Tags

, , ,

Herdenking van de Slag bij het Manpad in 1573 en in het bijzonder Gaspard van der Noot als eerste gesneuvelde ritmeester der cavalerie

Precies 444 jaar nadat de zogeheten Slag bij het Manpad plaatshad, heeft op 10 juli voor de eerste keer een bescheiden herdenking plaatsgehad met het leggen van een bloemstuk bij de gedenknaald aan de Herenweg, hoek Manpadslaan in Heemstede. Dat gebeurde door de kolonel der cavalerie J.H. van Dalen, sinds 2015 commandant van het Joint ISTAR Commando en het Regiment Huzaren van Boreel. Initiatiefnemer is de heer W.L. Plink, luitenant-kolonel tirulair der cavalerie titulair.

Plink1.JPG

Regimentscommandant Hans van Dalen legt een bloemstuk neer aan de voet van het Manpad-monument in Heemstede

Op verzoek van Prins Willem van Oranje-Nassau is op 22 mei 1573 een vaan (= compagnie) ruiters in het leven geroepen door Gaspard van der Noot, heer van Carloo, nabij Brussel. Als ritmeester vocht Van der Noot in de Haarlemmerhout mee met circa 200 ruiters onder algehele leiding van baron Bronckhorst van Batenburg. Vanaf 8 juli Opgetrokken met ruim 4000 man is het leger van de Prins, die overigens zelf niet aanwezig was, via Noordwijkerhout en Sassenheim richting Haarlem getrokken. De Spaanse troepen lagen in de Haarlemmerhout, nabij het huidige Eindenhout [de voormalige herberg het Drockemanshuisje – vóór het gevecht een voor de Spaanse soldaten een verboden etablissement – en Uittenbos. Het Hollandse leger bestond voor een groot deel uit burgervrijwilligers uit Zuid-Hollandse steden, variërend van chirurgijns tot bakkers. Zij waren weliswaar gemotiveerd voor de strijd maar feitelijk geen partij voor de getrainde en gedisciplineerde Spaanse legermacht. In totaal sneuvelden minstens 700 man, inclusief Batenburg en Van der Noot als bevelhebber van de ruiterij.

P1000998

Uitleg over de aanleiding van de herdenking

beleg4wapengaspard.png

Wapenschild van Gaspard van der Noot, Heer van Carloo: in goud vijf kruislings geplaatste schelpen van zwart. Wapenvoerder Jasper of Caspar / Gaspard van der Noot, hopman van de prins van Oranje.

De slag aan het Manpad, bedoeld als ontzet van de stad,  vond plaats op Heemsteeds grondgebied en was beslissend. De Spaanse veldmaarschalk met Julian Romero zo’n 4.000 soldaten was te sterk voor de Hollanders. Weliswaar verloor Romero bij een cavaleriebestorming een oog.

Romero

De Spaanse legerleider Julian Romero (1518-1577) met zijn patroonheilige geschilderd door E.Greco. In 1572 was Romero betrokken bij het Bloedbad van Naarden, in 1573 bij het Beleg van Haarlem, in 1574 werd hij aangevallen door Zeeuwse watergeuzen in de Slag bij Reimerswaal en in 1576 was Romero aanwezig bij de Furie van Antwerpen. Door Filips II teruggetrokken uit de Nederlanden in 1577 is hij in Cremona op 59-jarige leeftijd omgebracht.

 

