Tags

, , , , ,

CASTELEYN: oprichters en drukkers van de Opregte Haerlemsche Courant / Joh.Enschedé en Zonen / Haarlems Dagblad sinds 1883

De eerste krant in ons land is op 14 juni 1618 gesticht door de Amsterdammer Caspar van Hilten, wiens zoon Jan van Hilten van 1623 tot 1635 de ‘Courante uyt Italien ende Duytschlandt etc.’ uitgaf. Het eerste exemplaar op a4-formaat is enkel bewaard gebleven in de Koninklijke Bibliotheek van Zweden in Stockholm.

De krant van Caspar van Hilten uit 1618

Haarlem is dankzij de (bijna vergeten) familie Casteleyn, de geboorteplaats van twee nieuwsbladen. Vincent Casteleyn (circa 1585-1658) is de feitelijke stamvader van deze drukkers- en kunstenaarsfamilie. Hij was stadsdrukker van Haarlem vanaf 1642. Zijn zoon Pieter werd, die zich tevens al kunstschilder en graveur ontwikkelde was in 1651 de eerste uitgever van de ‘Hollandtsche Mercurius, Behelzende het ghedenckweerdigste in Chistenryck, Voor-ghevallen, binnen ’t gansche Jaer 1650.’ Dit was het eerste deel van een serie van in totaal 26 jaarboeken met binnen- en buitenlands nieuws, die in omvang toenamen van aanvankelijk 63 tot uiteindelijk 270 bladzijden. Bovendien nog tot 1691 (1) voortgezet door Abraham Casteleyn.

Schilderij uit 1633 van Jan de Bray voorstellende Abraham Casteleyn en zijn echtgenote Margaretha Bancken.Op de achtergrond een borstbeeld van de veronderstelde uitvinder van de boekdrukkunst Lourens Janszoon Coster (Rijksmuseum Amsterdam; in 1939 ontvangen uit een legaat van F.E.Blaauw uit ‘s-Graveland])

Die jongste broer had ook het drukken van zijn vader heeft geleerd en was omstreeks 1650 correspondent (verzamelaar van nieuwsberichten) van de Amsterdamse courantier Jan van Hilten (2). Na diens overlijden in 1655 besloot hij, aldus een circulaire ‘geen slaef van een ander te blyven’. Daarom richtte hij een eigen krantje op onder de weidse titel: ‘Weeckelijke Courante van Europa’. Nummer 1 is gedateerd 8 januari 1656.  In 1664 kreeg het blad de naam ‘Opregte Haerlemsche Courant’ (OHC).

Haarlem3

Aankondiging van het eerste nummer van een nieuwe krant door Abraham Casteleyn, januari 1656

Voorblad van de Weeckelyke Courante van Europa Nummer van Abraham Casteleyn. Het eerste nummer bevatte 2 pagina’s.

week1.jpg

De tweede pagina van de allereerste editie van de OHC uit 1656 met nieuws uit Frankrijk, Engeland en Schotland en ten slotte de Nederlanden (met een eerste vermelding van toen nog vice-admiraal Michiel de Ruyter). [In 2000 is een facsimile-uitgave uitgegeven door Damiate Pers].

De burgemeesters van Haarlem hadden hem op 3 januari 1656 toestemming gegeven om de ‘nouvelles’ uit te geven. Het blad had tot onderschrift ‘Ghedruckt tot Haerlem door Abraham Casteleyn ten huyse van zijn vader, Vincent Casteleyn op de Marckt in de Druckery’. Spoedig werd de naam gewijzigd in ‘Haerlemsche Dinghsdaeghsche Courant’. In twee pagina’s behandelde hij het nieuws uit Europa, uit Amsterdam, Brugge, Haarlem en Den Haag. In 1659 verschijnt de krant onder de naam: ‘Haerlemse Dingsdaegshe Courant’ en het jaar daarop verscheen de krant ook op zaterdagen als ‘Haerlemsche Saterdaeghse Courant’. Zijn drukkerij annex boekhandel in ‘In de Blye Druck’ was sinds 1662 gevestigd op de hoek van de Grote markt en de Grote Houtstraat, terwijl zijn eerdergenoemde broer Pieter in het pand van zijn vader aan de overzijde van de Grote Markt gevestigd bleef, vanouds genoemd ‘In ’t Suykerhuys’.

Links het Drukkershuis ‘In de Blye Druck’ van Casteleyn aan de Grote Markt in Haarlem

Een gedenkteken aan drukkerij ‘In de blye druk’ aangebracht aan een gevel bij een pand aan de Grote Markt, hoek Grote Houtstraat. In 1662 verhuisde Abraham Casteleyn naar de overkant en in 1744 betrok de OHC een pand aan de Grote Houtstraat, hoek Spekstraat. De drukkerij verhuisde in 1761 naar een nieuw pand aan de Damstraat/Klokhuisplein van de firma Enschedé.

In 1664 verkreeg Abraham van het stadsbestuur een vergunning tot monopolie als enige in Haarlem een krant te mogen uitgeven. Toen is de krant herdoopt in ‘Opregte Haerlemse Courant’, die drie jaar later tevens op donderdag ging verschijnen. Zelfs verscheen er enige tijd een Engelstalige editie ‘The Daily Courant’, waaraan in 1669 door de Engelse machthebbers “op straffe van onthoofding” een einde is gemaakt. Pas in 1702 verscheen in Engeland het eerste Britse dagblad onder dezelfde naam ‘The Daily Courant’.

‘Opregte’ betekende voor Casteleyn in dit verband ‘enig toegestane’ en dus niet in de betekenis van ‘eerlijk’, zoals vaak ten onrechte is verondersteld. Gooide de Hollandse Staten nogal eens roet in het eten door de uitgaven van sommige geschriften te verbieden, In Haarlem hield de stedelijke magistratuur courantier Abraham Casteleyn de hand boven het hoofd. Regelmatig publiceerde hij resoluties en ander geheim stadsrecht. Het Hof van Holland wilde hem daarvoor in Den Haag berechten, maar de Haarlemse burgemeesters lieten weten dat dat tegen het lokale burgerrecht indruiste. Op basis van het ‘jus de non evocando’ kon Casteleyn enkel voor de Haarlemse rechter verschijnen. Dat betekende overigens niet dat men het censuurprincipe afzwoor. Het bestuur van Haarlem gaf Casteleyn de instructie ‘geen saacken raackende deze stadt’ op te nemen, in overeenstemming met het machtsprincipe: ‘de bescherming van stedelijk principes’.

haar2

Voorpagina van het eerste nummer van 11 maart 1702 van het Engelse Dagblad ‘The Daily Courant’, dat het nieuws onder meer uit Haarlem betrok. De krant werd in 1735 opgeheven.

Abraham beklaagde zich erover dat ook enkele van zijn familieleden ‘nouvelles’ ofwel nieuwsbaden uitgaven, In 1672 gaf de ‘Opregte’ een ooggetuigenverslag van de moord door het gepeupel op de gebroeders Johan en Cornelis de Witt. Na het overlijden van stadsdrukker Abraham in 1681 (3) heeft zijn vrouw Margaretha van Bancken (1628-1694) het levenswerk van haar man nog enige tijd voortgezet. Dat gebeurde bij dezelfde uitgever: Anne Maria Colterman, een schoondochter van Abraham Casteleyn. In 1692 speelde zij hoog spel door een extra heffing op couranten te ontlopen. Ten slotte kwam de drukkerij in handen van zoon Gerard Casteleyn (1665-1702) en vervolgens nam diens weduwe Anna Maria Colterman. Hun neef en erfgenaam Jan Abraham Casteleyn heeft zich als courantier in Rotterdam gevestigd.

 

Joh. Enschedé en Zonen

Portret van Izaak Enschede (1703-1751), oprichter en firmant van de Haarlemse firma van 1703-1751

EnschedeJohannes2

Johannes I Enschedé (1708-1780) vanaf 1733 drukker van de Opregte Haerlemsche Courant, firmant van de firma van 1737-1780. Kopergravure door Cornelis van Noorde 1763

Johannes.jpg

Johannes (II) Enschedé (1750-1799 (W.Horstink, 1798)

Haarlem2

Johannes (III) Enschedé (1785-1866)  was tot zijn overlijden toegewijd uitgever en eindredacteur van de Opregte Haarlemsche Courant

dag1

Tot 1869 was de Oprechte Haarlemsche Courant onderhevig aan het dagbladzegel. Bovenstaand een exemplaar van 22 juni 1839 (uit: 100 jaar Haarlems Dagblad)

 

Sinds 9 juli 1737 was de krant verbonden met een ander drukkersgeslacht in Haarlem: Enschedé– van aanvankelijk sinds 1703, – Izaak en Johannes (I) Enschedé , dat weldra ook buiten de landsgrenzen faam verwierf. In dat jaar bedroeg de oplage 2.400 exemplaren. Izaal Enschedé  was de zoon van de Haarlemse horlogemaker Johannes Enschedé. Hij was bij de weduwe Casteleyn in dienst als leerling-zetter. In 1703 legde hij zijn meester-proef af maar bleef toch bij de ‘Oprechte’werken. In 1737 zijn Izaak en Johannes door het stadsbestuur aangesteld tot stadsdrukkers en courantiers.  In die begintijd was Johan Christiaan Seiz de enige gesalarieerde redacteur, aangeduid als ‘translateur’. Johannes Enschedé kocht de lettergieterij op welke van oorsprong van Rooman was geweest. De inkomsten van de krant bedroegen gemiddeld 10.000 carolus gulden per jaar. Na aftrek van alle kosten was de winst ongeveer ƒ 3.000,-. Hiervan moesten de Enschedé’s echter liefst ƒ 2.500,- afdragen aan de Haarlemse arm- en weeshuizen. Het is Johannes I Enschedé geweest – welke in 1727 zijn gildeproef met succes aflegde – die als grondlegger wordt beschouwd van wat in de 18de, 19de en eerste helft 20e eeuw uitgroeide tot een van de grootste Nederlandse grafische ondernemingen, uit eindelijk gespecialiseerd in bankbiljetten, waardepapieren en postzegels. Met excellente lettersnijders, letterontwerpers en graveurs in dienst zoals J.Fleischmann, Jan van Krimpen, Sem Hartz en Pieter Wetselaar. Dat bedrag is in 1776 zelfs verhoogd tot ƒ 5.000,-. Totdat de Bataafse Republiek hiervan een einde maakte. Er waren ook jaren van soms forse verliezen. Op het beslissend moment sprong het stadsbestuur dan bij door zegelrechten en andere belastingen te verlagen, zodat de krant niet faillissement voorkwam en kon blijven bestaan. De eerste advertentie in de OHC is pas op 1 oktober 1749 geplaatst en wel een krantregel op de tweede pagina. Deze vorm van adverteren heeft men tot 1829 volgehouden toen de krantregels zijn vervangen oor een derde kolom – naast de twee al bestaande kolommen. De krant had vroeger een formaat dat we tegenwoordig een bulletin zouden noemen. Van het begin in 1656 tot 1702 bestond de krant steeds uit een halfvel klein folio met twee kolommen op iedere bladzijde. In 1702 is het formaat iets vergroot en vanaf 1782 werd het halve vel min of meer regelmatig vervangen door een heel vel folio. Volgens de historicus mr.W.D Sautijn heeft Johannes Enschedé zestien jaar lang de redactie en correctie van de toen drie maal per week verschijnende krant alléén voor zijn rekening heeft genomen en pas in 1829 werd geassisteerd door zijn neef Jan Justus Enschedé. In de periode van de Bataafse Republiek verscheen de krant onder de naam ‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap – Haarlemsche Courant’, terwijl ook een Franstalige uitgave uitkwam onder de naam ‘Gazette de Haarlem’. Het stadswapen zowel als het woord ‘Opregte’ verdween uit de kop van de krant. Deze toestand duurde voort tot 6 november 1913, toen Johannes Enschedé een historische daad verrichtte. Nauwelijks was in de Spaarnestad een noodregering gevormd, of hij bracht zijn krant in de oude vorm en vroegere naam op de markt, ondanks het feit dat de stad nog onder controle stond van het Franse garnizoen. Deze vermetele daad, die Enschedé zijn leven had kunnen kosten, veroorzaakte in het land een storm van vreugde en bijval. In Zutphen en elders in Overijssel werd de plotselinge herverschijning van de ‘Opregte’ beschouwd als het bewijs dat de Haarlemse opstand was gelukt, zodat de bevelhebbers van de verbonden legers overhaast besloten de IJssel over te steken.

drukhal

De drukkerijhal van Joh. Enschedé en Zonen op een schilderij van W.F.Winter uit  1910. De firma was bijna drie eeuwen in de binnenstad aan het Klokhuisplein gevestigd, tot eind 1990 toen het bedrijf naar een nieuw pand in De Waarderpolder verhuisde. (Teylers Museum)

De courantiers moesten in het verleden het exclusief gebruik van het stadswapen duur betalen. Vanaf 1 januari 1799 was het bedrag voor recognitie ƒ 2.000,-. In 1814 werd dat verlaagd naar ƒ 1.500,- per jaar, maar moesten de mededelingen van het stadsbestuur kosteloos in de krant worden opgenomen. Het zou tot 1850 duren toen deze recognitie is afgeschaft. Nog jarenlang zijn hierover discussies en processen gevoerd. In 1847 werd het blad dagelijks uitgegeven met uitzondering van de zon-  en feestdagen. Vanaf 1900 verscheen bovendien een aparte stadseditie voor Haarlem en omstreken.

