TWEE KUNSTENAARS MET HEEMSTEEDSE BANDEN: PIETER BOUMAN (1764-1828): ‘bekwaam landschapsschilder/-tekenaar’ en de Hoogevener ALBERT STEENBERGEN (1814-1900): kunstschilder en schrijver

PIETER BOUMAN (1764-1828)

De bekwame landschapsschilder en –tekenaar Pieter Bouman (soms vermeld als Bouwman), vanaf 1815 tot zijn overlijden in Heemstede woonachtig, is op 8 januari 1764 te Dordrecht geboren als zoon van Arie Bouman en Aagje Smits. Volgens Immerzeel (1855) heeft hij met goed gevolg de schilderkunst beoefend in zijn geboorteplaats, als naderhand in Amsterdam (omstreeks 1814) en Heemstede “en menigmaal op onze tentoonstellingen gelegenheid gegeven met zijne vorderingen en de mate van zijn talent bekend te worden”. Van zijn jeugd- en ontwikkelingsjaren in Dordrecht is vrijwel niets met zekerheid bekend. Eerst op 50-jarige leeftijd heeft Bouman zich in de hoofdstad gevestigd en in 1814 was hij op de jaarlijkse Amsterdamse Tentoonstelling voor de eerste maal met twee geschilderde landschappen vertegenwoordigd. Bij die gelegenheid treffen we ook landschapsschilder Chr.F.Franck aan die hem mogelijk heeft aangeraden zich in het landelijk gelegen Heemstede te vestigen. Een jaar later is hij inderdaad naar deze gemeente verhuisd en in 1816 was Bouman in Amsterdam weer met twee doeken present, waarvan één voorstellende de waterval bij Leiduin, dat volgens een tijdgenoot uitzonderlijk beviel. Afgelopen drie decennia is het schilderij 3 keer van eigenaar veranderd. Op dit moment wordt het in de catalogus van antiquariaat A.G.van der Steur (onlangs verhuisd van Haarlem naar ’s-Gravenhage) voor 3.900 euro. Adriaan van der Willigen schreef: ‘De heer Bouman woonde toen te Heemstede, een aangenaam dorp in de nabijheid van gemelde stad [=Haarlem] en nam de goede gelegenheid die hij daar hand om naar de natuur te tekenen ijverig waar.

Pieter Bouman: Gezicht vanuit Heemstede op Schalkwijk, tekening 203 x 305 mm. in Prentenkabinet van het Rijksmuseum Amsterdam

Pieter Bouman: Gezicht vanuit Heemstede op Schalkwijk, tekening 203 x 305 mm. in Prentenkabinet van het Rijksmuseum Amsterdam

Een hoogtepunt voor Pieter Bouman was de Amsterdamse Tentoonstelling in 1818 in welk jaar zelfs vier landschappen zijn geëxposeerd. In zijn geboorteplaats kennelijk niet tot enige roem gekomen werd hij nu uitgenodigd op de tentoonstelling “Van Kunstwerken van nog in leven zijnde ‘Dordrechtse Meesters’ in 1819 twee doeken te exposeren: een Wintergezicht en een Landschap (nrs.6 en 7), beiden uit de kunstverzameling van jonkheer E.J.de Court uit Dordrecht. Geïnformeerd bij het Dordts gemeentearchief blijkt daar geen nadere informatie over Bouman aanwezig te zijn en het Dordrechts Museum bezit ook geen werk van hem. In Amsterdam is Boumans’ werk tot 1826 uitgestald en het is bekend dat in 1822 en 1825 de schilder in Haarlem enkele landschappen, voornamelijk wintergezichten zijn tentoongesteld. ‘De Meester behield zijn bestendig verblijf te Heemstede’. Het Rijksprentenkabinet bezit enkele tekeningen. Aangenomen wordt dat veel van zijn werk in de loop van de tijd is verloren gegaan.

Literatuur : Immerzeel, N.N.B.W., delen II (onder de naam Bouman, Pieter) en V (Bouwman, Pieter), Scheen, Nagler, Wurzbach, Thieme-Becker, van Eynden/van der Willigen, deel III, p.336-337.

