Tags

, , , , , ,

KLEERSCHIPPERS IN DE PRUIKENTIJD: PIETER KROON SENIOR EN JUNIOR

In 1993 stond van de heer B.A.M  (Ben)  Kroon [oud-journalist bij De Tijd en historicus, in 2018: 94 jaar] een bijdrage in over zijn voorgeslacht uit Berkenrode, opgenomen in het tijdschrift van Oud Heemstede Bennebroek, thans uitgebreid met aanvullende informatie. ‘

‘Jacob Cats (1741-1799), gevierd Amsterdams stadstekenaar, posteert zich 20 juni 1797 “op de Cingel tusschen de Warmoesgraft en Gasthuys-Molensteeg omtrent het Keteltje” en tekent er de drukte bij ’t Kleereveer op Heemstede. Volgens de huidige naamgeving zit hij aan het Singel tussen Paleisstraat en Raadhuisstraat. Cats schetst vaardig de aanvoer met kruiwagens, treksledes en karren van manden vuile was en registreert nauwkeurig het optreden bij het veerhuis van de aantekenaar ook wel genoemd de ‘opsiender’, die elke vracht registreert voordat de beurtschipper ze met de spriet aan boord mag hijsen. Welvarend Amsterdam in de Pruikentijd. Cats vereeuwigt in een moeite door de aanstellerige Franse pruikenmaker in zijn modieuse pantalon, die op weg naar de klanten wordt gevolgd door een bijna onder de last van pruiken dozen bezwijkende knecht. Het lijkt een scene uit Figaro, sierlijkheid met een dubbele bodem; het einde van de Pruikentijd komt in zicht.

Drukte bij ’t Kleereveer op Heemstede in Amsterdam. Tekening van Jacob Cats uit 1797 (Stadsarchief Amsterdam)

De Franse bevrijders zitten al in Amsterdam, men heeft 4 maart 1795 op de Dam om de Vrijheidsboom gedanst “Gij zijt vrij. Gij zijt gelijk”, is de leus.
Kleerschipper Pieter Kroon heeft het gezien en zich bezorgd afgevraagd of de nieuwe vrijheid ook vrijheid van beurtvaart zal betekenen. Zo ja, dan dreigt grote schade, want beurtschipper wordt je slechts “in uitsluitende bevooregting’ via benoeming oor de overheid. Men dient als “Uw Ed.Groot Achtbare alderonderdanigst biddende” een verzoekschrift in. Met de verzekering dat men een bevaren man is, zonder dronkenschap, vechten of kijven, dat men de cautie (borgstelling) kan betalen en boort vervolgens alles aan wat men aan relaties en omkoopbare vrienden op de zachte kussens heeft, want we leven in de tijd van de vriendjespolitiek.

Plattegrond van de heerlijkheid Berkenrode in de 18de eeuw

De Herenweg ter hoogte van Berkenrode omstreeks 1790 door H.P.Schouten (NHA)

18e eeuse eeuwse huizen aan de Herenweg in de voormalige heerlijkheid Berkenrode met rechts – naast de koepel van Westerduin/Berkenrode – het vroegere Schoutenhuis

De Kronen varen al sinds 20 juni 1744 heen en weer tussen Heemstede en Amsterdam. Jan Jacobsz Kroon (1698-1789), Pieters vader. Heeft de begeerde licentie bemachtigd. Hij komt uit de archieven tevoorschijn als een ondernemend persoon. Vader van 18 nakomelingen, hem geschonken door Antje Leenders Pappers en zijn tweede vrouw Geertruy Krans. Slechts enkele jaren voor zijn dood op 91-jarge leeftijd zal hij zijn zonen Pieter en Maarten als zijn opvolger toelaten Hij sterft in zijn huis aan de Noordehoutslaan. Uitvaart had plaats in de bescheiden parochiekerk(statie) St.Bavo in Berkenrode waarvan hij kerkmeester was. Ook in laatstgenoemde functie zal zijn zoon Pieter hem opvolgen. Wie in die tijd werd geroepen tot zo’n functie werd allereerst geroepen tot financiële participatie. We ontdekken Pieters naam op de gedenksteen van 1817 ter gelegenheid van de bouw van de pretentieloze nieuwe St.Bavo, die al in 1880 zou worden gesloopt om plaats te maken voor het huidige neogotische gebouw. De familieoverlevering beweert dat Pieter voor de kerk van 1817 diep in de buidel heeft moeten tasten. In het wijkend perspectief van de tijd heeft het bedrag steeds ongehoorder omvang genomen. We moeten genoegen nemen met overlevering want veel is er niet bewaard gebleven van deze beide voorvaders van uw verslaggever. Het roomse plezier in een numeriek royale nageslacht draagt niet bij tot concentratie van historisch materiaal. Ook is er het verhaal van mijn Haarlemse grootmoeder die haar vele dochters betrapte op het giechelend bekijken van oude foto’s en andere familieschatten en over deze respectloosheid zo in woede ontstak dat ze alle kostbaarheden onder geween van de dochters in de kachel kieperde. Gelukkig heeft ze de pastelportretten van schipper Pieter Kroon en zijn vrouw, de blekersdochter Helena Breed uit het fanaal gehouden. Hoewel niet ongeschonden en artistiek van weinig belang, zijn ze als curiositeit de aandacht waard, want in het standsbewuste Heemstede van die dagen moet het ongewoon zijn geweest dat een kleerschipper zich liet vereeuwigen. Pieter vertoont zich niet als schipper maar als burger in een donkere geklede jas met kuitbroek. Hij stopt een pijp en op het tafeltje staat een wijdgerande, zwarte hoge hoed. Zijn vrouw en moeder van dertien kinderen draagt een floddermuts ven houdt een boek omhoog, dat zonder twijfel een kerkboek is, want volgens de familieoverlevering waren alle vrouwen Kroon “vroom en vlijtig”. Pieter, zo blijkt uit zijn portret, rekende zich tussen de Amsterdamse hooghartigheid van de buitenplaatsen en ondanks de handicap van “de verkeerde kerk”, blijkbaar tot de gezeten burgerij. Eigenaar van een huis en een schip, houder van een winstgevende beurtvaartlicentie, kerkmeester, armbestuurder en, via zijn vrouw, gerelateerd aan de blekers. Het bedrijf van de familie Breed heeft het bestaan tot in de vorige eeuw weten te rekken.

Simpel pastelportret van veerschipper Pieter Kroon senior (1758-1828), zoon van Jan Jacobszoon Kroon (1698-1789),in 1726 getrouwd met Antje Leenders Pappers en in 1743 voor de tweede maal met Geertruy Krans.  Beiden kleerschipper en kerkmeester van de parochiekerk van Berkenrode.

De echtgenote van Pieter Kroon: blekersdochter Helena Breed op een anonieme pastel

Bovengenoemd echtpaar haaden 7 kinderen, te weten Jan (tolgaarder), dochter Geertruy en de zonen Jacob, Jan, Cornelis, Maarten en Pieter. Beide laatstgenoemden hebben als veerschipper gewerkt. Pieter Kroon (junior) is 9 januari 1839 overleden. De heer Ben Kroon uit Amsterdam stamt af van Cornelis Kroon. 

Kanten muts afkomstig uit Heemstede en tegenwoordig in de collectie van het Openlucht museum in Arnhem

Als Pieter Kroon (senior) sterft in 1828 wordt een bidprentje gedrukt.

