mei 1945 tot 27 mei 1845:  Lagere School)

Cruquiusweg 36 en 38, van 19 april 1944 tot tot 24 augustus 1944: Herenhuis/garage

Cruquiusweg 160, van 1 november 1940 tot 15 februari 1944: Woonhuis

Cruquiusweg 164, De batterij Feldpostnummer L.16809 vordert perceel nummer 164 (tot 10 september 1940). In de woning trekken 1 officier, 2 onderofficieren en 20 manschappen.

Cruquiusweg, van 6 juni 1944 tot 1 juli 1944: Reinigingsdienst (16)

Cruquiusweg, van 1 juni 1940 tot 15 april 1941: Weiland A.Milatz (17); van 13 juni 1944 tot 1 juli 1944.

Glipperweg 1-1a, van 26 april 1944 tot 26 juni 1944: Woonhuis

Glipperweg 83, 83a, 83b. van 1 februari 1944 tot 16 augustus 1944. Intelligence Rapport (18)

Glipperweg 85, van 7 september 1940 tot 27 juni 1941: Meer en Berg; van 3 juli 1942 tot 11 november 1942; van 28 juli 1943 tot 26 augustus 1943: Oranjerie; van 16 mei 1945 tot 31 juni 1945. [Vanaf 1931 was Meer en Berg eigendom van een bank en heeft het huis lange tijd leeg gestaan. De Duitsers hebben het pand in een ontredderde staat achtergelaten. In het omliggende terrein zijn 38 bunkers ingegraven, die na de oorlog zijn verwijderd. Na de bevrijding zijn in het souterrain van Meer en Berg enige tijd Canadese soldaten gelegerd].

orangerie

De prachtige orangerie van Meer en Berg, hier op een foto uit 1928, is door de Duitse bezetters ernstig beschadigd. Soldaten vernielden de aanwezige ‘witjes’ ofwel grisailles van Jacob de Wit door de blote engeltjes als schietschijf te gebruiken.

Oranjerie

(Uit: Haarlems Dagblad van 25 juli 1952: ‘Oranjerie in het wandelbos “Meer en Berg” wordt gesloopt’)

Glipperweg 91, van 1 februari 1944 tot 16 augustus 1944: Bosbeek (19) (20)

Glipperweg 9a, 91b, van 4 februari 1944 –   Intelligence Rapport (18)

Glipperweg 91c, van 15 februari 1944 –   Groenendaal – Verversingshuis en speeltuin. Zie Intelligence Rapport (18)

Glipperweg 77, van 4 februari 1844 tot 15 december 1944: Woonhuis

Glipperweg 104j, van 31 januari 1944 tot 26 april 1944: Woonhuis

Glipperweg 104k, van 31 januari 1944 tot 15 juni 1944: Woonhuis

Glipperweg 104l, van 31 januari 1944 tot 26 april 1944: Woonhuis

Glipperweg 114, van 3 maart 1944 tot 14 juli 1944: Woonhuis

Glipperweg 130, van 29 augustus 1944 tot 20 november 1944: Woonhuis

Hugo de Grootlaan 3, van 14 december 1940 tot 24 december 1944: Woonhuis

Hugo de Grootlaan 13, van 14 december 1940 tot 24 december 1940: Woonhuis

Gem. Haven, van 1 januari 1943 –  Kade (21)

Havenstraat 65, van 3 mei 1945 tot 16 juli 1945: Loods kolenhandel Teeuwen

Heemsteedse Dreef 203, van 16 november 1942 tot 21 januari 1943: Dreefgarage + 25 maart 1943 tot 26 augustus 1943: boxen; van 15 oktober 1943 tot 10 februari 1944

Heemsteedse Dreef 241, (22)

Herenweg 1, van 5 mei 1944 tot 1 augustus 1944: Inclusief stallen + van 14 maart 1945 tot 31 maart 1945: garage.

Herenweg 1a, van 5 mei 1944 -; van 14 maart 1945 tot 31 maart 1945

Herenweg 3, van 16 oktober 1940 tot 1945: de Hartekamp [bescherming maar in overeenstemming met een order van rijksmaarschalk Goering geen bezetting]

Herenweg 11c, van 24 februari 1945 tot 13 april 1945

Herenweg 71, van 29 januari 1944 tot 27 juli 1944: incl. Schuur + kistenloods

Herenweg, van 22 januari 1943 tot 1 maart 1944: kiosk (23)

Herenweg, van 1 september 1944 tot 12 september 1944: Weiland

Herenweg 77a, van 5 augustus 1940 tot 1 maart 1944: woonhuis, 77b Garage en (24) van 17 april 1944 tot 27 juni 1944: portierswoning, terrein + kantoor; van 8 april 1945 tot 8 mei 1945 zonder vordering

Herenweg 83, van 6 augustus 1942 tot 1 maart1944; van 28 januari 1943 tot 1 maart 1944: tuin

Herenweg 99, van 5 februari 1941 tot 10 juni 1941:  Henricusschool.[De Ortskommandantur Haarlem deelt op 20 maart 1941 mede dat het sportterrein van de school Herenweg 99 voortaan op woensdagmiddag van 14.00 tot 16.00 uut en zondagavond van 20.00 tot 22.00 uur door de Eenheid Feldpost L32.351 zal worden gebruikt. Het legeronderdeel is gelegerd in de Henricusschool].

Herenweg 94, Op27 mei 1942 vorderden de Duitsers het perceel Oude Posthuis.

Herenweg 101, van 22 november 1940 –    R.K. Verenigingsgebouw; van augustus 1942 tot 1 maart 1944; van 7 juni 1943 tot 1 maart 1944: Sportterrein; van 17 april 1944 tot 20 december 1944: Einheit 07.999.

Herenweg 101a, 103, 103a, van 17 april 1944 tot 20 december 1944, 101a Jozefschool, 103a Broederhuis – Einheit 07.777

Herenweg 105a, van 5 mei 1944 tot 20 december 1944: Woonhuis

Herenweg 105b, van 7 augustus 1942 tot 1 maart 1944: Woonhuis

Herenweg 147, van 14 maart 1943 tot bevrijding: hoek Zandvoortselaan  (25)

Herenweg 2,4, van 26 april 1944 tot 22 september 1944: Hertenduin

Hertenduin

Het door de Duitse bezetters gevorderde Hertenduin aan de Herenweg Heemstede

Herenweg 6, 6a, van 26 april 1944 tot 22 september 1944: Zomerhuis

Herenweg 8, van 26 april 944 tot 22 september 1944: Dennenheuvel + Kadijk 29/28; van 17 februari 1945 tot 6 mei 1945; van 14 mei 1945 tot 10 september 1945.

Herenweg 20, van 4 februari 1944 tot 26 april 1944: Woonhuis

Herenweg 22, van 16 september 1944  (26)

Herenweg 62, van 27 november  1940 tot 10 juli 1941:Woonhuis

Herenweg 126, van 19 april 1945 tot mei 1945: Kennemerduin (Duitse eenheid)

Herenweg 158, van 11 juni 1945 tot bevrijding

Herenweg 180, van 18 oktober 1943 tot 27 november 1943: Woonhuis.

