Reisjournaal van Gaspard Testa uit 1793 in boekvorm uitgegeven

Op maandag 14 november was het precies een halve eeuw geleden dat Mehmet Tütüncü en zijn ouders in 1972 vanuit Turkije als migranten in Haarlem aankwamen. Na bezoek aan een katholieke lagere school en  aan de Universiteit van Amsterdam in 1988 te zijn afgestudeerd in de fiscale economie was hij werkzaam als inspecteur bij de Belastingdienst.  

Mehmet richtte SOTA op, Research Centre for Turkish and Arabic World,  met intussen 245 geschiedkundige documenten  Sinds 1993 is hij met zijn gezin woonachtig in Heemstede. In het Noord-Hollands Archief is tijdens een drukbezochte bijeenkomst van ruim 100 veelal adellijke personen een nieuw boek gepresenteerd,  gewijd aan het reisverslag van Constantinopel naar Wijhe in 1793 door de toen 23 jarige Gaspard Testa (1770-1847). Het manuscript is  in het Nationaal Archief in Den Haag ontdekt, vanuit het Frans vertaald en met illustraties thans in boekvorm  uitgegeven.

Voorzijde van het Franstalige Journal uit 1793 in het Nationaal Archief

De reis van 2.750 kilometer onder leiding van ambassadeur Frederik Gijsbert baron Van Dedem, vond plaats met in totaal 13, later 9 personen, van wie de jonge Testa als dragoman (=tolk) en secretaris van Van Dedem  fungeerde (1).

Omslag van het boek
Turk werd Hollandse baron Gaspard Testa. door Menzo Willems (De Telegraaf, 3-1-2023)
(Utrechtsche Courant, 27 september 1793)

Vertrokken werd op 5 september 1793 in 3 koetsen, vanaf Belgrado en Budapest met 2 omdat enkele passagiers onderweg zijn uitgestapt.  Ten dele  is ook per boot op de Rijn gevaren van Mains naar Keulen, en uiteindelijk bereikte men met de postkoets na 84 dagen de plaats van bestemming. Via Edirne, Plovdiv, Sofia, Nis, Belgrado, Novisad, Maria Theresienstadt (Subbotica),Budapest, Wenen, Regensburg, Frankfurt, Mainz, Keulen, Rees, Zutphen, Deventer naar het landgoed de Gelder van de familie van Dedem in Wijhe, provincie Overijssel.

De voormalige havezate van de adellijke familie Van Dedem in Wijhe, Overijssel, in 1913 wegens bouwvalligheid gesloopt.

De familie Testa, oorspronkelijk kooplieden uit de republiek Genua, die zich in de 13 eeuw in Constantinopel hebben gevestigd. Omstreeks 1560 is Stephano Testa in Constantinopel geboren,. Hij staat geregistreerd als podesta (bestuursambtenaar) van de Genuese kolonie in Pera en Galata. Talrijke telgen  uit dit geslacht hebben aan het Ottomaanse hof functies hebben vervuld  als dragoman of diplomaat, nadien verspreid over een aantal landen in Europa , waaronder Nederland, en de Verenigde Staten.

 

Grafsteen Tommaso Testis/Testa, september 1436 in Archeologisch Museum Istanbul.
Oude gevonden tekens van Testa op een muur van Galata in Istanbul 1513.

Reeds in 1612 is de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden als eerste buitenlandse natie door de Turkse sultan Ahmed I als staat erkend, lang voordat in 1648 de Vrede van Munster werd getekend en Nederland officieel onafhankelijk van De Habsburgs-Spaanse monarchie is geworden.

Het geïllustreerde boek dat 208 pagina’s omvat geeft beschrijvingen van wat Testa onderweg allemaal beleefde met een soort van vakantieverblijf van 17 dagen in de stad Wenen. Ter sprake komen problemen als  slechte wegen, zieke passagiers, moeilijk begaanbare bergpassen, defecte assen van de wagens, ongedierte, gevaar van rovers, quarantaine in verband met pestuitbraken etcetera.

Geschilderd portret van Gaspard Testa, in Turkse kledij en met een boek in de hand afgebeeld door A. Lanes (in particulier bezit, een kopie bevindt zich in de Nederlandse ambassade te Ankara).

