Tags

, , , ,

                                     De Heemsteedse Hermandad in vroeger tijd

Fragmenten van de Heemsteedse politiegeschiedenis tot circa 1970

 Over de politiegeschiedenis in ambachtsheerlijkheid/gemeente Heemstede is nog relatief weinig onderzoek gedaan. Het archief van de gemeentepolitie te Heemstede bevindt zich onder inventarisnummer 2183 in het Noord-Hollands Archief. (1) In ons land kende men voor 1993 twee soorten politie, de rijkspolitie en de gemeentepolitie. De samenstelling van laatstgenoemde is vastgelegd in de gemeentewet van 1851. De burgemeester staat aan het hoofd en is in zijn gemeente verantwoordelijkheid voor de drie taken van de politie: wetshandhaving, ordehandhaving en hulpverlening. Rond 1900 bestond het korps uit twee veldwachters, G.Bouman en W.Schotvanger (later tevens gemeentebode), ten behoeve van ongeveer 5.000 inwoners, overigens wanneer nodig geassisteerd door 1 of meer rijksveldwachters. Samen maakten zij jaarlijks tussen de 40 en 80 stuks processen-verbaal op wegens diefstal, inbraken, stroperij, openbare dronkenschap en andere misdrijven en overtredingen. Met ingang van 1906 werd L.Pronk als derde politieambtenaar aangesteld.In 1910 is door de burgemeester het ‘biggenvangen’ als jaarlijks volksvermaak verboden en was er op Koninginnedag weer een kermis. In 1916 telde het plaatselijk politiekorps 11 agenten, inclusief een inspecteur die de leiding had. Jaarlijks werden gemiddeld ruim 60 fietsen gestolen.  Bij de bouw van het eerste officiële raadhuis dat in 1907 in gebruik werd genomen, is een gedeelte als politiebureau gereserveerd. Het eerdere gebouw ‘Overlaan’ was voorzien van een paar cellen.

Politieagent G.Bouman in 1906 voor het raadhuis annex politiebureau Overlaan. Op 4 januari van dat jaar vierde hij zijn zilveren jubileum als gemeenteveldwachter, tevens fungeerde hij als onbezoldigd rijksveldwachter

Veldwachter G.Bouman in 1906 in vol ornaat voor het raadhuis annex politiebureau Overlaan, Raadhuisplein 9. Boven de ingang stond ‘Raadhuis’. Hij woonde zelf ook in het huis.Op 4 januari van dat jaar vierde Bouman zijn zilveren jubileum als gemeenteveldwachter, tevens fungeerde hij als onbezoldigd rijksveldwachter. Een jaar later zou het nieuwe raadhuis annex politiekantoor + bodehuis (bewoond door collega W.Schotvanger die zijn functie als politieman verruilde voor die van gemeentebode) in gebruik worden genomen. De witte bepleistering en het balkonnetje zijn pas van later datum. Het pand Overlaan is na 1855 gehuurd van toenmalig eigenaar Adrian John Hope van Bosbeek, die zelf in Engeland woonde. Het ging over naar jhr. J.B.van Merlen. Bij raadsbesluit van 14 oktober 1873 kocht de gemeente Heemstede Overlaan voor een bescheiden bedrag van 5.000 gulden.

Aan de Glip in het zuiden en het Bosch en Vaartkwartier in het noorden, toen nog Heemsteeds grondgebied, werd in 1912 een politiepost geopend. Het posthuis deed tevens dienst als hulpsecretarie en als dienstwoning van de veldwachter (de heer Silvis) in de Glip. In 1924 kreeg de politie een eigen bureau, het voormalige post- en telegraafkantoor in de Raadhuisstraat, dat werd gebouwd tot politiekantoor. Hier vond bij een overval in 1944 een opgesloten verzetsstrijder de dood [beschreven in rapporten over Menten en de Velser Affaire]. Het politiebureau speelt een kleine rol in de roman ‘De aanslag’ van Harry Mulisch. Het gebouw dat niet optimaal geschikt was bleef ruim 40 jaar de huisvesting van het Heemsteedse korps. Op 14 februari 1966 opende mr.F.J.Kranenburg, commissaris van de koningin in Noord-Holland, een nieuw politiebureau aan de Cruquiusweg. Het was voorzien van alle moderne snufjes en faciliteiten als een sportzaal en eigen schietbaan. Na de opheffing van het korps gemeentepolitie in 1993 werd het politiebureau verkocht en na vertrek van de openbare bibliotheek naar de voormalige Dreefschool aan het Julianaplein is het pand Kerklaan 61 als politiebureau in gebruik genomen. In 1968 bestond de organisatie uit de staf, de algemene dienst, de recherche, de vreemdelingendienst en administratie. In dat jaar is de vreemdelingdienst geïncorporeerd in de afdeling recherche. Later kwam daar de milieupolitie bij. Vanaf 1974 werd op bescheiden wijze gestart met rayon- ofwel wijkagenten, verdeeld over drie wijken. Vanuit de bevolking was het nu gemakkelijker om met de politie contact te leggen, met name waar het ging om burenkwesties en gezinsproblematiek. De gemeentepolitie heeft steeds nauwe samenwerkingsverbanden onderhouden met korpsen uit de regio. Het samenwerkingsverband met de Groep Rijkspolitie Bennebroek vanaf 1978 verdient afzonderlijke vermelding, voortaan konden de inwoners van Bennebroek rekenen op 24 uur politietoezicht. In 1986 vond er binnen het gemeentelijk korps een personele reorganisatie plaats. Een stuurgroep stelde het rapport Bezetting en taakafbakening, beheers- en informatiezaken samen. Drie jaar later is een grote reorganisatie (PKP: Project Kwantificering Politiewerk) gestart die tot 1993 zou duren en leidde tot een nieuwe structuur van de politie. Een en ander heeft in april 1993 zijn beslag gekregen. In de nieuwe Politiewet 1993 staan de nieuwe structuur van de politie en haar taken nader omschreven.

Een beknopte geschiedenis van de politie in Heemstede is door voormalig rijksarchivaris mr.J.W.Groesbeek beschreven in een hoofdstuk ‘De zorg voor orde en recht’ in het boek ‘Heemstede in de geschiedenis’(1972).

‘In de 17e eeuw en nog later lezen we van het optreden van de schout en zijn dienaren. We krijgen daaruit de indruk dat de ordehandhaving door meer dan één politieman werd bedreven. Of deze in vaste dienst waren is niet geheel duidelijk. Het kan zijn dat er mensen waren die incidenteel bijstand verleenden. In de 19e eeuw is echter slechts sprake van één politieman. Toen de droogmaking van het Haarlemmermeer een aanvang nam en veel vreemde arbeiders naar Heemstede en Bennebroek trokken, was deze ene agent niet meer voldoende. Er werd dus in dienst van beide gemeenten “een buitengewoon agent van justitie” gestationeerd (1841). Een nachtwacht bestond er toen nog niet in Heemstede; wel in Berkenrode. Maar vijf jaar later fungeerde er ook in Heemstede een nachtwacht, die niet door de overheid maar door particulieren werd betaald. De toenemende bedelrij maakte het volgend jaar reeds een tweede veldwachter noodzakelijk, maar de gemeente kon deze niet bekostigen en deze functionaris bleef op het verlanglijstje staan. Uitkomst bracht de toezegging van de rijksoverheid om een gedeelte van de cavalerie als marechaussee in de gemeente te detacheren. Dit gebeurde dan ook en de maatregel had een goede uitwerking. Ondanks deze tevredenheid werd de detachering al drie jaar later beëindigd (1853). De veldwachter kreeg er toen echter drie “buitengewone: veldwachter bij. De nachtwacht, die zoals reeds gezegd uit particuliere bijdragen werd betaald, bestond uit zes man, die in drie ploegen van ’s avonds 10 uur tot des morgens 5 uur dienst deden. Dit semi-politietoezicht was een dreigende noodzaak, want de straatverlichting was uiterst gebrekkig. In de gehele gemeenten waren maar drie straatlantaarns. De opheffing van het corps marechaussee bleek echter niet verantwoord te zijn, zodat het volgend jaar al weer gedurende de winter een brigade hulp-marechaussee gestationeerd werd. De veldwachter was intussen 60 jaar geworden en de gemeente moest toen ook wel overgaan tot de aanstelling van een tweede politiefunctionaris. Ook dit bleek niet voldoende en daarom werden er in 1858 rijksveldwachters geplaatst, die een toelage uit de gemeentekas ontvingen van ƒ 10,- per jaar. Vanzelfsprekend zouden we een volledige opsomming van het wel en wee van het politiecorps kunnen samenstellen, dat zou dan echter een te dorre opsomming worden. We doen dus maar eens hier en daar een greep. Zo vonden we dat er in 1879 door de veldwachters 36 processen verbaal werden opgemaakt (18 wegens overtredingen en 18 wegens diefstal en dergelijke). Het arrestantenlokaal huisvestte 16 personen (9 wegens dronkenschap en 7 wegens gebrek aan nachtwacht). Dat de tweede velwachter geen bezoldiging kreeg, kon natuurlijk geen blijvende toestand zijn. Zijn salaris werd in 1881 bepaald op ƒ 450,- per jaar plus dienstkleding en wapens. Dit stimuleerde blijkbaar aanvankelijk het aantal processen verbaal, dat van 66 tot 133 steeg (1882) en het volgend jaar een record bereikte: 194 (waarvan liefst 104 wegens openbare dronkenschap). Lange tijd zien we dan, dat de helft van het aantal bekeuringen gemaakt wordt wegens dronkenschap.

Politiebericht van een aanranding uit de Opr. Haarlemsche Courant

Politiebericht van een brutale aanranding uit de Opregte Haarlemsche Courant van 7 september 1889

Fietsen als vervoermiddel – een omwenteling

Een omwenteling moet wel de aanschaffing van rijwielen voor de beide veldwachters in 1896 betekend hebben. Rond de eeuwwisseling 1899/1901 werd ook hun salarispositie verbeterd.

Bericht uit 1897 dat de politie van Haarlemmermeer en Heemstede van een dienstfiets worden voorzien

Bericht uit 1897 dat de gemeenteveldwachters van Haarlemmermeer en Heemstede van een dienstfiets worden voorzien (De Telegraaf, 10 mei 1897)

Een tweetal verhogingen bracht het salaris van de veldwachter op ƒ 450,- plus ƒ 75,- kleedgeld. De openbare dronkenschap was intussen verminderd. Negen van de 55 processen verbaal werden in 1904 wegens dat feit opgemaakt. Het jaar 1906 bracht het aantal veldwachters op drie en in 1911 wordt aangekondigd dat het politiecorps uitgebreid zou worden met een inspecteur en drie agenten, waar er echter nog twee bij zouden komen. Geweldsconflicten met dodelijke afloop kwamen regelmatig voor, als voorbeeld in 1912, in welk jaar C.H.Kemper als politiechef werd benoemd, zes personen. In 1914 waren er al zeven agenten, die een wedde genoten van ƒ 900,- tot ƒ 975,- plus ƒ 75,- kleedgeld. De inspecteur genoot ƒ 1525,- plus ƒ 100,- kleedgeld en ƒ 200,- voor huishuur. De enige veldwachter had een traktement van ƒ 1025,-, ƒ 125,- voor huishuur en ƒ 75,- kleedgeld. Met de uitbreiding van het politiecorps ging een stijging in het aantal processen verbaal gepaard. Het waren er in 1911 liefst 221, waarvan 60 wegens overtreding van de motor- en rijwielverordening. Het was ook in genoemd jaar, dat de politiehond door een dief werd doodgeschoten.

