Tags

 ‘maar van alles is dit wel de grootste beloning of straf, wie eenmaal van lezen houdt, blijft behept met dit virus’

DE MEERLHORST; HEEMSTEEDS BOEKENKAST

‚De Meerlhorst’ een witte villa aan het begin van een statige laan. Zo maar een zonnige woensdagmiddag halverwege de jaren vijftig even voor twee uur. Knarsend grind. Op de stenen stoep voor de voordeur van de Meerlhorst zitten enkele kinderen ongeduldig te wachten. Uit de openstaande gazondeuren, rechts van de ingang, klinkt het geratel van ambtelijke schrijfmachines. Tijd genoeg om nog eens het emaillen bord naast de ingang te bestuderen. ‘Maatschappelijk Hulpbetoon’ (*) staat daar duidelijk in zwarte letters op een witte ondergrond. Is het uitlenen van boeken maatschappelijk eerbetoon aan hen die ze zelf niet bezitten?

Meerlhorst3

Openbare Leeszaal Heemstede in de Meerlhorst op een ansichtkaart uit circa 1950

(*) Maatschappelijk Hulpbetoon was de opvolger van het Burgerlijk Armbestuur bedoeld voor armlastigen en werklozen en voorloper van de gemeentelijke dienst voor Sociale Zaken. Op basis van de Distributiewet van 1939 is bovendien de Meerlhorst vanwege de centrale ligging in gebruik genomen als hoofddistributiekantoor. Gemeentelijke ambtenaren kregen opdracht te helpen met de uitreiking van zogenaamde noodkaarten voor voedsel en andere levensbehoeften. Als hoofd ontving de heer G.J.Arnold, commies 2e Klas bij het Bedrijf voor Openbare Werken, de dagelijkse leiding van burgemeester Van Doorn. Dit kantoor fungeerde gedurende de gehele oorlogsperiode en ook daarna nog tot 1948 in welk jaar de opgerichte bibliotheek de vrijgekomen  ruimten kon overnemen.

Arnold

Viering van 40-jarig ambtsjubileum van de heer G.J.Arnold, augustus 1968, voor restaurant landgoed Groenendaal. Hij was van 1939 tot 1948 hoofd van de Distributiedienst gevestigd in de Meerlhorst. Op de foto achterste rij van links naar rechts: B.de Raad, J.Bloemendaal, N.Vooges, C.de Waard, D.Plat, H.Walet, J.Sinke, R.Stegeman, H.v.d.Berg, P.Corvers. Middelste rij: G.S.van Bakel, A.Treffers, G.Zomer, T.A.de Vos, A.Mense, R.Abrahams, A.Deelissen, Th.Duindam, J.H.Maartense, G.Visser, C.van Dijk, Willy de Graaf, K.de Groot, L.v.d.Hoonaart. Voorste rij: H.de Boer, C.Büthker, Th.Mebius, Th.Schelling (gemeentesecretaris), burgemeester mr.A.G.A.ridder van Rappard, jubilaris G.J.Arnold met resp. zijn echtgenote, schoondochter en zoon, H.Peterse (directeur openbare werken). (foto NHA).

Precies om twee uur zwaait de deur open: een leren stootkussentje wordt op zijn plaats gehangen zodat de deur niet dicht kan slaan [De juffrouw die dit doet moet altijd op haar tenen staan]. Pas dan mogen de kinderen naar binnen. Een korte gang door, dan een glazen deur, met daarachter weer een gang waar diverse deuren op uitkomen en een statige trap die naar boven leidt. Rechts helemaal aan het eind van deze gang, is een tuindeur die als personeelsingang (?)  dienst doet. Links is een deur waarachter zich, volgens mijn herinnering, een soort keukentje bevindt. Twee deuren geven toegang tot ambtelijke vertrekken waar zich gemeenteambtenaren en de reeds gehoorde schrijfmachines bevinden. Wat zich boven aan de trap bevindt ben ik nooit te weten gekomen (*). Achter de overige deuren bevinden zich de publieke ruimten van de gemeentelijke leeszaal en bibliotheek.

Meerlhorst2

De heer G.H.Jansen, afkomstig uit het noorden van het land woonde in de jaren 60-70 van de vorige eeuw in Heemstede en schilderde als hobby in de naïeve stijl. Voordat hij met zijn echtgenote weer naar het noorden verhuisde schonk hij de bibliotheek bovenstaand doek, met zicht op de Meerlhorsr vanuit de Vrijheidsdreef, thans in de collectie van de Historische Vereniging Heemstede Bennebroek

(*) Nadat 25 januari 1937 de weduwe van de in 1925 gestorven notaris mr.C.J.Boerlage, mw. Agatha de Hoop Scheffer was overleden, is de Meerlhorst, gunstig gelegen, naast het te klein geworden raadhuis, als hulpsecretarie aangekocht.  Het genoemde keukentje was het domein van de geüniformeerde hulpbode de heer Snoeks [hoofdbode in het raadhuis was in die tijd de heer J Heijink). In het voormalig notariskantoor zetelde de afdeling belastingen ofwel de gemeenteontvanger, de joviale maar degelijke Brabander heer O. Mol, jarenlang geassisteerd door Ruud Dikkeboom. Verder waren op de begane grond nog gehuisvest de afdeling controle financiën met als chef de heer Lohman uit de Bernard Zweerslaan en de heer Weijers uit Bennebroek als naaste medewerker. Op de bovenverdieping verder sportzaken onder leiding van de heer I.J.Verstraten, als directeur van de Heemsteedse Sportstichting, woonachtig in Zandvoort. Ten slotte: Sociale Zaken met aan het hoofd de heer Freek Rot, die als geen ander de trap naar beneden wist te vinden in het incidentele geval wanneer een minder sociaal persoon boos werd omdat die volgens de ambtelijk geldende regels niet in aanmerking kwam voor een gemeentelijke uitkering. Hij was de zoon van de destijds bekende tabakszaak van F.Rot nabij de IJzeren Brug, trad op bijzondere gemeentelijke festiviteiten als pianist in het raadhuis en is na zijn pensionering vanuit de Jacob van Campenstraat naar een plaats in de provincie Utrecht verhuisd en niet meer in Heemstede gesignaleerd. De zolder van de Meerlhorst was als gebruik als opslag vooral van bibliotheekmateriaal.  

De achterste deur is die van de katholieke bibliotheek annex leeszaal. Belangrijk zijn de twee deuren voor ons. Eén voor de openbare leeszaal, strikt verboden voor kinderen en de andere die de openbare bibliotheek ontsluit. Deze deur gaan we door.

Meerlhorstalgemeneafdeling

                                          De algemene afdeling van de bibliotheek in de Meerlhorst

We staan in een grote zaal met een uitleenbalie. Links achter een glazen wand is de openbare leeszaal, met tijdschriften en kranten, te bereiken via de genoemde tussendeur (of via de deur in de gang). Anno 1955 wordt ons hier een blik gegund in de toekomst; in Amerikaanse tijdschriften staat reclame voor kleurentelevisies. In Nederland is het dan nog – achter gesloten gordijnen – behelpen met zwart-wit toestellen die enkele uren per week bewegende beelden vertonen. Onder de vermelde glazen want staat de uitstaltafel met aanwinsten. De titel kun je doorgeven zodat je, als je geluk hebt drie weken later het bewuste boek mag lenen. Vooral Godfried Bomans, Agatha Christie en Simenon zijn veel gevraagd.  Rechts staan tegen de wand kaartenbakken met talloze fiches: gesorteerd op auteur, titels en trefwoorden. De rest van de zaal wordt opgevuld met romans en studieboeken (non-fictie). De boeken mag je alleen uit de kast nemen wanneer je in de vrijgekomen ruimte een houten plankje schuilt én de juiste leeftijd hebt. Want de jeugdboeken zijn per kast op leeftijd opgeborgen: tot en met 6 jaar, 7-8 jaar, 9-10 jaar etcetera tot en met 19-20 jaar. Natuurlijk zijn die boeken interessant die in de kast van een hogere leeftijdscategorie staan. Waarom mag een tienjarige heen Jules Verne lezen (?); lokkend staan de blauwe bandjes in de kast van 13 t/m 14 jaar. Maar strenge uitleen-juffrouwen, hadden mannen geen verstand van boeken (? ) achter de balie waken er voor dat je leesvoer was afgestemd op je leeftijd. Maar soms had je geluk en kreeg het van een wat flexibeler uitleendame een ‘ouder’ boek mee naar huis. Meegebrachte tassen moeten in daarvoor bestemde kastjes tijdelijk worden gestald.

De studieboeken kennen geen leeftijden maar onderwerpen en soms veel plaatjes: geschiedenis, astronomie, biologie, geologie, techniek enz. Er is literatuur om een telescoop te bouwen of een kristalontvanger. Maar ook om planten te determineren, scheikundeproeven te doen, een eerste kennismaking met ruimtevaart of om het Romeinse Rijk te bestuderen.

