Tags

TWEE BENNEBROEKSE KUNSTENAARS: CRISTOFFEL FREDERIK FRANCK (1758-1818) EN J.J.VAN DER WERFF (1783-1848)

 In Hoofdstuk XXI van zijn boek ‘Houdt u ook zo van Bennebroek?’(1972) beschrijft de auteur en gemeentesecretaris C.Bregman een aantal ‘merkwaardige Bennebroekers’, daaronder twee kunstschilders Herman Kruyder (1881- 1935 ) die van 1919 tot 1923 in de mr.Jan Lottenlaan te Heemstede woonde en van 1923-1927 op het adres Kleine Sparrenlaan in Bennebroek, waarna hij met zijn vrouw Jo Kruyder die ook schilderde naar Blaricum verhuisde. Als tweede Jaap Doeser (1884-1970) die jarenlang gastvrijheid genoot in het huis van de familie Westrik aan de Beukenlaan, waar hij ook is overleden.

In onderstaande bijdrage komen 2 kunstenaars uit de 18e/19e eeuw aan de orde.

SONY DSC

Tabakswinkel Van der Pigge in Haarlem op een schilderij van C.F.Franck uit 1815 na recente restauratie door Restauratieatelier Haarlem

1.CHRISTOFFEL FREDERIK FRANCK (1758-1818), jammerlijk verdronken in de Bennebroekervaart

Christoffel Frederik Franck is op 4 mei 1757 te Zwolle geboren en in de Lutherse Kerk gedoopt, zoon van Christiaan Vrancke (Franck) en Hendrika van Doesburg. Na het overlijden van zijn vader is zijn moeder in 1772 hertrouwd met weduwnaar en timmerman Lambertus Hulsbergen. Laatstgenoemde had al een zoon, Adrianus Hulsbergen (1755-1828) die zich ook ontwikkelde als kunstschilder (kamerbekangels en werk in olieverf) en zijn leven lang in Zwolle is blijven wonen.  Beiden hebben naar wordt aangenomen les gehad van de meesterschilder B.van Megen, van welke laatstgenoemde geen werk bewaard is gebleven.

glazenmakersgilde

Het glazenmakersgilde van Adrianus Hulsbergen (Stedelijk Museum Zwolle)

Na in Friesland te hebben gewoon vestigde Christoffel Franck zich in 1806 als ‘fijnschilder’ aan de Glip op de Binnenweg tegenover de Hartekamp zoals hijzelf in een advertentie aangaf, formeel behorend bij Heemstede vlakbij Bennebroek, reden waarom hij vaak onder Bennebroek wordt genoemd, mogelijk ook omdat hij in de Roheller- ofwel Bennebroekervaart als gevolg van verdrinking jammerlijk aan zijn einde kwam. Daar komt bij dat de gemeente Bennebroek in de Franse tijd (tijdelijk) weer bij Heemstede was gevoegd.

Verhuizing naar Friesland

Christoffel Franck werd o.a. behangselschilder en vestigde zich op 12 augustus 1785 als burger van Leeuwarden op het adres Hoekse Poort na een opdracht te hebben gehad van de plaatselijke vroedschap. Daar schilderde hij evenals in Bolsward en Dokkum landschappen en stadsgezichten, veelal voor schoorsteenstukken en kamerbehangsels, waar in de 18e eeuw veel vraag naar was bij rijkere inwoners. Voor het stadhuis schilderde hij een tafereel van de stadsboterwaag, rijk gestoffeerd met personen [wat houterig verbeeld] en antieke gevels der huizen aan huizen aan de overzijde van de binnengracht. Het stuk meet ongeveer 1 meter bij 1 meter en is gesigneerd: C.Franck pinx(it), gedateerd 1785 en is intussen verhuisd naar het gemeentearchief ofwel Historisch Centrum Leeuwarden.