Verkeersonveiligheid gaf toen ook al de nodige drukte: 113 personen werden in 1913 bekeurd wegens rijden zonder licht op de fiets, 26 aanrijdingen en 2 overdrijvingen constateerde de politie veel te stellen. Zo werden er in 1913 liefst 101 van deze rijdende woonhuizen over de (gemeente)grens heen. De eerste wereldoorlog eindigt in 1918.

swolfs10

Het voltallig personeel van de gemeentesecretarie Heemstede in 1916, toen Heemstede nog geen 9.000 inwoners had, bestaande uit van links naar rechts: gemeentesecretaris A.A.Swolfs, F.N.G.J.van Bemmel, bode W.Schotvanger (oud veldwachter), J.de Haan, J.C.L.Vreeken, N.Vos  (volgde in 1927 de heer Swolfs op als secretaris) en E.Vedder.

 

In 1917 is het politiekorps van Heemstede voorzien van nieuwe rijwielken. Motor en auto waren in dat jaar nog onbekend. Inspecteur Ch. Kemper had de leiding over intussen een tiental agenten. Op bovenstaande foto genomen voor het raadhuis zien we van links naar rechts de agenten Pronk, J.Veen, J.Visser, H.Arnoldus, C.Kemper, G.Kruiderink, W.Zwartkruis (familielod van de latere bisschop van het bisdom Haarlem), H.Mulder, B.Silvis en J.van der Vliet.

In 1917 is het politiekorps van Heemstede voorzien van nieuwe Fongers-rijwielen. Motor en auto waren in dat jaar nog onbekend. Inspecteur C. Kemper had de leiding over intussen een tiental agenten. Op bovenstaande foto genomen voor het raadhuis zien we van links naar rechts de agenten L. Pronk, J.Veen, J.Visser, H.Arnoldus, C.Kemper, G.Kruiderink, W.Zwartkruis (familielid van de latere bisschop van het bisdom Haarlem), H.Mulder, B.Silvis en J.van der Vliet.Op de foto ontbreekt W.Schoo (in 1916 benoemd).

Fongers.jpg

Advertentie Fongers-rijwielen van C.L.J.van Lent uit de Raadhuisstaat Heemstede (via Nanco Roos)

 

Enkele jaren later beschikte Heemstede over een motor met zijspan, de zogeheten motorbrigade

Enkele jaren later beschikte Heemstede over een motor met zijspan, de zogeheten motorbrigade. Politieman Kroeze was de eerste gemotoriseerde agent. In de zijspan H.Te Marvelde.

De dreigende maatschappelijke ontwrichting brengt het politiecorps op 1 inspecteur, 1 hoofdgent, 4 agenten eerste klasse en 10 agenten tweede klasse. Dit legde de basis voor het constateren van 150 overtredingen van de motor- en rijwielwet. Ook was er een Heemsteedse vrijwillige burgerwacht opgericht, die in Heemstede-Zuid een vaste kern had “met veel geestdrift”. De belangstelling in Heemstede-Noord was echter bijzonder gering en dat bleef zo. Toch telde dit corps 26 leden, maar constateert het verslag spijtig “men schijnt daar (in Noord) op een politieke donderslag te wachten, die weer wat paraatheid moet brengen.” De inspecteur met 5 hoofdagenten en 15 agenten eerste klasse en 1 kantoorbediende namen in 1930, wat de verkeersveiligheid aangaat, 200 overtredingen van de motor- en rijwielwet voor hun rekening.

Een verkeersongeval op de Herenweg ter hoogte van Groenendaal in 1930. De weg was al geasfalteerd voor de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam. Rechercheur H.J.ter Marvelde (links met gleufhoek) onderzoekt de oorzaak van de botsing. De politieagent naast hem is hoofdagent Uittenboogaard, rechts staat politeman Pronk. Op de achtergrond rechts zien we het witte huisje waar destijds polirieman IJtsma woonde.

Een verkeersongeval op de Herenweg ter hoogte van Groenendaal in 1930. De weg was al geasfalteerd voor de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam. Rechercheur H.J.ter Marvelde (links met gleufhoek) onderzoekt de oorzaak van de botsing. De politieagent naast hem is hoofdagent Uittenboogaard, rechts staat politeman Pronk. Op de achtergrond rechts zien we het witte huisje waar destijds polirieman IJtsma woonde.

1940 bracht een record aantal verkeersovertredingen: in dat jaar werden 881 bekeuringen deswege opgemaakt, tegen het jaar daarvoor 576! In het gemeenteverslag over het jaar 1931 vinden we voor het eerst een ontleding van de aard van de verkeersongevallen. Er hadden er 159 plaats gevonden, waarvan 92 met alleen materiële schade. Er vielen 51 gewonden en 4 doden. Van deze 159 ongevallen kwamen er 91 door fouten van bestuurders van vervoermiddelen, 38 door de toestand van de weg en 6 door fouten van voetgangers.’

(1)Een inventarislijst van het archief van de gemeentepolitie Heemstede 1852-1993 is samengesteld door mw.O.Govers-Terschegger (2002, aanvankelijk79 meter, waarvan 52 meter is vernietigd), herzien en aangevuld door Rob Schaap. In 2010. Het omvat 673 nummers op 42 bladzijden. Tevens is gedeponeerd het archief van de ‘Politie Sportvereniging Heemstede’(1985-1988). Als inleiding is een Geschiedenis van het archief en verantwoording van de inventarisatie toegevoegd. De opheffing van de gemeentepolitie in 1993, was de reden om het archief af te sluiten en over te brengen naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats. Als één van de deelnemers in het Noord-Hollands Archief, heeft de gemeente Heemstede het politiearchief vervolgens bij het NHA geplaatst.

Over meer recente informatie, zie ook Inventaris van het archief van de gemeente Heemstede 1930-1990; samengesteld door R.H.A.van Bruggen, 1997, inventarisnummers 2058-2080.

Intermezzo: de gewapende macht in de 17e en 18e eeuw

Ook al was Heemstede in vroegere tijden relatief klein, ofschoon het aantal inwoners in de periode van ambachtsheer Adriaan Pauw (1620-1653) bijna verviervoudigde tot bijna 1600 zielen, de heerlijkheid moest een bijdrage leveren aan de verdediging van het land en bovendien zorgen voor binnenlandse rust en orde. Schout en schepenen konden weliswaar beschikken over een bode voor kleine overtredingen (door genoemd college ter beoordeling) en misdrijven zoals hal misdrijven] e.d. in Haarlem voor de rechter of baljuw kwamen.

Gerard Pauw ontving op 11 februari 1655 een aanschrijving van Gecommitteerde Raden om binnen 8 tot 10 dagen een lijst te sturen van alle weerbare mannen van 18 tot 20 jaar om deze voor rekening van Heemstede te bewapenen. De ingezetenen van Berkenrode werden bij die gelegenheid vanwege hun geringe aantal bij die van Heemstede gerekend. Al op 6 maart bleken alle voorschriften en aanwijzingen te zijn opgevolgd en kon het legioen gemonsterd worden. De bewapening bestond uit 63 roeren met forquetten en bandeliers en verder 59 pieken. Enkele jaren later – de oorlogen met Engeland die tot genoemde bewapening der burgers de stoot had gegeven was inmiddels beëindigd – heeft de Heer van Heemstede deze pieken en roeren voor 389 gulden en 15 stuivers kunnen overnemen en zijn deze ondergebracht in de al door Adriaan Pauw in het slot ingericht wapenzaal, ook aangeduid met ‘geweerzaal’, die zich tot de afbraak van 1810 in het slot heeft bevonden. Het meeste is verdwenen, enkele wapens en rariteiten zijn via verzamelaar Willem Hekking in het Oude Doolhof van Amsterdam terecht gekomen, de voorlopen van het Amsterdams (Historisch) Museum.

Pentekening van Willem Hekking jr. van de wapenverzameling uit de Beeldenzaal in het Oude Doolhof te Amsterdam (voorloper van het Amsterdams Historisch Museum). Hekking schafte veel steek- en slagwapens aan toen het Oude Slot in Heemstede in 1810 werd gesloopt en daarmee ook de wapenzaal ontmanteld. Volgens Jacob van Lennep gingen talrijke beelden, wapens en curiosa voor fancyprijzen weg.

Pentekening van Willem Hekking jr. van de wapenverzameling uit de Beeldenzaal in het Oude Doolhof te Amsterdam (voorloper van het Amsterdams Historisch Museum). Hekking schafte veel steek- en slagwapens aan toen het Oude Slot in Heemstede in 1810 werd gesloopt en daarmee ook de wapenzaal ontmanteld. Volgens Jacob van Lennep gingen talrijke beelden, wapens en curiosa voor fancyprijzen weg.

Omstreeks 1750 beleefde Heemstede een inkwartiering van troepen van de Prins van Oranje. Die bestond overigens maar uit twee soldaten die hier als ‘gardes chasses’ gedetacheerd werden onder bevel van de Onder-houtvester Hortman in Haarlem en in herberg ‘het Wapen van Heemstede’ zijn ondergebracht. Uit die tijd is een afkondiging bewaard gebleven waarbij schout en schepenen aan de ingezetenen en vooral aan de neringdoenden de waarschuwing geven om aan de ingekwartierde militairen ‘en hunne vrouwen of kinderen, niet meer dan voor 6 stuivers in tien dagen te crediteeren.’

Aan verzamelaar van oudheden Willem Hekking is het te danken dat o.a. bovenstaande schildpadschilden bewaard zijn gebleven, tegenwoordig aanwezig in het Amsterdam Museum. Links beschilderd met met het geslachtswapen van de Heren van Bennebroek., vermoedelijk uit circa 1640-1650. Dergelijke schilden dienden overigens niet ter verdediging maar als decoratie.

Aan verzamelaar van oudheden Willem Hekking is het te danken dat o.a. bovenstaande schildpadschilden bewaard zijn gebleven, tegenwoordig aanwezig in het Amsterdam Museum. Links beschilderd met het geslachtswapen van de Heren van Bennebroek, vermoedelijk uit circa 1640-1650. Dergelijke schilden dienden overigens niet ter verdediging maar als decoratie.

Ook in 1813, toen bij het inde van het Franse bewind op alle gemeentebesturen van ons land een beroep werd gedaan in de algemene bewapening bij te dragen, besloot het provisioneel bestuur twee man uit te rusten en ter beschikking te stellen van ‘Zijne Koninklijke Hoogheid de Heere Prince van Oranje en Nassau, Soevereine Vorst der Vereenigde Nederlanden’. Per proclamatie is aan de burgerij medegedeeld, dat ‘ter rechthuize dezer gemeente een kist is geplaatst teneinde daar in te storten alle zoodanige vrijwillige gidten als de In- en Opgezetenen [= bewoners van de buitenplaatsen H.K.] dezer gemeente ten dienste van het vaderland en speciaal tot bevordering en ondersteuning van de algemeene wapening souden willen bijdragen.’ Uit de opbrengst van die inzameling zijn twee manschappen aangeworven, die elk een handgeld van dertig gulden ontvingen. Voor hun uitrusting is bovendien 150 carolus gulden uitgetrokken. In het besluiten-register van het Provisioneel bestuur is hieromtrent geboekstaafd: ‘Ook is goedgevonden ten blijken van gehechtheid deze gemeente aan onze doorluchtige Soeverein een aanbod te doen van twee manschappen opgezonden aan de Generaal Gouverneur der stad Amsterdam via een missive. Prompt beantwoordde die: ‘Dank voor de manschappen, maar waar blijven de honderdvijftig gulden? Blijkbaar was verzuimd deze mee te zenden en hoezeer de steun in natura dat wil zeggen de soldaten van hogerhand ook gewaardeerd werd, nog liever bleek men het geld te ontvangen. Nog geen week later, 27 december 1813, is aan alle gemeentebesturen een rondschrijven gericht ‘om de aanbieding van vrijwilligers niet meer in natura maar in somma gelds te dien.’

helm

Tijdens opgravingen in 1948 bij het Oude Slot in Heemstede werd een (decoratieve) helm gevonden, op bovenstaande foto met gesloten en geopend vizier

Over politie en gewapende dienst van de 17e tot 19e eeuw: Van Doorninck, inventaris van het archief van de heerlijkheid Heemstede, 1911, nummers 442 (1665: o.a. opgave van weerbare mannen van 18 tot 60 jaar, inclusief Berkenrode; 443: stukken betreffende wapens en munitie tijdens de Engelse zeeoorlog uit’ s Lands Magazijn in Delft en aan ingezetenen verstrekt, welke door Gerard Pauw bewaard werden in de wapenzaal van het Huis te Heemstede. Na verloop van tijd volgde restitutie van de wapens met suppletie van eventueel ontbrekende forquetten, bandeliers en pieken; 444: 7 februari 1750: waarschuwing van schout en schepenen aan ingezetenen en vooral neringdoenden ingekwartierde militairen voor niet meer dan 6 stuivers in tien dagen in rekening te brengen: 445: octrooi gegeven aan Jan Diderik Pauw geboren Hoeufft, heer van Heemstede om gedurende 15 jaar een bedrag van de ingezetenen te eisen voor de kosten van nachtwakers; idem octrooi 23 november 1787; 446: 21 juli 1785; Reglement vastgesteld door schout en schepenen van Heemstede op de exercitiën om de wapenhandel te worden geïnstrueerd.

