Tags

, , , , , , , , ,

Het Noord-Hollands Archief coördineert onderzoek naar de in de Tweede Wereldoorlog onteigend Joods vastgoed voor de gemeenten Aalsmeer, Beverwijk, Bloemendaal, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Hoorn, Uitgeest, Velsen en Zandvoort. Ook de gemeente Amstelveen, die administratief werkt met de gemeente Aalsmeer, doet mee.

Uitgangspunt is het onderzoeksplatform Pointer gebaseerd op de bij het Nationaal Archief berustende Verkaufsbücher. Het onderzoek In Zuid-Kennemerland exclusief Haarlem wordt uitgevoerd door historici van de Radboud Universiteit in Nijmegen en zal naar verwachting in december 2022 worden aangeleverd aan de deelnemende gemeenten. In Haarlem is reeds in 2020 door het bureau Blauw Historisch Onderzoek (1) onderzoek gedaan en daarover december 2021 gerapporteerd. Daaruit blijkt dat Haarlem tijdens WOII geen aankopen heeft gedaan die tot rechtsherstel moesten leiden , tevens na de Bevrijding geen naheffingen voor erfpachtsom of straatbelasting zijn gevorderd.

(1) Rapporten met onderzoeken naar onteigening [roof] van van Joods vastgoed zijn door Blauw Historisch Onderzoek reeds uitgebracht in opdracht van de gemeenten Utrecht in 2000 , Eindhoven, 2021, Haarlem, 2021 en Arnhem in 2022.

Het gehele rapport betreffende Haarlem, dat 36 pagina’s telt is gepubliceerd op het Internet. We beperken ons onderstaand tot de CONCLUSIES, pagina’s 32-33

Conclusies ten aanzien van Joods vastgoed Haarlem en gemeentelijke verantwoordelijkheid in rapportage door Blauw Historisch Onderzoek, december 2021

Vervolg en slot conclusie rapport Haarlem, door Blauw Historisch Onderzoek, pagina 33.
Ingezondenbrief van Avraham (Albert) deVries, Azor, Israël (Haarlems Dagblad, 22 juni 2022)

VORDERING VAN ONROEREND GOED (HUIZEN, GARAGES, SCHOLEN, INSTELLINGEN) IN HEEMSTEDE, 1940-1945, TEN BEHOEVE VAN DE DUITSE WEERMACHT (1) op grond van Verordening 144/1940

In het collectief geheugen is min of meer gebleven dat de Duitse bezetters o.a. fietsen [zie circulaire aan eind bijdrage], kerkklokken en  radiotoestellen (1) vorderden. Minder bekend is dat dat ook gold voor goud, metalen (koper, tin, lood etc.), textiel, hout, personenauto’s, vrachtauto’s, paarden e.d. Van Joodse medeburgers die werden gedeporteerd werden sieraden en banktegoeden in beslag genomen door de bank Lippmann-Rosenthal en Co. (LiRo), berucht als  ‘Duitse roofbank’. Kunst en antiek hadden de interesse van Duitse nazi-officieren zoals Aloïs Miedl en Walter Andreas Hofer die voor het – niet gerealiseerde –  Führermuseum van Hitler in Linz werkten,  dan wel voor de residenties van rijksmaarschalk Hermann Goering (o.a. Carinhall nabij Berlijn en kasteel Veldenstein).

Mevrouw Catalina von Pannwitz-Roth, van Joodse origine, wist een zodanige deal met Goering te sluiten, door enkele van haar kunstwerken op de Hartekamp aan hem te verkopen, onder de bedinging dat het landgoed nimmer bezet zou worden. Tevens ontving zij een vrijgeleide naar Zwitserland.

Geen genade was er echter voor het Joodse echtpaar Gutmann van Bosbeek. Ondanks een door Heinrich Himmler verstrekt vrijgeleide naar familie in Italië zijn zij op de trein gezet naar Berlijn, en vandaar niet richting Rome via Milaan – waar de familie dagenlang vergeefs op het station uitkeek naar elke trein afkomstig uit Duitsland – maar naar kamp Theresiënstadt vervoerd. Omdat Fritz Gutmann daar bleef weigeren kunstschatten waarvan hij eigenaar was aan de nazi’s met een handtekening te overhandigen is hij letterlijk doodgeknuppeld (2) en zijn echtgenote, baronesse von Landau, werd enige tijd later in Auschwitz vergast. Naast voorwerpen en materialen zijn ook onroerende zaken zoals huizen (o.a. voor  officieren), garages (ten behoeve van vervoermiddelen) en andere gebouwen door de Duitse bezetters inbeslaggenomen.

In het standaardwerk ‘Onderdrukking en Verzet’ wordt op pagina 694 van deel 2 een beknopt en verre van volledig verzicht gegeven van door de Duitse nazi’s gevorderd materiaal. ‘(…) Van ongeveer 1943 dateren de openlijke en op grote schaal uitgevoerde plunderingen van allerhande soorten materiaal. Geroofd werden o.a. 415 centraalposten; 2 meetwagens; 35.000 telefoontoestellen; 41 complete huistelefooninstallaties; 265 telextoestellen; ongeveer 900 kilometer telefoonkabel; 290 km. loodkabel; 35 verkeerszenders; een omroepzender; 15 telegrafie- en telefonie-ontvangers; 58 mobiele zendontvangers; 99 omroepontvangers e.a..; 6 stoorzenders; een ontvang- en bedieningsinrichting scheepsstation. Hoewel aanvankelijk “slechts” incidentele en op eigen initiatief ondernomen roofacties plaats vonden, leidde de Duitse zin voor orde reeds gauw tot georganiseerde diefstal. De bezetter gebruikte daarvoor tal van methoden zoals bijvoorbeeld inbeslagnemingen van materiaal, verplichte leveringen, sloping van niet meer in gebruik zijnde kabels en kerktelefooninstallaties enz. (…)’.

Onderstaand een overzicht van inbeslaggenomen panden in Heemstede, waarbij wat uitvoeriger wordt ingegaan op de twee grootste gebouwencomplexen:1)  het instituut Meer en Bosch en 2) seminarie Hageveld.

Noten: 1: Nadat eerder de radiotoestellen van Joden waren gevorderd volgde op 13 mei 1943 een verordening van de Höheren SS und Polizeiführer Rauter (no.1/143) waarin alle zich in het bezette Nederlandse gebied zich bevindende radio-ontvangtoestellen met toebehoren en eventuele reserveonderdelen verbeurd zijn verklaard. Dit hield in: verplichte inlevering van radio-toestellen. Deze zijn tijdelijk opgeslagen in de bloembollenschuur aan de Herenweg 147. Op dit terrein wordt eveneens een bunker gegraven [op 23 juli 1945 vrijgegeven]. Op 10 februari 1944 zijn alle inbeslaggenomen radiotoestellen – een aantal wordt niet genoemd – naar elders overgebracht en kon daarmee de huur van de bollenschuur worden beeïndigd.

2. Deze bloedfanatieke bewaker viel later in ongenade bij zijn superieuren, is overgeplaatst naar Auschwitz, en is aldaar door Joodse gevangenen die hem herkenden van zijn brute optreden in Theresiënstadt  door hen vermoord. Over Bosbeek en Frits Gutmann, zie o.a.- Simon Goodman. De wolven namen alles mee; op zoek naar door de nazi’s geroofde kunstverzameling aan mijn familie. Amsterdam, Meulenhoff, 2015, en van Gerard Aalders. Roof, de ontvreemding van joods bezit tijdens de Tweede Wereldoorlog. Den Haag, SDU, 1999.

OVERZICHT HEEMSTEDE AFKOMSTIGUIT DE VERKAUFSBÜCHER  (Pointer): 

Achterweg 5, van 3 mei 1942 tot 5 oktober 1942 : Emmakliniek van Meer en Bosch (2)

Achterweg 6, van 6 oktober 1942 tot 7 mei 1945 tot 7 mei 1945: Organisation Todt (3)

Achterweg 6, van 1 februari 1943 tot 7 mei 1945: woning (4)

Achterweg 1,3,5 en 7 van 23 maart 1943 tot 7 mei 1945: Ortslazarett (5) Feldpost 02.699

Van 6 april 1944 tot 7 mei 1945 (6)

Van 8 mei 1945 tot 5 juni 1945

P.Aertslaan 6, van 11 juli 1940 tot 5 29 april 1971: Offiziersheim (7)

Blekersvaartweg 3, 3b, van 1 juli 1940 tot 27 juli 1944: Smederij en kantoor

Blekersvaartweg 9, van 3 november 1940 tot 7 mei 1945: Tankstelle (8)

Blekersvaartweg 53, 22 november 1943 tot 31 december 1943: Garage

Brederodelaan 9, van 14 februari 1941 tot 1 juli 1941: Woonhuis

Bronsteeweg/hoek Lanckhorstlaan, van 1 januari 1941 tot 28 februari 1945: tuin – schuilkelder

Bronsteeschool, van 29 juni 1940 tot 12 augustus 1940: School (9) – 9 mei 1941 Opgeheven en van 16 november 1942 tot 6 oktober 1943 Ontruimd (10)

Scan1694

                                  Duitse soldaten bewaken de inbeslaggenomen Bronsteeschool

Bronsteeweg 55 en 57,  tot 14 mei 1941 Ontruimd (11)

Bronsteeweg 55, van 26 november 1942 tot 8 oktober 1943: Woonhuis

Bronsteeweg 57, van 25 maart 1942 tot 8 oktober 1943: Woonhuis

Bronsteeweg 36a, van 20 november 1942 tot 28 augustus 1943: houten schuur (12)

Camplaan 4, van 4 april 1943 tot 16 juli 1945:  Autoboxen

Cesar Francklaan 7, vanaf 8 mei 1943:  Evacuatieadres

Cloosterweg 24 Seminatie Hageveld, van 29 oktober 1940 tot 29 november 1940 (13)

Cloosterweg 24, van 30 mei 1942 tot 15 januari 1945 (14); van 1 april 1945 tot 7 mei 1945; van 8 mei 1945 tot 25 mei 1945 (14).

Cloosterweg 16a, 16b, 18, 18a, 18b, 20, 20a, 20b, 22, 22a, 22a, 24a, (15) 26 en 30, van 15 juni 1943 tot 15 december 1944 (15) Woonhuizen; 30 mei 1942 tot 15 januari 1945; van 1 april 1945 tot 7 mei 1945; van 8 mei 1945 tot 25 mei 1945.

Clusiuslaan 1,van 29 januari 1944 tot 26 juli 1944: Woonhuis; van 14 maart 1944 tot 31 maart 1944

Crayenesterlaan 17, van 1-11-1942 tot 20 april 1943: Woonhuis

(Crayenesterlaan 29, van 7 mei 1945 tot 27 mei 1845:  Lagere School)

Cruquiusweg 36 en 38, van 19 april 1944 tot tot 24 augustus 1944: Herenhuis/garage

Cruquiusweg 160, van 1 november 1940 tot 15 februari 1944: Woonhuis

Cruquiusweg 164, De batterij Feldpostnummer L.16809 vordert perceel nummer 164 (tot 10 september 1940). In de woning trekken 1 officier, 2 onderofficieren en 20 manschappen.

Cruquiusweg, van 6 juni 1944 tot 1 juli 1944: Reinigingsdienst (16)

Cruquiusweg, van 1 juni 1940 tot 15 april 1941: Weiland A.Milatz (17); van 13 juni 1944 tot 1 juli 1944.

Glipperweg 1-1a, van 26 april 1944 tot 26 juni 1944: Woonhuis

Glipperweg 83, 83a, 83b. van 1 februari 1944 tot 16 augustus 1944. Intelligence Rapport (18)

Glipperweg 85, van 7 september 1940 tot 27 juni 1941: Meer en Berg; van 3 juli 1942 tot 11 november 1942; van 28 juli 1943 tot 26 augustus 1943: Oranjerie; van 16 mei 1945 tot 31 juni 1945. [Vanaf 1931 was Meer en Berg eigendom van een bank en heeft het huis lange tijd leeg gestaan. De Duitsers hebben het pand in een ontredderde staat achtergelaten. In het omliggende terrein zijn 38 bunkers ingegraven, die na de oorlog zijn verwijderd. Na de bevrijding zijn in het souterrain van Meer en Berg enige tijd Canadese soldaten gelegerd].

orangerie

De prachtige orangerie van Meer en Berg, hier op een foto uit 1928, is door de Duitse bezetters ernstig beschadigd. Soldaten vernielden de aanwezige ‘witjes’ ofwel grisailles van Jacob de Wit door de blote engeltjes als schietschijf te gebruiken.

