Tags

, , ,

Museum Enschede ‘Drukkerij van Waarde’ in het Noord-Hollands Archief te Haarlem 

In een vorig blog schreef ik al over de grafische inrichting Joh. Enschedé Amsterdam. Als vervolg op het reeds in het Noord-Hollands Archief opgenomen bedrijfsarchief van de tussen 1701 en 1703 opgerichte drukkerij Enschedé is thans een museum met topstukken uit de collectie ingericht in de Haarlemse Janskerk. In 2015 is onder supervisie van toenmalig beheerder Johan de Zoete door de verhuisfirma Koninklijke Saan het Museum Enschedé uit de kelder van het Enschedécomplex in de Waarderpolder grotendeels verhuisd naar het Noord-Hollands Archief, en verder naar o.. een ander pand aan de Oudeweg en naar opslag van Joh. Enschedé Amsterdam. Een omvangrijke en zorgvuldig uit te voeren klus waarbij het ging om tienduizenden biljetten, postzegels, obligaties  en andere waardepapieren. Verder talloze prenten, boeken, foto’s, gereedschappen en objecten.

De initiatiefnemer van een permanente tentoonstellingsruimte in de Janskerk drs. Lieuwe Zoodsma sprak in 2019: ’ Haarlem is Enschedé en Enschedé is Haarlem’. Dat gaat wellicht wat ver, maar niet ontkend kan worden dat honderden, zo niet duizenden personen banden hebben gehad met dit drukkerijbedrijf van bankbiljetten, waardepapieren en postzegels, voorheen ook lettergieterij en uitgever van o.a. de ‘Opregte Haerlemsche Courant’ en meer recent ook van boeken. Van het bibliofiel en grafisch genootschap ‘Het Beschreven Blad’, waarvan ik al jaren lid ben, zijn onder meer de volgende ‘Enschedé’ers’ lid geweest: “Flip Mayer, Pieter Wetselaar, Pieter Proost en Johan de Zoete.

Op vrijdagmiddag 22 november ben ik naar de heropening van de verbouwde Janskerk geweest. Gewijzigd is o.a. een glazen pui zodat passanten vanuit de Jansstraat naar binnen kunnen kijken bij het Noord-Hollands Archief. Belangrijker is de opening van een permanente tentoonstelling ‘Joh. Enschedé in de Janskerk. Drukkerij van waarde’. In een tot de laatste stoel volle Janszaal werden de aanwezigen, afgewisseld met muziek van Leopold Mozart, getracteerd op korte toespraken. Na een welkomstwoord door directeur Lieuwe Zoodsma hield burgemeester Jos Wienen een openingstoespraak. Wienen, tevens voorzitter van het bestuur van het NHA vertelde over over de  schenkingen die in het verleden door de familie Enschedé aan de stad Haarlem zijn gedaan. Hij wees er verder op dat Joh. Enschedé de enige firma in de Spaarnestad is met het predicaat ‘koninklijk’. Koninklijke verenigingen zijn er meer, maar verder geen enkele onderneming (uiteraard wèl een aantal firma’s met het predicaat ‘hofleverancier’).

Tentoonstellingsfoto Enschedé in het NHA (J.P.Teengs)

De heer Coen Voormeulen, divisiedirecteur Chartaal Betalingsverkeer bij de Nederlandse Bank, vertelde over ervaringen in het verleden met de firma Joh. Enschedé als drukker van bankbiljetten.[De Ned. Bank maakt vanwege omstandigheden in de toekomst tijdelijk gebruik van de enorme atoombomvrije ondergrondse kluis die zich onder het Enschedé-complex in de Waardepolder bevindt om goudstaven op te slaan. [Het vervoer zal vrij zeker veiliger plaatsvinden dan onlangs bij een waardetransport in Utrecht, waarbij 1 goudstaaf met een waarde van ongeveer 225.000 euro uit de onzorgvuldig afgesloten wagen viel. De eerlijke vinder meldde zich bij de politie en zal vermoedelijk 25.000 euro vindersloon ontvangen]. Mart van de Wiel die met een aantal anderen bezig is geweest met de inrichting van de Enschedé-expositie hield vervolgens een toelichting op de presentatie. Ten slotte had de openingshandeling plaats op een bovenverdieping doordat na een sein van de burgemeester een kleed van vitrines afrolde. Hierna konden de aanwezigen het resultaat aanschouwen.

Tentoonstellingsfoto Op de rollen het bekende vuurtoren geldbiljet van 250 gulden, ontworpen door R.D.E. (Ootje) Oxenaar (1929-2017) met medewerking van graficus Hans Kruit (J.P.Teengs).

Daarbij sprak ik onder meer met oud-wethouder Cornelis Mooij die nog eens fijntjes er aan herinnerde dat toenmalig burgemeester Schneiders helemaal niet geporteerd was voor het idee een Enschedé-museum in het NHA onder te brengen. Het alternatief zou zijn geweest, afgezien van veiling, de krantencollectie naar het Persmuseum, de postzegelgeschiedenis naar het museum voor communicatie, de clichés naar een ander grafisch museum etcetera.
Ik breng in herinnering dat in het vorig millennium jarenlang tevergeefs door een aantal bestuurders van naam en soms ook faam pogingen zijn ondernomen een Nederlands Foto- en Grafisch Centrum (NFGC) in Haarlem van de grond te krijgen, met als basis de uit circa 13 miljoen foto’s bestaande verzameling van het voormalig Spaarnestad Fotoarchief.

De symbolische overdracht van het fotoarchief van Uitgeverij de Spaarnestad door de heer Schölvinck namens de VNU aan dr. E. Braches, voorzitter van het Nederlands Foto- en Grafisch Centrum

Van 1984 tot 1988 was professor Ernst Braches (directeur UB-Amsterdam) voorzitter van het NFGC, waarna Gert van Roozendaal (destijds directeur bijzondere projecten bij VNU en oud-voorzitter van de K.N.U.B.) de voorzittershamer overnam. In een interview met het Haarlems Dagblad van 17 mei 1988  vertelde hij  dat het ‘Project NFGC niet als een molensteen om Haarlems hals mag handen’. De Stichting bestaat in naam nog altijd maar realisering van het project bleek financieel niet haalbaar. Sinds enkele jaren maakt genoemde collectie deel uit van het Nationaal Archief in Den Haag. Ging deze waardevolle verzameling aan Haarlem voorbij, het Noord-Hollands Archief wist intussen wèl het fotoarchief van circa 2 miljoen stuks van Persbureau De Boer uit Haarlem te verwerven – van historisch belang voor de regio Zuid-Kennemerland.

