Tags

, , ,

GESCHILDERD PORTRET VAN ANNA PAUW-VAN RUYTENBURG DOOR MICHIEL VAN MIEREVELT UIT 1632 HERONTDEKT

Adriaan Pauw, sinds 1620 Heer van Heemstede,is nadat zijn echtgenote Anna Seys op 26 januari 1606 in het kraambed kwam te overlijden, op 7 februari 1610 in de Oude Kerk te Amsterdam hertrouwd met Anna van Ruytenburgh, dochter van een vermogende Amsterdamse koopman, die zich heer van Vlaardingen mocht noemen.

Tekening van graf Anna Seys, eerste echtgenote van Adriaan Pauw, in de Oude Kerk te Amsterdam (Stadsarchief Amsterdam)

Bij het huwelijk vervaardigde de in zijn tijd populaire dichter/toneelschrijver G.A.Bredero  een romantische bruiloftszang van 12 strofen ‘Triumph Liedt van Cupido’, die in een bundel ‘Apollo of Ghesang der Musen’ (1615) is opgenomen. Een broer van haar was Willem van Ruytenburg van de Amsterdamse schutterij die in zijn gele uniform prominent is afgebeeld naast kapitein Frans Banning Cocq op de Nachtwacht van Rembrandt van Rijn.

Rechts luitenant Willem van Ruytenburgh op het schilderij ‘de Nachtwacht’ van Rembrandt

Uit het huwelijk met Pauw zijn zes kinderen geboren. In 1628 was Anna aanwezig toen haar man op 4 juli een ere-doctoraat ontving van de Universiteit van Cambridge. Algemeen bekend is het portret dat de kunstschilder Gerard ter Borgh (1583/1584-1662) in 1646 van haar vervaardigde en als pendant dat van Adriaan Pauw. De portretten van olieverf op koper waren lang in bezit van de familie Pauw van Wieldrecht en zijn in bruikleen gegeven aan het Frans Hals Museum te Haarlem. Opvallend is de vale gelaatskleur van Anna Pauw-van Ruytenburg die de laatste jaren van haar leven ziekelijk was, ook te zien op het schilderij van de aankomst van Adriaan Pauw in een karos getrokken door vier paarden en omringd door enkele pages. In de reiskoets is tevens een kleinkind van het echtpaar afgebeeld Het doek is pronkstuk van het Stadsmuseum in Münster. Ter Borgh, die in het gezelschap van Pauw was meegereisd, maakte voor de achtergrond, de stad Münster, gebruik van een schilderij van Herman van der Horst uit 1629. Mevrouw Pauw is behalve in 1646 ook later nog twee keer naar Münster gereisd om haar man te bezoeken die druk was met de vredesonderhandelingen. Cornelis Musch, griffier van de Staten-Generaal, die zelf het toppunt van corruptie was – bij een inkomen van 1.800 gulden liet hij zijn dood ongeveer twee miljoen gulden na – beweerde dat de Portugese ambassadeur aan Pauw 100.000 gulden – voor die tijd een miljoenenbedrag – had aangeboden, omdat Portugal geen vrede wenste. Pauw voelde zich als door een wesp gestoken en getuigde dat hij zich bij voortduring slechts had laten leiden door het landsbelang en verwees naar zijn echtgenote, aan wie ook het aanbod was gedaan, dat resoluut had afgewezen. Aldus Pauw in een pamflet van zijn hand evenals in een brief aan de Graaf van Vidigueira, die Portugees ambassadeur in Parijs was. Enige weken later zond die ambassadeur zelfs zijn biechtvader naar Münster om er Pauw, maar eigenlijk zijn vrouw, nog eens te herinneren aan het genereuze aanbod. Op 12 april 1648 reisde Pauw rechtstreeks vanuit Münster naar Den Haag om de Staten op de hoogte te brengen van de laatste ontwikkelingen bij het vredesproces en in afwachting van besluiten op het Binnenhof. Mevrouw Pauw reisde apart. Op de heenweg naar Munster was ze nabij Wesel/Haltern/’s Heerenhoek overvallen door Spaanse soldaten uit de garnizoenen in Roermond of Venlo en die hadden haar bagage gestolen. Graaf de Penaranda, voornaamste Spaanse onderhandelaar, was woedend en stuurde ter bescherming Spaanse trompetters mee, want het meegereisde dienstmeisje zou in geval van een poging tot herhaling de overvallers herkennen.

Caspar de Bracamonde y Guzman, graaf van Penarnda, Spaans buitengewoon ambassadeur bij de vredesonderhandelingen geschilderd door Gerard ter Borgh in Münster (Museum Boymans Rotterdam).

Die lieten zich echter niet meer zien. Op 15 mei 1648 was de grote dag toen het stadhuis van Munster de vrede is getekend, waarbij mevrouw Pauw-van Ruytenburgh vanwege haar ziekte niet meer aanwezig kon zijn. De acht Nederlandse gezanten ontvingen allemaal namens koning Philips IV van Spanje een zilveren ketting ter waarde van 8.000 tot 9.000 gulden. Omdat voor zover mij bekend geen enkele ketting is overgeleverd, veronderstel ik dat deze vanwege de zilverwaarde later, mogelijk door erfgenamen, zijn omgesmolten. Mevrouw Pauw is op 10 november 1648 in aanwezigheid van haar familie ten grave gedragen in de grafkelder van de Oude Kerk te Heemstede. Op een inscriptie bij het monument lezen we o.a. ‘(…) In Haer leven vrouwe van Heemstede, Bennebrouck, Hoogersmilde, Rietwijk, Nieuwerkerck etc. Christelijk in Den Heere ontslapen in ’s-Gravenhage op den 3e (…)’. Bij haar overlijden liet Anna haar kinderen 400.000 gulden na.