Op de uitleenzaal komt overigens ook en deur uit waarachter zich de RK leeszaal en bibliotheek bevinden. In de RK leeszaal [weer een deur door] is het rustig en leent zich dus uitstekend voor het ongestoord maken van huis- en strafwerk. Thuis heb je niet zoveel naslagwerken bij de hand!

meerlhorstleeszaal

Kijkje in de leeszaal van de Meerlhorst met kranten en tijdschriften omstreeks 1950

Drie open doorgangen, waarvan één achter de balie, verbinden de algemene/jeugdruimte met het boekendomein van de volwassenen. Dit gedeelte is omstreeks 1955 aan de Meerlhorst gebouwd. Hier kan de volwassen lezer kiezen uit binnen- en buitenlandse literatuur, wetenschappelijke werken en ingebonden jaargangen van de uit de leeszaal afkomstige tijdschriften. Evenals de leeszaal is dit gedeelte van de bibliotheek voor jongeren min of meer verboden gebied; alleen toegankelijk voor met literatuurlijsten gewapende middelbare scholieren. Gelukkig mocht ik, een jaar of twaalf oud, op de kaart van mijn ouders (*) hier rondneuzen, met een verplichte leestijd van één week is wel erg weinig. Nee, dan volwassenen die mochten 1 roman, 1 novelle, 3 studieboeken en 1 boek in een vreemde taal lenen. Wat een novelle was wist ik niet. Ik ging er vanuit dat dunne leesboeken novelles en dikke leesboeken romans waren. Dus Anton Koolhaas was een novelle en Simon Vestdijk een roman.

(*) Hoewel katholiek toch lid van de algemene bibliotheek omdat daar meer/vrije keuze was.

Dit brengt bij mij de vraag hoe de collectievorming plaats vond: er waren veel boeken van voor 1948. Ik kan me bijvoorbeeld jaren twintig en dertig herinneren als ‘Okke Tannema’ en ‘Bram Vingerling’ [het favoriete jeugdboek van Harry Mulisch]  en ingebonden jaargangen van ‘Buiten’ . Waren ze afkomstig van legaten of overnames van andere bibliotheken? Niet alle boeken waren er te vinden; vermoedelijk omdat het bestuur pedagogische en morele barrières had opgeworpen. Dus voor kinderen waren er geen stripboeken of –tijdschriften: geen Kuifjes en geen Donald Duck. Maar wel het opvoedkundig correcte jeugdblad ‘Kris Kras’. Ook zocht men in de Meerlhorst vergeefs naar spannende en zogenaamde (fel)realistische lectuur. Nee, voor cowboyboeken en gewaagde literatuur als ’Bob en Daphne’ van Aalberse of ‘Moulin Rouge’ moest men elders in Heemstede wezen.

Bob

Voor boeken als ‘Bob en Daphne’ van Han B.Aalberse kon men niet bij de openbare bibliotheek noch bij r.k.leesbibliotheek van dames Jonckbloedt terecht, noctans wèl bij Van Eijk.

Bob

Herinneringen van boeken als ‘Bob en Daphne’ en de Haarlemse bibliotheek door Sylvia Witteman, De Volkskrant, sir Edmund, 28 mei 2016.

En wel bij een kantoorboekhandel annex leesbibliotheek Van Eijk op de hoek Binnenweg/Lindenlaan waar zich, verborgen achter stellingen met kantoorartikelen, rijen boeken met gemarmerde kaften bevonden. Het beheer van deze boeken berustte bij vader en dochter van Eijk. Naast volwassenen lectuur waren daar ook jeugdboeken. Vooral de boeken van Daan Zonderland zoals ‘Kikkertje Lik’ en ‘Jeroen en de zilveren  sleutel’ zijn mij bijgebleven. Helaas mocht je daar niet zelf rondneuzen en moest je nadrukkelijk vragen welk boek je wilde hebben. Dat was wèl een nadeel.

leesbibliotheekvanEijk

Prentbriefkaart van de vroegere kantoorboekhandel en leesbibliotheek Van Eijk op de hoek van de Binnenweg en de Lindenlaan.

[Onbesproken blijven de klasbibliotheekjes van de Jozefschool waar iedere klas een kastje bruin gekafte(*)  kinderboeken bezat, voornamelijk afkomstig van het RK-Jongensweeshuis uit Tilburg. De ‘Puk en Muk’-verhalen en ‘Daantje’ waren in de lagere klassen populair. In de hoogste klassen werd vooral ‘Pim Pandoer’ ‘’De kameleon’ en ‘Arendsoog’ uitgeleend].

(*) In de hogere klassen gebeurde het kaften klassikaal aan het begin van het schooljaar.

Naschrift: na het vertrek van de bibliotheek naar de voormalige Dreefschool op de hoek van het Julianaplein en de Heemsteedse Dreef veranderde ‘de Meerlhorst’ in een appartementencomplex; met bewoners die men op de chique van Merlenlaan niet zou verwachten. In één van de appartementen, oorspronkelijk de RK. leeszaal, zou jaren later – omstreeks Pasen 1996 – een gruwelijke moord plaats vinden.

Een anonieme lezer, april 1998.

————————————————–

LEZEN MOET: overwegingen van Herman Hofhuizen

‘Lezen moet. Natuurlijk niet in de snauwerig-bevelende zin van het woord, maar meer in de rustig-adviserende betekenis van ‘MELK MOET’. Lezen moet omdat het voor een mens van het allerhoogste belang is kennis te nemen van wat andere mensen denken, voelen of meemaken. Je kunt toch zeker niet een heel leven lang uitsluitend over jezelf lopen tobben? Jazeker, lezen is een vorm van communicatie, voor mijn part een vorm van niet-alleen-zijn, nog meer voor mijn part een kwestie van zelfbehoud. Je kunt, al lezende, weliswaar niets terugzeggen, maar wel degelijk iets terugdenken. Maar het niveau van de “conversatie’ is natuurlijk wel in hoge mate afhankelijk van de kwaliteit van het boek. Het beste is uiteraard – de schrijvers zullen het waarschijnlijk met mij eens zijn – dat je een boek koopt, zodat je het ook bezit. Maar daar zijn, zoals immer, grenzen. Ik liep eens met een nogal literaire vriend door Londen te dwalen, toen wij langs Foyles kwamen, de befaamde boekhandel die een hele wijk beslaat. “Moeten wij niet even naar binnen?” vroeg ik. “Ach nee, zei hij na enig aarzelen, “we hebben thuis toch al een boek?” Uiteindelijk kwamen wij in een van die onaards-gezellige Londense pubs terecht. Niet om melk te drinken overigens. Ik bedoel: als ik alle boeken zou moeten kopen, die mij interesseren, dan zou mijn huis één en al bibliotheek zijn. Dat kan natuurlijk niet. Bovendien heb ik er een buitenshuis: de Gemeentelijke Openbare Leeszaal en Bibliotheek, eerst in de Meerlhorst, vervolgens aan de Kerklaan gehuisvest. Instellingen van deze aard behoren naar mijn smaak tot de allerbelangrijkste die er bestaan. Althans heb ik er in mijn leven veel – om niet te zeggen “een stuk levensgeluk” aan te danken. Zat ik niet tijdens der dertiger crisisjaren, als jeugdwerkloze van toen, dag in dag uit in de Openbare Leeszaal van Amsterdam?  Niet om de tijd te doden, maar om mijn leeshonger te stillen. Een aangenaam soort leeshonger. Trek hebben in een boek, er bestaat nauwelijks iets mooiers, tenzij het (wat mij betreft) trek hebben in muziek. Natuurlijk ben ik al tientallen jaren lid van de Gemeentelijke Openbare Leeszaal en Bibliotheek in Heemstede. Misschien heb ik al een jubileum als zodanig achter de rug.

Er zijn twee manieren om naar de bibliotheek te gaan. Je begeeft je er doelbewust heen om dit of dat bepaalde boek te lenen. Je kunt ook denken: eens lijken wat er ook allemaal weer voorradig is. Je kunt ook beide methoden combineren. Maar één ding staat vast: een uurtje of wat zo maar langs de rekken slenteren is voor mij een ongekend genoegen. Ik doe het dan ook geregeld. Het heeft iets van een ontdekkingsreis. Zo maar wat bladeren in boeken, wat een genot. Soms denk ik: hoe is het mogelijk dat enig mens dit uitgegeven heeft gekregen? Maar het komt veel vaker voor dat ik tegen mijzelf zeg: “Hé, dat zou ik best eens willen lezen”. En dat doe ik dan uiteraard. Ik heb heel wat voetstappen liggen in zowel de Meerlhorst als in het (nu verlaten) pand aan de Kerklaan.

An. Ik hoop er nog veel te zetten in de nieuwe bibliotheek aan de Dreef, mede ook omdat directeur Hans Krol en al die aardige dames en heren, naar ik meen, zijn mééverhuisd. Naar ik heb vernomen is de nieuwe bibliotheek vercomputariseerd. Dat is prima, vooral omdat er toch niets aan te doen is. Maar ik zal langs die rekken blijven wandelen. En misschien stuit ik nog wel eens op een boek over computertechniek en héél misschien den ik  dan: “Hé…”

Herman Hofhuizen (1917-1996),  Heemstede, 1986.   

Hofhuizen

Vooraan zittend Herman Hofhuizen tijdens de officiële opening van een aan Godfried Bomans gewijde tentoonstelling in de Heemsteedse bibliotheek, rechts van hem de echtgenote van schrijver Michel van der Plas, vervolgens mw. Hofhuizen, dan Michel van der Plas en hierna het echtpaar Quarles van Ufford-Hanselaar.