Overzichtsfoto door J.P.Teengs

In de jaren 60/70 heb ik verscheidene bedrijfsarchieven en -bibliotheken bezocht. O.a. van de KLM, Philips in Eindhoven en Drachten, Hoogovens e.d.– intussen vrijwel allemaal als zodanig verdwenen tengevolge van bezuinigingen, automatisering e.d. Het waardevolste bedrijfsarchief was en blijft in ons land dat van de firma Enschedé, meestal aangeduid als Museum Enschedé. Iedere snipper van waarde, van proefdruk tot misdruk werd in principe bewaard. Drie conservators heb ik persoonlijk meegemaakt, de bescheiden mejuffrouw Gonna Flipse (te vroeg in 1985 overleden), opgevolgd door de flamboyante Jan Willem Enschedé die zich meteen directeur liet noemen – naast foto-archivaris Jan Bomans destijds een ‘buitenbeentje’ binnen de NH-afdeling van Nederlandse Vereniging van Bibliothecarissen.

Jan Willem Enschedé was betrokken bij de verhuizing van het bedrijf aan het Klokhuisplein naar de nieuwbouw in de Waarderpolder. Van overal wist hij nog waardevolle zaken van vernietiging te redden, zoals zijn unieke zetel.(Haarlems Dagblad, 13 mei 1995: ‘In de schatkamer van Joh. Enschedé)

Daarna de erudiete Johan de Zoete, kenner en publicist over historisch-typografische onderwerpen. Het is ten slotte aan het Friese doorzettingsvermogen van directeur Lieuwe Zoodsma te danken dat Haarlem een museum en toeristische attractie rijker is

Edzard Enschedé, bestuurder van de Stichting Museum Enschedé, naast bronzen beeld dat door Auke Hettema van Samuel Louis Hartz is vervaardigd. (Uit: Topstuk, door Sarah Remmerts / beeld Kim Krijnen, in: Uitgelicht Noord-Hollands Archief, november 2019, nummer 13 Speciale editie – Joh. Enschedé in de Janskerk, pagina 31)

Tijdens de rondleiding na de opening werd ik aangesproken door iemand die op grond van mijn speldje op het revers met wapen van Heemstede vroeg of ik uit Heemstede kwam. Ik kende hem niet persoonlijk, maar directeur Jos van Leeuwen van Johan Enschedé Amsterdam bij wie we onlangs met Probus Kennemerland gastvrij zijn ontvangen maakte mij er op attent dat hij een ‘Enschedé’ is. Na afloop ontvingen alle aanwezigen de nieuwe ‘UITGELICHT’, een speciale editie gewijd aan Joh. Enschedé in de Janskerk, intussen al een ‘collector’s item. Daarin kwam ik een foto van Edzard Enschedé tegen met het bronzen borstbeeld van grafisch vormgever en letterontwerper Samuel Louis Hartz, dat hij als topstuk binnen de Enschedé-collectie had uitgezocht. Met Sem Hartz heb ik jarenlange goede contacten onderhouden en na diens pensionering heeft hij op zijn Tuinwijkpers in de Heemsteedse bibliotheek – in 2003 verhuisd naar Meermanno/Museum van het Boek – nog menig drukwerkje in loden letters kunnen zetten en afdrukken.

Sem Hartz in 1973 aan het werk op een antieke houten drukpers van de firma Enschedé in ‘de Meerlhorst’ bij gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de gemeentelijke openbare bibliotheek Heemstede

Slechts eenmaal, in 1972, had ik een kortstondige aanvaring met hem toen ik had geschreven dat Lourens Janszoon Coster niet de uitvinder van de boekdrukkunst was, zelfs niet in verband kon worden gebracht met de drukwerken uit de prototypografie die veelal worden aangeduid met ‘Costeriana’.

L.J.Coster, nu wakend over de archieven van Enschedé in het NHA (J.P.Teengs)

Een meer dan levensgroot standbeeld van deze legendarische Coster is tot mijn verrassing thans buiten nabij de ingang opgesteld. Het is in 1768 door de Amsterdamse beeldhouwer A.F.Schobbens vervaardigd in opdracht van Johannes Enschedé. In de loop van de jaren verzamelde ik behalve enkele beeldjes meer dan 200 gravures gewijd aan deze ‘persoon’, één van de figuren die is beschreven in het boek van Lennaert Nijgh ’Haarlem bestaat niet’ uit 1996, waarin de meeste legenden die Haarlem rijk is in geïllustreerde teksten zijn samengevat. Verder zien we binnen een beeld van Hadrianus Junius (1511-1575) die in zijn postuum verschenen geschiedwerk ‘Batavia’(1588) Coster aanprees als de feitelijke uitvinder van de boekdrukkunst.

Adriaan de Jonge, beter bekend als Hadrianus Junius, staande op een sokkel in Museum Enschedé van het Noord-Hollands Archief (J.P.Teengs)

junius

Vermelding van Laurens Janszoon Coster als uitvinder van de boekdrukkunst. Handschrift van de ‘Batavia’ van Hadrianus Junius, geschreven in 1569 en postuum in 1588 in druk verschenen.

De allereerste keer dat Haarlem als plaats van de uitvinding is genoemd was door Coornhert in de opdracht van zijn vertaalde boek ‘Officina Ciceronis’, opgedragen  aan het stadsbestuur van Haarlem in 1561.Coornhert had met Jan van Zuren, en bijgestaan door twee vennoten Pieter Janssen Raet en Willem Adriaenssen,  het plan opgevat in Haarlem een geleerde drukkerij op te richten die zou publiceren in het Nederlands, latijn en Grieks.

Op basis van wat Coornhert had geschreven, publiceerde de Florentijnse geleerde Ludovico Guicciardini in een in 1567 in Antwerpen uitgegeven boek ‘Descrittone di tutti i Paesi Bassi’, opgedragen aan de Spaanse koning Philips II, over de stad Haerlem in Holland: ‘In deze stad [=Haarlem] is – niet alleen naar de mening van de ingezetenen en andere Hollanders maar ook van enkele schrijvers, en van mondelinge overlevering – voor het eerst de drukkunst uitgevonden, de techniek om letters  op papier te drukken, zoals men dat heden ten dage  doet; maar, omdat de uitvinder stierf voordat de kunst volmaakt was en bekend geworden was, is zijn knecht (naar men zegt) naar Mainz vertrokken, waar hij met vreugde werd ingehaald, toen hij deze kunst voor den dag bracht (…)’. 

biblia1

‘Biblia Pauperum’, de zogeheten Armenbijbel met Oude en Nieuwe Testament.  Blokboek uit circa 1465. Een van de boeken lange tijd toegeschreven aan Coster. Tekst en afbeeldingen zijn echter in één houtblok gesneden (zgn, protoypografie) en dus niet met losse (metalen) letters. Het zijn vooral de activiteiten van Johannes Enschedé geweest die in de 18de eeuw serieus onderzoek deed naar de Costeriana. Hij had als boekdrukker en lettergieter een grote verering voor de geschiedenis van zijn vak als stadsdrukker. Zo verzamelde hij een groot aantal zeldzame boeken uit de 15e tot 17de eeuw. Daarnaast voerde hij experimenten uit met lettergieten op oude matrijzen en het vervaardigen van losse houten letters om de achterhalen hoe de uitvinding tot stand was gekomen en de eerste boeken mogelijk waren gedrukt. In 1749 verscheen bij Izaak en Johannes Enschedé een fraaie gedenkbundel: ‘Het derde jubeljaar der uitgevondene boekdrukkonst’,  samengeteld door Johan Christiaan Seiz, die voornamelijk steunde op de werken van Junius en Scriverius, maar ook melding maakte van nieuwe ontwikkelingen, zoals de ontdekking van een Donaat-fragment door Johannes Enschedé. Dat was een belangrijke vondst, omdat de Keulse Kroniek in 1499 daarvan melding had gemaakt, maar een oude ‘Donaat’ nog steeds niet was gevonden. De conclusie van Seiz was: met Coster is het in Haarlem begonnen en door de Duitsers (Gutenberg in Mainz ) tot voltooiing gebracht.

