Tags

,

EEN HEEMSTEEDSE LUCHTVAARTPIONIER: G.M.H.FRIJNS (1898-1966)

Tot de luchtvaartpioniers-gezagvoerders van de KLM Indië-lijn behoort naast Iwan Smirnoff ook Guillaume Marie Hubert Frijns. Geboren in Borgharen nabij Maastricht in 1898 en in 1966 te Heemstede verleden. De jonge Hubert Frijns genoot in 1919 een scholing voor werktuigkundige in Soesterberg en kreeg het daar daarop een baan bij de Marine Luchtvaart Dienst als werktuigkundige. In 1923 begon hij met de opleiding tot vlieger en in 1924 is hem het militaire brevet uitgereikt.

Naar de KLM

G.M.H.Frijns in KLM-uniform

In 1927 ging Frijns over naar de K.L.M., waar hijspoedig een vast dienstverband kreeg en als een van de eerste piloten in dienst kwam van de nationale luchtvaartmaatschappij. Frijns ontwikkelde zich tot een kenner van het Midden- en het Verre Oosten en zijn bijnaam ‘sjeik’ dankte hij aanzijn aandeel tijdens het uitvoeren van speciale vluchten. Als gezagvoerder was hij betrokken bij de lange serie ‘Mekka-vluchten, dat wil zeggen het transport van Indische hadji’s die tussen Batavia ende heilige steden van Arabië Mekka en Medina heen en weer werden vervoerd, voornamelijk wanneer de Ramadan-tijd aanbrak. Uit zijn mond is het volgende verhaal opgetekend: ‘Tijdens een vlucht “mid-air” in de cockpit brandlucht ruikende, stuurde Frijns zijn tweede vlieger voor onderzoek de cabine in. Die kwam terug met de mededeling, dat op de bodem van het vliegtuig enkele hongerige passagiers bezig waren een vuurtje te stoken om een schapenbout te roosteren.’

‘de Postduif’

Bericht van de eerste vlucht met Fokker ‘de Postduif’ naar N.O.Indië, 3-10-1927

indie.jpg

De oude Indië-route van Amsterdam naar Batavia (15339 kilometer)

 

Met 1ste luitenant Koppen verwierf Hubert Frijns alias ‘de sjeik’ bekendheid vanwege de op 1 oktober 1927 officieel gestarte eerste retourpostvlucht – na 2 eerdere proefvluchten in 1924 onder gezagvoering van Jan Thomassen à Thuessink van der Hoop — met het driemotorige Fokkervliegtuig, de ‘Postduif’ naar Nederlands Oost-Indië.

Frijnspilootluitenantvliegerkoppenen bwkElleman

Frijns met luitenant-vlieger Koppen in het midden met een mascotte in de rechterhand en boordwerktuigkundige Ellerman voor de Fokker HNAEA, de Postduif in 1927

postduif

De kerosine en olietanks in Fokker-vliegtuig de Postduif waarmee in 1927 naar Ned. Oost-Indië werd gevlogen.  (Het Leven, 1927; Geheugen van Nederland)

geheugen

De Fokker F-VII, de Postduif in 1927 voor de start naar Batavia

Frijns

Fokker vliegtuig ‘de IJsvogel’ met de bemanning klaar voor de tweehonderste Indië-vlucht. Van links naar rechts: G.M.H.Frijns, Th.W.von Weyrother, S.van der Molen en P.Blok.

 

Frijns

Frijns wordt door bij zijn thuiskomt van een Indiëvlucht verwelkomd door zijn beide dochtertjes

Koppen ostzegel

Naar aanleiding van de geslaagde vlucht van Schiphol naar Batavia en terug in 1927 o.l.v. Koppen en Frijns als co-piloot verscheen in 1928 een speciale postzegel van de Nederlandse posterijen met een portret van gezagvoerder Koppen