De Boterwaag in Leeuwarden, door Christoffel Franck

De Boterwaag in Leeuwarden, door Christoffel Franck, oorspronkelijk afkomstig van schoorsteenstuk in huize ‘De Keizerskroon'(gemeentearchief Leeuwarden)

Verbeelden de decoratiestukken vooral allegorische, mythologische of bijbelse voorstellingen, het schilderen van de Boterwaag door Franck toont aan dat de zin voor realisme, zelfs in de decoratiekunst. Nog niet totaal is uitgestorven. Met mogelijk  D.J.Struiving [ofschoon van laatstgenoemde geen werk bekend is]  heeft Franck eind 1787 plannen gemaakt voor de decoratie van de Vertrekkamer in het stadhuis. Welke echter niet de goedkeuring van de burgemeesters konden wegdragen en daarom niet is uitgevoerd

ontwerptekening

 Ontwerptekening voor Vertrekkamer in Stadhuis . In het midden een allegorische voorstelling; aan weerszijden vlakken, waarin, boven geëncadreerde landschappen, beneden enige emblemen. In het (Historisch Centrum Leeuwarden)

Volgens de Bouwmeestersboeken van Leeuwarden zijn hiervoor wèl betaald ‘Aan C.Franck mr.schilder toegelegd, tot betaaling voor zijn gemaakte plans en teekening van de Vertrek camer 18 car.gld.’ Voor ‘notaris’ Buysing maakte hij op diens verzoek een familiestuk, momenteel in bezit van het Fries Museum. Nader onderzoek vanuit het Rijksarchief Friesland (Tresoar) door de heer O.Kuipers heeft nochtans uitgenodigd dat opdrachtgever koopman Reinier Buysing nimmer notaris is geweest, in tegenstelling tot diens kleinzoon Reinder Buijsing.

Schilderij door Christoffel Franck van het interieur van een notarishuis

Schilderij door Christoffel Franck van het interieur van een notarishuis (Reinier Buysing?). Een vrouw komt binnen. Links van haar een boerenknecht, met schrijfveer de notaris-koopman en helemaal rechts met lange pijp de landeigenaar (Fries Museum)

In Dokkum decoreerde hij de regentenkamer van het St.Athonygasthuis. Verder een schoorsteenstuk met afbeelding van stadhuis in opdracht van het gemeentebestuur van Bolsward.

Schildering op schoorsteenmantel in Bolsward door Chr. Franck

Schildering schouw met  schoorsteenstuk in voogdenkamer Bolsward door Chr. Franck, 1777  (foto P..van Galen)

Het stadhuis van Bolsward door Christoffel Frederik Franck

Het stadhuis van Bolsward door Christoffel Frederik Franck

In de Leeuwarder Courant plaatste hij in 1784 en 1788 advertenties waarin hij mededeelde voor prijzen variërend van 14 tot 24 stuivers kamerbehangsels in overleg met de opdrachtgever te vervaardigen.

Bericht van Franck uit de Leeuwarder Courant van 13 december 1788

Bericht van Franck uit de Leeuwarder Courant van 13 december 1788

Vanuit Leeuwarden naar De Glip (Heemstede-Bennebroek)

Zelfportret van Chr.F.Franck (Rijksmuseum Amsterdam)

Zelfportret van Chr.F.Franck met palet in de hand en een schilderijvan hem aan de muur afgebeeld (Rijksmuseum Amsterdam; foto RKD, doek is in bruikleen bij het Fries Museum in Leeuwarden)

uitsnede

                Uitsnede van schilderij op de achtergrond in atelier van C.F.Franck met zelfportret