Titelgravure met borstbeeld van Coster in het boek van J.C. Seiz uit 1740. Gegraveerd door  J.C.van der Laan naar Jelgersma

Het museum is op de tweede  verdieping uitgerust met een historisch drukLAB. Hier kunnen bezoekers op afspraak en schoolklassen onder begeleiding op originele 19de eeuwse drukpersen afkomst van Enschedé zelf drukwerk maken van basis van collectiemateriaal.

Tijdens de opening op 22 november 2019 gedrukte kaart

Het museum is interessant voor Haarlemmers, maar evenzeer voor toeristen uit binnen- en buitenland. ’s Avonds gingen we met de familie uit Antwerpen dineren in een restaurant aan de Binnenweg in Heemstede. Toeval of niet maar we kregen een tafel aanwezen met aan de muur een fraai affiche gewijd aan Joh. Enschedé in de Janskerk.

Zicht op het op dit moment gesloten historisch drukLAB (J.P.Teengs)

In het standaardwerk ‘De Boekenwereld’ van R. van der Meulen, Leiden, A.W.Sijthoff, 1897, is het volgende over de vroege geschiedenis van drukkerij Enschedé geschreven:  ‘De stamvader der Enschedé’s, Izaak, in 1681 te Haarlem geboren, richtte daar omstreeks 1703 een boekdrukkerij op. Een eerste werk van enige omvang, dat bij hem verscheen, waren de “Psalmen Davids” , in een nieuwe berijming ten behoeve van de Doopsgezinde Gemeente te Haarlem. Maar het was vooral met de hulp van zijn enige zoon Johnnes, die al spoedig buitengewone aanleg voor het boekdrukkersbedrijf openbaarde, dat de zaken, toen onder de firma Izaak en Johannes Enschedé gedreven,m zich uitbreidden. Deze Johannes Enschedé had zich door vergelijkende studie van de lettersoorten en door de practijk een smaak en kennersblik verworven, die hem tot een autoriteit bij de beoordeling van xylografische en typografische wiegendrukken maakten. Hij vermeerderde de reeds door zijn vader aangelegde uitstekende bibliotheek met de zeldzaamste werken op typografisch gebied, en ontdekte ook fragmenten van een Donatus en een Horatium (Abécédarium), die lange tijd voor het eerste drukwerk van Coster met beweegbare  typen zijn gehouden. Een zijner drie zonen, die in 1776 allen als deelgenoten in de zaak worden opgenomen. Mr. Johannes, was evenzeer geleerde als boekdrukker; hij stond in vriendschappelijke verkeer met de beroemde filologen Valckenaer en Rhunkenius en vermeerderde de zeldzame typografische boekenschat. In 1743 hadden Izaak en Johannes Enschedé de grondslag gelegd tot de lettergieterij door de aankoop van de bekende gieterij van Wetstein. De stempels hiervan waren grotendeels door de beroemde letter-tempelsnijder Fleischmann gesneden en deze ging voort met voor Enschedé stempels te snijden. Zo had hij in 1758 een werk van grote betekenis onder handen genomen, namelijk het snijden van stempel voor de muzieknoten-druk, een 200-tal matrijzen, die moesten dienen om met gegoten typen alle mogelijke muziek te zetten. Hoewel reeds in ’t begin der 16de eeuw de kunst om muziek op de boekdrukpers te drukken door Octavio Petrucci te Venetië was uitgevonden., welke uitvinding in 1610 door Francois Jacques Salenque te Parijs zeer verbeterd was, bediende men zich hier te lande en in Duitsland toch meest van in koper gegraveerde drukplaten, omdat men er tot dusver niet in geslaagd was alle voorkomende tekens door losse typen weer te geven. Dit gelukte in 1755 aan Breitkopf te Leipzig, en de door hem in 1756 uitgegeven “Berlinische Oden und Lieder” gaven de Haarlemse gieterij aanleiding tot het zelfstandig vervaardigen van het eerste volledige stel muzieknoten-typen in Nederland. De uitgaaf der “Haarlemse Zangen, in 1761 bij Izaak en Johannes Enschedé verschenen, bewees hoe voortreffelijk deze arbeid geslaagd was.

Proef van Letteren Lettergieterij van J.Enschedé. 1768.(UB-Leiden)

Terwijl de firma de eerste meesters op dit gebied aan haar zaak wist te verbinden, verkreeg de lettergieterij een verbazende uitbreiding door de aankoop van een aanzienlijk getal bestaande lettergieterijen van de eerste en tweede rang. Zo werd in 1780 die van Blaeu geannexeerd, later volgden die van Ploos van Amstel en der Elseviers, benevens vele kleinere. Zodoende gelukte het hun bijna alle originele lettersoorten uit de bloeitijd der boekdrukkunst in de  Nederlanden bijeen te brengen, en deze collectie is door de opvolgende geslachten steeds naar de eis der tijds vermeerderd. Geen wonder dat deze lettergieterij een grote vermaardheid kreeg: zij behoorde tot de bezienswaardigheden der stad Haarlem. Veel vreemdelingen, die de stad bezochten, verzuimden dan ook niet enige uren te wijden aan een bezoek van dit typografisch etablissement, en daar er onder de bezoekers voor en na hooggeplaatste personen waren, legde Joh. Enschedé een vreemdelingen-boek aan, dat met een keurige tekening van Corn. van Noorde als titel versierd was. In het laatst van het jaar 1776 nam Johannes Enschedé, terwijl zijn viervoudig bedrijf van lettergieter, boekdrukker, boekhandelaar en courantier zich gestadig uitbreidde, drie van zijn zonen als deelgenoten in zijn zaken op en veranderde ten gevolge daarvan de naam zijner firma in die van Joh. Enschedé en Zonen. In het geheel bewaart de firma thans nog ongeveer anderhalfmiljoen matrijzen, waaronder enige uit de 15de eeuw. Behalve de historische waarde, die deze lettersoorten bezitten, bewijzen ze diensten voor de reproductie van vroegere, zeldzaam geworden werken. Zeer belangrijk zijn daarom ook de afdrukken, die de firma in 1869, nadat zij vroeger reeds verscheidene dergelijke letterproeven gedrukt had, verenigd tot een “Specimen  de caractères typographiques anciens’ in ’t licht gaf; bovendien bevat deze letterproef tal van letters, waarvan de stempels en matrijzen niet meer bestaan; zij levert ons voor de geschiedenis der vroegere lettersoorten in de Nederlanden de voornaamste bijdragen. Door de vereniging van een wetenschappelijke vorming met de praktische kennis der zaken hebben al de leden van het geslacht Enschedé hun uitgebreide inrichting van boek-, koper-, en staalplaat, steendrukkerij en lettergieterij, die nog heden ten dage haar oude roem staande houdt, een eigenaardig karakter gegeven, namelijk van industriële zaak en van een historische verzameling. In 1893 mocht de firma het 150-jarig bestaan van haar lettergieterij feestelijk herdenken, aan welk heuglijk feit een bij die gelegenheid door haar uitgegeven “Gedenkboek”, een zeer belangrijk geschrift en tevens een waar prachtwerk, de herinnering aan het nagelacht zal overleveren’. 

