Tags

Portret van dr.Edward Brongersma

Portret van dr.Edward Brongersma

 

ENKELE HERINNERINGEN AAN DR.EDWARD BRONGERSMA (1911-1998), basseroloog, criminoloog en “pedofiele ex-senator” (1)

Op 21 augustus 2000 meldden de meeste dagbladen, vaak op de voorpagina zoals in het Haarlems Dagblad (HD) een ANP-bericht: ‘PvdA wil aanscherping rond kinderporno; kinderporno ondergebracht in stichtingen’. Het Haarlemse Tweede Kamerlid Marleen Barth had voorgesteld de twee particuliere verzamelingen van wijlen dr. Edward Brongersma en van de bejaarde psycholoog dr.Frits Bernard – beiden theoretisch onderlegde en praktiserend prominente pedofielen – onder te brengen bij een wetenschappelijk instituut, zoals het NISSO. Het H.D. publiceerde 21 augustus 2001 op de eerste pagina bovendien  een commentaar met als kop “Erkenning Brongersma”. (zie bijlage 2). Het kan verkeren, immers de conflicten in 1999 binnen de Brongersma-stichting die de collectie beheerde en ‘een villa vol explosief materiaal in Overveen’ (bedoeld werd kinderporno en dossiers van pedofiele geestelijken, diplomaten etc.) waren koren op de molen geweest van HD-journalist Kees van der Linden (zie bijlage 1). Uiteindelijk is het alle materiaal  dat betrekking heeft op pedofilie verbrand – in tegenstelling tot zijn persoonlijk en politiek archief dat zich bevindt in het IISG [bron: ‘Burning the Library IPCE – Dutch government destroys the gay archive, vows mass arrests – The Guide, February 2001].

Mr.dr.Edward Brongersma (1911-1998) heb ik tijdens zijn leven een keer of 25 ontmoet. Zeker 5 x in zijn Bloemendaalse villa, waar hij door een inwonende familie van eten werd voorzien, die ook zijn wasgoed verzorgde, maar waar hij verder zijn eigen leven leidde, te midden van boeken, archieven, beeldhouwwerken, schilderijen (o.a. met een levensgroot portret van een voorvader) en tevens aan de wand foto’s van een knappe Siciliaanse jongen.

Het woonvertrek van dr.Edward Brongersma (H.D., 21 augustus 1999)

Het woonvertrek van dr.Edward Brongersma in Overveen (H.D., 21 augustus 1999) met een geschilderd portret van zijn grootvader dr.H.Brongersma

De overige keren zag ik hem meestal in de Heemsteedse bibliotheek of bij Boekhandel Blokker. Ik maakte hem tevens een dag mee in de jaren tachtig van de vorige eeuw toen een tentoonstelling over Godfried Bomans werd geopend in de katholieke Godfried Bomansschool te Enschede. Met Jan Arnold Bomans (broer van) als chauffeur zaten toen ook Brongersma en zijn toenmalige 16-jarige partner in de auto. Vrijwel alle keren dat ik hem sprak was Godfried Bomans, een jeugdvriend van Brongersma, de aanleiding. Voor wie hem niet gekend heeft: Brongersma was van gestalte een grote statige man, erudiet, zeer aimabel, welsprekend en ad rem, een op en top gentleman. Oud-minister Hedy d’Ancona die met Brongersma in de Eerste Kamer zat noemde hem in een uitzending van Zembla van 5 oktober 2000: ‘deftig, ethisch hoogstaand en dapper’. Toen een journalist hem ooit vroeg of zijn pedofiele geaardheid z’n maatschappelijke carrière in de weg had gestaan, antwoordde hij gevat: ‘’eerder omgekeerd’. Een zeer vruchtbaar schrijver bovendien waarvan ik voor de bewaarcollectie van de bibliotheek de meest belangrijke publicaties verzamelde.

Edward Brongersma, in Haarlem geboren op 31 augustus 1911 was kleinzoon van dr.H. Brongersma, directeur van de HBS in de Spaarnestad en zoon van een oogarts G.W.Brongersma die praktijk hield in Haarlem en in 1928 verhuisde naar de enige villa in de Heimanslaan, in het Grotstuk, een Heemsteeds villawijkje bij Groenendaal.

Brongersmaouderlijk

Ouderlijk huis van Edward Brongersma in de Heimanslaan Heemstede

brongersma

Eerste steen gelegd van het enige huis in de Heimanslaan (2) door J.C.J.R.Brongersma-Heyse, 28 september 1928 (foto Chris Hoefsmit)

 

Vrijzinnig opgevoed liet hij zich onder invloed van zijn zeven jaar oudere broer kort voor z’n achttiende verjaardag bekeren tot de rooms-katholieke kerk, dit tot ongenoegen van zijn vader. Die broer Hiddo was zestien jaar toen die gedoopt werd en trad in 1931 als priester in bij de paters-Benedictijnen van het Sint-Paulusklooster te Oosterhout, later verhuisd naar de abdij in Egmond. Hij is in 1955 in een verpleeginrichting te Laren aan een ongeneeslijke ziekte overlijden.

Overlijdensbericht van Edward Brongersma's enige broer Hidde, uit De Tijd van 9 juni 1945

Overlijdensbericht van Edward Brongersma’s enige broer Hidde, uit De Tijd van 9 juni 1955

Edward Brongerma ging na zijn schoolopleiding op het Stedelijk Gymnasium B in Haarlem rechten studeren aan de Universiteit van Amsterdam en voltooide zijn studie in 1935 en werd medewerker op een advocatenkantoor in Haarlem. Vijf jaar later promoveerde hij cum laude in de rechtsgeleerdheid aan de Katholieke Radboud Universiteit in Nijmegen op een boekwerk van 589 pagina’s: ‘De opbouw van een corporatieven staat; het nieuwe Portugal’.

Titelblad van Brongersma's dissertatie

Titelblad van Brongersma’s dissertatie

In maart 1941 verscheen een tweede en een jaar later een derde druk bij uitgeverij Het Spectrum, waarin het gedachtegoed van Salazar centraal staat. Het boek had invloed op veel katholieke politici werd bovendien in de jaren 40 een inspiratiebron voor de Nederlandsche Unie. Toen verboden de Duitse bezetters het boek omdat ze niets van ‘een derde weg’ moesten hebben. Vòòr de oorlog bestond twijfel aan de parlementaire democratie, maar ook de regimes van Hitler en Stalin verafschuwde hij. Brongersma meende dat het corporatieve Portugal van Antonio Salazar – nog in maart 2007 werd meer dan 30 jaar na de Anjerrevolutie Salazar door de Portugese bevolking als ‘de Grootste Portugees’ uit de geschiedenis verkozen – ons de derde weg tussen partijdemocratie en totalitarisme zou kunnen wijzen. Een vorm van staatsinrichting, waarin behalve de gebruikelijke lichamen van wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht, zogeheten corporaties zijn geschapen, met daarin werkgevers en werknemers zijn vertegenwoordigd, die naar richtlijnen van de centrale overheid, zich bezighouden met verordeningen e.d. op economisch en sociaal gebied. In 1940 ook verzorgde Brongersma een uitvoerig ingeleide bloemlezing van Salazars redevoeringen. Hij erkende dat Salazar welswaar ‘alleenheerser’ was, maar dat zijn staatsinrichting een democratische inslag had. Zoals bekend is de ontwikkeling van Portugal steeds meer in de richting van het fascisme gegaan. Nog een aantal jaren is Brongersma’s geestdrift voor Salazar gebleven, zeker tot 1954 toen zijn boek ‘Portret van Portugal’ uitkwam. In de oorlogsperiode had Brongersma’s publicatie ‘Voorproef in Spanje; 1919-1939; twintig jaar menschelijke kwaadaardigheid’ geschreven. Op jonge leeftijd neigde hij politiek meer naar rechts dan naar links. Op 4 november 1933 schreef hij vanuit Heemstede aan bisschop Aengenent: ‘we drijven af naar het communisme en het is jammer dat ik het moet zeggen, de bisschoppen zijn ziende blind’. De Haarlemse bisschop antwoordde op 12 november dat hoe mooi ook bedacht, men niet kon overwinnen met een idee van een corporatieve staat, maar alleen met geloof en vertrouwen. Op latere leeftijd heeft Brongersma zich niet meer uitgelaten over Salazars corporatisme, waar de Portugezen met hun Anjerrevolutie zelf een eind aan maakten. Daarvoor was Brongersma onderscheiden als Commandeur in de ‘Ordem Militar de Christo ‘ ofwel commandeurskruis der Orde van Christus van Portugal, en in ons land begiftigd met de ridderorde van de Nederlandse Leeuw in 1975.

Tot 1948 zat Brongersma als bestuurslid in verscheidene r.k. organisaties, zoals van de r.k. Nederlandsche Boekhandelaren en uitgeversvereniging 'Sint Jan'. Op deze foto uit 1948 zien we v.l.n.r. Paul Brand, voorzitter, J.A.L.M.Winters, secretaris, prof.drs.J.van der Gaag, geestelijk adviseur, W.J.C.van Rissum, penningmeester, P.G.M.Coebergh (van de Haarlemse boekhandel), mr.dr.E.Brongersma, juridisch adviseur en C.H.M.Hesseling, directeur van uitgeverij De Toorts in Heemstede, later Haarlem (foto uit gedenkboek , 1949)

Tot 1948 zat Brongersma als bestuurslid in verscheidene r.k. organisaties, zoals van de r.k. Nederlandsche Boekhandelaren en uitgeversvereniging ‘Sint Jan’. Op deze foto uit 1948 zien we v.l.n.r. Paul Brand, voorzitter, J.A.L.M.Winters, secretaris, prof.drs.J.van der Gaag, geestelijk adviseur, W.J.C.van Rissum, penningmeester, P.G.M.Coebergh (van de Haarlemse boekhandel), mr.dr.E.Brongersma, juridisch adviseur en C.H.M.Hesseling, directeur van uitgeverij De Toorts in Heemstede, later Haarlem (foto uit gedenkboek , 1949)

In 1946 viel Brongersma het katholicisme aan en verruilde hij de Rooms-Katholieke Staatspartij, sinds 22 december 1945 Katholieke Volkspartij (KVP) geheten,  voor de Partij van de Arbeid nadat hij in de oorlogstijd al zijn publicatie had voorbereid (geschreven in de trant van Chesterton): ‘De bekrompenheid van het katholicisme’. In confessionele kringen werd hij al snel als een dissident aangezien. In de volgende jaren voelde hij zich steeds meer aangetrokken tot het humanisme, daarmee feitelijk terugkerend naar de overtuiging ook van zijn vader.

rooms

In  1954 was Brongersma nog (overtuigd) rooms-katholiek en publiceerde hij in samenwerking met humanist dr.O.Noordenbos  ‘Rooms gevaar of katholiek recht?’, een boek in briefvorm over de invloed van de kerk van Rome op het politieke, maatschappelijke en persoonlijke leven van mensen trachtte uit te oefenen, wat Noordenbos zag als een gevaar voor de mondigheid van de mens, terwijl Brongersma eerst later tot diezelfde overtuiging is gekomen.