Bidprentje van Pieter Kroon senior, overleden op 16 april 1828 en begraven op het kerkhof van Berkenrode, Heemstede

Zoals ik me zijn vader voorstel als een bezige, ondernemende man, zo lijkt me Pieter typisch een kind van de tweede generatie, aan wie enige pedanterie niet vreemd was. Hij was wekelijks in Amsterdam en in de roerige tijden van alles het eerst op de hoogte. Bovendien vervoerde kleerschippers ook post. Wie heeft de portretten vervaardigd? Mijn vermoeden dat Pieter met zijn vrouw naar Amsterdam was gevaren en zich daar een pastellist had uitgezocht, werd bestreden door een deskundige, die de hand meent te onderkennen van kunstenaarsfamilie Jelgerhuis (van wie Johannes, Rienk en Johannes Rienkszoon het meest bekend zijn geworden), die matig begaafd zijn broodwinning vond in Haarlem en omgeving.

Anoniem portret van Lamberus Ing. Geeres, pastoor van Berkenrode, van 1810 tot zijn overlijden in 1817, mogelijk ook vervaardigd door een telg uit de kunstenaarsfamilie Jelgerhuis

Prent van de oude kerk van Berkenrode, in 1879 gesloopt ten gunste van de huidige H.Bavokerk aan de overzijde van de Herenweg. Op het linker-onderschrift staat: ‘Aan dit KERGgebouw, opgericht nonder directie van L.J.Geeres, pastoor; P.Kroon, H.van Eyk, J.Beelen en P.Noesten kerkmeesters is de 1ste steen gelegd door H.S.van Wickevoort Crommelin den 1 Julius 1817.

Het portret van pastoor Geeres van Berkenrode (1810-1817) zou van dezelfde hand kunnen zijn. Pieter Kroon maakt het me wel moeilijk met zijn rol als nieuwlichter in het kerkbestuur van Berkenrode toen de Franse revolutie nog een nieuwe lente leek. Priester B.J.van Houten heeft in het gedenkboek van 1944 die episode beschreven. Het klinkt nogal eigentijds. Parochianen die zelf de kerk willen besturen en de clerus een toontje lager wil laten zingen, maar ik kan Pieter niet geheel in dit opstandige beeld plaatsen. De Kronen zoals ze in de loop van de negentiende eeuw aan het huidige geslacht zichtbaar worden, zijn kerkelijk conservatief. We keren terug naar Jacob Cats die op de dag nauwkeurig 53 jaar na de licientiëring van Jan Kroon de bedrijvigheid in Amsterdam tekent. Aangezien Pieters schip schuilgaat achter het veerhuis moeten we wachten tot de klok is geluid en de schipper afvaart, voordat we zijn schip kunnen zien. Jacob Cats is dan al op weg naar de sociëteit maar in het Scheepvaartmuseum van Amsterdam vond ik een fraai model van het beurtschip in Hillegom, dat niet veel van het Heemsteedse kan verschillen.

 

smalschip

Afbeelding op een tegeltableau van een smalschip zoals in de 19e eeuw in gebruik, over het algemeen smal genoeg om de Spaarndammer sluizen door te varen.

’t Kleereveer op Heemstede in Amsterdam in 1797

Volgens kenners een tjalkachtig smalschip met spriettuig en strijkende mast, stevig genoeg om een storm op het IJ te kunnen doorstaan. Onder het dek voor en achter ruimte voor de schipper en zijn knecht en in het midden laadruim voor grote manden en kleine, waarvoor de vrachtprijs door de overheid is vastgesteld op respectievelijk twaalf en vier stuivers. Pieter en zijn knecht bomen het zwaarbeladen schip het Singel af, onder de Torensluis door, waarvan de Jan Rodenpoortstoren op de tekening zichtbaar is (hij zal in 1828 worden afgebroken) en dan, Kleine Vismarkt voorbij, door de Haarlemmer bomen het IJ op, dat toen nog een zeearm was, waar het flink kon spoken. De zeilen worden ontplooid en boven het eiland Den Hoorn langs, vaart men naar de Spaarndammer sluizen en vandaar, over het Noorder Spaarne, Haarlem voorbij en via het Zuiderbuitenspaarne, naar de aanlegplaatsen Bennebroek, De Glip onder Heemstede, de Heeren Zandvaart en ’t Krayenest. Knechten bestellen de manden bij de wasserijen, die er hun tijd voor nemen om de vuile was van de grachtengordel te reinigen. Men kan de hele operatie het best vergelijken met het stomen van een costuum in onze tijd, vooral wat de kosten betreft. Had Jacob van Ruijsdael voor zijn weergaloze “Haerlempjes”de duintoppen van Bloemendaal een eeuw later beklommen, dan had hij de bleekvelden in de voorgrond niet meer kunnen stofferen met sierlijke witte stroken linnen. Op de bleekvelden lag toen de was van Amsterdam. In verval geraakte linnen- en garenblekerijen hadden het bestaan gered door over te schakelen op het wassen voor Amsterdam. Op een van die blekerijen vree Pieter als gemeld. Met de dochter Helena Breed, die zijn vrouw zou worden.
Croon/Kroon: schouten en veerschippers
Wie speurt naar de familienaam Kroon of Croon in de heerlijkheid Heemstede en aanpalende gebieden ontdekt al spoedig dat ze zo talrijk lijken als de bloembollenkwekers. We ontdekken in de eerste helft van de 18de eeuw een schout Jan Croon in 1714 en nogmaals vanaf 1728 tot zijn overlijden in 1741. Hendrik (Henry) Croon volgde hem op van 1741 tot 1745. Schipper Jacob Kroon, varende uit de Gasthuisvaart in Amsterdam, vervoerde van tijd tot tijd zonder vergunning van de schout en schepenen van Heemstede kleerwassen voor mevrouw Hasselaer. Op 6 januari 1771 verzocht de ambachtsheer aan de bewoonster van Bosbeek dit te beletten, waarop “aenstonds voldoenend antwoord quam”. De schipper Jan Croon moest 25 guldens recognitie betalen aan “ordinaire veerschippers” omdat hij in de Leidsevaart mag afmeren voor het bezorgen van goederen bij de hofsteden Oosterduin, Ipenrode, Leyduin en Woestduin. Zo streefde ieder zijn voordeel na. Waar ze woonden? Een vinden we aan de Gasthuiszandvaart (nu Crayenestervaart), een ander op de Glip en de stokoude Jan Jacob draagt zijn schip over in zijn huis aan de Noordehoutselaan “bij de tweede brug van deese stad naar Leyden” onder jurisdictie der Heerlijkheid Heemstede, schrijft de notaris.
Na de Franse Tijd is het met de beurtvaart op Amsterdam spoedig gedaan. Eerst begint de verbeterde Haarlemmerweg te wemelen van de snelle snorwagens en dan komt in 1839 de spoorverbinding. De tijddichter schreef: “Schippers van een kaag of schuit Zijn in hun beroep gestuit En dat komt allemaal door Grote wind en stoom en spoor’”. In 1838, sterfjaar van Pieter sr. schrijven B.en W. van Amsterdam aan Den Heer van Wickevoort Crommelin in Berkenrode dat het ooit zo winstgevende veer in verval is geraakt. Ze hebben er geen bezwaar tegen dat het nog uitsluitend wordt bediend door de weduwe Kroon met behulp van haar zoon Pieter (junior) als zetschipper. De laatste is de 23 jarige zoon van senior. Ooit voer het kleerveer met twee Amsterdamse en vier Heemsteedse schippers elke namiddag met andere goederen. Daarmee eindigt mijn verhaal wat Heemstede betreft (1).
Wat een sensatie was voor de tijdgenoten de drooglegging van het grote Haarlemmermeer wordt een catastrofe in het gezin van Cornelis, de vierde van de dertien kinderen van Pieter en mijn overgrootvader. Hij sterft, evenals zijn vrouw, aan cholera, de ziekte die volgens tijdgenoten met de kwade dampen uit de droogvallende Meer kwam binnenwaaien. Men brandt pektonnen op de hoeken van de straten, maar het helpt niet. Zijn vierjarige, jongste zoon Antoon, mijngrootvader, groeit op in het R.K.Weeshuis van Haarlem. Hij de eerste sinds ruim een eeuw die achter zijn naam niet schipper invult’. (Ben Kroon)