OVERZICHT VAN EEN AANTAL AFBEELDINGEN VAN DE PERMANTENTE EXPOSITIE ENSCHEDE IN DE JANSKERK VAN HET NHA (foto’s J.P.Teengs) 

Het gildeboek met inschrijving in 1703 van Isaac Enschedé

Toelichting

Titelpagina van ‘Den Weg der Vergankelykheid’, door Achior van den Abeele. In 1717 gedrukt door Izaak Enschedé, boekdrukker in de Frankestraat te Haarlem

Het eerste recepis = ontvangstbewijs uit 1796

teengs9

Gipsen beeldje van Johannes Enschedé uit circa 1760

teengs48

Oprichter Izaak Enschedé (1681-1761).  C.van Noorde, 1755. Achter Enschedé staat een beeldje van de vermeende uitvinder van de boekdrukkunst Lourens Janszoon Coster

Penning Izaak Enschedé. Conditor Officiinae Typographicae Harlemensis. 1961

teengs50

Johannes Enschedé I (1708-1780) door C.van Noorde. Tevens in 1768 verschenen door Van Noorde als portretgravure. Uit de Letterproef van 1768.

Portretgravure van Joannes Enschedé I door Cornelis van Noorde (1768)

Voor achtergronden over Johannes Enschedé II (1708-1780), zie ook een artikel van Jos van Heel ‘Een drukker en lettergieter op zoek naar de oorsprong van zijn kunst’, in: Jaarboek van Nederlandse boekgeschiedenis, jaargang 11, 004.

 

Mr.Johannes Enschedé II (1750-1799). Naar W.Horstink (1798), door Johannes Walter (1839-1895), Duits-Nederlands houtgraveur, die vanaf 1880 het grafisch atelier van Joh. Enschedé leidde.

In de serie: Portretten van Nederlandse verzamelaars 4, publiceerde Magda Kruijthoff, een artikel: ‘Izaak, Johannes I en Johannes II. Drie generaties Enschedé’, in: de Boekenwereld, 8ste jaargang, nummer 5, juni 1992, p. 223-227.

Jacobus Enschedé (1753-1788), door Johannes Walter, in het gedenkschrift 1743-1893 staan verder portretten van: mr. Johannes Enschedé (1785-1866), Jacobus Enschedé (1787-1865), Christiaan Justus Enschedé (1788-1829)mr. Johannes Enschedé (1811-1878) , Lodewijk Willem Enschedé (1841-1882) en mr. Jan Justus Enschedé (1807-1887).

Verguld medaillon portret van Jan Justus Enschedé op jubileumalbum 1880 hem aangeboden bij zijn 50-jarig jubileum bij de firma in 1879.

Congrevische drukplaat voor drie kleuren ingericht (Joh. Enschedé en Zonen Haarlem: Lettergieterij – Stereotypie

Het gebouw van de in 1871 opgerichte Lettergieterij van de firma Enschedé

Vooromslag Letterproef Joh. Enschedé en Zonen. Lettergieterij. 1880

Bezoek van H.H.M.M.de Koninginnen aan de inrichting der firma Joh. Enschedé en Zonen te Haarlem op 23 september 1892

Muursteen met het oude logo van de drukkersfirma Joh. Enschedé en Zn. (Wikipedia)

Het nieuwe logo van de Koninklijke Joh. Enschedé in Haarlem

Het logo van de firma Johan Enschedé Amsterdam

De Oprechte Haarlemse Courant. Uit: brochure van Joh. Enschedé & Zn. Z.j.

Titelblad van boekuitgve De Lettergieterij van Joh. Enschedé en Zonen, 1743-1893.

Gravure van lettergieterij van Johannes Enschedé; door Cornelis van Noorde, 1768

Portret van Joan Michael Fleischman (1701-1768), belangrijk letterontwerper, -snijder en -gieter, die o.a. Voor Johannes Enschedé werkte, bekend ook van het door hem gesneden notenschrift (ets door Cornelis van Noorde uit 1769)

Illustratie Fleischmans’ Augustyn-Romein No.1′ en ‘Augustyn Cursyf’ uit: De Lettergieterij Enschedé pakt uit. Door Frans A.Janssen, in: Goud en koper in de boekenwereld’ (Amsterdam, Bert Bakker, 2008, p.144-150).

Gebouw van de lettergieterij van Enschedé in 1768. Photozincographie naar een pentekening van P.van Looy.

Charles Frederick Ulrich (1858-1908). Schilderij van interieur stadsdrukkerij Enschedé in Haarlem, 1884 (Terra Foundation of American Art, Chicago)

Letterzetter aan het werk in de drukkerij van Joh. Enschedé en Zonen te Haarlem. Olieverfschilderij van de Amerikaan Charles Frederick Ulrich uit 1884.

Penning 150 jaar Lettergieterij  van Joh.Enschedé en Zonen, Haarlem, 1743-1893

Keerzijde van in 1893 uitgegeven penning bij het 150 jarig bestaan van de lettergieterij der firma Enschedé

Foto in 1893 gemaakt in de lettergieterij van Enschedé

Gedenksteen lettergieterij 1743-1893. Linksboven medaillonportret van stichter Izaak Enschedé   en rechtsboven van Johannes Enschedé. Linksonder de naam van lettersnijder en -gieter J.M.Fleischman en rechtsonder van meesterknecht Jan Hellings

chemigrafie

Chemigrafie – Lettergieterij Joh. Enschedé en Zonen Haarlem 1924

Mr. Johannes Enschedé II (1750-1799) met zijn echtgenote Johanna Elizabeth Swaving (1754-1826) en hun oudste zoon Johannes III (1785-1866). Portret in olieverf, vervaardigd in 1796 door Wybrand Hendriks, conservator van de Teyler Fundatie. Reproductie in diepdruk door Joh. Enschedé.

