Tags

PROCESSTUKKEN OPGEPAKTE VERZETSMENSEN VAN DE ORDE DIENST (OD) OKTOBER/NOVEMBER 1941 [Lambert van Wijk, Machiel van Ravestein,  Christiaan Pieron]

De Orde Dienst (OD) was tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog een voorname illegale organisatie. Tot 1942 bij de formalisering van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO) de grootste ondergrondse anti-Duitse organisatie in ons land. De oprichting na de bezetting geschiedde vooral door oud officieren van de Nederlandse strijdmacht. Doel was het opzetten van een landelijke organisatie die de orde en rust zou bewaken op het moment dat de Duitsers zich uit Nederland terugtrokken. Ofschoon een groot aantal militairen zich bij de OD aansloot, was de organisatie niet een op militaire leest geschoeide en hiërarchisch strak geleid. Soms kende men elkaar, soms ook niet en bleef de identiteit verborgen. De 19 gewestelijke commandanten waren vaak op zichzelf aangewezen. De Duitse Sicherheitspolizei (SD) kon weliswaar verschillende reeksen van arrestaties uitvoeren, maar slaagde er niet in de wijdvertakte organisatie uit te schakelen. In 1941 besloot men echter ook actief verzet te plegen als dit nodig was en naarmate de oorlog langer voortduurde werd dat belangrijker met de oprichting van zogeheten knokploegen (LKP). Grootschalige arrestaties en processen hadden plaats in 1942 en 1943, zoals 1) op 3 mei 1942 zijn als resultaat van het 1ste grote OD-Proces 72 leden van de OD in concentratiekamp Sachsenhausen gefusilleerd. Op dat moment zaten in de strafgevangenis van Scheveningen, het zogeheten ‘Oranjehotel’ ongeveer 300 oud OD’ers gevangen, waaruit 100 ‘Todeskandidaten’ zijn geselecteerd voor het tweede grote OD-proces, 2)  op 27 april 1943 zijn tijdens het tweede grote OD-proces uiteindelijk 21 OD’ers ter dood veroordeeld, van wie 17 zijn geëxecuteerd. Dat is groep van Schimmelpenninck. De anderen ontvingen ‘gratie’, maar zijn met de andere ‘Todeskandidaten’ doorgestuurd naar concentratiekampen. Slechts 40 van hen overleefden de oorlog. Ondanks al deze tegenslagen herpakte de OD zich en luidde de verzetsbeweging een nieuwe fase in toen reserve ritmeester jonkheer Pieter Jacob Six (1894-1986) de leiding kreeg van de landelijke OD organisatie. De meest uitgebreide geschiedschrijving van de Orde Dienst is van historicus J.W.M.Schulten: ‘De geschiedenis van de Ordedienst’, 1998.

Arrestaties en veroordelingen in 1941 van beoogde Engelandvaarders

Tot op heden is nog vrijwel niet gepubliceerd of is via het internet ook nauwelijks informatie te vinden over 18 tussen maart en mei 1941 gearresteerde OD’ers, die in de strafgevangenis van Scheveningen terecht kwamen en in oktober voor het Kriegsgericht in Amsterdam zijn aangeklaagd en veroordeeld. We beperken ons hierbij voornamelijk tot de 3 personen die uit Heemstede afkomstig waren. Noch Belgraver noch H. van Ginhoven, Chr. van ’t Schip (o.a.  Den Helder), B.Ligtvoet (vaandrig van het voormalige Hollandse leger), A.Kop-Jansen (vm. korporaal, uit Haarlem en Van ’t Schip (die van plan waren Nederland te verlaten en daarover op verschillende plaatsen in ons land onderling contact hadden in de periode van november 1940 tot eind maart 1941)  of een andere O.D’er uit deze groep (indien dat al de intentie was) van overwegend gereformeerde verzetsstrijders is het vanwege vroegtijdig verraad en arrestatie door de Duitse SD gelukt als ‘Engelandvaarder’ de overtocht naar Engeland te maken om van daaruit het verzet tegen de Duitse bezetters te organiseren. Zij zijn o.a. beschuldigd van spionage volgens oorlogsrecht  [KSSTOv17.8.1938, pag.2 abr1],  van het verraden van staatsgeheimen [naar RSTGB par.89.80] en begunstiging van de vijand volgens RSTG par.91b.