Aangekomen in Nederland prees Testa de Deventer kruidkoek en proefde hij voor het eerst schelvis, in zijn geboorteland onbekend. Minder enthousiast was hij over Zutphen, ‘de meest genante stad’ waar hij om zijn Turkse kledij werd nagekeken en uitgejouwd. Om zich tegen de kinderen op straat te beschermen vluchtte hij een logement binnen. Dat had weinig zin omdat men door het raam bleef kijken en de kinderen lachten en schreeuwden, dat ophield nadat de gordijnen waren dichtgetrokken. Pas in augustus 1794 keerde Gaspard terug naar Constantinopel, na eerst 21 mei Teylers Museum te bezoeken. In het bezoekersalbum zijn de handtekeningen aangetroffen van onder meer ambassadeur Van Dedem en zijn gevolg, waaronder die van Gaspard Testa in het Ottomaans-Turks.

Als bijlage is in het boek het reisverslag van een Dardanellenreis van 17 maart tot 16 april 1790 opgenomen. Ten slotte een uitvoerig in memoriam dat op 18 mei 1847 in het Algemeen Handelsblad is gepubliceerd.

Patrick Testa (oud-directeur van De Nationale Investeringsbank) en André Testa (voormalig kleurrijk directeur van NZH Vervoermaatschappij  en voorzitter van de Kamer van Koophandel in Haarlem) zijn nazaten van Gaspard Testa. De grafsteen van hun voorvader bevindt zich  in de r.k. Sancta Maria Draperis kerk te Istanbul.  Mr. T.M.E. baron Testa (1900-1972) , vader van jonkheer André was in 1934 medeoprichter van de Nederlands-Turkse Vereeniging.

Vooraanzicht van de Rooms-katholieke Kerk St. Mary Draperis in Istanbul
Het graf van Gaspard Testa in Constantinopel
Tegelijk met David George van Lennep, consul namens Nederland in Smyrna (Izmir), is dragoman Gaspard Testa door tsaar Nicolaas met de Russische ridderorde van SinteAnne begiftigd in1830 (Groninger Courant, 3 augustus 1830)

Het boek werd in de Janskerk te Haarlem uitgereikt aan onder meer de Turkse ambassadeur Saban Disli in ons land en de consul-generaal van Nederland in Istanbul, werkzaam in het ‘Palais de Hollande’, waar in het verleden Gaspard Testa werkte. Even werd stilgestaan bij de aanslag die 1 dag eerder in Istanbul had plaatsgevonden. Positief kon worden afgesloten met het bericht  dat een mogelijk Turkse vertaling van het historische reisboek in het verschiet ligt. Na afloop is nog een speciaal voor de gelegenheid gecomponeerd muziekstuk ten gehore gebracht met zowel Nederlandse en Turkse elementen.  Met de thans verschenen publicatie verdient Gaspard Testa postuum waardering voor diens waardevolle bijdrage aan de diplomatie tussen Nederland en Turkije.

Mehmet Tütüncü en jonkheer André Testa (foto J.P.Teengs)
Bij de uitreiking van het boek op 14 november 2022 in de Janskerk te Haarlem. Van links naar rechts: consul-generaal van Nederland in Istanbul: Arjen Uijterlinde – Turkse ambassadeur in Den Haag Saban Disli – Mehmet Tütüncü, samensteller van het boek – DGA Bankier Egbert ten Cate – Marion Walbeek van het Nationaal Archief – Willeke de Groot, directeur van het Noord-Hollands Archief – André Testa, achterachterkleinkind van Gaspard Testa (foto J.P.Teengs)

(Hollanda Postasi, 18 kasim 2022)

Na de uitreiking werden in Heemstede door Kamille voorbereide Turkse hapjes gepresenteerd (foto J.P.Teengs)
Op 17 november 2022 reikte de samensteller Mehmet Tütüncü op het ministerie in ‘s-Gravenhage een exemplaar uit aan de staatsecretaris van Cultuur en Media dr. Günay Uslu
Vooromslag van een omvangrijk wetenschappelijk werk uit 2007: Homer, Troy and the Turks; Heritage and identity in the Late Ottoman Empire, 1870-1915′ door Günay Uslu Homer’s stories of Troy are part of Western culture. ‘What’s less well known is that they also inspired Ottoman-Turkish cultural traditions.Yet even with all the historical and archeological research into Homer and Troy,most scholars today rely heavily on Western sources, giving Ottoman work in the field short shrift. This book helps right that balance, exploring Ottoman-Turkish involvement and interest in the subject between 1870, when Heinrich Schliemann began his excravations in search of Troy in Ottoman soil, and the battle of Gallipoli in 1915, which gave the Turks their own version of the heroic epic of Troy’.
Gastarbeider als stamvader. (Stan Huyggens JOURNAAL, De Telegraaf, 19 november 2022)