Adrianus Justus Enschedé (1829-1896), eerste archivaris en bibliothecaris van de stad Haarlem (1857)

Vooromslag van publicatie door A.G.van der Steur uit  2001 gewijd aan de boekhistoricus, musicoloog, bibliothecaris en archivaris Jan Willem Enschedé (1865-1926) ‘Werken en studeeren, het eenige doel van mijn leven’. Foto van zijn werkkamer in Overveen.

In 1927 is bij Van Stockum in Den Haag de enorme privébibliotheek geveild van J.W.Enschedé “ancien bibliothécaire de la Bibliothèque Communale de Harlem”.

teengs26

De laatste Enschedé in het gelijknamig bedrijf: Maurits Enschedé (1991)

teengs31

Uitleg: hoe maak je drukwerk op een oude pers?

teengs15

Ondergang…

teengs16

De reproductie

teengs17

Wat zijn vignetten?

Het werkmateriaal van lettersnijder Paul Rädisch (1891-1976)

Vervolg gereedschappen van P.H.Rädisch. Zie artikel in Uitgelicht, nummer 13, 2019: ‘Groot ontwerper en zijn vergeten lettersnijder’, p. 22-25.

‘Werken op de vierkante millimeter’ Na Haarlemmer H.P.Rädisch wordt Henk Drost werkzaam bij de lettergieterij Enschedé wel beschouwd als een van de laatste stempelsnijders van de wereld.(Haarlems Dagblad, 10 maart 1993)

Hoe maak je een loden drukletter?

Portret door Sem Hartz van de befaamde letterontwerper en grafisch vormgever Jan van Krimpen (1892-1958)

Jan van Krimpen. Vooromslag van Letterproef drukkerij Enschedé. 1968.

Drost

Twee artistieke coryfeeën van de firma Enschedé aan het Werk: links Henk Drost en rechts Sem Hartz

wetselaar10

In de schaduw werkend van ‘grootheden’ als Jan van Krimpen en Sem Hartz heeft Pieter Wetselaar (1923-2000) als tekenaar en grafisch vormgever een prachtig oeuvre achtergelaten. Hem kwam de eer toe van de eerste monografie in een serie van de Walburg Pers: ‘Grafici in woord en beeld’ onder redactie van R.E.O.Ekkart, J. van ’t Leven en J.Offerhaus (1988). In de inleiding lezen we: ‘Pieter Wetselaar werd op 17 mei 1923 in Leiden geboren en studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Tot zijn docenten behoorden Cees Boldingh voor portrettekenen en A.D.Milo voor stilleven. Kort na de oorlog was Wetselaar gedurende een aantal maanden in dient van de uitgeverij Kemperman te Haarlem, waar schoolboeken voor het technische vak werden uitgegeven. Vandaar stapte hij met ingang van 1 december 1947 over naar de drukkerij Enschedé, waar hij het grootste deel van zijn loopbaan doorbracht en tot het voorjaar van 1984 in dienst bleef. Daarna bleef hij werkzaam als zeflstandig ontwerper,kalligraaf en graficus in zijn woonplaats Bennebroek. Gedurende een groot deel van de 37 jaren die Wetselaar in dienst van de Haarlemse kwaliteitsdrukkerij Enschedé was, werd daar het artistieke gezicht van de firma bepaald door achtereenvolgens Jan van Krimpen (1892-1958) en Sem Hartz (geb.1912). Drukkerij Enschedé geniet een internationale reputatie als producent van bankbiljetten en postzegels voor Nederland en tal van andere landen, maar vervaardigt daarnaast ook vele andere soorten drukwerk. Een bijzonderheid is daarbij dat in het bedrijf de beoefening van de manuale technieken, zoals de gravure, een belangrijke plaats is blijven innemen toen vrijwel overal de aandacht uitsluitend werd gericht op de mechanisering van het bedrijfsproces. Een drukkersbedrijf als Enschedé  bood voor de jonge graficus Wetselaar ongekende mogelijkheden  om zijn vakbekwaanheid in de diverse technieken uit te breiden en op een veelzijdige manier toe te passen. (….)’. . In genoemd boek komen van het werk van Pieter Wetselaar achterenvolgens aan de orde: 1) sluitzegels, 2) postzegels, 3) affiches, 4) vignetten, 5) toegepaste kalligrafie, 6) tekeningen, 7) exlibris en 8) boeken.

Ontwerp belettering transportauto’s firma Joh. Enschedé en Zonen door Pieter Wetselaar

Van 1957 heeft Pieter Wetselaar gedurende 30 jaar in opdracht van de Koninklijke Nederlandse Centrale Vereniging tot bestrijding der Tuberculose de jaarlijks uitgegeven en al sluitzegel te gebruiken kerszegels ontworpen. Deze werden gedrukt bij de firma Enschedé. Bovenstaand enkele zegels uit 1988.

Statenbijbel ‘Dat is de Gantsche H.Schrift…. met zilveren beslag door H.C.Tulleners uit Leeuwarden. Uitgegeven door de Nederlandsche Bijbel-Compagnie., 1845-1847. Gedrukt bij Joh. Enschedé en Zonen Haarlem.

Folder van cruiseboot ‘ ss Rijndam’ van de Holland America Line gedrukt door Joh. Enschedé. 1952 (Charbo)

Schoolplaat van de mijnen in Zuid-Limburg, gedrukt door Joh. Enschedé (Catawiki)

Affiche FLORA bloemententoonstelling in Heemstede 1935, gedrukt door Joh. Enschedé en Zonen

Affiche Prijs van Zandvoort 3 juni 1039. Organisatie K.N.A.C.

Telefoonkaart Anne Frank PTT telecom gedrukt bij Joh. Enschedé (Catawiki)

Stofomslag ‘Zetten en drukken in de achttiende eeuw. David Wardenaar’s ‘Beschrijving der Boekdrukkunst’(1801). Inleiding en aantekeningen door Frans A.Janssen. Haarlem, Joh. Enschedé en Zonen, 1982.

Vooromslag van ‘De Boekdrukkerij’. Jan Coenraad Zweijgardt’s ‘Beschrijving, handleiding en formaatboek’ (1822) door Frans A.Janssen en José Bouman.Haarlem, Joh. Ensxhedé en Zonen, 1986.

Typographical borders and ornaments. Compilation of a catalog produced by Enschedé in 1891). Haarlem, 2011.

Gebatikte binnenbekleding door Joh. Enschedé en Zonen naar een ontwerp van Albert Neuhuys

MFC Enschedé Borders Guidebook

Advertentie van Joh. Enschedé en Zonen uit 1906

Penning in 103 verschenen bij het 200-jarig bestaan van de firma Enschedé, vervaardigd door A.F.H.Falise (1875-1936) (Teylers Museum)

De archiefcollectie Enschedé is rijk aan proef- en misdrukken.