Herfstlaan 2, van 8 september 1944 tot 20-11-1944: Woonhuis

Herfstlaan 4, van 9 november 1943 tot 1 juni 1944: Woonhuis

Herfstlaan 18, van 9 september 1944 tot 5 december 1944: Woonhuis

Herfstlaan 22, van 26 mei 1944 tot 5 december 1944: Woonhuis (27)

M Hobbemastraat 12, van 8 april1943 tot 12 september 1944: Woonhuis en garage

P.C.Hooftkade 1, van 15 januari 1941 tot 27 juni 1941

P.C.Hooftkade 1 t/m 5,  augustus 1944 

 Javalaan 2, van 1 augustus 1944 tot 9 september 1944

Kadijk 2, van 1 augustus 1944 tot 9 september 1944

Kadijk 29, van 26 april 1944 tot 1 augustus 1944 Intelligence Rapport (18)

Kerkplein 3, van 17 februari 1943 tot 26 maart 1944

W.Klooslaan van 24 oktober 1940 tot 31 maart 1942: bouwterrein voor bouw garage

Lanckhorstlaan 57, van 29 juni 1940 tot 11 augustus 1940: Jacobaschool; idem van 15 november 1940 tot 26 juni 1941.

Scan1693

Het gebouw van de Jacobaschool aan de Lanckhorstlaan dat evenals andere schoolgebouwen in Heemstede eerst diende als onderkomen van Nederlandse militairen en na de bezetting van  Duitse soldaten., 9e Regiment Infanterie. Op 29 juni 1940 bezetten Duitsers de Jacobaschool met 15 onderofficieren en 97 manschappen. De leerlingen zijn ondergebracht in de woonhuizen Frans Schubertlaan 25 en 50. 

Lanckhorstlaan 85, van 23 november 1943  –  : Woningevacuatie

Leidsevaartweg 161, van 3 november 1942 tot 16 juni 1944: Woonhuis

Scan1696

Inkwartieringsbiljet ten behoeve van de Duitse Weermacht.Op het laatst van de oorlog wisselden de troepenverplaatsingen zich steeds dneller af. Door de terugtocht van de Duitsers bleven veel onderdelen slechts enkele dagen of weken in de kuststrook. Huizen en garages werden dan ook doorlopend gevorderd. Daarnaast vond op grote schaal inkwartiering plaats van personen uit de kuststeek, die wegens slop hun huis gedwongen moesten verlaten. Op 5 januari 1943 telde Heemstede 195 gezinnen met in totaal 505 ingekwartierde personen. Op 13 januari zijn in Zandvoort 6.609 mensen geëvacueerd. Een fors deel van hen moest in Heemstede worde ondergebracht. 16 januari moesten op last van het Evacuatiebureau te Alkmaar in Heemstede enkele honderden woningen worden ontruimd ten behoeve van evacuees. De bewoners moesten elders (met vergunning in Heemstede zelf) onderdak zoeken. Een aanvang is gemaakt met de evacuatie van gepensioneerden en ouden van dagen. Eind maart 1943 deelde de gemeente mede dat geëvacueerde3 gezinnen210 panden hebben betrokken, waarvan 80 door 2 of meer families, terwijl een tiental woningen door tussenkomst van de Duitsers betrokken werd door werknemers van Holland Nautic of door personeel van Meer en Bosch. In juni 1943 hebben zich tengevolge van evacuatiemaatregelen in Zandvoort nog 55 personen uit Zandvoort in Heemstede gevestigd en uit Velsen kwamen 140 personen naar Heemstede toe. September 1943 vestigden zich als gevolg van gedwongen evacuatiemaatregelen zich 796 menden uit Zandvoort in de gemeente Heemstede. Het totaal uit Zandvoort afkomstige personen kwam daarmee op 1366. Ten slotte vestigden zich in juli 1943 nog eens 275 mensen uit Zandvoort in Heemstede.

Meerweg 18, van 3 september 1942 tot 24 juli 1945: Woonhuis (29)

Meerweg 49, van 15 juli 1944 tot 9 september 1944: Woonhuis

Van Merlenlaan 8, van 7 maart 1944 tot ?

Van Merlenlaan 10, van 14 maart 1945 tot 31 maart 1945

Van Merlenlaan 21,van 6 juni 1944 tot 15 augustus 1944: Woonhuis (30)

Van Merlenlaan 29, van 14 maart 1945 tot 31 maart 1945: Woonhuis

Van Merlenlaan 30,     ?  tot 1  mei 1945 Politierapport

Van Merlenlaan 31, van 29 januari 1944 tot 27 juni 1944. Intelligence Rappoort (18)

Van Merlenlaan 42, van 14 maart 1945 tot 31 maart 1945

Molenwerfslaan, van 17 juli 940 tot 30 september 1940 Mariaschool; van 1 oktober 1940 tot 10 februari 1944. Ingang bij Hageveld; van 17 april 1944 tot 25 augustus 1944. Op 22 juni 1940 zijn 56 Duitse soldaten ondergebracht in de bewaarschool en zijn vier officieren bij particulieren in de omgeving ondergebracht.

Molenwerfslaan 3, van 19 april 1944 tot 24 augustus 1944

Molenwerfslaan 7, van 17 december 1940 tot 10 februari 1944 St. Aloysiusschool; van 30 september 1940 tot 10 februari 1944. Ingang bij Hageveld; van 17 april 1944 tot 24 augustus 1944.

ddd_010452281_mpeg21_p004_image

(uit: Haarlem’s Dagblad, 2 oktober 1941)

Nobellaan 1, van 23 december 1940 tot 10 juli 1941

Oudemanslaan 9 van 23 december 1940 tot 10 juli 1941.

Overboschlaan 26, van 25 november 1942 tot 8 oktober 1943

A.Pauwlaan 4, van 29 mei 1940 tot 20 juli 1941

A.Pauwlaan 19, van 29 mei 1940 tot 3ot 30 juli 1941 (31)

Bosch en Hovenschool

De Bosch en Hovenschool aan de Adriaan Pauwlaan. 17 mei 1940 had bezetting plaats door Duitse militairen van de Bosch en Hovenschool en Bronsteeschool. Hauptmann Hildebrand bezocht met 2 Duitse officieren het raadhuis. Zij vorderden 2000 kilogram stro voor 500 tot 600 mensen., voor drie uur te bezorgen aan beide scholen. Verder moet door de gemeente zorg worden gedragen dat op 18 mei 150 paarden kunnen worden ondergebracht. Op 22 mei is 1500 kilogram stro afgeleverd bij de Bos en Hovenschool.

