BRUIN VAN HILTEN / BINNENWEG 10 BENNEBROEK

BRUIN VAN HILTEN EN DE GESCHIEDENIS VAN HET HUIS BINNENWEG 10 IN BENNEBROEK

In 1998 gaf Karel van Hilten een boek uit over de geschiedenis van het geslacht van Hilten (1). De oudst bekende persoon uit het geslacht Hilten is in 1292 als buitenpoorter van de stad Brugge ingeschreven. De eigenlijke genealogie begint in Sluis met de stamvader van het tegenwoordige geslacht Antheunis van Hilten (1481-1554). Hij was schildknaap, ontvanger van de domeinen van keizer Karel V en hoogbaljuw van Sluis in Zeeuws-Vlaanderen. Portretten van hem en zijn vierde vrouw bevinden zich in het Rijksmuseum Twenthe, Enschede

Portret op een paneel van Antheunis van Hilten

Portret op een paneel van Antheunis van Hilten (1481-1554) door Joos van Cleve, circa 1520.

Pendant schilderij van Agniet van den Rijne, huisvrouw van Anthonis van Hilten, door Joos van Cleve, circa 1520. (Rijksmuseum Twenthe, Schede)

Pendant schilderij van Agniete van den Rijne, huisvrouw van Antheunis van Hilten, circa 1520, door Joos van Cleve (Rijksmuseum Twenthe, Enschede).

Een gelijknamige zoon was burgemeester in Zeeuws Vlaanderen. Eén van de nazaten was eerste ‘courantier’ van ons land, Casparis van van Hilten, uitgever van Courante Uyt Italien, Duytsland, etc.’ Het oudste nummer van 14 juni 1618 heeft eeuwenlang gelegen op de zolder van een kasteel van de Zweedse rijkskanselier Axel Oxenstierna en bevindt zich na ontdekking met talrijke andere exemplaren van oude kranten sinds 1938 in de Koninklijke Bibliotheek van Zweden. Zoon Jan van Hilten volgde zijn vader op in het krantenvak en startte een eigen drukkerij en liet stelselmatig met twee persen werken om de concurrentie voor te blijven. Na zijn overlijden besloot één van zijn medewerkers, de Haarlemse drukkerszoon Abraham Casteleyn, in 1656 voor zijn eigen rekening een krant uit te geven, de Weeckelyce Courante van Europa en deze stond daarmee aan de basis van de Oprechte Haerlemsche Courant.

Courante uyt Italien, Duytschlandt, etc. van courantier Jan van Hilten

Courante uyt Italien, Duytschlandt, etc. van courantier Jan van Hilten. Editie uit 1646 in de Koninklijke Bibliotheek Den Haag. De krant verscheen voor het eerst door Jan van Hilten in 1818 en is van 1623 tot 1655 voortgezet door diens zoon Jan van Hilten

Abraham Casteleyn en zijn echtenote/compagnon Margaretha van Blanken door Jan de Bray, 1663. Op de achtergrond o.a. een borstbeeld van Lourens Janszoon Coster.

Abraham Casteleyn en zijn echtenote/compagnon Margaretha van Blanken door Jan de Bray, 1663. Op de achtergrond o.a. een borstbeeld van Lourens Janszoon Coster. Rijksmuseum Amsterdam.

Uit de tak die zich in Nederhorst den Berg had gevestigd is Bruin van Hilten op 29 juni 1765 als oudste van tien kinderen gedoopt. Zijn vader Hendrik van Hilten was o.a. kerkmeester van de gereformeerde (=hervormde) kerk in Nederhorst. Zoon Bruin (ook gespeld als Bruijn) ontwikkelde zich tot meester-schilder van huizen, rijtuigen en heraldische wapens, die in zijn vrije tijd ornamenten tekende en graveerde. Als zodanig is een achterneef beter bekend: de te Haarlem in 1789 overleden Hendrik van Hilten, die behalve huisschilder óók boekbinder en (amateur)tekenaar en –graveur was en wisselend in Haarlem en Amsterdam woonde. Het Teylers Museum beschikt van hem over een trompe l’oeil met adreskaart als boekbinder en boekvergulder. Het Rijksmuseum bezit drie gegraveerde prenten van zijn hand: 1) Boothuisje aan het IJ, 2) Woonhuis op de Haarlemmerdijk te Amsterdam met portret van eigenaar Hendrik Busserus, uit 1773 [Busserus was zelf kunstenaar maar vooral verzamelaar van kunst en leefde van 1701-1781], 3) Interieur in de hoofwacht van de schutterij op de Westermarkt te Amsterdam bij nacht met enkele personen bij kaarslicht.

