Tags

, , ,

Geboren Fries werd predikant, maar trok zich in 1919 terug als dominee om zich in Haarlem als journalist en romanschrijver te vestigen

Portretje van H.G.Cannegieter uit ket Lectuurrepertorium

Portretje van H.G.Cannegieter uit het Lectuurrepertorium

HENDRIK GERRIT CANNEGIETER (1880-1966)

Van oud-bibliothecaresse mevrouw A. van Hall-Cannegieter uit Overveen, die in de openbare bibliotheken van Haarlem, Zandvoort en Heemstede werkte, ontving ik eind jaren 90 van de vorige eeuw voor de bewaarcollectie van de openbare bibliotheek Heemstede (sinds 2003 in de Heemstede-collectie van het Noord-Hollands Archief (locatie Kleine Houtweg), ongeveer een dertigtal publicaties van haar vader Hendrik Gerrit Cannegieter (1880-1966). (1). Deze was van beroep journalist en letterkundige. Hij stamde uit een geslacht van Friese predikanten, dat in de zeventiende eeuw vanuit het Duitse Steinfurt, onder de naam Kannegiesser, naar Friesland verhuisde. Geboren in het Friese Tzum in de gemeente Franekerdeel als zoon van notaris Dominicus Cannegieter en Trijntje Catharina Cundagunda Leesekamp.

Hendrik Gerrit Cannegieter in 1899 als gymnasiast in Leeuwarden

Hendrik Gerrit Cannegieter in 1899 als gymnasiast in Leeuwarden

Hij is genoemd naar zijn grootvader dr. H.G.Cannegieter, geneesheer te Hallum.

grootvader

De grootvader van de gelijknamige Hendrik Gerrit Cannegieter, die in augustus 1831 meedeed aan de Tiendaagse veldtocht naar België en van 1830-1832 kapiteen was bij de Friesche mobiele schutterij.  De kleinzoon wijdde er in 1930 een boek aan onder de titel ‘Grootvader’s Glorie’.

Hendrik volgde hij het gymnasium in Leeuwarden was hij na een studie theologie aan de universiteit van Groningen bijna dertien jaar predikant was, eerst in Jelsum, vervolgens in Lutjebroek van 1911-1914, ten slotte in Uitgeest, waar hij in 1919 op zijn verzoek eervol is ontslagen.

Viering van Sinterklaasavond door leden van 't selskip Frisia op sociëteit Mutera Fides, universiteit Groningen. Links naast het vaandel H.G.Cannegieter tussen Schpepers en Tjitse Hoekstra

Viering van Sinterklaasavond in 1901 door leden van ’t selskip Frisia op sociëteit Mutua Fides, universiteit Groningen. Links naast het vaandel H.G.Cannegieter tussen Schepers en Tjitse Hoekstra. Tweede van links is Gerardus van Binsbergen.

Achteraf speet het hem theologie te hebben gestudeerd, al achtte hij bijbelkennis wel van belang. Van hem stamt de uitdrukking ‘’Het wondere ambt’. Het gemeenteleven viel hem zwaar en de hardheid van de kerkelijke strijd kon hij niet verdragen. Op latere leeftijd sloot hij zich aan bij het Humanistisch Verbond, bij welke organisatie hij een actieve rol speelde. Op 39-jarige leeftijd verruilde H.G.Cannegieter toegerust met een welversneden pen bewust de kansel voor de schrijftafel. In 1919 verhuisde hij vanuit Uitgeest naar de drukkersstad Haarlem om zich hier definitief als publicist te vestigen, waar hij redacteur werd van het familietijdschrift ‘Eigen Haard’. De Fries Cannegieter die in zijn romans het Friese dorpsleven rond 1900 als inspiratiebron gebruikte, woonde aanvankelijk in het Ripperdapark, vervolgens tot zijn dood op het adres Kleverparkweg 222, ten gevolge van veranderingen later Verspronckweg 313 geworden. Gedurende veertig jaar was hij ook curator van het Kennemer Lyceum in Bloemendaal (2) en verder een aantal jaren docent aan de School voor Maatschappelijk Werk. Afgezien van de voor iedereen moeilijke oorlogsjaren, toen hij principieel weigerde lid te worden van de Kultuurkamer, kon Cannegieter als publicist van de pen leven als medewerker kerkelijke aangelegenheden en opvoedkundige vraagstukken van verschillende bladen, met wekelijke of maandelijkse bijdragen in een groot aantal kranten en tijdschriften. Onder andere schreef hij voor Nieuws van den Dag, Socialistische Gids, de Hollandsche Revue en gedurende 45 jaar van 1910 tot 1955 (!) voor de rubriek kerkennieuws van de Nieuwe Rotterdamse Courant (3). Verder publiceerde hij tussen 1924 en 1940 meer dan 250 ‘biografische karakterschetsen’ in het destijds bekende Morks-Magazijn (o.a. van de politicus mr.J.B.Bomans, reisjournaliste Mary Pos en de zich in Haarlem gevestigde Friese schrijver J.B.Schepers). In het Boekenweekgeschenk van 1932 verscheen zijn honderdste interview (met Anton Coolen).  Bovendien was hij decennialang toneel- en filmcriticus. Naast romans schreef hij verder bespiegelingen, schetsen en vertellingenbundels, pedagogische opstellen en essays over kerkelijke aangelegenheden.

H.G.Cannegieter achter zijn schrijfmachine aan het werk in zijn Haarlemse studeerkamer

H.G.Cannegieter achter zijn schrijfmachine aan het werk in zijn Haarlemse studeerkamer

Cannegieter schreef ook nog toneelstukken voor kinderen die bij de Bloemendaalse Schoolvereeniging in première gingen. Mevrouw Lily Mijnlieff-André de la Porte schrijft in haar herinneringen: ‘Jaarlijks voerde de zevende klas voor Kerstmis een toneelstuk op, destijds ‘De ring van de hertog’ door Cannegieter. Deze uitvoering was het hoogtepunt van het laatste schooljaar (4). Met zijn Haarlemse tijdgenoot dr.G.Nolst Trenité (Charivarius) schreef Cannegieter voor het dilettantentoneel het stuk ‘Rondom de koningslinde’ (1923), dat in aanwezigheid van koningin Wilhelmina is opgevoerd.

