BIOGRAFIE VAN WIEL KUSTERS EEN MONUMENT VOOR KEES FENS

Biografie van Wiel Kusters een monument voor Kees Fens

Ditmaal een beknopte bijdrage gewijd aan de inspirerende docent Nederlands Kees Fens van wie ik tussen 1969 en 1971 gedurende drie jaar les had in de vakken Nederlandse letterkunde en cultuurwetenschappen aan de Frederik Muller Academie te Amsterdam. Aanleiding is de onlangs verschenen biografie van Wiel Kusters: Mijn versnipperd bestaan. Het leven van Kees Fens 1929-2008.

De (jonge) lezer Kees Fens

De (jonge) lezer Kees Fens

Kees Fens is geboren in Amsterdam naar welke stad hij in 1995 zou terugkeren na in 1958 naar Zandvoort te zijn verhuisd. Dat was vanwege zijn huwelijk met Leny Lindeman, die bij de Katholieke Provinciale Bibliotheekcentrale in Haarlem werkte en voor haar huwelijk bij haar ouders in Zandvoort woonde. Ze namen hun intrek boven de ouders van zijn vrouw, Wilhelminaweg 23, een groot huis met een mooie tuin. (1) De jonge Fens is na het St.Ignatiuscollege (afd.HBS) – met pater van Kilsdonk en lekenleraar, de graecus M.Linders, als zijn meest gewaardeerde leraren – en de akte MO-A Nederlands te hebben behaald in 1948 als redactie assistent in dienst getreden bij het toenmalig jezuïetenblad De Linie. In dat blad verscheen overigens pas in 1954 Fens’ eerste boekbespreking nadat hij op aanraden van de beeldhouwer en vormgever J.J.Beljon was gaan schrijven. Ofschoon intussen ook schrijvende voor dagblad De Tijd zocht hij een baan met meer financiële zekerheid en vond die als leraar Nederlands – voorlopig enkel aan hbs-ers omdat hij geen eerstegraads lesbevoegdheid had – op het Triniteitslyceum aan de Zijlweg in Haarlem.

Foto van lekenleraar  Kees Fens op het Augustijner Triniteitslyceum in Haarlem waar hij van 1959 tot 1964 Nederlands onderwees.

Foto van lekenleraar Kees Fens op het Augustijner Triniteitslyceum in Haarlem waar hij van 1959 tot 1964 Nederlands onderwees.

In 1963 hield De Linie op te bestaan, maar sinds 1 september 1960 leverde Kees Fens tegen een vaste maandelijkse vergoeding literatuurkritieken aan De Tijd-De Maasbode. Daarin publiceerde hij enthousiasmerende artikelen over de dierenverhalen van Anton Koolhaas die hij tot de absolute top van de wereldliteratuur rekende. Fens kwam in contact met Ulli d’Oliveira en met J.J.Oversteegen vormde hij de redactie van het literaire tijdschrift Merlijn – dat van 1962 tot 1966 heeft bestaan – waarbij close reading ingang vond. Bij hun kritiek kwam de inhoud centraal te staan in plaats van de persoon, met andere woorden vorm in plaats van vent. Later is Fens is hier ten dele op terug gekomen. Carel Peters verwijt hem in ‘Het avontuurlijk uitzicht’ dat Fens wel van het closereading geloof afviel, maar niet van zijn rooms-katholicisme.

Frederik Muller Academie (FMA)

Kees Fens als docent

Kees Fens als docent (foto Jan van Teeffelen)

In 1964 is de eerste bibliotheek- en documentatieacademie opgericht, een hbo-opleiding. Eerste directeur werd de toenmalig directeur van de openbare bibliotheek Amsterdam, de heer G.A.van Riemsdijk (bijlage 1). Fens die toen al naam had gemaakt als criticus solliciteerde en met Fens is een prima docent in huis gehaald. Toen ik hem in 1969 voor het eerst ontmoette was zijn eerste vraag of ik soms familie was van de schrijver Gerrit Krol. Niet dus, een geheel andere tak, maar met mijn belangstelling voor Jan Hanlo en Godfried Bomans was het ijs meteen gebroken. Fens bleek niet slechts een getalenteerd schrijver maar evenzeer een boeiend verteller die zijn leerstof voortreffelijk kon overbrengen. Ik herinner me het volgende voorval dat die ik onder pseudoniem publiceerde in het blad Barbarber. Fens hield een les over de experimentele poëzie waarin Jan Hanlo aan de orde kwam. Een bepaalde titel kon hij op dat moment even niet uit zijn geheugen opdiepen, maar geen nood hij had deze in een eerder uur in een parallelklas met krijt op het schoolbord geschreven. Daarom verliet hij de klas om een verdieping lager door het raam te gluren en inderdaad was het bord nog niet schoongeveegd zodat hij de bedoelde titel alsnog kon vertellen.

Voorgevel van grachtenpand 'De Kopermoole', destijds huisvesting van de Frederik Muller Academie

Voorgevel van grachtenpand ‘De Kopermoole’, destijds huisvesting van de Frederik Muller Academie