Het boek bevat een voorwoord van André Testa en de Franse tekst is vertaald door Heinerich Kaegi en Inès de Brito.  De publicatie is een uitgave van SOTA, Brabantlaan 26 Heemstede  ISBN 978-90-6921-047-6

De samensteller Mehmet Tütüncü biedt het Gaspard de Testa-reisjournaal evenals de uitgave 400 jaar vriendschap tussen Nederland en Turkije aan aan burgemeester H.Lenferink van Leiden met het verzoek er bij het bestuur van de Leidse Universiteit op aan te dringen dat de studierichting Turkse taal en cultuur (Midden-Oosten studies)- tot 2006-2007 onder hoogleraar Erik-Jan Zürcher was Turkologie nog een hoofdvak – niet wordt opgeheven.
Het heraldisch wapen van de familie Testa De synthese van culturele invloeden komt tot uitdrukking in de Nederlandse leeuw linksboven en de Turkse halve maan rechtsboven.’
Het thans verschenen reisverslag van Gaspard Testa bevat 57 illustraties, waaronder 10 aquarel-tekeningen van Johannes Raye (1699-1737), o.a. koopman, bestuurder en avonturer, die in 1665 een reis maakte naar het Osmaanse Rijk en daarvan een geïllustreerd verslag schreef, tegenwoordig aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek. Hij meer dan 5 jaar onderweg bleef. Op 20 april 1666 is hij met toenmalig ambassadeur mr.Willem Gerrit Dedel in audiëntie ontvangen door sultan Murat III. In 1987 is zijn reis naar de Oriënt in boekvorm uitgegeven en van commentaar voorzien en bewerkt door dr.A.Doedens en L.Mulder.

(1)De volgende 13 personen  – na Boedapest 4 minder – namen deel aan de reis vanuit Constantinopel: Baron Gijsbert Frederik Gijsbert van Dedem, diens echtgenote Adriana Frederica Johanna Sloet tot Lindenhorst,

De echtgenote van Baron van Dedem was naast mevrouw Curmulli- Wijnands de enige vrouwelijke passagier in het verder mannelijke gezelschap (Portret door Adriaen Thim)

de zoon van de ambassadeur: Antony Boldewijn Gijsbert van Dedem,  

Portret vaan jonkheer Anthony Boldewijn Gijsbert van Dedem tot den Gelder (1774-1825) met rechts een door hem in Constantinopel getekende derwish (RKD)

Mevrouw Maria Curmulli geboren Wijnands., 1757 geboren in Amsterdam.Woonachtig in Haarlem en weduwe van de Ottomaans-Griekse zakenman Demetrio Curmulli uit Chios, die werkzaam was in Smyrna (Izmir) en Amsterdam,

In 1799 hertrouwde Maria Wijnands, weduwe van D.Curmulli , met een Rotterdamse koopman Pieter Smeer.

Johan David Akerblad, secretaris van de koning van Zweden, geleerde Oriëntaalse taalkundige die, naast Antoine Isaac Silvestre de Sacy,  een grote bijdrage leverde aan de ontcijfering van het oud-Egyptische demotisch schrift,

Portret van diplomaat en Oriëntalist Johan David Akerblad

kapitein Bregant van Triëst, de heer Niebauer, hoogleraar in de rechtswetenschap, Gaspard Testa, dragoman, later diplomaat, de heer Vogel, een Praagse handelaar, de heer Panchaud (zaakgelastigde aan het hoofd van de Nederlandse gemeenschap in Constantinopel, Rudolfo Bragiotti (dragoman van de Nederlandse afvaardiging), de heer Frangopulo, eerste tolk van de Pruisische Legatie, Trarazli Zade, als gids aangewezen door de Porte.