Foto gemaakt bij opvoering van een kindertoneelstuk van Cannegieter door leerlingen van de Bloemendaalse Schoolvereniging

Foto gemaakt bij opvoering van een kindertoneelstuk van Cannegieter door leerlingen van de Bloemendaalse Schoolvereniging

Door het Lectuurepertorium werden de romans van Cannegieter zoals zijn publicatie ‘Roomsche gezagswaan’ uit 1937 ontraden. Citaat: ‘Zijn litterair werk, zowel als zijn pedagogische schetsen, zijn beslist anti-katholiek getint.’ In zijn romans bleef hij als geboren Fries sterk verbonden voelen met die provincie. Haarlem komt in zijn fictieve werk slechts zijdelings voor, zoals in het boek ‘Hoe Pieter Merkman Parijs heeft gedaan’ uit 1931. Daarin verwerkte hij zijn eigen ervaringen onder de naam van ‘mijn vriend Pieter Merkman, commies ter provinciale griffie te Haarlem’. Politiek gezien was hij sociaaldemocraat. Het algemeen menselijke en universele heeft altijd zijn belangstelling gehad. Hij zag de gevaren in van zowel het communisme als het nationaalsocialisme, maar zijn ‘Helden in de dop’ werd helaas te weinig opgemerkt. Na de bevrijding keerde hij zich af van de zedenverwildering, pogende in zijn werk de christelijk-zedelijke waarden te behouden. Het geloof had hij echter verloren. Men moest het niet wagen hem met ‘dominee Cannegieter’ aan te spreken! Hendrik Cannegieter is op 3 januari 1906 in Nijmegen getrouwd en op 21 september 1920 te Haarlem gescheiden, waarna hij is hertrouwd met Gerarda Wijnanda Kop en nog twee kinderen volgden Anna Catharina (14 mei 1927, overleden op 3 december 2010 in Overveen) (5) en Joost (2 juli 1931, overleden in 2004 te Amstelveen). De laatste jaren van zijn leven besteedde hij vooral tijd en aandacht aan het Humanistisch Verbond, waarvoor hij lezingen hield en artikelen schreef. In sommige werken gaf Cannegieter blijk van zijn vaardigheid met de tekenstift door deze met vignetachtige prentjes te illustreren. In zijn werkkamer was hij omgeven door wat Priestley noemde ‘good companions’, de boeken en daarboven de portretten van humanisten als Erasmus, Thomas More, Montaigne, Schweitzer; pedagogen als Pestalozzi en Maria Montessori, leermeesters als Heymans; vrienden van Thijsse en Van Eeden; politici als Troelstra en Roosevent; en letterkundigen als Goethe, Stefan Zweig, Dickens, Walt Whitman, Pirandello en Henriëtte Roland Holst. Hij overleed op 85-jarige leeftijd in zijn Haarlemse studeervertrek ‘Franekerdeel’ genoemd, als schrijver van het tweede plan een enorm oeuvre achterlatend onder eigen naam en talrijke pseudoniemen (6). Zijn zoon Joost schreef een levensbeschrijving onder de titel ‘Hendrik Gerrit Cannegieter 17 september 1880 – 28 maar 1966 (Enschede, 1980). Verschenen bij zijn 65ste verjaardag elke 5 jaar tot en met zijn 85ste verjaardag in 1 of meer kranten jubelberichten over wat hij had bereikt, ondanks zijn enorme journalistieke en literaire productie is H.G.Cannegieter na zijn overlijden snel in de vergetelheid geraakt. Het Letterkundig Woordenboek voor Noord en Zuid door K.ter Laan (1952) geeft onder Hendrik Gerrit Cannegieter een juist geboortejaar (1880), echter een onjuist sterfjaar, namelijk 1951 in plaats van 1966.

Ondanks het feit dat hij bijna een halve eeuw in Haarlem woonde en werkte ontbreekt een necrologie in Jaarboek Haerlem, slechts een vermelding van zijn overlijden in de kroniek van 1966. Geen verwijzing in de Literaire Wandelgids van Haarlem door Wim Vogel, wèl 1 vermelding in Querido’s letterkundige reisgids van Nederland (1982), onder het Tzum (Tsjom), omdat in de roman ‘Gokma-state uit 1964 Cannegieter daarin over zijn jeugdherinneringen in dat Friese dorpje publiceerde.

gokma state2

Vooromslag van ‘Gokma State’ door H.G.Cannegieter, 1964

In 1930 publiceerde H.G.Cannegieter een boek over de Tiendaage veldtocht van zijn gelijknamige grootvader tussen 1830 en 1832 naar België. In 2009 is door het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven het journaal van de voetreis opnieuw uitgegeven in een fraai geïllustreerd boek. Reden om het verhaal van een kapitein bij de Friese Mobiele brigade uit te geven was omdat de tocht begon vanuit Gestel bij Eindhoven. Na de slag van Leuven, waarbij zo’n 50 manschappen sneuvelden , verliet men België om naar Noord-Brabant terug te keren. In 1832 is het kamp naar Mierlo verplaatst en maakte Cannegieter uitstapjes naar o.a. Helmond waar het kasteel werd bezocht, in die tijd eigendom van Carel Frederik Wesselman 11. Op 12 juli 1832 ontving Cannegieter voor hij naar Friesland terugkeerde als onderscheiding ‘het Metalen Kruis’- uit een kanon gesmeed – op de Strabrechtse heide tussen Geldrop en Mierlo.

Helmond

                                             De keldergewelven  in het kasteel van Helmond

Opgemerkt wordt ten slotte dat zijn naam soms is verward met naamgenoot dr. Hendrik Gerrit Cannegieter (1879-1984) , hoofddirecteur van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut in De Bilt van 1938 tot 1945, die voornamelijk publicaties over sterrenkunde en het weer op zijn naam heeft staan (7).

Portret van Hendrik Gerrit Cannegieter

Artikel in 1966 verschenen bij de 85ste verjaardag van H.G.Cannegieter

Artikel in 1966 verschenen bij de 85ste verjaardag van H.G.Cannegieter

Overlijdensbericht Hendrik Gerrit Cannegieter

Overlijdensbericht Hendrik Gerrit Cannegieter

Noten

(1) Geschonken publicaties: – Achter den Afsluitdijk. 1929 (met tekeningen van M.Severin); – Rusticus Urbanus, 1920; – Daar was eens een meisje loos. 1930 (kindertoneel); – Dorpsvrouwtjes. 1914; – Feestgangers. 1928; – Francois Bekius: de duivel dominee uit de Friesche wouden. 1940; – Gokma-State. Hoorn, 1964; – Grootvader’s glorie: het verhaal van den tiendaagschen veldtocht. 1930; – Hoe Pieter Merkman Parijs heeft “gedaan”1931 (met tekeningen van Tjerk Bottema; – Hoe wensen wij de school? Een stem uit de ouderwereld. 1946; – Honderdvijftig jaar gezondheidswet. 1954; – de Man op den uitkijk: over de predikant. 1914; – Mijn honderdste interview. In: Geschenk Nederlandsche Boekenweek 1932, blz. 27-32; – Midwintersproken. 1932; – Moeders schaduw. 1932; – De nachtegaal van Bergambacht. 1927 (kindertoneel); – Prille jeugd en vrees. 1926 (“met krabbels van den schrijver”); – Een nieuwe grondslag. 1925; – Psychologie en Paedagogie. 1927; – de Ring van de hertog. 1953 2e dr. (kindertoneel);- Roomsche gezagswaan. 1937; – Tusschen twaalf en twintig. 1928; -Vier schoten voor een vrouw. 1959: – De volontair. 1949; – De wereld voor vijftig jaar; schetsen uit het kroningsjaar 1898. 1948; – Georg Grünewald Kzn. (pseudoniem): Van het wondere ambt. 1909; – Oud Israël’s geschrift; het oude testament, naverteld door H.G.Cannegieter. 1924 (geïll. Door ir.M.C.A.Meischke); – Het volkstoneel. 1924;