Model van een tjalg zoals destijds in gebruik geweest bij schipper Kroon (Nederlands Scheepvaartmuseum)

(1)Door Pieter Huijg is in 1805 een schippersvervoerbedrijf opgericht dat door zijn zoon, kleinzoon (Coenraad) en achterkleinzoon (Jan Huijg) is voortgezet. Het bodehuis was na Berkenrode gevestigd bij de IJzeren Brug op de hoek van de Zandvaartkade en Binnenweg en vervoerde de was tussen Amsterdam en Heemstede. Pas in 1926 is met dat vervoer per boot definitief gestopt en overgeschakeld op vrachtvervoer per auto – in 1934 overgenomen door een andere vrachtbedrijf dat enkele jaren later failliet ging.

Foto uit omstreeks 1920 van Jan Huijg op zijn boot met wasmanden bij wasserij Breed aan de Blekersvaartweg.

In 1929 ging beurtschipper J.N.Huig over op autotransport van was en goederen tussen Heemstede (Binnenweg 2) en Amsterdam (Singel tegenover 233)

 Croon (Kroon): 11 mei 1643 is Willem Janszoon Croon, jongeman afkomstig uit Hillegom getrouwd met Cnuirtgen Jacobs van Bo(ur)gonjen, jongedochter van Heemstede

1747 Aangetekend Willem Cornelisz Heemskerck  (J.Willems) weduwnaar, wonende te Haarlem met Hilgont Willemse (L.Croon), weduwe, wonende te Haarlem

Daniel Barends Scholten, weduwnaar van Maria Jans Croon, woonachtig in Hillegom trouwt 30-1-1755 met Engeltje Leenderts, jongedochter, geboren te Nederweert, woonachting in Heemstede.

Anthonie Gerritse, woonachtig in Overveen, trouwt 180801765 in Heemstede met Catharina Croon uit Heemstede.

Jacob Croon, weduwnaar van Niesje van Blijdestijn, woonachtg in Heemstede, trouw 12-7-1778 met Jacomijntje Tijssen, jongedochter uit Heemstede

Jan Croon, arbeidsman op de Zandvaart is 14-1-1711 begraven in Heemstede

N.N.Croon, kind van Jacob Kroon, overleden te Heemstede 28-4-1784

Antje Croon, echtgenote van Cornelis van der Weijden, overleden te Heemstede 8-11-1790

Jacob Croon (Niesje van Blijdesteijn), weduwnaar met Jacomijntje Tijssen, ongehuwd, geboren te Heemstede, 26-6-1778 overleden.

Agnes van der Weiden, gedoopt 8-4-1787, trouwt Jacob Croon, Jacomijntje Tijsse, dochter van Cornelis van der Weiden en Antje Croon.

Cornelis Croon, gedoopt 10-3-1791, zoon van Maarten Croon en Lijsje Breed

Cornelis Croon, gedoopt op 15-12-1792, zoon van Pieter Croon en Helena Breed

Elisabeth Croon, gedoopt 3-6-1795, dochter van Pieter Croon en Helena Breed

Helena Croon, gedoopt 10-1-1798, dochter van Pieter Croon en Helena Breed.

Maria Croon, gedoopt 11-8-1802, dochter van Pieter Croon en Helena Breed..

Met dank aan Cees Schenkel en José Schenkel-van der Klashorst.

 

Fragmentgenealogie Kroon van Berkenrode (uit: Gens Nostra, juni 1951)

In 1714-1715 was Jan Croon (Kroon) schout en secretaris van de heerlijkheid Berkenrode.  Voorts in 1728 en 1735  tot zijn overlijden in 1741. Van 1741 tot 1745 was Hendrik (Henry) Kroon schout-secretaris (met Jan Broese en Willem Franse als schepenen), in 1747 opgevolgd door Pieter Kerkhoven. 

Aanvullend: de boosheid van advocaat mr. Jacob van Lennep over de onterechte veroordeling van veerschipper Pieter Kroon Junior van Berkenrode

Pieter Kroon junior is in 1835 – hij was toen 29 jaar –  ten onrechte beschuldigd van ernstige mishandeling. Hij zou op 21 december 1834 ’s morgens om half zeven bij een conflict met commies Hesse(n) in de Groote Houtstraat te Haarlem vitriool in diens ogen hebben gegooid, waarna deze blind werd.  De heer W.C.J.Hulskamp, van beroep  eigenaar van onroerend goed in Haarlem wist met 100 procent zekerheid dat dit niet door Kroon maar door ene Paulen is geschied en heeft hiervoor getuigd bij de rechtbank, echter tevergeefs De rechters veroordeelden Kroon en pas na jaren (1839) is hij min of meer vrijgesproken als verdachte. Eerder, in 1836 heeft Hulskamp op eigen kosten een publicatie van 44 pagina’s uitgegeven waarin hij de gebeurtenissen schetst en Pieter Kroon vrijpleit. Diens strafpleiter was (rijks-)advocaat mr. Jacob van Lennep. De zoon Christiaan van Lennep noteerde in zijn ‘Jéugdherinneringen o.a.: ‘Als ik over Woestduin schreef komt er zooveel in mijn geheugen terug van wat er gebeurde toen wij in dat lustoord woonden – dat was van 1832-1845 H.K.). Zoo heugt mij de schipper Kroon, die van moord beschuldigd was, en uit dankbaarheid dat Papa hem gratie bezorgde ons goed van Amsterdam naar Woestduin en vice-versa jaarlijks gratis vervoerde (1).