 Beknopte geschiedenis van de gemeentelijke openbare leeszaal en bibliotheek Heemstede in de Meerlhorst van 1946/1948 tot 1975

Meerlhorst5

 Prentbriefkaart van notarishuis de Meerlhorst (gebouwd in 1904) uit omstreeks 1910. In het lage deel links was het kantoor ondergebracht terwijl in het hoge gedeelte het woonhuis was ondergebracht. Weliswaar is de Van Merlenlaan al in 1881-1882 aangelegd als oost-west verbinding van de Herenweg naar het dorp vice versa, maar pas in 1903-1904 is de Meerlhorst als eerste villa gebouwd, in opdracht van notaris mr.J.C.Boerlage. Een witgepleiserd pand in natuursteenmotief, met samengestelde kap, bedekt met rode kruispan. In het provinciale Monumenten Inventarisatie Project (MIP) in 1991 kreeg het pand van Merlenlaan 2 accessienummer 0007509 . Opgemerkt wordt dat de vensters/deuren in een later stadium gewijzigd zijn. Als motivatie voor een opname werd niettemin ermeld: “Van belang vanwege de stedenbouwkundige situering, als onderdeel van de laat 19e en vroeg 20ste eeuwse villa-ontwikkeling langs de Van Merlenlaan”. De Vrijheidsdreef werd in 1914 aangelegd in de as van de Meerlhorst. In latere jaren zijn diverse uitbouwen gerealiseerd aan de oostzijde (jeugdbiliotheek) en zuidzijde van het gebouw (voor boekenopslag, binderij e.d.). Uiteindelijk heeft de Meerlhorst geen monumentale bescherming gekregen en is het niet beschreven in de 2 HVHB-Monumentenboeken uit 2004 en 2005 onder ‘door de VOHB belangrijk geachte en beschreven monumenten’. Wèl opgenomen als – gemeentelijk – monument zijn de nabijgelegen panden Van Merlenlaan 1 en 3, 5, 7 en is de dubbelvilla 4/41 als provinciaal monument geregistreerd.

 Voorgeschiedenis

De Economische crisis, gevolgd door de oorlogsjaren, hebben de oprichting van een openbare bibliotheek in Heemstede vertraagd. Op 24 augustus 1931 schreef mevrouw W.P.Evers de volgende brief aan het gemeentebestuur: ‘Als bewoonster van Heemstede, die liefst wenscht onbekend te blijven, oppert met bescheiden vrijmoedigheid het denkbeeld om door Burgemeester en Wethouders in overweging te nemen of het niet gewenscht ware, nu Heemstede zich uitbreidt, om een zelfstandige leeszaal met jaarlijkse contributie ten gerieve van het week- en maandbladen en couranten-lezend meer-ontwikkeld publiek op te richten? Volgens opinie van ondergetekende is zulks zelfs een dringende behoefte. Leegstaande huizen omtrek den Haven in overvloed. Zoo iets dergelijks als bv. De leeszaal in Zeist.’ De gemeente onderkende het belang van goede boeken als een belangrijk middel het geestelijk goed van de volksbeschaving te verrijken en berichtte dat  ‘te gelegener tijd aan het door haar geopperde denkbeeld aandacht zou worden geschonken.’ Op 6 oktober van datzelfde jaar schreef mevrouw Evers ‘met het oog op den aanstaande begrooting’ nogmaals een request, maar het zou uiteindelijk nog achttien jaar duren voordat een moderne openbare bibliotheek het levenslicht zag.Gedurende de eerste helft van de vorige eeuw waren in Heemstede, behalve de boekerijen beheerd door kerkgenootschappen, verscheidene lees- of winkelbibliotheken gevestigd. Tevens was er een (katholieke) uitbreng-bibliotheek ‘Unitas’. De heer C. Meeuwenoord bracht de boeken per fiets bij de mensen thuis. Voor meer wetenschappelijke werken konden Heemstedenaren in de Stadsbibliotheek van Haarlem terecht, met uit Heemstede circa 1200 personen. Volgens een opgave aan de Duitse bezetters telde Heemstede op 7 april 1941 zes confessionele (*) en zes ‘openbare’ dat wil zeggen commerciële bibliotheken met een totaal boekenbezit van 36.136 banden en 2.686 geregistreerde leden. Deze aantallen waren exclusief de speciale/wetenschappelijke bibliotheken van het Instituut voor Epilepsiebestrijding Meer en Bosch  [met tevens een ontspanningsboekerij] en van het priesterseminarie Hageveld.

*Dat waren 1) ‘De Kruisvaart’ cohort Sint Bavo; 2) Gereformeerde Evangelisatie Bibliotheek, 3) Zondagsschool vereniging (in het gebouw voor Christelijke Belangen aan de Bosboom Toussaintlaann); 4)  Vereniging Ontspanningslectuur van de Gereformeerde Kerk; 5) Leesbibliotheek Jong Nederland van de Nederlands Hervormde Kerk; 6) R.K.Uitleenbibliotheek St.Joannes de Deo.

Joannes

Voorgevel van kantoorboekhandel en r.k. leesbibliotheek Joannes de Deo van de firma R & D.Jonckbloedt, Binnenweg 1 Heemstede

Voorbereidingen 1946-1947

Op 2 december 1946 vond een gesprek plaats tussen de toenmalige wethouder van onderwijs der gemeente Heemstede, de heer H.J.W.B.Disselkoen, en de directeur van de Stadsbibliotheek te Haarlem, de heer P.V.de Wit (overigens woonachtig Aan de Wagnerkade in  in Heemstede), waarin de mogelijkheid onder ogen werd gezien om tot de oprichting van een zelfstandige openbare leeszaal en uitleenbibliotheek te komen. Nog in dezelfde maand bracht de Haarlemse bibliothecaris rapport uit over de vermoedelijke stichtings- en exploitatiekosten van een dergelijke instelling. Wethouder Disselkoen, die zeer door het plan begeesterd was, spande zich in om een bibliotheek zo spoedig mogelijk te realiseren. Op 29 mei 1947 besloot de gemeenteraad tot stichting van een openbare leeszaal en bibliotheek (o.l.b.). In navolging van Haarlem is voor de gemeentelijke beheersvorm gekozen op basis van de volgende motieven:

1)      Omdat de particuliere openbare leeszalen over ’t algemeen een vrij armoedig bestaan lijden bij permanent gebrek aan voldoende inkomsten ter betaling van goed opgeleid en voldoende personeel en om in een behoorlijk ruime lectuur-aanschaffing te voorzien (*);

2)      Om een organisatie te scheppen, die niet van willekeurig gekozen bestuursleden en onbevoegde boekencommissies afhankelijk zal zijn;

3)      Omdat een gemeentelijke bibliotheek met meer vertrouwen bij de bevolking zal worden ontvangen dan een verenigings- of stichtingsbibliotheek, die meermalen het slachtoffer is van kerkelijke en partij-politiek.’

(*) De financiële situatie van de meeste openbare bibliotheken was in de naoorlogse jaren zeer precair. Toen in 1951 de Rijksoverheid aan gemeenten een verhoging van het subsidie toestond, bleek dat de gemeentelijke bibliotheken van Rotterdam, Haarlem, Heemstede, Velsen en Schiedam relatief de hoogste toeslagen ontvingen.

Huisvesting en openstelling

Besloten is de bibliotheek te huisvesten in enkele lokaliteiten van villa ‘de Meerlhorst’ in 1904 gebouwd als notarishuis. Sinds 1938 eigendom van de gemeente na aankoop van de erven Boerlage en voor ƒ 10.500,- te zijn verbouwd, voorbestemd als dépendance van het raadhuis [met de gemeenteontvanger, controle financiën, sportzaken, maatschappelijk hulpbetoon/ sociale zaken en 1 hulpbode] waarin tot dat tijdstip vanaf 1939 eveneens de distributiedienst gevestigd was geweest. De heer De Wit werd naast zijn aanstelling in Haarlem tot directeur benoemd. Vooral tijdens de aanlooptijd was die combinatie van functies van grote waarde voor de jonge instelling, omdat voor collecties en personeel op de Haarlemse bibliotheek met circa 125.000 boeken kon worden teruggevallen. Voor de verbouwing stelde het gemeentebestuur ƒ 12.000,-  beschikbaar en voor de boekenaankoop is het eerste jaar een bedrag van ƒ 20.000,- (waarvan ƒ 5.000,- ten behoeve van jeugdboeken) uitgetrokken. Met ƒ 9.000,- begroot voor personeelslasten bedroegen de totale stichtingskosten 40.000 gulden. De uitgaven-exploitatierekening voor de eerstvolgende jaren is geraamd op ƒ 23.250,- .Rijkssubsidie is aangevraagd en de jaarlijkse contributie op ƒ 3,-  gesteld. Men kwam tot overeenstemming dat Heemstede een vergoeding van 10 cent per uitlening en per boek aan de gemeente Haarlem zou vergoeden. Het toezicht is aan burgemeester en wethouders opgedragen en afgezien van de reeds bestaande onderwijscommissie achtte het gemeentebestuur een afzonderlijke commissie van toezicht of advies, zoals wèl in Haarlem bestaande, onnodig (*)

Tot hoofdassistente stelde men mej.B.M.Boon uit Meppel aan (in 1948 benoemd tot directrice der o.l.b. Apeldoorn) en tot eerste assistente mej.J.Allard (was ass. R.K.O.L.B.Haarlem en kwam na een langdurige ziekte 3 maart 1952 te overlijden; zie bijlage 1). Voorts als assistente der algemene afdeling mej. T.Hartman (dir.diploma, 1948) en mej. H.van Meurs (ass.dipl. Rotterdam 1948) en aan de R.K.afdeling mejuffrouw G.Kolle (ass.diploma Sittard 1948)Verder vulde men het personeel zoveel mogelijk op met (vrouwelijke) volontairs-leerlingen die veelal ook in de Haarlemse stadsbibliotheek dienst deden. Nadat de noodzakelijke verbouwing voltooid was kon de personeelsstaf die op 1 november provisorisch een bovenkamer in de Meerlhorst betrokken had, begin februari van het volgende jaar naar de benedenruimten verhuizen.