Secundair o.a. – Joost Cannegieter. Hendrik Gerrit Cannegieter (1880-1966). 1980.; recensies: ‘De Hooge Toren van Oldeboorn; historisch toneelstuk voor kinderen’ door H.G.Cannegieter. Haarlem, Tjeenk Willink); levensbeschrijving in: Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme, deel 1, 1978; circa 15 recensies en interviews in archiefdoos nummer 396 N.H.A; Hendrik Gerrit Cannegieter, in: Kennemer Kroniek, nummer 23, april 2003; internetsites: 1) delpher van de Koninklijke Bibliotheek, 2) archief Leeuwarder Courant.

Vooromslag van levensbeschrijving Hendrik Gerrit Cannegieter door zijn zoon Joost Cannegieter. met een tekening uit 1938 van de kunstenares E.Reitsma Valença. (ook de beeldhouwer Theo van Reijn uit Haarlem maakte circa 1925 een tekeningetje van Cannegieter).

Vooromslag van levensbeschrijving Hendrik Gerrit Cannegieter door zijn zoon Joost Cannegieter. met een tekening uit 1938 van de kunstenares E.Reitsma Valença. (Ook de beeldhouwer Theo van Reijn uit Haarlem maakte circa 1925 een tekeningetje van Cannegieter).

Selectie van andere boeken door H.G.Cannegieter: – Inwoning aangeboden (blijspel in 1 bedrijf); – Kind en mens (1924); – Wie was Jezus? 1930; – Als het leven lokt. 1930; – Helden in de dop. 1931; – Moeders schaduw. 1932; – Het sexuele probleem in de opvoeding, 1934; – Leer verliezen (onder ps. John Dane). 1940; – Mijn varkens en zijn zoon. 1961; – Inwoning aangeboden; blijspel in 1 bedrijf. 1956. Onder pseudoniem Georg Grünewald Kzn.: – Oogenblikken; – Spaanders. Verschillende kindertoneelstukjes, zoals – Japie leert geschiedenis (toneelstuk in 1 bedrijf voor kinderen). 1953; – Het Levensraadsel; – Jan altijd tevreden; – Daar was eens een meisje loos. Ten slotte: Moderne Jeugd; Kennen wij onze kinderen?; Lichtpunten; Feestdagen; – De Friesche Beweging; Zeven katten op het dak; Septah Meneptah; – Van het wondere ambt (onder ps. George Grünewald), 1909; – Kind en mens (1924); – Tussen twaalf en twintig. 1928; – De wereld voor vijftig jaar. 1948.

Wordcat (K.B.) geeft onder H.C.Cannegieter 133 + 31 en onder Hendrik Gerrit C. nog eens 18 titels. In de Stadsbibliotheek van Haarlem zijn de volgende 11 titels aanwezig: 1) Achter den Afsluitdijk, circa 1935; 2) François Bekius, de duivel-dominee uit de Friesche wouden; 3) Gokma-state. 1964, 4) Grootvader’s glorie: het verhaal van den Tiendaagschen veldtocht; 5) Kennen we onzze kinderen? 1926, 6) Kind en mensch; een bundel paedagogische opstellen, 7) Moderne jeugd: na-oorlogsche bespiegelingen van een voor-oorlogsch man, 8) Prille vrees en jeugd, 9) Rusticus urbanus. 1920, 10) Vier schoten voor een vrouw. 1959, 11) De wereld voor vijftig jaar: schetsen uit het kroningsjaar 1898.

Beknopte bibliografie H.G.Cannegieter uit de publicatie van Joost Cannegieter.

Beknopte bibliografie H.G.Cannegieter uit de publicatie van Joost Cannegieter (1)

Vervolg bibliografie H.G.Cannegieter (2)

Vervolg bibliografie H.G.Cannegieter (2)

Vooromslag van H.G.Cannegieter. Achter den Afsluitdijk; met teekeningen van Mark H.Severin. 1929 (aanwezig in Heemstede-collectie van het Noord-Hollands Archief)

Vletter

Een onderonsje tussen twee rectoren van het Kennemer Lyceum, links dr.A.de Vletter, rector van 1920-1940 en 1945-1947 en rechts rector drs. E.van Meir van 1947-1961.

(2)  Oud-rector dr.A.de Vletter schreef in zijn autobiografisch boek ‘Van eenzaam schoolleider tot gevangenisboef’ in 1936: ‘De secretaris van mijn Curatorium, de heer H.G.Cannegieter, die met verscheiden anderen mijn vrouw in de moeilijke jaren van eenzaamheid nimmer in de steek gelaten had, bracht mij als verjaardagsgeschenk een van een vriendelijke opdracht voorzien exemplaar van zijn fijnzinnige boekje ‘Het Levensraadsel’, waarvan ik sindsdien zeer genoten heb, maar ook een bos rozen uit mijn eigen tuin te Bloemendaal. Welke rozen zijn vrouw en hij met goedvinden van de IJmuidense bewoners van het door ons ontruimde huis voor ons hadden geplukt.’(pagina 244).