Waterval bij de hofstede Leyduin in Bloemendaal; door Pieter Bouman

Waterval bij de hofstede Leyduin in Bloemendaal; door Pieter Bouman

 In literatuur vermeld werk van Pieter Bouman:

1)Gezicht op Schalkwijk. Tekening in Prentenkabinet Rijksmuseum Amsterdam

2)Gedenkzuil op de Heerenweg. Tek. In Oost-Indische inkt (1819 geveild)

3)Ruïne van het slot te Heemstede. [voor ƒ9,- verkocht. Veiling Philippus van der Schley en Daniel du Pré. Amsterdam, 1817)

3)Een gestoffeerd landschap. 1818

4)Waterval bij Leyduin, 1816 = boslandschap met waterval, in 1996 bij Sotheby’s veiling Amsterdam aangekocht door antiquariaat A.G.van der Steur, Haarlem

5)een landschap, cat.23, 1816

6)een landschap, cat.21, 1814 (Amsterdam)

7) een wintergezicht, 1819

8)een landschap met water, cat.53, 1825

9)een landschap met een ruïne, cat.51b, 1826

10)een bosgezicht aan de Spanjaardslaan in de Haarlemmer-Hout, cat.44,1824

ALBERT STEENBERGEN (1814-1900): beeldend kunstenaar en schrijver

In het vroegere standaardwerk van Immerzeel uit 1855 is behalve een afbeelding van de kunstenaar de volgende karakteristiek weergegeven: ‘Steenbergen (Albertus’, geboren te Hoogeveen den 26 Mei 1814 en thans te Heemstede woonachtig, is de teeken- en schilderkunst onderwezen door de heer Jan van Ravenswaaij, doch heeft zich bepaald tot het vak van bloemen, vruchten en vogelen, waarin hij reeds zoo aanmerkelijke vorderingen gemaakt heeft, dat men zijne kunstwerken in verscheiden voorname Kabinetten aantreft, gelijk zij ook steeds met genoegen op onze tentoonstellingen zijn beschouwd geworden. Hij is lid van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunstenaar te Amsterdam.’ Volgens autobiografische gegevens woonde Albertus Aleidus Steenbergen in Heemstede van januari 1841 tot met 1842 waarna hij terugkeerde naar het ouderlijk huis in Drenthe, een statige grote woning aan het Kruis, om daar de rest van zijn leven te slijten. Het pand was daar door zijn grootvader, ook Albert Steenbergen geheten, rond 1794 gebouwd. Het pand moest na 1905 wijken door de komst van de tram.

Zelfportret van Albert Steenbergen op jonge leeftijd

Zelfportret van Albert Steenbergen op jonge leeftijd

Albert werd in Hoogeveen geboren als eerste kind van advocaat mr.Cornelis Steenbergen. Als gevolg van de val van een tafel als baby bij het verschonen van luiers bleef hij zijn leven lang gehandicapt, namelijk op een rolstoel en op krukken aangewezen. Als baby was hij verhuisd naar Dwingeloo, waar het ongeval plaatshad. Omdat zijn moeder al snel weer zwanger was en een tweede kind er niet bij kon hebben is Albert opgevoed bij zijn grootmoeder van vaderskant in Hoogeveen. In 1820 is het jonge kind voor een herstelkuur naar Groningen gebracht, waar hij met grote moeite wat leerde lopen, langdurig ondersteund door een loopwagen. Vanaf 1821 woonde de familie weer bij elkaar. Tot zijn achtste kreeg Albert huisonderwijs. Daarna bezocht hij de gewone lagere school en in 1826 ging hij naar de Franse school in Coevorden. Hier ontmoette hij o.a. Harm Boom en Alexander Lesturgeon, die later schrijver zijn geworden. Daarnaast vond Albert thuis troost en nieuwe energie in de aanwezige boeken, waar hij de boeken las van sir Walter Scott. Verder dwaalde hij graag in de natuur en raakte hij verslingerd aan bloemen en insecten en begon hij een en ander op papier na te tekenen.

In de leer bij bloemenschilder Jan van Ravenswaaij in Hilversum

Getekend zelfportret van Jan van Ravenwaaij uit 1841

Getekend zelfportret van Jan van Ravenwaaij uit 1841

Na korte tijd op een notariskantoor te hebben gewerkt bleek spoedig zijn tekentalent en kwam hij op 19-jarige leeftijd bij de kunstschilder Jan van Ravenswaaij (1789-1869), bij wie hij in de leer kwam. Gedurende drie jaar was Steenbergen in de kost bij hem. Van Ravenswaaij, die veel leerlingen heeft onderwezen, vervaardigde onder andere een tekening in Oost-Indische inkt van een panorama van het landschap met de ruïne van Brederode en wordt ook in de ‘Camera Obscura’ van Hildebrand met naam genoemd.