Na zo’n twintig jaar de kunst van het behangsel- en schoorsteen schilderen in Friesland te hebben beoefend, vertrok Franck in 1806 naar Holland en vond hij huisvesting aan de Glip onder Heemstede op de grens van Bennebroek door een kamer te huren bij Hannes Witkamp, geboren in Soest, maar die na zijn huwelijk met Jacoba van Maris in 1788 naar Heemstede was verhuisd. Adriaan van der Willigen die hem persoonlijk heeft gelend meldt over hem: ‘Hij schilderde daar schier alles wat hem voorkwam en vervaardigde een aantal schilderijen, veelal dorps- en landschapsgezichten voorstellende (…) Franck had verdiensten in onderscheidene delen der kunst, en zou het daarin zekerlijk verder gebragt hebben, indien hij zich gewend had, om de natuur meer te bestuderen, doch dit werd door hem veeltijds verzuimd, zelfs in de schilderachtige streken, die hij gedurende de laatste jaren zijns levens bewoonde.’ Op de grote Amsterdamse Tentoonstelling van Schilderijen en andere Kunstwerken, in het gebouw van het Instituut op de Trippenburgwal (Academie van Wetenschappen) in 1810 en 1813 was C.F.Franck ‘van de Glip buyten Haarlem vertegenwoordigd met een landschap met boerderijen en een “Duyngezigt”. In 1814 met een landschap en het “binnenhuisje” verbeeldende een stervende man door zijn huisgezin omringd, als volgt omschreven in de Algemene Konst en Letterbode: ‘niet onverdienstelijk, zijnde vooral rijk in stoffaadje en de beeldjes vol uitdrukking: althans het voldeed mij beter dan de Binnenhuisjes van Horstok en van Reekers te Haarlem woonachtig, waarin ik meerdere losheid zou wenschen, hoewel zij in andere opzigten boven dat van den Hr.Franck weder op hunne beurt welligt iets vooruit hadden.’

Verdronken in een ondiepe vaart

Bennebroekervaart1

Bennebroekerlaan en Bennebroekervaart nabij de brug naar de Binnenweg op een                 oude prentbriefkaart

Christoffel Franck kwam wel op een zeer ongelukkige wijze aan zijn levenseinde op 30 september 1816, op terugweg van een herberg naar zijn woning verdronken ‘in een sloot waarin hij naar huis keerende en den weg miskende, schijnt gevallen te zijn.’, aldus een tijdgenoot. Die sloot betrof de Roheller Zandvaart, die liep vanuit het Haarlemermeer naar de Rijksstraatweg, thans Bennebroekervaart geheten. Erg diep kan de vaart overigens in 1816 niet geweest zijn, gelet op de bewaard gebleven correspondentie uit 1818 met Gedeputeerde Staten en de Gouverneur van Noord-Holland waarin bij herhaling om uitdieping werd verzocht. De Algemene Konst- en Letterbode van 1816 nam een kort overlijdensbericht op dat als volgt luidde: ‘Haarlem den 1sten October overleed in deze omstreken aan de Glip zeer onverwacht de Kunstschilder C.Franck, die een goeden aanleg voor de kunst betoonde en op de Tentoonstellingen te Amsterdam in 1813 en 1814 geene onverdienstelijke stukken inzond.’ Ook al was het donker, Franck moet de weg naar zijn huis goed gekend hebben. Ofschoon het bewijs hiervoor ontbreekt wordt geenszins uitgesloten dat hij komende uit tapperij ‘De Swarte Hond’ op de hoek van de Schoollaan en de Bennebroekerlaan (gedreven door herbergierster Christina van Keulen, weduwe van Leendert Boon), als gevolg van misstappen te water is geraakt en beneveld door drank er niet is in geslaagd op het droge te geraken. Cornelis van der Weijden, winkelier, en Hendrik Moorhoff, veldwachter in Heemstede hebben aangifte gedaan van zijn overlijden bij de ambtenaar van burgerlijke stand in Heemstede.

Franck3

In de Opregte Haerlemsche Courant van 29 januari 1817 liet Franck een kleine advertentie plaatsen dat op zijn adres bij H.Witkamp op de Glip ‘enige kostbare schilderijen en teekeningen” te koop waren. Zijn overlijden een jaar later heeft de krant niet gehaald.