Oranjerie

(Uit: Haarlems Dagblad van 25 juli 1952: ‘Oranjerie in het wandelbos “Meer en Berg” wordt gesloopt’)

Glipperweg 91, van 1 februari 1944 tot 16 augustus 1944: Bosbeek (19) (20)

Ten aanzien van landgoed Bosbeek is het volgende bekend.  Op 11 augustus  vaardigde de bezetter Verordening 154/1941 uit, waarin regelingen werden getroffen voor de liquidatie van joods onroerend goed en hypotheken. Op grond van deze verordening moesten alle joodse goederen en hypotheken worden aangemeld bij de Niederländische Grundstückverwaltung (NGV), die het beheer van deze goederen op zich nm. De huuropbrengsten en verkoopsommen werden na controle door de Vermögensverwaltung- und Renteanstalt (VVRA) naar de Liro-bank overgemaakt. Huize Bosbeek kwam op 6 augustus 1942 onder beheer van de NGV. Op 14 februari 1944 verkocht de NGV het landgoed voor 135.000 gulden aan de National  Sozialistische Volkswohlfahrt eingeträgener Verein (NSV) te Berlijn. Van de  koopprijs is een bedrag van 65.000 gulden besteed ter aflossing van een op de onroerende goederen rustende krediethypotheek ten behoeve van de Trustenad te Amsterdam. (…) De erfgenamen van Fritz Gutmann zijn op 5 mei 1945 (formeel) in het beheer van Huize Bosbeek hersteld. Tezamen met Tustenad (de vennootschap waarin bepaalde belangen van de familie Gutmann waren ondergebracht, hebben zij zich vervolgens ingespannen on in hun eigendomsrechten met betrekking tot het landgoed te worden hersteld. De Afdeling Rechtspraak van de Raad voor het Rechtsherstel overwoog in haar vonnis van 7 januari 1950 dat de vorderingen van partij Gutmann en Trustenad, behoudens enkele ondergeschikte punten, toegewezen konden worden en herstelde hen in de eigendomsrechten van het landgoed. De rechtsherstelrechter verklaarde hiertoe de vereenkomst waarbij de NGV Huize Bosbeek aan de NSV had verkocht nietig, evenals de aflossing van de hypothecaire vordering van de Trustenad en het door de Treuhänder van Trustenad verleende royement van de hypotheek. In het vonnis wordt tevens vermeld dat tussen de partijen is overeengekomen dat tussen partijen is overeengekomen “dat de N.S.V. “ter algemene verrekening van huren en lasten zomede van tijdens de bezetting aan het onroerend goed toegebrachte schade” aan partij Gutmann zal betalen een bedrag van 19.669,48 gulden”. Op 29 december 1950 verkochten de erfgenamen van Fritz Gutmann Huize Bosbeek vervolgens voor 135.000 gulden aan de Sint Hiëronymus Aemilianus Stichting te Amsterdam (Congregatie van de Zusters van de Voorzienigheid). 

Glipperweg 91a, 91b, van 4 februari 1944 –   Intelligence Rapport (18)

Glipperweg 91c, van 15 februari 1944 –   Groenendaal – Verversingshuis en speeltuin. Zie Intelligence Rapport (18)

Glipperweg 77, van 4 februari 1844 tot 15 december 1944: Woonhuis

Glipperweg 104j, van 31 januari 1944 tot 26 april 1944: Woonhuis

Glipperweg 104k, van 31 januari 1944 tot 15 juni 1944: Woonhuis

Glipperweg 104l, van 31 januari 1944 tot 26 april 1944: Woonhuis

Glipperweg 114, van 3 maart 1944 tot 14 juli 1944: Woonhuis

Glipperweg 130, van 29 augustus 1944 tot 20 november 1944: Woonhuis

Hugo de Grootlaan 3, van 14 december 1940 tot 24 december 1944: Woonhuis

Hugo de Grootlaan 13, van 14 december 1940 tot 24 december 1940: Woonhuis

Gem. Haven, van 1 januari 1943 –  Kade (21)

Havenstraat 65, van 3 mei 1945 tot 16 juli 1945: Loods kolenhandel Teeuwen

Heemsteedse Dreef 203, van 16 november 1942 tot 21 januari 1943: Dreefgarage + 25 maart 1943 tot 26 augustus 1943: boxen; van 15 oktober 1943 tot 10 februari 1944

Heemsteedse Dreef 241, (22)

Herenweg 1, van 5 mei 1944 tot 1 augustus 1944: Inclusief stallen + van 14 maart 1945 tot 31 maart 1945: garage.

Herenweg 1a, van 5 mei 1944 -; van 14 maart 1945 tot 31 maart 1945

Herenweg 3, van 16 oktober 1940 tot 1945: de Hartekamp [bescherming maar in overeenstemming met een order van rijksmaarschalk Goering geen bezetting]

Herenweg 11c, van 24 februari 1945 tot 13 april 1945

Herenweg 71, van 29 januari 1944 tot 27 juli 1944: incl. Schuur + kistenloods

Herenweg, van 22 januari 1943 tot 1 maart 1944: kiosk (23)

Herenweg, van 1 september 1944 tot 12 september 1944: Weiland

Herenweg 77a, van 5 augustus 1940 tot 1 maart 1944: woonhuis, 77b Garage en (24) van 17 april 1944 tot 27 juni 1944: portierswoning, terrein + kantoor; van 8 april 1945 tot 8 mei 1945 zonder vordering

Herenweg 83, van 6 augustus 1942 tot 1 maart1944; van 28 januari 1943 tot 1 maart 1944: tuin

Herenweg 99, van 5 februari 1941 tot 10 juni 1941:  Henricusschool.[De Ortskommandantur Haarlem deelt op 20 maart 1941 mede dat het sportterrein van de school Herenweg 99 voortaan op woensdagmiddag van 14.00 tot 16.00 uur en zondagavond van 20.00 tot 22.00 uur door de Eenheid Feldpost L32.351 zal worden gebruikt. Het legeronderdeel is gelegerd in de Henricusschool].

Herenweg 94, Op 27 mei 1942 vorderden de Duitsers het perceel Oude Posthuis.

Herenweg 101, van 22 november 1940 –    R.K. Verenigingsgebouw; van augustus 1942 tot 1 maart 1944; van 7 juni 1943 tot 1 maart 1944: Sportterrein; van 17 april 1944 tot 20 december 1944: Einheit 07.999.

Herenweg 101a, 103, 103a, van 17 april 1944 tot 20 december 1944, 101a Jozefschool, 103a Broederhuis – Einheit 07.777

Herenweg 105a, van 5 mei 1944 tot 20 december 1944: Woonhuis

Herenweg 105b, van 7 augustus 1942 tot 1 maart 1944: Woonhuis

Herenweg 147, van 14 maart 1943 tot bevrijding: hoek Zandvoortselaan  (25)

Herenweg 2,4, van 26 april 1944 tot 22 september 1944: Hertenduin

Hertenduin

Het door de Duitse bezetters gevorderde Hertenduin aan de Herenweg Heemstede

Herenweg 6, 6a, van 26 april 1944 tot 22 september 1944: Zomerhuis

Herenweg 8, van 26 april 944 tot 22 september 1944: Dennenheuvel + Kadijk 29/28; van 17 februari 1945 tot 6 mei 1945; van 14 mei 1945 tot 10 september 1945.

Herenweg 20, van 4 februari 1944 tot 26 april 1944: Woonhuis

Herenweg 22, van 16 september 1944  (26)

Herenweg 62, van 27 november  1940 tot 10 juli 1941:Woonhuis

Herenweg 126, van 19 april 1945 tot mei 1945: Kennemerduin (Duitse eenheid)

Herenweg 158, van 11 juni 1945 tot bevrijding

Herenweg 180, van 18 oktober 1943 tot 27 november 1943: Woonhuis.

Herfstlaan 2, van 8 september 1944 tot 20-11-1944: Woonhuis

Herfstlaan 4, van 9 november 1943 tot 1 juni 1944: Woonhuis

Herfstlaan 18, van 9 september 1944 tot 5 december 1944: Woonhuis

Herfstlaan 20 Nadat ir. Herman van Tongeren 9  september 1944 door de Duitse bezetters is vermoord, werd het huis in beslag genomen en is het  enige tijd door Duitse officieren bewoond. De familie, bestaande uit de weduwe mw. van Tongeren-Boers en 5 kinderen is elders in de gemeente gehuisvest, Van der Waalslaan 27

Herfstlaan20

de villa Herfstlaan 20 Heemstede

Herfstlaan 22, van 26 mei 1944 tot 5 december 1944: Woonhuis (27)

M Hobbemastraat 12, van 8 april1943 tot 12 september 1944: Woonhuis en garage

P.C.Hooftkade 1, van 15 januari 1941 tot 27 juni 1941

P.C.Hooftkade 1 t/m 5,  augustus 1944 

 Javalaan 2, van 1 augustus 1944 tot 9 september 1944

Kadijk 2, van 1 augustus 1944 tot 9 september 1944

Kadijk 29, van 26 april 1944 tot 1 augustus 1944 Intelligence Rapport (18)

Kerkplein 3, van 17 februari 1943 tot 26 maart 1944

W.Klooslaan van 24 oktober 1940 tot 31 maart 1942: bouwterrein voor bouw garage

Lanckhorstlaan 57, van 29 juni 1940 tot 11 augustus 1940: Jacobaschool; idem van 15 november 1940 tot 26 juni 1941.

Scan1693

Het gebouw van de Jacobaschool aan de Lanckhorstlaan dat evenals andere schoolgebouwen in Heemstede eerst diende als onderkomen van Nederlandse militairen en na de bezetting van  Duitse soldaten., 9e Regiment Infanterie. Op 29 juni 1940 bezetten Duitsers de Jacobaschool met 15 onderofficieren en 97 manschappen. De leerlingen zijn ondergebracht in de woonhuizen Frans Schubertlaan 25 en 50. 

Lanckhorstlaan 85, van 23 november 1943  –  : Woningevacuatie

Leidsevaartweg 161, van 3 november 1942 tot 16 juni 1944: Woonhuis

Scan1696

Inkwartieringsbiljet ten behoeve van de Duitse Weermacht.Op het laatst van de oorlog wisselden de troepenverplaatsingen zich steeds sneller af. Door de terugtocht van de Duitsers bleven veel onderdelen slechts enkele dagen of weken in de kuststrook. Huizen en garages werden dan ook doorlopend gevorderd. Daarnaast vond op grote schaal inkwartiering plaats van personen uit de kuststeek, die wegens sloop hun huis gedwongen moesten verlaten. Op 5 januari 1943 telde Heemstede 195 gezinnen met in totaal 505 ingekwartierde personen. Op 13 januari zijn in Zandvoort 6.609 mensen geëvacueerd. Een fors deel van hen moest in Heemstede worden ondergebracht. 16 januari moesten op last van het Evacuatiebureau te Alkmaar in Heemstede enkele honderden woningen worden ontruimd ten behoeve van evacuees. De bewoners moesten elders (met vergunning in Heemstede zelf) onderdak zoeken. Een aanvang is gemaakt met de evacuatie van gepensioneerden en ouden van dagen. Eind maart 1943 deelde de gemeente mede dat geëvacueerde3 gezinnen210 panden hebben betrokken, waarvan 80 door 2 of meer families, terwijl een tiental woningen door tussenkomst van de Duitsers betrokken werd door werknemers van Holland Nautic of door personeel van Meer en Bosch. In juni 1943 hebben zich tengevolge van evacuatiemaatregelen in Zandvoort nog 55 personen uit Zandvoort in Heemstede gevestigd en uit Velsen kwamen 140 personen naar Heemstede toe. September 1943 vestigden zich als gevolg van gedwongen evacuatiemaatregelen zich 796 menden uit Zandvoort in de gemeente Heemstede. Het totaal uit Zandvoort afkomstige personen kwam daarmee op 1366. Ten slotte vestigden zich in juli 1943 nog eens 275 mensen uit Zandvoort in Heemstede.

Meerweg 18, van 3 september 1942 tot 24 juli 1945: Woonhuis (29)

Meerweg 49, van 15 juli 1944 tot 9 september 1944: Woonhuis

Van Merlenlaan 8, van 7 maart 1944 tot ?

Van Merlenlaan 10, van 14 maart 1945 tot 31 maart 1945

Van Merlenlaan 21,van 6 juni 1944 tot 15 augustus 1944: Woonhuis (30)

Van Merlenlaan 29, van 14 maart 1945 tot 31 maart 1945: Woonhuis

Van Merlenlaan 30,     ?  tot 1  mei 1945 Politierapport

Van Merlenlaan 31, van 29 januari 1944 tot 27 juni 1944. Intelligence Rappoort (18)

Van Merlenlaan 42, van 14 maart 1945 tot 31 maart 1945

Molenwerfslaan, van 17 juli 940 tot 30 september 1940 Mariaschool; van 1 oktober 1940 tot 10 februari 1944. Ingang bij Hageveld; van 17 april 1944 tot 25 augustus 1944. Op 22 juni 1940 zijn 56 Duitse soldaten ondergebracht in de bewaarschool en zijn vier officieren bij particulieren in de omgeving ondergebracht.