Iemand die zich uitvoerig met de in het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) – onder inventarisnummer 9 K.St.L.725/41 – bewaard gebleven Duitse archiefstukken van juridische aard heeft beziggehouden en deze in de Nederlandse taal heeft omgezet is mevrouw Jos van der Wedden-Klaver, beeldend kunstenaar uit Zaltbommel. Zij publiceerde bovendien een boek gewijd aan haar vader die 1 van de 18 opgepakte OD’ers was: ‘Gevangen Beeld; levensverhaal van Piet Klaver ondernemende gevangene in Hitler’s tuchthuis (Zaltbommel, Aprilis, 2008).

gevangenbeeld

Vooromslag van boek ‘Gevangen Beeld’  over P.Klaver; door Jos van der Wedden-Klaver

De oorspronkelijke Duitse tekst is opgemaakt door ‘Feldgericht des Kommandierenden Generals und Befehlhabers im Luftgau Holland’.  Het proces heeft tussen 2 en 4 oktober 1941 plaatsgehad en is door ‘Fr.Christiansen, General der Flieger’ bevestigd.

Uit de strafbepaling komt naar voren:

-B.Ligtvoet en H.van Ginhoven zijn ter dood veroordeeld;

O

Voorbeeld oordeel Feldkriegsgericht 1941 betreffende B.Ligtvoet (Ligtvoegt sic!): levenslange gevangenisstraf  (NIOD)

-A.Kop-Jansen (uit  Haarlem), Christiaan  Pieron (uit Amstelveen), B.Roosenboom (uit Amsterdam)en A.Verstraten (Amsterdam)  tot levenslang tuchthuis;

Oordeel1

 

Voorbeeld oordeel Feldkriegsgericht  jegens A.Kop-Jansen, 28-11-1941 (NIOD): levenslange gevangenisstraf

-De Wit en A.Nijgh (beiden uit Haarlem)  tot vijf jaar tuchthuis;

-L.Van Wijk (Heemstede) en Belgraver (IJmuiden, Castricum) tot vier jaar tuchthuis;

-A.van Waayen (Amsterdam), van M.van Ravenstein (Heemstede) , B.Daemen (uit Haarlem), Perquin (Alkmaar) en P. Klaver (Opmeer/Alkmaar) tot drie jaar tuchthuis;

-Wesselius (Alkmaar, Haarlem) en Kroesschell (uit Castricum) zijn vrijgesproken.

Uit correspondentie tussen Arnold Verstraeten en zijn echtgenote is bekend dat Pieron 27 mei 1945 om 11.30 uur is overleden in het ziekenhuis Freising, Duitsland, aan longontsteking, algehele uitputting en mogelijk tyfus. In september 1945 schreef Bobby Roosenboom in zijn dagboek dat Christiaan (Kik) Pieron en Bert van Wijk, zijn kameraden niet zijn teruggekomen.

LAMBERT VAN WIJK  (1901-1945) is op 17 februari 2001 geboren en was een verzetsstrijder van het eerste uur en heeft zich evenals zijn vriend Machiel van Ravenstein aangesloten bij de 1ste O.D., een organisatie in 1940/1941 in het leven geroepen door voormalige officieren met het doel na aftocht van de Duitsers het gezag ordelijk over te nemen, om te voorkomen dat er een lacune in het gezag zou ontstaan. Met plaatsgenoot M.van Ravenstein (ook O.D.’er) had hij regelmatig contact, verder met o.a. de 23-jarige Ligtvoegt [die 27 maart 1941 zich met via spionage verkregen documenten in een koffer op weg naar Engeland waande en onderweg door de SD is gearresteerd na te zijn verraden door NSB’er Stellbruk uit Leiden] en Van Ginhoven nadat begin februari 1941 het plan van de Engelandvaart  in een nieuw stadium was gekomen.  Hij is op 12 mei 1941 wegens zijn illegaal werk gearresteerd en op 4 november tot vier jaar tuchthuisstraf veroordeeld. Lambert van Wijk, die op de Camplaan  woonde en van beroep graan- en fouragehandelaar was is kort voor de bevrijding op 10 april 1945 overleden als gevolg van uithongering in een Duitse gevangenis te Siegburg. Zijn naam is vermeld op het monument voor de gevallenen aan de Vrijheidsdreef in Heemstede en naar hem is in 1773 het L.van Wijkplein vernoemd in de lokale Verzetswijk.