Nederlandse Bankbiljetten uit de jaren 1980-2001 gedrukt door Enschedé en ontworpen door Ootje Oxenaar en diens opvolger Jaap Drupsteen. Met portretten van Joost van den Vondel, Frans Hals, J.P.Sweelinck, Michiel Adriaanszoon de Ruyter, Baruch de Spinoza en verder de zonnebloem (naar Van Gogh), een vogel: de snip en vuurtoren, zeer gespecialiseerd en een ontwerp van Drupsteen.

Vooromslag van hét standaardwerk door Jaap Bolten: ‘Het Nederlandse bankbiljet 1814-2002, vormgeving en ontwikkeling’. Tweede herziene en vermeerderde druk, inclusief een catalogus is in 1999 verschenen.

De firma Enschedé was en is anno 2019 nog altijd wereldwijd befaamd om het drukken van postzegels. Op bovenstaande foto uit december 1941 van Wiel van der Randen tellen twee dames de op dat moment zojuist gedrukte postzegelvellen na (Spaarnestad Fotoarchief, Nat. Archief)

Postzegels maken

Koningin Juliana en face. Ontworpen door S.L.Hartz, 1949

Cijferpostzegels ontworpen door Jan van Krimpen, door kenners veelal meer gewaardeerd dan door het grote publiek

Sluitzegels uit 1976 met afbeelding van eeen drukpers, uitgegeven door Joh. Enschedé en Zonen Haarlem

Postzegels in 2003 geëmitteerd door TPG Post ter gelegenheid van 300 jaar Joh. Enschedé en Zonen.

TPG (post-)zegels gedrukt door Enschedé Haarlem

Nederlandse Antillen: Joh. Enschedé Security Printers, June 2003

teengs46

Kunstraam in de tentoonstelling Joh. Enschedé in de historische Janskerk, de oudste kerk van De Spaarnestad

Het Klokhuis te Haarlem naar een aquarel van H.Schouten uit 1804. Een kopie van de toren is opgenomen in het gebouwencomplex der vm. drukkerij van Joh. Enschedé en Zonen.  C.Ekema tekende in 1867 het klokhuis achter de Bavo. In deze in 1479 gebouwde toren hing de brandklok, die geluid werd als in de stad brand was uitgebroken. Dan traden de blussers aan op de Grote Markt en de torenwachters op de Bavo ontstaken een lantaarn in de richting van de brand. Het klokhuis werd in 1894 afgebroken, De brandklok verhuisde naar de toren van de Bavo, waar deze in 1913 bij de brand van de infanteriekazerne aan de Koudenhorn, voor het laatst heeft geluid  (NHA).

Recente foto van het Klokhuisplein met voormalige bedrijfsgebouwen van de Kon.Joh. Enschedé. Tegenwoordig vestiging van sterrestaurant ML (voorheen Stempels). Op de achtergrond de Philharmonie Haarlem.

Reproductie van houtgravure van de lettergieterij van Enschedé in 1892

Ladenkasten van de firma Enschedé waarin matrijzen opgeborgen zijn (NHA)

Matrijzenkasten van Museum Enschedé (NHA)

Uit het 18e eeuwse internationale bezoekersboek met enkele cartes de visites (NHA)

Vooromslag van een speciale uitgave  van het blad ‘Uitgelicht’,  gewijd aan Enschedé. Een collector’s item dat zolang de voorrraad strekt voor slechts 2 euro verkrijgbaar is bij de receptie van het NHA in de Janskerk

Uit: Uitgelicht met speciale Enschedé-biljetten. Op de onderste die is ingeplakt zien we de Jankerk

Het gouden trio van Studio Louter, v.l.n.r. Eline Koning, Dirk Bertels en Anna Nogaré, dat mét vormgever Todd van Huizen (van Todd van Huizen Design) de tentoonstelling op een voortreffelijke wijze heeft ingericht (beeld Kim Krijnen/Todd van Huizen bij een artikel ‘Een dwarsdoorsnede van alles’ in Uitgelicht, nummer 13, p. 8-13)

Plattegrond Enschedé-tentoonstelling NHA Haarlem

Colofon van de tentoonstelling ‘Joh. Enschedé in de Janskerk: Drukkerij van Waarde’.

De boekdrukhal van de firma Enschedé in 1902. Dit schilderij werd in opdracht van Enschedé vervaardigd door W.F.Winter (Museum Enschedé).

De drukhal van de firma Joh. Enschedé en Zonen in 1953 aan het Klokhuisplein. Sinfs 1737 werd hier de Oprechte Haarlemsche Courant gedrukt. Ook boeken, brochures en waardepapier werden er gedrukt. In 1769 de eerste obligaties, in 1814 bankbiljetten en vanaf 1866 ook postzegels. Verder was sprake van euro- en betaalckheques, pand – en spaarbrieven, aandelen, certificaten etc.

De moderne offsethal van Enschedé

Prakktische informatie over Joh. Enschedé in de Janskerk van het Noord-Hollands Archief te Haarlem.

Voordracht gehouden door mr. Joh. Enschedé op 19 juni 1903 bij het 200-jarig bestaan van het bedrijf

Ansichtkaart van een plaatdrukker bij Joh. Enschedé bij het afnemen van de druk

Carte de visite Joh. Enschedé en Zonen

Ommezijde van het kaartje

‘Stempel in de stad’ Tentoonstelling ter gelegenheid van het 310 jarig bestaan van de (intussen Koninklijke) Joh. Enschedé, in zowel de Hoofdwacht als in de Janskerk

In 1999 drukte Enschedé in Haarlem het boek ‘ Koninklijke ondernemingen & hofleveranciers in Nederland; een vorstelijke onderscheiding‘. De drukkersfima staat daar zelf nog niet, omdat pas bij het 300 jarig bestaan in 2003 de onderscheiding ‘koninklijk’ is toegekend. De enige Haarlemse firma in het boek vermeld betreft: Vermeulen-Hollandia BV, carrosserie- en schuifdakenfabriek heeft in 1994 bij het 100-jarig bestaan dat predikaat ontvangen.In 1994 verscheen de gedenkuitgave: Rijden en omzien, 1894-1994, honderd jaar Vermeulen Hollandia.  Intussen verhuisd naar Kampen en opgegaan in Webasto, aldus niet meer Haarlems. Als hofleveranciers zijn uit Haarlem in deze uitgave opgenomen: Cramer en zoon schildersbedrijf, Mathot BV Gezondheidshuis, Okhuysen BV wijnkoperij, Oosten interieur BV, firma Faber & Zn., drogisterij A.J.van der Pigge. Sindsdien (in 2019) bijgekomen: Schermerhorn zilversmederij Haarlem. Uit Heemstede: ‘Heems sinds 1822’, wasserij Van Houten BV (Newasco) en daar is restaurant landgoed Groenendaal bijgekomen. Uit Bloemendaal; Rijnierse & Zoon BV bouw- en schildersbedrijf in Overveen en Waardijk Schoenen bv (Alkmaar, Bloemendaal, maar sinds 2019 in Heemstede gevestigd)

Museum Enschedé aan het Klokhuisplein voor de verhuizing naar het industrieterrein in de Waarderpolder. In het Jaarboek van de Nederlandse boekgeschiedenis, jaargang 7 (2000) publiceerde conservator Johan de Zoete een artikel: ‘Het Nieuwe Enscchedé Museum in Haarlem’, p.159-173.