Naar Zuid-Kennemerland: Haarlem, Velserend en Heemstede

Tot 1836 woonde Albert Steenbergen bij zijn leermeester die hem aanraadde naar de Spaarnestad te verhuizen, vanwege de talrijke bloemenschilders in die stad, zoals D.J.H.Joosten, Johannes en Hendrik Reekers, Jan van der Waarden en vooral G.J.van Os die grote invloed op het werk van Steenbergen heeft uitgeoefend. Met de kunstschilder F.M.Kruseman woonde hij tot 1839 op hetzelfde adres in de Spaarnestad. Albert Steenbergen ontwikkelde zich tot een begaafd fijnschilder, met voornamelijk stillevens, voorstellende bloemen, fruit, vogels en insecten. Toen vertrok Steenbergen naar Amsterdam waar hij zich duidelijk niet op zijn gemak voelde. In mei 1840 vestigde hij zich in Velserend nabij de ruïne van Brederode. Nadien is zijn woonplaats Heemstede tot mei 1842 als hij – naar wordt verondersteld mede ten gevolge van een niet beantwoorde romance al weten we niet welke vrouw hem afwees – in Hoogeveen terugkeerde, om te gaan wonen in het statige ouderlijk huis dat Steenbergen niet meer voor een ander zou verruilen.

Schilderij van

Schilderij van de Haarlemse kunstenares Elizabeth Johanna Koning die in 1840 lees kreeg van Albert Steenbergen

Gedurende periode in Zuid-Kennemerland had heeft Steenbergen les gegeven aan Elizabeth Johanna Koning, geboren op 1 maart 1816 te Haarlem en aldaar in 1887 is overleden, die zich verdienstelijk heeft gemaakt als schilderes en aquarelliste van bloemen- en vruchtenstillevens. In Heemstede werd hij op 27-jarige tweemaal in potloodtekening geportretteerd door de in Duitsland geboren tekenaar en lithograaf Johan Coenraad Hamburger (1809-na 1871). In dezelfde periode is een silhouetportret van hem gemaakt voor het album van Elisabeth Kiers-Haanen, mogelijk door haar vader de kunstschilder Casparis Haanen vervaardigd. Woonachtig in Heemstede is Steenbergen op 5 februari 1840 gekozen tot lid van Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten te Amsterdam, al is het bewijs voorzien van officieel stempel abusievelijk de plaats Haarlem genoteerd. Al in de Drenthse Almanak van 1841 werd een artikeltje over hem geplaatst.

Albert Steenbergen geportretteerd door Coenraad Hamburger in Heemstede (1841)

Albert Steenbergen geportretteerd door Johan Coenraad Hamburger in Heemstede (1841)

Steenbergen als Drents (dialect)schrijver

In plattelandsgemeente Hoogeveen was in zijn tijd met kunst geen droog brood te verdienen. Steenbergen verdiende wat geld als boekhouder-rentmeester van het familiebezit en in 1857 kwam hij in dienst op de secretarie van de gemeente Hoogeveen als ontvanger van de gemeentelijke belastingen. Jarenlang ging dat goed tot hij in 1880 zelf ontslag nam toen een onderzoek op gang kwam over de wijze waarop hij omging met de gemeentelijke boekhouding. Dat ging samen met achteruitgang van zijn gezondheid. Intussen was hij begonnen te schrijven in het dialect van zijn geboortestad, waardoor hij in de ware zin van het woord een volksschrijver werd. Hij gold als een kritische geest, die het nog alom aanwezige bijgeloof in zijn werk scherp veroordeelde. Als auteur debuteerde hij onder de schuilnaam P.J.Petersen met een komedie in vier bedrijven ‘Het Fatsoen’. In 1887 volgde onder eigen naam: ‘Oom Jan uit Indië: kamer-kluchtspel in 2 bedrijven’. Ook schreef hij over toneel, in het bijzonder dat van de zeventiende eeuw. In 1883 publiceerde hij in de eerste jaargang van de ‘Nieuwe Drenthse Volksalmanak’ twee verhalen onder de verzameltitel ‘Prenteekeningen uit vroeger dagen’. Onder pseudoniem publiceerde Steenbergen een feuilleton in de ‘Hoogeveensche Courant in de periode 1896-1897. Zijn interesse voor streektaal kwam tot uiting in de samenstelling van dialectwoordenlijsten die zijn opgenomen in het ‘Weekblad van en voor Oostermoer en Zuidenveld’ evenals in de opvolger daarvan: ‘De Drenthse Courant’. Voor genoemde almanak schreef hij Verder gedichten, die sentimenteel-romantisch van aard zijn. Steenbergen vertaalde in 1868 Goethe’s Faust (4e druk 1979) en schreef studies over de letterkundigen Thomas Asselijn en Jan Luyken.