Pas in 1968 brak hij officieel met de rooms-katholieke kerk, tijdens een oecumenisch congres in Zweden waaraan hij namens de Sint-Willibrordvereniging deelnam. In een interview met Bibeb (opgenomen in boekvorm bij Van Gennep, 1980) zei Brongersma: ‘Als ik nu lees wat ik vroeger over katholiek zijn schreef ben ik intens verbaasd, zegt hij na mijn vraag, de oogleden seconden lang omlaag. ‘Ik denk er totaal anders over. En dat geldt ook voor andere zaken.’ Aan een journalist van het dagblad Trouw vertrouwde hij in 1985 toe dat de kille en onpastorale houding van de rooms-katholieke kerk ten opzichte van seksualiteit voor hem de ware reden was geweest om de kerk die hem niet meer kon boeien definitief de rug toe te keren. Twee jaar later publiceerde hij samen met de Groningse wijsgeer Bernard Delfgaauw een boek, getiteld ‘De (on)redelijkheid van het geloof’, op basis van een tussen 1982 en 1987 gevoerde briefwisseling.

Van 1940 tot 1950 had Brongersma met een compagnon mr. Muyser een bloeiende praktijk als advocaat aan de Keizersgracht te Amsterdam. Na de Bevrijding maakte hij snel carrière als jurist en politicus. In 1946 werd hij namens de PvdA lid van de Eerste Kamer en was hij aanvankelijk de woordvoerder van zijn fractie op het gebied van binnenlandse zaken. Tevens was hij lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland en maakte hij van 13 november 1945 tot 31 augustus 1950 deel uit van  de PvdA-fractie in de gemeenteraad van Heemstede. Verder maakte hij als jurist furore vanwege zijn publicaties in het Nederlandse Juristenblad, voor welk vakblad hij in de hoofredactie zat. In juli 1950 kwam een plots einde aan zijn lidmaatschap van de senaat. Naar buiten werd gezegd vanwege gezondheidsredenen, zoals gewoonlijk in die tijd gezegd bij precaire situaties. Joop Lücker van de Volkskrant hield zich niet aan deze code en publiceerde de werkelijke reden; 8 juli 1950 was Brongersma gearresteerd vanwege een seksuele verhouding met een 16-jarige jongeman in zijn woonplaats Heemstede. In die tijd gold voor homoseksuele contacten een leeftijdsgrens van 21 jaar conform artikel 248bis van het Wetboek van Strafrecht.

Godfried BOMANS’ boek ‘Pieter Bas’ en Edward BRONGERSMA als Basseroloog

Edward Brongersma als jongeman gefotografeerd in Groenendaal in de periode dat hij contact had met Godfried Bomans en diens vader mr.J.B.Bomans

Edward Brongersma als jongeman gefotografeerd in Groenendaal in de periode dat hij contact had met Godfried Bomans en diens vader mr.J.B.Bomans

30 mei 1932 verhuisde de familie Bomans van huize ‘Boshof’ in Haarlem naar ‘Berkenrode’, een riant maar gehuurd pand met 21 kamers aan de Herenweg in Heemstede, waarin één van de parterre-hoekkamers het domein werd van Godfried. Vanaf medio 1932 schreef hij voor de leerlingen van zijn school het toneelstuk ‘Bloed en Liefde’, waarvan 26 februari 1933 in de St. Jans-schouwburg te Haarlem de première plaatsvond. In datzelfde jaar slaagt Godfried voor het eindexamen Gymnasium A aan het Triniteitslyceum.

In de salon van Berkenrode met Godfried Bomans en diens jeugdvriend Harry Prenen, op een getekende schetrs van Marius van Beek

Godfried Bomans en diens jeugdvriend Harry Prenen, op een getekende schets van Marius Beek

Godfried ging vervolgens rechten studeren in Amsterdam (aanvankelijk als spoorstudent), vervolgens psychologie en wijsbegeerte te Nijmegen. In 1932-1933 begon hij delen van ‘Pieter Bas’ op schrift te stellen, na 1934 eerst in acht fragmenten gepubliceerd in het R.K.studentenblad ‘De Dijk’. In de Heemsteedse tijd leerde hij de twee jaar oudere Edward Brongersma kennen – een voorbeeld voor Godfried’s vader omdat die met succes zijn rechtenstudie in relatief korte tijd afrondde, terwijl Godfried het na zijn kandidaatsexamen voor gezien hield. Later rechtvaardigde Godfried zich met woorden als ‘juristen zijn er genoeg, maar sprookjesvertellers nauwelijks.’ Eind 1936 verscheen in boekvorm ‘Memoires of gedenkschriften van mr.P.Bas’, als uitgave van het ‘Thijmfonds’ in Rotterdam.

Pieter1

Vooromslag van Pieter Bas. Zijne excellentie Mr.P.Bas, Minister van Onderwijs tijdens de begrootings-debatten mei 1917, getekend doir Harry Prenen (naar een portret uit de Dordtse Bazuin).

Nog in hetzelfde jaar verscheen een tweede druk onder het impressum ‘Vox Romana’, thans geïllustreerd door zijn jeugdvriend Harry Prenen. Tevens is – evenals in de latere derde druk van 1947 en vierde druk van 1950 een wijdlopige opdracht en Oudhollands nonsensgedicht opgenomen van de hand van mr.Edward Brongersma. Vanaf de derde druk heet het boek ‘Memoires of gedenkschriften van Minister Pieter Bas’.

In een voetnoot noteerde E.B.: ‘In deze regelen heeft de schrijver willen doen uitkomen, dat hij het zich tot een eer rekent te behooren tot die kleine, doch zijns inziens eminente groep van geleerde van geleerde Basserologen die de echtheid van eenige gedeelten der navolgende mémoires in twijfel meent te moeten trekken, en onderscheid wil maken tusschen fragmenten, die van een proto- en andere, die van een deutero-Bassus afkomstig zouden zijn.’ Brongersma maakte rond de wateren van Berkenrode tochtjes met een kano (omgedoopt tot ‘vaartuig’ of ‘jacht’) en had het manuscript van Pieter Bas van commentaar voorzien. Dankbaar schreef Godfried in het persoonlijke exemplaar voor zijn oudere jeugdvriend – die hij een loopbaan als minister voorspelde – ‘Dit, mijn eerste boek, geheeten MEMOIRES VAN PIETER BAS wordt door mij geschonken aan Edward Brongersma – advocaat hier ter stede, die in de totstandkoming dezer geschriften aandeel had, stoffelijk door dezelve te vervoeren in Ruim A van zijn jacht over de ongewisse baren der Leydtsche Vaart, geestelijk door zijn aanmoediging na lezing der eerste hoofdstukken (in manuscripto). Hem zij hier voor dank gebracht door Godfried Bomans.’ Citaat uit het bericht bij de tweede druk: ‘(…) Zoolang Brongersma de hand van Pieter Bas vasthoudt, zal hij blijven stijgen. Laat hij deze los, dan begint hij onmiddellijk te dalen.’ (zie bijlage 3). Ook de oud-leraar Nederlands van Godfried op het Triniteits, de heer A.J.Schneiders, had de auteur in taalkundig opzicht nuttige adviezen gegeven. (2).

De persoonlijke opdracht van Godfried Bomans in het boek Pieter Bas voor drs.A.J.Schneiders, oud-leraar Nederlands aan het Triniteits Lyceum

De persoonlijke opdracht van Godfried Bomans in het boek Pieter Bas voor drs.A.J.Schneiders, oud-leraar Nederlands aan het Triniteits Lyceum

Schneiders

Drs.A.J.Schneiders, Neerlandicus, was leraar op het Triniteits en gaf les aan Godfried Bomans, op een foto gemaakt tijdens een bijeenkomst van het Godfried Bomans Genootschap door Jan Bomans, , die in juli 1984 een necrologie schreef, gepubliceerd in ‘Ons Bloemendaal’, 8e jaargang nummer 4, 1984.

 

 

opdracht

Nog een persoonlijke opdracht van Godfried Bomans in zijn eerste roman ‘Pieter Bas’ , in dit geval voor de romanschrijfster en vertaalster Eva Raedt-de Canter  (1900-1975), (pseudoniem van A.E.J.de Mooij)

Toen J.A.Bomans in 1978 een boek publiceerde over zijn overleden broer (‘Godfried achteraf bekeken’) was Edward Brongersma bij de presentatie in de gemeentelijke openbare bibliotheek van Heemstede ere-spreker die enkele herinneringen ophaalde (3).