Wijklvanmerkelbach

                               Portret van Lambert van Wijk (foto Merkelbach, Stadsarchief Amsterdam)

Aanklacht door Duitse autoriteiten:   De aangeklaagde is op 19 februari 1901 als zoon van de gestorven boer Jan Hendrik van Wijk en Lisje Roodenburg in Nieuwer Amstel geboren. Hij volgt eerst de lagere school en was daarna tot zijn 19de jaar in het landbouwbedrijf van zijn vader werkzaam. Dan wordt hij voor 6 maanden soldaat, later werkt hij voor meerdere graanhandelsbedrijven tot hij onder de naam Van Wijk en Kortelever zijn eigen graanbedrijf sticht, dat hij nu nog drijft. Hij is onbestraft. Van 1927 tot 1935 was hij lid van de Antirevolutionaire Partij, zonder een functie in de partij uit te oefenen. Hij zou zich van tijd tot tijd voor de NSB geïnteresseerd hebben, maar is geen lid van de partij geworden. B. De aangeklaagde Van Wijk is een ver familielid van Ligtvoet. Toen Ligtvoet niet meer in het ziekenhuis in Utrecht terugkeerde, zocht hij als eerste Van Wijk op. Van Wijk bracht hem, daar hijzelf geen plaats had in zijn huis, bij zijn schoonvader de heer Buurman. Tijdens het verblijf in Heemstede werd Lichtvoet door Van Wijk verpleegd. In deze periode is over de plannen van Lichtvoet meerdere keren gesproken. Of en in hoeverre Van Wijk zich heeft ingezet voor de overtocht van Lichtvoet naar Engeland is niet vast komen te staan.  Van Wijk stelt de aangeklaagde De Wit later een geldbedrag van tussen de 240 – 250 gulden ter hand. Ook gaven hij en zijn vrouw kleinigheden aan levensmiddelen aan De Wit. Het was hem bekend dat deze levensmiddelen voor het onderhoud van de Engelandvaarders moest dienen. De aangeklaagde wist ook, evenals de aangeklaagden Van Ginhoven, Pieron en Van Ravenstein van het bestaan van de opgerichte organisatie ter handhaving van de orde na het vrij worden van Holland. Hij nam aan verschillende beperkingen deel in Heiloo en Amsterdam, waarbij in de eerste plaats over de leiding van de organisatie gesproken werd. Verder zou Van Wijk echter iedere vorm van medewerking geweigerd hebben.’

 Weerlegging van aangeklaagde Van Wijk en rechterlijke taxatie

A.De aangeklaagde Van Wijk bestrijdt op welke wijze dan ook voor de overtocht van Ligtvoet naar Engeland actief geweest te zijn. In het bijzonder beweert hij het aan de Wit betaalde bedrag niet als steun voor de Engelandvaarder beschouwd te hebben maar als lening onder de voorwaarden dat de geldsom binnen 2-3 weken terug betaald zou worden. Deze uitspraken zijn door de bewijslast tegengesproken. Ten eerste geeft de aangeklaagde onomwonden toe dat Ligtvoet 3 weken bij hem en zijn schoonvader Buurman ondergedoken heeft gezeten. De aangeklaagde wist, daarover kan door de uitspraken van de aangeklaagde zelf geen twijfel bestaan, gedurende deze tijd dat Ligtvoet naar Engeland wilde om daar tegen Duitsland te vechten. Ligt in deze daad alleen al hulp bij vijandbegunstiging besloten, de latere handelingen van de aangeklaagde met als doel Ligtvoet en de andere Engelandvaarders te helpen maken dat helemaal duidelijk. Want Van Wijk heeft heeft eveneens aan besprekingen deelgenomen waarin van ondersteuning van vluchtelingen sprake was. De Wit verkondigt eenduidig dat hij bij het ophalen van het geld Van Wijk niet in het ongewisse had gelaten dat het geld voor Van Ginhoven zou zijn om de onderhoudskosten van de jongelui te bestrijden die naar Engeland wilden. De Wit zegt verder dat er in dit geval helemaal geen sprake van een lening zou zijn. Deze uitspraken van De Wit tegenover de uitspraak van Van Wijk verdienen in zoverre meer geloofwaardigheid omdat ze geheel in overeenstemming zijn met de meerdere besprekingen van de deelnemers. Bovendien laat ook het feit dat mevrouw van Wijk, op verzoek van de Wit, 1,5 pond koffie ter beschikking heeft gesteld en hijzelf nog 7 pond erwten en bonen naar de woning heeft gebracht, duidelijk zien, dat van Wijk er veel voor over had om de reis van de jonge mensen te ondersteunen. Dat de aangeklaagde ook verder andere mensen geldelijk ondersteunde kan daarbij niet van doorslaggevende betekenis zijn. Deze bewijsvoering van de verdediging hebben geen rechtsgeldigheid. Met dit alles staat vast dat de aangeklaagde zich schuldig heeft gemaakt aan hulp bij vijandbegunstiging. Ook is hij volgens paragraaf… in ieder geval te bestraffen.’