 Kusters schrijft: Op de Frederik Muller Akademie ontwikkelde Fens een talent voor het ‘interpreteren’ van mensen: uiterlijk, gedragingen en de daarmee als het ware onlosmakelijk verbonden opvattingen en denkbeelden. Bij feestelijke gelegenheden gaf hij daar graag staaltjes van weg.’ Van de ‘onderwijsvernieuwingen’ die na de herstructurering van 1969 toen ook de boekhandel en uitgeverij met een opleiding bij de Frederik Muller Akademie werd gevoegd, en dan bedoel ik alle vormen van inspraak en democratisering onder studenten, had Fens zijn twijfels, wat hij op ironische wijze bij een jubileumtoespraak in 1974 tot uitdrukking bracht. In 1969 werd de Frederik Muller Academie uitgebreid met een opleiding voor hogere functies in boekhandel en uitgeverij. Toen deed, met de komst van een nieuwe directeur, ook de democratisering haar intree. Ik geloof dat niet eerder in de geschiedenis een democratisering op zo’n autoritaire wijze tot stans is gebracht. Vraag mij niet wat er allemaal is gebeurd, en zeker niet hoe het is gebeurd, in elk geval zijn er nu afdelingsraden, afdelingsdocentenraden, publieke tribunes; er is op elk moment wel ergens een vergadering aan de gang, er wordt ingesproken, uitgesproken, doorgesproken en nadat dat alles is gebeurd, komt alles nog een keer in de allerhoogste raad: de Akademieraad. Leraar Fens bracht een spijtbetuiging uit aan het adres van de studenten uit de beginjaren 1964-1969, want hij en de andere docenten hadden het helemaal verkeerd gedaan. Wij hebben in onze eigenwaan getracht u iets te leren, kennis aan u over te dragen. Wij hebben u nooit gevraagd waarin u les wilde hebben, laat staan óf u eigenlijk wel les wilde hebben. Over nut werd niet gesproken, over zin helemaal niet en de maatschappelijke relevantie van het gedoceerde bleef u onthouden. Wij hebben u verminkt, wij zijn het ons volledig bewust. En daarvoor hebben wij salaris gekregen en moest u schoolgeld betalen. Wij bekennen collectief schuld, maar, weest u ervan overtuigd: wij wisten niet beter. Wij moesten nog bekeerd worden, onze ogen moesten nog opengaan om het nieuwe heil te aanschouwen. Veel leerlingen waren niettemin na hun hun jaren op de bibliotheek- en documentatieschool mogelijk toch door het genoten onderwijs aan een andere studie begonnen en dat gaf troost. (…) dat ik onder u zoveel Neerlandici zie, historici, slavisten, theologen, schoonheids- specialisten, fysiotherapeuten en ook een handelaar in tweedehands piano’s troost mij; uw opleiding tot bibliothecaris is niet nutteloos geweest, aldus Kees Fens tijdens een feestrede gehouden in Krasnapolsky (zie ook bijlage 2).

Kees Fens voor de klas op de FMA op een foto uit 1966. Hij maakte graag en veelvuldig gebruik van krijt en  het schoolborrd

Kees Fens voor de klas op de FMA op een foto uit 1966. Hij maakte graag en veelvuldig gebruik van krijt en het schoolborrd

Voor een Who is who op de FMA, 1978-79’ meldde C.W.A.Fens het volgende: ‘Vóór mijn komst naar de FMA hen ik ‘vanalles’ gedaan. Op de akademie ben ik docent letterkunde (Nederlands) en ‘cultuurvakken’. Hobbies vallen helaas niet samen met mijn werk, behalve slapen. Toekomstplannen: Op een niet onredelijke leeftijd dood gaan, na jaren van intens versuffen.’ Tijdens zijn leraarschap op de FMA waren er nog drie docenten die kritieken publiceerden in de Volkskrant, te weten: Frank Schuitemaker (Duitse literatuur), Johan Kuin (Engelse letterkunde) en Sjaak Hubrechtse (bibliofiele boeken). Ik herinner me dat Fens het lesgeven en het schrijven van bijdragen voor kranten strikt gescheiden hield.

Fens (met onverbrekelijke sigaret) in de gang van de bibliotheek- en documentatieschool bij het kopieerapparaat. Op dec rug gezien lerares  en roostermaakster Ans Schonebaum

Fens (met onverbrekelijke sigaret) in de gang van de bibliotheek- en documentatieschool bij het kopieerapparaat. Op de rug gezien lerares en roostermaakster Ans Schonebaum. In 1974 zei Fens in een feestrede: ‘De stencilmachine was ontdekt en sindsdien draaide de machinekamer zestig uur per week. Net heb je weer een les gegeven, en dan ligt het vak alweer vol stencils die de rest van de dag aandacht vragen.’

Het was voor iedereen duidelijk dat Fens een huidziekte had en hij moet daar zeer onder geleden hebben ook al liet hij dat, afgezien van het krabben, nooit merken. Op school ging het verhaal dat hij bij het verschonen van de luier van een van zijn kinderen een infectie had opgelopen wat ik ook altijd heb gedacht. Uit de thans verschenen biografie blijkt dat het toch iets anders lag. In oktober 1961 kwam hij na de inenting van zijn dochtertje tegen pokken in aanraking met het vaccinia virus. Zelf was hij als kind niet gevaccineerd en in combinatie met zijn eczeem heeft dat zelfs destijds tot een levensbedreigende situatie geleid, waarvoor Fens in het ziekenhuis St.Joannes de Deo in Haarlem is opgenomen.

Na 1972 ben ik Kees Fens nog een keer of 10 tegen gekomen, enkele malen ook op het Centraal Station in Amsterdam en 1 keer in Nijmegen bij een promotie en altijd was hij even geïnteresseerd in wel en wee. De laatste maal dat ik hem sprak was tijdens de uitreiking van de Laurens Jansz Costerprijs in 1999 in de Gravenzaal van het stadhuis te Haarlem.