Het botenhuis in Amsterdam bij het IJ. Prent van HvH= Hendrik van Hilten

Het botenhuis in Amsterdam bij het IJ. Prent van HvH= Hendrik van Hilten. In Rijksprentenkabinet/Rijksmuseum.

Nog een meester-(huis)schilder én gemeentebestuurder: Anthonie van Hilten (1736-1815)

Een oom van Bruin van Hilten, genaamd Anthonie, was ook afkomstig uit Nederhorst den Berg. Hij huwde op 7 juli 1765 in Vreeland. Eerder had hij volgens een akte in het heerlijkheidsarchief op 5 mei 1763 vanuit Ouderkerk een rekest ingediend om zich als schilder en glazenmaker in Bennebroek te mogen vestigen. Op dit verzoekschrift is goedgunstig beschikt door de Heer van Bennebroek, Uit datzelfde jaar dateert een huurovereenkomst voor een perceel nabij de buitenplaats Duinwijk ‘langs de Binnenweg tegenover de dorpsbakkerij’. Deze huurovereenkomst is in 1767 en 1773 verlengd. In 1767-1768 komt zijn naam voor op een lijst van diakenen der Hervormde Kerk. Anthonie van Hilten was vanaf 1785 tevens een aantal jaren schepen in zijn nieuwe gemeente, Hij kocht op 2 oktober 1772 van Johannes Nutges, ambachtsheer van Bennebroek, voor 850 gulden een huis aan de Binnenweg. Dat pand, al in 1765 genoemd, was gelegen naast het perceel Binnenweg 10 waarop ik later terugkom. Ook op kerkelijk gebied was Anthony van Hilten actief, van 1767-1768 als diaken en van 1808 tot 1815 als kerkmeester van de Hervormde kerk. Zijn dochter Elizabeth, geboren in 1766, huwde met haar neef Bruin van Hilten. Werk van Anthonie is deels nog aanwezig in Bennebroek. In 1778 herstelde de Leidse orgelbouwer Johannes Mittereither voor 160 gulden het orgel in de Hervormde kerk. Bij een latere restauratie kwam aan de achterkant – nadat men diverse verflagen had afgekrabd – het volgende opschrift te voorschijn: Dit orgel is geschilderd door Antoonie van Hilten, meester-schilder van Bennebroek en de knegs Gerrit van Beiland, Getwig van Gelder, Frans van Alrmaas en Gerrit van Uytman van IJsselsteijn, den 22 augustus 1778.’

Familiewapen Van Hilten

Familiewapen Van Hilten

Van Nederhorst den Berg aan de Utrechtse Vecht naar Bennebroek

De Vecht in Nederhorst den Berg met links de Hervormde Kerk. Uit: De Vechtstroom van Utrecht tot Muiden door Abraham Rademaker, 1741.

De Vecht in Nederhorst den Berg met links de Hervormde Kerk. Uit: De Vechtstroom van Utrecht tot Muiden door Abraham Rademaker, 1741.