Adriaan Justus Enschedé (1829-896), verzamelaar, filantroop, stadsbibliothecaris én stadsarchivaris van Haarlem die de eerste uitvoerige inventaris van het archief verzorgde, legateerde een belangrijke collectie historisch glaswerk aan het Rijksmuseum in Amsterdam. Drie (familie-)glazen bleven in de familie en elf bokalen en glazen zijn aan Haarlem afgestaan. De overige 303 glazen en enkele flessen uit de 17de tot 19de eeuw benevens de kasten gingen over naar het Rijksmuseum. Daaronder roemers, berkemeijers, fluiten, Venetiaans glaswerk, gelegenheidsbokalen enz. (Woord en Beeld, 1897, p.103-108)

Foto van de expostie ‘In de Blye druk’ in 1978

 

In 1978 is in Vleeshal bij het 275-jarig bestaan een tentoonstelling georganiseerd over het Huis Enschedé Drukkers en Lettergieters sinds 1703 ‘In de Blye druk’

Bij de verhuizing eind jaren 80 verscheen een boekje over de firma. In  1967 is aldaar het eerste gebouw in de Waarderpolder gebruik genomen en vanaf 1984 kwam het zwaartepunt van het bedrijf in de nieuwbouw te liggen. Er werken toen nog ongeveer 1.000 personen.

 

Catalogus van de voortreffelijke bibliotheek van Izaak, Johannes en mr.Johannes Enschedé, in 1867 geveild bij Frederik Muller (Amsterdam) en Martinus Nijhoff(Den Haag). De beschrijving van 3009 kavels is verricht door P.A.Tiele en de veiling had plaats van 9 tot en met 14 december. De kort nadien aantredende bibliothecarsi van de Koninklijke Bibliotheek M.F.A.G.Campbell sprak zijn leedwezen uit dat deze bibliotheek met zoveel unieke werken als nationaal erfgoed verloren ging. Toch bleef een en ander dankzij Haarlemse aankopen bewaard. Het befaamde abcedarium dat Johannes in 1751 had ontdekt in een vijftiende-eeuws Hollands brevaroium is voor 1.000 gulden gekocht door Teylers Stichting ten behoeve van de Stadsbibliotheek en een in een omstreeks 1760 in een boekband ontdekte donaat kwam voor 200 gulden in handen van de fmilie Enschedé en aan de std overgedragen. Een ‘Spieghel der menseliker behoudenisse’ werd daarentegen door Bernard Quaritsch in opdracht van de Engelse graaf van Crawford voor 7.500 gulden gekocht met de Parijse verzamelaar H.Didot als onderbieder. Vrijwel alle topstukken gingen naar buitenlandse antiquariaten uit Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland. Piet J.Buijsters schreef in zijn ‘Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie'(2010: ‘(…) Grote tevredenheid natuurlijk bij de erven Enschedé en bij de beide veilinghouders wegens de fabuleuze opbrengst. Maar er waren ook kritische geluiden. “The Enschedé sale was most disppointing”, schreef Henry Bradshaw, bibiothecaris van de universiteit van Cambridge aan zijn collega van de KB, Johan Willem Holtrop (…)’. 

Het Huis Enschedé 1703-1953 + La Maison Enschedé 1703-1753. Genealogie van deze familie

Personeelsblad Johez Nieuws, 5 augustus 1949 met verslag van het bezoek ban Koningin Juliana aan het bedrijf van Joh. Enschede en Zonen grafische inrichting n.v. Haarlem

Johez-Nieuws. Herdenkingsnummer 250 jarig bestaan Joh. Enschedé en Zonen 1703 – juni – 1953

Op 21 juni 1953 onthulde prins Bernhard een gedenksteen ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan van de firma Enschedé, legde de prins een krans bij het Enschedé familiegraf in de Kerstkapel van de Grote Kerk en opende hij een jubileumtentoontelling in de Vleeshal.

Vooromslag Johez-Nieuws. Jubileumuitgave bij het 250-jarig bestaan van Joh. Enschedé en Zonen op 21 juni 1953

In het jubileumjaar 1953 was Boudewijn Franciscus Enschedé (1893-1978) directeur van het familiebedrijf. Hij bewoonde het historische buiten Ipenrode in Heemstede, was ruimhartig bij het toelaten van bezoekers. De laatste jaren van zijn leven woonde hij in de Burghave. Kort voor zijn overlijden ontving de Heemsteedse bibliotheek een kleine collectie bibliofiele Enschedé-uitgaven.

Mede-directeuren in 1953 waren: jonkheer mr. B.W.F.van Riemsdijk, jonkheer W.van Andringa de Kempenaer en de heer J.R.Gunning.

Vooromslag van personeelsblad Het Klokhuis, najaar 1957 met een tekening van S.H.de Roos ter gelegenheid van de 80ste verjaardag van deze Haarlemse vernieuwer van de typografie in Nederland

Na de periode van Ned.Oost-Indie” is door de firma Enschedé in 1952 een overeenkomst gesloten tot gezamenlijke inrichting van een grafisch bedrijf, de N.V. Pertjekatam Kebajaran te Djakarta voor het drukken van bankbiljetten en andere waardepapieren, waarvan het ‘mangement’  aanvankelijk bij de firma Enschedé berustte (bezoek Soekarno, in het Klokhuis van najaar 1957)

Voorbeeld van vooromslag van het personeelsblad van de firma Enschedé, Het Klokhuis, januari-februari 1958, nummer 1.

Personeelsblad firma Enschedé met een nieuwe naam Jez-pers en in een nieuwe layout, 2/1987

Vooromslag van Johez Verenigings Nieuws uit 1958. Met nieuws over de bedrijfs-sportvereniging, de tafeltennis vereniging, de tennisclub, wandelport vereniging, schaakclub, biljartclub, de Johez personeelsbibliotheek, de voetbalclubs per afdeling het Johez-sportfestijn  e.d. Zelfs kienavonden voor de gepensioneerden werden georganiseerd.

Spartanenkamp in de Heemsteedse Arena (uit: Het Klokhuis nummer 5, najaar 1957)

Boek Vignetten van Enschedé op Haarlemse stramien. Samengesteld door Alet Schouten en Simone Schell. Joh. Enschedé en Zonen, 1978.

Vooromslag van een uitgave gewijd aan Landjuweel 1606 van Vlamingen aan de stad Haarlem. ZH over Zacharias Heyns. Haarlem, Het Hof van Johannes, 1984. Samengesteld door Flip Mayer.