Vooromslag van de biografie over Jacob van Lennep door dr.Marita Mathijsen (2018)

Mevrouw dr. Marita Mathijsen gaat op de affaire wat dieper in, in de biografie ‘Een bezielde schavuit Jacob van Lennep (uitg. Balans,, 2018, p.214-215) en schrijft in een hoofdstuk over Van Lennep als rijksadvocaat: ‘(…) Van Lennep hield overigens ook nog een eigen praktijk als advocaat aan, alleen voor heel speciale gevallen. Er was een proces dat hem erg aangreep en waarover hij uitgebreid verslag doet aan vrienden. Schipper Pieter Kroon, die hem met de schuit geregeld van Amsterdam via Haarlem naar Heemstede bracht, werd in 1835 van ernstige mishandeling beschuldigd. Een ambtenaar die controle hield op de accijnzen op sterkedrank, meende iemand betrapt te hebben op belastingontduiking. Voordat hij tot actie overging, gooide een man hem vitriool in het gezicht. Hij hield er een verminkt gelaat en slecht zich aan over. Het slachtoffer noemde Pieter Kroon als dader. De ware dader zou echter zijn daad opgebiecht hebben aan een Haarlemse pastoor. Die mocht vanwege het biechtgeheim zijn kennis niet verraden, maar hij zorgde wel dat er via een tussenpersoon brieven naar de rechtbank gingen die Kroon vrijpleitten. Van Lennep nam de verdediging in deze zaak op zich. Er waren in de beschuldiging allerlei tafelranden die Kroon leken vrij te spreken. Diverse getuigen noemden de naam van de werkelijke dader. Eigenlijk was iedereen ervan overtuigd dat Kroon vrijgesproken zou worden. Maar de rechter bleef volhouden aan de woorden van de beambte, waarna Kroon veroordeeld werd tot tepronkstelling en zeven jaar tuchthuisstraf.Jacob was erdoor verpletterd, kapot in zijn eigen woorden. De brief die hij erover aan Aart Veder schreef laat een gekwetst man zien die zich in zijn eer aangetast voelt:
“Mijn cliënt Pieter Kroon, die van verwonding beschuldigd, doch zoo min schuldig is als ik, gister door het Hof tot zevenjarige tuchthuisstraf benevens tepronkstelling veroordeeld. Ik had deze zaak recht ter harte genomen en mij een fête gemaakt van hem vrij te pleiten. Al die toehoorders waren van ’s mans onschuld overtuigd: de dienders der justitie, de deurwaarders en bodens, de suppoosten van ’t huis van arrest, alle hebben mij hunne verbazing komen betuigen over deze unique uitspraak. Zeven getuigen beschuldigden een ander dan hem van het feit: drie getuigen bewezen zijn alibi: – en op de getuigenis van EEN man is hij gecondemneerd. Ik was verplet, want de geheele balie had mij reeds gefeliciteerd: de vrouw des mans viel in onmacht: ik zelf was er niet ver van af, en nam dadelijk een caleche en reed naar buiten, want ik dorst niemand onder oogen komen. […] Ik was zoo capot, dat ik nu nog tot eenig werk onbekwaam zoude zijn. […] o! er is niets schikkelijker dan JURIDIEK ONRECHT. Tegen geweld kan men de kracht van geest en kalmte overzetten: geldverlies kan men dragen; – maar van en rechterlijk vonnis mag men zich niet eens beklagen. En dan kwelt mij gedurig de gedachte: heb ik wel alles duidelijk genoeg tegenbewijzen aangevoerd? Heb ik alles wel duidelijk genoeg aangetoond, wat tot verdediging strekken kon? – Zoover ik weet, ben ik aan geen verzuim schuldig; maar het kon toch zijn. […] En dan die vrouw die toevallen kreeg, en die doodsche stilte in de zaal, en die sombere blikken – hoe ik te huis ben gekomen weet ik niet; doch het was of mij ieder voorbijganger den slechten afloop der zaak verweet. […] Zolang Kroon geen recht verkrijgt en de waarheid niet aan t licht komt, zal mij deze historie een doorn in ’t vleesch zijn”.
Mathijsen vervolgt: ‘Hier is geen spoor meer over van de grapjas, hier is hij gegriefd tot op het bot in zijn rechtsgevoel. De ridder in Van Lennep kwam weer naar boven. Hij liet de zaak dan ook niet zitten. Hij vroeg hoger beroep aan, correspondeerde erover toen dat werd aangewezen, maar ving bot. Vervolgen stuurde hij een verzoekschrift tot vrijlating aan de koning, maar kreeg opnieuw nul op het rekest. Hij hielp Kroon om zelf een smeekschrift aan majesteit te schrijven, maar ook dat was aan dovemansoren gericht. Pas in 1839 kreeg de man ontslag, inderdaad omdat de koning en minister overtuigd waren geraakt van zijn onschuld. Maar de wet kende in die tijd geen rehabilitatie en zeker geen schadevergoeding. In 1839 vermeldde van Lennep de afloop aan Aart Veder’.

(1)Gepubliceerd en van annotaties voorzien door dr.Nop Maas, in: Haerlem Jaarboek 001 (Haarlem, 2002, p. 9-81. Maas voegt toe dat Jacob van Lennep in brieven van 8 augustus 1835 en 4 januari 1839 over de zaak correspondeerde met zijn vriend mr.Aart Veder, advocaat in Rotterdam. Over het proces zijn ook artikelen verschenen in de pers van die tijd.

Procesverslag jegens Pieter Kroon jr. (Algemeen Handelsblad, 1 augustus 1835) (1)

Vervolg van verslag in het Algemeen Handelsblad van 1 augustus 1835

Advertentie uit de Opregte Haarlemsche Courant van 30 juli 1836 van een door  W.C.J.Hulskamp ten gunste van Pieter Kroon. Gedrukt in Tiel was de publicatie bij de destijds bekende boekhandel in Haarlem van J.F.van Dobben in de Barteljorisstraat verkrijgbaar voor 45 cent.

Bericht uit Het Algemeen Handelsblad van 25 januari 1837 waarin  W.C.I.Hulskamp als schrijver en uitgever bericht van een publicatie: ‘Belangrijk verhaal van de rechtspleging tegen de veroordeeling van Pieter Kroon’, gedrukt bij Van Loon in Tiel.  Wilhelmus Cornelis Johannes Hulskamp trad als getuige ten gunste van Kroon bij de rechtbank. Ofschoon Van Lennep meende voldoende te hebben gedaan voor zijn cliënt Kroon was Hulskamp over diens optreden niet helemaal tevreden, omdat hij de getuigen Langeveld en Stiphout niet had opgeroepen.

Wilhelmus Cornelis Johannes Hulskamp, die in de Gierstraat woonde en later verhuisde naar Gelderland, was destijds eigenaar van herberg Roozendaal en enkele huisjes aan de Bronsteeweg onder het buurtschap Kraayenest in Heemstede, zoals blijkt uit o.a. een bericht in de Opregte Haarlemsche Courant van 24 januari 1828.

In 1839 is van hoger hand besloten dat Pieter Kroon, overigens al in januari 1838 overleden, (postuum) werd ontslagen van rechtsvervolging en is de de beschuldiging ingetrokken dat hij commies Hessen ernstig zou hebben mishandeld. Advocaat Van Lennep en de familie van Pieter Kroon zijn hiervan op de hoogte gebracht, maar een persbericht is uitgebleven evenals een financiële vergoeding. 

‘Vitriool voor een schuimer’ door A,G.M.van der Oord-Wisker. Helaas ontbreekt in het verhaal dat Pieter Kroon als zijnde onschuldig is veroordeeld en in 1839 vrij kwam

 

rechtbank

Tussen 1811 en 1839 waren de justitiële diensten in Haarlem ondergebracht in het zijvleugel van het stadhuis aan de Zijlstraat. Daarna in het gerechtsgebouw in de Zijlstraat tegenover de Nieuwe Groenmarkt (zie foto), afgebroken in 1893 nadat op 15 september 1890 een nieuw gebouw in de  Jansstaat in gebruik was genomen.