Tot 1862 is de OHC door de Enschedés geredigeerd. Dan lukt het als redacteuren aan te trekken: Conrad Busken Huet, P.Bruyn en P.E.Charbon. Wat later volgden D.Beets en A.C.Waller. Busken Huet vstelde Eduard DouwesDekker aan als correspondent in Duitsland.

Het formaat is geleidelijk vergoot tot het in 1866 het grote formaat verkreeg dat tot de uitvoering in tabloid formaat. In 1847 verscheen de OHC voor het eerst dagelijks, dat wil zeggen 6 maal per week. Secretaris Hoola van Nooten uit Edam van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen schreef in oktober 1866, dat ‘de Haarlemsche de meest geachte en geliefde krant blijft, terwijl zij zelfs met belangstelling in andere landen wordt gelezen en naar andere werelddelen verzonden, verbeidt men hare komst in vele woningen telkendage met ongeduld.’ Als enige krant heeft de krant lange tijd ’s avonds de belangrijkste berichten uit de Staatscourant gepubliceerd en gag zij een vrij volledig verslag van de parlementszittingen weer. Teven publiceerde de krant als eerste een volledig persbericht in haar kolommen. Onder de regelmatige lezers behoorden koningin Wilhelmina, koningin-moeder Emma en talrijke ministers en parlementsleden. In 1910 is de ‘Oprechte Haarlemsche Courant’ in een N.V. omgezet en werd alleen de krant gedrukt bij Enschedé.

Over het eind van de 19de eeuw tot de verzelfstandiging in 1910 en opheffing tijdens de Tweede Wereldoorlog schreef Just Enschedé (zie literatuuropgve) het volgende: ‘In het laatstste kwart van de 19de eeuw kwamen lokale concurrenten voor de Oprechte Haarlemmer zich melden. In 1869 verscheen de katholieke Nieuwe Haarlemsche Cournt, geen vreemde zaak in een bisschopsstad. In 1883 gevolgd door het Haarlems Dagblad. Geleidelijk nam de dagbladpers de karaktertrekken aan zoals wij die nu bij uitstek van de pers gewend zijn. Om het woord van Jan Blokker aan te halen: een krant hoort een beetje naar de straat te stinken. Als dat woord aan het einde van de vorige eeuw ook al waar was dan moest dat welhaast inhouden dat de spanning tussen de behoeften van een krant en die van een inrichting voor waardepapieren opliep. Dan was de verzelfstandiging van de krant in 1910 daarop het enige juiste antwoord. In dat jaar werd de OHC uit de firma Joh. Enschedé en Zonen gelicht en ondergebracht in een naamloze vennootschap, die de naam van de krant droeg. Acht jaar later werden de medewerkers van de krant ondergebracht in de nieuwe Klokhuistoren, de advertentie-afdelingen beneden met daarachter de drukpers en de redactie op de etages, met achter zich de zetterij. De oude vervlechting met het Enschedé-bedrijf was hiermee natuurlijk niet op slag over. Als er kranten gerold moesten worden, bleef de hulp van drukkers uit de bankbiljetten-afdelingen van harte welkom. Aan de vervlechting kwam in 1940 een abrupt einde. De Duitse bezetter vond één dagblad in Haarlem voldoende en zo werden het Haarlems Dagblad en de Oprechte Haarlemsche Courant gedwongen tot fusie. De krant verliet het Klokhuisplein om daar niet meer terug te keren. Het Haarlems Dagblad voert sinds 1948 de naam Oprechte Haarlemsche Courant als zijn ondertitel (…)’. 

Enschede

Ansichtkaart van het plaatdrukken – het afnemen van de druk bij Joh. Enschedé en Zonen in Haarlem

Eerste Haarlemsch Dagblad van 1879 legde het loodje:

Haarlem1

richtjes uit het Haarlemse, Haarlem’s Dagblad kostte bij de  start vijf cent per nummer of 40 cent per maand en was daarmee volgens Bomans het goedkoopste dagblad van Nederland’.  Een bijschrift invoeren. (Uit: 100 jaar Haarlems Dagblad, door Jan de Roos).

Haarlem2.jpg

(Uit: 100 jaar Haarlems Dagblad. 1987, pagina 48)

Een nieuwe krant die wèl slaagde: Haarlems Dagblad: in 1883 opgericht door JAN MICHIEL BOMANS

Kop van de eerste editie van Haarlem’s Dagblad

Het enig bekende portret van Jan Michiel Bomans. Het hing vroeger jarenlang – naamloos – ingelijst in de burelen van het Haarlems Dagblad tot hoofdredacteur Lodewijks. Met toestemming verhuisde het naar huize  ‘Elba’ de woonstee van kleinzoon Jan Arnold Bomans.

Het Haarlems Dagblad is 11 juli 1883 opgericht door drukker-uitgever Jan Michiel Bomans (de grootvader van de schrijver Godfried), met zijn zwager Leuven als compagnon.

aankondiging van uitgave Haarlemsch Dagblad door Bomans & Co

klein1

Tekening van het pand Kleine Houtstraat 9, hoek Turfmarkt in Haarlem, war het Haarlem’s Dagblad in 1883 begon

Klein3

Het pand Kleine Houtweg 9 anno 2017

klein2

J.G.Priesman die in 1883 in dienst kwam bij Bomans & Co als opmaker en advertentiezwetter en uiteindelijk 40 jaar in dienst bleef bij het Haarlem’s Dagblad

In een voorbericht ‘Aan de Lezers!’ gaf Bomans de reden aan om een nieuwe krant op de markt te brengen: ‘Liefde leeren, leven leeren’ en wel ‘door dagelijks den lezers door voorbeelden uit het weldadige leven aan te toonen dat liefdeloosheid, haat, toorn, drift en verkeerde hartstochten bronnen zijn van jammer en ellende; door hen bekend te maken met datgene wat den strijd om het bestaan vergemakkelijkt, het leven veraangenaamt, Duizend zaken zijn voor overigens flink ontwikkelde mensen gesloten boeken. Dit is te wijten aan te dure kranten, te veel onbegrijpelijke woorden en uitdrukkingen en niet zelden worden de mensen in hun overtuigingen aangevallen of gekrenkt. Een blad van kleine omvang, dat dagelijks uitkomt, de voornaamstede gebeurtenissen zo spoedig mogelijk meedeelt en bovendien het goedkoopste dagblad van Nederland zal zijn, verdient daarom voor duizenden de voorkeur boven de bestaande grote bladen.’

blad6.jpg

Een jaar na de oprichting van het Haarlems Dagblad was Jan Machiel Bomans alweer bezig met een nieuw project: stichting van een stoom-wasserij, maar omdat de gemeentelijke vergunning uitbreef verhuisde hij naar de hoofdstad (bericht uit Het Nieuws van den Dag, 12-2-1884)

 

De krant zal twee jaar worden gedrukt op de Snelpersdrukkerij van Bomans & Co aan de Kleine Houtstraat 9, en kostte aanvankelijk slechts vijf cent per stuk.  Het blad is door de oprichter al na enkele maanden overgedaan aan een zekere J.M.Slager [die de krant vervolgens sleet aan R.Pieper uit Wormerveer] omdat een avontuurlijke en rusteloze Bomans weer wat nieuws was begonnen en uiteindelijk na 5 jaar Haarlem in 1884 met zijn gezin naar Amsterdam verhuisde, waar hij zich liet inschrijven als metselaar [lees: aannemer] (4)

Kop van Haarlems Dagblad met ondertitel ‘Oprechte Haerlemsche Courant 1656

In de laatste oorlogsperiode zijn beide dagbladen op last van de Duitse bezetters gefuseerd. Na de bevrijding verscheen het Haarlems Dagblad opnieuw sinds 25 juni 1945 en vanaf september 1948 staat in de ondertitel ‘Oprechte Haerlemse Courant 1656’, waarmee het een vermelding kreeg in ‘Guinness Book of Records’ als de oudste nog bestaande krant ter wereld. Ik citeer: ‘The oldest existing commercial newspaper is the Haarlems Dagblad / Oprechte Haerlemsche Courant, published in Haarlem in the Netherlands. First issued als the Weeckelyce Courant van Europa on 8 Jan 1656 a copy of issue No.1 survives’. Het Haarlems Dagblad was, inclusief zetterij en drukkerij lange tijde tijd gevestigd in de Grote Houtstraat, tot de verhuizing van Damiate Pers naar de Oudeweg in de Waarderpolder. Tegenwoordig huist de redactie in een kantoorpand aan het Stationsplein. Bekende hoofdredacteuren waren Jan Cornelis Peereboom, Robert Peereboom, P.W. (Piet) Peereboom (tevens directeur van 1923-1964) ), Simon Koster, Jos L.Lodewijks (hoofdredacteur van 1965-1980) en Frans Nypels.

Jonkheid

J.C.Peereboom (1863-1930) maakte de krant groot, vroeger wel aangeduid als “de krant van Peereboom”.  Karakteristiek van zijn schoonzoon, de bekende Heemstede architect Klaas Jonkheid uit: ‘100 jaar Haarlems Dagblad’, 1987, pagina 53.

“Het Haarlems Dagblad is er om mensen te helpen” (motto van Robert Peereboom, van 1926 tot 1956 hoofdredacteur van Haarlems Dagblad; in 1935 actief betrokken bij de oprichting van het ANP) 

Robert

Robert Peereboom (1891-1956) was de oudste zoon van voornoemde Jan Cornelis Peereboom, Hij wordt gekarakteriseerd als “een praktische idealist”. Op bovenstaande foto ontvangt hij in 1951, dan gedurende 25 jaar hoofdredacteur, een bloemenhulde van zijn redacteuren. Zelf zei hij”Ik heb van mijn vader geleerd dat iedereen in de krant mag, behalve de hoofdredacteur”(foto uit: Haarlems Dagblad 100  jaar. 1987, pagina 59).

Peereboom2

Robert Peereboom (links) hangt in 1953 zijn broer Piet W. Peereboom [door H.C.van der Mije ‘een humaan en kundig directeur ‘ geschetst] een krans om ter gelegenheid van het 30jarig directeurschap.

dag2

In Haarlem is een straatnaam vernoemd naar de drukkersfamilie Casteleyn, ook 1 naar Izaäk Enschede, oprichter van de drukkerij. Voorts bij B&Wbesluit van 19 februari 1954 naar Robert Peereboom.  (1891-1956). In het naslagwerk ‘De straat waarin wij wonen’ is vermeld: ‘Robert Willem Pieter Peereboom was hoofdredacteur van het ‘Haarlems Dagblad’, opgericht door zijn vader, Jan Cornelis Peereboom (…)’ Dat laatste klopt niet, want de krant is opgericht door J.M.Bomans in samenwerking met diens zwager Leuven.