Raadhuisstraat 65, van 11 februari 1941 tot 7 mei 1941: Tankstelle (32)

Rijnstraat 2, van 15 maart 1944 tot 16 maart 1944. Intelligence Rapport (18)

Schoolplein 1 [Julianaplein]/Dreef van 13 november 1944 –  Dreefschool Intelligence Rapport dd 3.12.1944 (33)

  1. Schubertlaan 25, 30 van 15 november 1940 tot 27 juni 1941. Leerlingen Jacobaschool

Scan1695

Vootbeeld van een ontruimingsbevel. Als gevolg van de afbraak van woningen in Zandvoort, Velsen IJmuiden moesten vele inwoners van deze gemeenten worden geëvacueerd. Een fors deel van hen werd in Heemstede ondergebracht, waardoor ook vele Heemsteedse gezinnen moesten verhuizen.

Alb. Thijmlaan 73-75, van 1 maart 1944 tot 15 december 1944: Garages

J.P.Thijsselaan 2, van 13 maart 1944 tot 28 juli 1944

J.P.Thijsselaan 12, van 29 januari 1944 tot 28 april 1944

Troelstralaan 32, van 29 februari 1944 tot 25 april 1944. Intelligence Rapport (18)

J.P.Troelstralaan 38, van 28 februari 1944 tot 15 juni 1944

Troelstralaan 42, van 28 februari 1944 rot 15 juni 1944

Valkenburgerlaan 1, van 8 september 1944 tot 20 november 1944: Woonhuis

Valkenburgerlaan 2R, van 11 september 1941 tot 20 november 1944: Woonhuis

Roemer Visscherplein 19,21,23, van van 21 september 1940 – 23 mei 1941: Garage Ford; 22-1-1942 tot 10-2-1944; 12-1-1945 tot 17-3-1945

Roemer Visscherplein 25, Hotel Boekenrode –  inkwartiering Duitse militairen

Vondelkade 1, van 9 juni 1944 tot bevrijding

Vondelkade 34, van 9 november 1943 rot 26 maart 1944

Hugo de Vriesplein 2,4, 6 van 29 januari 1944 tot 28 juli 1944

Wagnerkade, van 10 april 1943 tot 28 augustus 1943  Weiland

Wagnerkade 79, 81, van 15 juni 1944 tot 25 juni 1944

[Wilheminaplein 3 voor 1940-1941 Organisation Todt]

Zandvoortselaan 23, van 30 november 1940 tot 7 mei 1941: Benzinepomp Tromp

Zandvoortselaan 115, van 10 juni 1944 tot 1 juli 1944

Zandvoortselaan 122, van 10 juni 1944 tot 30 juni 1944

Zandvoortselaan 131, van 18 mei 1943 tot 23 november 1943: Garage

(Bron: Gemeentearchief Heemstede, WO11, Noord-Hollands Archief, met dank aan Marcel Bulte en Dolf Böing)

NOTEN

(1) In het merendeel van de gevallen kon niet worden achterhaald welke Duitse legeronderdelen de scholen, gebouwen of woonhuizen hadden betrokken. De Duitse legerautoriteiten hadden immers via de Commissaris van de Koningin de Burgemeesters verboden daarvan melding te maken. Zie ook schrijven van de gemeenten in Noord-Holland.

(2) Op 3 mei 1942 werd de Koningin Emmakliniek met meubilair gevorderd. In dit gebouw werden ongeveer 45 patiënten derde klasse en enkele tweede klas patiënten verpleegd. Een dag later werd het complex via de Duitse Weermacht gevorderd voor de Organisation Todt. (O.T.). Deze organisatie was verantwoordelijk voor de bouw van bunkers en verdedigingswerken voor de kust van Noord-Holland, aanleg van de z.g, Atlantikwall.

 HET DRAMA VAN MEER EN BOSCH

emmerik

Entree van monumentaal hoofdgebouw van Meer en Bosch op een houtsnede van F.H.van Emmerik

Meer en Bosch

Meer en Bosch, koningin Emmaklniek met een rood geschilderd kruis op het dak als waarschuwing voor geallieerde bombardementsvliegtuigen dat hier een ziekenhuis was gevestigd.

Kort voor de bezetting waren de diaconen Vermeer en Kroon die al geruime tijd N.S.B’er waren, wegens wangedrag door de directie van de inrichting voor verpleging van lijders aan vallende ziekte Meer en Bosch ontslagen. Na hun internering wilden zij terugkomen, maar het bestuur handhaafde het ontslag, bood echter naast een ruime wachtgeldregeling een pensioen aan op voorwaarde dat de heren niets meer van zich zouden laten horen. Er liep echter nog een verrader rond, die veel overbracht en later aan het Oostfront omkwam Toen weden de bestuursleden in Den Haag op het matje geroepen bij Müller Lehning, de NSB kommissaris voor niet commerciële verenigingen en stichtingen. Deze ontbond talloze verenigingen en maakte op de misselijkste wijze misbruik van zijn machtspositie. Hij eiste ook de terugkeer van twee ontslagen N.D.B.-personeelsleden en toen directie en bestuur dat principieel weigerde heeft hij Meer en Bosch alsmede ‘Bethesda-Sarepta’ op zijn manier ‘schoongemaakt’.

Dr.B.C.Ledeboer schreef in september 1945: ‘Van historische betekenis was het moment waarop onze voorzitter dominee  J.C.van Dijk van Bloemendaal bij de korte overdracht aan het nieuwe bestuur mededeelde, dat et gehele personeel, alle broeders en zusters, op één na, die ons bekend was als NSB-lid en het gehele overige personeel: tuinlieden, monteurs, timmerlieden etc. hun ontslag hadden genomen. Zij zouden nog één week werken en dan de verantwoordelijkheid overlaten aan jen, die meenden de leiding van het werk over te kunnen nemen, waaraan zij nooit gebouwd hadden en tegenover welks geest zij volkomen vreemd stonden.’ De Nederlandse politie kwam er aan te pas. De geneesheer-directeur dr.B.C.Ledeboer, hoofdbroeder W.F.de Vries en de mannelijke bestuursleden zijn gevangen genomen en naar de Weteringschans in Amsterdam overgebracht, waar zij gedurende vijf weken zijn vastgehouden.

Scan1704

Portret van directeur-psychaiter dr. B.C.Ledeboer die zich in de oorlogsperiode grote verdiensten heeft verworven voor het Meer en Bosch.