Faust

Vooromslag vierde druk van Goethe’s vertaling van Faust door Albert Steenbergen (Catawiki). Het boek is geïllustreerd met 50 platen, waaronder 13 grote staal- en kopergravures door Liezen Mayer en met ornamenten en initialen verlucht door  Rudolf Seitz (overgenomen van een Duitse uitgever)

Professor dr.K.Meeuwese stelde in diens dissertatie over de dichter-graficus Jan Luyken onder meer: ‘De studie door Albert Steenbergen in 1875 aan Jan Luyken gewijd, was voor zijn tijd een verdienstelijk stuk werk, omdat hier voor het eerst met enige uitvoerigheid het milieu werd geschetst, waarin zich de bekering van de dichter voltrok’. In 1866 verscheen de novelle ‘Nevelhekse, een verhaal uit de Drentse venen’, een liefdesgeschiedenis in het Hollandsche Veld, dat als een hoogtepunt in de Drentse literatuur wordt beschouwd. Op basis van dit verhaal werd in 1935 een toneelstuk gemaakt en is in 1975 een bewerking hiervan opgevoerd tijdens het 350-jarig bestaan van Hoogeveen. De meeste bekendheid kreeg Steenbergen – ten dele postuum na een uitgave in 1902 – als schrijver van de mystificatie over de ‘Clapper der Calkoens’, dat als feuilleton verscheen in de plaatselijke courant, nadien herdrukt in de Nieuwe Drenthse Volksalmanak in 1902 in boekvorm, met een heruitgave in 1975.

 

steen9

Aankondiging van de ‘Clapper der Calcoens’ in de Hoogeveensche Courant van 1902 (Advertentie van uitgeverij Martinus Nijhoff in de krant van 1 maart; recensie Provinciale Groninger Courant in de Hoogeveensche van 7 mei 1902).

Het verhaal is opgebouwd rond een gefingeerd dagboek , gevonden in een huis waar de 17de eeuwse familie Calkoen zou hebben gewoond. Het was mr.J.G.C.Joosting, destijds rijksarchivaris in Drenthe, die het boek ontmaskerde als een vervalsingtijdens een voordracht voor de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden (tevens als brochure gepubliceerd).

calcoenhuis1

Illustratie uit de tijd dat men dacht dat het gefingeerde dagboek van Calcoen echt was in plaats van een vervalsing, eigenlijk mystificatie, door Albert Steenbergen. Steenbergen’s  woonhuis, gelegen bij de ‘Zuidersche brug’ aan  het Kruis in Hoogeveen  was ooit de woonstee van de rentmeestersfamilie Calkoen

Een humoristische vertelling, grotendeels gesitueerd op het Drentse platteland, is ‘Waarom mijn grootvader de jacht vaarwel zei. Eene vertelling van Alb. Steenbergen’ uit 1886. Als romanticus en schrijver stond Albert Steenbergen onder invloed van de historische romancier Walter Scott, wiens boeken hij verslond. R.van der Kleij schreef destijds het volgende: ‘Meesterlijk is hij er in geslaagd, in de bonte opeenvolging van beduidende en onbeduidende berichten, van zakelijke notities en uitstortingen des gemoeds, het leven zelf te doen weerspiegelen, Het leven van dorpsnotabelen in een afgelegen streek, wier rustig en onbeduidend bestaan slechts verlevendigd wordt door huiselijke en sociëteitgenoegens, die elkaar bezitten en belasteren, en die huns ondanks och ook betrokken worden in de grote wereldconflicten van die tijd. Beter dan iemand anders , heeft Steenbergen het oude Drentse volksleven kunnen uitbeelden, dat hij door eigen ondervinding kende, al leefde hij anderhalve eeuw later dan de door hem geschapen Calkoen.’ Op 72-jarige leeftijd schreef Steenbergen een autobiografisch jeugdverhaal dat in 1987 is uitgegeven door Hoogevener Albert Metselaar, die veel heeft bijgedragen Albert Steenbergen opnieuw in de belangstelling te brengen van een nieuwe generatie. Steenbergen schreef ook onder schuilnaam P.J.Petersen. De laatste jaren van zijn leven kon hij vanwege trillende handen niet meer schilderen en was hij aan huis gebonden, verzorgd door zijn inwonende zussen.