Voornoemde nazaat Karel van Hilten maakt melding van de volgende persoonsgegevens: ‘Hij (= Bruin van Hilten) trouwt te Bennebroek op 27 november 1791 met Elizabeth van Hilten, dochter van Antoni van Hilten en Jannetje Langendijk. Zij krijgen twee kinderen: 1. Anthonie, geboren 31 augustus 1792, gedoopt op 2 september door dominee Appels, overleden op 6 september 1792, 2. Anthonie, geboren 11 oktober 1794, overleden 24 oktober 1794. Van Bruin en zijn gezin weten we veel, omdat het huis waarin hij woonde er nog steeds is en er een familielid is, waarin Bruin de wederwaardigheden van zijn gezin heeft genoteerd. Het huis behoorde aan zijn schoonvader, tevens zijn oom, en het gezin trok daar in. In de nacht van 2 op 3 juli 1792 brak in de werkplaats van Bruin brand uit. Niets kon gered worden: meubelen, rijtuigen enz. werden in de as gelegd. Het huis dat er vlakbij stond, bleef gespaard, hoewel het reeds brandde. Om de werkplaats weer zodanig op te bouwen dat het bedrijf weer kon worden begonnen, was ƒ 11.000,- nodig. Dat was een maand of twee vóór Anthonie (1792) geboren wordt. Als oorzaak van het overlijden vlak na zijn geboorte wordt dan ook opgegeven: ‘een verstopping in het hoofd en op de borst vanwege de schrik die zijn moeder twee maanden eerder kreeg bij een brand in de werkplaats. Waarbij zij toen 7 maanden zwanger zynde, met haar onderrok en op de bloote voeten de vlam moest ontvlugten.’ Op 5 april 1811 overlijdt Elisabeth te Bennebroek. Bruin hertrouwt in 1812 met Elisabeth Hirdes uit Heemstede (2). Zij krijgen drie kinderen: 3. Jeanette Elisabeth: geboren 18 juli 1813 Heemstede (3), 4. Wilhelmina Hendrica: geboren 17 december 1815 Heemstede, 5. Barbara Elizabeth: geboren 24 mei 1824 Bennebroek. Bruin is in zijn vrije tijd ook tekenaar en etser. Van hem zijn enkele prenten bekend, aanwezig in het Rijksprentenkabinet. Bruin, geboren in Nederhorst den Berg in 1765 overlijdt thuis in Bennebroek op 26 juni 1828 en Elisabeth Hirdes, die het schildersbedrijf nog heeft voortgezet op 17 januari 1845. In de Oprechte Haarlemsche Courant van 21 januari 1845 is de volgende kennisgeving gepubliceerd: ‘Heden overleed tot onze diepe smart, onze veelgeliefde en hooggeschatte Moeder en Behuwd-Moeder Elizabeth Hirdes, Wed. Bruin van Hilten, in den ouderdom van 55 jaar. Wij bewenen haar verlies en houden hare gedachten in zegening. Bennebroek, 17 Januarij 1845.’

Berichtgeving van overlijden Bruin van Hilten uit de Oprechte Haarlemsche Courant

Berichtgeving van overlijden Bruin van Hilten uit de Oprechte Haarlemsche Courant

Jeanette Elisabeth van Hilten huwt op 30 november 1834 met Marcelis van der Elst, een zoon van Albertus Elisabeth van der Elst en Cornelia Bomert, Hij is in Haarlem geboren op 29 januari 1806 en is schilder. Jeanette overlijdt op 2 februari 1856 te Bennebroek. Wilhelmina Hendrica van Hilten trouwt op 16 mei met Abraham Pietersz de Breuk, die rond 1814 te Haarlem is geboren en tabaksverkoper is. Zijn ouders zijn Pieter Jansz. De Breuk en Sara Clementina Brouwer. Barbara Elisabeth van Hilten treedt op 16 mei 1847 in het huwelijk met Christiaan Frank. Hij is te Amsterdam geboren op 20 juni 1818 en is een zoon van Adam Frank en Anna Elisabeth de Leeuw. Hij is broodbakker.’

Huis met ‘nieuwe’ trapgevel aan de Binnenweg

Binnenweg 10, Bennebroek (Uit: Monumenten Bloemendaal)

Binnenweg 10, Bennebroek (Uit: Monumenten Bloemendaal)

We komen terug op de werkplaats en het huis aan de Binnenweg nabij de Reek te Bennebroek, waar Bruin van Hilten van 1805 tot 1828 heeft gewoond en gewerkt. Na de brand is de gehele zaak herbouwd en in het boek ‘Bennebroek-Vogelenzang’ (4) noteert auteur J.W.Groesbeek het volgende: ‘Aan dezelfde kant als het Huis te Bennebroek bevindt zich een huis, dat ook nu nog de aandacht trekt door zijn tapgevel en wonderlijke deur- en raamconstructies. In de voorgevel is het jaartal 1663 aangebracht. In de amen ziet men wapenschilden waarvan de meeste niet meer te herkennen zijn. Op één ervan kan men de naam ‘van der Elst’ nog lezen.’ Elke inwoner van Bennebroek kent wel dit opvallende huis, het derde van af de Reek, aan de Binnenweg 10. De naam Van der Elst op het raam duidt erop dat dit huis was van Marcelis van Elst, wethouder van Bennebroek, van beroep huis- en rijtuigschilder, die leefde van 1806 tot 1893. Vermoedelijk heeft hij de wapens doen aanbrengen. Hij erfde het huis van zijn schoonvader Bruin van Hilten. De diaconie van de kerk liet het bouwen als diaconiehuis, doch deed het, daar de lasten de baten overtroffen, over aan een particulier (1739). Na verschillende malen van eigenaar te zijn verwisseld (5) werd de zo even genoemde Bruin van Hilten er eigenaar van voor ƒ 200,-. later woonde er de heer H.Visser, antiquair, gehuwd met J.M.van der Elst, wier familie hier al tijdenlang thuishoort. Voorts de woonstee van antiquair/taxateur J.Maasdam.