Het oude bestuur is het gelukt dat 108 achtergebleven patiënten konden worden opgenomen in het Provinciaal Ziekenhuis nabij Santpoort. In een overwinningsroes maakte de Weerafdeling (W.A.) op 28 maart 1942 een muzikale ommegang op het terrein van Bethesda-Sarepta. De gevangenen, beschuldigd van sabotage, het bezit van wapens in de inrichting, het in dienst hebben van Duitse joden en het oproepen tot onrust, zijn vrijgelaten nadat de kerken zich in een manifest verontwaardigd hadden getond en ook de Nederlandse artsen in een open brief scherp tegen de gang van zaken hadden geprotesteerd. Binnen vijf weken hadden de N.S.B.’ers met behulp van de Duitsers op Meer en Bosch een nieuwe verpleeginrichting voor epilepsie geopend. Dr.J.Dozy trad daarbij op als geneesheer-directeur en de Haarlemse predikant ds. P.W.Foeken was voorzitter van het bestuur, terwijl ook de nieuwbakken voorzitter van Koophandel NSB’er mr. de Kock van Leeuwen de kiesheid had in het nieuwe N.S.B.bestuur de plaats van zijn gewaardeerde moeder, die in het oude bestuur zitting heeft gehad, te gaan zitten. Onder de nieuwe leiding werd de organisatie een chaos en het geval deed zich zelfs voor dat het nieuwe bestuur een der beide N.S.B.-broeders moest ontslaan. Eerder hadden de nieuwe bestuurders op Meer en Bosch een feestmaal aangericht, waarbij de voor de patiënten bestemde levensmiddelen gretig werden aangesptoken. Zo kwam verder de melk van de ziekenbonnen van de patiënten later bij burgemeester van Riesen en de N.S.B.bestuursleden terecht.

Toen dr.Ledeboer uit de gevangenis kwam stuurde zijn opvolger een hoofdinspecteur van politie uit Haarlem op hem af om te weten te komen welke geneesmiddelen aan de patiënten moesten worden gegeven. Hun aantal was reeds verminderd van 600 tot ongeveer 100, omdat vanuit alle delen in het land familieleden de patiënten naar huis haalden. De N.S.B.’ers en de Duitsers hadden vergaande plannen om in deze inrichting in de nazigeest alle epilepsiepatiënten van Nederland hier te behandelen, waaronder ook gedacht werd aan een verplichte sterilisatie. Maar de N.S.B.’ers kregen niet de tijde om die plannen uit te voeren, want de panden werden uiteindelijk door het Duitse leger gevorderd.

In mei 1942 is de Emmakliniek gevorderd om Duitse soldaten te legeren en os op Meer en Bosch een ‘Krantenrevier’ van de Organisation Todt gevestigd. Geleidelijk zijn de gebouwen in gebruik genomen voor een groot Ortslazarett ofwel een oorlogsziekenhuis. Toen verhuisde men met de overgebleven 25 patiënten in een door burgemeester van Riesen gevorderde villa. Tijdens de oorlog hiel dr.Ledeboer e zijn helpers steeds contact met zijn oude patiënten, van wie een groot deel thuis verpleegd werd. In alle stilte was een nazorgdienst georganiseerd. Er trokken twee dokters e3n zes broeders het hele land door om de patiënten te bezoeken en de geneesmiddelen te bezorgen die zij nodig hadden. I een inrichting in Zeist zijn tussen november 1944 en de Bevrijding toch nog elf patiënten afkomstig uit Meer en Bosch overleden. Te weten: 1) Alphonse Bosman, overleden 3-3-1945; 2) Elisabeth Bakker, 8-1-1945; 3) Gerardus J.H.van Erp, 8-5-1945; 4) Teunis Geels 15-11-1944; 5) Richard F.van Herwaarden, 14-11-1944; 6) Antonie H.de Jong, 6-5-1945; 7) Gijsbert Kardol, 4-1-1945; 8) Theodorus de Munck, 4-11-1944; 9) Cornelis Overeem, 22-11-1944; 10) Geoffrey R.Taylor, 8-2-1945; en 11) Pieter Tromp, 2-1-1945.

Zoals veel mannen vrijwillig of verplicht hebben gewerkt bij de Organisation Todt, zo hebben tientallen vrouwen uit deze omgeving veelal korte tijd gewerkt voor het lazaret van de Duitse Weermacht op Meer en Bosch als verpleegkundige, schoonmaakster, op kantoor, in de keuken, de wasserij of het bordeel. In oktober 1943 werd de Heemsteedse echtgenote van SS’er Ruyg, gelegerd op Meer en Bosch, op last van de Ortskommandant door de politie in Hoorn gearresteerd. Zij was in die plaats betrapt met een andere SS’er. Deze werd gegijzeld tot de vrouw zich bij haar echtgenoot had gevoegd en zij is door twee Heemsteedse agenten naar Meer en Bosch overgebracht.

Scan1723

Reünie van de medewerkers van de Inrichtingen Bethesda-Sarepta en Meer en Bosch tijdens de bezetting van de Inrichtingen over ons land verspreid. Op een zomerse dag bijeen in Amersfoort in 1944.

Meerenbosch

Ondanks de risico’s hielden ook de diaconessen incidenteel een reünie bij dr.Burdet in Overveen.

Meer en Bosch werd in mei 1945 in een desolate toestand aangetroffen. Toen de Canadezen op 8 mei arriveerden lagen hierin omstreeks 500 deels zwaargewonde Duitsers, waaronder een aantal geblesseerden afkomstig van de slag om Arnhem.

Door bemiddeling van de Canadezen slaagde men erin die Duitsers naar elders over te brengen, en de bevrijders zijn nog enige tijd hier gehuisvest. Zuster J.J.Krommendijk noteerde: ‘Waar de Canadezen hadden gezeten was het vreselijk smerig. Het gekke was dat het heel schoon was waar de Duitsers hadden gezeten.’ Met man en macht is gewerkt om de epilepsiepatiënten weer op te kunnen vangen en op 8 juni 1945 kwam Meer en Bosch weer in het bezit van de rechtmatige eigenaars. Spoedig keerden de eerste patiënten terug. Onder andere de NSB-voorzitter van de Stichting, in het verleden een geacht Haarlems predikant, is na de bevrijding gedetineerd en heeft zich in 1947 voor het Tribunaal in Haarlem moeten verantwoorden.

Scan1705

Zuster J.J.Krommendijk ontvangt na de Bevrijding een koninklijke onderscheiding, opgespeld door burgemeester ridder van Rappard. Besturend broeder W.de Vries van Meer en Bosch kijkt toe.

Literatuuropgave: – J.C.van Dijk en B.Ch.Ledeboer. Het verzet van de inrichting een Meer en Bosch en Bethesda-Sarepta te Heemstede en Haarlem gedurende de bezettingsjaren. 1946 (tevens heruitgave in 1995); – E.J.Hulshof. Bestuur, directie en personeel pleegden verzet: meer en Bosch in de oorlogsjaren. In: Expres, mei 1995; – Adriaan Venema. Vanuit het duister; schetsen van honderd jaar epilepsiebestrijding. Amsterdam, 1982; – Mimi Vonk-Herwegh. Het verzet, 28 maart 1942 1942: NSB trof lege gebouwen aan. In: Expres, mei/juni 1985.