 

Voor informatie uit de 20ste eeuw, zie ook: Inventaris van het archief van de gemeente Heemstede (1915) 1920-1929 (1936), 1997, inventarisnummer 488: stukken betreffende dienstplichtzaken, 1920-1926. 1 pak.

Verder: Inventaris van het archief van de gemeente Heemstede 1930-1990. 1997, inventarisnummers landsverdediging 1791-1801

Stukken betreffende vordering van diensten, goederen, voer- en vaartuigen enz. 1936-1953. Inventarisnummers 1802 tot en met 1816 hebben betrekking op de Duitse bezettingsperiode 1940-1945 en de gevolgen daarvan (vergoeding van oorlogsschade bovendien de inventarisnummers 253-259, 623, 1449-1452).

——————–

16e en 17e eeuw:

In 1591 is overeenstemming bereikt tussen de baljuw van Kennemerland en schout en schepenen van Heemstede over het arresteren en vonnissen van personen die een overtreding of misdrijf begingen.

26 augustus 1614 stond de Kamer van de rekeningen van de grafelijkheid van Holland toe aan de Heer van Heemstede op diens verzoek dat met ingang van die datum de baljuw van Kennemerland de helft van alle civiele en criminele boetes en confiscaties de delen, met dien verstande dat de baljuw de vijfde penning mag inhouden voor zijn werkzaamheden.

Gedwongen nachtveiligheidsdienst in de 18e eeuw: in de tweede helft van de 18e eeuw kwamen op een gegeven moment ettelijke diefstallen, inbraken, zelfs verscheidene moordaanslagen voor. En wat deed het bestuur van de ambachtsheerlijkheid? Zij verleende aan de ambachtsheer in 1765 een octrooi voor de tijd van 15 jaar om gedurende die periode van de ingezetenen te vragen voor nachtwakers te zorgen om vermelde misdrijven tegen te gaan. Onwillige betalers werden gerechtelijk vervolgd. Blijkbaar werkte deze gedwongen zorg voor de onderlinge veiligheid goed, want het octrooi is in 1787 vernieuwd. De gemeente had in die tijd slechts 296 gezinnen, namelijk 50 woonachtig op de Glip, in het dorp 42, rond de Zandvaart 56, het Crayenest 18 en bij de Meester Lottenlaan in de Hout 30.

================================================

Een moord op de Glip (1721) met als vonnis de doodstraf en ophanging aan een galg (1723)  Wim Cerutti schrijft in zijn boek ‘Het stadhuis van Haarlem'(2001), op pagina 135 het volgende voorval: ‘(…) Het lijkt wel of na 1700 een aantal groepen zigeuners tot zwaardere ciminaliteit verviel, mogelijk als reactie op de meedogenloze vervolging. Jannetje Verbeets, alias Melessine, geboren in Gorinchem, 48 jaar oud, had in 1721 met wee andere vrouwen een café  aan de Glip onder Heemstede bezocht. Onder het voorwendsel voor haar een schat te zullen vinden, hadden ze de eigenaresse uitgehoord en ontdekt dat daar wel wat te halen viel. Een maand later was Mellesine met zes man vanuit Amsterdam ’s nachts teruggegaan en hadden ze de herbergierster beroofd en vermoord. Na door de politie te zijn opgepakt deed de vierspraak van Kennemerland uitspraak op 18 juni 1723 en op 22 juni werd het vonnis voltrokken. Mellessine werd op het schavot geleid, door de scherprechter aan een galg opgehangen en met het koord gestraft tot de dood erop volgde. Nadat haar dode lichaam daar enige tijd tentoongesteld had gehangen, werd het afgenomen en naar het galgenveld gebracht. Daar werd het met de hals aan een paal geklonken op een rad (wiel) gezet, totdat het “door de lugt en ’t gevogelte des hemels” was verteerd.’

galg.jpg

De galg buiten Haarlem onder Heemstede door E.v.d.Velde, gegraveerd door P. Beerendrecht

 

 

Baldadigheden op de Glip in 1895 en een krachtdadig optreden van veldwachter van Essen uit Bennebroek, geassisteerd door jhr.A.H.van Wickevoort Crommelin (1)

De Oprechte Haerlemsche Courant plaatste 18 juni 1895 de volgende (anonieme) brief: ‘Gedurig wordt er door passerende vreemdelingen geklaagd over de baldadigheden, waaraan men te dezer plaatse, vooral des zondags, van de zijde van grote en kleine bewoners van dit gedeelte der gemeente Heemstede blootstaat. En niet zonder reden, niemand, die vreemd is, gaat hier ongemoeid voorbij! Ziet men naar de politieagent uit, dan doet men vergeefse moeite, dat de ambtenaar zondagsmiddags, wanneer hij om bovengenoemde reden hier de meeste dient zou doen, in de Hout moet zijn. Zo liet het gisteravond de spuigaten uit. O.a. werden een heer en dame, gezeten in een rijtuig, zonder de minste reden geslagen, ditmaal door een beschoten Bennebroeker jongen, die, wegens weerspannigheid en dronkenschap, pas tot 14 dagen veroordeeld was. Deze baldadigheid werd niet alleen toegejuicht door opgeschoten bengels, mar ook door ouderen met gelach begroet.’ Kees de Raadt voegde hieraan toe: ‘In Bennebroek werd wel, zij het met moeite, door de veldwachter opgetreden getuige het volgende bericht: “Toen woensdagmiddag 3 juli 1896, de gemeenteveldwachter Van Essen, de in hoogst beschonken toestand verkerende P.v.B. van Heemstede in verzekerde bewaring wilde brengen, werd hij daarin bemoeilijkt door de alhier wonende J.v.d.A. Omdat hij de veldwachter van achteren had aangegrepen was het niet mogelijk hem te boeien, tot dat eindelijk de heer A.H.van Wickevoort Crommelin van Heemstede, die juist per rijwiel passeerde, te hulp schoot. Nu konden hem de boeien worden aangelegd en werd B. – door hem in het kolenhok van het Raadhuis op te sluiten – onschadelijk gemaakt tot hij ter bestemder plaatse was gebracht.’

(1)Kees de Raadt. Kroniek van het jaar 1895. VOHB, 1994. Jannis van Essen is op 1 mei 1865 als bezoldigd veldwachter in Bennebroek aangesteld, in 1872 bovendien als onbezoldigd rijksveldwachter. Na 43 dienstjaren kreeg hij per 1 januari 1908 eervol ontslag. Hij werd opgevolgd door Taeke Bosch en in de jaren dertig zijn C.Duivenvoorde en W.Kranenburg als gemeenteveldwachters in Bennebroek benoemd.

 

De gemeenteveldwachters C.Duivenvoorde (links) en W.Kranenburg (rechts) poseren in 1935 samen met gemeentesecretaris C.Bregman voor de politiewoning achter het vroegere raadhuis aan de Rijksstraatweg in Bennebroek

De gemeenteveldwachters C.Duivenvoorde (links) en W.Kranenburg (rechts) poseren in 1935 samen met gemeentesecretaris C.Bregman voor de politiewoning achter het vroegere raadhuis aan de Rijksstraatweg in Bennebroek

Vervolg: de plaatselijke politie 

1eb1fb0b-949f-e7c3-c4c0-06e743c21752

Bericht uit het Haarlem’s Dagblad van 17 juni 1891

1eb1fb0b-949f-e7c3-c4c0-06e743c21752-1

Vervolg van bericht over aanhoudcen van inbreker uit het Haarlems Dagblad van 17 juni 1891.

ddd_010127278_mpeg21_p008_image

Wanordelijkheden en overvallen hadden rond 1900 meestal plaats tijdens de kermis of het jaarlijkse volksfeest van het biggenvangen. Verder kwamen in het weekennogal eens  vechtpartijen voor in café’s, meestal als gevolg van dronkenschap, Bij incidentele relletjes werden de relschoppers door de politie met gummistok en/of sabel. Bovenstaand een willekeurig krantenbericht van 10 augustus 1900.

ddd_010163912_mpeg21_p011_image

Bericht over zilveren ambtsjubileum van veldwachter  G.Bouman. In 1914 ging hij met pensioen, tevens als plv. gemeentebode, hij overleed in 1927 op 75-jarige leeftijd.

ddd_010891179_mpeg21_p002_image-1

G.Bouman in de pers geroemd als een slimme dienaar van de Heilige Hermandad (Uit: Nieuwsblad van het Noorden, 10-1-1905)

Na Bouman en Schotvanger is L.Pronk in 1906 als derde politieagent in Heemstede aangesteld. Overigens kon voordien ook al een beroep worden  gedaan op rijksveldwachters.De bevolking van Heemstede werd in 1911 opgeschrikt door een schietpartij, die ontstond toen een Duitse rijwieldief zich uit de voeten wilde maken. Bij een achtervolging, waaraan niet alleen de politie, maar ook plantsoenwachters en burgers deelnamen, werden verschillende mensen gewond. [zie als bijlage rechtbankverslag].