==============

Schrijven van de heren Burgemeesters en wethouders van Amsterdam de dato 17 juli 1728 aan de ambachtsheer van Heemstede Jan Pieter van Wickevoort Crommelin, dat het Amsterdams bestuur geen bezwaar heeft dat de weduwe van Pieter Jroon (senior) met behulp van haar zoon Pieter Kroon (junior) als zetschipper het veer tussen Heemstede en Amsterdam bedient

Vervolg schrijven, gedateerd 17 juli 1828

Enkele jaren later, in 1847, is Pieter Kroon als beurtschipper nogmaals met de rechter geconfronteerd geweest, nu voor een geheel andere kwestie namelijk het niet betalen van gelden voor het vervoer van goederen met zijn schip tussen Berkenrode en Amsterdam. Uiteindelijk is hij door de rechter verplicht die tolgelden alsnog te voldoen 

Bericht overgenomen uit de Amsterdamsche Courant, uit het Algemeen Handelsblad van 11-1-1847, waaruit blijkt dat aan P.Kroon toen geen advocaat heeft ingeschakeld, maar zichzelf voor de arrondissementsrechtbank verdedigde. Hij had zijn schip on naam van zijn vrouw gezet en meende – als zetschipper – op grond hiervan geen tolgelden te hoeven betalen. Tevergeefs, want hem werd door de rechter geen ontheffing verleend voor vervoer met zijn schip van te betalen vuur-, ton- en bakengeld tussen Berkenrode en Amsterdam vice versa. Daarop ging Pieter Kroon in beroep bij de Hoge Raad.

Verslag uit de Opr. Haerlemsche Courant van 1 juli 1847, waarin het beroep van P.Kroon wordt afgewezen inzake van niet betaalde vuur- ton- en bakengelden. Op basis hiervan heeft hij het gevorderde geld alsnog betaald.

Voor uitgebreide informatie over Jacob van Lennep in relatie tot het zomerverblijf Woestduin in Heemstede-Bloemendaal en de relatie met zijn buurvrouw Doortje Ringeling, zie: naamlijst buitenplaatsen Zuid-Kennemerland in 1836 annex 1804

 

‘Van Lennep’s populariteit mag gadeloos genoemd worden. Hij was het voorbeeld van den echten Nederlander…’ (Jan ten Brink/Taco H.de Beer. Geschiedenis der Noord-Nederlandsche letteren 1, 136)

Portret van Jacob van Lennep, door A.J.Ehnle, 1853

TOT 20 MEI 2018 VINDT IN HET STADSARCHIEF AMSTERDAM IN DE VIJZELSTRAAT EEN TENTOONSTELLING PLAATS GEWIJD AAN SCHRIJVER, ADVOCAAT, ORGANISATOR ETCETERA:  JACOB VAN LENNEP (1802-1868)  

 

stad

Het stadsarchief in Amsterdam, tussen 1916 en 1923 ontworpen door de architect Karel de Bazel in opdracht van de Nederlandse Handel-maatschappij.

 

J.P.TEENGS UIT HAARLEM GING KIJKEN EN MAAKTE EEN AANTAL FOTO’S: 

 

In het stadsarchief Amsterdam met de kluis van de vroegere bank, destijds gevuld met geld en goud, tegenwoordig met archiefschatten.

Jacob van Lennep en Amsterdam van januari tot mei 2018 centraal in de schatkamer van het stadsarchief

Jacob van Lennep in beeld, boeken en archivalia

Het Van Lennep familie archief bevindt grotendeels in het stadsarchief van Amsterdam

Uitleg over een rijk leven van 66 jaar (1802-1868)

Geschilderd portret door J.A.Kruseman, 1836 (collectie Literatuurmuseum Amsterdam)

Jacob van Lennep als student en vrijgezel Behalve ‘Geertruida Elisabeth Tulle’ in 1822  zijn bij een Haagse minnares Zwaantje Ockenburg in 1857 en 1865 nog twee buitenechtelijke kinderen geboren, een jongen en een meisje. Uit zijn huwelijk met Henriëtta Röell zijn zes kinderen geboren, van wie 1 jong is overleden. Twee zonen: Christiaan (1828-1908) en Maurits Jacob (1830-1913) hebben hun herinneringen aan het papier toevertrouwd.

Informatie uit hert bevolkingsregister

Begin van het manuscript van zijn reisdagboek door de Noordelijke Nederlanden in 1823 te voet, met de diligence en in de trekschuit  met zijn studievriend Dirk van Hogendorp

Prentje van Edam uit de uitgave van 1942. Citaat: ‘Vrijdag 30 Mei. Te 5 uur stond ik op, niet zonder pijn, en trok met van Hogendorp een uur later langs een binnenweg naar Edam, waar wij te half acht kwamen en de stad rondliepen. Langs een zonnigen, verveelenden weg volgden wij de vaart tot aan het dorp Oosthuyzen (…)’

Explicatie bij te voet door Nederland

Prent van een bezocht stadje

Prent van Oude Pekela. Jacob van Lennep schreef daarover onder meer: ‘Vrijdag 27 juni – Met heerlijk weer verlieten wij Winschoten toen de klok vijf uur sloeg, en wandelden door een prachtig, enigszins heuvelachtig landschap langs korenvelden en bosjes vol egelantiers en wilde rozen bijna twee uur voort, totdat wij de naakte veengrond en daarna bij Oude Pekela kwamen, waar de welvaart ons overal tegemoet lachte (…)’ 

Luxe editie van Klaasje Zevenster

 

De vijf banden van Klaasje Zevenster

Illustratie van Klaasje Zevenster in het bordeel door J.de Famars Testas

Jacob van Lennep schrijft Klaasje Zevenster. Karikatuur door ‘Jan Potlood’ in ‘De Hollandsche Illustratie’, 1866

Gedenkdag van mr. Jacob van Lennep’s geboorte 1802  – 24 maart –  1902

Joh. Braakensiek: ‘Morgen is mijn dichter jarig…’

Prent uit ‘De Nederlandsche Spectator’van 1866. Een zorgelijke moeder ontneemt haar dochter het zedeloze boek

 

spotprent

Spotprent op Klaas Zevenster, uit: De Nederlandsche Spectator, 1867

 

Academische Idyllen van Jacob van Lennep met een prentje van Jacob van Lennep als student door J.E.Marcus (1826)

Tekeningetjes van Jacob van Lennep bij gedicht ‘De zware keuze’ uit Academische Idyllen, 1826

Jacob van Lennep als schrijver en dichter

Uit de historische roman Ferdinand Huyck

prenten als illustraties bij zijn werken

Aan een becommentarieerde uitgave van de werken van Joost van den Vondel werkte Jacob van Lennep ongeveer 20 jaar.