Ortslazarett

Tramhalte Glipperweg met rechts een bordje met opschrift  ‘Ortslazarett’, gevestigd op Meer en Bosch

========================================================================

In de boekenserie ‘Onderdrukking en Verzet’ is in het hoofdstuk over ‘De NSB en andere totalitaire organisaties’ het volgende gepubliceerd over Meer en Bosch in oorlogstijd: ‘Zeer grote invloed kreeg Müller Lehning, de commissaris voor de niet-commerciële verenigingen en stichtingen. Hij was slechts zetbaas van Schmidt, die o.a. hiervoor expresselijk naar Nederland was gezonden, maar bevoorrechtte in die hoedanigheid op ergerlijke wijze zijn eigen partij. Aan deze NSB-er, die met ruwe hand ingreep. was de “schoonmaak” van meer dan 120.000 verenigingen en stichtingen toevertrouwd. Hij ontbond talloze verenigingen en maakte op de misselijkste wijze misbruik van zijn machtspositie. Door zijn schuld zijn vrijwel alle epileptici uit de inrichting Meer en Bosch en Bethesda-Sarepta te Heemstede en Haarlem verdwenen.  Een prachtig christelijk liefdeswerk is voor jaren vernietigd pmdat Müller Lehning er niet terstond in geslaagd was, twee nationaal-socialistische broeders te doen herbenoemen, die wegens wangedrag voor Mei 1940 waren ontslagen en met wie een alleszins redelijke schikking was getroffen. Hij heeft deze inrichtingen niet opgeheven, maar op zijn maniet “schoongemaakt”. Bestuur en directie werden vervangen door NSB-ers, met het onmiddellijke gevolg, dat de familieleden de patiënten weghaalden. De politie kwam er bij te pas, arrestaties hadden plaats, en in een overwinningsroes maakte de WA op 28 maart 1942 een muzikale ommegang op het terrein van Bethesda-Sarepta. Het mooiste van het geval was, dat kort daarna zelfs het nieuwe bestuur  een der beide NSB-broeders moest ontslaan. De melk van de ziekenbonnen der patiënten kwam later bij de nationaal-socialistische burgemeester van Heemstede Van Riesen terecht. Reeds eerder hadden de nieuwe bestuurders op Meer en Bosch een feestmaal aangericht, waarbij voor de patiënten bestemde levensmiddelenpaketten gretig werden aangesproken. Deze weerzinwekkende ondermijning van een tweetal uitermate nuttige inrichtingen, waardoor het aantal patiënten van zeshonderd tot vijf en twintig ingektompen werd, noemde Müller Lehning “herordening”.’

===================================================================

Meerenboschirenekapel

Drie prentbriefkaarten van de kapel Irene van Meer en Bosch Heemstede uit circa 1930 (boven) en 1957 (midden en onder). Na de bouw van paviljoen Eben Haëzer op het terrein van Meer en Bosch ging in 901 een lang gekoesterde wens in vervulling: de bouw van een kapel. De inwijding van Irene (vrede) vond plaats op 2 juli. Het gebouw bood plaats aan 300 personen. Bij de inrichting van het godshuis werd er rekening mee gehouden dat het niet alleen voor feestelijke bijeenkomsten zou worden gebruikt doch ook voor feestelijke samenkomsten en uitvoeringen, voor gymnastiek-oefeningen enz. Door middel van rolluiken kon een gedeelte worden afgescheiden dat als leslokaal of vergaderruimte zou kunnen dienen.Zo kreeg Irene niet alleen op zondag, doch ook door de week een nuttige bestemming en voorzag het gebouw in een grote behoefte. ‘Hoevelen hebben aan Irene niet dierbare, heilige herinneringen! De naam Irene werd voor velen meer dan slechts een naam. Door een dankbare patiënt is Irene met een orgel verrijkt, hetwelk na de bevrijding door een electrisch pijporgel werd vervngen nadat een uitgebouwde nis de acoustiek van het gebouw verhoogde en aan ruimte gewonnen werd.’, aldus een in 1945 uitgegeven gedenkuitgave.

Irene

Koperdiepdruk van de Irenekapel, Meer en Bosch (SEIN), Heemstede

 

 

(3)  J.Dozy, (NSB-)directeur van Meer en Bosch schreef over deze gelegenheid en meldde dat Organisation Todt meer ruimte in beslag had genomen.

(4)  Deze woning werd gevorderd voor Vermeer, de Rechnungsführer van Organisation Todt.

(5)  Bij de vordering van deze gebouwen werd tevens bepaald dat een winstderving werd gegeven voor de tuinderij en duurdere inkoop van aardappelen, Getaxeerd op ƒ 1.800,-.

(6)  Meer en Bosch moest op dat moment geheel worden ontruimd.

(7)  Op 12 augustus 1940 werd het pand gevorderd als Offiziersheim. Gevorderd door eenheid 00432, getekend Feldpost 00432. Op 14 augustus 1940 nam Einheit 37.065 het pand over, waarin inmiddels een casino was gevestigd.

(8). Aan de Blekersvaartweg 9a waas het garagebedrijf A.van Houten gevestigd. Van Houten zelf woonde in de Oude Posthuisstraat. Aan de Blekersvaartweg 53 woonde de garagehouder A.G.van Houten. Zijn garage aldaar werd in 1943 voor ruim een maand gevorderd.

(9)  In deze periode werden vijf Duitse officieren, 18 onderofficieren en 130 manschappen in de school ondergebracht.

(10)  Op 16 oktober 1943 werd over de willekeur van de Duitse Weermacht geklaagd. Geschreven werd namelijk dat vanaf 16 november 1942 het gebouw enige malen door de Duitsers werd ontruimd, maar steeds niet was vrijgegeven.

(11) Inclusief de Hausmeisterwohnung aan de Overboschlaan 26.

(12) Deze schuur maakte deel uit van de ‘Bronstee’Melkinrichting aan de Bronsteeweg 36.

 

(13) In juni 1940 vermoedde dr.C.J.Henning, regent van kleinseminarie Hageveld, dat het complex door de Duitsers gevorderd zou worden. Op 19 juni schreef hij de burgemeester dat verschillende ouders angstige bedenkingen hadden over een mogelijke inkwartiering van Duitsers en dat daardoor de leerlingen grote risico’s liepen met niet denkbeeldige luchtaanvallen. Begrijpelijk want hij droeg de verantwoordelijkheid voor een 350 jongens. Er heerste op dat moment grote onzekerheid over het geheel of gedeeltelijk ontruimen van Hageveld. Enkele weken later was er weer grote onrust op he seminarie.

Scan1702

Regent Henning, 40 jaar oud. Deze opname siert zijn bidprentje na zijn overlijden in 1985.

Door Duitse officieren was medegedeeld dat wanneer de jongens op 17 juli met vakantie gingen, zij de keuken zouden vorderen. Voorts zouden voor de officieren enkele vertrekken moeten worden ontruimd. Henning probeerde de Duitsers met een kluitje in het riet te sturen, door de te stellen ‘dat de Heren leraren op hun eigen kamer bleven tijdens de vakantie en personeel samen ongeveer 75 man.’ Kennelijk hadden deze en nog enkele andere bezwaren geholpen. Hageveld beef tot oktober 1940 nog ter beschikking van de seminariegangers. Op 31 oktober 1940 had een onderhoud tussen de secretatieambtenaar J.Snel, Oberleutnant Beckers uit Den Haag als vertegenwoordiger van de Duitse Weermacht en de regent van Hageveld plaats over de inbeslagname van Hageveld. Het complex inclusief speelplaats en bos moest worden ontruimd. Bedongen werd wel dat de leraren hun persoonlijke eigendommen mochten meenemen, dat twintig kamers met meubilair van het seminarie voor de officieren bewoonbaar zouden worden gemaakt ben dat de waardevolle meubelen, schilderijen en religieuze afbeeldingen, voor zover ze niet elders waren ondergebracht, in de bibliotheek zouden worden ondergebracht. De bibliotheek, de beide kapellen en het fysicalokaal werden afgesloten en door de Gemeente Heemstede verzegeld.