Molenwerfslaan 3, van 19 april 1944 tot 24 augustus 1944

Molenwerfslaan 7, van 17 december 1940 tot 10 februari 1944 St. Aloysiusschool; van 30 september 1940 tot 10 februari 1944. Ingang bij Hageveld; van 17 april 1944 tot 24 augustus 1944.

ddd_010452281_mpeg21_p004_image

(uit: Haarlem’s Dagblad, 2 oktober 1941)

Nobellaan 1, van 23 december 1940 tot 10 juli 1941

Oudemanslaan 9 van 23 december 1940 tot 10 juli 1941.

Overboschlaan 26, van 25 november 1942 tot 8 oktober 1943

A.Pauwlaan 4, van 29 mei 1940 tot 20 juli 1941

A.Pauwlaan 19, van 29 mei 1940 tot 3ot 30 juli 1941 (31)

Bosch en Hovenschool

De Bosch en Hovenschool aan de Adriaan Pauwlaan. 17 mei 1940 had bezetting plaats door Duitse militairen van de Bosch en Hovenschool en Bronsteeschool. Hauptmann Hildebrand bezocht met 2 Duitse officieren het raadhuis. Zij vorderden 2000 kilogram stro voor 500 tot 600 mensen., voor drie uur te bezorgen aan beide scholen. Verder moet door de gemeente zorg worden gedragen dat op 18 mei 150 paarden kunnen worden ondergebracht. Op 22 mei is 1500 kilogram stro afgeleverd bij de Bos en Hovenschool.

Raadhuisstraat 65, van 11 februari 1941 tot 7 mei 1941: Tankstelle (32)

Rijnstraat 2, van 15 maart 1944 tot 16 maart 1944. Intelligence Rapport (18)

Schoolplein 1 [Julianaplein]/Dreef van 13 november 1944 –  Dreefschool Intelligence Rapport dd 3.12.1944 (33)

  1. Schubertlaan 25, 30 van 15 november 1940 tot 27 juni 1941. Leerlingen Jacobaschool

Scan1695

Voorbeeld van een ontruimingsbevel. Als gevolg van de afbraak van woningen in Zandvoort, Velsen IJmuiden moesten vele inwoners van deze gemeenten worden geëvacueerd. Een fors deel van hen werd in Heemstede ondergebracht, waardoor ook vele Heemsteedse gezinnen moesten verhuizen.

Alb. Thijmlaan 73-75, van 1 maart 1944 tot 15 december 1944: Garages

J.P.Thijsselaan 2, van 13 maart 1944 tot 28 juli 1944

J.P.Thijsselaan 12, van 29 januari 1944 tot 28 april 1944

Troelstralaan 32, van 29 februari 1944 tot 25 april 1944. Intelligence Rapport (18)

J.P.Troelstralaan 38, van 28 februari 1944 tot 15 juni 1944

Troelstralaan 42, van 28 februari 1944 rot 15 juni 1944

Valkenburgerlaan 1, van 8 september 1944 tot 20 november 1944: Woonhuis

Valkenburgerlaan 2R, van 11 september 1941 tot 20 november 1944: Woonhuis

Roemer Visscherplein 19,21,23, van van 21 september 1940 – 23 mei 1941: Garage Ford; 22-1-1942 tot 10-2-1944; 12-1-1945 tot 17-3-1945

Roemer Visscherplein 25, Hotel Boekenrode –  inkwartiering Duitse militairen

Vondelkade 1, van 9 juni 1944 tot bevrijding

Vondelkade 34, van 9 november 1943 tot 26 maart 1944

Hugo de Vriesplein 2,4, 6 van 29 januari 1944 tot 28 juli 1944

Wagnerkade, van 10 april 1943 tot 28 augustus 1943  Weiland

Wagnerkade 79, 81, van 15 juni 1944 tot 25 juni 1944

[Wilheminaplein 3 voor 1940-1941 Organisation Todt]

Zandvoortselaan 23, van 30 november 1940 tot 7 mei 1941: Benzinepomp Tromp

Zandvoortselaan 115, van 10 juni 1944 tot 1 juli 1944

Zandvoortselaan 122, van 10 juni 1944 tot 30 juni 1944

Zandvoortselaan 131, van 18 mei 1943 tot 23 november 1943: Garage

(Bron: Gemeentearchief Heemstede, WO11, Noord-Hollands Archief, met dank aan Marcel Bulte en Dolf Böing)

Bij in beslag genomen huizen door de Duitsers werd soms een waarschuwingsbord geplaatst

NOTEN

(1) In het merendeel van de gevallen kon niet worden achterhaald welke Duitse legeronderdelen de scholen, gebouwen of woonhuizen hadden betrokken. De Duitse legerautoriteiten hadden immers via de Commissaris van de Koningin de Burgemeesters verboden daarvan melding te maken. Zie ook schrijven van de gemeenten in Noord-Holland.

(2) Op 3 mei 1942 werd de Koningin Emmakliniek met meubilair gevorderd. In dit gebouw werden ongeveer 45 patiënten derde klasse en enkele tweede klas patiënten verpleegd. Een dag later werd het complex via de Duitse Weermacht gevorderd voor de Organisation Todt. (O.T.). Deze organisatie was verantwoordelijk voor de bouw van bunkers en verdedigingswerken voor de kust van Noord-Holland, aanleg van de z.g, Atlantikwall.

ARCHIEF TWEEDE WERELDOORLOG 1940-1945 in  het Noord-Hollands Archief (Inventaris van het archief van de gemeente Heemstede 1930-1980).

Archiefnummers WOII Heemstede + 1816 = Stukken betreffende de inkwartiering van Duitse militairen, 1940-1948 1 omslag (NHA)

HET DRAMA VAN MEER EN BOSCH

emmerik

Entree van monumentaal hoofdgebouw van Meer en Bosch op een houtsnede van F.H.van Emmerik

Meer en Bosch

Meer en Bosch, koningin Emmaklniek met een rood geschilderd kruis op het dak als waarschuwing voor geallieerde bombardementsvliegtuigen dat hier een ziekenhuis was gevestigd.

Kort voor de bezetting waren de diaconen Vermeer en Kroon die al geruime tijd N.S.B’er waren, wegens wangedrag door de directie van de inrichting voor verpleging van lijders aan vallende ziekte Meer en Bosch ontslagen. Na hun internering wilden zij terugkomen, maar het bestuur handhaafde het ontslag, bood echter naast een ruime wachtgeldregeling een pensioen aan op voorwaarde dat de heren niets meer van zich zouden laten horen. Er liep echter nog een verrader rond, die veel overbracht en later aan het Oostfront omkwam Toen weden de bestuursleden in Den Haag op het matje geroepen bij Müller Lehning, de NSB kommissaris voor niet commerciële verenigingen en stichtingen. Deze ontbond talloze verenigingen en maakte op de misselijkste wijze misbruik van zijn machtspositie. Hij eiste ook de terugkeer van twee ontslagen N.D.B.-personeelsleden en toen directie en bestuur dat principieel weigerde heeft hij Meer en Bosch alsmede ‘Bethesda-Sarepta’ op zijn manier ‘schoongemaakt’.

Dr.B.C.Ledeboer schreef in september 1945: ‘Van historische betekenis was het moment waarop onze voorzitter dominee  J.C.van Dijk van Bloemendaal bij de korte overdracht aan het nieuwe bestuur mededeelde, dat et gehele personeel, alle broeders en zusters, op één na, die ons bekend was als NSB-lid en het gehele overige personeel: tuinlieden, monteurs, timmerlieden etc. hun ontslag hadden genomen. Zij zouden nog één week werken en dan de verantwoordelijkheid overlaten aan jen, die meenden de leiding van het werk over te kunnen nemen, waaraan zij nooit gebouwd hadden en tegenover welks geest zij volkomen vreemd stonden.’ De Nederlandse politie kwam er aan te pas. De geneesheer-directeur dr.B.C.Ledeboer, hoofdbroeder W.F.de Vries en de mannelijke bestuursleden zijn gevangen genomen en naar de Weteringschans in Amsterdam overgebracht, waar zij gedurende vijf weken zijn vastgehouden.

Scan1704

Portret van directeur-psychiater dr. B.C.Ledeboer die zich in de oorlogsperiode grote verdiensten heeft verworven voor het Meer en Bosch.

Het oude bestuur is het gelukt dat 108 achtergebleven patiënten konden worden opgenomen in het Provinciaal Ziekenhuis nabij Santpoort. In een overwinningsroes maakte de Weerafdeling (W.A.) op 28 maart 1942 een muzikale ommegang op het terrein van Bethesda-Sarepta. De gevangenen, beschuldigd van sabotage, het bezit van wapens in de inrichting, het in dienst hebben van Duitse joden en het oproepen tot onrust, zijn vrijgelaten nadat de kerken zich in een manifest verontwaardigd hadden getond en ook de Nederlandse artsen in een open brief scherp tegen de gang van zaken hadden geprotesteerd. Binnen vijf weken hadden de N.S.B.’ers met behulp van de Duitsers op Meer en Bosch een nieuwe verpleeginrichting voor epilepsie geopend. Dr.J.Dozy trad daarbij op als geneesheer-directeur en de Haarlemse predikant ds. P.W.Foeken was voorzitter van het bestuur, terwijl ook de nieuwbakken voorzitter van Koophandel NSB’er mr. de Kock van Leeuwen de kiesheid had in het nieuwe N.S.B.bestuur de plaats van zijn gewaardeerde moeder, die in het oude bestuur zitting heeft gehad, te gaan zitten. Onder de nieuwe leiding werd de organisatie een chaos en het geval deed zich zelfs voor dat het nieuwe bestuur een der beide N.S.B.-broeders moest ontslaan. Eerder hadden de nieuwe bestuurders op Meer en Bosch een feestmaal aangericht, waarbij de voor de patiënten bestemde levensmiddelen gretig werden aangesptoken. Zo kwam verder de melk van de ziekenbonnen van de patiënten later bij burgemeester van Riesen en de N.S.B.bestuursleden terecht.

Toen dr.Ledeboer uit de gevangenis kwam stuurde zijn opvolger een hoofdinspecteur van politie uit Haarlem op hem af om te weten te komen welke geneesmiddelen aan de patiënten moesten worden gegeven. Hun aantal was reeds verminderd van 600 tot ongeveer 100, omdat vanuit alle delen in het land familieleden de patiënten naar huis haalden. De N.S.B.’ers en de Duitsers hadden vergaande plannen om in deze inrichting in de nazigeest alle epilepsiepatiënten van Nederland hier te behandelen, waaronder ook gedacht werd aan een verplichte sterilisatie. Maar de N.S.B.’ers kregen niet de tijde om die plannen uit te voeren, want de panden werden uiteindelijk door het Duitse leger gevorderd.

In mei 1942 is de Emmakliniek gevorderd om Duitse soldaten te legeren en ons op Meer en Bosch een ‘Krankenrevier’ van de Organisation Todt gevestigd. Geleidelijk zijn de gebouwen in gebruik genomen voor een groot Ortslazarett ofwel een oorlogsziekenhuis. Toen verhuisde men met de overgebleven 25 patiënten in een door burgemeester van Riesen gevorderde villa. Tijdens de oorlog hield dr.Ledeboer en zijn helpers steeds contact met zijn oude patiënten, van wie een groot deel thuis verpleegd werd. In alle stilte was een nazorgdienst georganiseerd. Er trokken twee dokters en zes broeders het hele land door om de patiënten te bezoeken en de geneesmiddelen te bezorgen die zij nodig hadden. In een inrichting in Zeist zijn tussen november 1944 en de Bevrijding toch nog elf patiënten afkomstig uit Meer en Bosch overleden. Te weten: 1) Alphonse Bosman, overleden 3-3-1945; 2) Elisabeth Bakker, 8-1-1945; 3) Gerardus J.H.van Erp, 8-5-1945; 4) Teunis Geels 15-11-1944; 5) Richard F.van Herwaarden, 14-11-1944; 6) Antonie H.de Jong, 6-5-1945; 7) Gijsbert Kardol, 4-1-1945; 8) Theodorus de Munck, 4-11-1944; 9) Cornelis Overeem, 22-11-1944; 10) Geoffrey R.Taylor, 8-2-1945; en 11) Pieter Tromp, 2-1-1945.

Zoals veel mannen vrijwillig of verplicht hebben gewerkt bij de Organisation Todt, zo hebben tientallen vrouwen uit deze omgeving veelal korte tijd gewerkt voor het lazaret van de Duitse Weermacht op Meer en Bosch als verpleegkundige, schoonmaakster, op kantoor, in de keuken, de wasserij of het bordeel. In oktober 1943 werd de Heemsteedse echtgenote van SS’er Ruyg, gelegerd op Meer en Bosch, op last van de Ortskommandant door de politie in Hoorn gearresteerd. Zij was in die plaats betrapt met een andere SS’er. Deze werd gegijzeld tot de vrouw zich bij haar echtgenoot had gevoegd en zij is door twee Heemsteedse agenten naar Meer en Bosch overgebracht.

Scan1723

Reünie van de medewerkers van de Inrichtingen Bethesda-Sarepta en Meer en Bosch tijdens de bezetting van de Inrichtingen over ons land verspreid. Op een zomerse dag bijeen in Amersfoort in 1944.