 

Peereboom.jpg

Briefje van P.W. Peereboom waarbij hij een door het Haarlems Dagblad uitgegeven boek aanbiedt: ‘Muzikale speurtochten in Haarlems historie’ van Jos de Klerk, januari 1960

Lodewijks

In het midden de in zijn tijd bekende hoofdredacteur was de uit Eindhoven afkomstige Jos L.Lodewijks (1915-1986), die in 1985 Simon Koster opvolgde als hoofdredacteur en dat bleef tot zijn pensionering 1 januari 1981, maar bleef schrijven voor de krant tot zijn overlijden. Bovenstaande foto toont de hilariteit onder de hoofdredacteuren op bezoek bij koning Juliana, wanneer zij vraagt: ‘Ik vraag me wel eens af wat zo’n hoofdredacteur de hele dag doet” welke vraag Lodewijk pareert met: ” Ik  vraag me ook wel eens af wat zo’n koningin de hele dag doet.”(foto uit: 100 jaar Haarlems Dagblad. 1987, pagina 116).

Van de talrijke redacteuren en freelance journalisten noem ik slechts J.B.Schuil, David Koning, Jan Voskuil, Jos de Klerk, Joop Bartman, C.J.E.Dinaux, W.L.Brugsma, Rens Koldenhof, Wim Helversteijn, Martin Hendriksma, Hans Invernizzi, Homme Siebenga, Jaap Sluis, Piet Arp, Frans Keijsper, Udo Buys, Jan Kuys, Wim Bank, Margot Klompmaker, Peter Heerkens, Paula Zuidhof, Ronald Frisart, Jan Baart, Nuel Gieles, Paul Lips, Hans Bos (de laatste redacteur bij het HD die de schrijfmachine gebruikte en jarenlang dagelijks een citaat uitzocht dat in het voorblad aan de rechterbovenzijde van de krant werd afgedrukt) Ko van Leeuwen, Hans Rombouts, John Schoorl, Renée de Borst en John Oomkes (nestor van het huidige redacteurenteam?).  Op 19 mei 1949 verscheen Haarlems’ Dagblad voor het eerst als uitgave van de vennootschap Grafische Bedrijven Damiate, aanvang 1973 met gewijzigde naam Damiate Pers B.V. De groei van het aantal abonnees groeide spectaculair van zo’n 30.000 in 1946 tot meer dan 70.000 in 1975, maar sindsdien is dat aantal gedaald tot circa 34.000 voor Haarlems Dagblad. Opmerkelijk is dat het aantal abonnees in Alkmaar e.o. vrijwel gelijk is met Haarlem, ondanks een aanzienlijk lager inwonertal van de Kaasstad. Daar staat tegenover dat met name in Haarlem-Zuid, Heemstede en Bloemendaal in verhouding meer mensen zijn geabonneerd op een landelijk dagblad, in een aantal gevallen als tweede krant naast het H.D. Kombinatie, inclusief de IJmuider Courant in 2016. Het aantal bedrukte pagina’s nam na WOII enorm toe van in totaal 1.500 in 1946 9.884 in 1980. Na verscheidene achtereenvolgende fusies maakt de krant als onderdeel van de Telegraaf Media Groep (TMG) na een overname in 2017 deel uit van het Vlaamse mediaconcern MEDIAHUIS. De laatste tijd verschenen al veel landelijke bijdragen van journalisten van de Telegraaf – vaak enigszins verkort – in het Haarlems Dagblad en andere regionale bladen. Veelgelezen rubrieken zijn de informatie over actuele manifestaties, zoals tentoonstellingen, lezingen etcetera, de overlijdensadvertenties [de laatste jaren duidelijk verminderd, vergeleken met bijvoorbeeld het Limburgs Dagblad/De Limburger, en de ingezonden reacties, ook al komen die van een beperkt aantal mensen. Lange tijd recordhouder was J.A.Bomans, die op een gegeven moment een schrijf- althans publicatieverbod van de krant kreeg opgelegd, wat hem zeer verdroot als kleinzoon van de oprichter en broer van Godfried. Nadien is ene Kees Hooreman met sinds jaren talrijke reacties op allerlei onderwerpen een vaste onbetaalde medewerker geworden van de rubriek ingezonden brieven. In zijn voetspoor volgt Eric Geels uit Heemstede, die zijn ingezonden commentaren beperkt tot de regionale politie. Om vaak onbekende redenen worden ingezonden stukken niet worden opgenomen of ingekort, waarbij de essentie soms verloren raakt, terwijl daarentegen ‘fake’-brieven onder pseudoniem  onterecht de krant halen. Een probleem is de toename van onjuistheden in de informatie die slechts zelden gecorrigeerd worden. Een kwaliteitskrant als De Volkskrant heeft voor rectificaties en aanvullingen een aparte rubriek. Recent werd – overigens door niet door een regionale journalist – de burgemeester van Heemstede,  mevrouw Marianne Heeremans,  als lid van de VVD in plaats van de PvdA bestempeld, wat in dat geval in de daaropvolgende editie zelfs tweemaal als ‘abuis’ is gecorrigeerd, zowel in het landelijk als regionaal katern van het HD. Een krant met enkel goed en positief nieuws wordt minder gelezen dan een krant waarin corruptie, criminaliteit, rampen e.d. de boventoon voeren. Dat niet altijd iedereen even tevreden kan worden gesteld moge duidelijk zijn. Burgemeester mr. Jaap Pop van Haarlem was destijds zo boos over het feit dat zijn commissariaat bij de ABN/AMRO bank bij herhaling aan de orde werd gesteld als belangenverstrengeling dat hij het Haarlems Dagblad landelijk schoffeerde als  het ‘plaatselijk sufferdje’. en ‘lokaal krantje’. Aan een betere verhouding hielp hoofdredacteur Frans Nypels niet mee door in zijn columns de burgemeester stelselmatig aan te spreken met ‘Heer Pop’. Later is het toch weer goed gekomen tussen de burgemeester (die zijn betaalde adviesfunctie opgaf) en de krant. Dat laatste is niet van toepassing op  voormalig commissaris van de Koningin in Noord-Holland professor Jos van Kemenade die in een ingezonden en geplaatste brief de krant per onmiddellijk opzegde nadat volgens hem tendentieuse en apert foutieve informatie over hem in het Haarlems Dagblad was gepubliceerd.

hd2

W.L.Brugsma (1922 geboren in Aerdenhout, woonde o.a. in Heemstede en overleed in 1997 te Bilthoven. Zat als verzetsman tijdens WOII als gevangene in de concentratiekampen Neuengamme, Natzweiler en Dachau. Begin in 1946 als journalist bij het Haarlems Dagblad, aangenomen door Robert Peereboom – door hem zijn journalistieke peetvader genoemd  – , in de tijd dat Kees van Tilburg chef redactie was.

hd3

Foto genomen bij het afscheid van Boebie Brugsma, op de voorgrond gezeten. Tweede rechts naast hem op de foto staat Robert Peereboom. (uit HP/De Tijd, 25-7-1997, met herinneringen van Brugsma aan zijn Haarlemse periode bij de krant en als lid van Teisterbant. (HP/De Tijd, 25-7-1997).

Eerste Haarlemse journalist: Abraham Casteleyn

Portret van Abraham Casteleyn, stad-drukker en oprichter van de Haarlemsche Courant, schilder en figuur-snijder. In het onderschrift wordt nog opgemerkt dat het een ‘slegt copij’ is van de slechte kopie van een schilderij

Met recht kan Abraham Casteleyn die leefde van circa 1628 tot 1681, behalve als krantenuitgever tevens als eerste Haarlemse journalist worden aangemerkt.

Postzegelserie door Grenada, uitgiftedatum 15 januari 2001,  van schilderijen uit het Rijksmuseum, o.a. van Judith Leyster en het echtpaar Casteleyn. Overigens heeft men lange tijd gedacht dat op het olieverfdoek van Jan de Bray (1633) de Amsterdamse drukker Johan Willem Blaeu (1653-1673) en zijn echtgenote stonden afgebeeld. Dat misverstand is mede ontstaan omdat op het doek ook een globe en enkele boeken/atlassen staan. Pas in 1958 toonde H.van Hall  na gedegen onderzoek aan dat De Bray zijn  stadgenoot Abraham Casteleyn en echtgenote heeft ‘vereeuwigd’. De globe en atlassen moeten worden beschouwd als symbolen van de Europese contacten die de krantenmaker onderhield.

Een nazaat van Abraham Casteleyn, met dezelfde naam (Abraham Casteleijn) woont sinds meer dan 40 jaar in de omgeving van Frankfurt am Main, maar is in Haarlem geboren, ging te Heemstede op school en groeide op in Vogelenzang. Hij houdt zich bezig met stamboomonderzoek van zijn familie, waarover enige informatie op zijn site op het internet kan worden gevonden: ‘The Casteleyn Dynasty and their genealogy in the Netherlands’. De oudste documentatie over dit geslacht stamt uit Engeland rond 1200, vanwaar voorouders verhuisden naar Noord-Frankrijk, nabij Calis, waar gegeven gegevens zijn gevonden van omstreeks 1426 tot begin 1600. De Casteleijns behoorden tot de adel van Frankrijk en waren Hugenoten. Om religieuze redenen, als zijnde protestant migreerden familieleden naar Zeeuws-Vlaanderen. Telgen van dit geslacht woonden in Cadzand, Groede, Terneuzen, Oostburg, Schoondijke, Zuidzande, Vlissingen. Verder hadden verhuizingen plaats naar plaatsen als Utrecht, Nijmegen en HAARLEM. Abraham Casteleyn, geboren in 1628 in Haarlem, was de jongste zoon van de Doopsgezinde Vincent Casteleyn. Laatstgenoemde is vermoedelijk omstreeks 1585 te Haarlem geboren, van Zuid-Nederlandse afkomst, wonende ‘op de Crayenhorster Graft in de boeckdruckerij’ en op 6 april 1656 als boekdrukker overleden. boekdrukker overleden. Van zijn pers kwamen letterkundige vertalingen, pamfletten, godsdienstige traktaatjes, nieuwstijden e.d. Hij vervaardigde zelf ook verzen en was verder omstreeks 1607 gehuwd met Maycken Jaspersdochter. Bij zijn overlijden  leefden nog de volgende kinderen: Mari, Vincent, Jannetgen, Johannes, Pieter, Jacob, Hester, Jasper (of Casper) en ABRAHAM. Laatstgenoemde was gehuwd met Margaretha Bancken, geboren `1628 in Amsterdam en overleden in 1694 te Haarlem. Na de dood van Abraham Casteleijn is zij in 1682 hertrouwd met Frederik van Vliet. De zoon Gerard Casteleyn heeft in 1694 de drukkerij en uitgave van de krant voortgezet.

Noten

(1)Vanaf 1692, dat wil zeggen jaardeel XXXII is de publicatie overgenomen door de energieke Jan ten Hoorn te Amsterdam. En de ‘Hollandsche Mercurius’ is tot het einde van de 18de eeuw blijven bestaan. Abraham Casteleyn gaf overigens ook herdukken uit van de eerste jaargangen, zo is een vierde druk van het 1660 uitgekomen. Meestal voegde hij dan enkele prenten toe, waarvoor hij vanaf 1679 Romeyn de Hooghe charterde, een voortreffelijk graveur van zowel titelprenten als illustraties van historische gebeurtenissen.

cas1

Vanaf 1654 verscheen een aantal jaren in Den Haag het weekblad ‘Weeckelycke ware Mercurius’ In 1655 vervaardigde de kunstschilder Anthonie Leemans een stilleven, waarbij hij ook een exemplaar van genoemd weekblad, gedateerd 2 juli 1636, verwerkte. Daarin ook een beschrijving van een treffen tussen admiraal Maarten Harpertszoon Tromp en een Britse oorlogsvloot. Leemans wilde Tromp vrijpleiten van de beschuldiging dat zijn overmoedige optreden de Eerste Engelse oorlog zou hebben uitgelokt. Het geschreven papier rechts snoert lasteraars de mond met het bericht dat een schoenmaker zich bij zijn leest moet houden ofwel ‘de beste stuurlui staan altijd aan de wal, zoals een oud gezegde luidt (uit: De Hollandse Mercurius, 2011,pagina 50).