Fijnschilder; gespecialiseerd in bloemstukken

Bloemstilleven van Albert Steenbergen

Bloemstilleven van Albert Steenbergen uit 1842, in 2015 geveild bij Bonhams in San Francisco

Tussen 1835 en 1867 is werk van Albert Steenbergen op ruim 25 tentoonstellingen overal in het land uitgestald geweest. De laatste drie decennia van zijn leven heeft hij zich voornamelijk met schrijven beziggehouden. Is over Steenbergens’ literaire activiteiten de laatste tijd redelijk veel geschreven, over zijn werk als stilleven schilder ontbrak tot voor kort een monografie. In deze lacune wordt thans enigszins voorzien dankzij de publicatie van Albert Doedens: Albert Steenbergen; door het kleine bekoord’ (1987). Na een beschrijving van zijn jeugdjaren vraagt de auteur zich af of A.Steenbergen een professioneel schilder genoemd kan worden. Daarna volgt een vergelijking met zijn leermeester Jan van Ravenswaaij en andere bloem- en vruchtstillevenschilders. Ook de symboliek wordt behandeld. Een speciaal hoofdstuk is gewijd aan de 19de eeuwse bloemschilders, in het bijzonder aan Georgius J.J.van Os. In Hoogeveen heeft het museum Venendal, dat is gevestigd in een herenhuis, oorspronkelijk daterend uit 1653, veel van zijn werk verworven. ‘In de collectie van Venendal bevinden zich ook enige kleine olieverfstukjes uitgevoerd op papier met als onderwerp enkele bloemen of vruchten. Ze zijn gedateerd 1841 en derhalve vervaardigd in die tijd, dat hij in Heemstede woonde. Dan is er een aantal bladen aanwezig met steeds enkele tropische vlinders, zo minutieus, anatomisch exact afgebeeld, dat het er wel op lijkt, of hij daarmee een bijdrage heeft willen leveren voor de eventuele uitgifte van een studieboek over het desbetreffende onderwerp’ (Doedens). Bedoelde tekeningen uit de Heemsteedse periode bevonden zich in bezit van de dames Lenz, kleindochter van H.Steenbergen(broer van Albert), die het grootste deel van de tekeningen en aquarellen schonken aan het Hoogeveense museum Venendal. Uit de Heemsteedse tijd (1842) dateert verder het schilderij ‘Doode Haan” in datzelfde jaar tentoongesteld. Verschillende doeken en bladen zijn gesigneerd met een dooreengevlochten AS, soms gevolgd door een f van fecit. Het Amsterdams Historisch Museum beschikt over een olieverf dat in een universiteitsgebouw is opgehangen en Teylers Museum een tekening. Het Rijksprentenkabinet bezit niet minder dan 25 tekeningen van zijn hand. Omstreeks 1976 werd door het Provinciaal Museum van Drenthe in Assen een prachtig olieverfschilderij verworven voor een bedrag van ƒ 14.000,-. En eind 1979 is een doek van Albert Steenbergen zelfs voor een dubbele prijs verkocht aan een Duitse koper. De waardering van het bloemstilleven vertoont een stijgende lijn gelet op een stijging van veilingopbrengsten. Ondanks zijn fysieke handicap en sombere levenshouding heeft Steenbergen de hoge leeftijd van 85 jaar bereikt. Volgens een levensbericht noemde hij zichzelf een kluizenaar, die slechts negen jaar – op vijf verschillende plaatsen – buiten Hoogeveen heeft doorgebracht, waarvan ongeveer 1,5 jaar in het landelijke Heemstede.

Vruchten geschilderd door Albert Steenbergen; een schilderijtje dat diende als voorstudie voor een groter doek

Vruchten geschilderd door Albert Steenbergen; een schilderijtje dat diende als voorstudie voor een groter doek

Moeizame laatste jaren

De laatste jaren van zijn leven kon hij niet meer schilderen vanwege zijn trillende handen. Thuis werd hij door zijn inwonende zussen verzorgd.