In de volgende dagen moest Haarlem het beleg dat al op 3 december 1572 was begonnen , opgeven. De Spaanse troepen onder leiding van Don Frederik (zoon van de gevreesde landvoogd Alva) trokken vanuit Huis te Kleef de stadswallen binnen en zij executeerden de verdedigers, waaronder Ripperda, en burgemeesters van Haarlem. Door zwaard, kogels, galgetouw en verdrinking stierven tussen de 2.000 en 2.500 mensen. Een deel van de Spaanse troepen werd naar Alkmaar gedirigeerd, maar op 8 oktober 1573 vertrokken zij plotseling, mede omdat men eerder bij Haarlem al veel verliezen had geleden. Vandaar de uitdrukking ‘Van Alkmaar de Victorie’. Het ontzet van Leiden zou nog tot 3 oktober 1574 duren, welke historische gebeurtenis nog jaarlijks in oktober met haring en wittebrood wordt herdacht. 15 december verliet de Spaanse generaal en gouverneur Alva de Nederlanden na een mislukte campagne die aan meer dan 15.000 Nederlanders het leven heeft gekost. Haarlem is pas op 8 oktober 1675 van de Spaanse onderdrukkers bevrijd.  Zoals bekend is de definitieve vrede met aartsvijand Spanje pas in 1648 te Munster getekend, waarbij de toenmalige Heer van Heemstede Adriaan Pauw een essentiële rol heeft gespeeld.

P1000995

Aanwezigen bij de eerste herdenking 10 juli 2017. Van links naar rechts: W.L.Plink, verder namens de Historische Vereniging Heemstede Bennebroek: Daan Kerkvliet, mw.Ellen Kerkvliet-van Holk en Hans Krol. Voorts kolonel Hans van Daalen en drs. A.Rosendahl Huber (oud Ritmeester der Huzaren)

In Haarlem herinnert de Spanjaardslaan, oorspronkelijk Lindenlaan genoemd, aan de Spaanse belegering, waarbij gesneuvelde soldaten zijn begraven op het vroegere ‘Spanjaardsveld’. Het lis de intentie dat een herdenking bij de gedenknaald In Heemstede jaarlijks op 10 juli wordt herhaald.

plink9

De heer Willem Plink uit Apeldoorn als initiatiefnemer om wijlen ritmeester Gaspard van der Noot te gedenken

 

Niet slechts om de eerste gesneuvelde ritmeester en zijn ruiters maar tevens alle omgekomen mannen te gedenken. Verder wordt door de heren Plink en Rosendahl Huber verzamelde documentatie omgewerkt naar een boekuitgave.

plink10.JPG

De heer Axel Rosendahl Huber geeft uitleg aan een toevallige passante

 

 

zegel

Zegel van ritmeester Gaspard van der Noot

 

 

 

P1000996

Inscriptie op de door dichter-classicus professor David Jacob van Lennep in 1817 opgerichte gedenknaald, vervaardigd door de Haarlemse steenhouwer Dirk Doeglas,  ter herinnering aan 2 veldslagen, in 1304 en 1573. De eerste slag, in laatmiddeleeuwse geschriften met Manpad geassocieerd, waarbij Witte van Haemstede, (bastaardzoon  van graaf Floris de Vijfde), komende vanuit Zeeland en met manschappen geland in Zandvoort, heeft feitelijk meer zuidelijk plaatsgevonden, ter hoogte van Hillegom-Lisse. De Vlamingen zijn teruggedreven, maar enkele tientallen Kennemers, waaronder 21 uit Haarlem en 44 mannen uit omliggende ambachten zijn daarbij gedood.  Dirk Doeglas vervaardigde in 1823 naar een ontwerp van J.D.Zocher het monument in Bentheimer zandsteen ter ere van Lourens Janszoon Coster in de Haarlemmerhout. Ook zijn gelijknamige zoon Dirk Doeglas (1831-1883) was steenhouwer in Haarlem 

De tekst luidt: ‘Ter eere van Witte van Haemstede, grave Floriszoon van Holland, en van de brave burgers van Haarlem, die met hem de vreemde mannen langs dit pas verdreven door XXIV April MCCC!!!!; ten ter eere van hen, die tot ontzet van Haarlem bij dit Mannepad hun leven waagden, den VVV Julij MBLXXIII’

In 1851 is de gedenknaald bezocht door Prins Alexander (zoon van Koning Willem III). In zijn biografie: ‘Het leven van mr.Jacob van Lennep’ schrijft jhr.dr.M.F.van Lennep daarover: ‘ (…) De 11de November 1851, de dag voor den aanvang der werkzaamheden in het duin bestemd, brak aan. Jacob van Lennep had tot den Koning de bede gericht, dat de elfjarige Prins van Oranje, die destijds met zijn Gouverneur, den heer De Casembrood, zich op school te Noorthey bevond, de eerste spade in den grond zou steken en de Koning had die beide welwillend toegestaan. Op dien dag dan werd de Prins, vergezeld door genoemden Goeverneur, door Jacob van Lennep van het station Vogelenzang afgehaald, eerst naar ’t Manpad gebrcht, waar hem de vrouw des huizes en hare dochters opwachtten, en vervolgens naar het gedenckteekn op den hoek der Manpadslaan bezichtigd te hebben, naar (…) Mariënduin ging’. (1).