Uit: Arnold Pieterse, Aerdenhout; geschiedenis, mijn vaders sporen, herinneringen, 2011

Uit: Arnold Pieterse, Aerdenhout; geschiedenis, mijn vaders sporen, herinneringen, 2011 Bouwtekening nieuwe gevel door architect W.J.Pieterse. In Heemstede ontwierp de architect Pieterse de volgende twee villa’s: 1) ‘de Nolle’, Melchior Treublaan 11, 1948, in opdracht van de heer H.P.Siegers; 2) Van Merlenlaan 33, 1954, in opdracht van Den Breejen van den Bout.

Kort na de Tweede Wereldoorlog vond een restauratie van het pand plaats, waarbij voor de lijstgevel in plaats van de vroegere tuitgevel een ‘oudhollandse’ trapgevel is gebouwd. In 1998 vond wederom een renovatie plaats. Omstreeks 2005 werd het bijzondere pand via een makelaar te koop aangeboden voor een bedrag van 1.250.000 euro kosten koper. Opmerkelijk waas dat dit pittoreske met bijzondere historie, karakteristieke trapgevel, oude gevelsteen, wapenschilden, evenals wonderlijke deur- en raamconstructies destijds ontbrak in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) Noord-Holland. De vernieuwingen zullen hier vermoedelijk debet aan zijn geweest. Thans is het pand een gemeentelijk monument met volgende beschrijving: ‘Het neorenaissance woonhuis Binnenweg 10 is gebouwd op de rooilijn van de Binnenweg. Het pand is vrijstaand gelegen. Aan de noordzijde is het door middel van een binnenplaats en een hekwerk gescheiden van het buurpand. Het maakt deel uit van de dorpsbebouwing rond de Reek die vanaf het midden van de 17e eeuw tot ontwikkeling kwam. Het gebouw dateert in de kern mogelijk uit 1663. Dit jaartal heeft in het recente veerleden de voorgevel gesierd. In ieder geval was de voorgevel in het midden van de 18de eeuw uitgevoerd als tuitgevel met, onder meer, enkele zesruits schuiframen met drieruits bovenlichten. De huidige trapgevel dateert uit 1945. Het ontwerp van deze nieuw trapgevel is van de architect W.J.Pieterse uit Aerdenhout. De gevel is vóór de oude tuitgevel geplaatst. Daartoe werd de nieuwe bestaande bepleistering afgehakt waarna een nieuw metselwerk gevel met trapgevel werd opgetrokken. Omdat de opdrachtgever ook enige veranderingen ter verfraaiing der gevel wilde werden de gevelopeningen ook gewijzigd. De neorenaissancegevel is het resultaat.’ (W.Post, De monumenten van de gemeente Bloemendaal).

Tekening van Chr. Schut uit 1989 met links Binnenweg 8, voormalige tuinmanswoning in chaletstijl van Huis te Bennebroek uit 1856 en rechts daarvan met trapgevel: Binnenweg 10. Beide panden zijn in Bloemendaal geregistreerd als gemeentelijke monumenten.

Tekening van Chr. Schut uit 1989 met links Binnenweg 8, voormalige tuinmanswoning in chaletstijl van Huis te Bennebroek uit 1856 en rechts daarvan met trapgevel: Binnenweg 10. Beide panden zijn in Bloemendaal geregistreerd als gemeentelijke monumenten.