De heenreis van 13.630 kilometer werd in een recordtijd van bijna 76 vlieguren ofwel 10 vliegdagen afgelegd. Een vlucht die dankzij haar gunstig verloop de stoot gegeven heeft voor een regelmatige dienst op Batavia. In 1929 maakte Frijns onder zeer moeilijke omstandigheden een Kerstpostvlucht naar Nederlands-Indië en van april tot mei 1934 was hij gezagvoerder van de F-18 ‘de Uil’ die door de 76-jarige mevrouw Moore uit Boston gehuurd was voor een bijzondere vlucht met o.a. de Engelse hoogleraar Pope naar Palestina, Irak, Iran en Turkije. Het gold hier een archeologische expeditie door de lucht en Frijns landde meermaals in de woestijn.

ddd_010226636_mpeg21_p019_image

In 1938 maakte Frijns met een groep Amerikaanse archeologen een rondvlucht boven Iran (Nieuws van den Dag, 23-3-1938)

Voor hem en zijn grote vriend Smirnoff was het een teleurstelling dat de geplande inschrijving met een Fokker F-36 voor de befaamde Melbourne-race geen doorgang kon inden vanwege mankementen aan het nieuwe toestel. Frijns vloog met vliegtuigen variërend van de Fokker F-7 tot en met de DC-4. Met dit laatste type maakte hij na de oorlog de openingsvlucht naar Zuid-Amerika voor de KLM.

De piloten Frijns en Duimelaar + in het midden boordwerktuigkundige Bruynestein voor een Fokker-vliegtuig

Frijns bij de herbegrafenis van zijn collega Iwan Smirnoff op de algemene begraafplaats in Heemstede. Van links naar rechts: Grosfeld, Viruly, Frijns, Van Dijk, en op  de rug: Veenendaal (De Telegraaf, 21-11-1959)

In het boek ‘Hoger – sneller – verder’ uit 1948 schreef C.T.Rombout naar aanleiding van de succesvolle ‘Postduif’-vlucht over Frijns: Het was overigens heel moeilijk iets uit hem te krijgen, want hij houdt niet van praten, maar uitsluitend van vliegen, Zijn aantal vlieguren bedraagt ongeveer 20.000, waarin hij niet minder dan 4 miljoen kilometer heeft afgelegd. In maart 1946 vloog hij zijn jubileumvlucht Holland-Indië vice versa, ter herdenking, dat hij deze tocht vijftig maal gemaakt had. Het moeilijkste ogenblik in zijn loopbaan was een noodlanding in dikke mist bij Erfurt. Toen werd hij door ijsafzetting gedwongen te landen en ondanks het zeer slechte zicht, wist hij zijn toestel onbeschadigd op de grond te krijgen. Dit was het tweede gelukkige moment van zijn loopbaan, aldus Frijns. ‘want het eerste was dat, waarop ik voor het eerst alleen het luchtruim koos. En toen gevraagd werd wat zijn ongelukkigste ogenblik was, antwoordde hij: ‘dat komt nog, en wel als de tijd is aangebroken, dat ik niet meer kan vliegen.’Frijns is herhaaldelijk onderscheiden onder meer als ridder in de Orde van Oranje-Nassau en de gouden medaille van de Koninklijke Vereniging voor Luchtvaart.

Panne en ongevallen kwamen in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw meermaals voor. Bovenstaand landde Frijns uit nood op 12-7-1927 met een Fokker F-7 zodanig dat het vliegtuig zwaar beschadigd was, maar hijzelf er goed van af kwam (Herman Dekker, 1927: ongevallen en incidentenregister )

Frijns1101927

Op 1-10-1927 kreeg Frijns als co-piloot te maken met een klapband. (Herman Dekker)

Heemstede

In zijn woonplaats Nieuwer Amstel zijn uit het huwelijk met de zeer charmante C.C.A. (Triny) de Vries, afkomstig uit Haarlem, drie kinderen geboren, twee meisjes – van wie zoals sommigen nog weten dat Netty Frijns les gaf op de Crayenesterschool – en zoon Herbert in 1937. Laatstgenoemde heeft tot 1976 in het ouderlijk huis te Heemstede gewoond. Het gezin Frijns was medio juli 1939 naar het adres Franz Schubertlaan 47 verhuisd, waar Hubert Frijns op 6 september 1966 (ongeveer vijf jaar na de dood van zijn echtgenote) is gestorven.