Vletter

    Vooromslag van boek door dr.A.de Vletter: Van eerzaam Schoolleider tot Gevangenisboek. 1946

Bij de oficiële opening van het nieuwe gebouw van het Kennemer Lyceum in Overveen op 15 januari 1925. Van links naar rechts: J.P.Thijsse, E.J.Langelaan (secretaris van het bestuur van 1920-1928, sindsdien voorzitter), dr.A. DE VLETTER, dr.J.Th.de Visser (Minister van Onderwijs, Kunsten en wetenschappen,  dr.W.H.C.van Esveld, dr.C.J.Vinkesteyn (inspecteur der gymnasia), mr.D.E.Lioni, J.C.de Wijs, mw.De Visser, E.A.Veltman, jhr.A.Bas Backer (burgemeester van Bloemendaal), mej. De Visser, W.de Boer (chef der afd. M.O. van het departement van O.K. en W.)

dr.A.de Vletter, rector van het Kennemer Lyceum van 1920-1948

In een geschiedenis van het Kennemer Lyceum is in het hoofdstuk: ‘Het Kennemer aan de vooravond van de bezetting’ het volgende geschreven: ‘(…) Naast het bestuur was er ook nog het curatorium. Aan dit college was de taak toebedeeld de kwaliteit van het onderwijs te bewaken. De curatoren adviseerden het bestuur bij de benoeming van leraren. President-curator was sinds 1920 dr.J.D.Bierens de Haan, die in den lande een bekende naam had als wijsgeer. Hij hield veel lezingen, o.a. voor de School voor de Wijsbegeerte in Amersfoort en hij had veel publicaties het licht doen zien, b.v. over Spinoza, Dante en Schpenhauer. Ook de secretaris van curatoren, H.G.Cannegieter, eveneens een oud-gediende, was een vruchtbaar auteur. Net als Bierens de Haan was hij zijn carrière begonnen als predikant. Later was hij terecht gekomen in de journalistiek. Behalve werken over theologie en pedagogiek schreef hij romans en toneelstukken. Van de overige curatoren noemen we hier alleen nog dr.Jac.P.Thijsse die na zijn pensionering als leraar in de biologie aan het Kennemer in 1930 was toegetreden tot het college. (…)’. 

plaquette dr. A.de Vletter op het Kennemer Lyceum

(3)   In het tijdschrift ‘Bibliotheekleven, jaargang 48, januari 1963, pagina 35 plaatste hij de volgende oproep over zijn kerkhistorisch archief: ‘Van 1910 tot 1955 heb ik als redactionaeel medewerker aan de Nieuwe Rotterdamse Courant dagelijks artikelen, berichten en verslagen geschreven in de rubriek Kerknieuws, die veel meer omvatte dan het terrein van de eigenlijke kerkgenootschappen. Ook allerlei geestelijke en mystieke stromingen kwamen er in aan de orde. Zowel het binnenland als het buitenland was er in vertegenwoordigd. Al deze bijdragen heb ik verzameld in 26 ordners en plakboeken waaraan een alfabetisch register is toegevoegd. Deze verzameling geeft dus een beeld van wat er in de eerste helft van de twintigste eeuw aan de orde is geweest. Niet alleen de grote gebeurtenissen zijn er in vermeld, maar eveneens is bijzondere aandacht geschonken aan de intieme historie, zoals deze uit kerkelijke krakelen, dorps-conflicten en persoonlijke interviews aan het licht is getreden. Talrijke biografieën en boekbesprekingen zijn opgenomen. De alfabetische registers op elk deel maken het mogelijk zich onmiddellijk over elk gewenst onderwerp te oriënteren. Ik stel mij voor, dat een en ander van waarde zal kunnen wezen voor hen, die zich op kerkhistorisch terrein bewegen, zodat het mij voorkomt, dat deze documentatie niet als oud papier mag worden vernietigd. Voordat ik mij ervan verzekerd heb, dat er bij de een of andere instelling plaats voor kan worden gevonden. Mocht enigerlei bibliotheek, documentatie-bureau of archief er zich voor interesseren, dan wende men zich tot mijn adres Kleverparkweg 222, telefoon 02500-61916, Haarlem’.

(4) Ons Bloemendaal, zomernummer 1997.

(5) In ‘Ons Bloemendaal’, aprilnummer 1999 zijn herinneringen van haar via fragmenten uit in de oorlogsperiode geschreven brieven gepubliceerd. In maart 2006 gaf zij in kleine oplage uit: ‘Dat gaat niemand lezen! 35 jaar met de neus in de boeken; herinneringen uit de bibliotheektijd van A.C.van Hall-Cannegieter (werkzaam geweest zijnde in de openbare bibliotheken van Amsterdam, Haarlem, Heemstede en Zandvoort. Zij was getrouwd met mr. Johan Bernard (Beppo) van Hall (1916-1954), in leven directeur van de bibliotheek van het Tropenmuseum en vervolgens van het Vredespaleis).

(6) Publicaties van zijn hand verschenen onder eigen naam maar ook de volgende schuilnamen: John Dane, Doris Doevel, Joris Groenenwoud Kzn., Georg Grünewald Kzn., K.Jitter, Felix Mas, Pilgrom Muys, Pater Familias, Rusticus Urbanus, Hendericus Witzun. Bescheiden als hij was zijn talrijke bijdragen in kranten en tijdschriften slechts ondertekend met C.

(7) Er zijn nog verscheidene andere personen geweest, voornamelijk afkomstig uit Friesland en Groningen, veelal familie van elkaar, met de volledige voor- en familienaam Hendrik Gerrit Cannegieter, van wie ik in dit verband nog noem: 1) H.G.Cannegieter, predikant in Bolsward van 1764 tot 1806; 2) H.G.Cannegieter, in 1804 te Witmarsum geboren, die meedeed aan de ‘Tiendaagse Veldtocht’ via een voettocht naar België 1820-1822 en daarover een journaal bijhield, in 2009 fraai geïllustreerd uitgegeven door het Regionaal Historisch Centrum; 3) ook geboren in 1804 maar in Parrega is H.G.Cannegieter, die ook predikant was en overleed in 1866. Hij publiceerde ‘Het klooster Foswerd’, verschenen in de Friesche Almanak in 1846; 4) H.G.Cannegieter (1874-1941), predikant in o.a. Midwolde en Adorp;   5) H.G.Cannegieter. (1804-1881) welke zich onderscheidde als medicus in Hallum en grootvader was van de in deze bijdrage beschreven schrijver-journalist;

Can9

Bericht uit de Leeuwarder Courant over grootvader dr.H.G.Cannegieter die op 73-jarige leeftijd in 1877 zijn praktijk neerlegde

EIGEN HAARD, onder redactie van H.G.Cannegieter

.BIJLAGE 1: ENKELE (FAMILIE)FOTO’S, BERICHTEN EN ILLUSTRATIES

Dominicus

Notaris Dominicus Cannegieter (1842-1909), vader van Hendrik Gerrit Cannegieter (foto Tresoar, Leeuwarden, circa 1905)