Foto door Jan Engelschor in het Haarlems Dagblad van 7 oktober 1999 bij gelegenheid van de uitreiking van de Lourens Jansz Costerprijs in de Gravenzaal van het Haarlemse stadhuis. Links van hem zijn echtgenote Uta Fens-Janssens

Foto door Jan Engelschor in het Haarlems Dagblad van 7 oktober 1999 van een glunderende Kees Fens bij gelegenheid van de uitreiking van de Lourens Jansz Costerprijs in de Gravenzaal van het Haarlemse stadhuis. Links van hem zijn echtgenote dr. Uta Fens-Janssens

Presentatie van de biografie in de OBA

Kees Fens kwam ter sprake toen ik Wiel Kusters (2) voor het eerst ontmoette tijdens de onthulling van een monument voor Jan Hanlo in Valkenburg aan de Geul op 29 mei 2014, geboortedag van de dichter-schrijver. Nadat ik Kusters, zelf zoon en kleinzoon van mijnwerkers, had gecomplimenteerd met zijn prachtige boek In en onder het dorp; mijnwerkersleven in Limburg’ (2012) kwam het gesprek vanzelf op zijn te verwachten boekuitgave, bijna 600 pagina’s gewijd aan de man die wel is genoemd onze grootste lezer. 18 juni daaropvolgend bezocht ik de presentatie in de theaterzaal van de openbare bibliotheek Amsterdam (OBA). Wim Brands interviewde de auteur die in 2009 door de weduwe was gevraagd als biograaf op te treden. Dat was gebeurd toen een bestaande brug over de Keizersgracht tussen de Hartenstraat en de Runstraat op 14 juni werd omgedoopt tot ‘Kees Fensbrug’ . Het programma in de OBA werd gelardeerd met enkele filmfragmenten van Hans Keller. In diens film Kees Fens erfgenaam van een lege hemel, kort voor het overlijden van Fens opgenomen, zien we een naar adem happende – vanaf 1952 heeft Fens sigaretten gerookt – ontroerd terugkeren naar de holle kerk van zijn jeugd in de zogeheten Chassékerk, sinds 1998 door het bisdom Haarlem aan de eredienst onttrokken. Wanneer hij de ontluisterde kerk van zijn jeugd betreedt roept Fens van schrik uit Grote God. Redacteur Erik van den Berg van de Volkskrant las vervolgens een column voor gewijd aan Kees Fens. Van die krant waren ook Arjan Peters en Aleid Truijens aanwezig, maar Pieter Broertjes schitterde door afwezigheid. Na voordien het ‘allereerste’ exemplaar van uitgever Athenaeum-Polak & Van Gennep te hebben ontvangen overhandigde de biograaf zijn boek aan weduwe angliste dr.Uta Fens-Janssens Knorsch en aan kleinzoon Thijs Fens, die in het spoor van zijn grootvader Nederlands studeert. De laatste levensjaren van Kees Fens waren enerzijds gelukkig nadat hij Uta Janssens in Nijmegen had leren kennen toen zijn echtgenote in een verpleeghuis lag. Vanwege gezondheidsproblemen ook zorgelijk toen longkanker werd vastgesteld en zijn gezichtsvermogen achteruit ging. Tot het laatst bleef hij met schrijven voor de Volkskrant tot zijn overlijden in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis op 14 juni 2008. De druk bezochte uitvaartplechtigheid was een Latijnse requiemmis en had plaats in de Jezuïetenkerk ‘De Krijtberg’’. Volgens zoon Stijn Fens had zijn vader het katholieke geloof in de laatste jaren van zijn leven hervonden. Hij is begraven op de Nieuwe Ooster begraafplaats in de Watergraafsmeer. Precies één jaar na zijn overlijden is dankzij burgemeester Job Cohen een brug over de Keizergracht naar Kees Fens vernoemd.

De Kees Fensbrug over de Keizersgracht tussen de Hartenstraat en Runstraat na de 'herdoping' op 14 juni 2009 dankzij burgemeester Job Cohen, onthuld door weduwe Uta Janssens en een kleindochter op 14 juni 2009. De brug ligt symbolisch tussen de twee FMA-schoolgebouwen waar Kees Fens tussen 1964 en 1982 de vakken Nederlandse letterkunde en cultuurwetenschappen doceerde.

De Kees Fensbrug over de Keizersgracht tussen de Hartenstraat en Runstraat na de ‘herdoping’ op 14 juni 2009 dankzij burgemeester Job Cohen, onthuld door weduwe Uta Janssens en een kleindochter op 14 juni 2009. De brug ligt symbolisch tussen de twee FMA-schoolgebouwen waar Kees Fens tussen 1964 en 1982 de vakken Nederlandse letterkunde en cultuurwetenschappen doceerde. (foto Robby Hiel)