Vooromslag van het boek Palais de Hollande te Istanboel
Gezicht op Istanbul vanuit de Nederlandse ambassade in Pera. Schilderij door Jean Baptiste Vanmour, circa 1720-1737 (Rijksmuseum Amsterdam, zaal 13)
Na de val van Napoleon kwam het ‘Nederlandsch Paleis’ in Constantinopel weer in Nederlandse handen, overgedragen aan Gaspard Testa, Chargé d’Affaires namens ons land (Leydsche Courant, 29-9-11816).

In een fraai boekwerk boek ‘Palais de Hollande te Istanboel; het ambassadegebouw en zijn bewoners sinds 1612’ door Marlies Hoenkamp-Mazgon, uitgegeven door het Koninkrijk der Nederlanden in 2002 en heruitgegeven in 2009, is op de pagina’s 89 tot 93 een uitvoerig hoofdstuk gewijd aan ‘De carrière van Gaspard Testa: van dragoman tot diplomaat’. In de slotparagraaf ‘”dragoman par Excellence” en baron van het nieuwe koninkrijk’  staat het volgende vermeld: ‘ In 1925 moest Gaspard de leiding van de ambassade overdragen aan de nieuwe benoemde ambassadeur, Hugo baron van Zuylen van Nijevelt. Deze herstelde de Nederlandse vertegenwoordiging in zijn oude glorie. Als een oosters nestor fungeerde Testa onder zijn in Levantijnse zaken onervaren Chef de Poste. Hij was nu weer de dragoman “par excellence”. in de jaren 1827-1829 nam de Nederlandse ambassade de belangen waar van Engeland, Frankrijk en Rusland, die in open conflict waren geraakt met de Verheven Porte. Veel lof oogstte Gaspard Testa van zijn chef, die deze waardering ook aan Den Haag liet blijken. De Nederlandse diplomaat had de Levantijn leren waarderen als een onmisbaar element in het onderhouden van stabiele betrekkingen met de Porte. Toen van Zuylen in 1829 naar Nederland terugkeerde, trad Gaspard Testa opnieuw op als zaakgelastigde. Bij Koninklijk Besluit van 8 september 853 werd hij buiten bezwaar van ’s lands schatkist bevorderd tot minister-resident, Hij ontving tevens nieuwe geloofsbrieven, die hem door de Minister van Buitenlandse Zake werden toegezonden met een begeleidend schrijven aan diens Turkse ambtsgenoot. Deze zond daarop een schriftelijk antwoord hetgeen protocollair gezien destijds zeer ongebruikelijk was. Deze blijk van hoge waardering van de kant van de Ottomaanse minister, Ratib Pasa, werd door Gaspard in zijn verslag aan Buitenlandse Zaken ruim toegelicht als “cette exquise attention”.

Buitenlandse Zaken kende Testa daarop gul alle gevraagde onkosten- vergoedingen toe. Testa had in zijn nieuwe functie van Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiger in vaste dienst veel geld uitgegeven ten behoeve van zijn audiënties bij de Verheven Porte. De leden van de familie Testa werden kort hierna tot Nederlander genaturaliseerd. In 1846 kwam het tot eervol ontslag van de inmiddels 76-jarige Gaspard, zeer tegen zijn zin overigens. Hij vatte het op als een blijk van ontevredenheid. Volgens Gaspard waren er rond dit ongevraagde ontslag veel praatjes en geruchten in omloop gekomen. Men zocht er in Per meer achter dan alleen zijn hoge leeftijd, hetgeen hij als onverdiend pijnlijk ervoer. De Minister van Buitenlandse Zaken adviseerde Koning Willem II om zijn zeer verdienstelijk medewerker in de adelstand te verheffen. Aldus geschiedde. Bij K.B. van 5 april 1847 werd Gaspard Testa in de Nederlandse adelstand verheven en werd hem de titel baron verleend. Het tragische is dat de oude Gaspard op 6 april 1847 overleed. De formele mededeling over zijn verheffing in de adelstand heeft hem niet meer op tijd bereikt.’