Povere nalatenschap

Notaris W.H.Gerlings heeft zijn nalatenschap in een boedelbeschrijving vastgelegd, bestaande uit wat schilderijen, tekeningen en prenten. Voorts een schildersezel, een lessenaar, teken- en schildermateriaal, een tabaksdoos, een dwarsfluit, enkele zilveren broekgespen en wat kleren. Dat was alles. Aan de jonge kunstbroeder Johannes Jacobus van der Werff is vervolgens gevraagd de schilderijen te beschrijven en te taxeren, in totaal negen landschappen, waaronder een Zwitsers berglandschap, tien portretten en een miniatuurportret op ivoor, ten slotte schilderijen met onderwerpen als een boerenkermis, een heremiet, een Mariabeeld, de verrijzenis van Christus en de voorstelling van een armoedig gezin, welk schilderij Franck in 1814 had ingezonden naar de expositie van levende meesters. Ongetrouwd en kinderloos zijnde was zijn enige erfgenaam zijn eerder genoemde stiefbroer Adriaan Hulsbergen in Zwolle, aan wie alle goederen zijn overgedragen. De waarde van alle in het huis aanwezige schilderijen is door Van der Werff getaxeerd op 131 gulden en 7 stuivers. Daar kwam nog bij: door de verhuurder Hannes Witkamp en zijn vrouw voor rekening van de overledene wegens enkele verkochte schilderstukken een bedrag van 81 gulden en 11 stuivers. Ten slotte was mevrouw Stratenius aan de nalatenschap nog verschuldigd wegens het schilderen van drie portretten die nog niet betaald waren een som van 16 gulden. Verhuurder Witkamp verklaarde verder nog te vorderen te hebben wegens 39 weken kostgeld plus gedane voorschotten aan de overledene, in totaal een bedrag van 141 gulden en 10 stuivers.

Werk en waardering

Van zijn schilderstukken is bekend dat zich behalve in Leeuwarden het voornoemde schoorsteenstuk van de Boterwaag, het Fries Museum enkele doeken bezit, zoals een winterlandschap, evenals een doek ‘het notariskantoor’ en ‘de Heer de Hertog, coopman in Amsterdam’ , dat aan hem wordt toegeschreven. In particulier bezit zijn (althans waren) twee doeken in Zeist en in Bussum. ‘de familie Sloterdijck’ (5 personen), gedateerd 1785.

De familie Sloterdijck uit Bolsward met in hert midden pater familias Symon van Sloterdijck (1738-1817)

De familie Sloterdijck uit Bolsward met in het midden pater familias Symon van Sloterdijck (1738-1817)

Het Rijksmuseum beschikt, dankzij aankoop van J.C.H.Beekman in 1905, over een paneel, groot 51 x 41,5 cm. Ondertekend C.Franck, voorstellende een zelfportret. Op dit paneel heeft een schilder een palet in de hand en is op de achtergrond een grafmonument afgebeeld. Het wordt beschreven in: Van Hall, Portretten van Nederlandse beeldende kunstenaars. Amsterdam, 1963, In het Frans Hals Museum noch in Teylers Museum is werk van Franck voorhanden, in tegenstelling tot hert Amsterdam (Historisch) Museum, dat twee doeken heeft. Vooreerst een ongedateerd winterlandschap met schaatsende personen, boerderijen, enkele huizen en een kerk, vermoedelijk in zijn Friese periode vervaardigd. Verder een bergachtig landschap met waterval in Italië met een Romeins monument, afkomstig uit de verzameling Lopez Suasso en in 1890 aan de gemeente Amsterdam gelegateerd. Jonkvrouw Arnoldine Leonie Willink in Bennebroek bezat een schilderij van C.F.Franck, in 1950 uit de nalatenschap geveild voor ƒ 110,-, aangekocht door de heer Snetlage. Als volgt omschreven in de catalogus: ‘Een schilderij, voorstellende boerderij aan een bosweg onder hoog geboomte, gestoffeerd met vele dames en heren in 19de eeuwse costuum. Links steekt de toren van een kerk boven het geboomte uit. Op de voorgrond links een toegangshek, waarbij een koe en twee schapen. Gesigneerd rechts onderaan. Doek 60 x 78 cm. In vergulde lijst. Fraai.’ Onbekend is waar verder schilderijen uit zijn tijd dat hij op de Glip woonde zijn gebleven. In navolging van wat Van der Willigen al vaststelde noteerde Immerzeel in 1855: ‘Had Franck de schone natuur, die hem omringde, oplettender waargenomen en gemoedelijker geschilderd, zijn kunstwerk dat anders niet van verdienste ontbloot was, zou er veel bij gewonnen hebben. Op 20 november 1971 werd in Zürich een doek van Franck geveild, voorstellende een herberg in boslandschap met personen, dat omgerekend in Nederlandse valuta ongeveer 5.000 euro opbracht.