Foto en citaat van Kees Fens in de Chasséstraat Amsterdam

Fotoportret en citaat van Kees Fens in de Chasséstraat te Amsterdam

Selectie van recensies

Het prettig leesbare boek van Wiel Kusters dat in chronologische volgorde het leven (voor wie het lezen maar één letter verschilde) mag met recht een monument aan de grootste naoorlogse literaire criticus worden genoemd (3). Vele besprekingen zijn intussen in de diverse bladen verschenen, waarbij het opvalt dat een aantal recensenten (meer dan) zuinig heeft gereageerd. Aleid Truijens verzorgde de recensie in de Volkskrant en had graag meer willen lezen over Fens’ persoonlijk leven. Jaap Goedegebuure publiceerde in Trouw van 12 juli en benadrukt dat Fens in 1977 stopte met het volgen van de eigentijdse Nederlandse letteren omdat de dalende kwaliteit hem de lust zou hebben ontnomen zich er nog langer mee te verstaan. Zijn bespreking eindigt als volgt: Fens deed zich meestal bescheiden voor, maar hij kon ook flink eigenwijs en koppig zijn en was, vanuit een diepgeworteld gevoel van te kort gedaan zijn, niet vrij van een rancune die ook in zijn geschriften te bespeuren is. Dat Kusters die laatste karaktertrek zeer omfloerst behandelt, bevestigt nog eens het vermoeden dat met deze biografie per se een standbeeld moest worden opgericht.’ Het lijkt er op dat o.a. Arjen Fortuin in NRC (27-6-2014) en anderen Kees Fens liever minder katholiek hadden gezien. Jeroen Vullings, redacteur van De Republiek der letteren is positief in zijn recensie Lezen om geluk te ervaren in Vrij Nederland van 19 juli 2014. Met enthousiasme schrijft hij over de goed geschreven, uitstekend gedocumenteerde biografie en beschouwt Vullings het als Kusters’ grootste verdienste dat hij Fens’ positie ten aanzien van het katholicisme uitputtend blootlegt.’ Jos Joosten prijst de ingetogen aanpak en het grondige onderzoek van de biograaf. ‘Kusters aanpak resulteerde in een boek dat dan ook niet excelleert in beknoptheid, maar dat verder in veel opzichten een voorbeeldige, boeiende biografie is geworden, van een zeer schrijfvaardige biograaf die talloze facetten van de persoon en essayist belicht en in een voorzichtige samenhang neerzet. Kusters kiest er bewust voor om niet teveel te duiden – ook daarin lijkt de biograaf diametraal tegenover de gebiografeerde te staan. Hij voorziet de lezer rijkelijk van informatie en laat die vervolgens zijn of haar eigen conclusies trekken. Slechts af en toe – vaak tussen haakjes van bescheidenheid – zien we de biograaf zijn eigen mening aanbieden.’ Ronduit van beschamend niveau is Maarten Dessing in Knack [zie op het internet] onder de titel: Nederlandse literatuurpaus verdiende een betere biograaf. Dessing verwijt Fens nooit een werk van betekenis te hebben geschreven. Aan de auteur stelt hij allerlei vragen waaruit blijkt dat hij het boek maar half of in ieder geval met grote vooringenomenheid heeft gelezen. De slotzin is typerend voor Dessing: ‘Fens oeuvre is verdwenen in zelden bekeken archieven van kranten en tijdschriften’. Wiel Kusters reageerde met de opmerking dat hij eventueel ook een Fens voor beginners zou kunnen schrijven, maar die zin is door Knack enkele dagen later van de site gehaald. Dessing is een jonge man, die zich bij de hele geschiedenis niet zo veel meer kan voorstellen, namelijk opgegroeid in een heel andere literaire cultuur dan vandaag de dag aangeeft. Zelf zond ik een reactie dat Fens een betere recensent had verdiend, maar ook dat werd niet getolereerd zoals dat evenzeer geldt voor ingezonden reacties van andere respondenten. Knack is zelf graag kritisch, maar duldt kennelijk geen kritiek van anderen. Ten slotte: de reacties op allerlei websites van individuele personen die in het verleden de journalistieke bijdragen van Fens lazen zijn voor zover ik kon nagaan unaniem lovend. Een enkele zure uitzondering daargelaten zoals van literair journalist Willem Kuipers uit Smilde die teleurgesteld vaststelt dat hij niet door de biograaf is geraadpleegd. Het boek kan met recht van harte worden aanbevolen.          Hans Krol

Vooromslag biografie over Kees Fens door prof.dr. Wiel Kusters

Voorzijde van stofomslag biografie over Kees Fens door prof.dr. Wiel Kusters. Uitgave van Atheneum-Polak & Van Gennep, 2014. 34.99 euro.

Noten

(1) Met het plaatselijk leven in Zandvoort heeft Fens zich nooit zo bezig gehouden. Wèl hield hij een welsprekende rede bij het afscheid van de pastoor en was hij een vaste bezoeker van het circuit bij de Grand Prix Formule 1 waarbij Fens achteraf tot de conclusie kwam feitelijk alleen te zijn geboeid door de voorbereidingen en het begin van de race. In geschriften was Kees Fens soms bepaald niet vleiend over de badplaats. In het voorwoord van het boek ‘Noord-Holland in proza, poëzie & prenten (Culturele Raad Noord-Holland, 1994) schreef hij na Haarlem te hebben genoemd  ‘mijn eigen woonplaats laat ik met geluk in mijn hart links liggen. In Fens’ woonhuis werden soms redactievergaderingen gehouden. Bekend is het verhaal dat Godfried Bomans eenmaal om de volgende reden niet was komen opdagen. In de buurt van de Wilhelminastraat had Bomans op een willekeurig adres aangebeld zogenaamd om het adres van Fens te vragen. De vrouw des huizes die opendeed was zo enthousiast deze bekende Nederlander aan de deur te krijgen dat ze hem uitnodigde voor een kop koffie of een drankje. Bomans ging daarop in en is vervolgens die avond op dat adres gebleven zonder zich af te melden. In Querido’s letterkundige reisgids van Nederland (1982) komt Zandvoort er wat bekaaid af als woonplaats van Herman Heijermans die de laatste jaren van zijn leven in Zandvoort woonde. Verder schrijft Willem van Toorn: ‘Zandvoort is nu de woonplaats van Kees Fens (1929), criticus, essayist en voormalig redacteur van Merlyn. Fens bundelde zijn essays en kritieken in onder andere De eigenzinnigheid van de literatuur (1964), De gevestigde chaos (1966) en Oliver Hardy als denker (1982). Onder het pseudoniem A.L.Boom verschenen De eenzame schaatser (1978) en Meneer en mevrouw Aluin (1981)’.

(2) Wiel Kusters (Kerkrade 1947), dichter en emeritus hoogleraar aan de universiteit van Maastricht, is de laatste jaren als auteur bijzonder productief. In 2010 publiceerde hij een goed ontvangen biografie van liefst 742 pagina’s bij Vantilt Pierre Kemp Een leven.  In 2012 verschenen van zijn hand de volgende drie boeken: 1) Dit nog, ook dit. Essays over poëzie en proza, 2) In en onder het dorp. Mijnwerkersleven in Limburg en 3) En de grote rodekolen en de rode kroten rooien . Jan Hanlo’s moedertaal.

(3) Het boek is als volgt ingedeeld: Proloog; Fens levensgeschiedenis in acht hoofdstukken; epiloog; verantwoording; aantekeningen; bibliografie; dankwoord; illustratieverantwoording en tot besluit  een personenregister.