Algemeen Handelsblad, 18 november 1847

Gaspard Testa verbleef met Ambassadeur Van Dedem en de resterende reizigers 3 dagen in Boedapest en aansluitend als een vakantieverblijf 17 dagen in Wenen, alwaar men paleizen/kastelen, bibliotheken, kerken, theaters en monumenten bezocht.  Van dit alles heeft hij in zijn journaal bericht. Hier beperk ik mij tot vier bezochte bibliotheken, 1 in Boedapest en 3 in Wenen.

De bibliotheek met Osmaanse werken in Boedapest

‘Zaterdag 19 oktober. Wij gingen eerst naar de bibliotheek, die is opgericht onder de auspiciën van Jozef II , die deze stad een nieuwe glans heeft gegeven. Zij bevindt zich in een hal op de begane grond, geplaveid met breuksteen en uitgebouwd met een galerij die rondom de ruimte loopt. De boeken die zij bevat vormen een verzameling die bij de Jezuïeten wordt gevonden, alles op de beste wijze gerangschikt. In het midden van de zaal staan twee wereldbollen en rond de galerij vindt men op vaste afstanden Etruskische vazen, met goud versierd, De bibliothecaris die ons de zaal liet zien, overhandigde de ambassadeur een boek, waarin Ratif Effendi, de Ambassadeur van de Porte te Wenen, zijn naam in het Turks had geschreven, toen hij in 1792 op doorreis was. Ons werd verteld dat reizigers, die deze bibliotheek bezochten, gewoonlijk hun naam erin schreven, dus schreef Zijne Excellentie de zijn er ook in, en ik de mijne onderaan, zoals de gewoonte. Daarna gingen wij naar het kasteel van graaf Caroli.

De Oriëntaalse collectie van weleer, ten dele betrekking hebbend op de Turkse overheersing van Hongarije bevindt zich tegenwoordig in de Magyarian (Hungarian) Academy of Sciences (MTA) in Budapest The library holds a special Oriental selection. The reading room in this section was designed with islamic motifs back in the 1950s. This part of the library contains the most comprehensive Hungarian collection of Arabic manuscripts. A substantial part of the mnuscripts is preserved from the 150 year period (1541-1699) of Ottoman occupation in Hungary‘.

De Keizerlijke Hofbibliotheek in Wenen

Prent van de Josefplatz met ruiterbeeld van keizer Josef voor de Hofbibliotheek
Portret van Godfried van Swieten (* 1734 Leiden, ov. 1807 in Wenen), die van 1777 tot 1803 prefect was van de Keizerlijke Bibliotheek en het gezelschap uit Constantinopel op 29 oktober 1793 ontving. Hij was een muziekliefhebber en bracht veel boeken op het gebied van de natuurwetenschappen in . In 1780 introduceerde hij als een van de eersten een catalogus op fiches. Godfried was een zoon van Gerard van Swieten, in 1700 te Leiden geboren, die als lijfarts van keizerin Maria Theresia is 1745 werd benoemd als prefect van de Hofbibliotheek, welke functie hij tot zijn overlijden in 772 vervulde, waarna zijn zoon hem opvolgde.

Koetsen wachten voor de Hofbibliotheek

Dinsdag 29 oktober. Na bezoek aan de keizerlijke rijschool, die wordt beschouwd als de mooiste van Europa begaf het gezelschap, bestaande uit Baron Van Dedem, de heer van Haeften, ambassadeur namens Turkije in Wenen (1), zijn secretaris en Testa  zich naar de Keizerlijke Bibliotheek, in 1722 in opdracht van Karel VI gebouwd naar een ontwerp van architect Johann Fischer von Erlach. ‘Bereikbaar via een grote trap waarvan de muren versierd zijn met verschillende bustes en ingelegd met vele oude inscripties. Aan het begin van de trap is een opmerkelijk oude, marmeren graftombe zichtbaar. Men herkent er in bas-reliëf een gevecht van de Amazones. Dit kunstwerk werd gevonden in Efeze (2).  De zaal waarin de bibliotheek is ondergebracht is zeer ruim en het plafond wordt hier en dar ondersteund door grote vrijstaande zuilen met vergulde sokkels en kapitelen. Op de planken met boeken staan grote gouden medaillons in marmer. Het marmeren standbeeld van de oprichter staat in het midden van een ovaalvormige zaal, onder de koepel, met een Latijns opschrift op de sokkel. Er omheen zijn verschillende andere standbeelden opgesteld. Bovendien is deze zaal versierd met borstbeelden – vooral dat van Pyrrhus – en met verschillende andere antiquiteiten. Het aantal boeken in deze bibliotheek wordt geschat op 300.000.’