Zelfportret van Albert Steenbergen op latere leeftijd

Zelfportret van Albert Steenbergen op oudere leeftijd

Hij overleed op 20 februari 1900. Ongehuwd en dus zonder nageslacht is Albert Steenbergen met zijn ouders en zusters onder een grafsteen met inscriptie ter aarde besteld op het oude gedeelte van de begraafplaats van Hoogeveen, waar het graf nog bestaat. Bij zijn overlijden bleek het huis vol te hangen met schilderijen. Een deel van de mappen met aantekeningen en ongepubliceerde manuscripten is naar zijn vriend Landweer gegaan. Diverse documenten kwamen uiteindelijk terecht in de Universiteitsbibliotheek van Leiden en een aantal archiefstukken in het Drents Archief. De tekeningen hebben de oude dames Steenbergen aan het Hoogeveense museum geschonken. Schilderijen van Steenbergen die in binnen- of buitenland op de markt komen brengen de laatste jaren prijzen op, variërend 5.000 tot 10.000 euro.

Niet verkochte schilderijen spoorloos in DDR

Veel tekeningen – vooral voorstudies voor grotere schilderijen zijn via zijn broer Henricus Conradus (Hein) en vervolgens diens dochters in Oost-Duitsland terecht gekomen, waar de familie een fabriek had. Voor zover niet verkocht kwamen daar ook de schilderijen terecht. Wat daarmee is gebeurd blijft een nog op te lossen mysterie. Achtergelaten in 1945? Meegenomen door de Russen en nu opgeslagen in een Russisch museumdepot? Ondergebracht in een onbekende particuliere verzamelingen.? Verloren gegaan? Vragen, waarop tot op de dag van vandaag geen antwoord kan worden gegeven.

Een artistieke broer: Henricus Steenbergen

Albert Steenbergen had een dertien jaar jongere broer Henricus, geboren op 16 mei 1827 met artistieke kwaliteiten. Hij heeft medicijnen gestudeerd en als scheepsarts over de wereld gezworven. Hij maakte een aantal tekeningen van landschappen (dorps- en stadsgezichten), maar maakte bijvoorbeeld ook portreten. Zijn nagelaten tekeningen zijn door de twee kleindochters van Hendricus geschonken aan het museum van Hoogeveen. Albert Doedens heeft in zijn beknopte monografie over Albert Steenbergen een hoofdstuk gewijd aan ‘Broer Hendricus als tekenaar’.

Bronnen en Literatuur

Bloemen- en vruchtenstilleven van Albert Steenbergen

Bloemen- en vruchtenstilleven van Albert Steenbergen

-In het Drents Archief te Assen is onder de inventarisnummers 0597-60-66 documentatie over Steenbergen aanwezig, zoals correspondentie met zijn broer Hendricus en diens echtgenote Anna van 1835 tot 1893, gedichten van Steenbergen etc.

-op het internet zijn in de bibliografie van Nederlandse Letterkunde (DBNL) een aantal primaire teksten van Steenbergen opgenomen uit: Vaderlandsche letteroefeningen, jaargangen, 1870, 1872 en 1875. Verder als secundaire literatuur: 1) van D.E.W.Wolff: ‘Bibliografisch album’, in: De Gids, jaargang 33 uit 1869 en 2) van Kees Koster: ‘’Wolff over Steenbergens Faust’, in: De Hollandsche vertaalmolen; Nederlandse beschouwingen over vertalen 1820-1885.

-Biografisch Portaal ,Wikipedia, Worldcat, Noord-Hollands Archief, locatie Kleine Houtweg, map Albert Steenbergen in archiefdoos nummer 157.

-Albert Steenbergen. Clapper der Calkoens. Eene Drentse veenkolonie, in de laatste helft der zeventiende eeuw. Heruitgave door C.Pel, 1975.

Clapper

Titelblad van uitgave  ‘Clapper der Calkoens’  Exemplaar van dit boek is aanwezig in Heemstede-collectie van het Noord-Hollands Archief, locatie Kleine Houtweg, depotnummer 3184

-J.G.C.Joosting. De Clapper der Calcoens. Haarlem, ErvenF.  Bohn, 1902.

-Goethe, J.W.von.  Heruitgave van Nederlandse vertaling van Faust in een Nederlandse vertaling van Albert Steenbergen met een inleiding door H.J.Prakke. Meppel, Krips, 1979.

-Nijkeuter. Drenthse literatuur.