Graf van Kees Fens op de Ooster Begraafplaats

Graf van Kees Fens op de Nieuwe Ooster Begraafplaats (foto Frank van der Voordt)

Bibliografie

Na zijn verhuizing, eigenlijk terugkeer naar zijn geboorteplaats, ruimde Fens een flink aantal boeken op. Wat resteerde op de Keizersgracht waarheen hij vanuit Zandvoort in 1995 verhuisde en tot zijn overlijden in 2008 daar weer bijkwam – beschouwd als zijn ‘werkbibliotheek’ – zijn uiteindelijk zo’n 7.000 boeken alfabetisch gecatalogiseerd onder leiding van bibliothecaresse Alice Doek (zie dbnl). In mei 2010 zijn de boeken voor een aanzienlijk deel geveild door Bubb Kuyper in Haarlem tegelijk met het tweede deel van de boekerij van Reinold Kuipers en Tine van Buul.

Artikeltje van Kees Fens uit de periode in 1995 dat hijzelf met zijn boeken van Zandvoort naar Amsterdam verhuisde.

Artikeltje van Kees Fens uit de periode in 1995 dat hijzelf met zijn boeken van Zandvoort naar Amsterdam verhuisde.

Fens in zijn privéboekerij aan de Keizersgracht bij gebrek aan een houten bibliotheektrapje op een keukenstoel

Fens in zijn privéboekerij aan de Keizersgracht bij gebrek aan een houten bibliotheektrapje op een keukenstoel

Een bibliografie van krantenartikelen Kees Fens van 1954 tot 2008 uit De Tijd, de Volkskrant, De Linie, Kuzien, NRC-Handelsblad, de Bazuin en KU-nieuws is dankzij Niek van Baalen te vinden op het internet. Op de site Delpher, ontwikkeld door de Koninklijke Bibliotheek, geeft onder ‘Kees Fens’ intussen 2.062 treffers. Een overzicht van boeken van de criticus-essayist is te vinden op onder mee Wikipedia. Onderstaand als bijlage in samenwerking met verzamelaar van Fensiana Frank van der Voordt een in chronologische volgorde samengestelde lijst van ‘kleine’ uitgaven.

Fens in de bibliotheek van het Triniteitslyceum Haarlem (Haarlems Dagblad, 14-11-1984 bij een interview van Joke Linders-Nouwens)

Fens in de bibliotheek van het Triniteitslyceum Haarlem (Haarlems Dagblad, 14-11-1984 bij een interview van Joke Linders-Nouwens)

BIBLIOFIELE EN MARGINALE PUBLICATIES KEES FENS (1)

* 1970 – Tussen gisteren en morgen. Bilthoven, AMBO. Kerstgeschenk 1970. 30 p.

* 1983 – Broeinesten en Bijbelplaatsen. Baarn, AMBO, 17 juni 1983. Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het hoogleraarschap aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. 23 p.

* 1984 – De onsterfelijke lezers. Utrecht, Universiteitsbibliotheek. Voordracht op 16 februari 1984 bij de herdenking van het 400-jarig bestaan van de Utrechtse universiteitsbibliotheek. 16 p.

Vooromslag van 'De onsterfelijke lezers' met een illustratie van Cassiadorus uit de zgn. Ezra-,miniatuur (Codex Amiatinus, Biblioteca Laurenziana, Firenze, Folio 5v)

Vooromslag van ‘De onsterfelijke lezers’ met een illustratie van Cassiadorus uit de zgn. Ezra-,miniatuur (Codex Amiatinus, Biblioteca Laurenziana, Firenze, Folio 5v)

* 1984 Twee tassen met boeken. In memoriam Jannie Daane, jeugdbibliothecaresse. Als artikel van Kees Fens verschenen in de Volkskrant van 31 augustus 1968 en als speciaal uitgaafje met toevoegingen ter herinnering verschenen in Amsterdam, mei 1984. 26 p.

* 1985 – Voldoende wit. Amsterdam, J.Meijer. Koppermaandaguitgave. Oplage 35 exemplaren. 9 p. (Eerder verschenen in de Standaard, 27 april 1979). [KB-1775].

1986 – The gentle art of reading. Relatiegeschenk en in 1987 een eenmalige handelseditie. Nijmegen, Uitgeverij Vriendenlust van Joep Jaspers en Nop Maas. 27 p. (Tekst eerder verschenen in de Standaard).  [KB-1764]

1987 – Het oudste kind. Amstelveen, AMO. 35 genummerde/gesigneerde exemplaren. 9p. [KB-1771].

1987 – Dr. G.A.van Oorschot: Rede uitgesproken op 20 november 1986 ter gelegenheid van het aanvaarden van de titel doctor honoris causa, verleend door de Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg. Met een geschreven portret door Kees Fens. Nijmegen, Thieme. Relatiegeschenk.

1988 – Spiegelbeelden. Baarn, Arbor. 79p. Oplage 500 genummerde en 1500 handelsexemplaren.

1988 – Zolang het papier wit blijft, is er geen geweld gebruikt. Landgraaf, Drukkerij Groeneveld. 27p. In cassette, getiteld Witte wereld met afzonderlijk essay van Wiel Kusters. Oplage 500 exemplaren.

1989 – Het Oosten komt altijd tekort. Baarn, Bekadidact. 1 februari 1989 t.g.v. bedrijfsjubileum. 17p.

1989 – Uit het midden. Nijmegen, Kuzien, t.g.v. de 60ste verjaardag van de auteur. Geen paginanummering.

1989 – Nu is hij er niet meer / In Memoriam Louis Paul Boon. Teksten van o.a. Kees Fens, Nico Keuning, Reinold Kuipers en Louis Paul Boon. Heiloo-Eindhoven, Uitgeverij Reservaat. Oplage 150 niet voor de handel bestemde exemplaren.

1990 – Jaloezie. Heemstede, Blokker’s Boekhandel t.g.v. het 35-jarig bestaan. Driehuis, Augustijn Pers. Ill. Hans Rombouts. 1e druk in 125 genummerde/gesigneerde exemplaren, 2e druk in 50 genummerde exemplaren. 4v p. [KB-1768].