‘De intrede van de Vlamingen van Haerlem bethoont’ . Deel van leporello, nadruk in uitgave ZH Hof van Johannes, Flip Mayer, 1984)

Optocht van de Haarlemse rederijkerskamer ‘De Witte Angieren’op het landjuweel van 1606 uit ‘Const-thoonende juweel’, uitgegeven door Zacharias Heyns. Zwolle, 1607. Origineel o.a. in NHA

Leden van rederijkersvereniging ‘Trou Moet Bijcken’ liepen mee in de optocht bij het Haarlemse landjuweel van 1606. Voorop gaat een rederijker in het kostuum van de god Mercurius, gevolgd door twee jongens die het blazoen van de kamer dragen. Achter de vaandrig, de trommelslagers en de fluitspeler volgen de kamerbroeders. Op de achtergrond is het toneel afgebeeld, dat feitelijk op de Grote Markt stond (NHA).

Huis te Zaanen (vm. bibliotheekfiliaal). Druk van Joh. Enschedé en Zonen, in: Kopperboekje 1985. Uitgave K.V.G.O., district Haarlem.

Just Enschedé. Enschedé aan het Klokhuisplein. In serie Haarlemse Miniaturen, 1991.

Geslachtsstamboom van acht generaties Enschedé. In 2003 uitgegeven in een boekuitgave met o.a. illustratieve hoogtepunten van drukwerk uit 1703, 1803, 1903 en 2003. Tekst en beeldredactie Koosje Sierman, Amsterdam. Jubileumuitgave Joh. Enschedé, 2003.

Generaties van het Huis Enschedé. Dirk Jan Enschedé is in 2015 overleden en Maurits Enschedé in 2019 op 92-jarige leeftijd

Bij het 300-jarig jubileum van Joh. Enschedé vervaardigde beeldend kunstenaar Hugo Kaagman in opdracht van de Nederlandse Bank een kunstwerk met alle biljetten die Enschedé in 190 jaar heeft gedrukt

In 2003 verscheen in een modern historische uitgave een kassette met 7 delen gewijd aan driehonderd jaar Kon. Enschedé en Zn. Een en ander onder de titel ‘Voor stad en staat’ en onder redactie van de auteurs Frans Willem Lantink, Koosje Sierman en Johan de Zoete. Bestaande uit de volgende zeven delen: 1. Plattegrond, 2. Woonhuis, 3. Personeelskantine, 4. Machinehal, 5. Directiekamer, 6. Productmagazijn (zoals bankbiljetten postzegels, Oprecht Haarlemsche Courant, letters etcetera) en 7. Summary, bevat tevens een cd-rom  (bovenstaand het vooromslag).

In 2003 BIJ HET 300-JARIG BESTAAN VAN DE FIRMA JOH. ENSXHEDÉ EN ZONEN VERLEENDE KONINGING BEATRIX HET PREDIKAAT ‘KONINKLIJK’.

Het oudste portret van Coster, oorspronkelijk opgenomen in Petrus Scriverius’ Laure-crans voor Laurens Coster in 1628 ‘Laurentius Costerus Harlemensis. Primis Artis Typographiae Inventor circa Annum 1440’.

BIJLAGE: Drukkerij en afzonderlijke telgen uit het geslacht Enschedé hebben veel bijgedragen aan de legendevorming rond LORENS JANSZOON COSTER (KOSTER) als uitvinder van de boekdrukkunst: het drukken met losse letters. Onderstaand begin van een kleine selectie afbeeldingen en publicaties

Titelafbeelding met vers van P.Scriverius. Te Haarlem by Izaak en Johannes Enschede. 1740.

Allegorische voorstelling van de zegen der uitvinding van de boekdrukkunst. Joh. Enschedé & Zn. 18e eeuw

Costerbeeld. In 1768 geëtst door Cornelis van Noorde. Naar het beeld bij huis Enschedé, Damstraat 3 Haarlem

Zeldzame gravure van de Grote Markt Haarlem mert het huis van L.J.Coster, gedrukt door Enschedé, 18de eeuw

Historieprent uitvinding boekdrukkunst door Jacob Ernst Marcus 1821/1822

Titelblad Gedenkboek der Coster-Feesten van 15, 16 en 17 Julij 1856 door J.J.F.Noordziek. Gedrukt bij Joh. Enschedé en Zonen te Haarlem, 1858.

Voornoemde filantroop Adriaan Justus Enschedé (1829-1896) schonk een gebrandschilderd glasraam aan de Bavokerk gewijd aan Laurens Janszoon Coster en zijn drukpers.

Mr.Ch. Enschedé. Technisch onderzoek nar de Uitvinding van de Boekdrukkunst. Haarlem, De Erven F.Bohn, 1901.

Mr. Ch. Enschedé. Laurens Janszoon Coster, de uitvinder van de boekdrukkunst. Haarlem, De Erven F.Bohn, 1904.

Over de uitvinding van de boekdrukkunst. Delen van vertalingen uit in 1937 verschenen ‘Douglas C. McMurtrie’s The Book. Haarlem, Joh. Enschedé en Zonen, 1940.

Lotte Hellinga-Querido en Clemens de Wolf. Laurens Janszoon Coster was zijn naam. Uitg. Joh. Enschedé en Zonen, 1988.

Bordspel: het Costerspel. Uitgegeven door Joh. Enschedé en Zonen.1988.

Aan pro en contra Coster als uitvinder van de boekdrukkunst zijn honderden publicaties gewijd. De geleerden Kruitwagen en Fruin hebben het bewijs voor Coster op wetenschappelijke argumenten ontkracht. Eerder is dat uitvoerig gedaan door dr. A.van der Linde, in 1873 geboren in Haarlem en als hofbibliothecaris overleden te Wiesbaden in 1897 met zijn boek ‘De Haarlemsche Costerlegende wetenschappelijk onderzocht’ (Tweede omgewerkte druk, 1870). Iemand die tot het laatst voor Coster pleitte was Jan Poortenaar met zijn publicatie ‘Coster – niet Gutenberg’ (Naarden, 1947). Bovenstaande illustratie is afkomstig uit dat boek. Pater dr. B.Kruitwagen O.F.M. publiceerde een artikel in “Het Boek’, XXIX, 1948. waarin hij onjuistheden van Poortenaar recht zette. Jan Poortenaar schreef een verweer, dat de redactie van ‘Het Boek’ niet opnam en hij daarom alsnog december 1948 als afzonderlijk pamflet publiceerde onder de titel ‘Geweigerd verweer’.

==================

Voorgevel van drukkerij Joh. Enschedé Haarlem

Joh. Enschedé van 1703 tot 1998 Uit: Geschiedenis van de belangrijkste ondernemingen die zich in Haarlem vestigden. Van oude nijverheid tot nieuwe zakelijkheid. Door Marcel Bulte e.a. Haarlem, 1998

ens3

firma Enschedé (1)

ens4

Vervolg firma Enschedé (2)

ens5.jpg

Slot firma Enschedé (3)

===========

Joh. Enschedé voor altijd in de Janskerk Eerbertoon aan de Haarlemse drukker van waarde (HRLM,nummer 65, 2019)