(2)Er bestaan weliswaar oudere kranten, maar die zijn allemaal allang opgeheven. Het eerste tijdschrift is het Zweedse blad ‘Postoch Inrikes Tidingar’(1644).

Enschede6

Voorblad van de eerste krant in de wereld: Annus Christi 1597 verschenen in Sankt Gallen, Zwitserland

De allereerste krant verscheen in 1597 in Zwitserland met in 12 pagina’s nieuws uit binnen- en buitenland onder de naam ‘Annus Christi 1597’, uitgegeven door de Augsburgse ondernemer Samuel Dilbaum. Het is echter bij 1 nummer gebleven. In september 1597 verscheen in Praag ‘Noviny Poradné’, als maandblad. In 1605zag ‘Nieuwe Tijdinghe’ het levenslicht in Antwerpen als uitgave van de courantier Abraham Verhoeven.

Verhoeven

Rechts de voorgevel van het Dagbladmuseum, geheten Abraham Verhoevenhuis’in Antwerpen en links een ansichtkaart van de eerste krant ‘Nieuwe Tijdinghe’ in 1605 te Antwerpen uitgegeven door Abraham Verhoeven.

Eerste uitgave van ‘Nieuwe Tijdinghen’ met op de voorpagina een houtgravure van de onthoofding van Johan van Oldenbarneveld in 1619

Vanaf dat jaar zijn in diverse Europese steden meerdere bladen voor kortere of langere tijd verschenen, zoals ‘Relation Aller Fürmennen und gedenckwürdigen Historien’ , begin januari 1619 in Straatsburg en ‘Avisa’ medio januari 1619 in Wolfenbüttel.

aviso2

Voorblad van ‘Relation aller Füremennen….’door Johann Carolus in 1609 gedrukt te Straatsburg.

Avisa, 1609

Surinaamse

Pas in 1774 is de eerste krant in Suriname verschenen op 10 augustus van dat jaar, getiteld: ‘De Weeklyksche Woensdaagsche Surinaamse Courant (collectie Persmuseum)

(3)Wijnman die zijn leven en werken onderzocht schreef: ‘Abraham Casteleyn was een energiek zakenman van grooten durf en ondernemingsgeest, die overal de beste correspondenten in dienst had. Men zegt, dat niemand zulke pertinente kennisse” had van de Europeese staatsgeheimen als hij. Men hield dan ook de door hem geredigeerde “Haarlemsche Courant” voor het best ingelichte nieuwsblad. Hij was het b.v. die in 1672 de Staten het eerst de belangrijke mededeling deed van het ongeluk der Engelsche vloot door storm overkomen. Uit den aard der zaak weet men weinig van de door hem georganiseerde geheimen inlichtingendienst.’ (…) Casteleyn was geen man van groote literaire gaven; met zelfkennis noemt hij zijn Fransch “barbaris”. Aan het Engelsch heeft hij zich zelfs nimmer gewaagd. Ten onrechte vindt men hem veelal ook vermeld als dichter, schilder en graveur; het van hem vervaardigde portret met onderschrift is hiervan de oorzaak. Buiten de Haarlemsche courant en het stadsdrukwerk worden weinig persproducten van Abraham Casteleyn vermeld. (…) Casteleyn was als Doopsgezinde op 19 april 1661 voor schepenen van Haarlem getrouwd met Margaretha van Blancken, afkomstig uit Amsterdam. Na het overlijden van Abraham in 1681 heeft zij de zaak voortgezet. Zoon mr. Gerard Casteleyn was opvolger als hoofredacteur van de Haarlemsche Courant na 1692 – ofschoon tot 1737 de krant op naam bleef staan van Abraham Casteleyn. (NNBW, deel 9)

(4)Begin 1886 vertrok J.M.Bomans naar ’s-Hertogenbosch. Vervolgens vestigde hij zich in Rotterdam, in 1903 in Rijswijk en vier jaar later in Den Haag, waar hij op 19 juli 1909 overleed op 59-jarige leeftijd.

Selectie van verdere literatuur

-Abraham, Pieter en Caspar Casteleyn. In: A.van der Willigen, Geschiedkundige aanteekeningen der Haarlemsche schilders. Haarlem, de Erven F.Bohn, 1866.

-het Bedrijf van Haarlem’s Dagblad; zijn drukkerij – zijn kantoorgebouw (opgericht in 1883). Haarlem, z.h. [Over de oprichting wodt verder niet gerept. De drukkerij was gevestigd op het adres Zuider Buitenspaarne 12 en het kantoorgebouw aan de Grote Houtstraat 93]

matrijs

Voorbeeld van een papieren matrijs met voorblad H.D., waarvan de halfronde platen voor de rotatiedruk gegoten werden.

-Brinkmann aan de Grote Markt; 4000 jaar geschiedenis Hartje Haarlem. Haarlem, De Vrieseborch, 1982.

-J.Brouwer. Uyt Europa’s oudste couranten, de ‘Oprechrte Haarlemsche Courant’ van 1656 tot 1672. In: Jaarboek Haerlem 1943, p.76-84.

-Casteleyn, Abraham, en Casteleyn, Caspar of Jasper. In: Nieuw Nederlandsch Biographisch Woordenboek, deel IX.

-Couveé, D.H. Van couranten en courantiers uit de zeventiende en achttiende eeuw. Z.pl., 1951

-het Dagbladbedrijf in het algemeen en Haarlem’s Dagblad in het bijzonder. Haarlem. Drukkerij Lorens Coster, 1923. [In dat jaar telde H.D. buiten de vaste redactiestaf in totaal 98 freelance medewerkers, waaevan 37 op sportgebied. Het personeel van administratie ven expeditie bestond uit 25 personen in vaste dienst. Haarlemás Dagblad werd bij de abonnées bezorgd door 58 krantenbezorgers in de stad en regio].

-Just Enschedé. Enschedé  aan het Klokhuiplwin. Haarlem, De Vrieseborch, 1991.

-R.E.O.Ekkart. Het portret van Abraham Casteleyn en zijn vrouw. In: Boekenwereld, juli 1985,p.13-15.

Haarlem: twee nieuwsbladen. In: De Nederlander uit en thuis; door John Landwehr. Alphen aan den Rijn, Sijthoff, 1981, p. 96-97.

-H.van Hall. Portret van een Blaeu of van Abraham Casteleijn? In: Mededelingen van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie. Jaargang 13 (1958), p.51-54.

-Hoe een krant ontstaat. In 1981 verschenen brochure onder redactie van H.Beem, bij gelegenheid van de toetreding vn het Leidsch Dagblad tot de Damiate Holding.

-100 jaar Haarlems Dagblad; onder redactie van Jan de Roos. Haarlem, Damiate Pers, 1987; o.a.: ‘Abraham Casteleyn, een groot handelaar in nieuws’, p.25-29 [door Paul van den Brink en Jan de Roos]en ‘J.M.Bomans, een ondernemend man’, p.46-49. [door Jan de Roos].

Vooromslag van jubileumboek 100 jaar Haarlems Dagblad

-J.Hoola van Nooten. De Haarlemsche Courant; eene humoristische voorlezing.  Edam, 1868.

Haarlem1

Vooromslag van boekje over de Haarlemsche Courant van J.Hool van Nooten (Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen)

-Hans Krol. Haarlems drukker Abraham Casteleyn op postzegel Grenada. In: Druk Doende, 23e jaargang, nummer 50, voorjaar 2003, p.9-14.

-Joh.Enschedé 2003-1703 Voor stad en staat; beelden van driehonderd jaar bedrijfsgeschiedenis. Bevat 7 delen in cassette.

In deel 6: productmagazijn is een hoofdstuk gewijd aan de Oprechte Haerlemsche Courant

-M.Kruythoff. Izak, Johannes 1 en Johannes II. Drie generaties Enschedé. In: De Boekenwereld, 8e jaargang, nummer 5, juni 1992, p.221-227.

-W.P.J.Overmeer. De Oprechte Haarlemsche Courant. In: Ons Tijdschrift, 10e jaargang, aflevering 7 (p.381-408 en aflevering 8 (p.449–481) 1905. De heer Overmeer, die talrijke historische publicaties over Haarlem op zijn naam heeft staan (vader van de journalist A [‘Boelie’] Overmeer), als adjunct-bibliothecaris werkzaam was bij de Stadsbibliotheek Haarlem en mede een grote collectie Haarlemse literatuur collectioneerde,  voorspelde voor de toekomst de belangrijke historische waarde van de oude advertentiën in de krant als aanvulling op redactionele gedeelte.  Deze zijn sinds enkele jaren eenvoudig te raadplegen via de site Delpher van de Koninklijke Bibliotheek.

-W.P.J.Overmeer. The Genuine Haarlem Newspapier. In: De Hollandsche Steden: Haarlem, 1929-1930, p.62-65.

zetterij

De zetterij van de OHC op een foto  van Hezemans uit 1929.

-Robert Peereboom. The task of the Modern Daily Newspaper. In: De Hollandsche steden: Haarlem. 1928, p.35-37

Engelstalige advertentie van het Haarlems Dagblad, 1928

-Uit de historie van Haarlems Dagblad. Haarlem, eerste druk 1977, samengesteld door redactiedocumentalist Edzard Wieinga; tweede herziene druk van 1981; derde aangevulde  druk van 1987; vierde herziene druk 1986; vijfde uitgebreide druk 1987; met teksten van Edzard Wieringa en Harry Mos.

-Uyt Europa’s outste courante”; de ‘Oprechte Haarlemsche Courant’ van 1656 tot 1672. Door J.Brouwer. In: Haerlem Jaarboek 1943. 1944, p.767-84

cas1

Vooromslag van onderstaande titel: De Hollandse Mercurius

 

-Garrelt Verhoeven & Sytze van der Veen. De Hollandse Mercurius; een Haarlems jaarboek uit de zeventiende eeuw. Haarlem, Bubb Kuyper Veilingen, 2011.

cas2.jpg

Titelblad van ‘Hollantsche Mercurius’. Uitgave van Abraham Casteleyn, stadsdrukker, 1678.

 

ILLUSTRATIES

1. CASTELEYN

Enschede7

Aankondiging uit 1656 van het drukken van een nieuwe krant door Abraham Casteleyn (uit: 100 jaar Haarlems Dagblad, 1987, pagina 25)

Enschede8

Eerste uitgave van Weeckelycke courante van Europa door Abraham Casteleyn 8 januari 1656  Pagina 1 van 2 bladzijden.

cas1.jpg

Tekening door Pieter Saenreman met de Grote Marlt. Links was het Suykerhuis van Drukkershuis Casteleyn gevestigd.

 

Tekening door Jan de Bray als voorstudie van zijn schilderij (Fondation Custodia, coll. F.Lugt. Parijs)

Casteleyntekeningmakvanwaay.jpg

In 1980 geveilde tekening van het echtpaar Casteleyn-Bancken (Sotheby Mak van Waay 18-11-1980, nummer 1810)

Casteleyn7

18e eeuwse Kopergravure van Abraham Casteleyn naar een tekening uit het stadsarchief Haarlem

cas3

Tekening van een Haarlemse boekhandel omstreeks 1630, vervaardigd door Salomon de Bray.

cas4

Een tiendelige set van de Hollandse Mercurius in een perkamenten uitgeversband, aanwezig in het Noord-Hollands Archief (uit boek van Garralt Verhoeven en Sytze van der Veen)

 

 

Haerlems Oudt Liedt-Boeck gedrukt door Vincent Casteleyn

dag1

Titelblad van Pieter Rixtels’ ‘Mengel-rymen’. Gedrukt tot Haarlem by Vincent Casteleyn, 1669 Haarlem. In het voorwoord spreekt de auteur zijn voldoening erover uit dat hij eindelijk een drukker gevonden heeft, die ‘uyt hoop van winst, daar meest al de Wereldt zigh door bedrieght, [zijn] Rijmerijen onder de Pers heeft durven werpen.’