In het jaarverslag van de gemeente is het volgende verslag opgetekend: ‘Wegens buitengewone plichtsbetrachting bij de arrestatie van een rijwieldief, die op zijn vervolgers schoot, werd aan 2 veldwachters (Bouman en Schotvanger) een belooning van ƒ 10,- gegeven ieder aan één en aan één veldwachter ƒ 2,50. In de worsteling met den boef werden 2 burgers gewond, namelijk de plantsoenwachter W.Kollerie en de tuinbaas M.Bloemendaal. Zij werden op kosten der gemeente verpleegd en al hun verdere kosten werden hen vergoed. Bovendien kregen zij ieder ƒ25,- voor hun kordaat optreden. Bovendien werd van 7 personen, die het bosch waar de dief zich verborg doorzochten, en die ook kans hadden door revolverschoten te worden getroffen, ieder ƒ10,- toegekend en aan 7 personen die op wacht stonden ieder ƒ 2,50. Aan 385 doortrekkende personen werd koffie en brood verstrekt. Verder zij hierbij vermeld, dat B. en W. Schotvanger geheel op eigen kosten een politiehond had opgeleid die in juni 1911 het diploma A als speurhond behaalde. Hij bewees ook goede diensten bij de achtervolging van de zo-even genoemde rijwieldief waarbij de hond met een jachtgeweer werd doodgeschoten. De gemeenteraad vergoedde Schotvanger het verlies van den hond met een gratificatie van ƒ 100,- en deze kocht daarvoor twee nieuwe honden.’ Voornoemd Wild-West achtige voorval gaf de stoot tot reorganisatie van de politie. In plaats van de drie koddebeiers ofwel veldwachters kwamen een inspecteur en zes agenten, onder wie de heren Silvis en Mulder in dienst. In 1915 werd het corps opnieuw met een tweetal agenten uitgebreid, terwijl bij een nieuwe uitbreiding in 1916 werd overgegaan tot invoering van de rangen van agent 1e klasse en agent 2e klasse. In 1918 werd de rang van een hoofdagent ingesteld; het corps werd daarbij vergroot tot 16 man, Vrij snel op elkaar volgden toen verdere uitbreidingen, waardoor de politie in 1920 reeds 20 man telde. In 1924 volgde daarop een reorganisatie, waarbij voor de eerste maal ook een administratief politieambtenaar is aangesteld.

kemper1923

In 1923 wees inspecteur C.Kemper op een nijpend tekort aan politiepersoneel in Heemstede

bullenhofje

Politie-inspecteur C.H.Kemper was naast politie-inspecteur een verdienstelijk amateur-schilder.. Op bovenstaande foto een afbeelding van het Bullenhofje uit 1929. Zijn  zoon Charles Jean Kemper (geboren te Heemstede in 1913 en overleden te Rotterdam in 1985)  is professioneel kunstschilder geworden (HVHB)

Na aanvankelijk in het gemeentehuis te zijn gevestigd verkreeg Heemstede in 1923 na verbouwing van het voormalige postkantoor in de Raadhuisstraat een eigen politiebureau. Voorts waren er (tot de annexatie) twee politieposten, één in het Bosch en Vaartkwartier en één in de Glip. Men beschikte toen al over een motor met zijspan. Landloperij en openbare dronkenschap waren vanouds veelvoorkomende overtredingen, maar allengs kregen andere misdrijven de overhand. In 1918 zijn bijvoorbeeld 64 processen-verbaal opgemaakt wegens ontvreemding van rijwielen en in dat jaar zijn vijf mensen door geweld om het leven gebracht. Zoals te begrijpen heeft de annexatie van 1 mei 1927 haar invloed gehad op de omvang van het politiekorps, dat in dat jaar van 27 man op 21 personen werd teruggebracht. In de jaren daarop volgde opnieuw een langzame stijging. In 1932 was het corps al gegroeid tot 1 inspecteur, 2 hoofdagenten, een kantoorbediende (Ph.J.H.Steysel) en 15 agenten 1ste klasse. In 1937 is de kleurrijke hoofdinspecteur C.H. Kemper met pensioen gegaan en als nieuwe hoofdinspecteur van politie werd A.Berentsen benoemd.

berentsen

Portret van koroschef A.Berentsen, in Heemstede in functie als hoofdinspecteur  van 1937 tot 1943 en van 1945 tot 1961. In 1949 getuigde hij voor het gerechtshof tegen Anton van der Waals, die als spion de groep rond Broeder Jozed had verraden aan de Duitse Sicherheitsdienst.

Laatstgenoemde nam op zijn beurt in 1961 afscheid en is toen opgevolgd door W.H.G.Hetterscheid uit Velsen die tot 1967 bleef en promoveerde als korpschef in ’s-Hertogenbosch. Na Den Bosch promoveerde hij tot hoofdcommissaris van politie in Nijmegen (1967-1984). Geboren in 1924 is hij 28 augustus 1992 overleden.  Daarna nam J.C.Schuerveld Schrijver uit Baarn de functie over, die in 1978 op 60-jarige leeftijd met functioneel pensioen ging. Bij zijn afscheid had hij de pech dat een deel van het korps uit teleurstelling over het bevorderingsbeleid een boycotactie hield. Burgemeester Quarles van Ufford liet weren dat hij als korpsbeheerder verantwoordelijk was voor het benoemingsbeleid en dus niet de korpschef (NRC, 27-41978) Een maand later ontving de heer Schuerveld Schrijver, die ik mij  herinner als een aimabel en integer persoon,  een koninklijke onderscheiding.

politieschuerveldonderscheiding

(Nieuwe Rotterdamse Courant, 22 mei 1978)

Per 1 juni 1978 is C.J.A. (Cor) Couzijn, hoofdinspecteur in Noordwijk als zodanig in Heemstede benoemd. Laatstgenoemde nam in 1993 als commissaris afscheid om een functie elders te aanvaarden. Een jaar daarvoor in 1992 was hij tevens benoemd tot politiechef van Zuid-Kennemerland, behalve Heemstede + Bennebroek ook Bloemendaal en Zandvoort omvattende. In 2007 is als  korpschef van Duinrand de heer Khalid el Yattioui benoemd (in 2009 in de functie teamchef benoemd bij de politie Haarlem).

Van de heer Herman Rosendal ontving ik de volgende aanvullende informatie: ‘Het korps Heemstede is samen met het Bloemendaalse en Zandvoortse korps [Duinrand geheten] een commissariaat geworden. Daarvoor kende het korps zoals aangegeven een hoofdinspecteur met C.J.A.Couzijn als korpschef en met een F-adjudant als tweede man (namelijk adjudant tevens recherchechef B.W.Pelder). Begin jaren tachtig werd het korps een commissariaat en is korpschef Couzijn bevorderd tot commissaris. Dit schiep de mogelijkheid om een tweede man nu in de rang van een (hoofd)inspecteur aan te stellen. Als eerste werd die functie ingevuld door de uit het Rotterdamse korps afkomstige inspecteur R.Meijer. Het nieuwe  commissariaat had consequenties voor de inrichting van de organisatie. Met name de tot dan toe onder verantwoordelijkheid van de burgemeester als hoofd plaatselijke politie belast met toezicht en uitvoering van de vreemdelingenwetgeving (praktisch ingevuld door de afdeling Burgerzaken) ging over naar het korps en de commissaris-korpschef werd toen als hoofd plaatselijke politie daarvoor verantwoordelijk. Dit bracht verder met zich mee dat het korps een eigen afdeling Vreemdelingenzaken kende en vreemdelingen voor aanvragen of verlenging van verblijfsvergunningen bijvoorbeeld sedertdien niet meer  het gemeentehuis maar het politiebureau dienden te bezoeken. Ook de eerste asielzoekers in de jaren tachtig dienden zich in den lande voor een asielaanvraag bij een politiebureau aan te melden. Daar is in de landelijke politiek het nodige over te doen geweest.’

Bijlage: verslag van rijwieldiefstallen en Duitse deserteurs voor de Haarlemse rechtbank‘Als getuigen in de zaak van Herman Szameitat zijn de volgende getuigen gedagvaard: Geurt Kamphorst, Jan Schouten en Gijsbert Pieter de Jonge, de drie personen uit de Haarlemmermeer bij wie de 9 fietsen zijn gestolen, Marinus Kraan, Krüger de mede-dief, de veldwachters R.Pronk, Willem Schotvanger en Roelof Stoffer. Verder de verwonde plantsoenwachter Wilhelm Kollerie en de eveneens verwonde tuinbaas Maarten Bloemendaal; ook de tuinbaas Jacob Boon, Nicolaas L. van Schagen en de rijwielhandelaar Jacob Heins. Aan Krüger worden alleen rijwieldiefstallen ten laste gelegd. Getuigen zijn in deze zaak Geurt Kamphorst, waar fietsen gestolen zijn, de medebeklaagde Szameitat en de rijwielhandelaar Joh. Extra. Aan de orde is eerst de zaak van Szameitat. Daar S. verklaart Hollands te verstaan, wordt geen gebruik van een tolk gemaakt. Szameitat is in gevangeniskleding, evenals toen hij onlangs in de uitleveringszaak moest voorkomen. Krüger, die getuige is, en naast de getuigenbank, naast een veldwachter staat, is nog in zijn geruit colbertje met blauwe das. Szameitat bekent de hem ten laste gelegde diefstallen. Hij antwoordt steeds: ‘Jawel’ op de vragen van de President. Ook erkent hij, dat jij op 1 september bij Heins een fiets te koop had aangeboden en gevlucht was, toen de politie er aan te pas kwam. Hij heeft toen met een revolver geschoten om aan arrestatie te voorkomen. Verder erkent hij ook met die revolver geschoten te hebben bij het schuitenhuis, op Bloemendaal en een jongen. De President deelt de beklaagde mee, dat hij niet terechtstaat wegens het schieten met het geweer, dat hij van Bloemendaal had afgenomen. Op een vraag van mr.Merens verklaart beklaagde dat hij in de schuur maar één fiets heeft weggenomen, terwijl de dagvaarding diefstal van twee rijwielen ten laste legt. President: U hebt er toch twee uit de schuur gehaald? Szameitat: ‘Jawel, aber ick hebe ein staon late! ‘ President: Waarom? Szameitat: ‘D’r war kein saddel‘. De bestolenen bevestigen de diefstallen der rijwielen. Krüger, die thans als getuige voorkomt, verklaart maar ‘sehr wenigh Holländisch’ te kennen. De heer Wesseldijk, leraar in het Duits treeft daarom als tolk op. Krüger’s verklaringen zijn al evenmin interessant, als de voorgaande Krüger bevestigt ook volkomen, dat de toedracht der rijwieldiefstallen heeft plaats gehad, als de dagvaarding die heeft beschreven. Thans wordt voortgegaan met het horen van de bestolenen, namelijk Jan Schouten. Marinus Kraan heeft de fiets zonder zadel aan de slootkant gevonden. De rijwielhandelaar Van Schagen heeft een fiets gekocht van Szameitat. Deze gaf voor, dat hij z’n rijwiel weg wilde doen, daar hij in dienst moest. S. kwam nog een tweede maal, maar toen weigerde de handelaar, omdat hij de zaak vreemd vond.

De schietpartij

De rijwielhandelaar Heins, uit Heemstede, legt de verklaring af, dat S. in zijn winkel een rijwiel te koop aanbood op 1 september. Getuige, die gehoord had van rijwieldiefstallen, vertrouwde het zaakje niet en waarschuwde de politie. Toen de veldwachter Pronk in de winkel kwam, ging Szameitat er van door. Pronk, de rijwielhersteller en zijn knecht, gingen hem achterna. Tien loste S een schot op hen, doch niemand werd geraakt. S. vluchtte nu over de bollenvelden. Szameitat erkent ook zijn aandeel in de schietpartij met een herhaald: ‘Jawel’. Beklaagde rectificeert het door de President gevraagde in deze zin, dat de rijwielhandelaar niet getelefoneerd heeft, doch zijn knecht om de veldwachter had gezonden. De veldwachter Pronk vertelt over de achtervolging, daarbij bevestigende hetgeen de rijwielhandelaar daarover verteld heeft. Deze getuige is niet bij de schietpartij op Eindenhout en Vredenhof geweest. De plantsoenwachter Kollerie was die vrijdagmiddag in de Hout werkzaam. Hem en zijn kameraad Westbroek werd om assistentie verzocht. Met de tuinbaas zochten zij Vredenhof af. Toen zij bij het schuitenhuis kwamen en Bloemendaal de deur open deed, sprong Szameitat uit de schuur, met een revolver in de hand. Kolderie trachtte toen aan Szameitat de revolver te ontrukken. Dat gebeurde eerst, toen Szameitat twee malen een schot had gelost, welke schoten hem alle twee troffen, waarvan één schot in de lies. K. had hem een stol op het hoofd stuk geslagen. Kolderie is van 1 september tor 3 oktober in het Gasthuis verpleegd. Sinds die tijd is hij lopend patiënt. Sedert maandag neemt hij zijn dienst, bij wijze van proef, weer waar. Maar de kogel, die in zijn been zit, veroorzaakt hem pijn, als hij lang surveilleert. Gisteren toen hij vier uur surveilleerde, moest hij er bij gaan zitten. De getuige Bloemendaal verklaart, dat de veldwachter Schotvanger hem had gevraagd, of hij de vluchteling gezien had. Bloemendaal is zijn geweer gaan halen en onderzocht de buitenplaats met de plantsoenwachters. Zij vonden Szameitat in het schuitenhuis. Zij vonden Szameitat in het schuitenhuis. Getuige loste een schot uit zijn geweer, om alarm te maken. Hij had daarop Szameitat bij de pols gegrepen. Deze schoot nu telkens zijn revolver af, waardoor Bloemendaal éénmaal en Kolderie twee keer getroffen werd. Bloemendaal heeft nog last van de kogel, wanneer hij lang gewerkt heeft. De veldwachter Schotvanger deelt mee, hoe zijn politiehond “Piet” de vluchteling in de bossen van Eindenhout vond en hoe Szameitat de hond doodschoot. De tuinbaas Boon heeft met de veldwachter Stoffer de man achterna gezeten. Daarbij is Szameitat in de dij gewond. Beklaagde antwoordt op een vraag van de President dat hij niet veel last heeft van de verwonding. De veldwachter Stoffer uit Aerdenhout bevestigt, dat hij en Boon op Szamaeitat hebben geschoten. De eerste keer in de dij, later in de rug.