(*) Bij de vaststelling van de gemeentebegroting 1957 is door de heer O.A.Brink (VVD) hiervoor nogmaals tevergeefs gepleit.

Officiële opening in 1948

Op 15 april 1948 vond de officiële openstelling der Algemene afdeling van de o.l.b.plaats. De kranten in die tijd spraken lyrisch over een ‘barrière tegen geestelijk nihilisme’ en over de Meerlhorst als ‘een tempel der wijsheid’. Het Haarlems Dagblad van 30 mei 1947 gaf een artikel de kop mee: ‘Heemstede’s  raadsleden zingen de lof voor het leeszaalplan’.  Mr.J.G.H.Zeelenberg (VVD) wees op de algemene ‘vervlakking des geestes’, die de naoorlogse tijd kenmerkte. ‘Het is goed dat de overheid door maatregelen als deze daarin verbetering tracht aan te brengen.’ Naast talrijke moeilijkheden op financieel gebied moesten ook de nodige problemen op levensbeschouwelijk terrein worden overwonnen, alvorens de bibliotheek in april 1948 kon starten. Jonkheer A.van de Poll (CHU)  vreesde dat ‘een hoop kinderen’ van de gelegenheid gebruik zou maken om ’s winters in de verwarmde leeszaal huiswerk te maken, waartegen hij ernstig wilde waarschuwen omdat het anderen zou de kans zou ontnemen daar te vertoeven. Gemeenteraadslid W.J.Reijnders (PvdA)  kon hem geruststellen. ‘ Ik heb in mijn prille jeugd meermalen van een leeszaal als studiezaal gebruik gemaakt. Het is opmerkelijk, dat zelfs onrustige kinderen in de leeszaal muisstil zijn, stiller dan bij de onderwijzers op school. De heer Jhr. Van de Poll zal misschien nooit in een leeszaal zijn geweest. De sfeer is daar rustig en prettig, terwijl de kinderen weten, dat zij op hun tenen moeten lopen en hun mond dienen te houden.’

6c6567d7-bd60-a015-c8eb-d7c7e1055d0b

Directeur P.V.de Wit, burgemeester jhr.J.W.van Doorn en rechts wethouder H.J.W.B.Disselkoen verdiepen zich in een van de standaardweken in de nieuw geopende openbare leeszaal en bibliotheek Heemstede (Haarlem’s Dagblad, 16 april 1948)

Een pijnlijk incident

Tijdens de officiële opening deed zich een pijnlijk incident voor. Toespraken werden gehouden door onder anderen Gedeputeerde L.P.N.A.Bouwman, wethouder D.J.A.Geluk van Haarlem, namens de rooms-katholieken pastoor A.F.van Noort en namens de protestanten dominee J.W. van Nieuwenhuijzen. Allen spraken unaniem hun waardering uit over wat hier tot stand was gebracht. Als laatste spreker ‘met een wel zeer vreemd geluid’ trad op de heer O.de Ronde, communistisch lid van de gemeenteraad, die, sprekend over het aangehaalde geestelijke nihilisme, er zijn ontstemming over te kennen gaf, dat in de leeszaal noch ‘de Waarheid’ noch het tijdschrift ‘ Politiek en Cultuur’ aanwezig waren. Toen bibliothecaris De Wit met een exemplaar van beide bladen kwam aanzetten trok de heer De Ronde schielijk zijn woorden in. Burgemeester Van Doorn dankte alle sprekers, in het bijzonder de gemeentelijke medewerking vanuit Haarlem en meende dat ook bewoners uit Bennebroek en de westelijke zijde van de Haarlemmermeer van deze Heemsteedse instelling zouden kunnen profiteren. Hij merkte fijntjes op dat het beter ware geweest dat de heer De Ronde zijn onterechte kritiek had bewaard tot de volgende raadszitting. ]De communist is overigens bij de volgende verkiezingen niet meer herkozen].

In 1902 is de eerste moderne openbare leeszaal en bibliotheek in Utrecht opgericht. Met de openstelling in 1948 was Heemstede de 82ste gemeente in ons land met een openbare bibliotheek en de vijfde met een gemeentelijke beheersvorm.

Aparte jeugdafdeling

Medio oktober 1948 is de jeugdbibliotheek in de serre van de Meerlhorst met een bezit van ongeveer 1,500 boeken in gebruik genomen. Een maand later ontving Heemstede in het kader van de (Marshall-)wederopbouw-hulp vanuit Jackson (Michigan) een ‘Treasure-chest’ met Amerikaanse kinderboeken, merendeels prentenboeken en boeken over dieren en sprookjesboeken. De taken van de directie ten aanzien van financiële en boekhoudkundige beslommeringen werden verlicht door ambtenaren van de 2e afdeling der gemeentesecretarie. Problematisch in de beginperiode was daarentegen dat in een kantoor van circa 10 vierkante meter met bureaus, schrijfmachines en boekenkasten vijf functionarissen (toen nog uitsluitend dames) hun werkzaamheden verrichtten.

 

Een rooms-katholieke bibliotheek (1948-1965)

ddd_011201036_mpeg21_p007_image

                                     Een katholieke leeszaal in Heemstede (De Tijd, 21 februari 1948)

 

Meerlhorst

Kijkje op de uitleenbalie van de katholieke afdeling. Rechts staar mw. C.J.C.Aengenent die van 1957-1959 hoofd was van de r.k.bibliotheek en in laatstgenoemd jaar naar Tilburg verhuisde waar zij nog een aantal jaren als docente aan de Bibliotheekacademie heeft gewerkt.  Gemeenteontvanger O.Mol bekijkt in de middagpauze een boek uit de bibliotheek.

Intussen was door de gemeenteraad op 26 februari 1948 besloten een R.K.afdeling aan deze instelling te verbinden. De oprichting was mogelijk gemaakt door de medewerking van de R.K.Leesvereniging ‘St.Joannes’, die haar boekenbezit van 5.500 banden ter beschikking stelde (*). Voorzitter was de heer C.Hesseling, directeur van de destijds katholieke uitgeverij ‘de Toorts’ aanvankelijk in Heemstede gevestigd tot de verhuizing naar Haarlem. Een in de begintijd brede kloof tussen gemeente en katholiele leescommissie kon door vele soms moeizame besprekingen dankzij wederzijds begrip overbrugd worden. Het raadsbesluit tot stichting werd unaniem genomen met als enige tegenstemmer CPN’er O.de Ronde die het typisch Holland op zijn smalst vond dat men hier wederom een scheidslijn trok. Om geheel andere redenen was ook het episcopaat van de Nederlandse Rooms-Katholieke kerkprovincie niet helemaal tevreden. De aartsbisschop-coadjutor monseigneur dr.B.J.Alfrink gaf tenminste duidelijk te verstaan de voorkeur te geven aan een volledige zelfstandigheid van confessionele bibliotheken in eigen omgeving. Hij schreef naar aanleiding van soortgelijke plannen in Deventer: ‘Een onschuldig begonnen samenwerking gaat meestal snel verder en leidt gemakkelijk tot gevaarlijke situaties met verlies van eigen zelfstandigheid. ’t Geval Heemstede dienst als schrikwekkend voorbeeld’. 

(*) Met het restant aan boeken zette mej.D.Jonckbloedt, met steun van haar vader, aannemer en wethouder C.A.M.Jonckbloedt, nu los van de kerk, tot 1971 haar bibliotheek voort – in combinatie met een kantoorboekhandel en de verkoop van religieuze artikelen, zoals rozenkransen, missaals en Mariabeeldjes voort in het pand Binnenweg 1, waar zich later ‘de Zanderij’ vestigde, tegenwoordig ‘Bij Bomans’.