 MACHIEL VAN RAVENSTEIN (1908-1998)

Ravenstein 1

Vooromslag van boekuitgave: ‘Waarheen gaat….Gij? door M.van Ravenstein met aquarel door de schrijver vervaardigd.

Inhoudsopgave boek door M.van Ravenstein: Ravensteininhoudsopgave

Is in Haarlem geboren, was winkelier in de Camplaan, werd vertegenwoordiger en woonde lange tijd aan de Kerklaan 99. Hij sloot zich aan bij de Orde Dienst en legde zijn herinneringen vast in een boekje ‘’Waarheen gaat …Gij?, dat hij in 1984 in eigen beheer uitgaf en zeer gereformeerd-christelijk is geïnspireerd. Daarin schrijft hij o,a. dat de verzetsgroep, waarvan hij speciaal noemt zijn vriend Bert van Wijk en verder  Pieron en Van Ginhoven, meestal vergaderden in restaurant De Rode Leeuw op het Damrak te Amsterdam en incidenteel bij restaurant Brinkman op het Houtplein. Van  Ravenstein hield zich bezig met de militaire organisatie waarbij zich in totaal zo’n 365 personen uit verschillende plaatsen hadden aangesloten. Hun namen werden bewaard in een gesloten pot, die in de tuin van zijn huis was begraven en behalve hijzelf slechts 1 andere persoon de exacte plaats wist. Zijn arrestatie vond plaats op 12 mei 1941, op dezelfde dag als van Lambert van Wijk. Beiden zijn via Dreefzicht in Haarlem naar de strafgevangenis ‘Oranjehotel’ in Scheveningen overgebracht, waar alle gearresteerden met de borst tegen de muur werden gedrukt.

gevangenbeeld3

Het ‘Oranjehotel’, foto uit ‘Gevangen Beeld’

Vandaar werd hij door een SS’r meegenomen naar vleugel F.cel703. Hierna begonnen de verhoren van alle gearresteerde O.D.-leden afzonderlijk. Van Ravenstein die met een communist Ruskauf in één cel zat vond vooral troost in de bijbel die zijn vrouw had meegenomen. In september 1941 werden de gevangenen overgebracht naar de Amsterdamse gevangenis aan de Weteringschans in afwachting van het proces op 4 oktober voor het Kriegsgerecht, waar alle 18 personen terecht stonden van wie hij er enkele in het geheel niet kende. Aanvankelijk werd zesmaal de doodstraf geëist. Hijzelf werd uiteindelijk voor 3 jaar tuchthuis gevonnist en via de gevangenis Amstelveenseweg en vervolgens een andere gevangenis in de Pompstationsweg te Scheveningen, is hij na enkele weken met de trein vanaf het Staatsspoor naar het Duitse Brauweiler vervoerd om ten slotte met andere groepsleden ten slotte te eindigen in de gevangenis van Rheinbach, ongeveer 40 kilometer ten zuidwesten van Keulen gelegen. Ten slotte werd hij als arbeider verhuurd aan een fabrikant in Lengsdorff bij Bonn om ten slotte na vrijlating in 1944 terug te keren in Heemstede.

RavensteinRheinbach

Tekening van el 164 te Rheinbach waar Van Ravenstein gevangen zat

Ravenstein3

Tekening van Machiel van Ravenstein i cel te Lengsdorf, getekend door Toussaint

Van Ravenstein  was ook na de Bevrijding wederom  vertegenwoordiger bij de vleesverwerkende industrie in Oss. Hij vervulde o.a. bestuursfuncties als ouderling van de Gereformeerde Kerk in Heemstede en secretaris van het Nederlands Bijbel Genootschap, afdeling Heemstede. Op 89-jarige leeftijd overleden is zijn stoffelijk overschot begraven op de algemene begraafplaats in Heemstede. [Aanwezig in NH-Archief, Heemstede-collectie, doos 59: radioband De Ontmoeting met M.van Ravenstein, oorlogsherinneringen, 1 mei 1973 VPRO].