Casteleyn3

Titelblad van Haarlems Drukwerk door Vincent Casteleyn, 1618 (Stadsbibliotheek Haarlem)

Stadsdrukwerk Haarlem door Abraham Casteleyn (Koninklijke Bibliotheek)

Stadsdrukwerk Haarlem door Abraham Casteleyn (Koninklijke Bibliotheek)

lijkdicht

Lijkdicht voor Abraham Casteleyn door Gerardt Brandt (668). Uit: 100 jaar Haarlems Dagblad, 1987, p. 26.

Mercurius1

Titelblad van de Hollantse Mercurius uit  1657, uitgegeven door Pieter Casteleyn in Haarlem

castelein.jpg

Gravure uit de Hollantse Mercurius van 1660 door Pieter Casteleyn

Mercurius.JPG

Geüllustreerde pagina uit Hollantse Mercurius door Pieter Casteleyn, 1664

Casteleynpostsluitzegels

Diverse uitgaven van postzegels en sluitzegels door de firma Enschedé

Artikel van Ko van Leeuwen over Abraham Casteleyn, gepubliceerd in  het Haarlems Dagblad van 19 juni 2003.

 

Bijlage uit NRC Handelsblad van 26 mei 2000, als ingezonden reactie: ‘Uit de bespreking van Elsbeth Etty van de roman van Conny Braam: De woede van Abraham d.d. 19 mei 2005 blijkt dat volgens de schrijfster Braam – de verslaggeving in de Opregte Haarlemsche Courant over het graven van het Noordzeekanaal lang niet zo oprecht was als het bijvoeglijk naamwoord ‘opregte’ suggereert. Hier doemt een oud misverstand op. Het woordje ‘opregte’ dat acht jaar na de oprichting van de courant in de kop verschijnt, drukt slechts uit dat de oprichter Abraham Casteleyn als enige gerechtigd is binnen de stadsmuren van Haarlem een krant te drukken en uit te geven. Het woordje ‘opregte’ in Opregte Haarlemsche Courant heeft dus niets van doen met een al dan niet oprechte verslaggeving in de krant en men kan er dus niet de conclusie aan verbinden die Conny Braam voor haar verhaal gebruikt en waaronder zij haar hoofdfiguur gebukt laat gaan als hij merkt dat zijn “chef”Conrad Busken Huet schrapt in zijn verslagen. Bij de fusie met “Haarlems Dagblad” (mei 1942) bleef de oude naam als onderkop gehandhaafd, evenals de de oude jaargang. Zodat “Haarlems Dagblad” sindsdien verschijnt met twee jaargangen in de kop’  Hans Ratsma, Rotterdam. 

2. JOH. ENSCHEDE & ZN.

Haarlem4

Prent gedrukt door de firma Enschedé vertvaardigd als eerbetoon aan Laurens JanszoonCoster als de uitvinder van de moderne typografie

Haarlem4

De firmanten van drukkerij/uitgegeverij Enschedé in Haarlem

Enschedejohnnes1

Johannes II Enschedé (1750-1799) , uitgever en drukker van de O.H.C. (W.Horstink) 1798), was firmant van 1773-1799

Johanna

Na het overlijden van Jonnes (II) Enschedé in 1799 zette de weduwe Johanna Sweering (1754-1826)  –  rechts op bovenstaand schilderij –   het bedrijf voort en zorgde voor nieuwe bloei van de OHC.

Haarlem3

De Opregte Haerlemsche Courant was de eerste krant in ons land die advertenties opnamen. Bovenstaand een aantal annonces uit de OHC van 1864

drukkerijhal.jpg

Drukkerijhal van de firma Joh. Enschedé en Zonen in  1911

Enkele exemplaren van de O.H..C. (uit: Joh.Enschedé voor stad en staat, deel 6)

Klachten van abonnees in Nijmegen die de krant uren te laat ontvangen. Het postkantoor gaf de schuld aan de firma Enschedé (Joh.Enschedé Voor stad en staat. deel 6)

Haarlem2

Kop van de Opregte Haarlemsche Courant in de 19de eeuw. In Haarlem/Amsterdam en omgeving betaalde men ƒ 7,- per kwartaal, daarbuiten ƒ 7,50. Losse nummer kostten 10 cent.

Suriname

Twee eerste-dag-eveveloppen uit Suriname, uitgegeven bij gelegenheid van driehonderd jaar Joh. Enschedé (1703-2003) en gedrukt in Haarlem, o.a. met een portret van Johannes (I) Enschedé

drukte

Drukte voor het kantoor van de Opreche Haarlemsche Courant 11 juni 1909 aan het Klokhuisplein vanwege de uitslagen van de Tweede Kamer verkiezingen

in

Begin vorige eeuw gaf de Oprechte Haarlemsche Courant tevens een apart Zondagsblad uit. In januari 1913 brak een staking uit van typografen en letterzetters bij de OHC, welke oversloeg naar de drukkerijen in Amsterdam. Eén van de stakers maakt op bovenstaande foto uit ‘Het Leven’ in zondagse kledij een wandelingetje over de Amsterdamse grachten (foto Spaarnestad fotorchief, N.A. Den Haag).

Jonkheer A.W.G.van Riemsdijk, na verzelfstandiging van de firma Enschedé in 1910 tot zijn overlijden in 1930 directeur en hoofdredacteur van de Opregte Haarlemsche Courant

ddd_010532107_mpeg21_p008_image

Bericht van begrafenis jhr.A.W.G.van Riemsdijk, die ook in toneelkringen bekendheid genoot (De Tijd, 6 mei 1930)

Werkman

Toen Evert Werkman van de Oprechte Haerlemsche Courant in 1938 afscheid nam poseerde de Haarlemse journalistiek, nadat hij was benoemd als redacteur van het Algemeen Handelsblad. bij het monument voor Laurens Janszoon Coster in de Haarlemmerhout.  Opmerkelijk is dat Werkman zelf niet op bovenstaande foto staat. Evert Werkman (1915-1988) ving zijn journalitieke loopbaan aan bij de Oprechte Haarlemse Courant en is vooral bekend geworden vanwege zijn veelgelezen rubriek ‘Amsterdams logboek’, vanaf 1973 in het Parool. De collega’s zijn zijn – volgens het geheugen van de toen 94-jarige journalist A (Boeli) Overmeer van links naar Rechts:  Serphos (freelance o.a. sportverslaggever bij het H.D.), Max van Leeuwen (Telegraaf), Stevens (persfotograaf), Fr.Primo (Oprechte  Haarlemseche Courant), Suurendonk (politie-inspectgeur en persvoorlichter), A.Overmeer (O.H.C.), H.J.D.Kammeijer (sportredacteur Haarlems Dagblad), Ben Korsten (o.a. de Patriot en Haarlems Dagblad, voorlichter), daarboven een onbekende leerling-journalist. (met bolhoed) Charles Louis Scarlet (O.H.C.), Sjoerd Kuiper (O.H.C.), Cobi Homann (echtgenote van Sjoerd Kuiper), Karel van Heusden (H.D.), Cas van de Berg (O.H.C.), M.Koops (Het Volk), Klaas Rol (Het Volk), Wim van Willige (Nieuwe Haarlemsche Courant), (daarboven) Herman Voskuil (H.D.) [= broer van journalist Wim Voskuil], Leenders (H.D.) (en helemaal rechts Leo Staal (Het Volk). Van bovengenoemde journalisten staan de volgende personen vermeld in het gedenkboek ‘100 jaar Haarlems Dagblad, 1987,: Fr.Primo, A.Overmeer, H.J.D.Kammeijer, Ben Korsten, Sjoerd Kuiper en Wim van Willige).

De Enschedé-drukkerij aan het Klokhuisplein Haarlem waar de Oprechte Haarlemsche Courant ook ba 1910 werd gedrukt

Als Roomsch-Katholieke krant is in 1877 de NIEUWE HAARLEMSCHE COURANT opgericht in 1877 door de heren W.Küppers en L.A.Laurey. In 1906 is de NHC verkocht aan drukkerij de Spaarnestad, toen nog in de Jansstraat gevestigd en uitgever van o.a. het weekblad de Katholieke Illustratie. 

Administratief kantoor met redactiebureau van O.H.C.(1928)

Haarlem1.jpg

Einde van de Nieuwe Haarlemsche Courant. door Wim Helversteijn (Haarlems Dagblad, 2 mei 1993)

 

Haarlem1

Afscheid van Wim van Willige als chef stadsredactie van de Nieuwe Haarlemsche Courant. Van links naar rechts Wim van Willige, hoofdredacteur drs. Herman van Run, redacteur Wim Helversteijn en de muziekrecensenten Olivier Koop en Jan Laarveld. In 1955 is door journalist Wim Helversteijn en toenmalig VVV-directeur Wim van Willige het ‘instituut’ van de Haarlemse Bloemenmeisjes in het leven geroepen.

HD

26 februari zijn op de Raamsingel de gezusters van der Wensch, weduwe Bekkers en weduwe Stokman, vermoord. Uitsluitend voor de geabonneerde op het Haarlem’s Dagblad twee portretten in steendruk afgebeeld, vervaardigd door D.J.van de Baren. In het pamflet is bovendien  een vers in 8 strofen opgenomen, dat kon worden gezongen op de destijds bekende wijs van Colijn, een brave boerenzoon.

3e531add-d350-50db-9ab1-f109ca10e3b0

Mededeling over krantenfusie Haarlems Dagblad Oprechte Haarlemsche Courant (H.D. 13-9-1948)

wESSELING

Portret van Jan Cornelis Peereboom; door H.J.Wesseling

 

Peereboom

Bloemenhulde voor J.C.Peereboom na diens overlijden. Als geen ander maakte  hij het Haarlems Dagblad groot

haar1

In de jaren 20-30 van de vorige eeuw verscheen een brochure-reeks ‘Bibliotheek van Haarlem’s Dagblad’. Daarin kwamen drie boekjes uit met rijmen van P.Gasus [= P.W.Peereboom, een zoon zoon van directeur J.C.Peereboom en broer van die andere destijds bekende directeur en journalist Robert Peereboom]. Piet Peereboom is in 1894 te Haarlem geboren en op 25 of 26 maart 1974 in de Spaarnestad overleden. In 1919 kwam hij bij het dafblad in dienst als adjunct-directeur van de uitgeverij NV Laurens Coster. Met zijn broer Robert Willem Pieter was hij mede-hoofdredacteur en na de dood van hun vader J.C.Peereboom mededirecteur van het grafisch bedrijf Damiate N.V., de uitgever van het Haarlems Dagblad, de IJmuider Courant en de Beverwijkse Courant.

biblio

Oud-Haarlem , tweede serie, nummer 5,  1928 (uit de Bibliotheek van het Haarlem’s Dagblad)

OHC

Chr.F.Haje stelde een boekuitgave samen van alle artikelen over admiraal Michiel Adriaansz. de Ruyter verschenen in de Oprechte Haarlemsche Courant (IJmuiden, Vermande, 1976)

prent

Prent, voorstellende de bevrijding van de zogenaamde Hongaarse predikanten door Michiel de Ruyter.

Haar3

Lennaert Nijgh was als columnist jarenlang een vaste medewerker van het Haarlems Dagblad. In 1996 verscheen bij Damiate b.v. een boek met eerder in het H.D. geschreven bijdragen: ‘Haarlem bestaat niet’. waarin veel legenden opnieuw beschreven zijn. In  het voorwoord noteerde Nijgh: ‘Geschiedenis is de enige wetenschap die zich bezighoudt met iets dat niet meer bestaat, het verleden’. De illustraties in het boek zijn van Ingrid Joustra, Fred Marshall, Fiel van der Veen en Jurgen Wiersma.