(1) Amsterdam, P.N.van Kampen & Zoon, 1909, deel II, pagina 48.

P1000997

Op de rechterzijde van het monument zien we de inscriptie van een zwaard met vijf sterren, heraldisch wapen van de stad Haarlem. Op de andere dwarszijde van de gedenknaald het wapen van een Leeuw met een rad op de borst (van de Witte Van Haemstede), zijnde het Hollandse wapen, gealtereerd met het hoogadellijk wapen van Heusden of van der Sluis. Het vierde vak is opengelaten.

Leeuw

De Leeuw op de andere zijde van het basement der gedenknaald

In zijn dichtwerk Rusticatio Manpadica’  (1796) heeft David Jacob van Lennep de Hollandse troepen bezongen die helaas door de vijand, de Spaanse belegeraars van Haarlem, helaas zijn verslagen. Hij beschreef dot relaas van de slachting als volgt [in een vertaling van letterkundige Adriaan Loosjes}:

Nu egter ligt uw heir om HAARLEM geslagen,

Doch Neêrland schiet te hulp aan d’ingesloten vest.

’s Lands jeugd, wier hal geen juk eens dwinglands kan verdragen,

Schoolt zaam uit stad van ’t half verheerd gewest.

Gij hadt o BARNEVELD! ook Wapens aangetoogen (1)

Met roem vergrootte gij dien uitgelezen stoet,

Fier breekt men ’t leger op, met HAARLEM lot brwogen,

Wiens schreijend beeld het hart in ’t krijgsvuur blaken doet.

Reeds rukt de bende voort na heuvelachtige oorden,

waar zich de krijgskunst ligt met hinderlagen dekt,

Sie waren ’t , die ook ’t hart van HOLLANDS jeugd bekoorden,

Beef, Spanjaard! – maar helaas! de list is uitgelekt.

De list is uitgelekt. Terug, terug getreden,

ô Eedlen! of gij snelt den dood in d’open mond,

Wijkt, of de weg ter vlucht is allen afgesneden,

Reeds om uw handvol slaat een heirmagt in ’t rond.

Het paardevolk rukt aan (2) – de dood waart in deez’ streeken,

Maar SPANJE ziet, hoe hier ’t getal geen schrik veerspreidt,

;t Ziet wel het goed geluk, geen moed deez’ bende ontbreken.

Getuig weêr, MANNEPAD! der Vaadren dapperheid.’ (3)

(1) Johan van Oldenbarneld behoorde bij de Hollandse troepen en wist  zich tijdig in veiligheid te brengen.

(2) De cvalerie stond onder leiding van ritmeester Caspar van der Noot

(3) Uit: Adriaan loosjes, Hollands Arcadia, 8-4, pagina 276.

=============================================================

ruitergevecht

Gravure van een ruitergevecht door Jacob de Gheyn. In de veldslag van 1573 waren de Spaanse legereenheden superieur aan het bijeengeraapte Hollandse leger van de Prins.

ritmeester

Oude allegorische prent met een voorstelling van de Prins van Oranje die geld ontvangt van de Nederlandse Leeuw. Rechts  ritmeester (Van der Noot?).  Verder trompetters en trommelslagers te voet en te paard. Op de achtergrond wordt een oorlogsschip voor de strijd tegen de Spanjaarden gebouwd.

gravure.jpg

Gravure van een ritmeester door Cornelis Claeszoon Visscher. De dichter Jan van der Noot, bloedverwant van Caspet van der Noot, wijdde een loflied aan zijn neef: ‘Ode aan den Heere Caper van der Noot, Heer van Carloo’.

uitsnede

Uitsnede kaart van G.Braun uit 1572. De mond van het Spaarne vanuit het Haarlemmermeer. Linksboven het Huys te Heemstede, daaronder het Bernardietenklooster. Middenrechts boven de plattegrond van Haarlem het Haarlemmerhout (tot 1 mei 1927 grotendeels ressorterend onder de jurisdictie van het ambacht Heemstede).