Procesverbaal

A.‘De aangeklaagde is als zoon van de handelaar Michael van Ravenstein en zijn vrouw Elisabeth Landwehr op 28 november 1908 in Haarlem geboren. Hij ging eerst 7 jaar naar de lagere school en werkte daarna in het bedrijf van zijn. Eerst werkte hij in de landbouw, later als bediende bij verschillende bedrijven tot hij bij een handelsfirma als vertegenwoordige r in dienst kwam. |De aangeklaagde is getrouwd, heeft 3 kinderen in de leeftijd van 1,5 – 5 jaar. Hij is niet voorbestraft. Hij is sinds zijn 18de jaar lid van de ARP, maar zou verder niet politiek actief zijn. B. Van Ravenstein hoorde van zijn vriend Van Wijk over de persoon de aangeklaagde Ligtvoet en zijn voornemens. Hij beloofde tevens zich in te zetten voor de verwezenlijking van de plannen van Ligtvoet. Korte tijd later kwam hij in IJmuiden toevallig in gesprek met een man die zich De Graaf noemde, die echter in werkelijkheid de aangeklaagde Belgraver was. In dit gesprek vertelde Van Ravenstein dat hij een man kende die naar Engeland wilde. Belgraver antwoordde daarop dat hij hem zeer waarschijnlijk kon helpen en hij zou zo mogelijk dezelfde dag nog iemand naar Heemstede sturen. Op deze dag werd de aangeklaagde Ligtvoet door De Wit naar Van Ginhoven gebracht. Van Ravenstein droeg door de levering van 2 worstjes bij aan het onderhoud van “de vluchtelingen”.  Ook nam hij deel aan verschillende besprekingen bij Van Wijk en in Amsterdam, waarin de ondersteuning van de Engelandvaarders en van de geheime organisatie sprake was.’

Weerlegging van de aangeklaagde en rechterlijke taxatie:

‘De aangeklaagde van Ravenstein geeft openlijk toe van zijn vriend van Wijk over de plannen van Ligtvoet te hebben gehoord en hem ook te hebben beloofd moeite te doen een weg naar Engeland te vinden. Hij bood zijn hulp aan door met Belgraver over de kwestie te spreken en bereikte dat Ligtvoet en van Wijk afgehaald zouden worden en naar Castricum gebracht zouden worden. De hele instelling van de aangeklaagde, die voor de vrijheid van Nederland en voor de terugkeer van het koningshuis pleitte, maakt duidelijk dat hij aan meerdere besprekingen in Heemstede en in Amsterdam deelnam, waarin over de hulp aan de Engelandvaarders en over de nieuw op te richten organisatie onderhandeld werd. Tie te geven is dat de aangeklaagde door het ter beschikking stellen van 2 worstjes met een gewicht van 1 pond aan De Wit niet aan de ondersteuning van de Engelandvaarders met levensmiddelen op het oog had, maar deze waarschijnlijk persoonlijk aan De Wit had willen geven. In ieder geval heeft Van Ravenstein door zijn hele houding de zaak van bevoordelen van de vijandelijke macht in het nadeel van het Rijk bevordert. Hij heeft zich dus ook aan hulp bij vijandbegunstiging strafbaar gemaakt en dient in ieder geval te worden bestraft.

Twee broers Pieron

Geboren in Amsterdam heeft de familie Pieron een aantal jaren aan de Meerweg 45 in Heemstede gewoonde om voor de oorlog naar Amstelveen te verhuizen. Vader Alle Frederik Johannes Pieron (1875-1945), fabrikant van beroep, is geboren op 20 december 1862 te Goor (Ov.) en is overleden op 24 augustus 1945 in Heemstede en daar ter aarde besteld op de algemene begraafplaats.