Scan1701

Hageveld ‘belegt von Dienststelle M 16899’

LOTGEVALLEN VAN SEMINARIE HAGEVELD 1940-1945

Scan1699

‘Der Wacht am Rhein’ voor het hoofdgebouw van Hageveld. Duitse matrozen van het 2. Schnellboots-flotille vormen hier een erehaag voor het bordes, 1944.

Scan

De bemanning van een Duits oorlogsschip in de haven van IJmuiden, 1944

Het spreekt vanzelf dat de Duitse bezetters belangstelling toonden voor het grootste gebouw van Heemstede: het rooms-katholiek seminatie Hageveld. Na de inbeslagname eind 1940 weken de studenten tijdelijk uit naar vooral Warmond en Katwijk. Eind november gaven de Duitsers Hageveld terug en ondanks het feit dat tuberculose en roodvonk heersten en de subregent M.van Ruijven tijdelijk gevangen werd gehouden, draaide Hageveld betrekkelijk normaal door. [Op 2 september 1941 zijn uiten schuur bij het seminarie Hageveld, waar de levensmiddelen van deze inrichting zijn opgeslagen worden door ongeveer 200 pond boter verpakt in kartonnen dozen ontvreemd, benevens ongeveer 50 pond cacao verpakt in een bruine papieren zak. Van deze ‘roof’ worden 400 seminaristen de dupe].  De 40.000 boeken van de bibliotheek werden met man en macht naar de kelders overgebracht, opdat deze culturele schat bewaard zou blijven. In het ‘Liber Memoralis’ is aangetekend: ‘Besloten is tot opvordering van het hele Seminarie. De kamers van de Heren moeten bewoonbaar zijn, met tafel en van behoorlijke stoelen voorzoen. Intussen is er heel wat uit het Seminatie aan voorraad verdwenen, door de tuin en over het Spaarne. Maar het stopzetten heeft in de keuken ook een paniekstemming veroorzaakt. Wie ermee begonnnen is, valt niet uit te maken. Een feit is, dat de jongens menen, dat de etenswaren kunnen worden meegenomen naar huis. Een run ontstaat, waarbij er veel gemorst wordt. Gesommeerd wordt, alles zo veel mogelijk terug te brengen. Toch verdwijnt er veel in handen van verhuizers en zogenaamde helpers. De grote massa komt echter tere4cxht in klooster Alverna in Aerdenhout en de Mariastichting. ’s Middags verschijnt het voorkommando en nu begint het lieve leven. Oberleutnant Beckers is razend dat de kamers zo leeggehaald zijn, zelfs zeil is weggehaald, gordijnen, boekenkasten, lampen.

Belachelijke stoelen (namelijk toneelrequisieten) zijn op de kamers neergezet. Ofschoon de Regent dit laatste betreurt, zegt hij dat dit alles particulier eigendom is van de Heren en dat hij ze niet kan dwingen. Er wordt geraasd en getierd en de Heren en Zusters krijgen de aanzegging het huis te verlaten.’ De Kriegsmarine, met haven en oorlogsschepen in IJmuiden, bezette het gebouw om de kust te bewaken. De bijna 375 studenten hebben op even locaties elders in het Bisdom onderdak gevonden. In principe waren priesterstudenten vrijgesteld van de ‘arbeidsinzet’, ofschoon sommigen zich toch dienden te melden. Het schooljaar 1944-1945 is Hageveld op non-actief en studeren de jongens thuis of niet.

kriegsmarine

De Florillenartz, in het witte uniform, begroet op het bordes van Hageveld een Korvettenkapitän  met drie strepen op de mouw, 1944.

Op 22 april 1944 kreeg burgemeester van Riesen van de Duitse Beauftragte opdracht tot het vorderen van respectievelijk 30 en 35 personen om ten behoeve van de Duitse Weermacht te werk geteld te worden op de terreinen van seminatie Hageveld en in het wandelbos Groenendaal. De arbeidskrachten moesten reeds twee dagen later beginnen. NSB-wethouder Smit is met deze opdracht belast. Op 24 april verschenen er 26 voor Groenendaal en 23 voor Hageveld. Toen een Duitse zeeofficier (luitenant) op Hageveld kwam controleren telde deze 23 personen in plaats van de gevorderde 25 en eiste deze onmiddellijke completering. De burgemeester, die hiervan op de hoogte werd gesteld, was zo opgewonden, dat hij volgens een bewaard gebleven verslag dreigde ‘de Heemstedenaren uit hun huizen te sleuren om op Hageveld te gaan werken. Smit zou toen tegen de burgemeester gezegd hebben dat van Riesen zich als oud-kapitein niet moest laten bevelen door een jonge Duitse luitenant. Gemeentesecretaris N.Vos heeft de burgemeester vervolgens trachten te kalmeren. De opperluitenant van Politie Van Gelder kreeg niettemin opdracht ‘Een honderdtal personen desnoods met geweld op te pakken en naar Hageveld te brengen.’ De politiechef weigerde aan deze opdracht te voldoen. Wel zorgde hij er voor dat de volgende dag het door de Duitsers verplichte aantal arbeidskrachten aanwezig was. Op 3 november 1944 werden 150 matrassen

Hageveld4

                                 Hageveld in 1944 als oorlogsziekenhuis van de Duitse marine.

(14) Op 3 november 1944 werden 150 matrassen, 90 hoofdrollen en 190 kussens van het seminatie inbeslaggenomen. Dit beddengoed werd dor de Marine-intendanten van de ‘Dienststelle Amsterdam’ afgehaald en bestemd voor verdeling over enkele lazaretten. Eerder waren door een persoon uit de Kerklaan 1500 dekens van het seminarie ‘veiliggesteld’.  De NSB-portier van Hageveld verried dit en vroeg om die reden aan wethouder Stoutjesdijk als beloning vrijstelling van wachtlopen. Op het dak van Hageveld was, evenals op Meer en Bosch’, een groot rood kruis geschilderd om de geallieerde vliegers te attenderen op een gebouw dat dienst deed als ziekenhuis.