Meerenbosch

Ondanks de risico’s hielden ook de diaconessen incidenteel een reünie bij dr.Burdet in Overveen.

Meer en Bosch werd in mei 1945 in een desolate toestand aangetroffen. Toen de Canadezen op 8 mei arriveerden lagen hierin omstreeks 500 deels zwaargewonde Duitsers, waaronder een aantal geblesseerden afkomstig van de slag om Arnhem.

Dingeldey

Aquarel van het Lazarett (in de vm. Emma kliniek)  door deDuitse soldaat Ernst Digeldey, mei 1945

Door bemiddeling van de Canadezen slaagde men erin die Duitsers naar elders over te brengen, en de bevrijders zijn nog enige tijd hier gehuisvest. Zuster J.J.Krommendijk noteerde: ‘Waar de Canadezen hadden gezeten was het vreselijk smerig. Het gekke was dat het heel schoon was waar de Duitsers hadden gezeten.’ Met man en macht is gewerkt om de epilepsiepatiënten weer op te kunnen vangen en op 8 juni 1945 kwam Meer en Bosch weer in het bezit van de rechtmatige eigenaars. Spoedig keerden de eerste patiënten terug. Onder andere de NSB-voorzitter van de Stichting, in het verleden een geacht Haarlems predikant, is na de bevrijding gedetineerd en heeft zich in 1947 voor het Tribunaal in Haarlem moeten verantwoorden.

Scan1705

Zuster J.J.Krommendijk ontvangt na de Bevrijding een koninklijke onderscheiding, opgespeld door burgemeester ridder van Rappard. Besturend broeder W.de Vries van Meer en Bosch kijkt toe.

Literatuuropgave: – J.C.van Dijk en B.Ch.Ledeboer. Het verzet van de inrichting een Meer en Bosch en Bethesda-Sarepta te Heemstede en Haarlem gedurende de bezettingsjaren. 1946 (tevens heruitgave in 1995); – E.J.Hulshof. Bestuur, directie en personeel pleegden verzet: meer en Bosch in de oorlogsjaren. In: Expres, mei 1995; – Adriaan Venema. Vanuit het duister; schetsen van honderd jaar epilepsiebestrijding. Amsterdam, 1982; – Mimi Vonk-Herwegh. Het verzet, 28 maart 1942 1942: NSB trof lege gebouwen aan. In: Expres, mei/juni 1985.

Ortslazarett

Tramhalte Glipperweg met rechts een bordje met opschrift  ‘Ortslazarett’, gevestigd op Meer en Bosch

========================================================================

In de boekenserie ‘Onderdrukking en Verzet’ is in het hoofdstuk over ‘De NSB en andere totalitaire organisaties’ het volgende gepubliceerd over Meer en Bosch in oorlogstijd: ‘Zeer grote invloed kreeg Müller Lehning, de commissaris voor de niet-commerciële verenigingen en stichtingen. Hij was slechts zetbaas van Schmidt, die o.a. hiervoor expresselijk naar Nederland was gezonden, maar bevoorrechtte in die hoedanigheid op ergerlijke wijze zijn eigen partij. Aan deze NSB-er, die met ruwe hand ingreep. was de “schoonmaak” van meer dan 120.000 verenigingen en stichtingen toevertrouwd. Hij ontbond talloze verenigingen en maakte op de misselijkste wijze misbruik van zijn machtspositie. Door zijn schuld zijn vrijwel alle epileptici uit de inrichting Meer en Bosch en Bethesda-Sarepta te Heemstede en Haarlem verdwenen.  Een prachtig christelijk liefdeswerk is voor jaren vernietigd omdat Müller Lehning er niet terstond in geslaagd was, twee nationaal-socialistische broeders te doen herbenoemen, die wegens wangedrag voor Mei 1940 waren ontslagen en met wie een alleszins redelijke schikking was getroffen. Hij heeft deze inrichtingen niet opgeheven, maar op zijn maniet “schoongemaakt”. Bestuur en directie werden vervangen door NSB-ers, met het onmiddellijke gevolg, dat de familieleden de patiënten weghaalden. De politie kwam er bij te pas, arrestaties hadden plaats, en in een overwinningsroes maakte de WA op 28 maart 1942 een muzikale ommegang op het terrein van Bethesda-Sarepta. Het mooiste van het geval was, dat kort daarna zelfs het nieuwe bestuur  een der beide NSB-broeders moest ontslaan. De melk van de ziekenbonnen der patiënten kwam later bij de nationaal-socialistische burgemeester van Heemstede Van Riesen terecht. Reeds eerder hadden de nieuwe bestuurders op Meer en Bosch een feestmaal aangericht, waarbij voor de patiënten bestemde levensmiddelenpaketten gretig werden aangesproken. Deze weerzinwekkende ondermijning van een tweetal uitermate nuttige inrichtingen, waardoor het aantal patiënten van zeshonderd tot vijf en twintig ingekrompen werd, noemde Müller Lehning “herordening”.’

INRICHTING VAN EEN WEHRMACHT-BORDEEL

Wehrmacht-bordeel. Uit Heemstede 1940-1945, een gemeente in bezettingstijd (1995, herdruk 2005) door Hans Krol, pagina 66

formulier dat door Duitse soldaten moest worden ingevuld wanneer men een door de Duitse autoriteiten geautoriseerd bordeel bezocht

vervolg Wehrmacht-bordeel Heemstede, pagina 67

Uit: Velsen 1940-1945, 1995, pagina 98. [bij de opsomming van ‘Puffs’ ofwel bordelen voor Duitse soldaten ontbreekt Heemstede. Verder zijn eind 1944 nog Duitse bordelen geopend in Wassenaar en Scheveningen. In Zandvoort waren twee ‘Puffs’ in panden aan de Parallelweg aanwezig, het ene voor Duitse soldaten en het andere  voor buitenlandse hulptroepen zoals Georgiërs en Kaukasiërs].

Vooromslag proefschrift van Laura Fahnenbruck. 2015 Ein(ver)nehmen; Sexualität und Alltag vonWehrmachtsoldaten in den besetzten Niederlanden 1940-1945.

=====================================================

Meerenboschirenekapel

Drie prentbriefkaarten van de kapel Irene van Meer en Bosch Heemstede uit circa 1930 (boven) en 1957 (midden en onder). Na de bouw van paviljoen Eben Haëzer op het terrein van Meer en Bosch ging in 901 een lang gekoesterde wens in vervulling: de bouw van een kapel. De inwijding van Irene (vrede) vond plaats op 2 juli. Het gebouw bood plaats aan 300 personen. Bij de inrichting van het godshuis werd er rekening mee gehouden dat het niet alleen voor feestelijke bijeenkomsten zou worden gebruikt doch ook voor feestelijke samenkomsten en uitvoeringen, voor gymnastiek-oefeningen enz. Door middel van rolluiken kon een gedeelte worden afgescheiden dat als leslokaal of vergaderruimte zou kunnen dienen. Zo kreeg Irene niet alleen op zondag, doch ook door de week een nuttige bestemming en voorzag het gebouw in een grote behoefte. ‘Hoevelen hebben aan Irene niet dierbare, heilige herinneringen! De naam Irene werd voor velen meer dan slechts een naam. Door een dankbare patiënt is Irene met een orgel verrijkt, hetwelk na de bevrijding door een electrisch pijporgel werd vervangen nadat een uitgebouwde nis de acoustiek van het gebouw verhoogde en aan ruimte gewonnen werd.’, aldus een in 1945 uitgegeven gedenkuitgave.

Irene

Koperdiepdruk van de Irenekapel, Meer en Bosch (SEIN), Heemstede

(3)  J.Dozy, (NSB-)directeur van Meer en Bosch schreef over deze gelegenheid en meldde dat Organisation Todt meer ruimte in beslag had genomen.

(4)  Deze woning werd gevorderd voor Vermeer, de Rechnungsführer van Organisation Todt.

(5)  Bij de vordering van deze gebouwen werd tevens bepaald dat een winstderving werd gegeven voor de tuinderij en duurdere inkoop van aardappelen, Getaxeerd op ƒ 1.800,-.

(6)  Meer en Bosch moest op dat moment geheel worden ontruimd.

(7)  Op 12 augustus 1940 werd het pand gevorderd als Offiziersheim. Gevorderd door eenheid 00432, getekend Feldpost 00432. Op 14 augustus 1940 nam Einheit 37.065 het pand over, waarin inmiddels een casino was gevestigd.

(8). Aan de Blekersvaartweg 9a waas het garagebedrijf A.van Houten gevestigd. Van Houten zelf woonde in de Oude Posthuisstraat. Aan de Blekersvaartweg 53 woonde de garagehouder A.G.van Houten. Zijn garage aldaar werd in 1943 voor ruim een maand gevorderd.

(9)  In deze periode werden vijf Duitse officieren, 18 onderofficieren en 130 manschappen in de school ondergebracht.

(10)  Op 16 oktober 1943 werd over de willekeur van de Duitse Weermacht geklaagd. Geschreven werd namelijk dat vanaf 16 november 1942 het gebouw enige malen door de Duitsers werd ontruimd, maar steeds niet was vrijgegeven.

(11) Inclusief de Hausmeisterwohnung aan de Overboschlaan 26.

(12) Deze schuur maakte deel uit van de ‘Bronstee’ Melkinrichting aan de Bronsteeweg 36.

(13) In juni 1940 vermoedde dr.C.J.Henning, regent van kleinseminarie Hageveld, dat het complex door de Duitsers gevorderd zou worden. Op 19 juni schreef hij de burgemeester dat verschillende ouders angstige bedenkingen hadden over een mogelijke inkwartiering van Duitsers en dat daardoor de leerlingen grote risico’s liepen met niet denkbeeldige luchtaanvallen. Begrijpelijk want hij droeg de verantwoordelijkheid voor een 350 jongens. Er heerste op dat moment grote onzekerheid over het geheel of gedeeltelijk ontruimen van Hageveld. Enkele weken later was er weer grote onrust op he seminarie.

Scan1702

Regent Henning, 40 jaar oud. Deze opname siert zijn bidprentje na zijn overlijden in 1985.

Door Duitse officieren was medegedeeld dat wanneer de jongens op 17 juli met vakantie gingen, zij de keuken zouden vorderen. Voorts zouden voor de officieren enkele vertrekken moeten worden ontruimd. Henning probeerde de Duitsers met een kluitje in het riet te sturen, door de te stellen ‘dat de Heren leraren op hun eigen kamer bleven tijdens de vakantie en personeel samen ongeveer 75 man.’ Kennelijk hadden deze en nog enkele andere bezwaren geholpen. Hageveld beef tot oktober 1940 nog ter beschikking van de seminariegangers. Op 31 oktober 1940 had een onderhoud tussen de secretarieambtenaar J.Snel, Oberleutnant Beckers uit Den Haag als vertegenwoordiger van de Duitse Weermacht en de regent van Hageveld plaats over de inbeslagname van Hageveld. Het complex inclusief speelplaats en bos moest worden ontruimd. Bedongen werd wel dat de leraren hun persoonlijke eigendommen mochten meenemen, dat twintig kamers met meubilair van het seminarie voor de officieren bewoonbaar zouden worden gemaakt ben dat de waardevolle meubelen, schilderijen en religieuze afbeeldingen, voor zover ze niet elders waren ondergebracht, in de bibliotheek zouden worden ondergebracht. De bibliotheek, de beide kapellen en het fysicalokaal werden afgesloten en door de Gemeente Heemstede verzegeld.

Scan1701

Hageveld ‘belegt von Dienststelle M 16899’

LOTGEVALLEN VAN SEMINARIE HAGEVELD 1940-1945

Scan1699

‘Der Wacht am Rhein’ voor het hoofdgebouw van Hageveld. Duitse matrozen van het 2. Schnellboots-flotille vormen hier een erehaag voor het bordes, 1944.

Scan

De bemanning van een Duits oorlogsschip in de haven van IJmuiden, 1944

Het spreekt vanzelf dat de Duitse bezetters belangstelling toonden voor het grootste gebouw van Heemstede: het rooms-katholiek seminatie Hageveld. Na de inbeslagname eind 1940 weken de studenten tijdelijk uit naar vooral Warmond en Katwijk. Eind november gaven de Duitsers Hageveld terug en ondanks het feit dat tuberculose en roodvonk heersten en de subregent M.van Ruijven tijdelijk gevangen werd gehouden, draaide Hageveld betrekkelijk normaal door. [Op 2 september 1941 zijn uiten schuur bij het seminarie Hageveld, waar de levensmiddelen van deze inrichting zijn opgeslagen worden door ongeveer 200 pond boter verpakt in kartonnen dozen ontvreemd, benevens ongeveer 50 pond cacao verpakt in een bruine papieren zak. Van deze ‘roof’ worden 400 seminaristen de dupe].  De 40.000 boeken van de bibliotheek werden met man en macht naar de kelders overgebracht, opdat deze culturele schat bewaard zou blijven. In het ‘Liber Memoralis’ is aangetekend: ‘Besloten is tot opvordering van het hele Seminarie. De kamers van de Heren moeten bewoonbaar zijn, met tafel en van behoorlijke stoelen voorzoen. Intussen is er heel wat uit het Seminatie aan voorraad verdwenen, door de tuin en over het Spaarne. Maar het stopzetten heeft in de keuken ook een paniekstemming veroorzaakt. Wie ermee begonnen is, valt niet uit te maken. Een feit is, dat de jongens menen, dat de etenswaren kunnen worden meegenomen naar huis. Een run ontstaat, waarbij er veel gemorst wordt. Gesommeerd wordt, alles zo veel mogelijk terug te brengen. Toch verdwijnt er veel in handen van verhuizers en zogenaamde helpers. De grote massa komt echter tere4cxht in klooster Alverna in Aerdenhout en de Mariastichting. ’s Middags verschijnt het voorkommando en nu begint het lieve leven. Oberleutnant Beckers is razend dat de kamers zo leeggehaald zijn, zelfs zeil is weggehaald, gordijnen, boekenkasten, lampen.