Zürich

Het in 1971 door Galerie Koller, Zürich, geveild schilderij van een herbergtafereel in de omgeving van Haarlem door Chr.F.Franck

Een winterlandschap met boerderij en kerk door Christoffel Franck (Amsterdams Historisch Museum)

Een winterlandschap met boerderij en kerk door Christoffel Franck (Amsterdams Historisch Museum)

Franck2

 Signering van een aantal schilderijen door C.F.Franck

Literatuur

-Franck wordt vermeld in o.a. Biog. Univ., Tome VIII, p.10; van der Aa, Immerzeel, Kramm, Luns, Plasschaert, van Hall, Wurzbach, Thieme-Becker, Bénézit [met abusievelijk “Louvain”voor Leeuwarden], Scheen 1946 en 1969.

-Beknopte informatie in: ‘de Algemeene Konst- en Letterbode, 1813, d.II, p. 259; 1814, d.II, p.348; 1816, d.VI, p.226.

Van den Eynden/van der Willigen. Geschiedenis der vaderlandsche schilderkunst(…). Tweede deel. Haarlem, A.Loosjes Pz., 1817, p.424-425.

-Alle schilderijen van het Rijksmuseum te Amsterdam; volledige geïllustreerde catalogus. 1976, pagina 230 [Zelfportret, in 1905 gekocht van J.C.H.Beekmans].

– Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Haarlem-collectie Noord-Hollands Archief, archiefdoos 15;

-E.A.van Dijk. Adrianus van Hulsbergen (1755-1827) kunstschilder. In: Overijsselse biografieën, deel 2, 1992.

-Hans Krol. Christoffel Frederik Franck, in Heemstede Centraal van 23 november 1988 (in een serie kunstschilders in Heemstede en Bennebroek).

-Annabella Meddens-van Borselen. Christoffel Frederik Franck (1755-1816, in: HeerlijkHeden, nummer 104, april 2000, p. 97-104

-A.Wassenbergh, in: Leeuwarden 1435-1935, Gedenkboek, p.171,172 (afbeelding) en 178.

voogdenkamer

Schoorsteenstuk met schildering van C.F.Franck in voogdenkamer van Bolsward

Franck1

‘de heer de Hertog, coopman te Amsterdam’, toegeschreven aan C.F.Franck (Fries Museum)

Bergachtig Italianiserend landschap. Christoffel Frederik Franck pinxit. (Amsterdams Historisch Museum)

Bergachtig Italianiserend landschap met waterval en een Romeins monument. Christoffel Frederik Franck pinxit. (Amsterdams Historisch Museum)

Franck10

Landelijk rivierlandschap omgeving Haarlem door Christoffel Franck, in 2015 voor circa 2.500 euro geveild bij Auktionshaus Neumeister

zomers

Zomers boslandschap door C.F.Franck (Fries Museum)

winters

Winters rivierlandschap door C.F.Franck (Fries Museum)

Franck8

Bergachtig landschap met stenen brug over een rivier door Chr.Franck in 2004 geveild bij Wechsler’s, Washington

bloemenstilleven

Bloemenstilleven van Christoffel Frederik Franck, in 2015 geveild bij Bonhams in Los Angeles

Beschrijving van schilderij de Boterwaag van Franck uit de Leeuwarder Courant, 1991

Beschrijving van schilderij de Boterwaag in Leeuwarden van Franck uit de Leeuwarder Courant, 1991

courant

schilderijrestauratie-Tabakzaak%20na%20vullen

De tabakswinkel van Van der Pigge in Haarlem van Chrisoffel Franck (1815) voor de schoonmaak door Restauratieatelier Haarlem (na het herstel zie afbeelding aan het begin van deze bijdrage)