5cb7d23b-c1f1-f8ec-990a-e6fec08a738e

                          Rouwadvertentie A.F.J.Pieron uit Haarlems’Dagblad van 28-8-1945

In de nacht van 15 op 16 september 1944 had een van de grootste scheepsrapen aller tijden plaats. Een Engelse onderzeeboot torpedeerde een Japans vrachtschip, zonder vracht meer met 4.200 Indonesische dwangarbeiders en circa 2.500 krijgsgevangenen, overwegend Nederlanders + een honderdtal Japanners. Er vielen meer dan 5.000 doden, vier keer zoveel als op de Titanic. Eén van de slachtoffers was dominee A.F.J. (Alle) Pieron (jr.), veldprediker van het KNIL. Er was plaats voor hem als drenkeling op een vlot om de kust van Sumatra te bereiken. Hij bleef echter aan boord van het zinkende schip en gaf zijn plaats aan een andere persoon die daarmee de scheepsramp overleefde. Vanwege zijn Heemsteedse verleden is aan ‘de Heemsteedsche student die jarenlang in ons midden heeft geleefd aan den Meerweg’ op 7 december 1945 een artikel aan zijn nagedachtenis gewijd. Hij is in 1929 met zijn ouders in Heemstede komen wonen, studeerde theologie aan de Vrije Universiteit en omdat een beroeping als kandidaat-predikant onder de Chinezen in Rotterdam niet doorging in 1934 naar Bandung in Java als aalmoezenier verhuisd.

ddd_011171524_mpeg21_p005_image

Uit: De Gooi- en Eemlander, 1 juni 1934

Als verzetsstrijder was Christian (Kik) Pieron, lid van de Orde Dienst en beoogd Engelandvaarder. Zijn huis en boekhandel op het adres Laanhorn 2 in Amstelveen werd door verzetsstrijders bezocht.

ddd_010664672_mpeg21_p010_image

Berichtgeving ondertrouw van C.Pieron en M.J.Pelsma in Amstelveen (Algemeen Handelsblad, 25-3-1936)

ddd_010692172_mpeg21_p091_image

Uit d Telegraaf van 12-2-1994 waarin vroegere echtgenote van de omgekomen Christian (Kik) Pieron: Map  Pelsma vertelt van herinneringen aan de oorlogstijd

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij met 16 anderen door verraad gearresteerd en veroordeeld tot uiteindelijk levenslang tuchthuis. In 1941 is hij naar een Duitse gevangenis gedeporteerd. In 1945 werd Pieron door de Amerikanen bevrijd, maar hij stierf onderweg naar huis aan algehele uitputting. In de gemeente Amstelveen-Oost  is de Pieronlaan nabij het Keizer Karelpark naar hem vernoemd en komt zijn naam voor op een plaquette in de Pauluskerk.

Pieronplaquette

Plaquette met naam van C.Pieron als oorlogsslachtoffer, in de Pauluskerk te Amstelveen

ALLE FREDERIK JOHANNES PIERON (jr.) (1909-1945) Proces aanklacht (verkort) 

A‘De 32-jarige aangeklaagde is als zoon van de handelaar Alle Frederik Johannes Pieron en zijn vrouw Jacoba Minne in Amsterdam geboren. Na 6 jaar lager onderwijs kwam hij op de middelbare school die hij in 1926 met goed gevolg afmaakte. Tot 1930 was hij in verschillende handelszaken als werknemer en boekhouder werkzaam. In 1930 kocht hij een boekhandel in Amstelveen die hij tot de huidige dag leidt. De aangeklaagde is getrouwd, zonder kinderen. Hij is onbestraft en sinds 1930 lid van de ARP. Hij heeft een militaire dienst vervuld.  boekhouder werkzaam. In 1930 kocht hij een boekhandel die hij tot de huidige dag leidt. B. De aangeklaagde Pieron leerde rond Kerst 1940 de aangeklaagde Ligtvoet kennen bij Buurmann in Heemstede van wie Pieron familie is. Reeds rond deze tijd vertelde Ligtvoet hem in een gesprek van zijn huidige leven en zijn plannen naar Engeland te reizen. Midden maart 1941 bezocht Ligtvoet de aangeklaagde Pieron in zijn woning in Amstelveen en maakte hem duidelijk dat hij bij Van Ginhoven weg was gegaan omdat deze hem bij de uitvoering van zijn plannen niet zou helepn. Tegelijkertijd vroeg hij Pieron of deze voor hem bezig wilde zijn en ook als het zou kunnen hem aan werk helpen. Pieron besloot meteen met hem naar zijn zakenvriend Van Waaijen in Amsterdam te reizen om het deze de gelegenheid te bespreken.’ Na een bespreking van 1,5 uur in het kantoor van Van Waayen opgebeld om er voor te zorgen dat Ligtvoet om 18.00 uur thuis zou zijn, omdat er rond die tijd 2 heren uit Leiden langs zouden komen. Pieron deelde Ligtvoet, die zich die dag in Heemstede ophield mee, dat hij om die tijd weer in de woning van Pieron zou moeten zijn. Om die tijd verscheen daar Stelbrink die Ligtvoet ophaalde om hem via Leiden naar Engeland te sturen. (…) Pieron deelde mee dat er in Amsterdam nog een kaart van de Fokkerfabriek zou zijn die hij nog zou kunnen ophalen. Tussen Stelbrink en Pieron werd afgesproken dat de kaart nog voor 27 maart opgehaald zou kunnen ophalen.(…) Van betekenis voor de instelling van Pieron is nog dat hij tijdens het verblijf van Ligtvoet in zijn huis meerdere malen in zijn woning naar buitenlandse zenders luisterde. Ook vond men in zijn huis verschillende drukwerken zoals vv. de krant Vrij Nederland, die volgens de aangeklaagde door een onbekende naar hem toegestuurd zou zijn.’