Requisitoir

De Officier van Justitie, zijn requisitoir houdende, wijst er op, dat men hier een bekentenis van de beklaagde heeft. De feiten staan ook vast. Spreker is niet gekomen met de tenlastelegging: doodslag of moord. Hij kwam dus niet met het laatste. Achtereenvolgens gaat de ambtenaar naar na de verschillende rijwieldiefstallen. Daarna komt hij tot de diefstal, gevolgd door geweld, en schetst de toedracht van de schietpartij. Spreker gaat na, hoe Szameitat zich niet heeft willen overgeven aan de politie, maar hij heeft, toen hij als een wild dier werd opgejaagd, twee oppassende mensen, die hun plicht deden, verwond. De Officier wijst er op, dat beklaagde voor de Duitse Krijgsraad zal terecht staan, wegens desertie maar ook wegens diefstal. Beklaagde kon zich niet schikken in de Duitse discipline en wilde in Holland zijn brood gaan verdienen. Daarom leerde hij onze taal. Spreker leidt af uit het kopen van een pistool en een groot aantal patronen, dat hij met voorbedachten rade handelde bij de schietpartij. Hij had zich voorgenomen om zich, als hij eens gepakt werd, tot het uiterste te verdedigen. De Officier vraagt veroordeling tot ZES JAAR gevangenisstraf.

Pleidooi

Mr.Merens, de verdediger van beklaagde, gaat eerst de rijwieldiefstallen na. Hij ontkent dat Szameitat het doel had, in de schuur twee rijwielen te stelen. Het rijwiel zonder zadel heeft hij eenvoudig verplaatst. Hij heeft uit een zekere baldadigheid het rijwiel aan de slootkant, voor iedereen zichtbaar, neergeworpen. Wat het laatst-ten-laste-gelegde betreft, ontkent pleiter, dat men hier te doen heeft met het misdrijf van artikel 312 artikel Wetboek van Strafrecht, namelijk diefstal met geweldpleging. Mr.Merens bestrijdt namelijk, dat hier een geval is van ontdekking, of betrappen op heterdaad, welk begrip aanwezig moet zijn bij diefstal met geweldpleging. Het arrest van de Hoge Raad, inzake de moord op de Nicolaas Witsenkade te Amsterdam, maakt uit, dat artikel 312 niet inhoudt twee feiten: diefstal en geweldpleging onder bepaalde omstandigheden. Hier nu heeft men niet te doen met diefstal onder bepaalde omstandigheden, maar wel met twee feiten: diefstal en geweldpleging. Want tussen diefstal en geweldpleging liggen tijdsverschil en plaatsverschil. De geweldpleging geschiedde ¾ dag later dan de diefstal geschiedde in Haarlemmermeer en de geweldpleging in Heemstede bijna in Haarlem. Bovendien, van op heterdaad betrappen kan niet gesproken worden, omdat dan de geweldpleeging onmiddellijk moet volgen op de diefstal. Dit is niet geschied, want na de diefstal, waarbij de heterdaad te pas moest komen, heeft weer een andere diefstal plaats gehad. Pleiter zegt aan het eind van zijn rede, dat hij misschien niet in het belang van zijn cliënt zou handelen, wanneer hij aan zou dringen op een lichtere straf, daar beklaagde wel niet veel lust zal hebben, om in Duitsland te komen. Maar mr.Merens wil desniettegenstaande in het licht stellen, dat Szameitat niet zulk een groot misdadiger is. Hij is meer een man met te groot zelfstandigheidsgevoel. In dienst kon hij het niet houden door het optreden van zijn onmiddellijke superieuren, de onderofficieren. Wellicht zal de Duitse Regering hem gaarne weer in het leger hebben, als zij hoort hoe hij zijn leven heeft verdedigd. Misschien zal hij nog wel eens onderofficier worden. Maar men zal eerst beginnen met beklaagde in Duitsland tuchthuisstraf te geven, dan vestingstraf en uiteindelijk moet hij weer in dienst. En dan begint het misschien weer opnieuw. Men mag rekening houden met de zware straf, die Szameitat in Duitsland te wachten staat.

Re- en dupliek

De Officier van Justitie verwijt de verdediger vitzucht, omdat hij aanmerking maakt op woorden in de dagvaarding, ofschoon die niet ten nadele der verdediging zijn. Mr.Hoyer houdt vol, dat men hier te doen heeft met diefstal met geweldpleging. Beide feiten zijn op één dag gebeurd. Overigens merkte spreker op, dat het begrip heterdaad door verschillende autoriteiten verschillend wordt uitgelegd. Mr.Hoyer ontkent ook, dat beklaagde een man is met een groot zelfstandigheidsgevoel. Szameitat heeft reeds gestolen voor hij in Duitsland in dienst ging.

Krüger’s aandeel

Thans staat Krüger terecht, wegens het hulpverlenen bij de diefstal van de eerste rijwielen. Krüger heeft de door Szameitat gestolen rijwielen in een boot geladen en vervoerd. Te Haarlem heeft hij een rijwiel te koop aangeboden aan de rijwielhandelaar Joh. Extra. De getuigen Kamphorst, Extra en Szameitat bevestigen de toedracht der zaak. Krüger wordt ondervraagd met behulp van de tolk, de heer Wesseldijk. De beklaagde bekent volledig het hem ten laste gelegde.De Officier zegt, dat het aandeel van deze beklaagde niet zo groot is, als dat van Szameitat. Deze laatste is meer de man die optreedt, Krüger is een meegaand man. De ambtenaar van het O.M. acht het ten laste gelegde bewezen en vraagt veroordeling tot een gevangenisstraf voor de tijd van EEN JAAR.

Pleidooi

Hierna was het woord aan de verdediger mr.Moens uit Beverwijk. De verdediger ontkende, dat hier aanwezig zou zijn het delict, waarvan beklaagde in de dagvaarding is beschuldigd. Hij bleef buiten in de boot wachten, toen Szameitat de fietsen stal. Het bleek niet, dat beklaagde de rijwielen heeft verborgen met de bedoeling om daardoor winst te krijgen. Na repliek van de Officier wordt de uitspraak – evenals in de zaak Szameitat – bepaald op maandag 20 november.  

Politievonnis 1911

Politievonnis 1911. Uit Haarlem’s Dagblad van 20 november 1911.

Gratificatie 'wegens buitengewone dienstbetrachting'

Gratificatie ‘wegens buitengewone dienstbetrachting’

Afschrift van verstrekte gratificatie boor burgemeester en wethouders van Heemstede, in bovenstaand voorbeeld aan tuinbaas J.Bloemenndaal

Afschrift van verstrekte gratificatie door burgemeester en wethouders van Heemstede, in bovenstaand voorbeeld aan tuinbaas J.Bloemendaal, ondertekend door burgemeester D.E.Van Lennep en gemeentesecretaris A.A.Swolfs.

Jaarlijks kwamen enkele moorden in Heemstede voor.

Een in Heemstede gepleegde moord die ook landelijk veel aandacht kreeg heeft plaatsgehad op 10 december 1871 toen de 38-jarige Pieter Keese in zijn woning werd doodgeschoten. De dader werd op basis van getuigen al snel door de politie gepakt, maar bleef tot het laatst ontkennen. In 1872 had het proces voor de rechtbank plaats waarbij gedurende een week tientallen getuigen zijn gehoord. De echtgenote van Keese had een verhouding met een 19-jarige kostganger en bedacht met hem het plan haar man uit de weg te ruimen, waarvoor een vriend die als oud-militair over een geweer beschikte werd ingeschakeld. Het vonnis van de rechter luidde dat de schutter en echtgenote levenslange tuchthuisstraf kregen opgelegd en de jongeman die een ongeoorloofde betrekking had 15 jaar opsluiting. De veroordeelden zijn in cassatie gegaan, maar het bewijs was dermate overtuigend dat hogere rechters het vonnis hebben bekrachtigd.

Tongeren1.jpg

In 1893 is bij Koninklijk Besluit aan beide levenslang gestrafte personen gratie verleend en kwamen zij na 20 jaar gevangenisstraf vrij.

 

In 1932 bestond het korps al uit 19 personen: een hoofdinspecteur (Ch.Kemper), 1 hoofdagent-rechercheur (J.Veen), 1 hoofdagent (H.Arnoldus), 15 agenten 1ste klasse, te weten W.Schoo, J.B.Jonkman, J.Mouw, H.Bakker, W.Uittenbogaard, A.Willemse, A.IJtsma, H.J.te Marvelde, E.M.van Pel, C.W.Schimmel, E.Kieft, P.H.van Emmerik, H.Dam, N.H.Pronk en J.Kroeze. Ten slotte werkte als kantoorbediende de heer Steijsel.

==================

overlaan2

Foto van Overlaan toen het nog raadhuis annex politiebureau was

 

Omstreeks 1900 telde Heemstede, intussen uitgegroeid tot een gemeente met 5.000 inwoners slechts twee politieagenten, de heren G.Bouman en W.Schotvanger, afgezien van De Belder als rijksveldwachter. Bouman was wat gemoedelijker dan de strenge Schotvanger (later tevens gemeentebode), met als nadeel dat hij wat meer in de maling werd genomen. Toch hadden ze met z’n tweeën volgens overlevering heel wat overwicht en gezag.

schotvanger

Het voltallig personeel van het raadhuis Heemstede in 1905, toen nog gevestigd in het pand Overlaan. Van links naar rechts: volontair mr.Wijkerheld Bosdom, veldwachter Bouman, gemeentesecretaris baron Collot d’Escury, de enige ambtenaar ter secretarie J.H.Snijder en veldwachter/gemeentebode W.Schotvanger, die inwonend in het ode raadhuis was en vanaf 1907 in het nieuwe bodehuis naar het nieuwe raadhuis. Na zijn pensionering in 1924 liet hij begin jaren twintig aan de Zandvaart bij de Witte Brug een huisje bouwen Dat Heemstede met omstreeks 5.000 inwoners het rond 1900 nog 2 veldwachters kon volstaan had er mee te maken dat de meeste mensen onderdanig en gezagsgetrouw waren.