Uitnodiningskaart vn het Heemsteeds Boeken Comité voor presentatie van het eerste exemplaar van 'Godfried achteraf bekeken' aan dr. E.Brongersma, 13 juli 1978

Uitnodigingskaart van het Heemsteeds Boeken Comité voor de presentatie van het eerste exemplaar van ‘Godfried achteraf bekeken’ door dr. E.Brongersma, 13 juli 1978

Brongersma15

Wethouder Cees Sprangers ontvangt het eerste exemplaar van het boek van J.A.Bomans uit handen van dr.Edward Brongersma op 13 juli 1978 in de Heemsteedse bibliotheek

In later werk zou Godfried Bomans zijn kortstondige jeugdvriend Edward Brongersma nog slechts eenmaal noemen, namelijk bij de inleiding op G.K.Chesterton’s, Avonturen van Father Brown, juli 1951 (zie onderstaande bijlage). Brongersma, een liefhebber van Engelse literatuur, vertaalde o.a. voor Prisma-boeken van uitgeverij Het Spectrum een aantal verhalen van Chesterton onder de titel: “de man die teveel wist”(1956). Aan het slot verantwoordend met ‘een inleiding achteraf.’

Uit: Godfried Bomans,  Werken, deel VII, pagina 160

Uit: Godfried Bomans, Werken, deel VII, pagina 160

Overigens is de Bomanscollectie van Brongersma niet naar een instelling gegaan, maar te koop aangeboden op de antiquarenbeurs in de Haarlemse Beijneshal in 2000 nadat het Leidse antiquariaat AioloZ hierop beslag had weten te leggen. Het pronkstuk was uiteraard de eerste druk van ‘Pieter Bas’ uit 1936 waarin Godfried Bomans een paginalange handgeschreven opdracht had geschreven, gewijd aan Brongersma. Omdat de jurist Brongersma Bomans had geadviseerd over staatkundige aspecten in de roman heeft Bomans zijn jeugdvriend gevraagd voor de tweede druk een voorwoord te schrijven en in de derde druk heeft de auteur daarop weer gereageerd in een eigen inleiding. De vraagprijs voor de drie drukken was 1.500 gulden volgens antiquaar Piet van Winden. Tot de collectie die hij verkocht waren ook de andere boeken van Godfried, maar ook bijvoorbeeld een brief van zuster Borromée Bomans die de senator vraagt zijn invloed aan te wenden om te voorkomen dat Michel van der Plas een biografie over haar broer schrijft, omdat ze bevreesd was dat daarin ook de minder katholieke kanten van Godfried aan de orde zouden komen. Haar smeekbede heeft echter niet mogen baten en Michel van der Plas heeft geen onvertogen woorden aan zijn vriend Bomans gewijd.

Rooms-Katholieke Staatspartij: de jonge Brongersma versus Bomans senior

In het begin van de jaren dertig was het bestuur van de Rooms Katholieke Staatspartij er toe overgegaan plaatselijke studiekernen in te richten. Men vergaderde in Heemstede in het Vereenigingsgebouw aan de Herenweg schuin tegenover de Heilige Bavo Kerk. Als jong student in de rechten hield Brongersma daar zijn eerste toespraak over de gevoerde politiek in aanwezigheid van één der coryfeeën der katholieke politiek in die dagen vader mr.J.B.Bomans. Ik citeer Brongersma die zich verzette tegen naar zijn mening eindeloze debatten over verheerlijkte beginselen, zoals ‘God’s zaak’, waarmee men in praktische politiek zoals armoedebestrijding weinig kon uitrichten: ‘Mijn opstandigheid tegen dit gedoe zal ik vrij ongezouten hebben vertolkt. In ieder geval bewoog mijn speech één van mijn toehoorders, de heer Bomans, tot een prachtige dramatische reactie. Hij placht tijdens vergaderingen blaadjes papier vol te tekenen met figuren, zogenaamde droedels. Dat had hij ook die avond gedaan . Op een gegeven moment, aan het slot van zijn tegen mij gericht betoog, pakte hij dit blaadje op, verfrommelde het tot een prop en wierp die met grote kracht op de grond, onder de uitroep: “En ik duld niet dat over onze voormannen op deze manier wordt gesproken”! Nu was hij in zijn reactie nergens op mijn uiteenzettingen ingegaan – dat achtte hij beneden zijn waardigheid – maar wel waren zijn woorden doorspekt met steken en steekjes aan mijn adres, zo vaardig ingepakt evenwel dat ze aan de rest van het gezelschap vrijwel zeker moesten ontgaan. Bij mij kwamen ze hard aan en ik ontstak dan ook in grote worde. Maar plotseling drong het tot me door, dat dit nu precies was wat hij betoogde: in mijn drift zou ik onbehouwen uitvallen, waarna het gemakkelijk zou zijn mij tot een vernederend excuus of terugnemen van het gezegde te dwingen. Zodra ik dit door had wijzigde ik van tactiek. Ik handhaafde mijn oorspronkelijke stellingen wel, maar bejegende de heer Bomans honingzoet en met veel vertoon van waardering. Toen hij door had dat ik hem door had, was zijn reactie niet minder raak: hij nodigde me uit na afloop een glas bier bij hem thuis te komen drinken. Zo was mijn intrede in het gezin Bomans op Berkenrode.’

Brongersma als lokaal politicus in Heemstede

Vanaf 1935 was Brongersma bestuurslid van de RKSP-afdeling Heemstede (4). Van medio december 1945 tot eind augustus 1950 is Brongersma – voorstander van het Doorbraaksocialisme – voor de PvdA gemeenteraadslid in zijn woonplaats Heemstede geweest, in een periode met andere min of meer bekende juristen zoals mr.B.W.Stomps (die o.a. betrokken was geweest bij het proces tegen Marinus van der Lubbe), advocaat mr.K.A.F.J.Pliester (necrologie in Jaarboek Haerlem 1963) en mr.R.C.Bakhuizen van den Brink (wethouder). Hij heeft veelvuldig in de raad het woord gevoerd, vooral met betrekking tot aangelegenheden van juridische zaken, maar kon de laatste vergaderingen niet meer bijwonen. Zoals hierboven vermeld zogenaamd om ‘gezondheidsredenen’ nadat hij was aangehouden en voor elf maanden cel (in gevangenis en psychiatrisch observatiecentrum in Utrecht, waar hij werd behandeld door de bekende psychiater Pieter Baan en even castratie heeft overwogen) was veroordeeld wegens een relatie met een 16-jarige tuinknecht van zijn ouders, waarmee hij door een anonieme getuige ‘onzedelijk’ in de auto was gezien. Datzelfde ontslag gold voor de Eerste Kamer.

Brongersma als pleitbezorger voor een geliberaliseerde wetgeving ten aanzien van pedofilie en van euthanasie

bureau

                          De PvdA senator en rechtsgeleerde  mr. dr. E.Brongersma achter zijn bureau

Na terugkeer in de samenleving is Brongersma als een bezetene gaan schrijven, vooral op strafrechtgebied na de gehele overgeleverde klassieke literatuur te hebben doorgenomen met oordelen die zouden pleiten voor pedofilie. In 1963 keerde hij na rehabilitatie – met tegenzin van de Oude Drees, maar loyaal ontvangen door de rechtzinnige ar-politicus Hendrik Algra – in de Senaat terug, waar hij een zetel hield tot 1977 en als justitie-woordvoerder voor de PvdA optrad. In 1971 maakte hij mee dat vooral door zijn toedoen het ‘door mij diep gehate artikel volgens welk ik veroordeel was’ artikel 248bis uit het Wetboek van Strafrecht werd geschrapt. Het plegen van ontuchtige handelingen met iemand van jonger dan 21 jaar werd gewijzigd in 16 jaar, wat achteraf enigszins rehabilitatie betekende. Wat Brongersma betreft had de leeftijdsgrens overigens helemaal afgeschaft mogen worden. Sinds 1960 reisde Brongersma in gezelschap van bevriende pedofielen veel naar Italië, Portugal en Noord-Afrika, later naar Thailand en de Filippijnen, uit welk laatste land hij een jongen meenam, die later met geld terugkeerde om in zijn vaderland een taxi te beginnen, die hij naar zijn ‘weldoener Edward’ noemde. Tegelijkertijd kwam zijn naam op een zwarte lijst van pedofielen van een Filipijnse kinderrechtenorganisatie. In 1968 stemde Brongersma als enige van zijn fractie vòòr de ontwerpWet minimumloon en minimumvakantiebijslag en in 1969 behoorde hij tot de vier leden van de PvdA-fractie die tegen de ontwerp-begroting van Defensie stemden.

In 1965 is Brongersma een tijdlang directeur van het Maatschappelijk Buurtwerk in Haarlem geweest, ondanks verzet van de KVP, maar gesteund door voorman mr.Romme (beïnvloed door de ideeën van een corporatieve staat) en vooral door burgemeester Cremers. In zijn advocatenpraktijk die hij na zijn vrijheidsstraf te hebben uitgezeten had voorgezet heeft hij talrijke pedofielen voor de rechtbank verdedigd.

De laatste veertig jaar van zijn leven heeft Brongersma onnoemelijk veel literatuur gelezen en publicaties het licht doen zien (5). Te beginnen met De Griekse Oudheid waar de knapenliefde tot cult verheven was – tot onze tijd met o.a. Nabokov, André Gide, Pierre Louys, Christiane de Rochefort, Thomas Mann, Iris Murdoch en Jan Hanlo (6), laatstgenoemde dichter een man met een zachtaardig karakter die aan strelen en knuffelen genoeg had om zich ook zonder ejaculatie tevreden te stellen. Afgedwongen seksueel contact met kinderen keurde Brongersma af. Zoals bekend had hij zelf geen belangstelling voor kinderen in de pre puberale leeftijd, maar pedoseksueel contact van anderen wees hij niet af als kinderen daar plezier aan beleefden. Het begrip pederastie kwam in zijn vocabulaire niet voor. Het blad Intermediair publiceerde een een reeks bijdragen van zijn hand onder de titel ‘Over pedofielen en kinderlokkers’, waarin hij de hele literatuur ten faveure van pedofilie systematisch opsomde. Dat gebeurde verder veel uitvoeriger in zijn hoofdwerk: ‘’Loving Boys: a multidisciplinary study of sexual relations between adult and their minor males. Elmhurst, 1986, volume 1, 335 p.; 1990 volume 2, 512 pagina’s.