Belachelijke stoelen (namelijk toneelrequisieten) zijn op de kamers neergezet. Ofschoon de Regent dit laatste betreurt, zegt hij dat dit alles particulier eigendom is van de Heren en dat hij ze niet kan dwingen. Er wordt geraasd en getierd en de Heren en Zusters krijgen de aanzegging het huis te verlaten.’ De Kriegsmarine, met haven en oorlogsschepen in IJmuiden, bezette het gebouw om de kust te bewaken. De bijna 375 studenten hebben op even locaties elders in het Bisdom onderdak gevonden. In principe waren priesterstudenten vrijgesteld van de ‘arbeidsinzet’, ofschoon sommigen zich toch dienden te melden. Het schooljaar 1944-1945 is Hageveld op non-actief en studeren de jongens thuis of niet.

kriegsmarine

De Florillenartz, in het witte uniform, begroet op het bordes van Hageveld een Korvettenkapitän  met drie strepen op de mouw, 1944.

Op 22 april 1944 kreeg burgemeester van Riesen van de Duitse Beauftragte opdracht tot het vorderen van respectievelijk 30 en 35 personen om ten behoeve van de Duitse Weermacht te werk geteld te worden op de terreinen van seminatie Hageveld en in het wandelbos Groenendaal. De arbeidskrachten moesten reeds twee dagen later beginnen. NSB-wethouder Smit is met deze opdracht belast. Op 24 april verschenen er 26 voor Groenendaal en 23 voor Hageveld. Toen een Duitse zeeofficier (luitenant) op Hageveld kwam controleren telde deze 23 personen in plaats van de gevorderde 25 en eiste deze onmiddellijke completering. De burgemeester, die hiervan op de hoogte werd gesteld, was zo opgewonden, dat hij volgens een bewaard gebleven verslag dreigde ‘de Heemstedenaren uit hun huizen te sleuren om op Hageveld te gaan werken. Smit zou toen tegen de burgemeester gezegd hebben dat van Riesen zich als oud-kapitein niet moest laten bevelen door een jonge Duitse luitenant. Gemeentesecretaris N.Vos heeft de burgemeester vervolgens trachten te kalmeren. De opperluitenant van Politie Van Gelder kreeg niettemin opdracht ‘Een honderdtal personen desnoods met geweld op te pakken en naar Hageveld te brengen.’ De politiechef weigerde aan deze opdracht te voldoen. Wel zorgde hij er voor dat de volgende dag het door de Duitsers verplichte aantal arbeidskrachten aanwezig was. Op 3 november 1944 werden 150 matrassen

Hageveld4

                                 Hageveld in 1944 als oorlogsziekenhuis van de Duitse marine.

(14) Op 3 november 1944 werden 150 matrassen, 90 hoofdrollen en 190 kussens van het seminatie inbeslaggenomen. Dit beddengoed werd dor de Marine-intendanten van de ‘Dienststelle Amsterdam’ afgehaald en bestemd voor verdeling over enkele lazaretten. Eerder waren door een persoon uit de Kerklaan 1500 dekens van het seminarie ‘veiliggesteld’.  De NSB-portier van Hageveld verried dit en vroeg om die reden aan wethouder Stoutjesdijk als beloning vrijstelling van wachtlopen. Op het dak van Hageveld was, evenals op Meer en Bosch’, een groot rood kruis geschilderd om de geallieerde vliegers te attenderen op een gebouw dat dienst deed als ziekenhuis.

Scan1706

Als marinesoldaat, lid van 2. Schnellboots-Flotille in de haven van IJmuiden, was Helmut Schramm van 28 mei 1942 tot eind 1944 gestationeerd op Hageveld. Op bovenstaande afbeelding is hij op het balkon gefotografeerd met een kamergenoot. In 1999 bezocht hij tijdens een vakantie in Nederland nogmaals Hageveld, kwam in contact met Kees Stokman en stuurde nadien vanuit zijn woonplaats enkele foto’s uit de periode dat hij op Hageveld verbleef.

In november 1944 dreigde er niettemin een Engels bombardement op Hageveld en verlieten veel Duitsers hals over kop het gebouw. De bibliotheekboeken zijn op karretjes gesmokkeld naar het Bisschoppelijk Museum te Haarlem. Begin 1945 werd het zusterhuis vrijgegeven, de rest was nog vrijwel onbewoonbaar. Op Paaszaterdag 1945 wordt zelfs nog een Duits lazaret van de marine ingericht, maar na de bevrijding vestigden zich hier tijdelijk de Canadezen. De keuken draaide vrij snel weer en de nonnen maakten toen fruit in voor de winterperiode. ‘Na de oorlog moest zandstraling eraan te pas komen om het gebouw en mee fatsoenlijke aanblik te geven. Om te camoufleren was het namelijk van buiten beschilderd geweest en zag het eruit als een eeuwenoud roofslot, zoals regent Henning het noemde. Het was ondanks de Bevrijding een spannende tijd. Jongens waren door razzia’s weggevoerd, en het was de vraag of ij nog terug zouden komen. In september 1945 kwam alles weer in het dagelijkse gareel. De lessen werden hervat.’ Bijna 400 studenten kwamen Hageveld binnen om een nieuw schooljaar te beginnen. “Omheind met bomen en omgracht door water leeft Hageveld, onneembaar als een burcht. Van de hoge commandokoepel ziet de Goddelijke aanvoerder neer op zijn troepen, vuurt hen aan bij de aanval en houdt hen bijeen in verdediging. Hageveld is een sterke uitvalspoort voor de geestelijke verovering van Nederland, als de tijden gunstig zijn. Maar thans klinkt het bevel van den Hemelsche Bevelhebber: verdedig. En Hageveld is als een onneembare vesting en zal de tot nu toe veroverde grond niet meer afstaan.’, aldus een citaat uit het studentenblad van het seminatie ‘Rond de Koepel’  

Tussen 1942 en 1945 waren de leerlingen van Hageveld ondergebracht op diverse plaatsen o.a. in Haarlem en Westwoud. Bovenstaand een foto van de studieruimte in Westwoud omstreeks 1943 . Zie artikel van Hillebrand de Lange. Tweehonderd jaar Hageveld (1817-2017). In: HeerlijkHeden, nummer 171, winter 207, p.18-25

Scan1703

Hageveld in camouflagekleuren. Het zandstralen van de gevel na de Duitse bezetting.

Bronnen en verdere literatuur: – Gemeentearchief Heemstede, NHA-Haarlem; – Hageveld, 162 jaar balanceren tussen mores en sores; redactie en interviews door René Bouwmans, Joost Divendal en Stephan Steinmetz. Amsterdam, Monstrans, 1979; – Hanne Sas. Een verbrokkelde eenheid; Heemstede. In: Samen Kerk, mei 1995, nummer 6; – Hans Krol en Marcel Bulte. Heemstede 1940-1945; een gemeente in bezettingstijd. Haarlem, De Vrieseborch, 1995; – F.H. Hazenberg. Heemstede, 2011; – Landgoed Hageveld. – Peter Swinkels. Het andere verhaal. In: Jaarboek 2003 Stichting Reünisten Hageveld. Heemstede, 2004, p. 84-87.; – Frans van der Vlugt. Hageveld door de Kriegsmarine bezet. Nogmaals het andere verhaal. In: Jaarboek 2006 Stichting Reünisten Hageveld. Heemstede, 2008, p. 9-17.

(15) Vanaf 20 november 1944 mocht het perceel Cloosterweg 24a weer bewoond worden.

(16) Het betrof hier het voetbalterrein, waarop de ‘Einheit Mair’ beslag legde. Dit Duitse legeronderdeel had Feldpostnummer 18.966. Bedongen was dat de Duitse troepen dagelijks van acht tot tien of van ’s middags twee tot vier uur van het terrein gebruik zouden maken. Het betrof voornamelijk exercitie-oefeningen of sport.

(17) Dit stuk land van boer Milatz was gevorderd om eer een flak- en Schweinwerferstellung te bouwen. Deze luchtafweerstelling maakte deel uit van de verdediging van Schiphol. Rondom het vliegveld van Schiphol lagen op vele plaatsen dergelijke stellingen.

(18) Intelligence Rapport Haarlem, 20-4-1944 [geheim]. De landgoederen Groenendaal, Bosbeek en Meer en Berg, gelegen tussen Glipperweg, Kadijk, Herenweg en van Merlenvaart, zijn afgezet. Bij de ingangen staan de volgende schildwachten: Groenendaal, Glipperweg 93-95-97 en Molenlaan, uniform Luftwaffe, uitmonstering rood, kraagspiegels groen, broek Heer; Bosbeek, Glipperweg 911,a,b,c, uniform Heer, uitmonstering rood: Meerzicht (landgoed Meer en Berg), Glipperweg 83, uniform heer, tuniek doubles-breasted, uitmonstering rood, kraagspiegels en doodskop, zwarte helm.

Tegenover  Meerzicht, om de Dr. Schaepmanstraat, Troelstrastraat en Abraham Kuijperstraat zijn ring manschappen ondergebracht in woonhuizen, die tussen de door burgers bewoonde huizen verspreid zijn. Zij dragen werkpakken en zwarte veldmutsen.

Voor garage van Meerzicht stonden een vrachtauto op rupsbanden en een tank. Slechte waarneming, doch meende te zien: 8 of 10 spaken in voorste drijfwiel, naar schatting 6 wielen aan een zijde op de grond.

In de gebouwen aan de Glipperweg van Meerzicht zijn mijn inziens 100 tot 200 manschappen gelegerd. Aan de zuidzijde van het terrein bij Kadijk is bij een groepje bomen een loopgraaf van ongeveer 10 meter lengte gegraven. Tegen de bomen zijn plankjes gespijkerd, zodat men erin kan klimmen. Vanaf de Herenweg is in Groenendaal wijd verspreid graafwerk te zien. Onder de bomen staan auto’s geparkeerd, waar een aantal auto’s staan in 2 tot 3 meter uitgegraven loopgraven.

Volgens een voorbijganger zijn in dit gebied tot aan de van Merlenlaan 200 Heemsteedse (dwang)arbeiders te werk gesteld, benevens personeel van de Organisation Todt en boeren, die vrachten moeten rijden.

Tussen de van Merlenlaan en de van Merlenvaart ligt een begroeid duinterrein, waarop enige villa’s staan [Grotstuk]. Op enkle3 villa’s ma zijn deze afgezet. Tussen de bomen zichtbaar worden betonnen bunkers gebouwd. Volgens een voorbijganger geschat op een aantal van 10 tot 20.

(19) Na de oorlog werd Bosbeek op 29 juni 1945 in gebruik genomen ten behoeve van Bijzondere Jeugdzorg. Op 2 oktober 1946 was het complex daarvoor nog steeds in gebruik [tot 1949].

(20) De percelen Glipperweg 91, 91a, 91b, 91c werden beheerd door de N.S.Volkswohlfahrt E.v. in Nijmegen.

Laatste gesloopte bunker

bunker3

(Oorlogsbunker achter de Herenweg in Heemstede gesloopt (Nieuw Haarlemsche Courant, 4 september 1962)

bunker4

Vervolg artikel sloop laatste bunker 4 september 1962

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Hoofdzetel van Organisation Todt in Zuid-Kennemerland, naast Meer en Bosch, huize ‘Eben Haezer’, Bosch en Duinlaan 2, Bloemendaal. O.T. voerde alle bouwprojecten uit, voornamelijk gericht op de Duitse verdediging.

(21) Met name Organisation Todt was in de huur van de Kade annex loswal geïnteresseerd. Het betrof hier een oppervlakte van circa 1.100 vierkante meter langs de Haven.

(22) Op 3 juni 1940 verstrekte de burgemeester van Heemstede aan Ortskommandant Weller in Haarlem een lijst van 21 adressen op de Heemsteedse Dreef, waarin Duitse officieren kunnen worden ingekwartierd. Het pand Heemsteedse Dreef 241 is nooit officieel gevorderd geweest, maar werd feitelijk wel door de Duitse Weermacht gebruikt als pand voor een hooggeplaatste nazi-officier. Ook is het pand in 1945 door de Binnenlandse Strijdkrachten bezet geweest. Eigenaar was: H.J.van Beem, wonende Heemsteedse Dreef 96.