Een unicum in Nederland was dat voor de eerste maal onder één leiding en in hetzelfde gebouw een R.K.afdeling naast een algemene afdeling werd geëxploiteerd. De beide afdelingen werden door een dikke muur met een deur van elkaar gescheiden. Ze hadden behalve een afzonderlijk boekenbezit ook een aparte catalogus, leeszaal en uitleen. In de R.K.afdeling (met gesloten uitleen) mocht van het bestuur St.Joannes’ uitsluitend Rooms-Katholiek personeel zijn. Hiertegen verzette zich de wethouder Disselkoen (PvdA) omdat het naar zijn mening ongrondwettelijk zou zijn wanneer iemand voor een gemeentelijke betrekking om zijn religie bij voorbaat van benoeming buitengesloten wordt. In de op 1 april 1948 ondertekende bijeenkomst met het gemeentebestuur is deze wens van het bestuur der R.K.Leesvereniging uiteindelijk achterwege gebleven. De leden van de Algemene afdeling konden ook in de katholieke afdeling hun boeken uitzoeken, maar voor de katholieken waren door het bisdom strenge regels gegeven. Een kapelaan trad op als censor en voor de aanschaf gebruikte men de kwalificaties der recensiedienst I.D.I.L. (R.K.Informatiedienst inzake Lectuur).

lectuurrepertorium

Naast I.D.I.L en de Index Librorum Prohibitorum was het door de Vlaamse priester Joris Baers geredigeerde Lectuurrepertorium een belangrijke bron van informatie bij de aanschaf van boeken in de rooms-katholieke bibliotheekafdeling

De katholieke leden mochten uitsluitend in hun eigen afdeling boeken uitzoeken, maar hen was strikt verboden de neutrale afdeling te betreden, als mochten de R.K.assistente wèl boeken halen. Natuurlijk hadden die streng geselecteerde assistentes ook het oog hierop te houden of de aangevraagde boeken geschikt waren voor de lezers en niet op de Index van voor katholieken verboden boeken voorkwamen. En die censuur was soms vrij streng: dat hing van de r.k.assistente af.

Meerlhorst3

Schrijven van directeur P.V.de Wit waarin hij een lezer mededeelt dat een bepaald boek (o.a. voorkomend op de Index en door sommigen destijds meer als pornografisch dan literair werd beschouwd uitsluitend via een schriftelijk verzoek bij hem kan worden aangevraagd.

Zo was er eens een hoofd die de scheiding zelf doortrok bij het theedrinken. Ze wenste principieel geen contact met het personeel van de algemene afdeling. Opmerkelijk is achteraf dat de R.K.afdeling vanwege de katholieke traditie in Heemstede aanvankelijk meer leden telde. Op 31 december 1948 stonden bij de algemene afdeling 738 en bij de r.k.afdeling 811 personen ingeschreven.

CV-bibliotheekprijs

In 1948 deelde de inspecteur der openbare leeszalen, dr.H.E.Greve, mede dat aam de Heemsteedse OLB de bibliotheekprijs ten bedrage van ƒ 500,- was toegekend, omdat hier voor ’t eerst in de bibliotheekgeschiedenis van Nederland katholieken en niet-katholieken samenwerkten in één exploitatie, onder één directie en in één gebouw. De faam van de samenwerking op oecumenische grondslag werkte nog lang na, zo kwam op 25 augustus 1964 de Belgische minister van Onderwijs zich hieromtrent oriënteren. De bibliotheek bestond toen uit twee gescheiden uitleenruimten en leeszalen, namelijk de Algemene en de R.K.afdeling met daartussen gelegen een magazijn en een jeugdafdeling boor gemeenschappelijk gebruik.

e61f807f-d692-e8b2-0648-e61a875d6247

(Haarlem’s Dagblad, 17 april 1948)

======================================================================

In het tijdschrift ‘Bibliotheekleven’ (1948) is hierover het volgende geschreven: ‘Op 16 april van dit jaar werd de gemeentelijke Openbare Leeszaal en Bibliotheek geopend in tegenwoordigheid van tal van autoriteiten uit Heemstede, provincie en Haarlem. Het bestuur der Centrale Vereniging was vertegenwoordigd door mej. E.de Clercq (Utrecht) en mej.A.Gebhard (Amsterdam). De opening geschiedde in de Raadzaal n een inleiding van de burgemeester, door de wethouder van onderwijs, de heer H.J.W.Disselkoen, die met een uitnemende rede de nieuwe gemeentedienst inleidde. Daarna bezoek aan het bibliotheekgebouw, waar alles glom en rook van nieuwheid, waar Leeszaal, uitlening, magazijn, werkkamer en voorlopige localiteit van de R.K.Afdeling bezocht werden en de bemoeiïngen en inrichting van gemeentewege algemeen werd geprezen. Na afloop werd teruggegaan naar de Raadzaal, waar de directeur een exposé in vuurpijlvlucht gaf over 5000 jaar bibliotheekleven en zijn plannen voor de eerstvolgende jaren ontvouwde. Hierbij werd, evenals in de toespraak van de wethouder, hulde gebracht aan de onbaatzuchtige hulp van de gemeente Haarlem, waarmee de gemeente Heemstede een contract sloot inzake de samenwerking van gemeentebibliotheken. Tenslotte volgden toespraken van tal van vertegenwoordigers uit de burgerij. Op 29 Juli j.l. werd in de met  prachtige bloemen versierde localiteiten der gemeentebibliotheek de R.K.afdeling geopend. Toespraken van burgemeester, wethouder, voorzitter van de vroegere leesvereniging St.Joannes van pastoor van Noordt, van dr.H.E.Greve en van directeur P.V.de Wit volgden. Een grote verrrassing werd ons bereid door de mededeling van de inspecteur dat aan de Gem.O.L.B.Heemstede de bibliotheekprijs voor 1948 was toegewezen uit de overweging dat de Katholieken en niet-Katholieken voor ’t eerst in de Nederlandse bibliotheekwereld elkaar gevonden hadden in de samenwoning in één gebouw met een overkoepelend dak en één directie. Het voorbeeld moge alom navolging vinden.’ 

Meerlhorst4

Foto uit omstreeks 1950-1951 met in het midden directeur P.V.de Wit en zijn ‘Heemsteedse biblioharem’.  In deze periode waren de volgende dames werkzaam in de Meerlhorst: mw.J.Vedder, mw.G.H. (Ebbens-)Hartman, mw.H.J.van Meurs, mw.G.Riphagen, mw.A.H.M.Allard en mw. G.A.M.Th. (Beker-)Kolle. Laatstgenoemde verhuisde in 1952 vanwege haar huwelijk naar Maastricht. Voor haar benoeming eind 1948 in Heemstede correspondeerde ze met Godfried Bomans om als spreker te fungeren bij een bibliotheekcongres voor katholiek bibliotheekpersoneel in Helmond, welke brieven zij later schonk voor de bewaarcollectie van de Heemsteedse bibliotheek, tegenwoordig aanwezig in de ‘Heemstede-collectie’ van het Noord-Hollands Archief. In jubileumjaar 1998 verscheen bij 50 jaar openbare bibliotheek Heemstede een gedenkuitgave met als bijlage een alfabetische lijst van de 117 vrouwelijke en 12 mannelijke personeelsleden der gemeentelijke openbare bibliotheek Heemstede (1948-1998) met inbegrip van de rooms-katholieke bibliotheek (1948-1965), echter exclusief leerling-assistenten/volontaires van de Haarlemse Stadsbibliotheek en personen die tijdelijk werkzaam geweest in het kader van bijzondere werkgelegenheidsregelingen.

Uitbreiding in 1954/1955

In 1954 heeft de gemeente Heemstede ƒ 26.000,- uitgetrokken ter uitbreiding van de bibliotheek in de Meerlhorst door een uitbouw van de bestaande lokaliteiten naar de tuinzijde.

Integratie in 1965

In 1965 is besloten tot een gezamenlijk beheer van de algemene en katholieke bibliotheek, waarvoor vooral toenmalig gemeentesecretaris mr.J.M.Kruitwagen geijverd heeft. Deze kwestie was aanleiding voor een academisch betoog in de gemeenteraad, waarin met name mr.J.W.Rutgers (VVD) zich roerde. Hij stemde van harte in met de integratie, maar zag niet in waarom een der hoofdassistenten per se katholiek moest zijn. Goede krachten van welke levensbeschouwing dan ook kunnen iedereen juist goed adviseren meende hij. De heer Th.J.W.Verhoeven (KVP) adviseerde hem de zaak wat soepeler te bekijken. Integratie moet groeien en de katholieken hadden naar zijn mening al genoeg water in de wijn gedaan. Dankzij de vrijgekomen ruimte kon de jeugdbibliotheek via een verleend krediet van ƒ 40.000,- van 23 tot omstreeks 90 vierkante meter worden vergroot en een totaal van 6.000 boeken. De toen negenjarige Veronica Kruitwagen kreeg bij die gelegenheid als vertegenwoordigster van de jeugdlezers het befaamde boek ‘Alleen op de wereld’ overhandigd.  Daarbij deed zich de mogelijkheid voor meer activiteiten te ontplooien, zoals vertellen en voorlezen, contact met scholen en het houden van tentoonstellingen. Als jeugdbibliothecaresse werd mej. Paula (Schuurmans-)Rusman uit Hillegom benoemd die in 1968 maar de bibliotheek van Tilburg zou verhuizen, waar ik haar later als collega heb meegemaakt.

Een toenemend aantal personen uit Aerdenhout en Haarlem-Zuid liet zich in de Heemsteedse bibliotheek inschrijven. Met de invoering van de contributievrijdom voor jongeren tot 18 jaar nam ook het aantal jeugdleden fors toe.

Innovatie en groei

Meerlhorstdewitmolkenboer

Portrettekening in kleur van bibliotheekdirecteur P.V.de Wit door beeldend kunstenaar Antoon Molkenboer in 1958 vervaardigd en door een schoondochter van de kunstenaar aan de Heemsteedse bibliotheek geschonken; thans in collectie HVHB. De Stadsbibliotheek Haarlem beschikt over een geschilderd portret van P.V.de Wit, vervaardigd door de kunstschilder E.Verboog en onthuld in 1950.