Over deze Dominicus Cannegieter is in het Nieuw Nederlandsch Biographisch Woordenboek (NNBW) het volgende geschreven: Geboren te Hallum 23 october 1842, overleden te Tzum 11 maart 1909, zoon van dr.Hendrik Gerrit Cannegieter (kapitein bij de friesche mobiele schutterij in de Tiendaagse veldtocht, later medisch doctor te Hallum, van wiens hand het opstel over het klooster Fosward in de Friesche Volksalmanak 1846 zal zijn) en van Sytske Bekius. Hij werd 17 november 185 na afgelegd examen voor de Commissie uit het Provinciaal Gerechtshof van Zuid-Holland, benoembaar verklaard tot notaris en bij Koninklijk Besluit van 30 maart 1878 aangesteld tot notaris te Tzum, In zijn vrije uren hield hij zich onledig met geschied- en oudheidkundige nasporingen. De resultaten van zijn onderzoekingen zijn door hem neergelegd in de ‘Friesche Volksalmank’ en in de ‘Vrije Fries’. In eerstgenoemde beschreef hij de oude staten en stinsen uit Hallum, Tzum en omgeving benevens enige stukken op kerkhistorisch gebied. Afzonderlijk verscheen van hem: ‘Geschiedenis van het Martenahuis te Franeker’en ‘Genealogie van het geslacht Cannegieter’, in welk laatste werk hij een groot aantal van elders onbekende bijzonderheden betreffende zijn geleerd geslacht heeft meegedeeld. Hij huwde te Schoonhoven 21 augustus 1879 Trijntje Catharina Cundagunda Leesekamp, geboren te Brandwijk 20 april 1844, dochter van ds. Petrus en van Tjalda Peternella van Ness. Uit dit huwelijk drie kinderen, waarvan de zoons predikant zijn te Jelsum en te Zeddam en de dochter huwde met ds. F.H.G.van Iterson te Spankeren. Zie: Petit, Repertorium (op: Friesland); Genealogie Cannegieter, uit meegedeelde berichten aangevuld.   (auteur: Regt).  

moeder

Portret van de moeder van Hendrik Gerrit Cannegieter: Trijntje Catharina Cundagunda Leesekamp (1844-1936) (foto Tresoar Leeuwarden, voor 1900)

Tzum1

Plaatsnaambord van Tzum, geboorteplaats van Hendrik Gerrit Cannegieter, terugkomend in enkele van zijn romans en verhalen

schildjes

Enkele antieke schildjes, o.a. van Dominicus Cannegieter J.J.Zoon, predikant (een verre voorvader van Hendrik Gerrit Cannegieter), in de kerk van Tzum (sinds 1859)

Tzum2.jpg

De Hervormde kerk van Tzum, waar naast zijn voorfamilie met verscheidene predikanten, de basis werd gelegd voor zijn studie theologie

Cannegieter15

Foto van studentenkamer Nic0 Molenaar in Groningen met rechts Hendrik Gerrit Cannegieter bladerend in een  boek en links van hem Popko Berend Westerhuis (Tresoar)

Hendrik Gerrit Cannegieter met drie van zijn kleinkinderen in de holle boom bij de uitspanning Kraantje Lek te Bloemendaal

Hendrik Gerrit Cannegieter met drie van zijn kleinkinderen in de holle boom bij de uitspanning Kraantje Lek te Bloemendaal

H.G.Cannegier in zijn werkvertrek annex bibliotheek met het geschilderd portret van François Bekius, één van zijn voorvaderen, waaraan hij ook een publicatie wijdde.

H.G.Cannegieter in zijn werkvertrek annex bibliotheek met het geschilderd portret van François Bekius, één van zijn voorvaderen, waaraan hij ook een publicatie wijdde.

Cannegieter15

                        Foto van H.G.Cannegieter, gepubliceerd in Het Vrije Volk van 22-9-1965

H.G.Cannegieter sneeuw scheppend bij zijn huis aan de Verspronckweg in Haarlem

H.G.Cannegieter sneeuw opruimend bij zijn huis aan de Verspronckweg in Haarlem

Foto van H.G.Cannegieter in zijn levensavond genomen in de tuin van zijn huis aan de Verspronckweg in Haarlem

Foto van H.G.Cannegieter in zijn levensavond genomen in de tuin van zijn huis aan de Verspronckweg in Haarlem

Bijlage 2: scans van vooromslagen of titelpagina’s van een aantal boeken (romans en non-fictie werken) van Hendrik Gerrit Cannegieter

Tussen.jpg

H.G.Cannegieter. Tusschen twaalf en twintig. 1928.

 

Vooromslag van roman: hoe Pieter Merkman Parijs heeft gedaan; door H.G.Cannegieter

Vooromslag van roman: hoe Pieter Merkman Parijs heeft gedaan; door H.G.Cannegieter. 1931

gokma state

Titelblad van ‘Gokma state’ door H.G.Cannegieter, roman uit 1964 twee jaar voor zijn overlijden verschenen met herinneringen aan zijn geboortegrond in het Friese Tzuma

Vier schoten voor een vrouw; door H.G.Cannegieter. 1959

Vier schoten voor een vrouw; door H.G.Cannegieter. 1959

prille

                                         Prille vrees en vreugd; door H.G.Cannegieter, 1926

Titelblad van 'Vrees en vreugd' door H.G.Cannegieter

Titelblad van ‘Prille vrees en vreugd’ door H.G.Cannegieter, 1926

Oud Israel's schrift; door H.G.Cannegieter. 1924

Oud Israel’s schrift, het Oude Testament naverteld door H.G.Cannegieter. 1924

Vooromslaf van François Bekius, de duivel-dominee uit de Friese wouden. 1941, door H.G.Cannegieter, 1941.

Vooromslag van François Bekius, de duivel-dominee uit de Friese wouden. 1941, door H.G.Cannegieter, 1941.

Bekius1

Portret van dominee François Bekius (1726-1803) door Bernardus Accma, 1754 ( foto RKD, Iconografisch bureau

Stofomslag van De wereld voor vijftig jaar door H.G.Cannegieter (ook als toneelstuk verschenen).

Stofomslag van De wereld voor vijftig jaar 1898-1948;  door H.G.Cannegieter, 1948 (ook als toneelstuk verschenen).

Vooromslag van Achten der Afsluitdijk (science fiction) door H.G.Cannegieter. 1929

Vooromslag van Achten der Afsluitdijk (science fiction) door H.G.Cannegieter. 1929

Het sexueele probleem in de opvoeding; door H.G.Cannegieter. 1934

Het sexueele probleem in de opvoeding; door H.G.Cannegieter. 1934

Titelblad van door H.G.Cannegieter

Titelblad van Als het leven lokt door H.G.Cannegieter. 1930

Vooromslag van 'Wie was Jezus? (over Nieuwe Testament) door H.G.Cannegieter. 1930.