(23) Deze kiosk stond op de hoek van de weg naar het terrein en complex van de Amsterdamse Waterleiding.

(24) Dit complex stond te dienste van de N.V.Holland – Nautic te Haarlem, een bedrijf dat (gedwongen) voor de Duitsers werkte. Voor 10 mei 1940 was het complex op 77B door een zekere M.C.v.d.Wal onderverhuurd aan de Nederlandse Luchtstrijdkrachten, die er vliegtuigmateriaal opsloeg. Ze betaalden er ƒ 3.800,- per jaar voor; 1 maart 1944 betaalde de Duitse Weermacht er ƒ 211,- per maand voor.

(25) Gevorderd van de Bloembollenkwekerij en Handel C.van den Berg & Zonen Heemstede. Het ging hier hoofdzakelijk om de bloembollenschuur aan de Herenweg 147, hoek Zandvoortselaan, waarin de gevorderde radiotoestellen werden opgeslagen. Op dit terrein werd eveneens een bunker gebouwd.

(26) Het perceel Herenweg 22 moest op dit tijdstip worden afgebroken op last van de Reichskommissar i.c. de Beauftragte. Schrijven de dato 22 september Evacuatiebureau Noord-Holland te Alkmaar.

(27) Toen de Duitse Weermacht het huis betrok stond er nog een auto in de garage. Deze auto, kenteken GZ 27ii was bij de officiële autovordering door de Duitsers geweigerd. Ofschoon de auto er thans niet bijhoorde, werd hij door de Duitsers in gebruik genomen. Bij ‘wederbetrekking van de rechtmatige eigenaar’ bleek de auto verdwenen.

(28) Op last van de Duitse bezettingsautoriteiten werd in augustus 1944 de percelen Constantijn Huygenslaan 1 t/m29 en P.C.Hooftkade 1 t/m5 afgebroken. Deze klus werd geklaard door de Gebr. De Boer, slopersbedrijf en metaalhandel te Oostzaan.

Huijgenslaan1

Versperringen Constantijn Huygenslaan, Heemstede (NHA)

Huigenslaan2

Te slopen huizen aan de Constantijn Huygenslaan, vanwege ligging in het schootsveld van de Duitsers (NHA)

(29) Gezin van H.Krommenhoek, waarvan de man is opgepakt. Het huis was eigendom van de organisatie Algemeen Nederlands Beheer Onroerende Goederen aan de Parklaan te Haarlem.

(30) Eigenaar jonkheer J.P.W.van  Doorn, burgemeester van Heemstede, die door de Duitsers is vervangen door een NSB-burgemeester.

(31) Aan de Adriaan Pauwlaan 19 waren twee scholen gevestigd, te weten de Bosch en Hovenschool voor Lager Onderwijs, een Christelijke opleidingsschool voor alle inrichtingen en de Bosch en Hovenschool voor ULO, een christelijke opleidingsschool voor MULO-diploma’s A en B.

(32) Onderdeel van de Autogarage NV. van Lent, official Buick en Chevrolet dealer aan de Raadhuisstraat 53-65.

Riesen

Na de Bevrijding is de garage van Van Lent tijdelijk gebruikt als gevangenis. In het midden de pas gearresteerde NSB-burgemeester van Riesen achter prikkeldraad.

(33) Volgens illegaal doorgegeven berichten (Intelligence Rapport): ‘Near a school Heemsteedse Dreef, opposite the R.Holssquare, some Red Cross cars, are regularly parked. In the Harbour of Heemstede a small Rhine barge with the sign: Red Cross.’

Scan1707

                                              Een Duitse nazi-officier uitrustend op het Raadhuisplein, 1944

Naoorlogse oproepen door het Nederlandsch Beheersinstituut

Aangifte Vijandelijk Vermogen  (De Patriot, 3 augustus 1945)

Het echtpaar Van Leer, Pieter de Hooghstraat 18, kwam in 1943 om in Sobibor; het echtpaar Hartog, Zandvoorter Allee 23. Rozetta Hartog-van Leer, Paulus Buyslaan 15   in 1942 in Auschwitz (Nederlandsche Staatscourant, 7-11-1945) 

Betreft: Koediefslaan 39 (Nederlandsche Staatscourant, 22-10-1946)

==================================================

ddd_010663005_mpeg21_p006_image

Inlevering zendinstalllaties in Heemstede, in gebouw de Meerlhorst aan de Van Merlenlaan 2 (Algemeen Handelsblad, 29 juni 1940)

Scan1711

Circulaire uitbetaling vergoeding ingeleverde metalen Heemstede , 3 oktober 1941

Scan1708

Fietsenvordering in 1944 lieten de Duitse bezetters via een proclamatie uitvoeren ondertekend door  NSB-burgemeester Van Riesen. De eerste vordering had al op 20 en 21 juli 1942 plaats. Toen werden 15 agenten uitgezonden, later vergezeld van twee helpers, die huis aan huis mondeling de fietsen vorderden. Van leden van de NSB werden 25 leden bij de vordering ontzien. Leden van de Weer-Afdeling van de NSB zijn geheel vrijgesteld van de rijwielvordering. Op 12 augustus 1942 zijn door de gemeente Heemstede 189 gevorderde fietsen ingeleverd bij de Wehrmachtscommandant Haarlem. [24 oktober berichtte de burgemeester van Heemstede aan het Departement van Binnenlandse Zaken dat in Heemstede ongeveer 1900 bewijzen van vrijstelling voor inlevering van een rijwiel zijn afgegeven].

rijwielvordering

Rijwielvordering op 19 september 1944 in de Adriaan Pauwlaan. Foto genomen vanaf balcon Overboschlaan 2, Heemstede (NIOD)

Tadema27

                            Pentekening van fietsenvordering door Auke A. Tadema, 1944

textielinlevering.jpg

Bekendmaking inlevering textielgoederen Heemstede, 5 juli 1942 (NIOD/KB)

Scan1710

Bekendmaking en vergoedingsregeling voor ingeleverde kleding en textielproducten.

cartoon1

Cartoons van inlevering koperen voorwerpen en radiotoestellen, in 1945 door illegale uitgeverij De Bezige Bij gedrukt als prentbriefkaarten naar een ontwerp van Karel Leendert Links.

cartoon2

Nog 2 cartoons van in totaal 12 prentbriefkaarten (vordering van rijwielen en inlevering van textiel), door de Bezige Bij, 1945, ontworpen door Karel Leendert Links.

spitten1.jpg

Heemsteedse historicus Christiaan Ruppert drijvende kracht achter teruggave joodse tegoeden (1) (Haarlems Dagblad, 26-05-2003)

spitten2.jpg

Vervolg van ‘Spitten in een pijnlijk verleden (Haarlems Dagblad, 26-5-2003)

Vooromslag van het boek ‘Eindelijk restitutie’ door de Heemsteedse historicus Christiaan Ruppert. Door de Nederlandse overheid is in 2000/2001 in samenwerking met de financiële wereld een bedrag van 764 miljoen gulden als algemene compensatie aan de Joodse gemeenschap ter beschikking gesteld. Uitvoerig onderzoek is intussen gedaan door de gemeenten Amsterdam, ‘s-Gravenhage, Utrecht, Dordrecht en Rotterdam. Nog ongeveer 20 gemeenten, waaronder 8 in de provincie Noord-Holland  hebben toegezegd dat alsnog te doen. In de Telegraaf van 6 oktober 2020 is 1 pagina gewijd aan Auschwitz-overlever Eddy de Wind (1916-1987) die van zijn omgekomen familieleden tijdens  de Tweede Wereldoorlog 5 Haagse panden erfde. Vanwege de van de gemeente ontvangen naheffingen voor erfpacht  en aanmaningen om de leeggeroofde huizen te herstellen heeft hij toen noodgedwongen de huizen verkocht tegen ‘bodemprijzen’. Omdat hij de verloren gegane eigendomsrechten niet kon overleggen en te laat was met een aanvrage kwam hij  bovendien niet in aanmerking voor de compensatieregeling waarvoor Den haag 2,6 miljoen euro had gereserveerd, waarvan uiteindelijk in totaal 55.000 euro is uitgekeerd aan 9 personen. 

===========

Tussen 1940-1945 van Joodse bezitters onteigende panden [onderzoek Pointer in het Nationaal Archief, deelarchief Niederländische Grundstückverwaltung (NGV)] ofwel Nederlandse administratie van onroerende goederen in het Nationaal Archief, in bruikleen bij het NIOD Amsterdam 

‘De Niederlándische Grundstückverwaltung’ (NGV), gevestigd aan de Juliana van Stolberglaan 45 in Den Haag, werd belast met de liquidatie van onroerend goed en hypotheken. Dat was op 11 augustus 1941 door Seyss-Inquart bij VO 154/1941, “betreffende het joodsche grondbezit” bepaald. Van getreuzel bij de registratie kon geen sprake zijn, want de aangifteformulieren, verkrijgbaar bij de Kamers van Koophandel, moesten reeds voor 15 september 1941 binnen zijn. De opbrengsten vloeiden naar de VVRA. Onder VO 154/1941 vielen niet alleen stukken grond en de daaropstaande bebouwingen, maar ook de opbrengsten van dat bezit in de vorm van huur, recht van opstal (het zakelijk recht om op iemand anders grond gebouwen te hebben), erfpacht, hypotheken en andere onroerende rechten’.

Vervolg uit: ‘ROOF; de ontvreemding van joods bezit tijdens de Tweede Wereldoorlog‘. Door Gerard Aalders. Den Haag, SDU, 1999, pagina 145.

In het Nationaal Archief bevinden zich 18 vastgoedboeken van de Duitse bezetter; het eerste boek (1-449) ging helaas verloren. Op 11 augustus 1941 vervaardigde Duitse bezetter Verordening 154/1941 uit. Daarin zijn regelingen getroffen voor de liquidatie van joods onroerend goed en hypotheken. Op grond hiervan  moesten alle joodse onroerende goederen en hypotheken werden aangemeld bij de Niederländische Grundstückverwaltung die het beheer van de goederen op zich nam.  De huuropbrengsten en verkoopsommen  werden na controle door de Vermögensverwaltung- und Renteanstalt (VVRA) naar de Lipmann-Rosenthal bank overgemaakt. Uit deze ‘Verkäufsbücher’  die meer dan 7.000 panden en kavels bevatten kon van ruim 5.000 huizen de locatie worden achterhaald.  Deze zijn door  Pointer op het internet geplaatst. Onderstaand volgt een overzicht van panden in Heemstede, waarbij voor zover bekend vermeld worden: het adres, de eigenaar, datum verkoop, naam van de koper en aankoopbedrag

https://pointer.kro-ncrv.nl/artikelen/hier-staan-van-joden-onteigende-panden-bij-jou-in-de-buurt

Glipperweg 91 (Bosbeek e.o.), 91a, 91b en 91c. F.B.E.Gutmann. Verkoopdatum 14-2-1944 135.000 gulden  [Het hoofdgebouw is tot de bevrijding door de Duitse bezetters ten dele ongemoeid gebleven. Op 6 augustus 1942 kwam  Bosbeek onder beheer van  de Niederländische Grundstückverwaltung (NGV) eigendom van en bewoond door bankier F.B.E.Gutmann en zijn echtgenote. Op 26 mei 1943 is het echtpaar Gutmann met een vrijgeleide van Himmler door de Duitse bezetters op de trein gezet richting Berlijn. De bedoelde bestemming was Italië maar onderweg zijn ze uit de trein gehaald en in Theresienstadt geïnterneerd en uiteindelijk beiden vermoord.  Op 24 juni 1943 is door de Sipo bij het politiebureau de sleutel gehaald van perceel Glipperweg 91. Op 14 februari 1944 is landgoed Bosbeek voor 135.000 gulden verkocht aan de Duitse Nationalsozialistische Volkswohlfahrt (NSV) te Berlijn. (een maatschappelijke welzijnsorganisatie van de Duitsers). Van de koopprijs is een bedrag van 65.000 gulden besteed ter aflossing van een op de onroerende goederen rustende krediethypotheek ten behoeve van de Trustenad te Amsterdam Dat was een een vennootschap waarin belangen van de familie Gutmann waren ondergebracht. Op 2 juni 1945 hebben achtergebleven Duitsers die door geallieerden tewerk waren gesteld het huis in verwaarloosde toestand achtergelaten. Op die dag kwam bij de politie een klacht binnen dat goederen van de familie Gutmann werden weggehaald. Wand- en plafondschilderingen waren verdwenen Deze bleken achteraf in de kelder te zijn opgeborgen. De plafondschildering is opnieuw aangebracht, een grisaille ofwel ‘witje’ is verhuisd naar het Drents Museum in Assen].   Medio 1948 gaven de autoriteiten toe dat men wellicht bereid was de verkoop door de nazi’s nietig te verklaren. Daarna werden nieuwe problemen opgeworpen.  Eerst in 1950 is door de Nederlandse autoriteiten  toegegeven dat de verkoop van Bosbeek was afgedongen en dus onwettig. De Afdeling Rechtspraak van de Raad voor het Rechtsherstel overwoog in haar vonnis van 7 januari 1950 dat de vorderingen van Gutmann en Trustenad , behoudens enkele ondergeschikte punten, toegewezen konden worden en herstelde de erfgenamen in de eigendomsrechten van het landgoed.  De rechtsherstelrechter verklaarde hiertoe de overeenkomst waarbij de NGV Huize Bosbeek aan de NSV had verkocht nietig, evenals de aflossing van de hypothecaire vordering van de Trustenad en het door de Treuhänder van Trustenad verleende royement van de  hypotheek. Intussen hadden zich allerlei nieuwe problemen voorgedaan, ten aanzien van belastingaanslagen etcetera, beschreven op pagina 205 van onderstaand vermeld boek. Kort na de bevrijding is het huis door de overheid in gebruik geweest als opvang voor kinderen van ‘foute’ ouders (collaborateurs) welke in geïmproviseerde interneringskampen waren opgesloten in afwachting van hun berechting door ingestelde bijzondere rechtbanken. Na een periode van 1949 tot februari 1951 was het grote huis via huur in gebruik voor verzorging van psychosomatische patiënten door de broeders van O.L.V. van Lourdes. Daarna  is het landgoed eind 1950 verkocht aan de toenmalige huurders, de zusters van de Congregatie van de Voorzienigheid die het als rust- en verpleeghuis hebben gebruikt. Het verkoopbedrag ging naar de 2 kinderen Gutmann als rechtmatige erfgenamen van hun omgebrachte ouders als voormalige eigenaren.