Op 13 september 1961 was de heer P.V.de Wit, woonachtig aan de Burgemeester Van Doornkade, vanwege het bereiken der 70-jarige leeftijd genoodzaakt, afscheid te nemen van de Heemsteedse bibliotheek. Deze was onder zijn leiding uitgegroeid tot een bloeiende instelling met een voorraad van meer dan 27.000 boeken en ruim 4.000 leden (*). Bij die gelegenheid is hem door de gemeente Heemstede een in marmeten presse-papier verwerkte zilveren legpenning uitgereikt en werd zijn opvolgster mej. V.A.Schut, afkomstig van de O.L.B.-Alkmaar voorgesteld. De scheidende functionaris bleef overigens nog enkele jaren werkzaam als directeur van de openbare leeszaal en bibliotheek van Zandvoort, bij de oprichting waarvan hij in 1955, evenals 35 jaar voordien te Laren-Blaricum, nauw betrokken was geweest. De heer De Wit liet niet na als laatste daad in Heemstede aan de wethouder van Financiën een plan voor uitbreiding van de gemeentebibliotheek te overhandigen (**)

(*) In Huize Sint Bavo werden jaarlijks ongeveer 1.500 boeken uitgeleend. Kennemeroord ontving maandelijks een wisselcollectie en met medewerking van de UVV brachten vrijwilligsters boeken thuis bij individuele bejaarden.

(**) De heer P.V.de Wit overleed op 27 november 1970 in Wolfheze kort na zijn afscheid als bibliothecaris van Zandvoort. Eerder is hem in 1959 bij zijn afscheid als directeur van de stadsbibliotheek Haarlem voor zijn verdiensten de koninklijke onderscheiding Officier in de orde van Oranje-Nassau toegekend.

Zoals in iedere leeszaal van ons land waren en zijn er nog de vaste bezoekers die bijna dagelijks de kranten en tijdschriften komen lezen of wekelijks boeken komen ruilen. In de beginperiode in Heemstede hoorde daartoe de medicus en geleerde dr. Oskar Moos, die tot de vriendenkring van de Duitse bondspresident Theodor Heuss evenals van Albert Einstein behoorde (*). Ook wethouder Disselkoen vereerde de bibliotheek tot diens onverwachte dood (3 februari 1956) meermalen per week met zijn bezoek. Hij was een van degenen die de meeste boeken uit de bibliotheek leende en las. Tot zijn overlijden was in de jaren zestig ook de heer J.Corsten uit Haarlem een vast gezicht, die bij het 25-jarig bestaan in 1973 schreef: ‘De Heemsteedse Bibliotheek is de beschaafdste van Haarlem en omstreken en dat geldt ook voor de dames’.

(*) In 1939 was hij met zijn joodse echtgenote naar Nederland uitgeweken. Via Westerbork, waar hij als arts dienst deed, volgde deportatie naar Theresienstadt, waar het echtpaar in juni 1945 door de Russen is bevrijd. Hun beide zonen en schoondochter waren toen al van het leven beroofd. Men vestigde zich in een flat van het Doopsgezinde tehuis ‘De Olijftak’ en nog op 86-jarige leeftijd in 1956 ging de heer Moos iedere morgen naar de Heemsteedse bibliotheek om zich op de hoogte te stellen van het nieuws en van aanwinsten op medisch terrein.

b713fde6-4540-a750-bb44-ef87467bebb9

                 Het diamanten paar Dr.Moos en echtgenote (Haarlem’s Dagblad 6 juni 1956)

Duizenden kinderen hebben sinds 1948 in de bieb hun boeken gehaald. Eén van hen, de toen twaalfjarige Ellen Harperink uit Bennebroek noteerde in 1973:’Ik ben al zes jaar lid en wat er in die tijd niet veranderd is! Vroeger mocht je maar twee boeken, tegenwoordig vier. Altijd is er wel wat te doen en heus niet alleen boeken uitzoeken en weer weg wezen (…) Weet je wat ik ook zo leuk vind? Dat er elk jaar met de boekenweek zoveel te doen is. Vorig jaar kwam zelfs Mia Robé vertellen hoe je een boek moet schrijven. Als je er soms niet bij was omdat je dacht dat het toch maar stom gedoe was, heb je heel wat gemist!  Je kon zelf een verhaal schrijven en het dan inleveren. En toen…ik dacht dat ik het toch nooit zou winnen, toen won ik zelfs de eerste prijs. En wat er nog aan de bibliotheek verbeterd moet worden?  Er zijn natuurlijk nog wel kleine dingetjes, maar volgens mij dan hoor, niets! En voor dat kleine beetje geld dat je moet betalen om lid te worden heb je een hoop plezier!’.

In 1972 nam mej. V.Schut, die in 1961 de heer De Wit was opgevolgd, vanwege haar voorgenomen huwelijk met de heer Schumacher afscheid van haar bibliotheekloopbaan en ben ik vanuit Tilburg tot haar opvolger benoemd.    

In 1973 is uitgebreid aandacht besteed met talrijke activiteiten aan het 25-jarig bestaan van de bibliotheek. Toenmalig wethouder van culturele zaken H.J.Verkouw sprak toen de woorden uit ‘dat het een goede zaak is om bij het verleden stil te staan, doch dat dat allerminst inhoudt pas op den plaats te maken. Het is voor de gemeente een kostelijke en boeiende taak om één van de belangrijkste culturele instellingen bij-de-tijd te houden!’. Voorts is in 1974 begonnen met een muziekafdeling, opengesteld door de componist en musicoloog professor Hendrik Andriessen, die tevens het erelidmaatschap van de bibliotheek ontving zoals die ook muziekpedagoge en lokaal activiste Coby Riemersma heeft ontvangen.

Andriessen

Aanbieding van oorkonde door wethouder H.J.Verkouw aan professor Hendrik Andriessen bij de opening van een muziekafdeling in de Meerlhorst, april 1974. Links echtgenote Johanna Justine Anschütz en rechts achter Andriessen gemeentesecretaris mr.Kruitwagen.

Heemstede

In 1953 met ruim 80.000 uitleningen, was dat aantal in 10 jaar, in 1963 toegenomen tot 128.799 en in 1973 tot 307.870.

aanwinstentafel

                                                  Bibliotheek Heemstede: bij de aanwinstentafel

uitleenbalie

                                                        Bibliotheek Heemstede: bij de uitleenbalie

In 1974 verscheen het rapport ‘Van openbare bibliotheek naar een mediatheek in Heemstede; visie voor een beleid 1974-1984’. Omdat de Meerlhorst te klein was geworden en een plan tot uitbreiding aan de achterzijde o.a. vanwege bezwaren vanuit de Burghave niet realiseerbaar bleek is de bibliotheek in 1975 verhuisd naar een pand aan de Kerklaan, totdat in het voorjaar van 1986 de huidige huisvesting in de voormalige Dreefschool is betrokken. H.K.

Bijlage 1: Anna Hermina Maria Allard overleden

‘Op 3 maart 1952 overleed in de Mariastichting te Haarlem, waar zijn meermalen maandenlang verpleegd werd, Mej. Anna Allard op 43-jarige leeftijd. Dokters en omgeving der patiënten hadden reeds lang tevoren voorzien dat dit keer genezing uitgesloten was, alleen de patiënte zelf heeft tot voor weinige dagen vóór de dood intrad, aan haar herstel geloofd. Haar geest leefde nog zo sterk in het steeds meer verzwakte lichaam, n de belangstelling voor de medemens en diens wereld was zo levendig, dat zij zich niet kon realiseren dat zij daaraan weldra geen deel meer zou hebben. Toch, toen ’t haar duidelijk was geworden dat zij weldra tot hoger leven zou worden opgeroepen wist zij te berusten en gaf zich willig over aan het onvermijdelijke. Met mej. Allard ging van ons heen een collega, die niet alleen haar vak kende en haar taak goed en grondig verrichtte, maar die ook vol liefde zich aan die taak wijdde en in het bibliotheekvak  haar roeping had gevonden. Zij was van nature voorbestemd om het publiek te dienen en voor te lichten en daarom woog de bibliotheekarbeid haar niet te zwaar zolang haar geest het beproefde lichaam nog kon beheersen. De samenwerking met oudere en jongere collega’s en de omgang met het publiek was meer dan goed omdat mej. Allard geestelijk ruim was ingesteld, ’t haar niet aan gezonde humor ontbrak en met volkomen behoud van eigen R.K.beginsel zich kon inleven in de opvattingen, denkbeelden en leefwijze van andersdenkenden. Haar Christelijke verdraagzaamheid en ruime levensvisie wist in anderen meer te waarderen dan af te keuren. Van 1939-1947 werkte mej.Allard als hoofsassistente aan de R.K.O.L.B. te Haarlem, waarvan zij de leiding evenwel niet begeerde, maar de voorkeur gaf aan de leiding van de R.K.afdeling der gemeentebibliotheek van Heemstede. Vooral deze laatste leven staak had haar liefde en aan het tot stand komen der afdeling heeft zij dan ook van harte meegewerkt. Dit kon zij beïnvloeden als bestuurslid van de parochiebibliotheken, die haar vrij groot boekenbezit volledig aan de gemeentebibliotheek in bruikleen gaven. Niet het minst door het vertrouwen der plaatselijke geestelijkheid in het beleid en de kennis van mej. Allard werd tot deze nog steeds in den lande unieke figuur ener gemeentebibliotheek met een R.K.afdeling overgegaan. ’t Stemde haar dan ook tot grote danbkbaarheid dat deze samenwerking van katholieken  en niet-katholieken nooit tot enige disharmonie heeft aanleiding gegeven. Hoe gaarne zou me.Allaard deze samenwerking hebben voortgezet, hoe gaarne zouden zij haar daarin weer betrokken hebben! Behalve de belangstelling voor de dagelijkse bibliotheekarbeid heeft mej. Allard ook in ruimere kring van collega’s haar arbeid verricht: zolang zij maar enigszins kon, bezocht zij de bijeenkomsten van de Kring Noord_holland boven het IJ en de R.K.bibliotheekwereld vertegenwoordigde zij in het bestuur der Nederlandse Vereniging van Bibliothecarissen en in de Commissie voor het bibliotheekcongres. In October 1950 verliet mej. Allaard voor goed haar Heemsteedse bibliotheek: zij had daar goed en vruchtbaar werk gedaan tussen perioden van ernstige en langdurige ziekten in. Op bewonderenswaardige wijze dagelijks bijgestaan door haar moeder ging ze een periode van nieuw “langdurig en voorbeeldig gedragen lijden” – zoals de rouwcirculaire zegt – tegemoet en overleed “geheel overgegeven aan Gods H.Wil, gesterkt door de genademiddelen der H.Kerk.’  (P.V..W., in: Bibliotheekleven, 1952)