Daarnaast stond Van Lennep aan de basis van een standbeeld in Amsterdam ter ere van Vondel, bijgenaamd de prins onzer dichters

In het boek ‘Helden op sokkels; literaire standbeelden in Nederland'(Baarn, Bosch en Keuning) schrijft drs.C.J.Kuik over het beeld van Joost van den Vondel in het Vondelpark: ‘Tijdens het déjeuner na de onthulling van het Tollensbeeld in Rotterdam op 24 september 1860 voerde ook R.C.Bakhuizen van den Brink het woord. Hij betoogde dat, nu Tollens zijn standbeeld gekregen had, het tijd werd in Amsterdam een gedenkteken op te richten voor Vondel. Nog tijdens de maaltijd circuleerde een intekenlijst, waarop de burgemeester van Rotterdam, Joost van Vollenhoven, als eerste tekende “voor een milde bijdrage”. Amsterdam nam de uitdaging aan: binnen een maand was een komitee geïnstalleerd met Mr.Jacob van Lennep, die zich al 20 jaar bezig hield met een volledige uitgave van Vondels werk, als voorzitter, P.A.de Genestet als sekretaris en J.A.Alberdingk Thijms als penningmeester. Subkommissiën in het hele land dienden te zorgen voor toevloeïïng van de benodigde financiën. De Hoofdkommissie zelf benaderde de koning, ook die van België en zelfs de keizer van Frankrijk voor een bijdrage. De laatste, Napoleon III, die zich niet kon herinneren ooit van Vondel gehoord te hebben, liet zich door een Parijse boekhandelaar voorlichten. Deze toonde de vorst enkele lijvige kwartijnen van Van Lennneps editie, waarop de keizer overtuigd van de grootheid van de dichter en de wenselijkheid van een standbeeld 1000 francs stuurde. De gemeente Amsterdam nam de kosten van voetstuk en fundering voor haar rekening, geen geringe bijdrage gezien de grootte en de versiering van de door P.J.H.Cuypers ontworpen piëdestal’. Na vijf jaar was het geld bijeen, ƒ 18000,- het dubbele van et bedrag waar voor Tollens was opgericht. De bejaarde Louis Royer maakte het beeld en men werd het eens over de plek waar het staan moest: het Nieuwe Rij- en Wandelpark, dat ten bate van Vondel niet alleen een stuk grond moest afstaan, maar zelfs zijn nam. Het ging Vondelpark heten. Met de onthulling in het vooruitzicht formeerde zich een feestkommissie, waarvan opnieuw Van Lennep voorzitter werd, maar waarin met name Alberdingk Thijm, die evenals Van Lennep zijn sporen op het gebied van de Vondelstudie verdiend had, zich bijzonder aktief zou tonen. Het feest werd op drie dagen gepland. (…) Het standbeeld in brons meet 230 cm + voetstuk in Trierse steen circa 400 cm. Opschrift (voorzijde) Joost van den Vondel te Keulen uit Antwerpsche ouders geboren den XVII Nov. MDLXXXVII, Van zijne kindsheid af gevestigd te Amsterdam, waar hij Mayke de Wolf tot huisvrouw gehad heeft, overleden is den V febr. MDCLXXIX en begraven in de Nieuwe Kerk.

Behoud en vernieuwing

Zuiver duinwater uit de Waterleidingduinen voor de Amsterdammers dankzij David Jacob van Lennep en zoon Jacob van Lennep

Gezicht op de Amsterdamse Waterleidingduinen in Zuid-Kennemerland

De verzilverde spade waarmee kroonprins Willem van Oranje bij de Oranjekom de eerste schep zand ophaalde

De Van Lenneps en het duin

Huis te Manpad aan de Herenweg in Heemstede en tuinman Cornelis de Wilde bij de zijn ‘gevleugelde pyramide’ nabij de Slangenmuur in 1899

Litho van Woestduin door P.J.Lutgers uit circa 1842, uit ‘Gezigten in de omstreken van Haarlem’. De begeleidende teksten zijn van Jacob van Lennep,die schreef: ‘De Hofstede Woestduin, in het laatst der vorige eeuw met groote kosten en weelderigheid langs de Leidsche Vaart aangelegd, door de Heer van Hove, behoort thans aan de Erven Van den Burch. De romantische wildheid van het oord, de gedurige oneffenheden van den bodem, verplaatsen den bezoeker als het ware buiten Holland, en brengen hem in den waan, dat hij zich in een Geldersch lustverblijf bevindt’.

Kwitantie ad 50 gulden ten gunste van mr.J.van Lennep van directeur C.Vaillant.

De Max Havelaar van Multatuli (Eduard Douwes Dekker) is uitgegeven door Jacob van Lennep

eerste editie van de Max Havelaar of de Koffij-veilingen der Nederlandse Handel-Maatschappij

Schrijven van de auteur Douwes Dekker, waarin vanuit zijn woonplaats Brussel, 25 januari 1660,  waarin hij tegen betaling het kopijrecht overdraagt aan zijn bezorger en uitgever Jacob van Lennep

Vooromslag van in 2010 verschenen boek over het in 1860 door Eduard Douwes Dekker jegens Jacob van Lennep gevoerde proces, waarin de rechtbank laatstgenoemde gelijk gaf omdat deze het manuscript rechtmatig zou hebben verkregen.

Het handschrift. MultatUli schreef MAX HAVELAAR (uit Beursberichten, 30e Beurs van Kleine uitgevers. 9 december 2007)

Vervolg van: Multatuli chreef Max Havelaar (2007)

Prent van het huis aan de Keizersgracht en een haarlok van Jacob van Lennep

De eerste in 1857 op 5-jarige leeftijd geschreven dichtregel van het fenomeen Jacob van Lennep

Tekeningen van Jacob van Lennep

Ook bij de voorbereidingen voor het Noordzeekanaal, acht jaar na zijn overlijden gereed gekomen in 1876, was Jacob van Lennep betrokken

‘Amsterdam terug op de kaart’

Zicht op het wereldtentoonstellingsterrein in 1883

Jacob van Lennep was een overtuigd lid van de Vrijmetselarij

Treurmars op het overlijden in 1868 van de Hooggeachten Mr. J.van Lennep door S.Samehtini

Rouwteken op de dood van Mr.J.van Lennep

Eretekenen van Jacob van Lennep

Genootschapsleven  (Achilles, Amsterdamsche Rederijkerskamer)

Vondels-Feesten in Amsterdam

Bewaard gebleven tekeningen

Dichtregels op houten gedenkbord 5/17 april 1839 door de Rus Z.E. Staatsraad Sjoekowsky (Shukowski) in Zaandam met een vertaling van Jacob van Lennep overgebracht op een marmeren plaat (Rijksdienst Cultureel Erfgoed)

Illustratie uit ‘De vermakelijke spraakkunst’ van Jacob van Lennep

Mogelijk de laatste foto van Jacob van Lennep voor zijn overlijden in 1866 gemaakt (Stadsarchief Amsterdam)

Het woonhuis van Jacoba van Lennep en zijn gezin vanaf 1836. Tekening door J.A.Rieke uit omstreeks 1866 (Stadsarchief Amsterdam)

Het huidige aanzicht Keizersgracht 560

Plaquette met naam en wapen aan de voorgevel van het hedendaagse grachtenpand

Grafmonument voor Jacob van Lennep op het kerkhof van Oosterbeek, gemeente Renkum, Gelderland. Hij is daar op vakantie nogal onverwacht overleden. Met een portretbeeld en vrijmetselaarssymbolen is het monumentje door zijn vrienden bekostigd.

In 1909 publiceerde een kleinzoon jhr. Maximiliaan F. van Lennep een biografie in twee delen over zijn grootvader: ‘Het leven van mr.Jacob van Lennep, met rep.355 en 387 pagina’s, inclusief een bibliografie en register. Bevat een schat aan informatie maar kritische beschouwingen vindt men hierin niet  noch wordt gewag gemaakt van de buitenechtelijke affaires.