Manpad5.jpg

De slag aan het Manpad heeft zich grotendeels afgespeeld in de Haarlemmerhout waar in het zuiden daarvan de Spanjaarden waren gelegerd. Plattegrond door Piters Coenraads uit 1573, aanwezig in het Nationaal Archief Den Haag. Opgemerkt wordt dat enkele opgegraven wapens werden bewaard in de Geweerzaal van het Oude Slot te Heemstede, in 1810 verkocht, mogelijk ten dele dankzij verzamelaar  en tekenaar Hekking Willem Hekking jr. via o.a. het Oude Doolhof terecht gekomen in het Historisch Museum Haarlem. O.a. Adriaan Loosjes meldt in zijn ‘Hollands Arcadi’ (804) van een geweer ‘dat op de zijde van den schoorsteen hangt’ [in de wapenzaal van het Oude Slot. dat bij de Mnnepadslaan werd gevonden en van de Spaanse tijden zou zijn.

Hekking

Illustratie uit: ‘David en Goliath met zijn schilddrager; een beeldengroep uit het Oude Doolhof; door Marianne Eisma. 1996, pagina 36.

aviso4

Johan van Oldenbarnevelt (1547-1619), advocaat en raadpensionaris van Holland en West-Friesland had op 26 jarige leeftijd meegevochten bij de slag aan het Manpad, raakte gewond maar overleefde het gevecht. Als tegenstander van Prins Maurits is hij in 1619 door een speciale rechtbank, met Reinier Pauw als 1 van de rechters ter dood veroordeeld en vervolgens op het Binnenhof onthoofd. Zijn laatste woorden aan de beul waren: ‘Maak het kort’. De Oprechte Haerlemsche Courant maakte melding van het gebeuren, evenals het eerste nummer’ van de in Antwerpen door Abraham Verhaegen uitgegeven courant: ‘Nieuwe Tijdinghen’, zelfs met een houtsnede op de voorpagina.

In zijn ‘Rusticatio Manpadica’ heeft D.J.van Lennep ook Johan van Oldenbarnevelt bezongen – in vertaling aldus:

‘Ja Mannepad  verheft uw kruin, trots ’s Gravenhaghe.

Het bloed van Barneveld heeft eens uw erf besproeid.

Dat wij Castilie, rijk in goud, zijn krijgsmagt wage,

Terwijl het ketens smeedt, in Nederland verfoeid:

Ja Philips, dat stad bij stad voor uwe wreedheid buige,

Zet vrij uw eigen volk het slagtmes op den strot.

Vergeefs woedt uwe drift: dat blijder dag getuige

Van vrijheids zegepraal. Wat streedt gij tegen God?

Nu echter ligt uw heir om Haarlems wal  geslagen,

Doch Neêrland schiet te hulp aan d’Ingesloten  vest.

s Lands jeugd, wier hals geen juk eens dwinglands kan verdragen,

Schoolt zaam uit stad bij stad van ’t half verheerd gewest,

Gij hat, o Barneveld! ook wapens aangetogen

Met roem vergrootte gij dien uitgelezen stoet.

Fier breekt men ’t leger op, met Haarlems lot bewogen (…)

Het paardevolk rukt aan – de dood waart in deez’ streken,

Maar Spanje ziet, hoe hier ’t getal geen schrik verspreidt,

’t Ziet wel het goed geluk, geen moed deez’ bende ontbreken.

Getuig weêr, Mannepad! der Vaadren dapperheid enz. ‘

 

 

 

Beleg1

Gravure van Frans Hogendorp 1573-1575 de gruwelijkheden van de gehate Spanjolen verbeeldend die in Haarlem hebben plaatsgehad.