Bijlage 2: Afscheid van P.V.de Wit

‘Tussen de generatie van de leeszaalpioniers en de jongeren van dit ogenblik is een aantal bibliothecarissen opgegroeid van wie thans velen sleutelposities innemen in de openbare bibliotheken. Zij moeten worden gezien als de uitdragers van de denkbeelden en de idealen van de grote bouwmeester, in wiens schaduw zij zijn opgegroeid, en wiens autoriteit het terrein van hun dagelijkse arbeid zo lang heeft beheerst, dr.H.E.Greve. Wie regelmatig de personalia van de leeszaalbibliothecarissen bijhoudt, zal tot de slotsom komen dat ook deze “tweede” generatie, die na de jongste wereldoorlog een eigens leeszaalstijl heeft ontwikkeld en het openbare bibliotheekwezen heeft opgestoten tot voor Nederlandse begrippen ongekende hoogte, langzaamaan zijn markantste vertegenwoordigers begint te verliezen aan de pensioengerechtigde status. Eén van hen is de heer P.V.de Wit. Na in 1919 de leeszaalwereld als volontair te zijn binnengetreden door de deur van de Hilversumse O.L.B., waar hij de leerschool van bestuurder mr.Hingst en directrice mej. O.Mühlenfeld doorliep, trad hij in 1920 op als initiatiefnemer tot de stichting van de leeszaal te Laren-Blaricum, waarvan hij tevens de eerste directeur werd.

Hamdorff

De in 1928 naar een ontwerp van architect Wouter Hamdorff (1890-1965) op basis van  ideeën van P.V. de Wit gebouwde openbare bibliotheek in Laren, Torenlaan 191a. Het (voormalig) bibliotheekgebouw is opgetrokken in een experimentele bouwstijl met invloeden van de Amsterdamse School

Er ontstond al spoedig een bloeiend bibliotheekleven, waarop in 1929 de kroon werd gezet door het betrekken van een nieuw gebouw, ontworpen door architect Wouter Hamdorff. Het kon insiders niet verbazen dat, toen in 1934 drs. Rutgers van der Loeff zijn ambt aan de Haarlemse stadsbibliotheek neerlegde, de heer De Wit tot zijn opvolger werd benoemd. Hij kwam an het hoofd te staan van een bibliotheek die enerzijds openbare leeszaal is, maar aan de andere kant een boekbezit herbert waarvan de collectionering reeds een aanvang nam in 1596. Met beleid wist hij zijn bibliotheek door de crisisjaren heen te loodsen, toen een tot wanhoop gedreven bezuinigingscommissie met voor moderne begrippen ongeloofwaardige voorstellen voor den dag kwam. Vooral na de oorlog greep hij zijn kans om de lectuurvoorziening van Haarlem in een zo breed mogelijke bedding te leiden. De uitbouw in de vorm van de vestiging van enkele filialen, de aanpak van het jeugdwerk, de stichting van een muziekbibliotheek enz. was voornamelijk zijn werk. Bovendien zijn de gemeentebibliotheek van Heemstede en de openbare bibliotheek van Zandvoort, waarvan hij op dit moment nog de directie voert, hem veel verschuldigd. De gedrukte Haarlemse catalogi verwierven tijdens zijn bibliothecariaat een zekere faam onder vakgenoten, tot zelfs buiten onze landsgrenzen. Van zijn vele bestuursfuncties, vaak voorzitterschappen, noemen wij de die van de Centrale Vereniging voor O.L.B., de kring Noord-Holland boven jet IJ, het plattelandswerk voor Noord-Holland en de Volksuniversiteit te Haarlem. Zijn grote verdiensten voor de algemene zaak vonden erkenning in zijn recente benoeming tot officier in de orde van Oranje Nassau. Op de 12e juni j.l. nam het personeel op zeer hartelijke wijze afscheid van haar directeur, die zich behalve een uitstekend bibliothecaris een zeer humaan mens toonde. Aan een carrière van 40 jaar in dienst van de Nederlandse bibliotheekwereld is thans voor wat Haarlem betreft een einde gekomen. Wij geloven dat bij een terugblik op de afgelegde weg een gevoel van diepe dankbaarheid bij de heer De Wit zal overheersen,  omdat hij zijn levensvervulling heeft mogen vinden in dat altoos bloeiende en facettenrijkse stukje wereld waar mens en boek elkaar ontmoeten.’  Haarlem, C.van Dijk, in: Bibliotheekleven, 1959.

Bijlage 3: necrologie Pieter Volkert de Wit (26 juni 1891 – 27 november 1970)

Wit

                                                          Portret van P.V.de Wit (1891-19170)

‘Op 27 november is te Wolfheze de vroegere directeur van de Stadsbibliotheek en -leeszaal te Haarlem – tevens van de gem. o.l.b.Heemstede – overleden. Tijdens zijn Haarlemse directoraat dat van 1934-1959 duurde heeft hij zich ten volle gegeven aan de organisatie en uitbreiding van het bibliotheekwerk in de stad. Waar zijn voorganger drs.J.D.Rutgers van der Loeff zich als liefhebber en kenner van het oude boek meer toelegde op het beheer van de waardevolle oude schatten die de Stadsbibliotheek bezit, zocht P.V.de Wit zijn kracht in het opbouwen van het moderne boekbezit met het doel bredere lagen van de bevolking te bereiken. Hij was afkomstig uit Den Helder en woonde omstreeks de Eerste Wereldoorlog in Laren. Per fiets bezocht hij vrijwel dagelijks de pas opgerichte O.L.B. te Hilversum waar hij in de ban kwam van de Openbare Leeszaalgedachte. In tal van plaatsen werden omstreeks 19320 openbare leeszalen opgericht. Het was kenmerkend voor De Wit dat hij in deze tijd zijn theologische studie afbrak om zich geheel te wijden aan het bibliotheekwerk. Hij was ten volle gegrepen door de sociale problemen, zoals deze zich ten tijde van de opkomst van het socialisme voordeden. Daarbij interesseerde hij zich diepgaand voor alle levensproblemen, niet alleen voor de maatschappelijke en politieke, maar ook voor alle problemen die niet met de ratio op te lossen zijn, voor de bovenzinlijke en voor de zintuiglijke. Zijn belangstelling voerde hem tot grondige bestudering van het boek en hij had er behoefte aan de boeken waar hij zoveel rijkdom uit putte voor iedereen toegankelijk te maken. Zijn liefde voor het boek was groot. Daarbij kwam zijn warme belangstelling voor alles wat de mens bewoog. Tot zijn laatste dagen heeft hij deze levensinstelling behouden. In de moeilijke jaren na de Eerste wereldoorlog kon hij na intensieve voorbereiding zijn plan uitvoeren tot oprichting van een O.L.B. te Laren-Blaricum. Hij bracht de bibliotheek in deze typische kunstenaarsplaatsen waar armoede en rijkdom vertegenwoordigd waren tot grote bloei. Haast vanzelfsprekend ijverde De Wit ook voor verspreiding van kennis door middel van het gesproken woord. Hij behoorde er en dan ook tot de oprichters van de Volksuniversiteit waarvan het secretariaat aam de O.L.B. was verbonden. Het was duidelijk dat De Wit door zijn grote werkkracht een omvangrijker taak zocht nadat hij te Laren al zijn vindingrijkheid en organisatietalent had ontplooid.

ddd_011171706_mpeg21_p001_image

Bij zijn afscheid in 1934 als directeur van de openbare leeszaal en bibliotheek in Laren-Blaricum is hem een gepubliceerd album aangeboden met karikatuurtekeningen van Willem van Schaik, onder de titel ‘P.V.de Wit in zwart en wit’.  Daarin staat bovenstaande cartoon met P.V.de Wit op de fiets met boeken beladen terugkerend naar Laren na een bezoek aan de Hilversumse openbare bibliotheek.