 

maas.jpg

Nop Maas stelde een publicatie samen over de Opregte Haarlemsche Courant in negentiende-eeuwse literatuur en karikatuur (Arcadia, 1998)

advertentie

Advertentie uit de Opregte Haarlemsche Courant van 1860

Haarlem1

Cartoon van de Haarlemsche Courant als papegaai afgebeeld in het Humoristisch Album van 1869

wapen

Het stadswapen van Haarlem in de Opregte Haarlemsche Courant in de 19de eeuw

adv.jpg

Advertentiepagina OHC (uit: Haarlemse Kringen. Hilversum, Verloren, 1993, pagina 106.

Haarlem5

Staaldruk door W.Steelink, in het boek ‘Waarheid en droomen’ (1885) van Jonathan [= pseudoniem van schrijver-predikant J.P.Hasebroek (1812-1896)] die aan zijn bureau de Opregte Haarlemsche Courant leest

OHC

Reclame voor de stadsredactie van de Oprechte Haarlemsche Courant omstreeks 1900 naar een ontwerp van J.Visser (1873-141)  (N.H.A.)

3. HAARLEMS DAGBLAD

Haarlems4

Eerste uitgave van Haarlem’s Dagblad 11 juli 1883, gedrukt in 10.000 exemplaren

 

Haarlems3

Alle ‘rondbrengers’ van het Haarlems Dagblad in 1908 gefotografeerd met hun hondenkarren

 

drukkerij

De drukkerij van het Haarlems Dagblad was vanaf 1900 gevestigd aan het Zuiderbuitenspaarne (uit: 100 jaar Haarlems Dagblad, pagina 88)

peer1

Biografie Robert Peereboom, uit: Persoonlijkheden uit het Koninkrijk der Nederlanden 1938

peer2.jpg

Vervolg van Robert Peereboom, uit: Persoonlijkheden in het koninkrijk der Nederlanden. 1938.

 

 

 

Nypels

Het vroegere jaarlijks bezoek van Sinterklaas aan het Haarlems Dagblad , in 1987, met achter de tafel v.l.n.r. hoofdredacteur Frans Nypels, algemeen directeur van Damiate Holding mr.H.C.van der Mije en mede-directeur J.S.Koekoek (uit: 100 jaar Haarlems Dagblad)

majoor.jpg

Geert Majoor, hoofdredacteur van het Haarlems Dagblad (link op de foto) na het in ontvangst nemen van het jubileumboek ’25 jaar Kunstlijn Haarlem’. Verder zien we Wim Westerman (cultuurwethouder van Velsen), Joke Breemouwer (directeur Kunstlijn) en Patrick Vlegels (cultuurmedewerker van de gemeente Haarlem) (Haarlems Dagblad, 3 november 2010)

 

 

Bomans

In 1937 dreigde de Bakenessergracht te worden gedempt. Dat leidde tot oprichting van de Rijnlandse Academie met Godfried Bomans als president en Harry Prenen als algemeen secretaris. Een ingezonden brief van de Rijnlandse Academie in het Haarlems Dagblad hield de gemoederen maanden- zo niet jarenlang bezig, vergelijkbaar met de sluiting van het Laantje van Alverna sinds 2015 in het H.D.  Uiteindelijk besloot het Haarlemse stadsbestuur de gracht niet te dempen. Bovenstaande tekst en illustratie uit: Houten Haarlemmers van A tot Z; een boekje met houten omslag dat in 1995 werd samengesteld door Wim Helversteijn en als Haarlem 750-editie van Haarlem Dagblad verscheen in een eenmalige oplage van 750 genummerde exemplaren.  Zelf bezit ik nummer 583.

 

HD

Journalisten van het Haarlems Dagblad rijmen op verzoek rond 5 december

 

 

haarlems

Een praktische uitgave van het Haarlems Dagblad, uitgegeven in samenwerking met de Stichting Dienstencentra voor ouderen in Haarlem in een oplage van 10.000 exemplaren in januari 1985.

 

 

zet5

Gegevens over Haarlem’s Dagblad in 1930, toen met circa 1.8.000 geabonneerden.

 

koptitels.jpg

Koptitels van het Haarlems Dagblad sinds 1883 (uit: 100 jaar Haarlems Dagblad)

 

Bomans3.jpg

De eerste transportauto van Haarlem’s Dagblad met opschrift: ‘ Plaatst maandelijks duizenden advertentien van vraag en aanbod’

zet4

Het vroegere kantoorgebouw van H.D. in de Grote Houtstraat 93 in een 17de eeuws pand. Aldaar gevestigd sinds 1917. Tien jaar later bleek een algemene vernieuwing noodzakelijk. In 1928 is met de verbouwing begonnen onder architectuur van Klaas Jonkheit.Deze kwam al in februari 1929 gereed.

 

 

zet3

De monumentale hal met trappenhuis (beneden) van het Haarlems Dagblad na de verbouwing in 1930 Een bijschrift invoeren

 

zet4

De ruimte voor de admininistratie van het Haarlem’s Dagblad, 1930.

zet4.jpg

De zogeheten ‘tijdingzaal’ van Haarlems Dagblad aan de Grote Houtstraat, 1930.

zet5

Het gebouw van het Haarlems Dagblad in 1930 na de vernieuwing. Er was enige kritiek op de ten dele vooruitspringen gevel aan de straatwand. De architect zei daarover: ‘Dat is niet zonder opzet geschied; voor een dagblad scheen het ons stellig geoorloofd, met dien straatwand, die in de Groote Houtstraat dikwijls verre van schoon is, geen rekening te houden en een gebouw te plaatsen, dat inwendig geschikt was voor de behoeften van ons bedrijf en uitwendig ons oog voldeed.’ 

De zetterij van het Haarlems Dagblad in 1928

 

zet1

De acht zetmachines van Haarlem’s Dagblad  omstreeks 1930

zet2

Een gedeelte der zetterij van Haarlem’s Dagblad, 1930

zet3

Het perceel Zuider Buitenspaarne waar de drukkerij n.v. Lourens Coster van Haarlem’s Dagblad was gevestigd.

zet1.jpg

De vooroorlogse hypermoderne rotatiepers waar het papier blanco oprollen in gaat en die het als volkomen afgewerkte krant verlaat met een snelheid van minstens drie exemplaren per seconde, dat wil zeggen 180 per minuut en ongeveer 11.000 per uur, zodat de krant in 1930 binnen 1,5 uur was gedrukt.

==============================================================

MAANDAG 5 JUNI 1944 VERSCHEEN EEN NAMAAK-EDITIE: HAARLEMSCHE COURANT. Gedrukt in Hillegom door een anonieme illegale groep, 1944, 4 pagina’s. Een illegale persiflage op het(gelijkgeschakelde) dagblad Haarlemsche Courant verschenen tijdens de Duitse bezetting. Met als ondertitel: ‘Dit nummer verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van Mees, Peereboom en Derks” (de toenmalige hoofdredacteuren). Bevat anti-Duitse artikelen, spotgedichten, karikaturen, een zogenaamde bekendmaking van de Höhere SS- ind Polizieiführer” (fotomontage gericht tegen NSB-propaganda (Ons Nationalisme, Uw redding? – Ons Socialisme, Uw toekomst?), namaak-advertenties e.d. Deze fakekrant werd gedrukt in een oplage van 10.000 stuks en werd op 6 juni 1944 bij veel Haarlemse abonné’s van de Haarlemsche Courant bezorgd enkel uren voordat de “echte” krant in de bus viel. Dat het nummer tegelijk met de Geallieerde landingen in Normandië  verscheen verhoogde zowel bij de lezers als bij de Duitsers ter plaatse het effect zeer (Winkel, L.E. De ondergrondse pers 1940-1945 ‘s-Gravenhage, 1954, p.129).

==============================================================

Hel3

Restaurant Brinkmann aan de Grote Markt 1 februari 1951 bij gelegenheid van een diner ter ere van ROBERT PEEREBOOM die op 28 januari een kwarteeuw in dienst was van het Haarlems Dagblad.Staand van links naar rechts: Jos de Klerk, Cees van Tilburg, Pieter Zwaanswijk, Boelie Overmeer, Hendrik Andriessen, Sjoerd Kuiper, Piet PIET PEEREBOOM, de heer Schmidt -Degener, C.J.E.Dinaux, Jos Lodewijks, Lot van Bunge, Henk Biersteker. Zittend (klokgewijs rond de tafel, links te beginnen): de jubilaris ROBERT PEEREBOOM, Ernst van Raalte, mr.E.Elias, W.L.Brugsma, Han Folkertsma, David Koning, Joop Bartman, de heer Been en ED PEEREBOOM

rijmen

De rijmen van P.Gasus [= P.W.Peereboom] verschenen ook in het Utrechtsch Dagblad

drukte

Drukte bij het bijkantoor van het Haarlems Dagblad in de Soendastraat (Haarlem-Noord) met uitslagen van de verkiezingen, 1977 (NHA)

 

HDdrukkerij

Links De nieuwe drukkerij van het Haarlems Dagblad na de Tweede Wereldoorlog aan de Heiliglanden en rechts de nieuwe Winkler-rotatiepers (uit: 100 jaar Haarlems Dagblad)

Haarlemsdaniate.jpg

Het kantoor van Damiate Pers aan de Oudeweg in de Waarderpolder, dat in 1976 werd betrokken, maar al op 18 september 1973 rolde de eerste krant van de pers in de drukhal.

redactie.jpg

De redactie van het Haarlems Dagblad aan het werk in kantoor Oudeweg, Waarderpolder, 1990 (NHA) Een bijschrift invoeren

 

archief

Mw. Lia Donkers, adjunct-directrice van de Stadsbibliotheek Haarlem zoekt een jaargang van het Haarlems Dagblad (1985, foto Cees de Boer NHA)

redactie

Redactie van het Haarlems Dagblad aan het werk op het adres Gedempte Oude Gracht/hoek Zijlstraat, 1985 (NHA)

Damiate3.jpg

Redacteuren aan het werk . Uit: brochure: hoen een krant onstaat. Damiate Pers, 1981.

HDredactie

Een deel van het Haarlems Dagblad, redacteuren en vormgevers van het Haarlems Dagblad in 1987. V.l.n.r.: voorste rij Peter Lodewijks (zoon van wijlen hoofdredacteur Jos Lodewijk), Peter Veenendaal (geblokt shirt), Marcel Goedhart (geblokt jasje, nu bij Andere Tijden Sport), Jaap Sluis (stadsverslaggever met sigaar), Wim Wijnands (overleden, vormgever), Jan Kuijs (chef Stadsredactie) en naast hem helemaal rechts staand met bril Kees Kolenbrander (vormgever). Achterste rij: Harrie Janmaat (vormgever), Peter Heerkens (chef sportredactie), Ronald Frisart (buitenland redacteur), Ruud Blokhuisen (vormgever), Dirk Jan Westerwoudt (stadsverslaggever), Ineke Berkhout (vormgeefster), Ruud Vogelesang (vormgever), Erik ??? (met snorretje), Gerard Dik (vormgever), Jan de Roos (redacteur binnenland) en Leon Klein Schiphorst (adjunct-hoofdredacteur). [met dank voor informatie van Jaap Sluis].

Damiate1

Vooromslag van een in 1981 verschenen publicatie: hoe een krant ontstaat. Damiate Pers

Damiate2.jpg

Binnenzijde van in 1981 verschenen uitgave over Damiate Pers

druk1.jpg

Een rol papier naar de drukpers

druk2

Polymere drukplaten worden op de rotatiepers bevestigd

druk3

De krant in de rotatiepers

druk4

Centrale bedieningspaneel van de rotatiepers

druk5

Van gedrukte krant, via telling en stapeling naar de expeditie

Zwart

Weinig bekend is dat de in Haarlem geboren schrijver Harry Mulisch weliswaar in ‘Heemsteeds Leven’ met een aantal bijdragen debuteerde, maar vervolgens tussen 9 okober en 22 november 1954 in 38 afleveringen een feuilleton publiceerde onder de titel: ‘Achter Wallen en Poorten’, een historisch verhaal naar het gelijknamige toneelspel van journalist Jan van Dam uit 1947. Bovenstaand de helft van nummer 30. Later weigerde Mulisch medewerking verlenen dit feuilleton dat hij als een minder geslaagd jeugdwerk beschouwde, in boekvorm uit te geven.