2.JOHANNES JACOBUS VAN DER WERFF (1783-1848), GEMEENTEBODE VAN BENNEBROEK EN KUNSTSCHILDER/TEKENAAR

Johannes Jacobus van der Werff is op 29 mei 1783 geboren, vermoedelijk in Amsterdam. Zijn grootouders waren Pieter van der Werff, getrouwd met Elisabeth Vermeulen, en zijn vader Johannes Jacobus van der Werff. Uit hun huwelijk zijn zes kinderen geboren (vier overleden kort na de geboorte). Eén van de kinderen van Johannes Jacobus, genoemd Jan. De vader was gemeentebode van Bennebroek, en is gestorven op 4 november 181 op 454-jarige leeftijd. . De toenmalige schout en secretaris W.H.Gerlings stelde na de dood van de bode Arnoud David Willink, gehuwd met ambachtsvrouw Johanna Maria Nutges, meteen op de hoogte. De burgemeester de ambachtsheer/vrouw op 29 juli ‘in de voorziening van deze vacature te willen voorzien.’ De heer Willink schreef daarop aan het gemeentebestuur: ‘wij inviteeren U.Ed. bij dezen aan ons een nominatie voor die post in te zenden, ten einde daaruit onze keuze te doen.’ Het bestuur droeg drie personen voor: Jan van de Werff, timmermansknecht te Bennebroek, Cornelis van der Weiden, bode van Heemstede en M.Verhoeven, metselaarsknecht. A.D.Willink berichtte op 19 september 1819 dat hij ‘uit de voordracht heeft geëligeerd (gekozen) Johannes van der Werff. Wij verlaaten ons op Uw attentie om gemelde persoon overeenkomstig zijne vereijstens onder den eed te brengen.’ Nadat de aanstellingsbrief was voorgelezen legde de nieuwe bode de eed af, aldus mr.J.W.Groesbeek in zijn boek over de historie van Bennebroek. Hoewel dit niet uit de officiële correspondentie blijkt, is vermoedelijk uit piëteit tegenover de overleden gemeentebode over wie men tevreden was aan zijn zoon voorrang gegeven. Jan van der Werff, hoorde als bode in de gemeente Heemstede tot de ambtenaren en bedienden met formele functies, samen met de burgemeester-gemeentesecretaris W.H.Gerlings, veldwachter H.Fibbe, vroedvrouw Neeltje de Vries en turftonster (belast met het meten van turf) mevrouw P.Hemel. In 1819, het jaar van Van der Werffs benoeming, had de Hoge Raad van Adel in Den Haag besloten dat de gemeente Bennebroek het wapen van de oude heerlijkheid mocht voeren ‘een schild van rood met een dwarsbalk in het goud’. De gereformeerde vader Johannes Jacobus van der Werff is in 1798 te Maarssen (Utrecht) in het huwelijk getreden met Maria Catharina Bodegraven, afkomstig uit Heemstede, maar geboren in Nieuwveen en is op 1 april 1825 overleden. Uit deze verbintenis zijn naast 4 jong overleden baby’s twee kinderen geboren, in 1804 dochter Elizabeth en in 1809 zoon Jacobus van der Werff, die op 29 mei 1841 zou trouwen te Maarssen (Utrecht) met Aartje Hageman, welk huwelijk kinderloos bleef.

Tekenaar en aquarellist

Naast zijn werkzaamheden, eerst als timmermansknecht, na 1819 als conciërge, ontwikkelde Jan van der Werff zich tot een verdienstelijk kunstschilder en tekenaar, overigens niet te verwarren met de Rotterdamse kunstschilders Adriaan van der Werff (1659-1722) en Pieter van der Werff (1661/’65)-1722).