Vooromslag van het boek 'Loving Boys' in de Duitstalige  editie

Vooromslag van het boek ‘Loving Boys’ in de Duitstalige editie

Beide boeken zijn verkort uitgegeven door uitgeverij SUA onder de titel: ‘Jongensliefde: seks en erotiek tussen jongens en mannen.’ Voor sommigen baanbrekend, maar voor anderen schokkend en/of als pseudowetenschap opgevat (7). Veel opzien baarde een televisieprogramma ‘Een groot uur U’ in 1978 over pedofilie door Koos Postema met Brongersma in de hoofdrol. Toen hij in 1996 in het televisieprogramma ‘Buitenhof’ als deskundige verscheen naar aanleiding van de zaak-Dutroux en Brongersma poogde een genuanceerd oordeel te geven over pedofilie waren de rapen gaar. De volgende dag volgden bedreigingen en zijn de ruiten van zijn studeerkamer ingegooid en dook Brongersma tijdelijk onder bij een goede kennis om na terugkomst zich beschermd te weten door aangebrachte houten luiken. In al die jaren was een enorme verzameling kindererotica en kinderporno door hem bijeengebracht, zowel in beeld (foto’s, films en videobanden), naast een grote bibliotheek. In 1979 had hij de naar hem genoemde Brongersmastichting opgericht. Met als doelstelling van ‘het bevorderen van wetenschappelijk onderzoek naar de ontwikkeling van het seksuele leven bij kinderen en jeugdigen met name naar de verschijningsvormen van erotische en seksuele relaties tussen kinderen onderling en tussen kinderen en volwassenen en de betekenis van dit alles voor wetgeving, rechtspraak, opvoeding en maatschappelijk leven. Het adres van de stichting was zijn woonadres: Tetterodeweg 1 Overveen. Bij zijn vrijwillige dood liet hij de stichting bovendien 15 miljoen gulden na . De Bennebroekse psychiater dr. Frank van Ree die – evenals dr. Ernst Braches, oud-directeur van de UB-Amsterdam uit Overveen – ook in het bestuur van de dr. Frits Bernhardstichting zat, trok zich terug, maar de andere bestuursleden kregen ruzie over de bestemming van het geld. Nadat de voorzitter professor Lex van Naerssen als voorzitter uit zijn functie was gezet kwam het geschil op 27 augustus 1999 voor de Haarlemse rechtbank, die de partijen niet kon verzoenen en ten voordele van een meerderheid van het bestuur vonniste. In zeven grote kisten – die klaar stonden om elders ondergebracht te worden – is de collectie in augustus 1998 uit enkele kamers der Overveense villa gehaald door de politie Kennemerland met als voorlopig resultaat dat het materiaal, evenals de collectie van dr.F.Bernard, die zijn stichting in 1979 oprichtte, kort na Brongersma, met vrijwel gelijkluidende doelstellingen en in zijn geval uitsluitend wetenschappelijke documentatie zou bevatten, het beste in één wetenschappelijk instituut kan worden opgenomen en voor onderzoek toegankelijk gemaakt. In 2003 is de naam van de stichting veranderd in ‘Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Seksualiteit’. Later is veel als pornografisch vernietigd, maar het politiek/staatsrechtelijk archief-Brongersma is overgegaan naar het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam.

Dr.Brongersma trad als criminoloog diverse malen op televisie op in discussieprogramma's, zoals over het verschijnsel 'transseksualiteit' in het Cpitool van zondag 14 juni 1987 met op de foto van links naar rechts: dr.E.Brongersma, schrijsfster Yvonne Keuls, socioloog-psycholoog dr.T.Sandfort, medewerkster Kindertelefoon Marian Wyers en helemaal rechts gespreksleider Pieter de Vink

Dr.Brongersma was als criminoloog diverse malen op televisie te zien en horen in discussieprogramma’s, zoals over het verschijnsel ‘transseksualiteit’ in het Capitool van zondag 14 juni 1987 met op bovenstaande foto van links naar rechts: dr.E.Brongersma, schrijsfster Yvonne Keuls, socioloog-psycholoog dr.T.Sandfort, medewerkster Kindertelefoon Marian Wyers en helemaal rechts gespreksleider Pieter de Vink

Edward Brongersma, in de laatste jaren als gevolg van alle tegenslagen vereenzaamd, depressief en levensmoe geworden is in 1998 op 86-jarige leeftijd door euthanasie gestorven, wat zijn huisarts F. Suterius nog tot de nodige problemen heeft geleid. Brongersma zelf beschikte al sinds 1984 over een euthanasieverklaring, en in 1996 deed hij een mislukte zelfmoordpoging. Van zijn huisarts heeft hij ten slotte na lange gesprekken een dodelijk drankje gekregen.

Brong1

Het Gerechtshof veroordeelde de hulp bij zelfmoord van Brongersma door diens huisarts en vernietigde daarmee een eerdere vrijspraak. ‘Lijden aan het leven’ was volgens rechter Schreuder van het Gerechtshof geen geldige grond voor medische hulp bij zelfdoding Het euthansatoe-dossier Brongersma-Sutorius omvatte meer dan 2.000 pagina’s. (foto uit het Katholiek Nieuwsblad van 14 december 2001).

De medicus werd in 2002 na allerlei processen uiteindelijk door de Hoge Raad schuldig gevonden aan hulp bij zelfdoding, maar Sutorius is verder geen straf opgelegd.

In Memoriam E.Brongersma, in: Haarlems Dagblad van 29 april 1998

In Memoriam E.Brongersma, in: Haarlems Dagblad van 29 april 1998

Bronnen en verdere literatuur

-Documentatie Heemstede-collectie in het Noord-Hollands Archief, archiefdoos 21 (Pieter Bas) en 394 (map Edward Brongersma)

-Parlement & Politiek, Wikipedia (Internet)

-Hans Krol. Edward Brongersma. In: Beschreven Bladen, jaargang 10, nummer 6, september 2000, p. 300-310.

Psychiater dr.Frank van Ree publiceerde op basis van een jarenlange vriendschap en correspondentie (o.a. een afscheidsbrief van Brongersma van 1998) een uitvoerig artikel, mede gewijd aan het vraagstuk van euthanasie in ‘Vrij Nederland’ van 11 november 2000. Naast verouderingsverschijnselen met toenemende lichamelijke ongemakken hebben de vernietiging van zijn levenswerk in de pers evenals de tegen hem persoonlijk gerichte agressie Brongersma doen besluiten om voor een vrijwillig gekozen dood te kiezen.

De collectie-Brongersma aanwezig in het IISG te Amsterdam omvat volgens een inventaris uit 2011: correspondentie, dagboeken, agenda’s, persoonlijke notities, reisverslagen, manuscripten van hemzelf en van anderen; collectie door Brongersma verzameld over erotiek, seksualiteit, pedofilie en aanverwante thema’s, met manuscripten, brieven, documentatie en ander drukwerk 1911-1998.

Voor boeken van de auteur zie ook: Noord-Hollands Archief: bibliotheek: Brongersma. Uit een bericht van het Persmuseum onder het kopje ‘Censuur! blijkt dat dr.E.Brongersma ook schreef over pedifilie onder schuilnaam O.Brunoz (8).

Op de gebieden van criminologie en zedelijkheidswetgeving was Brongersma  in Duitsland en Groot-Brittannië maar ook elders in Europa een gevraagd spreker. Bovenstaand een Tsjechisch bericht over hem.

Op de gebieden van criminologie en zedelijkheidswetgeving was Brongersma in Duitsland en Groot-Brittannië maar ook elders in Europa een gevraagd spreker. Ook zijn publicaties van hem vertaald uitgegeven in o.a. het Frans, Italiaans, Deens en Fins. Bovenstaand een Tsjechisch bericht over hem.

 Noten

(1) Basseroloog heeft betrekking op zijn kennis omtrent oud-minister mr.P.Bas. Brongersma was lange tijd advocaat en procureur maar noemde zich bij voorkeur criminoloog. Van 1960 tot 1967 was hij als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de Rijksuniversiteit Utrecht. ‘My life is devoted to a career of crime’, zei hij eens aan iemand op de Nederlandse Antillen die naar zijn beroep informeerde. ‘Pedofiele ex-senator’ was de kop boven een artikel in NRC van 31 augustus 1998, ook overgenomen door andere kranten.