Wit1

Een van de 20 karikatuurtekeningen door Willem van Schaik uit het in 1934 verschenen album gewijd aan het afscheid van P.V.de Wit als directeur van de openbare leeszaal en bibliotheek Laren-Blaricum

In 1934 werd hij benoemd te Haarlem. De Stadsbibliotheek was  in 1922 tevens openbare leeszaal geworden en hierdoor voor iedereen toegankelijk. Tijdens zijn directeursschap heeft hij vele bibliotheektechnische vernieuwingen ingevoerd en voor het omvangrijke bezit een systematische indeling samengesteld van eigen vinding die nog steeds gebruikt is. Met wijs beleid heeft hij de Stadsbibliotheek de moeilijke oorlogsjaren doorgeloodst. In 1942 kon zelfs een nieuwe afdeling, de muziekafdeling, worden geopend. Overtuigd als hij was van de noodzaak van het bibliotheekwerk voor de volksopvoeding wist hij altijd de overheidsinstanties voor zijn plannen te winnen en de benodigde gelden ter beschikking te krijgen. Zelfs in de moeilijkste tijden lukte hem dat. Alleen het nieuwe gebouw is er niet gekomen en staat er zelfs nu nog niet, al zijn de plannen mede dankzij De Wit in vervorderd stadium. Wel heeft hij de jeugdbibliotheek opgericht en het filiaal Oost dat ook een jeugdbibliotheek in beheer kreeg. Voorts nam de Wisselbibliotheek met de lectuurvoorziening van club-, buurt- en bejaardenhuizen tijdens zijn bewind een aanvang. De Stadsbibliotheek stond hoog aangeschreven als opleidingsbibliotheek, wat voor een groot deel zijn oorzaak vond in de wijze waarop de directeur met zijn leerlingen meeleefde. Zijn behoefte aan expansie bracht hem er ook toe de gemeente Heemstede warm te maken voor de leeszaalgedachte. In 1948, toen de voorbereidingen resultaat hadden en een gebouw was gevonden, aanvaardde De Wit als nevenfunctie het directoraat van de Gemeentebibliotheek aldaar. In korte tijd was een mooi boekbezit samengesteld met een goede jeugdafdeling. Dankzij De Wit was deze gemeente vrijwel de eerste in ons land die niet een afzonderlijke R.K.bibliotheek bezat naast de algemene, maar waar het R.K.boekbezit als afdeling onder het algemene beheer kwam. Na zijn pensionering in 1959 te Haarlem is hij nog twee jaar te Heemstede aangebleven, maar zijn activiteit had hem intussen alweer tot de uitvoering van een ander plan gebracht en in 1955 had hij de Openbare Bibliotheek te Zandvoort opgericht. Verknocht als hij was aan het werk hoopte hij tot zijn 80ste jaar door te kunnen werken. Het heeft niet zoveel gescheeld of hij was werkelijk in het harnas gestorven. Kort voor zijn doel was bereikt moest hij het werk echter staken. Gelukkig was zijn ziekbed kort en zijn dood zacht. Talloze jaren heeft De Wit deel uitgemaakt van het bestuur de Centrale Vereniging voor Openbare Bibliotheken. Ook voor het plattelandswerk, zoals dat vroeger heette, heeft hij zich zeer beijverd. Toen hij in 1960 na 10 jaar uit het bestuur van de Stichting Provinciale Bibliotheekcentrale Noord-Holland trad heeft men hem tot erelid benoemd. Tevens was hij van 1946-1956 voorzitter en later ere-voorzitter van de ‘Kring Noord-Holland benoorden het Y van de Nederlandse Vereniging van bibliothecarissen. Van zijn hand zijn verschillende artikelen in het tijdschrift ‘Bibliotheekleven’ verschenen en in 1947 publiceerde hij “hij het herdenken van 350 jaar Stadsbibliotheek van Haarlem” waarin hij de historie van de bibliotheek heeft beschreven. Na de oorlog heeft hij zijn werk voor de Volksuniversiteit weer opgevat en in 1946 met dr.L.M.van Dis de V.U. heropgericht, waarvan hij van 1948-1956 voorzitter was. Ook de V.U. benoemde De Wit in 1959 bij zijn vertrek uit de gemeente Haarlem tot erelid. Zijn verdiensten werden bekroond met de koninklijke onderscheiding tot Officier in de orde van Oranje-Nassau.(…)’   C.M.Reeser, in Haerlem Jaarboek 1970. 1971, p.46-49.

Bijlage 4: de Meerlhorst na 1975

Tot 1983 is de Meerlhorst o.a. gebruikt door de muziekschool, een peuterspeelzaal en drie kunstenaars hebben hier tijdelijk hun atelier gehad: keramist Gerlach Baas, Michel Rieu en tuinarchitecte Els Proost. Naar een plan van architect N.H.Andriessen is in 1983 wederom de vroegere woonfunctie van de Meerlhorst gerealiseerd. Via een interne verbouwing is het gebouw opgedeeld in 17 woningen, wooneenheden van 36 tot 40 vierkante meter voor alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens.De verbouwingskosten bedroegen ongeveer 1,4 miljoen gulden. Aan het uiterlijk is weinig veranderd, aan de oostzijde is iets bijgebouwd en er kwam een dakkapel bij aan de achterzijde. Dankzij een toegezegde rijkssubsidie op de huursom kon de huur laag worden gehouden: ƒ 283,45 per maand plus ƒ 10,25 voor de warmwatervoorziening.  Omdat de verhuur, ondanks de jaarlijkse opbrengst van 60.000 euro verliesgevend zou worden, gelet op een noodzakelijk geachte  onderhoudsinvestering van het verouderde gebouw en eisen van brandveiligheid heeft woningcorporatie Elan Wonen besloten tot verkoop van het pand over te gaan aan Nova Zembla Zorg uit Oegstgeest, die in genoemde gemeente al twee zorgvilla’s voor ouderen exploiteert. De huurkosten zullen ongeveer 5.000 euro per maand gaan bedragen, zodat de nieuwe voorzieningen enkel mogelijk zijn voor zeer draagkrachtige personen. Zowel het Rijk als de gemeente hebben positief geadviseerd ten aanzien van de opheffing van sociale huurwoningen. Met alle huurders is in 2014 overeenstemming bereikt over vertrek naar een andere woning, waarbij ze een verhuisvergoeding ontvingen en zo nodig de eerste twee jaar een extra huurtoeslag.

Bijlage 5: sloop van de oude en een nieuwe Meerlhorst in wording

Meerlhorst5afbraak

Foto van achterzijde van de Meerlhorst (tegenover de Burghave), genomen tijdens de afbraak in 2015. Na meer dan een eeuw, in 1904 gebouwd als eerste (kantoor)villa aan de Van Merlenlaan was het gebouw ‘uitgeleefd’ en is door woningbouwvereniging Elan Wonen het geheel verkocht aan Nova Zembla Zorggroep uit Oegstgeest die op deze plaats een nieuwe villa, nu een zorgvilla, in plaats van een kantoorvilla De Meerlhorst laat bouwen door Huib Bakker Bouw uit Heemstede.

Meerlhorst1

Op 11 september 2015 is de eerste paal voor nieuwbouw van zorgvilla de Meerlhorst geslagen door de heer Remco Ates, wethouder ruimtelijke ordening Heemstede

Meerlhorst4

Ontwerp voor zorgvilla de Meerlhorst, die voorziet in 17 studio’s als particuliere voorziening voor senioren die intensieve (verpleegkundige) zorg nodig hebben. Verwacht wordt dat nog in 2016 de eerste bewoners hier hun intrek kunnen nemen. ‘Bij het ontwerp van de nieuwbouw, naade hand van architect Tycho Vos [aritectenbureau Vos Hoffer vdHaar] uit Oegstgeest, is behalve met aspecten als persoonlijke aandacht en kleinschaligheid, er tevens rekening mee gehouden dat de uitstraling aansluit bij het karakter en de historie van de omgeving.’  De oorspronkelijke naamgeving blijft gehandhaafd.

Meerlhorst6

                                      De Nieuwe MEERLHORST bijna gereed (voorjaar 2016)

Meerlhorst1

                       Advertentie van Nova Zembla Zorg uit het Haarlems Dagblad van 9 april 2016

Meerlhorst1

Bericht over sleuteloverdracht van nieuwe monumentale ‘de Meerlhorst'(Heemsteder, 29 juni 2016)

=================================================================

Bijlage 6: de derde huisvesting van de bibliotheek in 1986 in gebruik genomen:

 

 

Meerlhorst2

 Van 1975 tot 1986 was de bibliotheek gehuisvest in een kantoorpand op het adres Kerklaan 61 en sinds 1986 is de instelling te vinden in de voormalige Dreefschool uit 1930, op de bovenste afbeelding getekend door kunstenaar Piet Wiegman (1930-2008)  en daaronder als bibliotheek door mw. Anneke van Boltaringen-Huisman.

Soullié

30 april 1983 ontvangen oorkonde van de heer Henri Soullié uit Bennebroek, na het besluit van de gemeenteraad Heemstede de dato 28 april 1983 , dat de Heemsteedse bibliotheek zelfstandig zou blijven