Bij zijn 20jarig ambtsjubileum ontving W.Schotvanger een zilveren medaille van verdienste van de Nederlandsche Politiebond

Bij zijn 20jarig ambtsjubileum ontving W.Schotvanger een zilveren medaille van verdienste van de Nederlandsche Politiebond (Het Nieuws van den Dag, 4-12-1909)

poltiehonden

Op het landgoed Meer en Berg van jonkheer Deutz van Lennep werden wedstrijden voor politiehonden gehouden. Vanuit Heemstede deed daar politieman W.Schotvanger mee, belast met de politiehond genaamd ‘Piet’,  die hij zelf had opgeleid en in 1911 na het behalen van het diploma A als speurhond in datzelfde jaar door een Duitse crimineel is doodgeschoten. (Nieuwe Rotterdamsche Courant, 15-7-1911)

Apie Prins schreef in zijn memoires: ‘Als er gevochten werd kwam Bouman, de veldwachter met z’n grote snor en z’n wandelstok met een gouden knop, kalm aangelopen en zei: doe dat nou niet jongens, we kunnen beter samen een borrel drinken en kiep hij, gearmd met de ergste vechter, we en bracht hem naar huis en dat was helemaal niet opbrengen. Er was wel een cachot onder het raadhuis, maar daar bracht hij alleen stomdronken kerels heen om uit te slapen en als ze ’t te bar maakten. Dan kregen ze ’s morgens een kop koffie van z’n vrouw en een paar dikke boterhammen met spek en een sigaartje en was alles weer in orde’. Negentig jaar geleden, juni 1901, werd het volgende misdrijf, dankzij goed teamwerk van beide veldwachters als volgt opgelost, aldus een krantenbericht uit die tijd. ‘Een der van inbraak verdachte personen bij den landbouwer Van Bruggen in den Hout is gisterenavond omstreeks 11 uur door de beide Heemsteedse gemeente-veldwachters gearresteerd op het land achter het huis van Van Bruggen gelegen. Zij waren met hun beiden, de andere is in het Spaarne overgezwommen en zodoende ontkomen; het vinden van het gestolene in de onmiddellijke nabijheid heeft tot de arrestatie geleid. De aangehoudene is genaamd Pieter Paul Junge, geboren te Haarlem 6 januari 1878, van beroep metaaldraaier, wonende sinds vrijdag 28 juni te Amsterdam in de Binnenwieringstyraat, vroeger te Haarlem Lange Heerenvest 37. Hij is gehuwd en heeft twee kinderen, was vroeger in dienst bij de Hollandsche Spoorweg Maatschappij, doch is aldaar ontslagen omdat hij veroordeeld was wegens diefstal van een kooi met lijsters. De ontvreemde voorwerpen zijn zaterdag door den veldwachter Bouman teruggevonden onder den vloer van een prieeltje van den heer Victor, gelegen aan het Spaarne. Daar gegrond vermoeden bestond dat het gestolene daar later door de dieven zou worden weggehaald heeft de gemeentepolitie daar van zaterdag af de wacht gehouden, met het bekende gunstige gevolg De verdachte is naar het Huis van Arrest te Haarlem overgebracht.’

Verslag van een inbraak in 1901 uit de Opr.Haarlemsche Courant

Verslag van een inbraak in 1901 uit de Opr.Haarlemsche Courant

In 1911 bestond het politiecorps al uit 1 inspecteur, de heer Ch.Kemper, terwijl de heer R.Pronk als derde veldwachter in dienst was getreden. Zij verdienden ƒ 650,- per jaar en ontvingen elk ƒ 75,- voor uniformkleding. De veldwachter met dienstwoning en vrij brandstof moest ƒ 100,- terugbetalen.

Bij het zilveren regeringsjubileum van koningin Wilhelmina had in Heemstede een historische optocht plaats waarbij het bezoek van de Engelse koningin Henriëtte Maria aan Adriaan Pauw werd nagespeeld. Politiechef Ch. Kemper reed met sabel bij de hand voorop.

Bij het zilveren regeringsjubileum van koningin Wilhelmina in 1923 had in Heemstede een historische optocht plaats waarbij het bezoek van de Engelse koningin Henriëtte Maria aan Adriaan Pauw werd nagespeeld. Politiechef C.H. Kemper reed voorop met zijn sabel onder handbereik.

ILLUSTRATIES EN BERICHTEN

A. POLITIEBUREAUS

overlaan

Huize Overlaan, vroegere rentmeesterswoning van Bosbeek ,was van 1856 tot 1906 raadhuis annex veldwachterswoning en in de tuin bevond zich een arrestantenlokaal.

De kleine hofstede Overlaan heeft na 1850 o.a. heeft gefundeerd als rentmeesterswoning en is in 1855 door Adrian John Hope voor 250 gulden per jaar verhuurd aan de gemeente als raadhuis en veldwachterwsoning. In 1873 werd Clasina Alida Visser, gehuwd met jhr,Jean Paptist vn Merlen, eigenaresse van Bosbeek-Groenendaal. Bij de koop was ook Overlaan begrepen. In hetzelfde jaar tekenden waarnemend burgemeester van Wickevoort Crommelin die samen met de kleerbleker Hendrik Peeperkorn Janzoon en metselaarsbaas Pieter Vester het college van burgemeester en wethouders vormde, daarbij geassisteerd door gemeentesecretaris Dirk Wolbers, de koopacte waarbij “de huizing gebruikt wordende tot raadhuis, met erf en tuin” eigendom werd van de gemeente. Voor 5.000 gulden, waarvan 1.000 contant en de rest in vier jaarlijkse termijnen van 1.000 gulden, tegen een rente va 4%. Toen het pand als raadhuis te klein werd, heeft men in 1905 de grond gekocht, waarop het tegenwoordige raadhuis is gebouwd. Overlaan werd op 17 juni 1907 verkocht aan de timmerman-aannemer Willem Adriaan van Amstel, en heeft een aantal decennia dienst gedaan als dokterswoning van achtereenvolgens B.W.Colenbrander, , L.Laeyendecker en W.G.W.Loggers.  Over de geschiedenis van Overlaan, zie:J.W.G.van Doorn, in: HeerlijkHeden, nummer 93, augustus 1997, p. 136-145.

Nadat het post- en telegraafkantoor in 1922 naar een nieuw pand aan de overzijde van de Raadhuisstraat verhuisde kreeg dit monumentale pand uit 1889, Raadhuisstraat 27 de functie van politiebureau

Nadat het post- en telegraafkantoor in 1922 naar een nieuw pand aan de overzijde van de Raadhuisstraat verhuisde kreeg dit monumentale pand uit 1889, Raadhuisstraat 27 in 1923 de functie van politiebureau

In 1939 tijdens de mobilisatietijd zijn de ramen op de benedenverdieping met zandzakken beschermd. Het politiebureau deed toen tevens dienst als Centrale Commando post Luchtbeschermingsdienst.

In 1939 tijdens de mobilisatietijd zijn de ramen op de benedenverdieping met zandzakken beschermd. Het politiebureau deed toen tevens dienst als Centrale Commando post Luchtbeschermingsdienst.

In 1912 is in Heemstede Noord een hulppolitiebureau gebouwd aan de Boekenrodestraat in het Bosch en Vaartkwartier, in 1927 geannexeerd bij Haarlem. Op bovenstaande foto uit 1920 poseert het korps, toen al voorzien van een motorbrigade.

In 1912 is in Heemstede Noord een hulppolitiebureau gebouwd aan de Boekenrodestraat in het Bosch en Vaartkwartier, in 1927 geannexeerd bij Haarlem. Op bovenstaande foto uit 1920 poseert het korps, toen al voorzien van een motorbrigade. Op de voorgevel van het pand zien we nog het gemeentewapen van Heemstede. Links staat inspecteur en korpschef C.Kemper.

Het hulpbureau van de politie Heemstede in het Bosch en Vaartkwartier heeft na de annexatie van 1927 nog een aantal jaren dienst gedaan als hulpbureau van de politie Haarlem (Pagina uit: Bosch en Vaart; van Heemsteedse buitenplaats naar Haarlems stadskwartier. 1992, pagina 138

Het hulpbureau van de politie Heemstede in het Bosch en Vaartkwartier heeft na de annexatie van 1927 nog een aantal jaren dienst gedaan als hulpbureau van de politie Haarlem (Pagina uit: Bosch en Vaart; van Heemsteedse buitenplaats naar Haarlems stadskwartier. 1992, pagina 138

De Heemsteedse motorbrigade (met zijspan) op een foto uit 1925

De Heemsteedse motorbrigade (met zijspan) op een foto uit 1925

In 1912 is behalve in Heemstede-Noord ook in het zuidelijk deel van de gemeente, de Glip een velwachterswoning met arrestantencel en brandspuitenbergplaats gebouwd. De eerste bewoner van de dienstwoning was politieman B.Silvis met zijn gezin. Tegenwoordig heeft het pand de status van een gemeentelijk monument.

In 1912 is behalve in Heemstede-Noord ook in het zuidelijk deel van de gemeente, de Glip een velwachterswoning met arrestantencel en brandspuitenbergplaats gebouwd. De eerste bewoner van de dienstwoning was politieman B.Silvis met zijn gezin. Tegenwoordig heeft het pand de status van een gemeentelijk monument.

Zicht op de voormalige poltiecel op de Glip, waar in het verleden menige opgebrachte dronkaard zijn roes heeft uitgeslapen, om de volgende dag na een procesverbaal weer huiswaarts te keren.

Zicht op de voormalige politiecel op de Glip, waar in het verleden menige opgebrachte dronkaard zijn roes heeft uitgeslapen, om de volgende dag na een procesverbaal weer huiswaarts te keren.

Verhuizing in 1966 van het politiebureau aan de Raadhuisstraat in 1966 naar een gloednieuw pand aan de Cruquiusweg

Verhuizing in 1966 door toenmalig verhuisbedrijf A.J.Behage uit Heemstede – het andere verhuisbedrijf in Heemstede was Wesseling aan de Oude Posthuisstraat – van het politiebureau aan de Raadhuisstraat in 1966 naar een gloednieuw pand aan de Cruquiusweg (Hans Behage)

Artikel over komende verhuizing van het oude naar een nieuwe kantoor

Artikel over komende samenvoeging van de Heemsteedse gemeentepolitie met Bennebroekse rijkspolitie en plannen voor een nieuw pand n de Cruquiusweg, is na vergeefse plannen voor een nieuw gebouw aan de Sportparklaan verhuizing naar de Kerklaan geworden, na verhuizing van de openbare bibliotheek naar de voormalige Dreefschool

Ansichtkaart van het in 1966 gebouwde politiebureau aan de Cruquiusweg

Ansichtkaart van het in 1966 gebouwde politiebureau aan de Cruquiusweg

politie.jpg

Bij de opening in 1966 verscheen een brochure: ’24 uur paraat’ met informatie over de bouw [architect B.J.J.M.Stevens, aannemer: V.de Vries Bouwbedrijf te Haarlem] met illustraties. Op bovenstaande afbeelding de schietbaan

gemeentepolitie

Suikerzakje van gemeentepolitie Heemstede (Catawiki)

 

Artikel over het nieuwe politiebureau dat in 1966 aan de Cruquiusweg gereed kwam

Artikel over het nieuwe politiebureau dat in 1966 aan de Cruquiusweg gereed kwam

Het politiebureau aan de Cruquiusweg op een foto uit 1988

Het politiebureau aan de Cruquiusweg op een foto uit 1988

Nog een foto van het politiebureau Heemstede aan de Cruquiusweg

Nog een foto van het politiebureau Heemstede aan de Cruquiusweg

thunnissen

Na een verbouwing is in het voormalig politiebureau aannemer Thunnissen gehuisvest, zich tevens bezighoudend met ontwikkeling, beheer en onderhoud van vastgoed.

Thunnissen1.jpg

Entree van kantoor aanmemersmaatschappij Thunnissen.

 

Het tegenwoordige politiebureau, Kerklaan 61, Heemstede

Het tegenwoordige politiebureau, Kerklaan 61, Heemstede

B. AFBEELDINGEN/BERICHTEN POLITIE HEEMSTEDE

Bouman.png

G.Bouman. Bericht uit de Oprechte Haerlemsche Courant, Zondagsblad 1906

 

Veldwachter Bouman begin vorige eeuw surveillerend op de IJzeren brug. Rechts het bodehuis van beurtschipper Huijg

Veldwachter Bouman begin vorige eeuw surveillerend op de IJzeren brug. Rechts het bodehuis van beurtschipper Huijg. De dienstijver van Bouman werd algemeen geroemd. In 1894 arresteerde hij met twee Haarlemse agenten de beruchte inbreker Coolen, destijds de schrik van Kennemerland, voor welke daad Bouman een horloge met inscriptie ontving alsmede een eervolle vermelding in het Algemeen Politieblad.