(2) Het manuscript ‘Pieter Bas’ kwam al in 1934 gereed, maar het zou nog tot oktober 1936 voordat het in boekvorm verscheen. Daarvoor publiceerde hij hoofdstukken in het r.k. studententijdschrift ‘De Dijk’.  Over de gebeurtenissen na voorlopige voltooiing schrijft Michel van der Plas in zijn biografie ‘Godfried; het leven van de jonge Bomans 1913-1945’ het volgende over wat Godfried er later over schreef: ‘Toen gebeurde er iets geks. Mijn vader had kamers waar je langs een aparte trap heen moest om ze te bereiken. Hij ging altijd vroeg naar bed, en las meestal de “Geschichte der Päpste’ van Ranke. Hij zat dan rechtop in de kussens met een sigaar en een paar repen chocola. Ik begaf me met de bundel papieren, een rood lint erom, langs zijn trap naar de kamer. Ik klopte aan en mocht naar binnen. Mijn vader keek me zwijgend aan. Ik zei: ik heb een boek geschreven. Leg het dar maar meer, zei hij, en wees naar zijn tenen. Na een paar dagen vond ik het terug op mijn kamer; het lag op mijn bureau. Er werd nooit een woord over gezegd. Dat heeft me erg aangegrepen. Een laatste brug stortte in. Ik had er nog iets over aangedragen.’  Er is nog een versie van het verhaal. ‘Ik was als tweedejaars treinstudent en woonde dus op Berkenrode. Het manuscript lag voltooid op mijn kamer in een la, een blauw lint was er omheen gestrikt. In een opwelling besloot ik nu dit werk mij vader voor te leggen… In een soort blinde vertwijfeling, want verwachten deed ik hiervan niets.’   Michel van der Plas schrijft verder: ‘Alles  is in die tweede vertelling dan ongeveer gelijk – tot: ‘Hij antwoordde niet, maar beduidde mij met een knik dat ik het aan het voeteneind kon neerleggen.’ Nu komt het manuscript terug met het blauwe lint er nog omheen. En in een derde versie is het lint ‘lichtblauw’ en de man in bed ‘de dictator’.  Van der Plas vervolgt: Er zijn geen getuigen. Er zijn wel overlevende kenners van de vader en de zoon. Zij houden dit verhaal voor een fantasie. Onder meer omdat de vader tot dan toe altijd een levendige belangstelling heeft getoond in de ondernemingen van zijn oudste jongen. Ook enkele details kloppen niet, zoals ‘Kort daarop ging mijn vader zelf schrijven. De MacDonald-cyclus’.  Vader Bomans heeft die cyclus in zijn geheel in 1933 geschreven. Een andere zaak is de vraag hoe Senior gereageerd zou hebben, wanneer zijn zoon hem om raad had gevraagd t.a.v. een publicatie in boekvorm (maar Godfried vraagt zijn vader al enkele jaren niet meer om raad; hij gaat zijn eigen weg). De vader zou waarschijnlijk geantwoord hebben, dat zo’n verzameling schetsen geen echt boek is, geen “groot werk”. Waarschijnlijker is het dat mr.J.B.Bomans zich niet bemoeid heet het “work in progress” van zijn duidelijk begaafde, maar zijn weg zoekende zoon. Als hij zich eventueel ergert aan de bundel, dan moet het wel zijn over de luchthartigheid, het gratuite, of over de spot, gedreven met priesters (rector Vlaar, kapelaan Jacobs). Tegen de herkenbaarheid in Haarlem, van sommige figuren kan hij moeilijk iets inbrengen: zijn eigen MacDonald-cyclus is een sleutelroman, het herkenbaarst van allen daarin is hij zelf met zijn gehele gezin. Hoe dan ook, als bundel papieren, al dan niet met een rood of een blauw lint of lichtblauw bandje eromheen gestrikt, gaat het manuscript de lade in van Godfried’s  bureau. En de komende twee jaar haalt hij er voorlopig alleen nog mar een aantal bladzijden uit om ze voor te lezen aan een steeds wisselend gehoor, of om er een hoofdstuk van mee te nemen naar ‘De Dijk’ en het daarin te publiceren. Het is een periode van onzekerheid, van naarstig zoeken van een roeping. In latere jaren zal de bundel’Bas’-schetsen nog worden uitgebreid met enkele nieuwe. Zij zullen de indruk versterken dat de schrijver nogal sterk de invloed heeft ondergaan van Charles Dickens, en dan vooral in diens David Copperfield en Pickwick Papers. Het is de paar jaar jongere Harry Prenen geweest, die Godfried tot het lezen van Dickens heeft gebracht (…,)’, tot zover Michel van der Plas.

(3) Jan Bomans verdient dank en hulde. Gepubliceerd in: Godfried, vierde jaargang 1979, nummer 1, p.29-35.

De Heimanslaan in Heemstede met vroeger 1, tegenwoordig 2 villa's in het groen verscholen

De Heimanslaan in Heemstede met vroeger 1, tegenwoordig 2 villa’s in het groen verscholen

(4) Geboren in Haarlem, Wilhelminastraat 32, verhuisde hij in 1928 met zijn ouders naar het adres Heimanslaan 2 in Heemstede, tot 1950 toen hij naar in Utrecht ging wonen vanwege zijn functie hij het Pompe-instituut voor strafrecht. In 1956 keerde hij terug in Heemstede, Zandvaartkade 3,  tot 1965, in welk jaar hij na het overlijden van zijn vader als enige erfgenaam weer ging wonen in het ouderlijk huis aan de Heimanslaan tot 1975, ten slotte is hij verhuisd naar een villa in Overveen, Tetterodeweg 1 tot zijn overlijden 22 april 1998.

De grote villa in Overveen waarover nog jaren (tot 2006) na Brongersma's overlijden in 1998 met kort gedingen voor de Haarlemse rechtbank is geprocedeerd tussen een ex-bewoner en een potentiële koper. (foto Poppe de Boer, uit Haarlems Dagblad van 21 augustus 1999)

De grote villa in Overveen waarover nog jaren (tot 2006) na Brongersma’s overlijden in 1998 met kort gedingen voor de Haarlemse rechtbank is geprocedeerd tussen een ex-medebewoner en een potentiële koper. (foto Poppe de Boer, uit Haarlems Dagblad van 21 augustus 1999)

(5) Zijn bibliografie bevat zo’n 1200 artikelen, brochures en boeken, onder meer over staats- en strafrecht, wijsbegeerte, godsdienst, pedofilie en zedelijkheid.

zowel

Zowel in de Engelse als Duitse taal zijn diverse publicaties van Brongersma verschenen, zoals ‘Das verfemte Geschlecht’.

(6) Het contact van Jan Hanlo met Brongersma is tot 1 bezoek beperkt gebleven. Dat blijkt althans uit de biografie die dr. Hans Renders scheef ‘Zo meen ik dat ook jij bent’ uit 1988, waarin hij schrijft: ‘(…) Iemand die openlijk uitkwam voor zijn pedofiele neigingen en die toch een groot maatschappelijk aanzien genoot, was het Eerste-Kamerlid voor de PvdA, E.Brongersma. Met hem wilde Hanlo wel eens praten over zijn moeilijkheden. Hij was net drie dagen vrij uit de gevangenis. En omdat hij niet wist hoe zo’n gesprek te arrangeren, stapte hij op zijn motor en zocht Brongersma onaangekondigd op. Brongersma ontving hem vriendelijk en hoorde de man tegenover hem goedmoedig aan. In zijn dagboek noteerde Brongersma dat Hanlo een verwarde indruk op hem had gemaakt met een onsamenhangend verhaal over het racecircuit in Zandvoort. Na zijn vertrek noteerde Brongersma daarover: “Overdreven kuisheid die hij liet steunen op het katholicisme. Openhartig gesprek”. [In noot 160 voegt Renders als bron toe: ‘Gesprek met E.Brongersma d.d. 20-10-1995. Het bezoek van Hanlo vond plaats op “Vrijdag 28 [juli] 1962. Van half 4 tot half 6”. Brongersma noemt Hanlo en zijn werk in diverse publicaties, onder meer in “Jongensliefde”, Amsterdam, 1987′.  

(7) Van deel 1 schreef professor dr.M.Zeegers de volgende beoordeling voor PRISMA-Lectuurvoorziening: ‘De auteur, een bekend politicus en advocaat, is al vele jaren actief om meer begrip te kweken voor de liefdesrelaties tussen jongens en mannen. In parlement en rechtszaal, en in tal van publicaties en lezingen heeft hij grote invloed uitgeoefend, nationaal en internationaal. Hij is nog steeds in actie, daarvan getuigt dit boek, dat, helder en op rustige toon geschreven, en zeer degelijk gedocumenteerd, een product is van rijke ervaring en intensieve studie. Dit laatste blijkt ook uit de indrukwekkende literatuurlijst, een bron voor verdere studie. Het onderwerp is zeer omstreden: intuïtieve afkeer en vooringenomenheid verhinderen vaak een goede discussie. In dit eerste deel geeft Brongersma, na een inleidend hoofdstuk over aspecten van de seksualiteit, uitvoerige gegevens over de historie, de gebruiken in verschillende culturen, onderzoeksresultaten uit enquêtes en praktijkstudies. Een tweede deel is aangekondigd, dat ook de negatieve zijden van deze verhoudingen en van seksuele onderdrukking zal behandelen. Zeer interessant studiemateriaal, zeker ook voor kritische beoordelaars.’

(8) Citaat: ‘Dr.O.Brunoz [=E.Brongersma], Pedofilie.   Pedofilie 1965-2000: van verdraagzaamheid  naar taboe. Uitgave circa 1961. Tevens verschenen in een Franse editie: La Pedofilie, L’Amour des garçons (1964). Pedofilie is door de jaren heen een controversieel onderwerp. In de jaren zestig van de vorige eeuw komt het verschijnsel geleidelijk in de publiciteit. Niet in de laatste plaats door jurist en PvdA-senator Edward Brongersma (1911-1998). Hij wordt bekend door zijn publicaties over liberalisering van de zedelijkheidswetgeving, waarin hij vooral pleit voor een grotere vrijheid voor jeugdigen om seksuele relaties aan te kunnen gaan. In de jaren zeventig – die gekenmerkt worden door verdraagzaamheid en inspraak – ontstaat er een toename in de belangstelling voor interne omgang tussen kinderen en volwassenen. Het onderwerp krijgt ook aandacht door wetenschappelijke onderzoeken, rapporten, scripties (onder andere van Theo Sandfort, Monica Pieterse, Edward Brongersma), debatten en congressen. De NVSH richt zelfs een Landelijke Werkgroep Pedofilie (LPW) op. In de decennia erna neemt de belangstelling en tolerantie voor het onderwerp sterk af. In de VS is dan al een heuse industrie van kinderbescherming ontstaan, die, gevoed door een sterkte conservatief orthodox-christelijke hobby, inspeelt op de gevoelens van het publiek. In Europa veroorzaakt de Dutroux-affaire een schok. Het onderwerp raakt meer en meer in de taboesfeer, waardoor men kan spreken van ‘sociale censuur’. Mede onder sterkte invloed van de media en beïnvloeding van de publieke opinie lijkt het onderwerp nu vrijwel onbespreekbaar geworden.’ Signatuur: IISG Archief Edward Brongersma.

ENKELE ILLUSTRATIES IN RELATIE TOT GODFRIED BOMANS EN PIETER BAS

De persoonlijke opdracht in het boek van Godfried Bomans aan het exemplaar van Pieter Bas voor Edward Brongersma

De persoonlijke opdracht van Godfried Bomans in  het exemplaar van Pieter Bas voor Edward Brongersma

Pieter3

Vanaf de derde druk is bovenstaande ‘Ereprysinghe ofte Lof-oode’ van nr.Edward Brongersma in het boek opgenomen.