-Noord-Hollands Archief, collectie Heemstede e.o. map in archiefdoos 159.

Vooromslag van monografie van Albert Doedens over Albert Steenbergen

Vooromslag van monografie van Albert Doedens over Albert Steenbergen

-Albert Doedens. Albert Steenbergen door het kleine bekoord. Assen, Stichting Het Drentse Boek, 1987.

-Albert Metselaar. De jeugd van Albert Steenbergen.

-Albert Metselaar. Albert Steenbergen. Dwalen en verdwalen op papier. Hoogeveen, 2014.(internet)

[Betreffende broer Henricus Steenbergen: ‘List of drawings in the Hoogeveen Museum Venendal, dated 20 December 1983]

-Albert Steenbergen. De Clapper der Calkoens. Heruitgave 1975 met een inleiding van H.J.Prakke

-Wattèl. Levensbericht Albert Steenbericht. NDVA, 1957.

A Illustraties bloem- en fruitstillevens van Albert Steenbergen

pronkstilleven

Pronkstilleven op marmeren plint, door Albert Steenbergen, 1841, geveild bij Christie’s

herfsttakken

                                Herfsttakkenensemble door Albert Steenbergen uit 1850

Schilderij van Albert Steenbergen

Diverse bloemen en vogelnestje van Albert Steenbergen. 44 x 34 cm. aquarel

Stil2

Stilleven met o.a. druiven en walnoten door Albert Steenbergen, 1847, in 2014 geveild bij Christie’s

Bloemen door Albert Steenbergen

Diverse bloemen in olieverf door Albert Steenbergen 33x28cm.

Werk van Albert Steenbergen

Bloemen op plint van Albert Steenbergen. Adm.h.30 cm., breed 24cm. Techniek: waterverf, gesigneerd met monogram

 

Stilleven met oesters en fruit door Albert Steenbergen, 1842, in 2005 geveild bij Bonhams in San Francisco

steen1

                                              Bloemen en gevogelte door Albert Steenbergen

steen2

Twee rozen; olieverfschilderij door Albert Steenbergen, 1835

steen3

Diverse bloemen; door Albert Steenbergen. Gedateerd 1842

steen4

Bloemen, vruchten en gevogelte; Albert Steenbergen, 1840

stil

Stilleven met kip omgeven door fruit en groenten door Albert Steenbergen, 1842. Geveild door Bonhams in Londen, 2006, voor 6.250 euro

Bloemenstilleven van Albert Steenbergen

Bloemstudie van Albert Steenbergen 31 x 23 cm. Waterverd en gesigneerd

Fruitstilleven door Albert Steenbergen

Fruitstilleven door Albert Steenbergen

Bloemstilleven van Albert Steenbergen

Bloemstilleven van Albert Steenbergen

B. Schetstekeningen van Albert Steenbergen

Tekeningen door Albert Steenbergen van libellen en schelpn

Tekeningen door Albert Steenbergen van libellen en schelpen

tekening

Tekening van veren door Albert Steenbergen; in 2006 geveild door Sotheby’s  in New York voor omgerekend 8.311 euro

Albert Steenbergen: schetstekeningen van vissen en diverse vlinders

Albert Steenbergen: schetstekeningen van vissen en diverse vlinders

zelfportret

                                                         Nog een zelfportret van Albert Steenbergen

C. ILLUSTRATIES LITERATUUR VAN EN OVER ALBERT STEENBERGEN

titelblad

Titelblad ‘Faust’ in vertaling van Albert Steenbergen. Derde herziene druk is aanwezig in bibliotheek Noord-Hollands Archief, collecrie Heemstede, locatie Kleine Houtweg, depotnummer 2827

 

                             

nevel

      Vooromslag van oorspronkelijke boekuitgave van Nevelhekse naar authentieke bescheiden medegedeeld door Albert Steenbergen