De historicus A.M.Hulkenberg (6) beschreef het bijzondere pand in 1991: ‘Het huis Binnenweg 10 is ook heel interessant. Daar woont de hoogbejaarde Jacoba Margaretha Visser-van der Elst, assistente bij dokter Hagendoorn te Heemstede, “de beste dierenarts van Nederland.” Twee grote honden snuffelen aan mijn handen en vegen aan mijn kleren hun natte snuiten af. Omdat ze mij zo aardig vinden, aldus de bewoonster. Mevrouw is de derde generatie Van der Elst die hier woont. Mr.J.W.Groesbeek noemt in zijn boek een hele reeks eigenaars, van 1657 af, maar Mevrouw wil over de bewoners, haar voorgeslacht, wat vertellen. In 1760 kwam Anthony van Hilten, rijtuig- en wapenschilder, uit Nederhorst den Berg, naar hier. Omstreeks 1800 werd hij opgevolgd door zijn neef, Bruyn van Hilten, die volgens Groesbeek op 2 augustus 1805 het huis kocht, maar er niet meer dan 200 gulden voor wilde geven (!). Bruyn had een dochter die trouwde met Marcelis (‘Seel’) van der Elst uit Haarlem (1806-1892), eveneens rijtuigschilder en tevens wethouder van Bennebroek, Hij werd opgevolgd door zijn zoon Bruin van der Elst. Daarna volgde diens zoom Henk, geboren in 18972. Achter het huis was de “lakkamer”, waar “lakker” Feijen de wagens in de hal zette. Zelfs “de eerste auto’s van die grote lui uit Bloemendaal’ werden hier nog zo gelakt. De enige dochter, Jacoba Margaretha, trouwde met de heer H.Visser, antiquair. Mevrouw stelt met de nodige zelfspot vast, dat haar voornamen “valse parel” betekenen. Misschien moet voor het huis wel hetzelfde gelden. De trapgevel vertoont het jaartal 1663 en zier echt wel oud-Hollands uit. Kleine beschilderde ruitjes en bovenlichten met de wapens Van Hilten en Van der Elst, kunstwerken van de Haarlemse glazenier W.Bogtman. Dit alles is echter het “restauratie” die de heer Hendrik Visser in 1946/47 doorvoerde. Er zijn nu wat ruitjes stuk, enz. Intussen is het pand verkocht aan de antiquair J.Maasdam, die met het herstel is begonnen.’

Bruin van Hilten: gemeentebestuurder en kerkmeester

Bruin van Hilten was van beroep huis- en rijtuigschilder. In het gemeentearchief zijn nota’s van hem bewaard gebleven, zoals van het schilderen van de school in 1834 voor een bedrag van 180 gulden. Daarnaast heeft hij zich als bestuurder voor de gemeenschap verdienstelijk gemaakt. Zo werd hij in de ‘Franse tijd’ in 1811 gekozen in de municipale raad onder leiding van ‘maire’ W.H.Gerlings. Na de bevrijding van Frankrijk en verzelfstandiging van Bennebroek (dat tijdelijk wederom bij Bennebroek was gevoegd) is hij in 1817 als assessor voorgedragen, welke keus is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten. Hij bleef wethouder in zijn woonplaats tot zijn overlijden in 1828. Ten slotte was Bruin van Hilten van 1816 tot zijn dood kerkmeester van de Hervormde gemeente. Hij was de laatste die in 1828 zijn laatste rustplaats vond binnen de Hervormde kerk van Bennebroek. Nadien zijn overledenen op het nabijgelegen kerkhof begraven. Dat het huis dat hij ruim twee eeuwen kocht voor omgerekend ongeveer 85 euro, nu meer dan 1 miljoen waard is, heeft hij uiteraard niet kunnen bevroeden.

Gravure door Bruin van Hilten uit 1785  in het Rijksprentenkabinet Amsterdam

Gravure door Bruin van Hilten uit 1785 in het Rijksprentenkabinet Amsterdam

Noten en literatuur

(1) Karel van Hilten. Je zult maar Van Hilten heten; de geschiedenis van het geslacht Van Hilten vanaf 1292 tot heden. Tilburg, 1998.

Vooromslag boek 'Je zult maar Van Hilten heten'.

Vooromslag boek ‘Je zult maar Van Hilten heten’.