Grafmonument ter ere van Adriaan Pauw, Anna van Ruytenburg en hun nakomelingen in de Oude Kerk aan het Wilhelminaplein te Heemstede

MICHIEL VAN MIEREVELT

Vooromslag van in 2011 verschenen catalogusboek met portretten door Michiel van Mierevelt: ‘De portrettenfabriek van Michiel van Mierevelt (1566-1641). Uitg van Museum Het Prinsenhof  en Uitgeverij Waanders. In deze uitgave komt het schilderij niet voor met een illustratie. Op pagina 50 wordt melding gemaakt van een conflict over de afbetaling van een schilderij ad 42 gulden van graaf Hendrik van den Bergh dat echter aan Pauw cadeau zou zijn gedaan.

Sinds enige tijd is bekend geworden dat de gewaardeerde kunstschilder van portretten Michiel van Mierevelt (1566-1641)  in 1632 pendant portretten heeft vervaardigd van Adriaan Pauw (toen 45 jaar) en echtgenote Anna van Ruytenburgh op 42-jarige leeftijd. Deze zijn via Rudolf van Ommeren die was gehuwd met jonkvrouw Anna Albertina Pauw (1635-1707), vrouwe van Vijfhuizen en dochter van Reinier Pauw (ov.1652). Aldus kleinkind van Adriaan Pauw en Anna van Ruytenburgh en dankzij vererving in privébezit gebleven. De portretten zijn tegenwoordig in eigendom van een familie in Rotterdam. Onderstaand het schilderij van Anna Pauw-van Ruytenburg.  Verder het geschilderd portret door G. ter Borgh, de gravure van Pieter Holsteyn en het schilderij van Ter Borgh met de intocht per koets in Münster alsmede een uitsnede. Ten slotte het gehele schilderij en een gedeelte van het befaamde doek van de eedaflegging bij de Vrede van Munster. Met links Adriaan Pauw en de andere 7 Nederlandse ambassadeurs naems 6 gewesten die de wijs- en middelvinger van de rechterhand omhoog houden en rechts de Spaanse gezanten Penaranda en Brun die hun rechterhand op een zilveren kruis van een opengeslagen bijbel leggen.

Anna van Ruytenburg, in 1632 geportretteerd door Michiel van Mierevelt.

Portret van Anna van Ruytenburg, door Gerard ter Borgh in 1646 in Münster vervaardigd (Frans Hals Museum, Haarlem)

Gegraveerd portret van de Vrouwe van Heemstede etc. Anna van Ruytenburg door Pieter van Holsteyn naar Gerard ter Borgh

The entrance of Dutch envoy Adriaan Pauw into Münster
*oil on canvas
*100 × 161,5 cm
*ca. 1629  by Herman van der Horst, background (1629) and in 1646 Gerard ter Borgh the entrance.

Uitsnede koets met Adriaan Pauw, zijn echtgenote en een kleindochter

Eedaflegging Vrede van Münster (Westfalen) 15 mei 1648 in de Vredeszaal van het stadhuis. Geschilderd door Gerard ter Borgh (National Gallery London)

Uitsnede met links Adriaan Pauw

Noat Bene.  Over de familie Ruytenburgh publiceerde archivaris S.A.C.Dudok van Heel het volgende artikel; ‘Van Ruytenburch: een Amsterdams geslacht van kruideniers met adellijke pretenties‘, in: Vlaardingen en Vlaardinger-ambacht, een heerlijkheid. 1990.

Bijlage: het reizen in de 17de eeuw was niet zonder gevaar. De beroving had plaats op 9 of 12 april [beide data worden genoemd] Pas op 16 oktober diende Pauw een declaratie in bij de Staten van Holland en West-Friesland met een overzicht van gestolen bagage, in totaal met een gesxhatte waarde van tussen de 2.600 en 2.700 gulden. Pauw verzocht 2.650 gulden over te maken. Feitelijk ging het om een beroving van goederen van zijn echtgenote, maar hij deed het voorkomen alsof hem die zelf was overkomen.

Declaratie door Adriaan Pauw op 17 oktober ingediend voor gestolen goederen op 9 april 1647 op weg naar Münster

Vervolg declaratie met verzoek van Pauw hem voor geplunderde bagage 2.650 gulden te vergoeden Data 17 Oct. 1645 zal 1647 (0f 1648) moeten zijn  (Nationaal Archief; archief Pauw)

declaratie5

Declaratie Adriaan Pauw, door H.Krol, in: Nieuwbrief VOHB, mei 1985, pagina 19

declaratie6.jpg

Vervolg van declaratie Adriaan Pauw naar aanleiding van overval op 9 of 12 april 1947 nabij Haltern op de heenweg naar Munster (Nieuwsbrief VOHB, nummer 44, 1985, pagina 18)