Hubert Frijns en echtgenote Triny bekijken thuis in Heemstede een plakboek met knipsels en foto’s van vliegreizen (de Heemsteder, 20-12-1995)

Oorlogsjaren

Net andere KLM-vliegers, zoals Abspoel, Scholtmeijer, Mulder en Bik, is Frijns op 13 april 1941 gearresteerd en heeft hij enige tijd in kamp Schoorl gevangen gezeten.

Appèl in concentratiekamp Schoorl, 1991

Na teugkeer in Heemstede moest hij in 1943 ook deelnemen aan het verplicht ‘wachtlopen’, maar met name Steinbeck kon voorkomen worden dat hij voor de Duitsers moest gaan ‘spitten’. Na de Bevrijding kon Frijns zijn loopbaan als piloot nog enkele jaren voortetten. Na tot 1950 actief piloot te zijn geweest is hij ongeveer 9 jaar op Schiphol als Hoofd Vluchtregeling werkzaam geweest. In zijn vrije tijd maakte hij als natuurliefhebber graag wandelingen in Groenendaal, Vogelenzang en de Amsterdamse Waterleidingduinen.

Zoon Herbert Frijns

Frijns

HFC junioren G. seizoen 1953-1954  op het voetbalterrein in de Hout. Van links naar Rechts: Kees Brants, Frank Nagzaam, Leendert Lambach, Harry Nietzeman, Bob van Spall, Jan Wamsteker, HERBERT FRIJNS, Rob Goldsteen, Hans Gerke, Wim de Graaff, Kees de Bruin, Dirk de Jong, Stef Koning en Wim Reynders.

Zoals ook bij de Heemstedenaren Steinbeck en Van der Geest het geval is geweest trad de zoon van Hubert Frijns als vlieger in het spoor van zijn vader. Na in november 1962 door de Rijksluchtvaardienst in Eelde te zijn gebrevetteerd trad hij direct in dienst bij het jonge bedrijf Martin’s Air Charter, het bedrijf had Herbert Frijns – later hoofd vliegdienst – trouw bleef, zoals zijn vader destijds de KLM. Toen ik hem op 4 december 1995 ’s avonds in zijn woning te Aerdenhout opzocht kwam hij juist terug van een vlucht naar Kuala Lumpur. Niettemin was geen spoor van vermoeidheid merkbaar bij het tonen van zijn particuliere luchtvaart-boekerij met o.a.

vlieger

‘De Vliegende Hollander’ moest in 1948 een noodlanding maken bij Schiphol. Dankzij het koelbloedig optreden van captain Herbert Frijns werd een ramp voorkomen (Noord-Hollands Archief)

Een door Iwan Smirnoff in Heemstede ondertekend opdrachtexemplaar en bij het ophalen van herinneringen aan de Heemsteedse tijd, zijn ouders en de omgang met andere vliegers zoals “oom” Sven Steinbeck, een Deen, en natuurlijk de onvergetelijke Smirnoff alias ‘de Turk’ die met Margot, een Deense actrice, was gehuwd. De vliegersvrouwen hadden onderling regelmatig contact met elkaar.

Herbert Frijns (en links diensechtgenote) in gesprek met zijn leerling als piloot: prins Willem Alexander (Leidsch Dagblad 1–1999)

Uit Leidsch Dagblad van 1-9-1999

In een interview uit 1964 toen Martin Air werd geleid door twee ondernemende jonge vliegers – directeur Martin Schröder en commercieel manager John Block – verklaarde hij: ‘Ik ben blij met ouder materiaal te kunnen vliegen. Na de Dove ben ik op een Dakota gekomen en nu volg ik de Convair-cursus. Door deze geleidelijke ontwikkeling leer je je kist beter beheersen. Vliegerervaring kun je alleen op de kleinere machines opdoen. Je vliegt dan nog zelf; op de grote jets maak je hoofdzakelijk berekeningen. Bij een chartermaatschappij heb je bovendien geen vaste routes, er wordt initiatief van je gevraagd, bij elke vlucht opnieuw. Ik houd van een beroep dat nieuwe dingen schept. Dat doet de lijnvliegerij niet meer.’ Een vraaggesprek dat als volgt eindigde: ‘en dan horen wij vader Frijns , die als KLM-veteraan ook een stuk Nederlandse luchtvaart hielp opbouwen, zeggen: ‘Zó, net zó hebben wij het vroeger ook gedaan.’