Vooromslag van de 27ste druk van Pieter Bas, na Érik of het klein insectenboek' het meest populaire werk van Godfried Bomans

Vooromslag van de 27ste druk van Pieter Bas, na Érik of het klein insectenboek’ het meest populaire werk van Godfried Bomans

Pieter2

Titelblad van Godfried Bomans’ tweede gepubliceerde boek PIETER BAS (na ‘Sprookjes in 1946)

 

 

Bas4

Pieter Bas doet kandidaatsexamen in de rechtsgeleerdheid ten overstaan van drie hooggeleerde heren (illustratie Harry Prenen)

Bas.jpg

Illustratie bij ‘Pieter Bas’ van Godfried Bomans, vrij naar motief van Rudolf Wilke, pentekening van Harry Prenen

Bas2

Caricatuur van Godfried Bomans mat affiche van de Oude Heer BAS, door Anthony Mertens in ’t Groen Hout, najaar 1938.

Bom12

                                             Bas’ Bathing Beauty; cartoon door Anthony Mertens

 

Godfried Bomans onthult een gedenksteen gewijd aan mr.Pieter Bas

Godfried Bomans onthult op studentikoze wijze een gedenksteen gewijd aan mr.Pieter Bas op 14 november 1961 in Leiden (foto Anefo)

          Gouda

Gouda wilde niet achterblijven en daar is in 1964 ook een gedenksteen onthuld voor de denkbeeldige oud-burgemeester van Gouda Pieter Bas die daar van 1876 tot 1881 zou hebben gewoond.

bomans-poster-2011

Al in december 2011 zijn in Dordrecht de activiteiten aangevangen ter ere van Godfried Bomans, waarbij Pieter Bas centraal kwam te staan

frank2

De imaginaire Pieter Bas had verder een relatie met de Merwedestad Dordrecht. Bij gelegenheid van het 100ste geboortejaar van Godfried Bomans is een citaat uit Pieter Bas in de openbare bibliotheek aldaar aangebracht (foto Frank van der Voordt)

 

kamer1

De door Harry Prenen getekende Pieter Bas, omgeven door carnavalsonderscheidingen, op een destijds in Bomans’ werkkamer genomen foto

vitrine

Vitrine gewijd aan Pieter Bas tijdens een Godfried Bomans-tentoonstelling in de gemeentelijke openbare bibliotheek van Heemstede in 1977

De katholieke Pieter Basschool in Capelle a.d.IJssel

De katholieke Pieter Basisschool PIETER BAS in Capelle a.d.IJssel

salon

Een begrip in de Amsterdamse Pijp is haarsalon Pieter Bas met filialen in  Amsterdam en Diemen

In archiefdoos 21 van de Heemstede-collectie van het Noord-Hollands Archief bevindt zich een essay van dr. Th. van Zijperstein uit 1985, ‘Pieter Bas of De katechismus van het Verbindende Principe’,  waarin hij uitlegt dat Pieter Bas (P.B.)aanvangt waar de Camera Obscura (C.O.)ophoudt, in de C.O. beginnend in Haarlem, in P.B. verplaatst naar Dordrecht.

  VERDERE ILLUSTRATIES IN RELATIE TOT BRONGERSMA

Titia2

 

Edward Brongersma stamt uit een Fries patricisch geslacht,  met aanvankelijk landbouwers, dat o.a. artsen , bestuurders en schrijvers voortbracht. Daartoe behoort de dichteres Titia Brongersma, circa 1650 geboren in Dokkum en na 1687 overleden. In 1686 is haar bundel mengelgedichten, de Bron-swaan, gepubliceerd. Zie: Nederland’s Patriciaat 1937 Uit een zijtak is dr.Leo Daniel Brongersma (1907-1994) van belang geweest als bioloog, geleerde en museumdirecteur.

Brong

Dr.Hotse S. Brongersma, grootvader van dr.Edward Brongersma  (1840-1922), is in 1873 magna cum laude gepromoveerd in de wis- en natuurkunde en was van 1 februari 1879 tot 1 februari 1910 directeur van de gemeentelijke HBS in Haarlem

Gedenkbank vervaardigd in herinnering aan zijn grootvader dr.H.Brongersma, die directeur van de gemeentelijke HBS in Haarlem eas

Gedenkbank in 1910 vervaardigd in herinnering aan zijn grootvader dr.H.Brongersma en geplaatst op de binnenplaats van de voormalige HBS aan de Oude Zijlvest te Haarlem (foto NHA)

Overlijdensadvertentie G.W.Brongersma, vader van Edward Brongersma, in: De Tijd, de Maasbode van 24 augustus 1965

Overlijdensadvertentie G.W.Brongersma, vader van Edward Brongersma, in: De Tijd, de Maasbode van 24 augustus 1965 (Al in 1953 was zijn echtgenote en daarmee moeder van Edward Brongersma overleden: Johanna Caroline Josephin Adele Brongersma-Heyse)

Chesterton

De favoriete schrijver uit de Engelstalige literatuur was voor Edward Brongersma G.K.Chesterton. Voor de Prisma-reeks van uitgeverij Het Spectrum (met Godfried Bomans in de redactie) vertaalde hij ‘De wijsheid van father Brown’).

Een brief in het handschrift van dr.E.Brongersma, gedateerd 21 juli 1978

Een brief in het handschrift van dr.E.Brongersma, gedateerd 21 juli 1978

Dr.E.Brongersma  bij de opening van een Godfried Bomanstenttonstelling in de Heemsteedse bibliotheek in 1976. Links van hem Simon Carmiggelt, Michel van der Plas en de heer Disselkoen, destijds ook woonachtig in de villa Tetterodeweg 1

Dr.E.Brongersma bij de opening van een Godfried Bomanstenttoonstelling in de Heemsteedse bibliotheek in 1977. Rechts van hem staan Simon Carmiggelt, Michel van der Plas en de heer Disselkoen, destijds ook woonachtig in de villa Tetterodeweg 1

Brongersma4

Nog een foto van na de opening met van links naar rechts: Edward Brongersma, Simon Carmiggelt. burgemeester Quarles van Ufford, Michel van der Plas en de heer Koen Bangert (daarachter), de heer Dirk Hessels, Jan Bomans en de heer Disselkoen

Brongersma11

Van links naar rechts: Herman Hofhuizen, de echtgenote van Michel van der Plas, mevrouw Lies Hofhuizen, Michel van der Plas, mevrouw Quarles van Ufford, burgemeester Quarles van Ufford, mevrouw. Bangert (?) en helemaal rechts dr.Edward Brongersma

Bijlage 1: reactie van voorzitter Liesbeth Halbertsma, voorzitter van de stichting Profit voor the World’s Children, naar aanleiding van een artikel van Kees van der Linden op 21 augustus 1991

Brongersma5

Reactie op een artikel van Kees van der Linden in het zaterdagsbijvoegsel van het Haarlems Dagblad van 21 augustus 1999: ‘Een villa vol explosief materiaal’ , door voorzitter stichting Profit for the World’s Children, in het H.D. van 27 augustus 1999.

Bijlage 2

Brongersma6

Redactioneel commentaar in het Haarlems Dagblad van 21 augustus 2000: Erkenning Brongersma. Uiteindelijk is het het niet-wetenschappelijk deel van zijn collectie vernietigd.

Bijlage 3: Voetnoot door Godfried Bomans bij vers [‘Ereprysinghe ofte lof-oode’] tevens dienende als begeleidend woord bij den derde (en vierde) druk van het boek [= PIETER BAS].

vers

Met dit gedicht werd destijds de tweede druk der Memoires van Pieter Bas verrijkt. Het werd geschreven door Mr.Edward Brongersma in den jare 1937. De heer Brongersma was toen juist afgestudeerd en bewoog zich nog slechts aarzelend voorwaarts op den steilen weg naar politieken roem. Nóg zie ik hem voor mij, met het eerste dons der manbaarheid op de kaken, kinderlijk voortroeiend over de vijvers van mijn ouderlijk huis in een door mij ontworpen vaartuigje, dat hij zoo goed was een ‘Canadeesche cano’ te noemen. Doch zie, wat een innig contact met de geschriften van Pieter Bas vermag! Nú reeds, een decennium later, is de dichter zèlf lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal en de gelukkige bezitter eener bloeiende advocaten-practijk! Hij roeit niet meer. Hij stijgt. Onverdroten rept hij zich voorwaarts op het glibberige pad, dat naar de hoogste staatsbetrekking voert. Ge kunt dit toeval noemen, zoo ge wilt. Goed, ga uw gang maar. Doch zij, die zelve gedronken hebben uit de klare bron van Bas’ geschriften, zien hierin het resultaat van diepe Basserlogische studiën, aangevuld met een niet minder Basserologisch nadenken. Is het vermetel, te veronderstellen dat wéér een tiental jaren later Brongersma een ministerszetel zal verwarmen?  Neen. Een dergelijke veronderstelling is oirbaar, zij is vanzelfsprekend. Zoolang  Brongersma de hand van Pieter Bas vasthoudt, zal hij blijven stijgen. Laat hij deze los, dan begint hij onmiddellijk te dalen. Moge dit treffend voorbeeld uit de practijk alle jonge vernuften een aansporing zijn om dit boek niet alleen te lezen, maar geestelijk als het ware in zich op te nemen, uit het hoofd te leeren, te herkauwen, mee naar bed te nemen, kortom er alles mee te doen wat met een boek maar mogelijk is. Dan, eerst dàn, zullen zij de geweldige kracht ervaren, die er van deze oogenschijnlijk zoo eenvoudige bladzijden uitstraalt en als het ware op de vleugelen van de wind gevoerd worden naar ambten, zóó winstgevend, dat hun ouders van weelde bloozen, hun tegenstanders van afgunst verbleeken en de schrijver van dit boek met welgevallen op hen neerziet.’  Haarlem, 24 juni 1947.

pieterbas.png

                                                         Pieter Bas, getekend door Harry Prenen

Bijlage 4:  in het studententijdschrift DE DIJK (orgaan van Unie van Rooms-Katholieke Studenten Verenigingen in Nederland) tussen 1934 en 1937 opgenomen bijdragen van Godfried Bomans, aanwezig in de Heemstede-collectie van het Noord-Hollands Archief, doos 23.