1990 – P.C.Hooft-prijs. Den Haag, Stichting P.C.Hooftprijs en Amsterdam, Querido. Juryrapport en dankwoord. 15 p.

1990 – Het nieuwe licht en de oude tijd. Over enkele gedichten van P.C.Hooft. Stichting P.C.Hooft-prijs voor Letterkunde en Em.Querido. 29 p.

1991 – Tweelezing. Kees Fens en Kees Los. ‘Een klein geschenk van de Volkskrant aan haar vrienden’.

1991 – Vandaag ga ik dronken worden: Kees Fens in gesprek over lezen. Felix Eijgenraam. Baarn. Arethusa Pers, Herber Blokland. 9 p. Oplage van 90 genummerde exemplaren [KB-1774].

1992 – Het zal altijd een droom blijven. Toespraak ter gelegenheid van het afscheid van J.van der Plas gehouden in Kasteel Oud-Wassenaar. Den Haag, Nederlandse Boekverkopersbond. Relatiegeschenk. 13p.

1992 – Gezelle en Gorter: het begin. Tilburg, Gemeente Tilburg. Louis Paul Boonlezing. Relatiegeschenk. 23p. Oplage 1000 exemplaren.

1992 – Het geluk van de onwetendheid. Leiden, Clipeus Pers. 7 p. Oplage 55 genummerde exemplaren. [KB-1765]

1992 – Nijmeegse collega’s: W.J.M.A.Asselbergs en L.J.Rogier. Vught, Zolderpers. 19 p. met illustraties van Cees Bantzinger en Geertrui Charpentier. Oplage 80 genummerde exemplaren. (Ook in Kuzien. Tilburg, KUN, zomer 1991). [KB-1770].

1992 – Bibliofiel, dat mag op zijn naam staan: in memoriam Johan B.W.Polak. Nijmegen, Verzameld Werk. 18 p. Uitgegeven in opdracht van het COC Nijmegen in een oplage van 125 genummerde exemplaren. [KB-1764].

1993 – De hele wereld een dansfeest. Rotterdamse Kunststichting. 15p.

1993 – Uitgeknipt – Kees Fens in gesprek over lezen. Baarn, Arethusa Pers Herber Blokland. 9 p. Oplage 90 genummerde exemplaren deels gebonden, deels gebrocheerd, met kopergravure van Heryk Fajlhauer.

1993 – Van huis tot huis: over de poëzie van Gerrit Kouwenaar. Landgraaf, Herik. 54v p. (Landgraafse cahiers 3; uitg. t.g.v. de 70e verjaardag van Gerrit Kouwenaar). [KB-1773].

1994 – Schaamte. Pers Aldo. 8 p. Oplage 120 genummerde/gesigneerde exemplaren. [KB-1772].

1994 – De leerstoel van Lent: in memoriam F.G.van der Meer. Nijmegen, Verzameld Werk. Ongepagineerd. Oplage 125 genummerde/gesigneerde exemplaren. (Eerder verschenen in de Volkskrant van 20 juli 1994). [KB-1769].

Vooromslag van uitgave 'De leerstoel van Lent' door Kees Fens over de door hem bewonderde schrijver

Vooromslag van uitgave ‘De leerstoel van Lent’ door Kees Fens over de door hem bewonderde schrijver F.G.van der Meer.

1994 – Puer senex. Nijmegen, Katholieke Universiteit. Afscheidsrede 24 p.

1994 – Voor U. Eigen beheer. 16 p. Oplage 75 genummerde en gesigneerde exemplaren.

1994 – Handgroot. Postscripta bij boeken en lezen. Amsterdam, Thomas Rap. 70 p.

1995 – Het laatste hoofdstuk. Nijmegen, Werkeenheid Educatie van de katholieke Universiteit. Vouwblad. 250 exemplaren.

1996 – Een hand van de dichter. Amsterdam, Meulenhoff – De Gids. Tweede Mr. W.P.Sautijn Kluit-lezing. 15 p.

1996 – Heilige slakken en andere terzijdes over boeken, bibliotheken, lezers en lezeressen. Selectie van eerder in de Volkskrant verschenen teksten. Hoevelaken, Libris. 54 p.

1997 – Eens gegeven. Hoofddorp, ’t Schuurtje. Geen details beschikbaar.

1999 – Kees Fens in gesprek met Marita Mathijsen over Passie voor boeken. Amsterdam, NBV. 27 p. Oplage 750 exemplaren.

1999 – Laurens Jansz Costerprijs 1999 verleend aan Kees Fens, [Bevat o.a. 4 teksten ‘Over lezen’ door Kees Fens]. Haarlem, Stichting Boekenstad/.Stichting Jansz Costerprijs. 38 p.

2002 – De bekering tot roode koo. Vught, Zolderpers. Ongepagineerd. Oplage 25 exemplaren.

2005 – Allesbehalve in ruste. Terhorst, Ser Prop. Ongepagineerd. Oplage 90 exemplaren.

2006 – Voorbijgegaan / Tweemaal Reve. Woold ’t Harkel, De Uitvreter. Ongepagineerd. Oplage 75 genummerde exemplaren.

2006 – Simon Vestdijk: Zeer Geachte Heer Van het Reve. Zeven brieven van Simon Vestdijk. Inleiding van Kees Fens, aantekeningen van Nop maas. Woubrugge, Avalon Pers. Oplage 110 exemplaren waarvan de nummers 1-100 voor de verkoop waren bestemd, de nummers I – X bleven hors commerce.

2007 – Op weg naar het schavot. Amsterdam, CPNB. 61 p. Speciale editie van het Boekenweekessay in een oplage van 220 exemplaren.