Lod1

Bij de pensionering van J.Lodewijks als hoofdredacteur van het Haarlems Dagblad verscheen als een kloeke boekuitgave: ‘Er Tussen In; bij het afscheid van Jos L.Lodewijks’, samengesteld door Klaas Pieter Rieksen, Jan de Roos en Kees Tops en met tekeningen van Janwillem van Vugt.  (Haarlem, Damiate Pers, 1980).

Hel2.jpg

Cartoontekening van Jos L.Lodewijks door Jan-Willem van Vugt

Hel4

Afscheidsgedicht van H.L.Prenen, ooit getypeerd als “Haarlemmer van beroep”, die behalve leraar geschiedenis aan het Mendel College ook schrijver en kunstschilder en -tekenaar was, en sinds jaar en dag journalistiek werk verrichtte voor De Volkskrant en het Haarlems Dagblad.

Lod2

Tevens zijn door Damiate Pers b.v. een aantal eerder in de krant verschenen verhalen van Lodewijks gebundeld onder de titel ‘Wondere dingen’.

week2

In het jaar 2000 gaf het Haarlems Dagblad als Millenniumkrant een speciale editie uit met een selectie herdrukken van voorpaginanieuws uit kranten verschenen tussen 1900 en 2000. Bovenstaand voorzijde van de gratis bijgeleverde verzamelband

twee

Twee journalisten van het Haarlems Dagblad, Allard Besse en Jan Kuys, publiceerden een boek over de IRT-affaire: ‘Cowboys aan het Spaarne’. ‘Noem het maar een genoegdoening. Niet voor henzelf, maar voor de Haarlemse politie. Al tijdens de verhoren van de commissie-van Traa begon het te kriebelen. Werd commissaris Straver en zijn mannen wel recht gedaan? Was het wel eerlijk dat de Haarlemse prinsemarij van onder uit de zak kreeg? Jan Kuys, die het onderzoek naar de IRT-affaire als parlementair verslaggever van het Haarlems Dagblad op de voet volgde, vond van niet. Een mening die door politieverslaggever Allard Besse van de krant van meet af aan ten volle werd onderstreept’ (Haarlems Dagblad, 28-11-1993)

 

haar3

In 1976 publiceerde journalist Ton Kors bij Van Gennep Amsterdam, in samenwerking met Damiate Pers, een biografie een veelgelezen biografie over ‘Hannie schaft, het levensverhaal van een vrouw in verzet tegen de nazi’s’.

populair

Populair en in 1985 verschenen als speciale uitgave van Haarlems Dagblad, IJmuider- en Beverwijkse Courant was ‘Kennemerland hongert naar zijn bevrijding’ over de Duitse bezettingsperiode 1940-1945, samengesteld onder eindredactie van Ronald Frisart

Weterings

In de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw was Louis Weterings als directeur-hoofdredacteur van n.v. de Spaarnestad tevens  hoofdredacteur van de Nieuwe Haarlemsche Courant (Het Leven, 1920) (Geheugen van Nederland)

Hel

15 september 1947 stapte Wim Helversteijn de Haarlemse journalistiek binnen, bij de rooms-katholieke Haarlemsche Courant, gevestigd op het adres Smedestaat 5. Na opheffing van dat blad werd hij redacteur bij het Haarlems Dagblad. Frans Nijpels, in 1977 nog chef van de stadsredactie vroeg hem een Haarlemse rubriek van historie en actualiteit in zijn kolommen te schrijven, ‘Tussen de coulissen’ werd een veelgelezen wekelijkse rubriek. Na 20 jaar, in 1997 verscheen in boekvorm gebundeld een 50tal verhalen bij uitgeverij De Vrieseborch met medewerking van het Haarlems Dagblad Oprechte Haerlemsche Courant 1656.

Vredesbrug

In zijn rubriek ‘Tussen de coulissen’ kwam ook de omgeving van Haarlem menigmaal aan de orde, zoals in ‘Godfried ter zee’ over de mislukte ballonvaart met Nini Boesman in Zandvoort die eindigde met het neerstorten in de Noordzee bij Zandvoort, kleinseminarie Hageveld en de Vredesbrug in Heemstede. Bij een foto zijn de toenmalige Rederijkers van de toneelgroep Alberdingk Thijm uit Haarlem bij hun eeuwfeest in 1980 op de Pons Pacis van het Oude Slot vereeuwigd.

Nieuwe1.jpg

In maart 1876 richtte W.Küppers, boekhandelaar in de Jansstraat, het Nieuw Haarlemsch Weekblad op, da korte tijd van naam veranderd in ‘Nieuwe Haarlemsche Courant (NHC), eerst 2 x, vervolgens 3 x per week en sinds de jaren 90 van de vorige eeuw dagelijks. In de volksmond vaak ‘de Nieuwe Haarlemmer’ genoemd. Het werd een geduchte concurrent van de twee andere regionale dagbladen: de Oprechte Haarlemse Courant en het Haarlems Dagblad. Evenals dagblad De Tijd rooms-katholiek en uitgegeven door de Spaarnestad in Haarlem. Succesvol in de tijd van de verzuiling. In 1946 was al besloten door De Tijd een aantal tijdens de Tweede Wereldoorlog verboden streekbladen af te stoten, zoals het Noord-Hollands Dagblad dat werd overgedragen aan Drukkerij Stumpel. [Voor De Tijd als dagblad viel het doek in 1974] .De NHC hield het langer vol maar 1 mei 1972 trok de Spaarnestad de stekker uit de krant. Bekend als hoofdredacteur was  journalist-publicist drs. Herman van Run uit Overveen. Wim Helversteijn [naast Godfried Bomans en Henk Vijn ooit ‘meest Haarlemmer bij uitstek’ genoemd begon 1 mei 1947 bij de krant als stadsverslaggever en is na opheffing na een periode bij weekblad de Margriet als redacteur  van het Haarlems Dagblad in dienst gekomen.

nieuwe

De rk Nieuwe Haarlemse Courant was links op de foto gevestigd op het adres Smedestraat 5. Even verderop was het vroegere hoofdbureau van politie (met toren), waar na verhuizing naar de Koudenhoorn appartementjes zijn gekomen.

haar2

Op 5/6 juni is een aantal Heemstedenaren door de Sicherheitsdienst gearresteerden en naar het gijzelaarskamp Beekvliet in Sint Michielgestel vervoerd, Op 13 juli volgde de aan de Jan Steenlaan woonachtige hoofdredacteur van het Haarlem’s Dagblad Robert Peereboom die na de bevrijding  in 1945 zijn wederwaardigheden in het kamp publiceerde onder de titel ‘Gijzelaar in Gestel’.

Peereboompbdekat

Tekening van Robert Peereboom door Otto B.de Kat. Op 5 juli 1942 kreeg R.W.P.Peereboom, hoofdredacteur van het Haarlems Dagblad, Jan Steenlaan 2 Heemstede het bevel dat hij zich moest  melden bij de Sicherheitspolizei in Amsterdam. Het blijkt dat hij sinds enkele dagen spoorloos was.  Achteraf bleek dat hij vooraf een waarschuwing had gekregen dat hij gearresteerd zou worden en is hij toen ondergedoken. Hoofinspecteur van Politie Berentsen raadde hem aan zich ‘vrijwillig’ te melden. Omdat hij getrouwd was met een Engelse vrouw, G.H.Peereboom-Chambers zwichtte hij en is Peereboom onder begeleiding van Berentsen naar de SD gebracht, vanwaar hij naar het interneringskamp in Sint Michielsgestel werd overgebracht

bloed

Begin 1943 is door de gijzelaars in kamp ‘Beekvliet’te St-Michielsgestel door de gijzelaars het toneelstuk ‘Bloed en Liefde’ van Godfried Bomans  opgevoerd.  Op 3 mei van dat jaar is Peereboom ontslagen als gijzelaar Wèl kreeg hij op het politiebureau (met W.Broekema, G.F.W.van Doorn, R.W.Frese en H.J.Koster) een soort huisarrest met een wekelijkse meldingsplicht.

 

 

Nijgh

Lennaert Nijgh, vooral bekend geworden als tekstschrijver voor o.a. zijn levenslange jeugdvriend Boudewijn de Groot, schreef ook talrijke op Haarlem geïnspireerde columns voor het Haarlems Dagblad. Een selectie daarvan uit de periode 1986-1989, is in 1989 uitgegeven door Conserve in Schoorl.

Dinaux

C.J.E. Dinaux, in 1898 in Ommen geboren en getogen in Heemstede als zoon van de plaatselijke directeur van het postkantoor, overleed op 25 juni 1980 te Heerde. Tijdens zijn werkzaam leven was hij een gezaghebbend literair criticus, die onder meer een wekelijkse kroniek verzorgde in het Haarlems Dagblad. Geteisterd door fysieke walen ontving hij in maart 1977 het advies van Harry G.M.Prick, conservator van het Nederlands Letterkundig Museum en Doumentatiecentrum, als ‘een uitmuntende therapie’ zijn mémoires te schrijven ‘een in onze literatuur te zelden beoefend genre’.  In 1978 begon Carel Dinaux daaraan en na een operatie eind 1979 kon hij zijn werkzaamheden voortzetten tot kort voor zijn overlijden. Met een nawoord van Pierre H.Dubois kwam in 1981 het boek uit:  ‘Levend verleden, literaire herinneringen’, bij uitgeverij BZZtôh in ‘s-Gravenhage.

 

uiverspel

In de loop van de jaren gaf het Haarlems Dagblad afzonderlijk o.a. een aantal publicaties uit. In 1935 verscheen als premie bovenstaande Uiver-spel.

haar1

In 1926 verscheen als tweede druk in de serie ‘Haarlemse Bibliotheek’de uitgave: ‘Oud Haarlem wat gespaard bleef’ met de op achterzijde de trotse vermelding van intussen meer dan 18000 abonnés

Haarlems6affiche1947.png

Promotieaffiche Haarlems Dagblad uit 1947

Haarlems7ffiche1973

Promotieaffiche Haarlems Dagblad uit 1973

Haarlems8affiche1984

Voorbeeld van een affiche van het Haarlems Dagblad uit 1984

Haarlems9affiche1994

Affiche Haarlems Dagblad uit 1994

Haarlemsdagblasswarte2001

Afficheuitgave Haarlems Dagblad naar een ontwerp van Joost Swarte, 2001 (Catawiki)

Haarlems11sticker

Reclamesticker van Haarlems Dagblad (Catawiki)

Haarlemsreclame10

Reclame op suikerzakje Haarlems Dagblad (Catawiki)

Haarlems1

Te gebruiken als grote paperclip, uitgeven door Haarlems Dagblad/Haarlemmermeers Dagblad

hd1

Uit: bureaukalender 1993, uitgegeven door uitgeversmaatschappij Haarlems Dagblad b.v.

bieretiket

Bieretiket Jopenbier, in 2006 verschenen bij gelegenheid van 350 jaar HD/OHC, met portret van oprichter Abraham Casteleijn

Deijl

Frans van Deijl, stads-kronikeur van Haarlem, publiceert iedere vrijdag een column in Het Haarlems Dagblad als ‘Frans op vrijdag’. Een selectie is opgenomen in het boek ‘Haarlem nergens anders!’