Scan1706

Als marinesoldaat, lid van 2. Schnellboots-Flotille in de haven van IJmuiden, was Helmut Schramm van 28 mei 1942 tot eind 1944 gestationeerd op Hageveld. Op bovenstaande afbeelding is hij op het balkon gefotografeerd met een kamergenoot. In 1999 bezocht hij tijdens een vakantie in Nederland nogmaals Hageveld, kwam in contact met Kees Stokman en stuurde nadien vanuit zijn woonplaats enkele foto’s uit de periode dat hij op Hageveld verbleef.

In november 1944 dreigde er niettemin een Engels bombardement op Hageveld en verlieten veel Duitsers hals over kop het gebouw. De bibliotheekboeken zijn op karretjes gesmokkeld naar het Bisschoppelijk Museum te Haarlem. Begin 1945 werd het zusterhuis vrijgegeven, de rest was nog vrijwel onbewoonbaar. Op Paaszaterdag 1945 wordt zelfs nog een Duits lazaret van de marine ingericht, maar na de bevrijding vestigden zich hier tijdelijk de Canadezen. De keuken draaide vrij snel weer en de nonnen maakten toen fruit in voor de winterperiode. ‘Na de oorlog moest zandstraling eraan te pas komen om het gebouw en mee fatsoenlijke aanblik te geven. Om te camoufleren was het namelijk van buiten beschilderd geweest en zag het eruit als een eeuwenoud roofslot, zoals regent Henning het noemde. Het was ondanks de Bevrijding een spannende tijd. Jongens waren door razzia’s weggevoerd, en het was de vraag of ij nog terug zouden komen. In september 1945 kwam alles weer in het dagelijkse gareel. De lessen werden hervat.’ Bijna 400 studenten kwamen Hageveld binnen om een nieuw schooljaar te beginnen. “Omheind met bomen en omgracht door water leeft Hageveld, onneembaar als een burcht. Van de hoge commandokoepel ziet de Goddelijke aanvoerder neer op zijn troepen, vuurt hen aan bij de aanval en houdt hen bijeen in verdediging. Hageveld is een sterke uitvalspoort voor de geestelijke verovering van Nederland, als de tijden gunstig zijn. Maar thans klinkt het bevel van den Hemelsche Bevelhebber: verdedig. En Hageveld is als een onneembare vesting en zal de tot nu toe veroverde grond niet meer afstaan.’, aldus een citaat uit het studentenblad van het seminatie ‘Rond de Koepel’  

Scan1703

Hageveld in camouflagekleuren. Het zandstralen van de gevel na de Duitse bezetting.

Bronnen en verdere literatuur: – Gemeentearchief Heemstede, NHA-Haarlem; – Hageveld, 162 jaar balanceren tussen mores en sores; redactie en interviews door René Bouwmans, Joost Divendal en Stephan Steinmetz. Amsterdam, Monstrans, 1979; – Hanne Sas. Een verbrokkelde eenheid; Heemstede. In: Samen Kerk, mei 1995, nummer 6; – Hans Krol en Marcel Bulte. Heemstede 1940-1945; een gemeente in bezettingstijd. Haarlem, De Vrieseborch, 1995; – F.H. Hazenberg. Heemstede, 2011; – Landgoed Hageveld. – Peter Swinkels. Het andere verhaal. In: Jaarboek 2003 Stichting Reünisten Hageveld. Heemstede, 2004, p. 84-87.; – Frans van der Vlugt. Hageveld door de Kriegsmarine bezet. Nogmaals het andere verhaal. In: Jaarboek 2006 Stichting Reünisten Hageveld. Heemstede, 2008, p. 9-17.

 

(15) Vanaf 20 november 1944 mocht het perceel Cloosterweg 24a weer bewoond worden.

(16) Het betrof hier het voetbalterrein, waarop de ‘Einheit Mair’ beslag legde. Dit Duitse legeronderdeel had Feldpostnummer 18.966. Bedongen was dat de Duitse troepen dagelijks van acht tot tien of van ’s middags twee tot vier uur van het terrein gebruik zouden maken. Het betrof voornamelijk exercitie-oefeningen of sport.

(17) Dit stuk land van boer Milatz was gevorderd om eer een flak- en Schweinwerferstellung te bouwen. Deze luchtafweerstelling maakte deel uit van de verdediging van Schiphol. Rondom het vliegveld van Schiphol lagen op vele plaatsen dergelijke stellingen.

(18) Intelligence Rapport Haarlem, 20-4-1944 [geheim]. De landgoederen Groenendaal, Bosbeek en Meer en Berg, gelegen tussen Glipperweg, Kadijk, Herenweg en van Merlenvaart, zijn afgezet. Bij de ingangen staan de volgende schildwachten: Groenendaal, Glipperweg 93-95-97 en Molenlaan, uniform Luftwaffe, uitmonstering rood, kraagspiegels groen, broek Heer; Bosbeek, Glipperweg 911,a,b,c, uniform Heer, uitmonstering rood: Meerzicht (landgoed Meer en Berg), Glipperweg 83, uniform heer, tuniek doubles-breasted, uitmonstering rood, kraagspiegels en doodskop, zwarte helm.

Tegenover  Meerzicht, om de Dr. Schaepmanstraat, Troelstrastraat en Abraham Kuijperstraat zijn ring manschappen ondergebracht in woonhuizen, die tussen de door burgers bewoonde huizen verspreid zijn. Zij dragen werkpakken en zwarte veldmutsen.

Voor garage van Meerzicht stonden een vrachtauto op rupsbanden en een tank. Slechte waarneming, doch meende te zien: 8 of 10 spaken in voorste drijfwiel, naar schatting 6 wielen aan een zijde op de grond.

In de gebouwen aan de Glipperweg van Meerzicht zijn mijn inziens 100 tot 200 manschappen gelegerd. Aan de zuidzijde van het terrein bij Kadijk is bij een groepje bomen een loopgraaf van ongeveer 10 meter lengte gegraven. Tegen de bomen zijn plankjes gespijkerd, zodat men erin kan klimmen. Vanaf de Herenweg is in Groenendaal wijd verspreid graafwerk te zien. Onder de bomen staan auto’s geparkeerd, waar een aantal auto’s staan in 2 tot 3 meter uitgegraven loopgraven.

Volgens een voorbijganger zijn in dit gebied tot aan de van Merlenlaan 200 Heemsteedse (dwang)arbeiders te werk gesteld, benevens personeel van de Organisation Todt en boeren, die vrachten moeten rijden.

Tussen de van Merlenlaan en de van Merlenvaart ligt een begroeid duinterrein, waarop enige villa’s staan [Grotstuk]. Op enkle3 villa’s ma zijn deze afgezet. Tussen de bomen zichtbaar worden betonnen bunkers gebouwd. Volgens een voorbijganger geschat op een aantal van 10 tot 20.

(19) Na de oorlog werd Bosbeek op 29 juni 1945 in gebruik genomen ten behoeve van Bijzondere Jeugdzorg. Op 2 oktober 1946 was het complex daarvoor nog steeds in gebruik [tot 1949].