2008 – De onsterfelijke dood. Woold ’t Harkel, De Uitvreter. Ongepagineerd. Ill. Pim Lukkenaar. Oplage 60 exemplaren.

2008 Al die vermorste tijd: Een interview door Jan Tromp. Woold ’t Harkel, De Uitvreter. Oplage circa 80 exemplaren waarvan 50 bestemd voor de familie Fens.

2008 – Nabij.  Een onvoltooide reeks portretten uit de nalatenschap van Kees Fens. Amsterdam. Athenaeum – Polak & Van Gennep en Querido, 61 p. Relatiegeschenk in een oplage van 2200 exemplaren. Handelsuitgave 2009.

2008 – Het geluk van de brug: het Amsterdam van Kees Fens. Amsterdam, Lubberhuizen.

[2008 – Kees Fens erfgenaam van een lege hemel. DVD-video door Hans Keller; documentaire eerder uitgezonden door Nederland 2].

2009 – Het volmaakte kleine stukje. Kees Fens; Joost Zwagerman. Amsterdam, Athenaeum-Polak en Van Gennep.

2010 – De hemel is naar beneden gekomen. Kees Fens; Erik van den Berg; Arjan Peters. Amsterdam, Meulenhoff/De Volkskrant c. 2010.  

Voorzijde boekuitgave van De Volkskrant uit de literaire nalatenschap van Kees Fens. 2008

Voorzijde boekuitgave van De Volkskrant uit de literaire nalatenschap van Kees Fens. 2010

(1) KB- betreft nummer in: Bibliografie van marginale uitgaven 1981-1994.Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, 1996.

Bijlage 1

Column van Kees Fens na het overlijden van de bijna 90-jarige G.A.van Riemsdijk, uit de Volkskrant van 13 november 1993

G.A.van Riemsdijk, eerste directeur van de bibliotheek- en documentatieacademie Amsterdam van 1964 tot zijn pensionering in 1969. Daarvoor directeur van de openbare bibliotheek Amsterdam van 1948 tot 1964 in welke periode er acht filialen in de wijken bijkwamen, het ledental groeide van 18,.632 naar 56.436 en het aantal uitleningen van 445.707 naar meer dan 2 miljoen per jaar.

G.A.van Riemsdijk, eerste directeur van de bibliotheek- en documentatieacademie Amsterdam van 1964 tot zijn pensionering in 1969. Daarvoor directeur van de openbare bibliotheek Amsterdam van 1948 tot 1964 in welke periode er acht filialen in de wijken bijkwamen, het ledental groeide van 18,.632 naar 56.436 en het aantal uitleningen van 445.707 naar meer dan 2 miljoen per jaar. Na zijn pensionering schreef G.A.van Riemsdijk in drie delen een ‘Geschiedenis van de openbare bibliotheek in Nederland'; deel 1: van de beginjaren tot mei 1940; deel 2: van mei 1940 tot mei 1945; deel 3: van mei 1945 tot het najaar 1958.

‘Kèrel

Zo spreekt een bibliotheek: bedachtzaam, uitvoerig – er is alle tijd – in lange zinnen, met wat ouderwetse woorden, vaderlijk en hartelijk, maar toch een beetje afstandelijk, met een stem die wat diep is van verantwoordelijkheidsgevoel (je zult maar cultuurdrager zijn), gezagvol, bewust van het respect van anderen, en soms een beetje verstrooid, want boeken bladeren te graag in zichzelf, Zo sprak G.A.van Riemsdijjk. Alleen rookte hij daarbij altijd pijp, wat voor een bibliotheek levensgevaarlijk is. Ik luisterde altijd met grote eerbied naar de wijsheden die hij graag uitleende. Hij was bibliothecaris. Uit roeping. Dat is en groot woord, maar de oude socialisten meenden dat als de arbeiders zouden lezen, ze gelukkiger zouden worden. Zijn vader had hem in die maatschappelijke leescultuur opgevoed. Hadden ze niet samen in Bussum Gorter op de schaats te volgen? Daar ging hun ideaal met grote slagen. Hij was jarenlang directeur van de Openbare Bibliotheek in Amsterdam. Naar de huidige normen was hij geen goede directeur: hij las zelf te graag. Maar hij heeft in alle buurten van Amsterdam filialen gesticht, want er moest gelezen worden. Veertig, vijftig jaar voor het woord ‘leesbevordering’ als een worm uit een Haagse schedel kroop. Ik heb hem één keer in de bibliotheek bezocht, voor een niet onbelangrijk gesprek. Ik zat er net of er werden pakjes boeken binnengebracht. Hij excuseerde zich, begon ze open te maken en bladerde even in nieuwe boeken. ‘ik kan me niet beheersen’. Ik zei dat ik dat ook niet zou kunnen. ‘Dan bent u een uitstekende leraar voor onze school.’ En het gesprek was geëindigd voor het begonnen was. Hij werd mijn directeur. Vijf jaar lang leidde hij als een vader wat toen de Bibliotheekschool heette. En wij hadden allemaal ontzag voor hem. Als voor een bibliotheek. Hij is vorige maand overleden. Bijna negentig. Hij heeft ontelbaren het geluk van het lezen gegeven. ‘Aardige kèrel’, zei hij van veel mensen. Hij was een voortreffelijke Kèrel.’

Signatuur van Kees Fens

Signatuur van Kees Fens

Bijlage 2  Bij het tienjarig bestaan van de bibliotheekopleiding en eerste lustrum van de opleiding voor boekhandel en uitgeverij hield letterkunde-docent Kees Fens in 1974 in hotel Krasnapolsky.