De twee banden door M.F.van Lennep uit 1909 over het leven van zijn grootvader.

Ets van een jonge Jacob van Lennep geschilderd in 1838 door J.A.Kruseman  uit deel 1 van de biografie door jhr.dr.M.F.van Lennep

portret Jacob van Lennep

Ests van een oudere Jacob van Lennep uit deel 2 van de biografie door M.F.van Lennep

Uit het huwelijk met de tien jaar oudere jnkvr. Henrietta Sophia Wilhelmina Röell (1792-1870) in 1824 zijn zes kinderen geboren; Sara Cornelia Wilhelmina, David Jacob Cornelis, Christiaan, Maurits Jacob, de jong gestorven Willem Anne en Willem.  Daarnaast kreeg Jacob van Lennep nog drie buitenechtelijk kinderen; Geertruijda Elisabeth Tulle [van een onbekend gebleven dame] en van zijn latere minnares Zwaantje Ockenbug, in 1857 en 1865 een jongen en een meisje.

Opdracht van Jacob van Lennep aan zijn vriend mr.Isaac da Costa, 1853 (Literatuurmuseum).

De ‘blauwe’ reeks van de romantische werken van Jacob van Lennep. Er bestaat ook een ‘rode’ serie.

Luxe uitgave van romans van Jacob van Lennep

Vier banden van een geïllustreerde uitgave van ‘De voornaamste geschiedenis van Noord-Nederland’ door Jacob van Lennep, 1857.

Ferdinand Huyck van Jacob van Lennep, bewerkt door mw. A.van Gogh-Kaulbach en opgevoerd in 1912 (De Prins).

Jacob

 

omslag

Vooromslag van een luxe uitgave van ‘De Roos van Dekama’ door Jacob van Lennep

 

Bespreking van een herdruk van De Roos van Dekama door Jacob van Lennep. (Haarlems Dagblad, 1980)

Folder van heruitgave: Merkwaardige Kasteelen in Nederland, door Hofdijk en Van Lennep

Folder heruitgave van drie-deling standaardwerk: De Uitgangstekens en het Boek der opschriften.

 

uithangteekens

De twee delen ‘Uithangteekens’  van J.van Lennep en J.ter Gouw, zijn naslawerken die ik nog regelmatig raadpleeg.

Omslag van herdruk van ‘Het boek der opschriften’ door Jacob van Lennep en Jan ter Gouw

jac

Veel eerbetoon (maar soms ook misprijzen) vielen Jacob van Lennep ten deel

Gedenkdag van Mr. Jacob van Lennep’s geboorte 1892 – 24 Maart – 1902. Door Joh. Braakensiek, onder de titel: Morgen is mijn dichter jarig.. (Bijvoegsel van de Amsterdammer, Weekblad voor Nederland van 23 maart 1902)

Veel kritiek kreeg Jacob van Lennep met zijn driedelige uitgave in dichtvorm vanwege de plaatjes ‘Tafereelen uit de geschiedenis des vaderland tot nut van groot en klein.; door mr.J.van Lennep en Compagnie. (Amsterdam, M.H.Binger & Zonen, 1854). Bij de liquidatie van de seminariebibliotheek van Hageveld kwam een niet gebruikt titelontwerp te voorschijn (zie de bovenste illustratie).

 

karikatuur

Karikatuur uit het tijdschrift Asmodée van 18 juni 1856 [Jacob van Lennep was gedurende 1 termijn lid van de Tweede Kamer namens het district Steenwijk].

Aquarel van Johan Braakensiek (1858-1940) van de eerste expositie van het georganiseerde boekenvak in het Paleis van volksvlijt te Amsterdam in 1881. Prominent vooraan het geschilderd portret van Jacob van Lennep.

Prent uit ‘de Amsterdammer’ van 27 augustus 1893, verschenen bij gelegenheid van de 25ste ‘verjaardag van mr. van J. Van Lennep in den letterkundigen Hemel’. Links zit Potgieter, daarnaast Busken Huet. Schrijfster Betje Wolf troost van Lennep in de hemel omdat hij nog maar weinig gelezen zou worden.

Muurschildering van het gedicht ‘Aan een roosje’, een ode aan de vrouw, van Jacob van Lennep, door Rombout Oomen, 2004, aangebracht op een muur op de hoek van de Jacob van Lennepkade/Nassaukade. De naakte vrouw op de schildering bracht destijds de nodige opschudding teweeg

 

Roosje

De tekst van het ondeugende versje ‘Aan een roosje (uit: Er was eens een plek waar alles anders was; een uitgave van Boekhandel Blokker, 2009)

 

voorzitter

Medaillon met de beeldenaar van Jacob van Lennep, 1866, door Jacob Samuel Cohen Elian, in herinnering aan de voorzittend meester van de vrijmetselaarsloge ‘Frederik Hendrik’ in Amsterdam  (Teylers Museum)

 

Boekenleggers Jacob van Lennep door de Mercatorpers in 1986 in een oplage van 150 exemplaren gedrukt voor de openbare bibliotheek Heemstede

trekschuit

Trekschuit van een (gerestaureerde) trekschuit uit 1888 vernoemd naar Jacob van Lennep in het Jacob van Lennepkanaal.

Kaart van het Van Lenneplaantje in Baarn. In 1891 is deze naam gegeven omdat j.v.L. het laantje noemde in zijn historische roman ‘Ferdinand Huyck”. (Archief Eemland). Naar Jacob van Lennep zijn neer dan 30 wegen in ons land vernoemd

Foto van Brinkman’s Letterkundig Magazijn, gewijd aan Jacob van Lennep tijdens de Amsterdamse Boekennacht van 13 april 2012. Over zijn jeugdherinneringen noteerde Jacob van Lennep: ‘Romans las ik niet slechts; ik verslond ze. Mijn vader had een knecht die op een leesbibliotheek geabonneerd was, en de Hemel weet hoeveel boeken ik van hem geleend heb die naar tabak en jenever roken. Hij was het, die mij het eerst deed kennis maken met de “Duizend en één nacht” en met de reeks van rooverromans, waarin Rinaldo Rinaldini en consorten de hoofdrol spelen. Wat de klassieke romans betreft, zoals Don Quichotte, Gil Blas, Tom Jones enz., die ik in de boekerij van mijn grootvader vond, die kende ik, gelijk van zelf spreekt, van buiten (…)’ [uit:Het leven van mr.Jacob van Lennep, deel 1, pagina 21]

7 juli 2006 is op het Haarlemmerplein in Amsterdam een (goedkoop)  ‘standbeeld’ opgericht voor Jacob van Lennep.

 

Boekenleggers van de Mercator Pers voor de openbare bibliotheek Heemstede, 1981 (Godfried Bomans), 1986 (o.a. Jacob van Lennep en Nicolaas Beets)

Vers in acrostichon ‘De Geleerde Man’, gedrukt in 130 exemplaren op de bibliofiele Mercator Pers bij gelegenheid van de vernieuwing van het restaurant in Bennebroek, 1 september 1986.

Vooromslag – prent van Lutgers – van herdruk gedicht ‘Weeklacht over de veranderde bestemming, gegeven aan het gebouw onder Bennebroek van ouds bekend onder den naam: De Geleerde Man, door Jacob van Lennep geschreven in  1859. Mercator Pers, 1986. Zowel in een eerste als tweede (her)druk uitgekomen in 130 exemplaren elk.