Vooromslag van ‘Wie was Jezus? (over Nieuwe Testament) door H.G.Cannegieter. 1930. (Catawiki)

Vooromslag van door H.G.Cannegieter

Vooromslag van Kind en Mensch (pedagogische opstellen) door H.G.Cannegieter. 1924

Midwintersproken

                                 Vooromslag van Midwintersproken door H.G.Cannegieter, 1932

Grootvaders glorie (over de Tiendaagse veldtocht van zijn grootvader); door H.G.Cannegieter.1930

Grootvader’s glorie (over de Tiendaagse veldtocht van zijn grootvader in 1831); door H.G.Cannegieter. 1930. Correctie: mij is bericht dat de eerste uitgave van 1930 niet compleet was, vandaar een nieuwe uitgebreide en geïllustreerde publicatie , uitgegeven door een kleinzoon, ook Hendrik Gerrit Cannegieter geheten in 2009, zie bovenstaande voorzijde)

moderne

Moderne jeugd, na-oorlogsche bespiegelingen van een voor-oorlogsche man, circa 1946.

Bijlage 3:  varia Hendrik Gerrit Cannegieter, inclusief door Bloemendaalse Schoolvereniging opgevoerde kindertoneelstukken

Cannegieter12

Handschrift van H.G.Cannegieter. Versje en tekening uit een poëziealbum, gedateerd 1 februari 1936

Cannegieter1

Samenstelling van bestuur en curatorium Kennemer Lyceum; secretaris van het curatorium was H.G.Cannegieter; directeur van het lyceum dr.A.de Vletter; landelijk bekende docenten waren bioloog en natuurbeschermer J.P.Thijsse (biologie) en Anton Pieck (tekenaar/illustrator). Voorts noem ik de wijsgeer prof.dr.H.M.J.Oldewelt en letterkundige drs. Barend Riijdes (beiden leraar klassieke talen). Uit: Kennemer Lyceum 1920-1930/ 1920-1950.

Cannegieter2

Artikel 30 jaar curatorium Kennemer Lyceum door H.G.Cannegieter (uit: jubileumnummer Kennemer Lyceum 1920-1950)

Cannegieter5

vervolg van: ’30-jaar Curatorium door H.G.Cannegieter. Overveen, jubileumnummer Kennemer Lyceum 1920-1950.

Cannegieter13

Recensie van H.G.Cannegieter, Helden in den Dop. 1931. Uit: Nederlandsche Bibliographie, 77e jaargang, october 1932, nummer 9, pagina 196.

 

 

Bericht uit De Leeuwarder Courant van 1966

Cannegieter en Friesland. Bericht uit De Leeuwarder Courant van 1966

Recendie van kindertoneel H.G.Cannegieter, 'De Hooge Toren van den Oldeboorn', opgevoerd door de Bloemendaalse Schoolvereniging, van de hand van J.B.Schuil, Haarlems Dagblad 21 december 1931 (1)

Recendie van kindertoneel H.G.Cannegieter, ‘De Hooge Toren van den Oldeboorn’, opgevoerd door de Bloemendaalse Schoolvereniging, van de hand van J.B.Schuil, Haarlems Dagblad 21 december 1931 (1)

Vervolg van recencie door J.B.Schuil, 21 december 1931 (2)

Vervolg van recencie door J.B.Schuil, 21 december 1931 (2)

Ingezonden stuk van Th.Donkersloot, hoofd opleidingsschool Bloemendaal over kindertoneel van o.a. H.G.Cannegieter. Uit: De Vacature, 25 februari 1927.

Ingezonden stuk van Th.Donkersloot, hoofd opleidingsschool Haarlem over kindertoneel van o.a. H.G.Cannegieter. Uit: De Vacature, 25 februari 1927.

Programma Bloemendaalse Schoolvereniging 1936.

Programma Bloemendaalse Schoolvereniging 1936.

Getekende vooromslag Bloemendaalse Schoolvereniging (N.S.V.), 1947: De ring van den hertog' door H.G.Cannegieter

Getekende vooromslag Bloemendaalse Schoolvereniging (N.S.V.), 1947: De ring van den hertog’ door H.G.Cannegieter

Programma van o.a. 'De ring van den hertog' door H.G.Cannegieter, 1947. Kindertoneel opgevoerd door leerlingen van de Bloemendaalse Schoolvereniging.

Programma van o.a. ‘De ring van den hertog’ door H.G.Cannegieter, 1947. Kindertoneel opgevoerd door leerlingen van de Bloemendaalse Schoolvereniging. De later bekend geworden voordrachtskunstenares Georgette Hagendoorn heeft bij 1 van de stukken van Cannegieter meegespeeld

kraantje

Oude prentbriefkaart van ‘de holle boom’bij Kraantje Lek in Overveen, gemeente Bloemendaal, welke uitspanning menigmaal is bezocht door H.G.Cannegieter.

============

Hall

Overlijdensbericht van Johan Bernard (Beppo) van Hall, oud-bibliothecaris van het Vredespaleis in Den Haag (Haarlems Dagblad, 8 augustus 1994)

Portretfoto van mevrouw A.C. (Ank) van Hall-Cannegieter. Zij publiceerde ‘Herinneringen’ in ‘Ons Bloemendaal’, 23e jaargang, nummer 1, voorjaar 1999. Voorts afzonderlijk haar heinneringen als bibliothecaresse in de Stadsbibliotheek Haarlem en gemeentelijke openbare bibliotheek Heemstede