Fens als orator

Fens als orator

TIEN JAAR FREDERIK MULLER AKADEMIE

Na het vertrek van Kees Fens naar Nijmegen vond een bezetting plaats van de FMA, afdeling boekhandel en uitgeverij in 1987

Na het vertrek van Kees Fens naar Nijmegen vond een bezetting plaats van de FMA, afdeling boekhandel en uitgeverij in 1987

‘ (…) De boekhandelaren en uitgevers zochten enige allure voor hun opleiding en wel die van hogere functies. Zij kozen terecht onderdak in een bibliotheekschool, daar geen enkele uitgever (…) zonder bibliotheken zou kunnen bestaan. (…) Met de nieuwe opleiding kwam een nieuwe soort leerlingen de school binnen, iets geprononceerder dan de aanstaande bibliothecarissen, in klederdracht die toen nog alternatief was, en met een revolutionaire gedrevenheid in het verzuim van de lessen, gevolg van het inmiddels langzaam terrein winnende begrip motivatie, dat op twee wijzen vertaald kan worden: ‘ik zie het zitten’ en ‘ik zie het niet zitten’. In beide gevallen krijg je een schouderklop vanwege het getoonde inzicht. Het gevolg was wel, dat ik een enkele keer, bij de komst in de klas niemand zag zitten. (…) Nog vorige week overkwam mij het volgende: ik loop in de buurt van het Ajax-stadion in de Watergraafsmeer, zeker een uur gaans van onze school af. Ik ontmoet een student, houd hem wat vrijmoedig staande, wij praten iets en wat blijkt: hij is een opdracht aan het uitwerken. Hij moest, zonder plattegrond en zonder te vragen, van school lopen naar het Leidseplein, tien minuten gaans. ‘Maar jongen’, zeg  ik ‘wat ouderwets: je bent helemaal verkeerd’. Hij legt terstond zijn hand op mijn mond: ‘Zwijgen’, zeik hij: ‘U mag mij niets zeggen: ik zal de weg zelfstandig vinden. Ik werk aan mijn zelfontplooiing in het kader van de groepsdynamische educatie.’ Ik hen zojuist bij de heer Furstner geïnformeerd, de jongen is nog steeds niet op school teruggekeerd. (…) En  moge ik nu iets zeggen tot oud-studenten en studenten van de jaren 1969 tot nu. Hans [Furstner] en Hans [Wamsteker], Johan [Kuin], Heleen [Erwich], Paul [Schneiders], Gerard [Delfgaauw], Louis [Sicking], Anton niet te vergeten, Henk [van den Ham] natuurlijk en Leo [van Zoen] uiteraard en Hugo [de Jong] en Ans [Schonebaum] en ik die Kees [Fens] heet, in 1969-70 zagen we het helemaal niet meer zitten. Wat het was, we wisten het niet, maar het was gewoon niet fijn, weet je wel. En toen ineens zat het helemaal lekker. Jullie deden gewoon fijn. En toen wèrd het gewoon weer fijn. We zijn lekker bezig geweest, er was goed contact, jullie deden niet rot, in de raden niet, in de lokalen die we vroeger klassen noemden en waarin we nu gewoon lekker creatief bezig zijn, niet, nergens. Bedankt hoor allemaal.’ (Kees Fens, in: Karakters; dertig jaar opleidingen voor Bibliotheek en Documentaire Informatie. Amsterdam, Argeloos, 1994, p. 112-113).

De als lezer van veel boeken zonder academische vorming geleerd geworden Kees Fens als hoogleraar aan de katholieke Radboud Universiteit Nijmegen.

De zonder academische vorming maar dankzij het lezen van veel boeken geleerd geworden Kees Fens als hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de katholieke Radboud Universiteit Nijmegen in 1983. In 1994 kreeg hij aan dezelfde universiteit als bijzonder hoogleraar literaire kritiek, welke functie hij tot 2001 vervulde. Twee andere hoogtepunten in zijn leven waren in 1990 toekenning van de P.C.Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre en in 2004 een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam.

C.W.A.Fens na het uitspreken van zijn oratie 'Broeinesten en bijbelplaatsen' aan de Katholieke Universiteit Nijmegen in 1983

C.W.A.Fens na het uitspreken van zijn oratie ‘Broeinesten en bijbelplaatsen’ op 17 juni 1983 aan de Katholieke Universiteit Nijmegen

Kees Fens in de natuur

Kees Fens in de natuur

Gerrit Krol (1934-2013) ontvangt in 2001 uit handel van Kees Fens de P.C.Hooftprijs

Gerrit Krol (1934-2013) ontvangt in 2001 uit handel van Kees Fens de P.C.Hooftprijs

Overlijdensadvertentieprof.dr. Kees (C.W.A.) Fens namens de universiteit in Nijmegen

Overlijdensadvertentieprof.dr. Kees (C.W.A.) Fens namens de universiteit in Nijmegen

=========================================================================

Enkele (cartoon)tekeningen Kees Fens

Tekening door Siegfried Woldhek uit 1982

Tekening door Siegfried Woldhek uit 1982

Portret van Kees Fens door Frans Meijers op papier-kunststof

Portret van Kees Fens door Frans Meijers op papier-kunststof

Tekening van Paul

Tekening van Paul van der Steen in NRC.nl

Illustratie bij een druk van Fens over het imaginaire gesprek van Erasmus en Thomas More. Bazel, 2008. Inkt en potlood door Artesaskia

Illustratie bij een artikel van Fens over het imaginaire gesprek van Erasmus en Thomas More. Bazel, 2008. Inkt en potlood door Artesaskia

Tekening van Siegfried Woldhek als illustratie bij een artikel van Jeroen Vullings 'Lezen om geluk te ervaren' in Vrij Nederland van 19 juli 2014

Tekening van Siegfried Woldhek als illustratie bij een artikel van Jeroen Vullings ‘Lezen om geluk te ervaren’ in Vrij Nederland van 19 juli 2014

=========================================================================

Vers van dichter Wiel Kusters op een muur bij de Universiteitsbibliotheek van Maastricht aangebracht

Vers van dichter Wiel Kusters op een muur bij de Universiteitsbibliotheek van Maastricht aangebracht

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 124 andere volgers