-mei 1934. Fraaye teickeningen ende seer konstige vaerzen, pagina 232 (ill. van Harry Prenen  – H.P.).

-oktober 1934 Salve Regina (muziekstuk), p. 43-44.

-november 1934 De oude kater en de dood (gedicht), pagina op (met tekening van H.P.)

-februari 1935 Cas van Damme [= Godfried Bomans]. Drie koningen lied (vers), p. 101.

Bom1

Gedicht ‘Drie Koningen Lied’ door Cas van Damme, waarbij de auteur zelf ‘Fodfried Bomans’ schreef (De Dijk, februari 1935). Gebruikte vader mr.J.B.Bomans 2 schuilnamen, namelijk J.van Rode en Mr.Rhodius, zoon Godfried publiceerde onder meer dan 10 pseunoniemen, te weten: G.brugmans, Cas van Damme, Haes, Dr.P.J.Hornstra, Joderick, N.N.Kammeyer, Bernard Majorick, F.Nolleman sr., Parlevink, Redacteur, Ir. B.J.Stappers en J.H.van Term (Wim Hazeu: literair pseudoniemenboek, 1987)

Bom2

memo-aantekeningen op achterzijde van De Dijk in het eigen van Godfried Bomans

-maart 1935 Dood van Lodewijk den Zestienden, p. 225-227.

-april 1935 De student en de dokter, p. 254-256.

-juni 1935 Het carillon van Boroewin, p.306-316 (ill H.Prenen)

-oktober 1935. De adder in het gras, p.42-43. + Onder schut, p.55-56

-november 1935 —-

-december 1935 1. Uit de memoires van pieter Bas, p.104-109 (ill. Harry Prenen) + Afscheid van Joost Laudy, p.101-102 + De oprechte moordenaar, p.120-123

-februari 1936  De rijke bramenplukker, p.178-183 + De dood van een sprookjesvereteller, p.193-194.

-april 1936 2 Pieter Bas, p.247-248 + fragment 3, pagina 249-256.

-mei 1936 4 Pieter Bas, p.371-283

Dijk

                                   Voorbeeld van een vooromslag van tijdschtift ‘De Dijk’, mei 1936

 

Bom3

Bericht over ‘De Dijk’ uit de Maasbode dat Godfried Bomans uitgeknipte inplakte op het achterblad van tijdschrift ‘De Dijk’ van mei 1936

Breman

In hetzelfde jaar, 1936, namelijk op 16 juni 1936 publiceerde Godfried Bomans bovenstaande oproep in dagblad De Tijd om deel te nemen aan de Larense processie. Hij stond toen enige tijd zeer onder invloed van het de spirituele Lizzy Breman-Schouten, echtgenote van de Larense kunstenaar Co Breman, met wie Godfried in kontakt was gekomen via Joost Laudy, mederedacteur van tijdschrift ‘De Dijk’

-juni 1936. De zeer oude geschiedenis van Prinses Stoepje, p.305-311.

-september 1936 5 Pieter Bas, p.11-17 + Eenige opmerkingen omtrent het weekblad ‘Vrijdag’, p.6-9

-Oktober 1936 6 Pieter Bas, p.51-54. [In 1937 is Pieter Bas in boekvorm verschenen]

N.B. Ontbrekend maart 1936 met van G.B. Juffrouw Prillewitz, p.222-224.

(-januari 1937 Bevat: Afscheid van Godfried Bomans; door redactie, pagina 144).

afscheid

                                           (uit: De Dijk van januari 1937, pagina 144)

annuarium

Links voorslag 33e Annuarium Katholieke Studenten 1935 onder redactie van Gerhard Bloemen, Godfried Bomans, Hein Diderich, Maria Knüppe. Hierin staat bij Mengelwerk op bladzijden 87 t/m 89 het verhaal van Godfried Bomans: ’50 K.M. Zware Motoren. Rechts voorplat Thijm Almanak. Den Haag, uitgave Thijmfonds 1938. 152 p. Bevat van Godfried Bomans het verhaal ‘Een bekentenis’, p.123-151. met illustraties van J.Hacqui = Harry Prenen.

In Annuarium 1935 staat van Godfried Bomans: Fragmenten uit de jeugdherinneringen van minister Pieter Bas, p. 87-93.In Annuarium 1936 staat van Godfried Bomans ‘de musicus en de rentenier’met illustraties van Prenen. In de Thijm Almanak 1937 staat van Godfried Bomans het verhaal ‘Vrolijke Hans’met een illustratie van Harry Prenen (die volgens Bomanskenner Frank van der Voordt afwijkt van de tekening in ‘de Sprookjes’.In de Thijm Almanak 1938 staat van Godfried Bomans: Een bekentenis, p. 123-151 met illustraties van J.Hacqui = Harry Prenen.

Prenen

Een van de 6 illustraties van  Harry Prenen bij het verhaal ‘Een bekentenis’ van Godfried Bomans, in: Thijm Almanak, 1938.  1 illustratie is getekend met pseudoniem Gustve Hacqui, twee met G.Hacqui, een met G.H. en twee zijn ongesigneerd.

Bijlage 5: Jan Bomans verdient Dank en Hulde (toespraak van dr.Brongersma op 13 juli 1978 in de Heemsteedse bibliotheek gehouden bij de presentatie van Jan Bomans’boek ‘Godfried achteraf bekeken’)

‘De Heer Krol heeft me aan u voorgesteld als basseroloog. Toen ik eens, een paar jaar geleden, op Aruba mocht aanzitten aan een lunch. aangeboden door de Lago raffinaderij, en de directeur-generaal mij vroeg wat mijn beroep was, heb ik hem geantwoord: ‘My life is devoted to a career of crime”.  Maar van de heer Krol hebt u begrepen, dat ik niet in die functie voor u optreedt, doch als eenvoudig geleerde. Op 6 april 1977, bij de opening van de Godfried Bomans tentoonstelling, zat u, meneer Sprangers, daar aan mijn voeten, zoals nu, en stond ik hier, als spreker, zoals nu. Dit dreigt dus een soort jaarlijkse traditie te worden in Heemstede. Slechts de Hemel en de heer Krol kunnen verhoeden, dat zulk een ramp deze gemeente zou treffen. Ging het in 1977 om een opening, nu gaat het om de aanbieding van een boek, het boek van Jan Bomans” Godfried achteraf bekeken”. Hier heb ik het, en, meneer Sprangers, weest u gerust, u krijgt het, straks. Maar u hoeft me geen dank daarvoor te betuigen. In de eerste plaats heb ik dit exemplaar niet uit eigen middelen bekostigd: de gelden ervoor zijn bijeengebracht door het Heemsteeds Boeken Comité. In de tweede plaats ontvangt u het boek in uw functie, en daar u wel wethouder en geen boekhouder bent, zult u het weer dooit moeten geven aan de gemeentebibliotheek. Dat doorgeven is overigens geen sinecure. Want u bent een nauwgezet man en zal het boek dus eerst willen ontdoen van drukfouten. Dat zijn er nog wel wat! Ergens krijgt  u zelfs een hele overtollige regel cadeau. De correctie is kennelijk toevertrouwd geweest aan een beginneling, die het vak gaandeweg leerde, want de tweede helft van het boek ziet er veel beter uit dan de eerste. Wel heeft de spelling van een Duits woord op bladzijde 256 me ontsteld. Deze opmerkingen dienen voornamelijk om te demonsteren, dat ik het boek grondig heb gelezen. Niet alleen grondig, overigens, maar ook met veel spanning en – meestal, niet steeds – met plezier. De titel zou niet doen vermoeden, dat er ook zoveel over vader Bomans in staat. Nu het door de vader was, dat ik de zoon leerde kennen, mag het mij toegestaan zijn, hier te vertellen hoe mijn kennismaking met deze politicus verliep. Op een gegeven ogenblik in het begin van de jaren dertig, was het bestuur van de Rooms Katholieke Staatspartij er toe overgegaan, plaatselijke studiekernen in te richten. We vergaderden in het Verenigingsgebouw, naast de Broederschool en tegenover het posthuis aan de Herenweg. En de eerste keer hield ik, als jong student in de rechten, daar een inleiding over de gevoerde politiek. De tekst van die inleiding bezit ik niet meer, maar ik heb geen reden te veronderstellen dat die uitblonk door mildheid. In de kring van mijn vrienden heerste een vernietigend oordeel over het beleid van een partij, die naar onze mening eindeloze debatten voerde over de verheerlijkte beginselen, zonder er in de praktische politiek iets mee te doen tegen de heersende ellende, de enorme werkeloosheid. Ik ben zeker naar die vergadering gegaan met het gevoel van: “het moet nu maar eens gezegd worden”. Het valt niet makkelijk meer, je nu in de sfeer van het leven in die dagen te verplaatsen, in het nu voor ons liggende boek herdrukt, kunnen we ons een beetje daarbij helpen. Zie b.v. hoe grappig op blz. 78 wordt gepraat over god’s zaak, alsof God een bedrijvig rooms middenstander was. (…vervolg zie onder het kopje: Rooms-Katholieke Staatspartij: de jonge Brongersma versus Bomans senior (…)

citaten

Citaten uit ‘Godfried achteraf bekeken’ overgenomen uit het blad De Meerbode van 13 december 1916, met deel van een verslag  van een feestvergadering in het district Haarlemmermeer in St.Bavo te Haarlem, waar Katholieken, A.R. en C.H. gebroederlijk bijeen waren ter verheerlijking van Gods naam.