Los hiervan staan de door de Duitsers geconfisqueerde kunstschatten, waarover tot op de dag wordt geprocedeerd. Een verzoek om teruggave door de erfgenamen Gutmann van een grisaille van Jacob de Wit, een allegorie op de herfst, dat tegenwoordig in bezit is van het Drents Museum in Assen is door Restitutiecommissie als bindend advies op 3 september 2012 afgewezen. Deze grisaille is tijdens WOII nadat het echtpaar Gutmann was gedeporteerd veilig opgeborgen geweest in de kelder.  Het is in 1967 te goeder trouw door het Drents Museum van het Rijk aangekocht  – maar hoort mijns inziens feitelijk in de voormalige salon van huize Bosbeek waar zich ook nog sinds eigenaar G.A.Hasselaar de plafondschildering van Jacob de Wit bevindt. H.K. – Een kleinzoon in de V.S. die zich Simon Goodman noemt publiceerde een boek over de verloren en intussen voor een aanzienlijk deel aan de nazaten als erfgenamen toegewezen kunstschatten in ‘De wolven namen alles mee; op zoek naar de door de nazi’s geroofde kunstverzameling van mijn familie’ (Amsterdam, Meulenhoff, 2015)]Het is een vertaling van ‘The Orpheus Clock’ (Scribner, an imprint of Simon & Schuster, Inc’).

Vroegere foto van Huize Bosbeek

bosbeekkoop

Advertentie van verkoop landgoed Bosbeek (Haarlem’s Dagblad 25 februari 1950). Van de opbrengst ging circa 200.000 gulden naar de Erven Gutmann

Hans Krol en mw. Lili Collas Gutmann bij haar bezoek aan Heemstede in de bibliotheek

De Volkskrant, 25-7-1951. In dat jaar geen woord in de openbaarheid over het verleden van landgoed Bosbeek in relatie tot  de Tweede Wereldoorlog.

Allegorie op de herfst van Jacob de Wit zoals het destijds boven de deur in de salon van Bosbeek hing, tegenwoordig aanwezig in het Drents museum

Foto Simon Goodman (Aad Hoogendoorn, Museum Boijmans van Beuningen)

NEWS 7-9-2022.  MUSEUM BOIJMANS GEFT DEEL COLLECTE JOODSE FAMILIE TERUG: “Om en om gekozen”(persbericht Boijmans/dagblad Trouw/NOS) Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam heeft kunst van de Joodse familie teruggegeven, maar houdt na goed overleg een deel ervan. De Restitutiecommissie is verheugd met deze constructie. De familie Goodman had op Bosbeek een kunstcollectie, maar Fritz Goodman en zijn echtgenote Louise Gutmann-von Landau kwamen in de Tweede Wereldoorlog in respectievelijk Theresienstadt en Auschwitz. Tachtig jaar later krijgt hun kleinzoon Simon Goodman een deel van de collectie terug. Het gaat om 6 van 11 16e eeuwse Italiaanse majolicaschalen ui de zestiende eeuw. Goodman gaat met zijn familie overleggen wat met de schalen gaat gebeuren. “Ik zou er graag tenminste één zelf houden” zegt hij.’

=====

Glipper dreef 96. Eigenaar H.J.van Beem. Koper W.C.van Veldhuizen – 29-10-1942 die 12.500 betaalde

Valkenburgerlaan 14-40 H.de Lange. 1-12-1943. 110.000 gulden

De oneven rij van de Valkenburgerlaan in Heemstede

Van Merlenlaan 38. A.Sabelson (advocaat en procureur in Amsterdam)  11-8-1943 aankoop  M.Haakman. 14.000 gulden

Van Merlenlaan 38 Heemstede (google)

Herenweg 77. T.E.Deen. 24-4-1944  12.500 gulden

Johan Wagenaarlaan 34 M.V.Beetz -de Groot 1-6-1943 Aangekocht door P.Faber voor 13.500 gulden [Pieter Faber is in 1944 door het verzet geliquideerd]

Heemsteedse Dreef 70-72  A.M.Zendijk. Koper: F.Vreeswijk-Burnotat, 23-12-1942 27.000 gulden [De naam van NSB’r Vreeswijk-Burnotat) uit Amsterdam komt als koper van onroerend goed meermaals voor].

Burnotat

Aanvraag buitenlands paspoort door mw. Franziska Burnotat

(Algemeen Handelsblad, 11-3-1939) Banstraat 57 Amsterdam, en Bachlaan 15 Heemstede  was tevens woonadres van Amon Mozes Zendijk (ov. 4-6-1943 Sobibor), echtgenote Henriëtte Zendijk-Küssel (ov. 4-6-143 Sobibor) en zoon Maurits Philip Zendijk (ov. 30-9-1942), alledrie vermeld op et Joods Monument Heemstede

Verkoop huis Bachlaan 15 (Het Nederlandsche Beheersinstituut, in: Nederlandsche Staatscourant, 12-4-1949)

Heemsteedse Dreef 112 D.L.Zendijk. 28-1-1943 koper K.Vens 13.000 gulden

Heemsteedse Dreef 124. A.Funke. koper F.Vreeswijk-Burnotat 11-11-1942 14.000 gulden

Heemsteedse Dreef 179 Z.de Raay. Koper: C.H.Prevert-Suvaring 27-8-1943 12.000 gulden

Heemsteedse Dreef 241 J. van Beem. koper: F.Vreeswijk-Burnotat 23-10-1942 16.000 gulden

Cloosterlaan 10 S.Raket-Schwaab. Koper 1942: mej. J.L.M.Slot  11.000 gulden

[Op 17 mei 1940 is de Joodse familie Alexander Jacobus Hendrix (geb.1867), in 1902 getrouwd met Johanna Rebecca Elias en 2 kinderen vanuit Haarlem naar Heemstede verhuisd, pand Cloosterlaan 10. Op 30 augustus 1940 is de familie uitgeschreven in het bevolkingsregister. De dochter Kate Hendrix, verpleegster van beroep verhuisde toen naar Oosterlaan 5 (op 18-1-1943 uitgeschreven naar Amsterdam). Zowel moeder Johanna Rebecca Hendrix-Elias (1877-1948) , als de enige dochter Kate (1906-1962) overleefden de oorlog, in tegenstelling tot de enige zoon Paul Henri Hendrix (1903-1944) , overleden op 15 december 1944 in Golleschau, een subkamp van Auschwitz. – ook zijn echtgenote en hun3 zonen zijn omgebracht.  Zijn vader  A.J.Hendrix is vermoedelijk in Amsterdam opgepakt en 9 januari 1944 in kamp Westerbork aangekomen, aldaar overleden; op 13 januari gecremeerd, de as is in een urn bijgezet op de Joodse begraafplaats in Muiden]

Trouwfoto van Paul-Henri Hendrix en Bertha Vles, hier poserend met hun beide ouders (Joods Monument)

(Heemsteedse Courant, 30 mei 1940)

Dochter Kate Hendrix woonde van 1940 tot 1943 in bij zangpedagoog  Boris Lastotsjkin Pelsky, Oosterlaan 5 (adresboeken 1941-/1942)

 

Oude foto van het fraaie pand ‘Hof van Eden’ van K.van Eden, 1935, aan de Oosterlaan 5, nadien van Boris Lastotsjkin. Het is tegenwoordig witgepleisterd.

 

Advertentie uit de Eerste Heemsteedsche Courant,  1929 betreffende de Heemsteedsche Muziekschool in de Lieven de Keylaan onder leiding vam B.J.W.Sanders, met Borus Lastotsjkin Pelski als zangleraar en Jan Rosekrans docent viool en piano

Boris Lastotsjkin Pelsky is maart 1894 te Leningrad geboren. Hij week na de revolutie uit naar Nederland en is pas in 1949 officieel genaturaliseerd. Woonde vanaf 1928  in Amarillislaan 12 en verhuisde later naar Oosterlaan 5 (het fraaie pand van K.van Eden). Was concertzanger en spraakleraar voor zang. In 1928 is zijn boek gepubliceerd ‘De organische zangmethode van den solo-zang’

N.B. Op last van de Duitse Sicherheitspolizei zijn op 22 juni 1941 door de gemeentepolitie Heemstede de Russsiche familieleden Lastotsjskin, Oosterlaan 5 gearresteerd. Het gezin bestond uit: Boris Lastotsjkin Pelsky (zangpedgoog), Johanna Wilhelmina Lastotsjkin Pelsky -Franssen van der Putten, en hun kinderen Rostlaw en Laetitia. De man is van de Sipo overgebracht naar Amsterdam. Na verhoor is hij teruggekeerd en kreeg hij huisarrest. De vrouw en kinderen mochten na hun aanhouding direct naar huis in Heemstede

Cloosterlaan Heemstede

De familie Hendrix is inwonend geweest bij het echtpaar Raket-Swaab. G.Raket was van beroep meelhandelaar. Huis was overgenomen van eigenaar sinds 1938: A.Weiss. Mevrouw Schoontje Raket-Swaab, van Joodse komaf,  kreeg op het adres Cloosterlaan 10 op 13 juni 1942 waarschuwing van een NSB-politiegent wegens het niet dragen van haar ‘ster’. Bij herhaling zal zij worden gearresteerd, aldus de rapporteur in het politierapport. Ondergedoken en de oorlog overleefd is mw. S.Raket-Swaap na de Bevrijding teruggekeerd in haar als gevolg van de Duitse bezetting noodgedwongen verlaten woning

Franz Schubertlaan 71 D.L.Zendijk. Koper P.Faber 1-6-1943 11.500 gulden [NSB’r Pieter Faber is juni 1944 door het verzet geliquideerd] David Leon Zendijk uit Deventer die de oorlog overleefde kreeg het pand na de Bevrijding terug.  Ook het pand Johan Wagenaarlaan 43 dat eigendom was van Margaretha Beetz-de Groot uit Amsterdam en door Faber was aangekocht is aan de eigenaar door d weduwe Faber teuggegeven.

Portret van Piet Faber en echtgenote

Bachlaan 16 S.H. van Perlstein. Koper: M.M.C.Steenhuis-Havernink 20-12-1942  9.000 gulden

Landzichtlaan 55  J.Bino. 15-12-1942  4.200 gulden

Hobbemastraat 5  P.M.Zendijk  koper: P.Brink. 29-11-1940  11.500 gulden

Joh. Vermeerstraat 12/20 K. Buschbaum, en M.Buschbaum. Koper P.P.Pruijs 25-6-1942  52.000 gulden

Johannes Vermeerstraat Heemstede op een foto uit 1938

Pieter de Hooghstraat 1  J.Hamburg(er?) 5-5-1940 koper A.J.v.d. Burg  10.000 gulden

Johannes Bosboomlaan 12 A.Hamburger 3-9-1942 koper N.Vogelzang v.d. Pol  11.000 gulden

Het echtpaar Hamburger woonde eerst in de Amaryllislaan, waar de zoon Alfred en dochter Flora Celine zijn geboren en verhuisde vervolgens naar de Johannes Bosboomlaan 12

Geboortebericht van Flora Celine Hamburger (Algemeen Handelsblad, 30-8-1934). Zij is de enige van de familie die de oorlog niet overleefde en is vermoord in Auschwitz

 

De naam van Flora Celine (Floortje) Hamburger ontbreekt o.a. in de uitgave ‘In Memoriam; de gedeporteerde en vermoorde Joods, Roma en Sinti kinderen‘(Nieuw Amsterdam 2012, en ‘Addendum’, 2012), maar komt o.a. wèl voor in een Tsjechische/Engelse uitgave over kamp Theresienstadt, waarheen zij na transport vanuit Westerbork terecht kwam en vandaar naar het vernietigingskamp Auschwitz is gezonden en vermoedelijk 25 oktober 1944 is omgebracht. Haar naam is vermeld op het Joods monument in Heemstede.