 

Koningin Wilhelmina passeert in 1915, mobilisatietijd, de IJzeren Brug. Zij wordt daarbij ook te paard begeleid door inspecteur Ch.Kemper

Koningin Wilhelmina passeert 11 augustus 1916, mobilisatietijd vanwege de grote oorlog, de IJzeren Brug op weg naar Groenendaal en vervolgens Bennebroek. Zij wordt daarbij, ook te paard, begeleid door haar adjudant. Langs de weg met helm en saluerend staat inspecteur C.H.Kemper

November 1917 trok door Heemstede een optocht als teken van aanhankelijkheid naar koningin Wilhelmina. Honderden royalistische Heemstedenaren liepen mee. Op de foto passeert men de Van Merlenlaan richting Herenweg. Voorop lopen de politieagenten v.l.n.r. Zwartkruis, Silvis, Uittenboogaard en Veen. In het rijtuig zit de heer Pronk, hoofd van de Sint Jsephschool en bestuurslid van het Comité Viering Koninginnefeesten. Daarachter volgt de nog altijd florerende harmonie Sint Michaël

November 1918 dreigde in ons land een revolutie. Door Heemstede trok een optocht om aanhankelijkheid te betuigen aan koningin  koningin Wilhelmina. Honderden royalistische Heemstedenaren liepen mee. Op de foto passeert men de Van Merlenlaan richting Herenweg. Voorop lopen de politieagenten v.l.n.r. Zwartkruis, Silvis, Uittenboogaard en Veen. In het rijtuig zit de heer Pronk, hoofd van de Sint Josephschool in zijn functie als penningmeester van het Comité Viering Koninginnefeesten. Daarachter volgt de nog altijd florerende harmonie Sint Michaël

kemper2

Foto uit 1920 bij de moestuin van Groenendaal [waar nu de tennisbanen liggen]. In de door 2 geiten getrokken wagen Ina de Wilde, dochter van Daan de Wilde. In midden inspecteur van politie in Heemstede C.H.Kemper

Kemper5.png

Opening van het gemeentelijk sportpark in Heemstede in 1932. Staande vierde van links: politieinspecteur C.H.Kemper

 

 

politiekemper1-12-1932

Politieinspecteur C.H.Kemper vierde in 1932 zijn zilveren jubileum als politieman. Een bijschrift invoeren

politiekemperjubileum

Foto genomen bij het zilveren jubileum van C.H.Kemper december 1932.In 1912 is hij in Heemstede benoemd, na eerst 1 jaar in Amsterdam en vervolgens  3 jaar als adjunct-inspecteur in Haarlem te hebben gewerkt. Kemper deed zich kennen als  een buitengewoon kleurrijk figuur binnen de Heemsteedse samenleving, voor de duivel niet bang. In 1925 braken relletjes uit bij het bezoek van koningin Wilhelmina aan de Flora in Groenendaal. Een ooggetuige meldde: ‘De koningin moest langs een omweg de expositie ingeloodst worden. Er werden enige relschoppers opgepakt en er dromden wel 100 op rellen beluste jongeren voor de hoofdingang van het politiebureau in de Raadhuisstraat, waarop de schuifluiken uit angst voor de ramen werden geschoven.  Kemper werd gewaarschuwd, een driftige kerel. Hij stelde zich binnen even op de hoogte, ging alleen naar buiten, greep met iedere hand twee personen en sloeg ze met de koppen tegen elkaar. Aldus veegde hij de Haarlemmers met succes van de hardstenen entreetrap. Voor toegestroomde Heemsteders een machtig gezicht! Kemper hield wel van die huzarenstukjes, maar was vanwege zijn escapades op het persoonlijk vlak niet overal even geacht, want zijn escapades – hij hield van meer dan 1 glaasje – hadden wel eens vervelende gevolgen. Zo sloeg hij eens in café Haarlemmermeer aan het Wilhelminaplein een man zodanig, dat de ruzie door derden gesust moest worden.  Kemper was medeoprichter van woningbouwvereniging Heemstede’s Belang en bleef bestuurder van 1919 tot 1938.Zijn dominante persoonlijkheid en heftig karakter leidde af en toe tot botsingen. Zo kwam hij  al bij de tweede algemene ledenvergadering in conflct met voorzitter Stoutjesdijk, ook een dominante persoon (oud generaal-majoor!), die dreigde af te treden, waarna Kemper inbond en zich verontschuldigde voor zijn impulsief gedrag en de zaak is bijgelegd. In 1927 klaagde jonkheer M.C.Alewijn (Nicolaas Beetsstraat 3) over loslopende kippen die zijn tuintje omwroetten. Het bestuur van ‘Heemstede’s Belang’ vroeg toen aan zijn buurman (tevens bestuurslid en politiechef) Kemper voortaan zijn pluimvee vast te houden teneinde zijn adellijke buurman niet ontrieven. Kemper kon ook uitstekend schaatsen en had veelal als partner Mien van Schagen, tante van garagehouder Jaap van Schagen. Ook tekende Kemper als hobby en was hij lid van het kunstenaarsgenootschap Kunst Zij Ons Doel. Zij zoon  Charles Jean Kemper (1913-1985) werkte als aquarellist in Rotterdam en omgeving, een andere zoon had met zijn echtgenote een lijstenmakerij en winkel met gravures e.d, ‘Atlas Art’, in de Raadhuisstraat, later verhuisd naar de Hugo de Grootlaan.

kemper6

Afscheid van inspecteur C.H.Kemper (Eerste Heemsteedsche Courant van 26-2-1935)

politieafscheidkemper

Foto genomen in 1935 bij het afscheid van Heemsteeds politieinspecteur C.H. Kemper

kemper3

Afscheid van C.H.Kemper als politieinspecteur in Heemstede (Haarlem’s Dagblad 1935)

kemper4

Op een gedenksteen uit 1921 van ‘Heemstede’s Belang zijn ook de namen van 5 eerste bestuursleden gebeiteld: J.W.Stoutjesdijk, C.H.Kemper, J.Verheus, O.F.de Wilde en J.P.A.Wiegman

kemperberentsen1937

Op 22 september 1937 is A.Berentsen, in 1900 te Arnhem geboren,  als korpschef benoemd als opvolger van C.H.Kemper, een functie die hij tot 1961 zou vervullen.

berentsen1

In 1933 brandde de woonschuit uit van de familie Van der Schaaf. Men was onverzekerd en vond tijdelijke huisvesting elders. Enkele jaren  later is met hulp van o.a. wethouder-aannemer C.A.M.Jonckbloedt(midden met gleufhoed op) en jonkvrouw W.F.van der Goes (rechts van hem op de foto) een nieuwe woonschuit overgedragen aan de gedupeerde familie, ‘Reconnaissant’ genoemd. Achter de wethouder staat politieambtenaar Ph.Steysel. Derde van links zien we de toen  pas benoemde politieinspecteur  A.Berentsen die bij de overdracht een toespraak hield. Op de foto staan verder o.a. ‘Janbaas’ Neeskens, Henk en Toon van der Eem, Arie, Niek en Henk Leuven, Henk van Bakel, Jan Groenland en Lucy Hilten van het Maatschappelijk Hulpbetoon.

berentsen2

Jubileumviering van de familie Laimböck op Berkenrode. Links van het echtpaar zien we politiechef A. Berentsen en  rechts  met hoed in de handen gemeentesecretaris N.Vos

 

berentsen

Rechtsboven in uniform hoofdinspecteur Berentsen bij het proces van Anton van der Waals in 1948E

 

 

 

 

politie20

Foto van de afscheidsreceptie van hoofdinspecteur politie Heemstede A.Berentsen in 1961 (de derde persoon van links met naast hem zijn echtgenote).De Heemsteedse Courant van 1 juli 1961 berichtte hierover onder meer: ‘In het Verversingshuis ‘Groenendaal’ heeft het gemeentebestuur de vorige week afscheid genomen van de chef van het gemeentelijk politiecorps, de hoofdinspecteur A.Berentsen. Het werd een indrukwekkende plechtigheid waarbij nog eens duidelijk bleek welk een belangrijke plaats de heer Berentsen in de gemeente ingenomen heeft. Daarvan getuigde in eerste instantie burgemeester Van Rappard, die de heer Berentsen een bezielende leider van een goed georganiseerd korps noemde; een moedig en karaktervol mens die zijn taak voortreffelijk vervulde. Als dank voor zijn vele werk bood de burgemeester hem namens het gemeentebestuur een gouden dasspeld, met daarop het wapen van Heemstede gegraveerd, aan. (…)’ Twee jaar na zijn pensionering overleed de heer Berentsen en is zijn stoffelijk overschot  op de algemene begraafplaats in Heemstede ter aarde besteld.  

politieharinga

Wielrenster en politieagente in Heemstede  Ingrid Haringa na het behalen van het wereldkampioenschap op de baan sprint 26 augustus 1991 (foto Marcel Antonisse). Bij de Olympische Speken van 1992 en 1996 won zijn in totaal 3 medailles: 2 x brons en 1 keer zilver. Ingrid Haringa, die in Hoofddorp woonde, was ook een succesvol schaatster.

pelder

Extra drukte voor de politie gaven midden jaren 70 de demonstraties voor en tegen de abortuskliniek Beahuis/Bloemenhove en in de jaren 80 vanwege perikelen met krakers e.d. rond Eikenrode. Op bovenstaande foto zien we pater Koopman en zijn volgelingen op de Herenweg demonstreren tegen het aborteren en lijkt adjudant B.W.Pelder (in burger) de priester de weg naar het hiernamaals te wijzen.

couzijn1

C.J.A.Couzijn vanuit Noordwijk opvolger als korpschef van J.C.Schuerveld Schrijver in 1978 (Leidse Courant, 28 april 1978)

 

couzijn

Portret van hoofdinspecteur, tevens districtschef Zuid-Kennemerland, C.Couzijn, die in 1993 afscheid nam, werd politiechef district IJmond en in 1996 benoemd tot directeur van het politie-opleidingscentrum Noord-Holland. Als opvolger tot districtschef Zuid-Kennemerland is in 1994 A.van der Hurk benoemd.

politie2

Benoeming van M.J.Boudewijn tot inspecteur, tevens plaatsvervangend korpschef in Heemstede (later als districtschef van IJmond benoemd)

C.  GROEPSFOTO’S POLITIE HEEMSTEDE

politieraadhuis1917

Het politiekorps van Heemstede anno 1917 staat hier afgebeeld voor het vrij nieuwe raadhuis. De leiding van het korps was in handen van inspecteur C.Kemper. Van links naar rechts staan opgesteld: de agenten Pronk, J.Veen, J.Visser, H.Arnoldus, C.Kemper (inspecteur), G.Kruiderink, W.Zwartkruis, H.Mulder, B.Silvis en J.van der Vliet

politie17

Uit de jaren dertig van de vorige eeuw dateert bovenstaande foto.  Vermoedelijk gemaakt gemaakt tijdens een scholingsbijeenkomst omdat hierop ook personen van elders staan afgebeeld. Van de volgende personen is tot op heden de naam achterhaald. Zittend tweede van rechts: inspecteur C.H.Kemper. Bovenste rij tweede van links H.J.te Marvelde, derde van rechts B.Silvis en vijfde van rechts hoofdagent-rechercheur J.Veen.  Op het schoolbord is met krijt een geschiedkundige berekening te zien.