Vader Bomans heeft er kennelijk meer moeite mee gehad zijn zoon te begrijpen en naar waarde te schatten, dan dit met mij het geval was. Vreemd is dat verschijnsel niet. De naaste omgeving verstaat iemand vaak slechter dan de buitenstaanders dit doen. Zij deelt te veel gemeenschappelijke herinneringen met de te boordelen persoonlijkheid, en herinneringen drijven tot vertekeningen.  Mijn vader, die als oogarts een bijzondere studie maakte van kleuren-zien, placht te vertellen van een jongetje dat uit het raam keek en uitriep: “Moeder, kijk eens, een groen paard”. Moeder vond de opmerking dom, want het paard was een schimmel en schimmels zijn wit. Intussen had het jongetje gelijk, de moeder – zoals veel volwassenen – ongelijk. De schimmel liep onder de bomen waarvan de bladeren het zonlicht groen zeefden en in het groene schijnsel was het paard groen. Moeders herinnering en kennis “een schimmel is wit” beletten haar de werkelijkheid te zien. Je kunt heroïsche dingen doen, maar je huisgenoten zullen je nooit zien als de held die je bent: ze kennen je teveel in je zwakke momenten. Misschien is het zo ook door dat vat van gemeenschappelijke herinneringen, dat de familieleden kennelijk meer moeite hebben dan anderen met een eigenschap van Godfried, welke zijn critici eerbiedig omschreven als zijn uitbundige fantasie, terwijl zijn vrienden liever zeiden dat hij zo geweldig loog. We zien het in het voor mij liggende boek gedemonstreerd aan het geval Borromeus de Greeve. Godfried laat deze befaamde kanselredenaar aan zijn toehoorders voorhouden, dat zij door hun zonden Christus beledigd hebben. Tenslotte rukt bij zijn borstkruis af en werpt het van de preekstoel de kerk in met de kreet: “hier hebt gij Hem. Vertrapt Hem dan”! Ik vind dit prachtig. We weten dat de grote woorden, een grote historische figuren toegeschreven, haast altijd bedenksels zijn, vervalst. Luther heeft nooit gezegd: “Hier sta ik, ik kan niet anders”.  Galileï heeft nooit gezegd: “E pur si muove”. Maar ondanks hun valsheid presenteren zulk woorden ons de historische waarheid in een notendop. En als ik – wat de H.Stoel verhoede – ooit een biografie zou schrijven van Borromeus de Greeve , zou ik deze oproep op zijn naam zetten. Want Borromeus zou hem beslist gebruikt hebben, als hij op de gedachte gekomen was. Maar hij kwam niet op die gedachte. Hij was Godfried niet. Godfried was nooit leugenachtiger dan wanneer hij concreet werd. Toen hij bij de huldiging van Emile Erens in Teisterbant de feestrede hield, vertelde hij dat de oude heer Erens oorspronkelijk niet gehuldigd wenste te worden en dat dit een rechtsvraag opwierp: is het geoorloofd iemand te huldigen tegen zijn wil? Gelukkig was daar jurisprudentie over, verzekerde Godfried de aanwezigen. Een houthandelaar uit Amersfoort had eens geweigerd zich aan eerbetoon bij een jubileum te onderwerpen. Men had toen tegen de man een kort geding aangespannen. De zaak was doorgezet tot de Hoge Raad. En bij arrest van 17 mei 1936, te vinden in de Nederlandse Jurisprudentie van 1937, onder nummer 423, had de Hoge Raad uitgemaakt dat iemand tegen zijn zin gehuldigd mocht worden. Onnodig te zeggen, dat men zich de moeite wel kon sparen er de Nederlandse Jurisprudentie op na te slaan. Net zoals niemand hoeft te proberen de biografieën van Dickens na te tellen, ofschoon Godfried beweerde dat hij ze alle bezat en dat het er 725 waren. Ik heb hem dat horen verzekeren bij de viering van een jubileum van de Haarlemse Volks Universiteit in het Frans Hals Museum. En met onstuimige vreugde zag ik hoe Haarlems notabelen geïmponeerd knikten bij zulk vertoon van wetenschap. Godfried loog nooit zo hard als wanneer hij concreet was. En hij was nooit zo waar als hij twijfelde. Die paradox zit ingebakken in zijn werk, net als die andere: dat hij zo vaak weemoedig was doordat hij een humoristische kijk op alles had. Doordat, niet omdat. Want het is niet prettig, een groot humorist te zijn. Het kan leuk lijken, maar de humor zit in het zien van de betrekkelijkheid van alles, en alles betrekkelijk zien stemt niet tot vreugde. Een humoristisch mens met het briljante talent van Godfried kan feilloos de dingen zien – Coby Riemersma prees zijn gave van synthese – mar hij ziet nooit feilloze dingen. Daardoor mist hij het geluk en de vervoering van degeen, die zich volledig aan een zaak, aan een idee kan geven. Verleden week nog hoorde ik plotseling Godfried’s  karakteristiek geluid over de radio. Hij vertelde, hoe hij, als lid van een commissie tot het behoud der goede zeden, ons vaderland was afgereisd om na te gaan, of er niet teveel bloot voorkwam bij de oorlogsmonumenten. Helaas belette die onbescheiden indringer, de telefoon, me het verhaal geheel uit te horen. Maar ik was er lang genoeg bij om weer getroffen te worden door dat typisch fenomeen van zijn stem: die resolute toon als hij nonsens ging verkondigen of ging liegen; die lichte aarzeling als er een wijsheid kwam, een indringende waarheid. Tot allen die over Godfried schrijven kan men slechts zeggen: laat hem zijn wat hij was. Tracht niet hem als zeker voor te stellen waar hij twijfelde, tracht niet hem tot een vereerder te maken van personen of dingen, tegenover welke hij duidelijk zijn reserves toonde. Niet alle auteurs, die in dit boek aan het woord komen, blijken ervan doordrongen te zijn, dat we Godfried voor lief moeten nemen zoals hij was, en dat er dan nog genoeg reden overblijft, hem niet alleen als schrijver maar ook als mens heel hoog te schatten. Met geen stuk uit dit boek heb ik in dit opzicht zoveel moeite gehad als met de eerste brief van Arnold. Maar het feit dat er in een boek dingen staan waar je het niet mee eens bent, maakt de lectuur ervan dikwijls nog des te boeiender. Ik heb het steeds geboeid en dikwijls met veel plezier gelezen. Jan Bomans heeft veel bewaard wat litteratoren wellicht weggegooid zouden hebben. Dit klinkt als kritiek; ik bedoel het als lof. Want het zou jammer geweest zijn, voor ons en voor het beeld van Godfried, wanneer dit alles verloren was gegaan. Jan Bomans, verdient daarvoor onze dank en onze hulde!’  E.Brongersma

==============================================================

Volgende bijdrage zal worden gewijd aan grafisch ontwerper en vormgever Pieter Wetselaar (1923-2000), werkzaam bij de firma Enschedé en na zijn pensionering thuis in Bennebroek, i.z. gewijd aan zijn exlibris

Wetselaarsilhouet

                     Silhouet en profil van Pieter Wetselaar, in 1995 vervaardigd door Pieter Wetselaar.

======================================================================

EDWARD BRONGERSMA EN JAN HANLO – door Eva Rovers

Uit de in  door Eva Rovers gepubliceerde biografie: ‘Boud, het verzameld leven van Boudewijn Büch (1948-2016’  (Amsterdam, Prometheus, 2016) blijkt dat Büch contact heeft  gehand met de senator. Citaten: ‘(…Eerste Kamerlid Edward Brongersma van de PvdA was zowel binnen de politiek als in de media een pletbezorger van seksueel contact tussen volwassenen en minderjarigen als het kind daarmee instemde (1). Ook andere partijen waren van mening dat pedoseksualiteit niet langer strafbaar zou moeten zijn; zo loodste VVD-minister Frits Karthals Altes in 1985 een voorstel door de ministerraad dat de minimumleeftijd voor seksuele omgang tussen volwassenen en jongeren verlaagde van zestien naar twaalf jaar (2). T0ch was pedoseksualiteit ook in deze tijd geen geaardheid waarmee mensen te koop liepen; het voorstel van Korthals Altes stuitte op veel maatschappelijk verzet en werd daarom niet bij het parlement ingediend (3) (…) [pagina 127} ‘(…) Ook bij vrienden en kennissen stuitte het pedofiele onderwerp van zijn bundel [= Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs. De Arbeiderspers, 1976] op weinig weerstand. Uiteraard kon hij op de steun van PvdA-senator Brongersma rekenen. Een jaar later had Boudewijn een korte correspondentie met hem gevoerd, naar aanleiding van een artikel over pedofilie dat Brongersma in Intermediair had gepubliceerd, waaruit Boudewijn zei veel troost te hebben geput (4). Nu schreef de senator hem dat hij blij was te zien dat hij naar buiten was getreden met zijn geaardheid; ‘Dat is “voor de goede zaak” van het begrip en voor Uw persoon een felicitatie waard en die zend ik dan ook graag!” (5). (…)'[pagina 153]

nogal.jpg

Vooromslag van Boudewijn Büchs’ eerste dichtbundel: Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs.

 

(1) Zie bijvoorbeeld de artikelenreeks ‘Over pedofilie en kinderlokkers”, die Brongersma in 1975 publiceerde in Intermediair en zijn optreden in 1978 in het VARA-praatprogramma van Joos Postema Een groot uur U.

(2) Sarah Verroen, ‘De kindervriend’, De Groene Amsterdammer 11 september 1996. Redactie, ‘Wijziging strafbepalingen bij zware zedendelicten’, Nederlands Dagblad, 5 november 1985.

(3) Redactie, “Kamerleden tegen grensverlaging seksuele omgang met kinderen” , De Telegraaf 7 november 1985.

(4) IISG/EBRO/Inv.nr.100: Boudewijn Büch aan Edward Brongersma, 4 mei 1975. Het genoemde artikel was: Edward Brongersma. “Over pedofielen en “kinderlokkers”. Het seksuele contact tussen volwassene en kind’, Intermediair 2 mei 1975.

(5) LM/IBBU/C: Edcward Brongersma aan Boudewijn Büch, 19 juli 1976.