 

Joods Monument Heemstede aan de Vrijheidsdreef

 

Overlijdensbericht van de vader David Abraham Hamburger (1904-1970)  Van beroep was hij makelaar in machinerieeën en metalen (NRC Handelsblad 29-12-1970)

Cesar Fancklaan 7  I.Serphos-Groen 1-12-1942 koper K.Vens 14.500 gulden

Bronsteeweg 44  A.van Hasselt koper C.L..Hageman 10-2-1944 10.500 gulden

Crayenestersingel 8  W.Lemhof koper J.J.A.F.Reukema 16-9-1943  8.000 gulden

Jan Miense Molenaerplein 9   D.J.van Leer. koper G.van Tol 6-4-1943 8.800 gulden

Jan van Goyenstraat 15  S.J.van Praag koper: H.H.Kroes 16-11-1942 8.500 gulden

Van de Spiegellaan 7  D.H.van Blankesteijn koper: H.K.Snuverink  14-1-1944  8.000 gulden

Paulus Buyslaan 15  F.T.van Leer  11-10-1943 ? voor 11.000 gulden

Herman Heijermanslaan 25 Ph.Cohen  koper R.Intema 29-10-1942  10.000 gulden [In 1940 was inwonend de heer P.Goudeket (magazijnbediende)]

Tot maart 1942 woonde in het pand de Joodse familie Cohen-Spyer. Philippus Cohen, van beroep handelsreiziger/makelaar is in 1874 in Delfzijl geboren en zijn vrouw Nancy Spyer in 1878 te Londen. Het echtpaar is 22 oktober 1943 omgebracht in Auschwitz. Hun namen komen voor op het Jood namenmonument in Heemstede. Het huis is nog bewoond door de Joodse familie Abraham van den Bergh met echtgenote Betje Knum en zoon Jacob. Dankzij onderduik in Nijmegen overleefden zij alledrie de oorlog   Dit pand is na de oorlog gekocht door de familie Wortman en na 1962 door de familie Meijer, van wie de vader (dr.Jaap Meijer), zijn echtgenote en zoontje Ischa het vernietigingskamp Bergen-Belsen hadden overleefd, waarna zij eerst in Haarlem hebben gewoond].

Heijermanslaan 25 (2017 google)

Zandvoorter Allee  15   W.L.Cohen koper J.R.Plas 31-8-1942 14.500 gulden [of

Zandvoorter Allee 5 W.L.Cohen  Koper J.R.Plas 31-8-1944  14.500 gulden

Zandvoorter Allee 21/23 S.M.Mossel koper P.Langeveld 8-2-1943 25.000 gulden

Clivilaan 5/13, 23/27 E.Lissauer. koper K.F.Riedel 2-7-1943  46.000 gulden

Irislaan 13  P.Hirsink-Lemkes, P.M.van Perlstein-Lemkes. Koper: .P.Hirsink-Lemkes 7-9-1943 1.000 gulden

Jacob van Ruysdaellaan 23  S.Frederiks-Frenkel. Koper: F.Vreeswijk-Burnotat

Vondelkade nummer?  H.Goldberg  Koper: H.S.Weijers (Naarden)

(Opr. Haarlemsche Courant, 26-1-1940)

Heemsteedse Dreef 125  D.L.Zendijk.  Koper: L.Molenaar

Jacob van Ruysdaellaan 40  L.G.Moppes-Gersons  Koper P.C.Otte

In het blad HeerlijkHeden van de Historische Vereniging Heemstede Bennebroek, nummer 188, voorjaar 2011, p. 3-7 is een artikel van Anja Kroon gepubliceerd onder de titel ‘Geroofde Joodse huizen in de Tweede Wereldoorlog’ Bovenstaand bladzijde 6

N.B. ALFED FLESCHE EN de firma Rhodius Königs Handelsmaatschappij

Entree van m. bankgebouw-handelskantoor Rhodius Koenigs aan de Keizersgracht 121

De bank Lippmann, Rosenthal & Co. aan de Nieuwe Spiegelstraat in Amsterdam is in 1941 onder Duits beheer geplaatst , en zijn de joodse firmanten Edgar Fuld en Robert May in mei gedwongen de leiding over te dragen aan Alfred Flesche, die behalave directeur van de Rhodius-Koenigs Handelmaatschappij en president van de Deutsche Handelskammer für die Niederlande nu ook Verwalter werd van wat later werd aangeduid als ‘roofbank’,. Feitelijk wsas Flesche al sinds 8 juni ‘Verwalter’ bij Lippmann nadat één van de firmanten Ellen von Marx naar Engeland was gevlucht. 

Archief van Alfred Flesche (uit archief Niederländische Grundstück Verwaltung)

 

Benoeming van Alfred Flesche bij Rhodius Koenings Handel Mij (De Telegraaf, 25-9-1945) Flesche van de firma Rhodius was gevestigd Florapark 4 Haarlem

 

(Deutsche Zeitung in der Niederlanden, 27-9-1940)

 

Alfred Flesche gearrresteerd (Amsterdams Dagblad, 20-12-1945)

 

(De Waarheid, 18-2-1949)

 

Eerherstel Rhodius (Nieuws Algemeen Dagblad, 14-1-1947)

 

Vervolg van eerherstel Rhodius (Algemeen Dagblad 14-1-1947)

=============

Twee voorbeelden van door Joden in Heemstede bewoonde huurhuizen en het vervolg na hun verplichte verhuizing naar Amsterdam 1) familie Hirsch, 2) familie Baas

Ad 1 familie Hirsch. In 1905 is in het Duitse Münster Heinz Hirsch geboren. In 1923 is hij naar Hillegersberg bij Rotterdam geëmigreerd. Op 3 maart 1932 trouwde hij met Marie Frank, uit welk huwelijk 22 juni 1933 hun zoon Carl is geboren.  In 1939 verhuisde Hirsch met zijn echtgenote en zoontje naar Heemstede, in een huis op het adres Landzichtlaan 31. Hij was handelaar van beroep. Op 22 juli 1942 moest de familie zich op last van de Duitse bezettende macht verplicht in  Amsterdam vestigen. Met het oog wat hen te wachten stond is zijn zij eerst in Apeldoorn ondergedoken en vandaar in Groningen. De echtgenote Marie Hirsch-Frank (41 jaar) en 9-jarige zoon Carl zijn opgepakt en naar Westerbork overgebracht. Beiden zijn op 3 september 18943 vermoord in Auschwitz.  Hun namen staan vermeld op het Joods Monument in Heemstede.  Heinz Hirsch overleefde de oorlog. Begin april 1945 sloot hij zich aan bij de Canadese bevrijders van Groningen.

Op 16 april 1945 zijn de lokale Duitse bezetters in de stad Groningen gedwongen de overgave te tekenen, afgedwongen door Canadese soldaten. De capitulatiebijeenkomst had plaats in het (intussen voormalig) archiefgebouw in de Sint Jansstraat, waar zich tegenwoordig het Grafisch Museum bevindt met bovenstaande plaquette aan de voorgevel.

Op 18 juli 1945 meldde Hirsch zich op het raadhuis in Heemstede. Omdat het huis aan de Landzichtlaan intussen bewoond was door de familie Prins, heeft hij huisvesting gekregen op het adres Julianaplein 5. Later is hij  opnieuw  getrouwd met welke vrouw een dochter is geboren  en verhuisd naar een villa Van Merlenlaan 40 als directeur van in importfirma van Zweedse luxe en huishoudelijke artikelen .

Advertentie van de firma Hirsch-Ornamin n.v. uit 1965

Heinz Hirsch overleed in 1976 in Heemstede. Volgens zijn dochter heeft de  vader thuis nimmer over de oorlogsperiode gesproken.  [Voor meer informatie over de familie Hirsch, zie mijn blog over Joodse oorlogsslachtoffers in Heemstede].

Ad 2 familie Baas 

W.J.Baas is in april 1939 met zijn familie vanuit Amsterdam naar Heemstede verhuisd, Voorweg 11. In 1940 trad hij als boekhouder in dienst van de gemeente Heemstede als ambtenaar bij de Distributiedienst, hulpkantoor Valkenburgerlaan.

baaswillemj

                     Portretfoto van Willem J. Baas  

Hij was getrouwd met een Joodse vrouw Sophie Bas (geboren 23-10-1908). Ingevolge waren ook zijn twee kinderen Joods: de zoon Abraham H. (Ab) Baas  (geboren in 1931) en dochter Chaya Sara (Sonja) (geboren in 1935). In tegenstelling tot de vader moesten de echtgenote en twee kinderen zich in 1941 als Joodse personen registreren in het raadhuis en daarvoor leges ad 3 gulden betalen.  Op last van de Duitsers moesten de vrouw en twee

Aankondiging van gedwongen evacuatie aan de heer W.J.Baas, ondertekend door NSB-burgemeester Van Riesen.  De heer Baas kreeg bovendien ontslag van de burgemeester van Heemstede.

kinderen hun huis in Heemstede verlaten en zich in Amsterdam vestigen. Vader W.J.Baas wilde zijn vrouw niet in de teek laten en ging mee. De 2 kinderen zijn eerst nog opgenomen in behulpzame  Heemsteedse gezinnen en en kwamen later naar Amsterdam. Dankzij hulp van anderen heeft mw. Sophie Baas-Bas, in tegenstelling tot het grootste deel van haar familie,  de Holocaust overleefd. Na de Bevrijding keerde het gezin terug naar Heemstede. Hun huis aan de Voorweg bleek door anderen bewoond en opgeslagen meubilair was spoorloos verdwenen. De gemeente Heemstede heeft de familie een woning in de Troelstralaan toegewezen. [Voor meer informatie zie: oorlogsherinneringen aan Heemstede en de Voorwegschool; een oproep van Ab Baas (88). Voorts een bijdrage in het blad HeerlijkHeden, voorjaar 2020, nummer 184, p.3-31].

============

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren Willem  Alexander Wolf en diens vrouw Eugenie van Raap met hun zoon Alexander Wolf ondergedoken nabij de Ruïne van Brederode bij de familie Peter en Noene van den Berg  Zij overleefden de oorlog. De ouders keerden terug naar Amsterdam en de zoon  Freddie die, vanaf 1944 na een kort verblijf op het adres Burgemeester van Lennepweg bij de moeder van Peter van den Berg, vervolgens onderduik kreeg bij de van oorsprong Duitse  weduwe Paula van der Weide  met haar dochter Nelly aan de Raadhuisstraat. In 1946 trouwde hij met Adriana van Gent en is huisvesting verkregen  in het pand Herfstlaan 12 Heemstede,  al bewoond ook door F.A.Jacobszoon. Wolf werkte als vertegenwoordiger en het paar ontving in 1948 een zoon Frans genaamd. In 1950 is de familie naar ‘s-Hertogenbosch verhuisd waar een dochter Sonja is geboren. De vader heeft nooit over de oorlogsperiode gesproken en zelfs niet gezegd dat hij Joods was. Dit familieverhaal is door mw. Sonja van Benthem-Wolf verteld aan Guus Hartendorf en gepubliceerd in het Haarlems Dagblad van 22 oktober 2020: ‘Expositie Brederode en onderduikers. Hoe Freddie aan nazi’s ontsnapte’. De dochter: ‘Pas bij zijn begrafenis, in 1989, hoorden we dat onze vader Joods was’.  

 (Haarlems Dagblad, 22 oktober 2020)

Peter van den Berg (1912-1994) en Sara (Noene) van den Berg-Haartsen (1915-2004) uit Santpoort ontving postuum op 13 maart 2013 de Yad Vashem onderscheiding

Report Yad Vashem, Jerusalem

 

 
.

.

Onderzoek baar hoe met Joods vastgoed is omgegaan (Haarlems Dagblad, 6 oktober 2020)

Een plaats waar grondig onderzoek is gedaan naar het Joods vastgoed en de naoorlogse gevolgen is Dordrecht

Auteur Joep Boerboom beschrijft in een nieuw boek ‘Beroofd volgens de regels’ (oktober 2020) het lot van zeven markante Joodse bedrijven in Deventer voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog (foto Ronald Hissink)
Onderzoek naar onroerend Joods vastgoed in Haarlem (Haarlems Dagblad, 3 maart 2021) December 2021 is het (openbare) rapport gepubliceerd.

Bijlage: archiefstukken betreffende 1940-1945 in het gemeentearchief Heemstede (aanwezig in Noord-Hollands Archief Haarlem)

(Inventaris van het archief van de gemeente Heemstede. 1997 Tweede Wereldoorlog)
Vervolg 1940-1945 + 1816 = Stukken betreffende de inkwartiering van Duitse militairen 1940-1948 1 omslag