In het tijdschrift ‘Ons Bloemendaal’, 21e jaargang, voorjaar 1997 publiceerde Joan Jalink een artikel over ‘De familie van Hall’; van druk Amsterdam naar rustig Bentveld/Aerdenhout. Het bevat fragmenten uit de familie-overleveringen, zoals in 1982 op papier gezet door de heer J.B.(Johan Bernard, genaamd Beppo) van Hall te Overveen. In 1903 verhuisden de ouders (Aat van Hall en Nella Boissevain) met de kinderen bij wijze van weekendhuis vanuit Amsterdam naar ‘Zonnehof’ in Bentveld/Aedenhout, tegenwoordig Bentveldseweg 10. Over huize Zonnehof noteerde Beppo van Hall o.a.: ‘Omstreeks 1902 was de Electrische Spoorweg Maatschappij opgericht, die een tramlijn van Amsterdam naar Zandvoort exploiteerde. Daardoor werd voor diegenen forensen mogelijk, die het wonen aan de stinkende Amsterdamse grachten niet waardeerden, want er heerste toen ook malaria in Amsterdam. Mijn ouders kochten Zonnehof, een klein huisje in Bentveld/Aerdenhout, waar in de weekends de kinderen gezondheid konden opdoen. Het huis was oorspronkelijk neergezet door Nico van Suchtelen, de directeur van uitgeverij de Wereldbibliotheek. Deze had in de tuin een houten optrekje naast het huis neergezet, van binnen vuurrood geschilderd, waarin hij inspiratie zocht voor zijn socialistische verzen. Naarmate het gezin zich uitbreidde, moest ok Zonnehof veranderd, omgebouwd en uitgebreid worden. Tot de definitieve verbouwing van 1928 is er zeven keer aan het huis gesleuteld. In 1921 verhuisden wij definitief naar Bentveld. Toen wij in Zonnehof kwamen wonen was Bentveld nog een ideaal woonoord. Aan de overkant van de Pentislaan lag nog een onbebouwd wild terrein met slootjes, waarin heerlijk geknoeid kon worden. Het Naaldenveld was voor iedereen toegankelijk, een prachtig bebost terrein, waar doorheen een romantisch beekje liep, door on de “dotter-rivier” genoemd naar de gele bloemen – géén dotters – die daar rijkelijk groeiden. Achter het Naaldenveld lag het meertje van Mariënbosch, met een wijds uitzicht over de weilanden met koeien van de melkerij Mariënbosch. Op weg naar het Naaldenveld bekortten we onze weg nog wel eens door over het terrein van Quarles van Ufford dat achter Bentveld lag, te lopen. Dat was verboden terrein, maar het eenvoudige prikkeldraad waarmee het duinterrein was afgesloten, was maar nauwelijks een belemmering en we werden maar zelden door een koddebeier betrapt, die ons dan alleen maar terugstuurde. Zo ook een keer, toen ik met mijn zus Mia en haar kinderen weer eens door het prikkeldraad was geklommen. Mijn zus had er nogal wat moeite mee, lange rokken en een grote chignon die bleef steken in het prikkeldraad. Maar het lukte, en toen ze eindelijk door het prikkeldraad heen was, keek ze nog even triomfantelijk achterom. Daar stond de koddebeier, die de hele operatie had gadegeslagen en glimlachend zei: “En komt u nu maar weer terug”…'(…). 

Het gezin Van Hall thuis aan de Keizersgracht te Amsterdam, waarop wèl o.a. Walraven en Gijs staan, maar nog niet Beppo (uit biografie over Gijs van Hall)

De broers Wally (Walraven) – de verzetsstrijder, Floor, Beppo (bibliothecaris) en latere burgemeester Gijs.

Cannegieter1

1928 een familiekiekje vòòr Zonnehof. Op de plaid aan de voeten van zijn ouders zit ‘Beppo’ de schrijver van het familieboek. Uiterst links, zittend, Mia met haar kinderen. ‘Juf Dea’ zit tweede van rechts. De hele familie bij elkaar in het ouderlijk huis aan de Bentveldseweg. Wally, Buzy, Vera, Floor, He, Emmy, Gijs (Mia met Vera), Johan, Chrarles, Moeder, Vader, Petie, Dea, Nelleke, vooraan Beppo.

 

BIJLAGE 1: HERINNERINGEN VAN EEN BIBLIOTHECARESSE UIT BLOEMENDAAL, MW.A.C.VAN HALL-CANNEGIETER:

Inleiding:  Het aantal bibliothecarissen dat zijn herinneringen voor publicatie aan het papier heeft toevertrouwd is gering. Een enkele “grote” Britse, Amerikaanse, Scandinavische en Franse collega. Ik noem als voorbeeld van Charles H. Compton: Memories of a librarian (St. Louis, 1954). Vanuit het Duitstalige gebied is wellicht de meeste autobiografische vakliteratuur te vinden. Enkele publicaties betreffen:
– Wilhelm Erman (o.a. U.B. Berlijn, Breslau, Bonn): Erinnerungen. 1994.
– Otto Hartwig (Marburg): Aus dem Leben eines deutschen Bibliothekars: Erinnerungen
und biographische Aufsätze. 1906
– Werner A.Kleye: Mein Traumberuf war es nicht: aus den Erinnerungen eines
Berliner Bibliothekars. 1990.
– Richard Kukula (Oostenrijks bibliothecaris; was directeur van UB Praag): Erinnerungen
eines Bibliothekars. 19925.
De Duitse letterkundige Günter de Bruyn verhaalt levendig en boeiend over zijn jaren als censuur-bibliotheekmedewerker in Oost-Berlijn in “Veertig jaar; verslag van een leven” (Arbeiderspers, 2002: Privé-domein 246)
De Vlamingen liggen op dit gebied duidelijk voor op de Hollanders. In 1976 verscheen van Ger Schmook (1898-1985), in leven directeur van de Stedelijke Bibliotheken in Antwerpen “Stap voor stap langs kronkelwegen”, boeiend geschreven memoires in liefst 700 bladzijden.
Zijn voorganger, de letterkundige Lode Baekelmans, publiceerde in 1931 “Aantekeningen van een boekenwurm”. Meest bekend is de publicatie van de flamboyante Herman Liebaers: “Meestal in opdracht; Brusselse kant-tekeningen van een bibliothecaris” (1982), een boek met tevens een Franse en Engelstalige editie. Liebaers was hoofdconservator van de Bibliotheca Albertina, de Koninklijke ofwel Nationale Belgische Bibliotheek, was voorzitter van IFLA en betrokken bij de bouw van bibliotheken in Brussel, Genève, Parijs en Teheran. Hij eindigde zijn loopbaan (van 1974 tot 1981) als grootmaarschalk aan het hof van koning Boudewijn, sindsdien als ere-grootmaarschalk. Liebaers was de eerste die in de krant “De Morgen” uitsprak dat prins Filip ten enen male volstrekt ongeschikt is voor het koningschap: “Hij kan het niet, hè, een droevig geval. Hij loopt als een hondje mee, handjes schudden.’ [Sindsdien is Liebaers persona non grata aan het hof].
Vier jaar na zijn overlijden werden de memoires van de Amsterdamse boekgeleerde en U.B.bibliothecaris Herman de la Fontaine Verwey gebundeld onder de titel: “De verdwenen antiquaar; herinneringen van een bibliothecaris” (De Buitenkant, 1993). Weliswaar geen autobiografie maar erudiete fragmenten van een boeiend leven met boeken.
Herinneringen in boekvorm van “gewone” bibliothecaressen lijken overigens nog zeldzamer.
Ik beschik over twee exemplaren van een in 1975 in een oplage van 300 exemplaren uitgegeven boekje met toepasselijke titel “Stilte”, dat anekdotische herinneringen aan de “dodelijke sleur van het bibliotheekwerk” bevat van Elly Knippenberg (geb. 1915), sinds 1935 bibliothecaresse, onder andere in het Noord-Brabantse Valkenswaard.