Vooromslag van heruitgave 'Nevelhekse' door Albert Steenbergen

Vooromslag van heruitgave ‘Nevelhekse’ door Albert Steenbergen

Vooromslag van publicatie: 'De wereld van Nevelhekse' van Albert Metselaar

Vooromslag van publicatie: ‘De wereld van Nevelhekse’ van Albert Metselaar

nevel1

In 1993 is in Hollandscheveld een beeld onthuld bij de kerk aan de Hendrik Raakwerk, gewijd aan Neevelhekse (de bijnaam van Cilie de Cosse), vervaardigd door beeldhouwster Alice Top uit Hoogeveen.  In Hoogeveen is voorts een straat gewijd aan Albert Steenbergen

steen5

Vooromslag van heruitgave Albert Steenbergen: De clapper der Calkoens, 1975, met een inleiding van professor dr.H.J.Prakke. ‘In Dr. Jan Grootaers’standaardwerk “Maskerade der Muze” vindt Steenbergen’s  Clapper zijn plaats tussen internationaal beroemde soortgenoten als Macpherson’s “Ossian” en het Friese “Oera Linda Boek”, over welke litterair-historische vervalsingen bibliotheken vol geschreven zijn. Dr. Grootaers kwalificeert Steenbergen als “bescheiden vermommingskunstenaar” en wil hem de hulde daarvoor niet onthouden.’

Voorzijde van 'De jeugd van Albert Steenbergen' door Albert Steenbergen

Voorzijde van ‘De jeugd van Albert Steenbergen’ door Albert Steenbergen, uitgegeven door Albert Metselaar

achteromslag

Achteromslag monografie Albert Steenbergen door Albert Doedens (Catawiki)

D. Brieven van Albert Steenbergen

steen6.jpg

————————————————————————–

Schrijven van Albert Steenbergen aan de in zijn tijd bekende geschiedvorser der schilderkunst en kunst- en boekenverzamelaar Adriaan van der Willigen (1766-1841) in Haarlem

steen7

Brief van Albert Steenbergen aan burgemeester en wethouders van Hoogeveen uit 1880, waarin hij zijn ontslag neemt als gemeenteontvanger

E.  Godfried Bomans over ‘Eene Drenthse veenkolonie (…)’ van Albert Steenbergen

steen8

Gedeelte van een column van Godfried Bomans uit Elsevier van 8 maart 1947: ‘Letterkundig bedrog’, nadien opgenomen in Facetten.  ‘Nieuwe Buitelingen I, 1975  en Godfried Bomans, Werken, V, p. 129-132. Als reactie op allerlei mystificaties en  gefantaseerde figuren schreef Bomans in een column ‘Tom Poes in Rommeldam’ (1975) ‘(…) Want de dingen die verzonnen zijn, meest echter dan de waarheid. Lilliput bijvoorbeeld is echter dan Amerika en Gulliver zal het langer uithouden dan Eisenhower. Pickwick is echt, evenals Don Quichotte en onze Tijl Uienspiegel. Deze heren zijn allemaal ergens op een kamertje door iemand met een bleek hoofd en een brilletje op bedacht en neergeschreven. en daarom leven ze nog…’

F. Albert Steenbergen in: 1) Querido’s letterkundige reisgids van Nederland (1982) en 2) Hoogeveen toen en nu (1994)

  • 1 – In het hoofdstuk gewijd aan Drenthe schrijft Willem  van Toorn: ‘De Hoogeveense gemeenteontvanger Albert Steenbergen (in 1814 te Hoogeveen geboren) schreef veel van zijn letterkundig werk in het dialect van zijn geboorteplaats, waardoor hij in de ware zin van het woord een volksschrijver was. Hij was een kritisch man, die het nog alom aanwezige bijgeloof in zijn werk veroordeelde. Steenbergen schreef over Jan Luyken en Thomas Asselijn, en vertaalde Goethe’s Faust. Zijn belangrijkste eigen werk is ‘De clapper der Calcoens’, dat eerst als feuilleton was verschenen en in 1902, twee jaar na Steenbergens dood, in boekvorm uitkwam. Het verhaal is opgebouwd rond een gefingeerd dagboek, gevonden in een huis waar de zeventiende-eeuwse familie Calcoen zou hebben gewoond. Bekend werd ook zijn novelle ‘Nevelhekse’.’
Steenbergen

-2- Pagina uit het boek:  ‘Hoogeveen toen en nu’, door J.L.Havinga, waarin onder LITERATUUR – naast Jan van der Veen en Evert Hartman – de dichter-schrijver Albertus Alidius Steenbergen (1814-1900) aan de orde komt.

 

Volgende bijdrage: eigenaren van de hofstede Boekenrode (1580 tot 1924: Alverna)

Geschilderd portret van Pieter de Groot (1615-1678), eigenaar van Boekenrode vanaf 1662

Geschilderd portret van Pieter de Groot (1615-1678), eigenaar van Boekenrode vanaf 1662

Boekenrode1925

10-07-1925