======================================================

Frijns1

G.M.H.Frijns in uniform op een oude prentbriefkaart voor een Fokker F-VII

drie

Drie luchtvaartmiljonairs (met dan 1  miljoen kilometer gevlogen), v.l.n.r. Smirnoff. Van Rijn en Frijns .

Biografie G.H.M.Frijns uit : Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden. 1936 (1)

Vervolg biografie Frijns , 1936

Tepas

Op 29 augustus 1930 is door de meeste KLM-vliegers gestaakt. Op bovenstaande foto zien we hen op de Schipholdijk staan. Van links naar rechts: 1.HUBERT FRIJNS, 2. Quirinus Tepas, 3.Pellens, 4. Kress, 5. Sillevis, 6. Wiersma, 7.Smirnoff, 8. Soer, 9. Veenendaal, 10. Beekman, 11 Van Onlangs, 12 Both, 13. Duimelaar, 14. Parmentier. Na bemiddeling door een regeirngscommissaris is het conflict met Plesman  opgelost en zijn drie eerder op staande voet ontslagen piloten wederom in dienst genomen.

ooievaar

Op 19-2-1931 vertrok  KLM Fokker F-VIIb, PH-AFO, ‘de Ooievaar’met G.M.H.Frijns als gezagvoerder, P.Both als co-piloot en C.A.Bruynestein (boordwerktuigkundige) voor een postvlucht naar Nederlands Oost-Indië. In Tsjechoslowakije kreeg men te maken met zware mist en moest een noodlanding worden gemaakt op een besneeuwd veld nabij Popelin. Vanwege het pak sneeuw sloeg het vliegtuig over de kop en raakte het onderstel ontzet.  (Herman Dekker)

delen

In delen is de ‘ Ooievaar ‘onder barre omstandigheden van de noodlandingsplek naar de AVIA-vliegtuigfabriek in Praag vervoerd. Met een andere Fokker F-VIIb, de ‘Zwaluw’ is onder leiding van Frijns de luchtreis voortgezet naar Bandoeng (Herman Dekker)

 

ooievaar1

Onderdelen voor vliegtuig ‘de Ooievaar’ zijn bij Popelin op een slee getrokken door 2 paarden aangevoerd. De Ooievaar is in december 1931 gecrasht in Bangkok, Thailand, waarbij de meeste inzittenden dodelijk verongelukten. (Herman Dekker)

vier.jpg

Fotokaart van vier KLM-gezagvoerders van de Australië-race. Links Smirnoff (‘de Turk’) en Frijns (‘de Sjeik) vliegend met een Fokker F36. en rechts Moll en Parmenttier (in Douglas DC2)

 

tekening

Portrettekening van G.M.H.Frijns al vlieger door P.P.Koster (Het geheugen van Nederland)

Bericht van einde vliegerscarrière H.Frijns (Haarlem’s Dagblad, 7 juli 1950)

ddd_010956095_mpeg21_p017_image

G.M.H.Frijns overleden (Het Vrije Volk, 8-9-1966)

Hoger.jpg

Het boek ‘Hoger sneller verder’ van C.T.Rombout uit 1948 bevat een hoofdstuk gewijd aan G.A.Koppen en G.M.H.Frijns, p. 101-113

Frijns1

Interview met Herbert Frijns (hoofd vliegdienst Martinair) uit Haarlems Dagblad van 28-8-1999.

Frijns2

Vervolg van interview met vlieger Herbert Frijns (Haarlems Dagblad, 28-8-1999)