In 2006 verscheen in een beperkte oplage met ongeveer 25 illustraties: “Dat gaat niemand lezen! 35 jaar met de neus in de boeken; herinneringen uit de bibliotheektijd van A.C. van Hall-Cannegieter” (Bloemendaal, maart 2006).
Aanleiding om haar bibliotheekloopbaan vast te leggen was een artikel in het Haarlems Dagblad van 5 december 2005 “’Zelfdenkende’ kast voor bibliotheekboeken; onbemande bibliotheek komt er aan”.
De schrijfster werd geboren in Haarlem als dochter van de schrijver en publicist H.G. Cannegieter. Met het gymnasiumdiploma op zak, zonder examen vanwege de hongerwinter 1944/1945, raadde haar ouders aan de bibliotheekopleiding te volgen. “Zelf zag ik daar niet zoveel in, want bibliothecaressen werden in boeken, toneelstukken en film altijd voorgesteld als oude vrijsters met haar in een knot, wratten op de wang, een ouderwetse bril op en onflatteuze kleding aan”.
De opleidingsplaatsen in Haarlem waren bezet, maar in de hoofdstad was nog plaats en dat veranderde de situatie, “want Amsterdam was the place to be”.
Een bezwaar was het forenzen in overvolle treinen en als jongevrouw ontkwam je in die tijd niet aan billenknijpers. Ze werd geplaatst in de Centrale bibliotheek Keizersgracht 444 en werd voor de helft van de tijd werd verder het filiaal Roelof Hartplein toegewezen. Het was de gewoonte het zogeheten “hinauflesen” te betrachten. Bijna altijd tevergeefs werd getracht lezeressen uit betere kringen die voor een eenvoudige roman kozen een “beter” boek te laten meenemen. Datzelfde werd geprobeerd bij een heer die wat vaag lachte maar het bij zijn simpele Engelse roman liet. Later bleek het de toenmalig voorzitter van de Eerste Kamer te zijn. “De directrice, mejuffrouw Gebhard, was een ‘lady”, die altijd een pelerine omgeslagen had. Ze was mijlenver boven ons verheven en ze groette ons wel vriendelijk, maar een echt gesprek voerde ze niet met ons. Eens had een vriendje van mij haar een brief gegeven met het verzoek die aan mij te geven, ik herinner me nog de ironische blik, waarmee ze mij de brief gaf”.

Dame Annie Gebhard (1883-1975), directrice van de openbare bibliotheek Amsterdam

De opleiding werd de volgende jaren vervolgd in de Haarlemse Stadsbibliotheek en omdat directeur P.V.de Wit in 1948 oprichter was van de openbare bibliotheek te Heemstede tevens in deze gemeente. De toenmalig directeur was een erudiet man met een grote sociale inslag en werd door het personeel op handen gedragen. Vanwege zijn sociale gevoel stelde hij een aantal “kneusjes” aan, welke mensen vanwege een lichamelijke of geestelijke handicap in het bedrijfsleven nimmer een baan zouden vinden. “Ook waren er intelligente zonderlingen, ongetrouwde mannen, die in het sociaal verkeer elders niet goed zouden kunnen meekomen”.

Portrettekening van P.V.de Wit door de kunstenaar Antoon Molkenboer

In 1947 werd het jubileum van het 35-jarig bestaan van de stadsbibliotheek gevierd met een groot feest, een boekententoonstelling en een gedenkuitgave. Omdat de winter zo streng was en centrale verwarming nog ontbrak, was de bibliotheek vanaf 17 februari gedurende een maand enkel ’s ochtends geopend.
Voor de catalogus werd nog gewerkt met de handgeschreven teksten in langwerpige fiches, met schroefjes samengebracht in de aldus geheten Leidse boekjes, later vervangen door de bekende kaartcatalogus, zoals men nu alweer jarenlang gewend is aan een geautomatiseerd systeem.
Een geliefd baantje was toezicht houden in de studiezaal, waar je op een podium zat om zo iedereen goed in de gaten te kunnen houden. Bezoekers moesten hun jassen in de garderobe en tassen aan het bureau inleveren. Er kwamen veel studenten en dat leidde een enkele keer tot een huwelijk.
Voorjaar 1948 slaagde zij met de andere leerlingen voor het assistentsdiploma van de Centrale Vereeniging voor Openbare Leeszalen en Bibliotheken. Sommigen gingen door voor het directeursdiploma. Zij solliciteerde en werd voor ruim drie maanden aangesteld in de gemeentelijke bibliotheek van Heemstede (gevestigd in villa “De Meerlhorst”), later verlengd tot 15 november. Het salaris bedroeg 150 gulden per maand en moest in een loonzakje in het Raadhuis worden afgehaald bij de gemeentesecretaris.
Op 15 november 1948 volgde tot 1954 een aanstelling bij de bibliotheek van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen in het indrukwekkende Trippenhuis te Amsterdam. De sfeer was enigszins vergelijkbaar met het Bureau Volkskunde van Meertens, bij een groot lezerspubliek bekend dankzij “Het Bureau” van Voskuil.
Intussen getrouwd in 1951 [mr. Beppo van Hall, eerst bibliothecaris van het Koninklijk Instituut voor de Tropen, later van het Vredespaleis] volgde in 1955 een nieuwe baan, nu bij de door voornoemde heer De Wit (na zijn pensionering) opgerichte openbare bibliotheek in Zandvoort. Het werk kon ten dele thuis in Amsterdam worden gedaan. Een vrachtrijder kwam geregeld met houten kisten vol boeken, ten dele afkomstig van een winkelbibliotheek, die gecatalogiseerd moesten worden. Het aanvankelijk tijdelijk bedoelde dienstverband zou uiteindelijk tot 1970 zo’n 15 jaar duren. “Ik werd per uur betaald. Dat begon met ƒ 2,50 per uur. Maandelijks leverde ik de lijst met gewerkte uren, halfuren en kwartieren in. In de vakanties en bij ziekte verdiende ik dus niets”
Later kreeg ze ook uitleendiensten en verhuisde de bibliotheek met meer ruimte naar het Gemeenschapshuis op het Schoolplein. In de zomer kwamen daar veel Duitse badgasten bij. Tot zijn overlijden op 79-jarige leeftijd bleef de heer P.V.de Wit, intussen zelf woonachtig in Wolfheze, directeur in Zandvoort. Nadien sloot Zandvoort zich aan bij de Provinciale Bibliotheek Centrale (PBC). Inmiddels was de familie Van Hall met drie kinderen naar Overveen verhuisd en is mede op initiatief van haar man en met medewerking van wethouder Buckmann een openbare bibliotheek in Bloemendaal gesticht, organisatorisch ook aangesloten bij de PBC.

 

Uit: Herinneringen uit de bibliotheektijd van A.C.van Hall-Cannegieter (Bloemendaal, maart 2006