De romantische werken van Jacob van Lennep in de blauwe reeks – er bestaat ook een ‘rode’ serie.

======================

Akte van overdracht kopijrecht van de Max Havelaar door Eduard Douwes Dekker aan Jacob van Lennep (Multatuli Museum Bijzondere Collecties Amsterdam)

bijlage: Van Lennep en Multatili (Eduard Douwes Dekker), uit: ‘De zetbaas van Van Lennep; Joost de Ruyter als zetbaas van Max Havelaar’; door Olf Praamsta, in: De Boekenwereld, 33, nummer 2, 2017, p.70-75.

 

len1

Van Lennep en Max Havelaar (1)

 

len2

Van Lennep en Max Havelaar

 

len6

Manuscript van Max Havelaar (Bijzondere Collecties Universiteit van Amsterdam)

 

len3

Van Lennep en Max Havelaar

 

len4

Vervolg Van Lennep en Max Havelaar

 

len5

(slot) Van Lennep en Max Havelaar

 

multatuli1860

Vooromslag van eerste druk ‘Max Havelaar’ door Multatuli (Amsterdam. J.de Ruyter, 1860)

 

Multatuli1

‘Ik heb u den havelaar niet verkocht’; Multatuli contra Van Lennep

Bevat bijdragen van Marita Mathijsen, Jan Bank, Dik van der Meulen, David Peeperkorn, René Klomp, Robert Verhoogt, Ika Sorgdrager enen Leo Frijda. Amsterdam, Lubberhuizen, 2010.

Bij de Oranjekom van de Amsterdamse Waterleiding Duinen geplaatst bord met informatie over de geschiedenis met afbeelding van Jacob van Lennep (foto Jan Teengs)

Overzicht van geplaatste borden betreffende Amsterdamsde Waterleiding Duinen op de grens van Heemstede en Bloemendaal (foto Jan Teengs)

GRAVEN FAMILIE VAN LENNEP OP DE ALGEMENE BEGRAAFPLAATS IN HEEMSTEDE

verscheidene graven Van Lennep op de algemene begraafplaats Heemstede nabij grafmonument Van Vollenhoven (J.P.Teengs)

 

Links: Willem van Lennep (13-9-1831 – 16-6-1833), David Jacob van Lennep (26-1-1842 – 7-10-1912), DAVID JACOB VAN LENNEP 915-7-1774 – 10-2-1853), Hendrik Aernout van Lennep (24-4-1800 – 24-6-1855). Rechts: Hendrik Aernout van Lennep (8-7-1856 – 22-9-1858), Anna Catharina van de Poll, weduwe mr.D.J.van Lennep (7-3-1791 – 14-12-1860), Pieter Bernard van Lennep (30-9-1863 – 11-1-1866) en CORNELIS VAN LENNEP (26-11-1823 – 2-7-1874) (J.P.Teengs)

 

foto van graf DAVID ELIZA VAN LENNEP (links), geboren 1 april 1865 te Heemstede, overleden 9 juli 1934 te Heemstede (Kennemerduin) en rechts zijn echtgenote Isabella Backer, geboren 23 juli 1868 te ‘s-Graveland (Wijdemeren) en overleden 8 juli 1939 te Heemstede (J.P.Teengs)

rechts: Cornelia Sophia van Lennep (1859-1913) en Alexander Hercules Beels van Heemstede (1859-1917)

graf Jonkvrouwe Anna Elisabeth van der Wyck, echtgenote van jonkheer S.van Lennep, geboren te Maastricht 3 november 1872, overleden te Heemstede 27 october 1942, van Jonkheer Samuel van Lennep, geboren te Heemstede 1 juli 1866, overleden te Heemstede 17 december 1943 en jonkheer Auguste van Lennep, geboren te Den Helder 29 mei 1902, overleden te Amsterdam 15 maart 1962 (J.P.Teengs)

Nora van Lennep-Griffin, geboren 13 april 1893, overleden Haarlem 28 april 1988 (J.P.Teengs)

graf A.C.van Lennep, geboren 18 april 1830, overleden 1 september 1871; Arnout van Lennep (Huis te Manpad) (J.P.Teengs)

Grafsculptuur behorende bij het graf van de familie van Lennep op de Algemene Begraafplaats Heemstede. Het graf bestaat uit een perk met kiezelstenen, afgegrensd door middel van een rand van hardsteen. In het perk staat aan de voorzijde een schuin geplaatste marmeren plaat met daarin uitgehakt de namen van diverse leden van de familie van Lennep, onder meer van jonkvrouwe Jeanne Caroline van Lennep (Heemstede 23 maart 1898 – St.Theoffrrey 1 april 1928). Aan de achterzijde van het perk wordt de hardstenen rand doorbroken door een marmeren sculptuur, welke deze Jeanne van Lennep op ware grootte verbeeldt. De sculptuur bestaat uit een vrouwenfiguur, gezeten op een bankje dat aan de voorzijde met een klimop is begroeid. Bij grafmonumenten is de knimop, als altijd een groene plant, vaak toegepast als symbool van onsterfelijkheid en van trouwe verbondenheid en vriendschap tot in den dood. De vrouw is afgebeeld met kleding en kapsel kenmerkend voor de mode uit de tweede helft van de jaren twintig. De vrouw heeft haar rechter been over haar linkerbeen geslagen en haar handen rusten ineengestrengeld op haar rechterknie. Op het rechter zijvlak van de bank waarop zij is gezeten is in kapitale letters de naam van de maakster van de sculptuur aangebracht: M.Giraud-Riviere; op het linker zijvvlak’En souvenire de Jeanne van Lennep’ (Provinciale monumenten van Noord-Holland, 1987)

 

Grafbeeld Jeanne van Lennep, overleden in 1928

Grafsteen in herinnering aan Jacob Abraham, van Lennep uit 1827 van Meer en Berg, overgebracht naar de cultuurhistorische grafstenentuin op de Algemene Begraafplaats Heemstede

Treurbeek bij het grafmonument van Jacob van Lennep op de begraafplaats Oosterbeek, gemeente Renkum

Grafmonument voor de naar Turkije verhuisde familietak Van Lennep in Istanbul, in de wijk Sisli op de protestantse begraafplaats aldaar. In 1737 heeft zich David George van Lennep (1712-1797) als ‘opperkoopman’ in Smyrna (Izmir) gevestigd.

BIJLAGE: 7 van 25 prenten uit ALBUM J.van Lennep, Romantiche Werken, uitgegeven door Binger & Co, Haarlem

Voorblad Tafereelen en Typen mr.J.van Lennep’s Romatische Werken

Scene uit Klaasje Zevenster

Scene uit De Roos van Dekama

Tafereel uit De Roos van Dekama

Tafereel uit Ferdinand Huijck

‘Een bedrukte vader’ uit: Verspreide verhalen

Tafereel uit Elisabeth Musch

=====

vraagtekens omtrent een beschadigde gedenksteen uit Heemstede

In de tuin van nieuwe huizen gebouwd op het terrein van de vroegere Van Lent autogarage (tussen Bronsteeweg, Lanckhorstlaan en Heemsteedse Dreef) vond een dame bovenstaande gebroken (eerste?) steen met de naam van LENNEP(…) jaar  66 [vermoedelijk duidend op 1866]. De herkomst kon tot op heden nog niet worden getraceerd.