politie18

Burgemeester mr.A.G.A.ridder van Rappard inspecteert bij zijn zilveren ambtsjubileum als burgemeester in 1961 het politiekorps van Heemstede

politie1937goed

Foto in 1937 genomen op het dak van het politiebureau aan de achterzijde, bij het zilveren ambtsjubileum van Bas Silvis.  Zittend van links naar rechts zien we de volgende personen; W.Schoo (met kaplaarzen, was motorordonnans), H.Mulder (die later een ijzerhandel aan de Zandvoortselaan heeft gehad), C.H.Kemper (inspecteur. die aan de Haven woonde), jubilaris Bastiaan Silvis, J.Mouw, Ph.J.H.Steysel (administratief medewerker), en F.H.van Emmerik (die in zijn vrije tijd linoleum- en houtsneden vervaardigde van lokale taferelen). Staande v. l.n.r.: J.Kroeze (de eerste motoragent in Heemstede), E.Kieft , G.M.Spoor (?), H.Brouwer (later inspecteur geworden), Van Kampen,  Te Marvelde, J.B.Jonkman, mevrouw Veldhuyzen, A.IJtsma en W.Uittenboogaard (beiden in burger), A.Willemse (vader van de latere wethouder G.Willemse), C.W.Schimmel, een onbekende, M.A.Houkes, H.Bakker (bijgenaamd ‘Heintje Peerd’, omdat hij lid was geweest van de paardenbrigade der marechaussee), Vroon en helemaal rechts Evert van Pel, die in zijn tijd bekend stond als een model-verkeersregelaar die vaak te vinden was op in het midden van de hoek Zandvoortselaan-Lanckhorstlaan-Herenweg en hij was tevens zo’n kwart eeuw voorzitter van het gemeentelijk fanfarecorps Excelsior. Op de foto ontbreken de op dat moment dienstdoende agenten H.Arnoldus, J.Veen sr. en H.Dam.

politie1949

Het politiekorps van Heemstede in 1949 bij het afscheid van burgemeester jhr. van Doorn. Bovenste rij v.l.n.r.: Redeker, Prins, Rienstra, Van Leeuwen, Möhlman, Van Zwol, Goedhard, Loogman, Pelder, Visscher. Middelste rij: De Oude, Gordijn, Boeveld, S.Salomons, Wels, Gerrits, Van Zutphen, Dam, Rip, Hildebrand, Breembroek, Aan de Kerk. Onderste rij; De Gier, Keur, Bos, Van den Berg, Kroeze, Schimmel, Van Emmerik, Te Marvelde, hoofdinspecteur Berentsen, burgemeester Van Doorn, Dobbe (plaatsvervangend hoofdinspecteur) , Steysel, Van Pel, Vroon, Stoop, Garrels, Van Croonenburg en Keur.

politie1961

Foto op 1 april 1961 genomen in wandelbos Groenendaal bij gelegenheid van het afscheid van korpschef de heer A.Berentsen. Opvallende bij deze politiemannen zijn de witte uniformpetten, welke werden gedragen door de verkeerspolitie. Ook treft men functionarissen in burger aan. Zij behoorden tot de recherche en de administratie. Zoals men ziet bestond het korps uitsluitend uit mannen. Van vrouwelijke politieagenten had men in 1961 nog niet gehoord.  Op de achterste rij staande taande van links naar rechts: Elberse, S. Salomons, Boeters, Van den Berg, Kovacsek, Gerrits, Brouwer, Visscher, Breembroek, Rienstra, Loogman, Fonkert, Laarhoven, Polak, Boerrigter, Prins, Redeker, Van Wouw, Boesveld, Van Leeuwen, Van Rip en Van Zwol. Zittend de heren  Gordijn, Schuilenburg, Van Croonenburg, Salomons, Last, Dobbe, burgemeester A.G.A. ridder van Rappard, Berentsen, H.Brouwer, Stoop, Pelder, Steijsel, V.d.Krogt.

====================================================

politieplantsonwachters1921.jpg

Na de aankoop door de gemeente Heemstede van Groenendaal en aanleg tot wandelbos zijn boswachters aangesteld, gekleed in groene uniformen en met een wandelstok.  Weliswaar geen politieagenten, maar wel met bevoegdheden als het houden van toezicht en bewaren van orde, vergelijkbaar met de latere milieuagenten. De 7 plantsoenwachters waren allemaal in dienst van de gemeente en hielden enkel in de weekenden toezicht in Groenendaal. Op bovenstaande foto’s poserend voor de Belvedere in 1921. Omdat de tot dan gedragen uniformen slecht zaten is toen nieuwe dienstkleding aangeschaft, geleverd door de firma W.A.Hassing in Amersfoort.  Van links naar rechts: A.Willemse (de latere politieagent, die zelf in een dienstwoning van Groenendaal woonde), T.Saarloos, Th. van den Berg, H.Walet, F.Burger, ‘Janbaas’ Neeskens en D.Beck.

================

 

pol

Korpsbrevet van gemeente politie Heemstede (rechts) en van reserve politie Heemstede

AFSCHEID VAN EEN GEWAARDEERD POLITIEMAN: E.M. (EVERT) VAN PEL

Adjudant Van Pel 37 jaar de politie gediend

Op oudejaarsdag 1956 heeft adjudant E.M.van Pel na 37 jaar trouwe dienst bij de Heemsteedse politie zijn uniform in de kast gehangen. Zou er één Heemstedenaar zijn, die hem niet kent?  In de tijd dat onze gemeente zich heeft ontwikkeld van boerendorp tot forensenplaats, was daar ook steeds politieman Van Pel. Hij zit in de huiskamer in de Timorstraat tegenover tegenover ons als een vitale vijftiger. In werkelijkheid is hij de zestig gepasseerd. Ja, zeven en dertig jaar politiedienst. En zijn gedachten gaan terug naar de tijd, dat de petroleumlantaarns schaars de Heemsteedse straten verlichtten. De oude baas, die met een laddertje op zijn nek van lamp tot lamp ging om ze aan te steken, had het vaak zwaar te verduren van de kwajongens die allerlei streken met hem uithaalden.

Vechtpartijen

Het was ook de tijd, waarin practisch elke zaterdag- en zondagavond na aankomst van de laatste tram uit Haarlem een stevig robbertje gevochten werd. Van Pel was dan ook meestal present om de orde te herstellen. Dat is toch lange tijd een belangrijk onderdeel van zijn taak geweest. Vele lezers zullen zich nog herinneren, hoe hij de IJzeren brug, het Res Novaplein en andere plaatsen de baldadigheden van de opgeschoten jeugd schrikwekkende vormen konden aannemen. Ja, met die jeugd heft Van Pel het nogal eens aan de stok gehad. Er zijn altijd van die knapen, die willen zien hoe ver je met een dienaar van het gezag kunt gaan. Veel tact en zelfbeheersing is dan op zijn plaats. Bijvoorbeeld die keer – en bij deze herinnering glijdt een glimlach over zijn gezicht – in de buurt van het aloude Wilhelminaplein. Een troep belhamels had Van Pel weer eens achter zich aan In vliegende vaart ging het de Molenwerfslaan op. Daar verdwenen de kwajongens achter een huis. Van Pel volgde op de fiets. Het bleek in valstrik. Politieman Van Pel reed in vol ornaat in een op het erf gelegen kalkput. Zijn uniform was naar zijn grootje. Zijn prestige kreeg een lelijke deuk. DE volgende avond vroeg een van de knapen, toen Van Pel weer passeerde, kwasi aan de anderen: “Heb jij wel eens in een kalkput gezeten?” Van Pel hield zich goed. Na een dag of wat vond hij het welletjes. weer treiterde de hatelijke vraag hem in de orden. “Ja jongens, ik heb inderdaad in de kalkput gezeten. Zelf heb ik er misschien nog het hardst om gelachen”. Er werd niet meer over gepraat. Het prestige was gered. Mogelijk zijn er onder de lezers eerbare huisvaders – wellicht zelfs al grootvader – die bij het lezen van dit voorval zichzelf herkennen. Iedere dag wordt Van Pel begroet door mensen, die hem nog kennen van de tijd dat zij nog op school waren. Van Pel kent ze meestal alleen maar van gezicht.

Eerste verkeersagent

Hoevelen van deze mensen zullen in die lang voorbije jaren niet door Van Pel zijn geholpen, als zij van en naar school een verkeersweg moesten oversteken! Want zo aan het eind van de jaren twintig, nam ook in Heemstede verkeer toe. Dan kom men Van Pel bijv. in actie zien bij de Jozefschool, waar de jeugd de Herenweg moest passeren. Hij was in 1927, de eerste verkeersagent van Heemstede op het beruchte kruispunt Herenweg-Zandvoortselaan, het punt dat hem altijd het liefst is gebleven. Ook de schoolverkeersexamens, die in 1935 voor het eerst plaats vonden, hebben altijd zijn hart gehad. Behalve en liefhebber van muziek – in 1925 was hij één van de oprichters van “Excelsior”, bij welk muziekkorps hij 28 jaar het voorzitterschap bekleeddde – is adjudant altijd een actief sportman geweest. Zo’n twaalf jaar geleden ontstond op zijn initiatief de Politie Sportvereniging Heemstede. Vooral tot de wandelsport heeft hij zich aangetrokken gevoeld.

pel

In 1903 is de harmonie ‘Eensgezindheid’ in Heemstede opgericht en in 1925 ‘Excelsior’, aanvankelijk bestaande uit gemeente- en politiepersoneel. In 1957 gingen beide verenigingen een fusie aan. Bovenstaande foto is in 1950 geschoten bij het zilveren jubileum van Excelsior. Eerste rij v.l.n.r.: G.van Bakel, P.Veerman, J.EWelters, W.van Slooten, J.Sloof. Tweede rij o.a. EVERT VAN PEL, C.Davelaar, G.Vermeer, de bekende dirigent Renier van ’t Hof (de corpulente man met hoed), J.Krabbendam, Hoonaart, Kuipers, Smit en A.Vermeer. Derde rij: S.van Bakel, Krabbendam, H.v.d.Zwan, Vogel, P.van Tol, J.Dollé, Chris Vijzelaar, T.Verrijzer, G.Does, Heidlager en Vorst. Bovbenste rij: A.Goossens, de Kadt, G.de Boer, Kulk, Grüter, Sloof en De Wilde.

 

Adjudant Van Pel bij zijn afscheid geridderd

Behalve burgemeester Van Rappard, hoofdinspecteur Berentsen en inspecteur Van Dobbe was practisch het hele politiecorps naar het Verversingshuis getogen om afscheid te nemen van zijn adjudant E.M.van Pel. “Behalve verdriet en weemoed vervult ons ook dankbaarheid over de wijze, waarop gij uw dienende taak hebt vervuld. Gij hebt altijd de stijl in het oog gehouden”, aldus de burgemeester, “en als een van de oude garde zijt gij altijd een voorbeeld voor de jongeren geweest”. Toen hing de spreker zijn ambtsketen om en deed voor de scheidende politieman en zijn verwanten volkomen verrassende mededeling, dat de Koningin adjudant Van Pel had benoemd tot ridder in de Orde van Oranje Nassau. Daarop spelde de burgemeester de heer Van Pel de versierselen op de borst. Die ontroerd dankte deze voor de bijzondere onderscheiding. Als vrienden en collega’s spraken voorts achtereenvolgens adjudant Last, de heer Steysel, wachtmeester De Buck, voorzitter afdeling Kennemerland van de christelijke politiesportbond, en hoofdagent Brouwer. Ook zij lieten hun toespraak van een cadeau vergezeld gaan. Ten slotte mochten de heer Van Pel, zijn echtgenote en kinderen de gelukwensen van alle verder aanwezige leden van het politiecorps in ontvangst nemen.  (Eeerste Heemsteedse Courant, 3 januari 1957).

==================================

 

Komende Bijdragen:

Begin van een serie ‘van en over Godfried Bomnans’, te beginnen met 1) Géza Frid (de componist en pianist), 2) Mies Bouwman (televisiepresentatrice), 3) familie van Waveren (buren uit de Zonnelaan in Haarlem). 

-Librariana 2016