(20) De percelen Glipperweg 91, 91a, 91b, 91c werden beheerd door de N.S.Volkswohlfahrt E.v. in Nijmegen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Hoofdzetel van Organisation Todt in Zuid-Kennemerland, naast Meer en Bosch, huize ‘Eben Haezer’, Bosch en Duinlaan 2, Bloemendaal. O.T. voerde alle bouwprojecten uit, voornamelijk gericht op de Duitse verdediging.

(21) Met name Organisation Todt was in de huur van de Kade annex loswal geïnteresseerd. Het betrof hier een oppervlakte van circa 1.100 vierkante meter langs de Haven.

(22) Op 3 juni 1940 verstrekte de burgemeester van Heemstede aan Ortskommandant Weller in Haarlem een lijst van 21 adressen op de Heemsteedse Dreef, waarin Duitse officieren kunnen worden ingekwartierd. Het pand Heemsteedse Dreef 241 is nooit officieel gevorderd geweest, maar werd feitelijk wel door de Duitse Weermacht gebruikt als pand voor een hooggeplaatste nazi-officier. Ook is het pand in 1945 door de Binnenlandse Strijdkrachten bezet geweest. Eigenaar was: H.J.van Beem, wonende Heemsteedse Dreef 96.

(23) Deze kiosk stond op de hoek van de weg naar het terrein en complex van de Amsterdamse Waterleiding.

(24) Dit complex stond te dienste van de N.V.Holland – Nautic te Haarlem, een bedrijf dat (gedwongen) voor de Duitsers werkte. Voor 10 mei 1940 was het complex op 77B door een zekere M.C.v.d.Wal onderverhuurd aan de Nederlandse Luchtstrijdkrachten, die er vliegtuigmateriaal opsloeg. Ze betaalden er ƒ 3.800,- per jaar voor; 1 maart 1944 betaalde de Duitse Weermacht er ƒ 211,- per maand voor.

(25) Gevorderd van de Bloembollenkwekerij en Handel C.van den Berg & Zonen Heemstede. Het ging hier hoofdzakelijk om de bloembollenschuur aan de Herenweg 147, hoek Zandvoortselaan, waarin de gevorderde radiotoestellen werden opgeslagen. Op dit terrein werd eveneens een bunker gebouwd.

(26) Jet perceel Herenweg 22 moest op dit tijdstip worden afgebroken op last van de Reichskommissar i.c. de Beauftragte. Schrijven de dato 22 september Evacuatiebureau Noord-Holland te Alkmaar.

(27) Toen de Duitse Weermacht het huis betrok stond er nog een auto in de garage. Deze auto, kenteken GZ 27ii was bij de officiële autovordering door de Duitsers geweigerd. Ofschoon de auto er thans niet bijhoorde, werd hij door de Duitsers in gebruik genomen. Bij ‘wederbetrekking van de rechtmatige eigenaar’ bleek de auto verdwenen.

(28) Op last van de Duitse bezettingsautoriteiten werd in augustus 1944 de percelen Constantijn Huygenslaan 1 t/m29 en P.C.Hooftkade 1 t/m5 afgebroken. Deze klus werd geklaard door de Gebr. De Boer, slopersbedrijf en metaalhandel te Oostzaan.

Huijgenslaan1

Versperringen Constantijn Huygenslaan, Heemstede (NHA)

Huigenslaan2

Huizen van te slopen huizen aan de Constantijn Huygenslaan, vanwege ligging in het schootsveld van de Duitsers (NHA)

(29) Gezin van H.Krommenhoek, waarvan de man is opgepakt. Het huis was eigendom van de organisatie Algemeen Nederlands Beheer Onroerende Goederen aan de Parklaan te Haarlem.

(30) Eigenaar jonkheer J.P.W.van  Doorn, burgemeester van Heemstede, die door de Duitsers is vervangen door een NSB-burgemeester.

(31) Aan de Adriaan Pauwlaan 19 waren twee scholen gevestigd, te weten de Bosch en Hovenschool voor Lager Onderwijs, een Christelijke opleidingsschool voor alle inrichtingen en de Bosch en Hovenschool voor ULO, een christelijke opleidingsschool voor MULO-diploma’s A en B.

(32) Onderdeel van de Autogarage NV.van Lent, official Buick en Chevrolet dealer aan de Raadhuisstraat 53-65.

Riesen

Na de Bevrijding is de garage van Van Lent tijdelijk gebruikt als gevangenis. In het midden de pas gearresteerde NSB-burgemeester van Riesen achter prikkeldraad.

(33) Volgens illegaal doorgegeven berichten (Intelligence Rapport): ‘Near a school Heemsteedse Dreef, opposite the R.Holssquare, some Red Cross cars, are regularly parked. In the Harbour of Heemstede a small Rhine barge with the sign: Red Cross.’

Scan1707

                                              Een Duitse nazi-officier uitrustend op het Raadhuisplein, 1944

==================================================

ddd_010663005_mpeg21_p006_image

Inlevering zendinstalllaties in Heemstede, in gebouw de Meerlhorst aan de Van Merlenlaan 2 (Algemeen Handelsblad, 29 juni 1940)

Scan1711

Circulaire uitbetaling vergoeding ingeleverde metalen Heemstede , 3 oktober 1941

Scan1708

Fietsenvordering in 1944 lieten de Duitse bezetters via een proclamatie uitvoeren ondertekend door  NSB-burgemeester Van Riesen. De eerste vordering had al op 20 en 21 juli 1942 plaats.T oen werden 15 agenten uitgezonden, later vergezeld van twee helpers, die huis aan huis mondeling de fietsen vorderden. Van leden van de NSB werden 25 leden bij de vordering ontzien. Leden van de Weer-Afdeling van de NSB zijn geheel vrijgesteld van de rijwielvordering. Op 12 augustus 1942 zijn door de gemeente Heemstede 189 gevorderde fietsen ingeleverd bij de Wehrmachtscommandant Haarlem. [24 oktober berichtte de burgemeester van Heemstede aan het Departement van Binnenlandse Zaken dat in Heemstede ongeveer 1900 bewijzen van vrijstelling voor inlevering van een rijwiel zijn afgegeven].

rijwielvordering

Rijwielvordering op 19 september 1944 in de Adriaan Pauwlaan. Foto genomen vanaf balcon Overboschlaan 2, Heemstede (NIOD)

Tadema27

                            Pentekening van fietsenvordering door Auke A. Tadema, 1944

textielinlevering.jpg

Bekendmaking inlevering textielgoederen Heemstede, 5 juli 1942 (NIOD/KB)

Scan1710

Bekendmaking en vergoedingsregeling voor ingeleverde kleding en textielproducten.

cartoon1

Cartoons van inlevering koperen voorwerpen en radiotoestellen, in 1945 door illegale uitgeverij De Bezige Bij gedrukt als prentbriefkaarten naar een ontwerp van Karel Leendert Links.

cartoon2

Nog 2 cartoons van in totaal 12 prentbriefkaarten (vordering van rijwielen en inlevering van textiel), door de Bezige Bij, 1945, ontworpen door Karel Leendert Links.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
.

 

.