Zicht op de pronkzaal van de Hofbibliotheek, tegenwoordig genoemd: Oesterreichische Nationalbibliothek (ONB) Is 80 meter lang en 20 meter hoog. Van de anno 2021 ruim 8 miljoen boeken bevinden zich er 200.000 in deze ruimte. Het is de grootste van circa 50 barokke-rococo pronkzaalbibliotheken, veelal in kloosters en enkel kastelen in Midden-Europa, van welke die van Strahov (Praag), Sankt-Gallen (Zwitserland), de abdijen Admont en Melk in Oostenrijk het meest bekend zijn.


Noten
(1) Reinier van Haeften was van 1778 tot 1784 ambassadeur geweest namens Nederland bij de Verhevene Porte in Constantinopel en om die reden goed bekend met zowel Van Dedem als met Testa.
Rouwbord van baron Reiniuer van Haeften (1646-1733) in de kerk van Ophemert

(2)Tegenwoordig bevindt deze sarcofaag met de vechtende amazones in het Kunsthistorisches Museum te Wenen.

Uit boek: Van de Bosporus naar de Zuiderzee, pagina 105

=====

Oriëntalische Akademie, in 1754 opgericht, te Wenen

Portret van Franz Hoeck, directeur van de Academie der Oriëntalische Sprachen, die Van Dedem en Testa ontvingen
Aquarel van de Academie für Orientalische Sprachen in Wenen uit 1871, was tevens in gebruik als Diplomatenschool. Vandaag de dag zetel van de ambassade der Verenigde Staten

Vrijdag  1 november 1793‘(…) Toen ik bij de academie  aankwam, stelde mijn neef mij voor aan de directeur, die een zeer beleefde en officieuze geestelijke is, wiens vader bij een van mijn ooms had gestudeerd. Hijzelf, de twee van mijn familieleden onderwees, toonde genegenheid voor mijn familie. In deze academie worden de portretten van de leerlingen bewaard, van wie ik enkele kende, die in de Levant werkzaam waren. Alle studenten slapen in dezelfde kamer, die zeer groot is en als en van hen ziek is, wordt hij in een aparte kamer ondergebracht, zodat degenen die gezond zijn geen ongezonde lucht inademen. Daarnaast is er een ruimte voor de persoon die de zieke verzorgt. In de werkruimte heeft de directeur zijn eigen bibliotheek, die hoofdzakelijk bestaat uit boeken in de oosterse talen. Hier wordt gewerkt aan de nieuwe editie van de Meninski, waarvoor de heer Kleizel verantwoordelijk is en deze had reeds de arabische letter  – vergelijkbaar met de latijnse letter q – bereikt. Ik ontmoette de tien studenten, die op dit moment aan deze academie studeren in een zaal die museum wordt genoemd – ‘met de betekenis van bibliotheek of studiezaal .(M.T). Ieder heeft een bureau die als werkplek dient en rondom de zaal ziet men tegen de wanden Turkse geschriften en kopieën op karton geplakt, zoals bijvoorbeeld firmans, bérats, tughràs of afzonderlijk gecalligrafeerde letters, buyurdiés of opdrachten van pasha’s en gezegdes die men in de oosterse talen gebruikt. Bovendien is er een brief van de keizer van Marokko aan Zijne Keizerlijke Hoogheid, die dient om de studenten te trainen. En verder vindt men er een door de gezant  – Ratib Efendi – van de Porte, die in 1792 in Wenen was, achtergelaten document, dat door hemzelf in verzen opgemaakt is en daar als souvenir zorgvuldig wordt bewaard’(…)’.

Ratib Efendi. Ottomaanse ambassadeur Ebubchir Ratib is in 1791 benoemd als ambassadeur in Wenen, een jaar later keerde hij terug naar Constantinopel waar hij in 1799 is overleden.
Vooromslag van het door Franciscus à Mesgnien Meninski gepubliceerde boek over de Turks-Latijnse taal, uitgegeven in Vinbdobonae = Wenen.