Johannes Jacobus schilderde en tekende voornamelijk stadsgezichten, maar ook landschappen en boerderijen. Uit de biografisch-kunsthistorische literatuur blijkt dat er veel misverstanden over hem in omloop zijn. Tijdgenoot Kramm (1842) meldt dat Van der Werff in zijn tijd nogal goed voor zijn werk betaald werd en dat hij ‘een zoon van dezelfden naam (zou hebben) nagelaten, die, die in 1818 aldaar, geboren werd en zich eerst met rijtuigschilderen onledig hield, en zich daarna aan het kunstvak zijns vaders heeft gewijd.’ J.Scheen liet nader onderzoek doen in de burgerlijke stand van Bennebroek doch bericht in zijn standaardwerk (ten onrechte) dat J.J.van der Werff geen zoon had. Kramm meldde, ook onjuist dat Jacobus (Johannes) van der Werff in 1818 zou zijn overleden, maar verwarde hem daarmee met de vader zoals hierboven beschreven. Het is niet onmogelijk dat Johannes Jacobus als timmermansknecht ook rijtuigen heeft beschilderd, waarbij zijn aanleg voor de schilderkunst bleek. Hij overleed op 5 november 1848 in Bennebroek. Burgemeester Gerlings was intussen al in 1838 opgevolgd door de heer J.van Lith, tevens grootgrondbezitter en meestertimmerman.

Schilderijen van Jan van der Werff komen in de 19de eeuwse kunstcatalogi niet of nauwelijks voor en aangenomen mag worden dat veel werk in de loop van de tijd verloren ging. In Bennebroek waren tenminste twee kunstwerken in bezit van de ambachtsheer. Bij de veiling van 25 tot en met 31 oktober 1950, georganiseerd door veilinghuis Paul Brandt, van de inboedel der laatste ‘ambachtsvrouw’ Arnoldine Leonie Willink komen we in de veilingcatalogus onder de nummers 747 en 748 twee maal zijn naam tegen. Een aquarel in houten lijst, voorstellende een boerenwoning, ondertekend Joh.Jac.v.d.Werff en gedateerd 1821, bracht samen met een anonieme aquarel veertig gulden op. Een tweede aquarel van zijn hand, voorstellende een met twee paarden bespannen wagen, ging, samen met een onbekende aquarel, voor 48 gulden over naar een nieuwe eigenaar. Beide werken moeten door particulieren zijn aangekocht. Het spreekt haast vanzelf dat de voormalige bode op het gemeentehuis van Bennebroek inmiddels in de vergetelheid was geraakt. In 1976 is een tekening in grijsblauwe inkt geveild door het Haagse veilinghuis van Marle en Bignell. Een reproductie bevindt zich in de collecties van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKA) te ’s-Gravenhage. Het is een tafereel met ijsprent op een bevroren gracht met veel mensen, paarden, honden en diverse tenten, feestelijk versierd met vlaggen. Op de achtergrond zien we enkele vastgevroren driemasters. Het is een gesigneerde sepia van 33 centimeter hoog en 44 centimeter breed. Het stadsgezicht doet denken aan Rotterdam met de Laurenskerk op de achtergrond.

Tekening van een wintergezicht door Johannes Jacobus van der Werff, vermoedelijk Rotterdam met op de achtergrond de Laurenskerk

Tekening van een wintergezicht  door Johannes Jacobus van der Werff, vermoedelijk Rotterdam: ijspret op een bevroren gracht met vele personen, paarden, honden en diverse tenten feestelijk versierd met vlaggen. Op de achtergrond enkele vastgevroren driemasters en de Laurenskerk De sepia is in 1976 geveild bij Van Marle en Bignell (RKD)

Bronnen en literatuur

-Gemeentearchief Bennebroek. Digitale Stamboom Kennemerland (Cees Schenkel),

-RKD Den Haag, Kramm; Thieme-Becker; Scheen;

-Catalogus Kunst- en Antiek en Inboedelveiling uitsluitend uit het bezit van wijlen Mejonkvrouw A.L.Willink, Ambachtsvrouw van Bennebroek (in het Huis te Bennebroek onder directie van Paul Brandt van 25 tot en met 31october 1950);

-J.W.Groesbeek. Bennebroek: beeld van een dorpsgemeenschap, 1982; A.Meddens, De tijden veranderen: burgemeesters van Heemstede en Bennebroek 1811-1957. Bennebroek, 1957.