Weerlegging van de aangeklaagde en juridische taxatie (verkort)

‘De aangeklaagde Pieron maakt eveneens geen geheim van zijn Duitsvijandige houding. Hij stond ervoor dat Nederland weer een vrij land zou worden en was ervan overtuigd ieder handelen dat de vijand voordeel zou kunnen bieden door hem moest worden ondersteund. Hij heeft toegegeven dat hij de plannen van de aangeklaagde Ligtvoet precies kende. Ook kan er geen twijfel over bestaan dat hij de aangeklaagde Ligtvoet wilde helpen om diens plannen uit te voeren. Daarvoor spreekt hij ondubbelzinnig zijn hele houding en bovendien de uitspraak van de aangeklaagde Ligtvoet zelf.’ (…). De aangeklaagde heeft zich door zijn handelen schuldig gemaakt aan zware vijandbegunstiging.  Een veroordeling wegens verraad van staatsgeheimen heeft het Veldgericht in dit geval niet uitgesproken. Het gerecht was er niet van overtuigd dat de tekening van de Fokkerfabriek als een staatsgeheim aangemerkt kan worden. Hiertoe behoort namelijk dat het om een geheime aangelegenheid handelt. De Fokkerfabriek echter ligt geheel open in Amsterdam en kan door iedereen waargenomen worden. De leider van de Fokkerfabriek heeft als deskundige gezegd dat de camouflage van de fabriek voor iedere voorbijganger zonder meer te herkennen is. De over de fabriek getrokken grasmat en de daarop aangebrachte rieten huisjes zijn van veraf zichtbaar. Zelfs het aantal en de kleur van de huisjes en alle verdere aan de straat gelegen camouflageobjecten kunnen het oog van bezoekers niet ontgaan. Het enige lastige is te weten welke betekenis de afzonderlijke werkplaatsen hebben en welk doel ze dienen. Dit is slechts bij een bepaalde kring van personen bekend. Deze kring is echter zo groot dat dit weer niet als geheim aangemerkt kan worden. Want iedere op de fabriek werkende arbeider is op de hoogte van het gebruik van de verschillende hallen. Daar de arbeiders niet tot geheimhouding zijn verplicht, is het te verklaren dat zij hierover niet zwijgen, maar menig interne aangelegenheid in de openbaarheid brengen. Daarbij mag niet worden vergeten, dat de Fokkerfabriek al voor de oorlog bestond en voor hetzelfde doel diende. In deze tijd hebben, zoals de directeur vertelde, veel rondleidingen plaats gevonden, die een groot aantal Hollandse burgers een duidelijk beeld van de fabriek gaven. Op grond van deze zaken ontbreekt het aan bewijslast om verraad van staatsgeheimen hard te maken, zo luidt de opvatting van het gerecht. Het gerecht moet daarom een veroordeling voor een dergelijke daad in het voordeel van de aangeklaagde laten vallen.’

 

 gevangenbeeld2

 Illustratie uit het boek: ‘Gevangen Beeld’ met vermelding van alle 18 namen door Jos van der Wedden-Klaver

Gevangenbeeld4

Uit het boek ‘Gevangen Beeld’ waarin Piet Klaver via  Nijgh in zijn Duitse cel de dood van piloot en Engelandvaarder Van Doorn wordt medegedeeld.

N.B. Informatie in ‘Heemstede-collectie’ van het Noord-Hollands Archief, Haarlem. Met dank aan de heer Hans van Kempen, Vechta, Duitsland en mevrouw Jos van der Wedden-Klaver, Zaltbommel.