Liechtensteinische paleisbibliotheek

Recente afbeelding van de Bibliotheek der prinsen Liechtenstein in Wenen

Zaterdag 2 november Bezoek aan Paleis van Prins von Liechtenstein. ‘(…) Boven deze galerij is er een ruimte die dient doet als loge, die uitzicht geeft op de hal. De prinselijke bibliotheek, die zeer opmerkelijk is, bevindt zich  op de derde verdieping boven de zijhal. Deze zaal is mooi en ruim en heeft twee rijden zuilen van prachtig marmer, waarvan de basis en de kapitelen verguld zijn. Het aantal boeken is niet te vergelijken met dat van de keizerlijke bibliotheek, maar toch is ook hier een grote hoeveelheid te vinden. De planken zijn versierd met een verguld medaillon en daartussen staan verschillende bustes van marmer en metaal. In de midden staan de tafels met daaronder boekenplanken’.

====

Interieur van de Liechtensteinische Bibliothek in Wenen

===

In 1998 bezorgde dr. Jan Schmidt het boek Per koets naar Constantinopel; de gezantschapsreis van Baron van Dedem van de Gelder naar Istanbul in 1785. Zutphen, Walburg Pers, 1998. 206 pagina’s. Op voorzijde afbeelding van schilderij door J.B.Vanmour van ambassadeur Frederik Gijsbert van Dedem met zijn zoontje Anthonie op audiëntie bij Sultan Abdülhamid 1, 29 november 1785. (Stichting Edwina van Heek, Huize Singraven, Denekamp)
Achteromslag van de publicatie Per koets naar Constantinopel

In de inleiding van voornoemd boek schrijft Schmidt kort over de voorgenomen terugreis in 1793 vanuit Constantinopel naar zijn voorouderlijk huis in Wijhe, na zo’n 25 jaar als ambassadeur de Nederlandse belangen in Turkije te hebben behartigt. Citaat: Toen de vertrekdatum naderde deden zich echter weernieuwe problemen voor. Van Dedem en zijn gezin werden getroffen “door zware colijken, en andere onpasselijkheijd”, ten gevolge van de excessieve hitte. Uiteindelijk vonden op 14 augustus de afscheidsaudiënties plaats. Van Dedem kreg “publicq gehoor bij de Porte” alwaar hij gepast afscheid nam en de zaaakgelastigden Panchaud en Bragiotto voorstelde. Zij werden erkend en beschonken met “een minder soort van eerepels”. Op5 september 1793 vertrok Van Dedem in gezelschap van zijn vrouw, zoon, zijn tolk en secretaris Gaspard Testa en enige anderen uit Istanbul. Op 26 november reed zijn koets, na een lange tocht door de Balkan, Oostenrijk en Duitsland de slotgracht van zijn voorvaderlijk huis over waar hij begroet werd door zijn familie’.

In 2012 publiceerde Henk Boom een biografie ‘Frederik Gijsbert baron van Dedem; onze man in Constantinopel’, Walburg Pers. 272 pagina’s. Gaspard Testa komt daarin ter sprake op de bladzijden 125, 132, 142, 144, 145,176, 179, 181, 184-187,239, 256 en 257. Zijn broer Francois Testa op de bladzijden 27, 127, 170, 225 en 233.
Achteromslag van Voornoemd boek over baron van Dedem door Henk Boom
Ambassadeur Van Dedem met zijn 11 jarige zoon Anthony 28 november 1785 op audiëntie bij sultan Abdulhamid 1 (1725-1789) (door Duitser Friedrich Anton Lohrmann, 1787 (UniversiteitsbibliotheekWarschau / Edwina van Heek Stichting in Huize Singraven Denekamp)
Catalogue of Turkish manuscripts in the Library of Leiden University and Their Collections in the Netherlands. Compiled by Jan Schmidt

Voornoemde oriëntalist schrijft op het internet over de Oriëntaalse collectie van de Leidse universiteitsbibliotheek: A notheworthly acquistion of the nineteenth century is the Testa collection, possibly hailing from baron Gaspard Testa (1770-1847), Dutch “chargé d’affaires’ at the Ottoman court, but more probably from one or more of his nine sons (Catalogue Volume II Comprising the acquisitions of Turkish mauscripts in Leiden University Library between 1800 and 1970. Leiden, 2002.