Adem

Digikrant van Het Haarlems Dagblad

In 2016-2017 dreigt een forse bezuiniging voor de krant waarbij de regionale redacteuren de dupe lijken te worden. Eerder in 2002, dreigde een vergelijkbare bezuiniging na een samenvoeging met Telegraaf-zuster het Haarlems Dagblad.  Enkele citaten uit De Volkskrant van 23 maart 20002 onder de kop ‘VERVAL VAN EEN MONUMENT’; door Gerard Reijn: ‘Het Haarlems Dagblad heeft een rijke geschiedenis. maar de toekomst stemt somber. De krant moet verregaand bezuinigen, wat volgens de hoofdredactie ten koste gaat van de kwaliteit. Samengevoegd worden met Telegraaf-zuster het Noord-Hollands Dagblad – dat is ernstig. Niet voor niets voert het Haarlems Dagblad al sinds de Tweede Wereldoorlog de ondertitel Oprechte Haerlemse Courant 1656. De krant is gek op haar geschiedenis; trouwens ook op haar status en uitstraling. Het Haarlems Dagblad is niet alleen de krant van Bomans, Busken Huet en W.L.Brugsma of de krant die voortrekker was in het onthullen van grote affaires als de King-Kong-affaire uit de Tweede Wereldoorlog. Het is ook de oudste, nog verschijnende krant in de wereld. “We staan in het Guinness Book of Worldrecords”, zegt hoofdredacteur Geer Jan Majoor ten bewijze. En uitgerekend deze krant dreigt een van de slachtoffers te worden van de saneringsgolf die regionale kranten overspoelt. Een kwart van de journalisten moet eruit, en alsof dat nog niet genoeg is zou de krant ook moeten fuseren met het Noord-Hollands Dagblad, zusterbedrijf binnen het Telegraaf-concern. Van het Haarlems Dagblad zou dan niet méér overblijven dan een kopblad van het Noord-Hollands Dagblad. De ontstaansgeschiedenis van de krant begint niet in 1656 zoals de ondertitel graag suggereert. In dat jaar, om precies te zijn op 8 januari, verscheen het eerste nummer van de “Weeckelycke Courante van Europa”. van Abraham Casteleyn. Na enkele jaren kreeg deze zaterdagse editie er een dinsdagse bij en werd zij omgedoopt tot “Haerlemsche Saturdaghse, respectievelijk Dinsdaegsche Courant. De krant tooide zich met de toevoeging Oprecht toen het gemeentebestuur andere kranten verbood zich “Haarlems” te noemen. En dagblad werd de krant pas in 1847. Aan deze krant zijn klinkende namen verbonden. Eduard Douwes Dekker (Multatuli) bijvoorbeeld, die correspondent was in Duitsland en die gebruikmaakte van een interessant journalistiek middel: het verzinsel.  Aan het eind van het artikel zegt hoofdredacteur Geert-Jan Majoor: ‘de concurrentie is groot, want in de Randstad hebben regionale kranten meer dan elders het gevaar te duchten van landelijke kranten. Natuurlijk ondercheidt het Haarlems Dagblad zich van de landelijke dagbladen. De krant doet mee aan activiteiten als Haarlem Jazz, de Stripdagen, doet veel aan amateurtoneel omdat Haarlem daar vanouds veel aan doet. “We zijn betrokken, zegt Majoor. Maar : Moet je nog wel regionale kranten maken voor een gebied waar het regiogevoel nauwelijks nog bestaat? “En is de krant nog wel een regionale krant, na een fusie met het Noord-Hollands Dagblad?” Dat wordt een soort landelijke krant met editiestelsel.” Majoor verzucht: “Ik denk vaak, de laatste tijd: we gaan toch niet beleven dat het na mij afgelopen is?”

verval

De oplageschommelingen  van het Haarlems Dagblad van 1915 tot 2000 (De Volkskrant, 23 maart 2002)


busken

Litho van Conrad Busken Huet

Van zijn eindredacteur Busken Huet moest hij zo “droog als grutte” de feiten overschrijven uit Duitse kranten. Als die niet schreven wat Douwes Dekker vond, citeerde hij de Mainzer Beobachter, die hij voor dat doel verzon. [Gerard Reijn en Eric de Frel, in: De Volkskrant van 23-03-2002]

Dekker.jpg

Portret van Eduard Douwes Dekker (Multatuli) die dankzij Cd. Busken Huet een baan kreeg als redacteur bij de Opregte Haarlemche Courant.

pers

Persbureau de Boer in Haarlem werkt sinds jaren voor Haarlems Dagblad. Met bovenstaande foto van Ria Kuyken die tijdens een repetitie in circus Toni Boltini werd aangevallen door een beer won Cees de Boer (1918-1985) in 1962 de World Press Photo in de categorie Nieuws

KUNST & CULTUURPRIJS DE OLIFANT SINDS 1995

Een specialiteit van het Haarlems Dagblad is sinds 1995 de jaarlijkse uitreiking van de Olifant Kunst- en Cultuurprijs, destijds mede mogelijk gemaakt door de ABN- AMRObank en Edelsmederij Rob Sipkes te Haarlem. Zij is per 1 november 1994 in het leven geroepen om een persoon dan wel een instelling te eren die een positieve invloed heeft (gehad) , dn wel een uitzonderlijke bijdrage heeft geleverd aan het cultuurklimaat van Zuid-Kennemerland. De kunstredactie nomineert op voordracht vaneen deskundige jury. De Olifant-speld is ontworpen door Wim Groenhart. In 1995 waren de genomineerden Rieks Swarte, Bert Sliggers, Michel van der Plas en Stichting Bevrijdingspop. Laatstgenoemde stichting werd uitgeroepen tot winnaar. In 2017 is de ‘Olifant-prijs’ uitgereikt aan Nop Maas en Harry Swaak.

olifant.jpg

Vooromslag van programa Kunst & Cultuurprijs de Olifant van het Haarlems Dagblad. De genomineerden waren dat jaar Piet Veenstra, Willem Snitker, Witte Theater (IJmuiden), Joost Swarte en Joop Visser.

Een probleem voor vrijwel alle kranten is dat het aantal afzeggingen als abonné niet wordt gecompenseerd door aanwas van nieuwe lezers. Bovendien hebben kranten te maken met een vermindering van advertentieinkomsten – in het verleden was de globale verdeling van inkomsten: tweederde uit advertenties en eenderde uit abonnementen. De omslag kwam kort na 2000. Tegenwoordig halen papieren kranten zelfs minder dan 25% van hun inkomsten uit advertenties. Voor informatie zijn naast radio en televisie, de digitale internetmedia  steeds belangrijker geworden, bovendien veelal vrijwel gratis. Een probleem is/wordt dat jongeren vrijwel geen papieren kranten meer lezen, maar voorkeur geven aan sociale media op het internet, i-phone, pc, iPhone en tablet. Daarnaast is een categorie mensen ontstaan die zich zoveel mogelijk afschermen van nieuws dat veelal uitsluitend negatief is. Niet geïntegreerde migranten geven de voorkeur aan het nieuws uit het land van herkomst. Sommigen, zoals treinreizigers beperken zich tot de gratis METRO . Een extra probleem voor de regionale kranten is dat nogal wat  mensen vinden dat ze het plaatselijk en streeknieuws al voldoende via de gratis huis-aan-huisbladen kunnen betrekken.

Alle kranten zijn tegenwoordig weliswaar ook op het internet actief, maar dat levert in de praktijk nog te weinig extra inkomsten. Toch blijft een regionaal blad ook voor gemeentelijk nieuws zoals verslagen van raadsvergaderingen belangrijk en moet niet uitgesloten worden dat in de toekomst overheidssubsidie nodig is om te kunnen overleven. Landelijke dagbladen zijn er in ons land nog altijd voldoende met De Telegraaf, Algemeen Dagblad, NRC, Trouw, ten dele ook het Parool, maar 1 regionaal dagblad – in de vorige eeuw waren er dat in Zuid-Kennemerland nog drie – is geen luxe maar noodzaak.

Wat de papieren krant en het fysieke boek betreft: al in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw voorspelden trendwatchers en filosofen als Marshall MacLuhan het einde ergens tussen 2000 en 2010. Een veeg teken is weliswaar  dat de oplage van De Telegraaf, de grootste krant van Nederland is gehalveerd. Daar staat tegenover dat het aantal abonnees van de New York Times sinds de installatie van Donald Trump als president van de Verenigde Staten  is toegenomen  van 1,42 miljoen naar 2,33 miljoen. Talrijke boekhandels en bibliotheken zijn de eerste decennia van de 21ste eeuw gesloten. Wereldwijd en zelfs in de meest ontwikkelde landen als de USA, Duitsland en Nederland verschijnen nochtans elk jaar meer weer meer nieuwe boektitels in een papieren versie. Het einde van krant en boek is vooralsnog op korte termijn geenszins in zicht.

julieleest

Mijn kleindochter de 7-maanden jonge Julie Mebis- uit Antwerpen wordt al op jonge leeftijd  vertrouwd gemaakt met het Haarlems Dagblad-Opregte Haerlemsche Courant 1696,  vooralsnog voornamelijk geïnteresseerd in plaatjes en het geritsel van de krant (maart 2017).

Bijlage 1:  de naam van de krant

druk1

Uit het Haarlems Dagblad van 23 maart 1984

Bijlage 2: Haarlemse dagbladen in bezettingstijd

druk2.jpg

De Haarlemse dagbladen in bezettingstijd door Ko van Leeuwen 1 (Haarlems Dagblad van 17 maart 2009)

druk3.jpg

vervolg van ‘Haarlemse kranten in bezettingstijd door Ko van Leeuwen. Haarlems Dagblad, 17 maart 2009

=======

Haarlem2

Achteromslag van het jubileumboek ‘100 jaar Haarlems Dagblad’. Damiate Holding Haarlem

BIJLAGE: DE PATRIOT, verzetskrant , per 5 mei 1945 legaal en in 1946 als zelfstandige krant opgehouden te bestaan.

patriot1

De Patriot verscheen als illegale krant vanaf 1 augustus 1944 in Heemstede met als redacteur o.a. Ben Korsten. Na de Bevrijding nog enige tijd voortgezet vanuit Haarlem. De Haarlemse journalist Kees Sipkes die als journalistiek medewerker daarbij betrokken was heeft de geschiedenis van de krant beschreven in Jaarboek 1996 van de Vereniging Haerlem (1997). Bij de Bevrijding verscheen het blad tussen Trouw, het Vrije Volk, het Parool en de Waarheid (met een lokale editie).  en Patriot als enige plaatselijke krant omdat het Haarlems Dagblad moest wachten op herverschijning na de perszuivering. Het eerste na-oorlogse nummer van het Haarlems Dagblad verscheen op 25 juni 1945. Dat gaf de patriot een voorsprong. Sipkes was maandenlang de enige stadsverslaggever. Commercieel werd het blad slecht geleid door niet professionele mensen. De krant is enige maanden gedrukt in Amsterdam. Er waren financiële en distributieproblemen. Op een gegeven moment was er geen salaris  voor de medewerkers en moest de Patriot het afleggen tegen het Haarlem’s Dagblad.

patriot2.jpg

Voorzijde van de Patriot van 10 augustus 1945

Sipkes.JPG

Overlijdensbericht 12 juli 2014 van journalist Kees Sipkes, na bij de Patriot werkzaam geweest bij o.a. Het Vrije  Volk, met een eigen Haarlemse redactie op de hoek van Kruisstraat en Nieuwe Kruisstraat. Het blad heeft het nog jaren volgehouden, eer het definitief in Haarlem ten onder ging, zoals dat enkele jaren ook landelijk een feit was voor ‘dit rode bastion’ in Amsterdam. Sipkes werd hoofd voorlichting bij de gemeente Haarlem.  De zoon Max Sipkes trad als journalist in de voetsporen van zijn vader.

Haarlem2.jpg

Bij het overlijden van de journalist W.L. (Boebi) Brugsma wijdde het Haarlems Dagblad van 5 september 1997 daaraan een hele pagina met o.a. herinneringen van Brugsma aan zijn eerste baan hij het H.D. en – zie bovenstaand – enkele herinneringen van collega-journalisten