(2) Over de Heemsteedse familie Hirdes, zie: De Achterweg en de Voorweg; door J.W.G.van Doorn. In: Oud-Heemstede-Bennebroek, nummer 87, februari 1996, blz. 23-32. (3) Van 1811 tot 1817 was Bennebroek bij Heemstede gevoegd. (4) Bennebroek-Vogelenzang: bijdragen tot geschiedenis en volkskunde van een voormalig blekersdorp. Meppel, 1965, blz. 19-20: de Binnenweg (oostzijde). (5) J.W.Groesbeek noemt in zijn boek ‘Bennebroek: beeld van een dorpsgemeenschap’ (1982) op pagina 71 o.a. de volgende eigenaren vanaf 1656: Jan Pietersz. (kleermaker), Dirk Gerritsz. Vrijer, de diaconie van Bennebroek, Willem Cebel (1739), diens weduwe, Evert Cebel, Elias van der Brom (gerechtsbode) vanaf 1786 totdat het na een mislukte verkoop voor ƒ 1.000,- in 1801 aan Jan van der Werf, het huis op 2 augustus 1805 wèl is verkocht aan Bruin van Hilten voor het luttele bedrag van 200 gulden. (6) A.M.Hulkenberg. Gezichten in Zuid-Kennemerland. Alphen aan den Rijn, 1991, blz. 51.

Fragmentgenealogie Bruin van Hilten x Elisabeth Hirdes. Uit: Genealogie Online.

Fragmentgenealogie Bruin van Hilten x Elisabeth Hirdes. Uit: Genealogie Online.

Tot deze tak Van Hilten behoorde ook de hier afgebeelde Anthony van Hilten, in 1586 geboren in Middelburg en in 1670 overleden te Utrecht. Hij was aanvankelijk dienaar en vertrouweling van prins Maurits en na 1618 secretaris van de Staten van Utrecht.

Tot deze tak Van Hilten behoorde ook de hier afgebeelde Anthony van Hilten, in 1586 geboren in Middelburg en in 1670 overleden te Utrecht. Hij was aanvankelijk dienaar en vertrouweling van prins Maurits en na 1618 secretaris van de Staten van Utrecht. (George J.Homs)

Nog een portret van Anthony van Hilten, door Paulus Moreelse, 1625

Nog een portret van Anthony van Hilten, door Paulus Moreelse, 1625

 

Zinnebeeld op godsdiensttwisten. Plano uitgegeven door Jan van Hilten, 1636. Met Nederlandse en Latijnse bijschriften en met een Nederlands en Duits gedicht (Koninklijke Bibliotheek Den Haag)

Zinnebeeld op godsdiensttwisten. Plano uitgegeven door Jan van Hilten, 1636. Met Nederlandse en Latijnse bijschriften en met een Nederlands en Duits gedicht (Koninklijke Bibliotheek Den Haag)

Interieur van de hoofdwacht der Schutterij op de Botermarkt bij nacht. Ets door Hendrik van Hilten. (Rijksmuseum Amsterdam).

Interieur van de hoofdwacht der Schutterij op de Botermarkt bij nacht. Ets door Hendrik van Hilten. (Rijksmuseum Amsterdam).

Hendrik Busserus 'Konstminaer. Geb. den 22 January Ao 1701. Hk van Hilten fecit 1773  [Voor het huis van Busseris aan de Haarlemmerdijk, Amsterdam].

Hendrik Busserus ‘Konstminaer. Geb. den 22 January Ao 1701. Hk van Hilten fecit 1773 [Voor het huis van Busserus aan de Haarlemmerdijk). Busserus is in 1781 overleden (Rijksprentenkabinet).

Ingekleurde gravure door Hendrik van Hilten uit 1773 van het woonhuis van de rijke kunstverzamelaar Hendrik Busserus (Universiteitsbibliotheel Leiden)

Ingekleurde gravure door Hendrik van Hilten uit 1773 van het woonhuis van de rijke kunstverzamelaar Hendrik Busserus (Universiteitsbibliotheek Leiden) [Bij de entree staan vermoedelijk Hendrik Busserus en Hendrik van Hilten].

Portret van Hendrik Busserus tussen zijn boekenkasten. (Vermoedelijk vervaardigd door Julius Henricus Quinckhard) (Rijksprentenkabinet Amsterdam)

Portret van Hendrik Busserus tussen zijn boekenkasten. (Vermoedelijk vervaardigd door Julius Henricus Quinckhard) (Rijksprentenkabinet Amsterdam).  Zijn enorme topografische atlas in 1782 en 1784 geveild. Een groot deel van zijn vermogen ging naar zijn nicht Agatha Deken, die naar het buitentje ‘Lommerlust’ in Beverwijk verhuisde. Samen met Betje Wolff schreef zij de brievenroman ‘De historie van Sara Burgerhart.’

 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 106 andere volgers