Anthony/Antoine Testa, zoon van Gaspard Testa, is voor zijn opleiding naar als jongeman naar het gymnasium in Haarlem gezonden waar hij bevriend raakte bevriend was met Nicolaas Beets. Onder het pseudoniem Hildebrand komt ‘Antoine van Constantinopel ‘in de Camera Obscura voor in het verhaal Verre Vrienden’.

Geschilderd portret van Everard Scheidius (1742-1794)door Cornelis van Cuylenburgh (1758-1807), aanwezig bij de universiteit Leiden. Scheidius was vanaf 1765 hoogleraar oosterse (arabische) talen in Harderwijk. In 1793 als zodanig in Leiden als opvolger van H.A.Schultens. Op 19 oktober 1793 hield hij daar zijn Oratio de eo quod Schultensii post immortalia erga literas orientalis merita posteis agendum reliquerint. In het najaar van 1793 ontmoette hij Gaspard Testa, die hem in de Turkse taal onderwees. Op bezoek in Harderwijk overleed Scheidius aan een beroerte op 27 april 1794. Knipscheer schrijft in het NNBW, deel 10:‘Wellicht heeft hij zijn krachten overschat met toen nog de turkse taal te leren ten einde de brieven te kunnen vertalen, door barbarijsche vorsten aan ’s lands hoge regering gericht’;. Hoe dit ook zij, het is vermoedelijk aan beider contacten te danken dat Ottomaanse geschriften door Testa geschonken bij de universiteitsbibliotheek zijn terecht gekomen.
Brieven van Antoine Testa aan Nicolaas Beets zijn bewaard in de Beetscollectie te Leiden, in de Bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, Universiteitsbibliotheek Leiden

Jonkheer Antoine Vincent Jean Chrystostome de Gaspard Testa is geboren in Constantinopel op 22 januari 1813. Na zijn verblijf in Nederland (Haarlem en Leiden) is hij als dragoman benoemd namens Zweden, legatieraad 1832-1840, zaakgelastigde 1840- (1858) van Zweden en Noorwegen in de Ottomaanse hoofdstad. Ontving de Wasa-ridderode. Later consul-generaal te Alexandrië (1865-1868). Voorts handelaar, makelaar en maritiem agent. Hij is op 30 juni 1879 in Constantinopel overleden. In 1849 getrouwd met Anne Marie Carolina Meglia, uit welke huwelijk Fortuné Erasme Francois Jean Testa (1852-1909) is geboren, in 1852 benoemd tot directeur van de Banque Ottomane.

Alle Nederlandse ambassadeurs in beeld in de ambassade van Nederland in Ankara sinds Cornelis Haga en als vijfde op de bovenste rij: Gaspard Testa
In 2021 ‘bij SOTA verschenen boek Tussen Constantinopel en Holland; het dragomannen- en Diplomatengeslacht Testa’ door Hans Krol en Mehmet Tütüncü
Aquarel van het Palais de Hollande, de Nederlandse ambassade in Constantinopel in volle glorie, vóór de grote brand van begin augustus 1831waarbij een groot deel van de wijk Pera met grotendeels houten huizen, maar ook van de buitenlandse residenties verloren ging. Eerder had een aanzienlijke brand plaats in de nacht van van 26 op 27 december 1767, waarbij de tweede dragoman Testa zijn huis verloor met alle meubels , die volgens ambassadeur Dedel ‘door quaadaardige menschen ontstoolen sijn’. De catastrofale brand van 1831 kwam overigens pas in september in de Westerse pers aan de orde. (Bovenstaande bevindt zich in de collecties van Fondation Custodia, Parijs).
Gezicht op de houten noodvoorziening die Gaspard Testa na de ramp van 2 augustus 1831 op het Nederlandse legatieterrein liet bouwen (illustratie in Nationaal Archief.) Het ambassadegebouw, vanouds Palais de Hollande genoemd, is pas onder minister-resident mr. Julius Philip Jacob Abraham, graaf van Zuylen van Nijvelt in de jaren 1856-1858, in de oude glorie herbouwd.
DE poort voor het Nederlands consulaat in Istanbul
Recente foto van de voorgevel van het Nederlands consulaat in Istanbul