De Zandvaart met gezicht op ’t Klooster en het Huis te Heemstede; schilderij van Jan Lagoor uit omstreeks 1650

Vestiging van de gerenommeerde kunsthandel Hoogsteder & Hoogsteder in een prestigieus pand in de binnenstad van Den Haag, Lange Vijverberg 15, was aanleiding voor de organisatie van een tentoonstelling ‘Dutch Landscapes’ uit de 17de eeuw. Deze expositie, begeleid door een boekwerk, vond plaats van 12 maart tot 12 mei 1991 met doeken uit eigen en particulier bezit van grote meesters als Albert Cuyp, Jan van Goyen, Meindert Hobbema, Isaak van Ostade, Jacob en Salomon van Ruysdael, Philips Wouwermans e.a.. Gedurende onze Gouden Eeuw was de landschapschildering nergens zo populair in Europa als in Holland. Opmerkelijk feit is dat van de 45 met één of meer schilderijen op de Haagse expositie vertegenwoordigde kunstschilders er 13 in Haarlem zijn geboren en in totaal minstens de helft enige tijd in de Spaarnestad heeft gewoond en gewerkt. Het is met name Haarlem geweest waar dit genre zich in het tweede en derde kwart van de 17de eeuw tot zeer grote hoogte zou ontwikkelen. Dankzij zijn zorgvuldige waarneming en lichtbehan deling legde Esaias van de Velde (overleden in 1630) hiervoor de basis. Jacob van Ruysdael (1628-1682), een neef van Salomon van Ruysdael, geldt vruij algemeen als meest oorspronkelijke en geniale beoefenaar van dit genre. Zeer bekend van hem is de Molen van Wijk bij Duurstede, evenals zijn werk van de bleekvelden rond Haarlem (gezien vanuit Bloemendaal) met op de achtergrond de Sint-Bavokerk. Hij beïnvloedde talrijke andere landschapssschilders, o.a. in Engeland. Een andere, vroegere vernieuwer van de landschapsschildering was Cornelis Vroom (circa 1591-1661), overigens meer befaamd om zijn zeestukken. De kunsthistoricus Paul Huys Janssen schrijft dan ook terecht: “(…) in the field of landscape painting Haarlem would appaear to have a patent on creativity and innovation.” Een kunstschilder, tevens tekenaar en graveur, die uitsluitend landschappen heeft vervaardigd was Jan of Johan Lagoor. Tijdens zijn leven was hij in maatschappelijk opzicht weinig succesvol en na zijn dood is hij in welhaast volstrekte vergetelheid geraakt. Dankzij een studie van de kunsthistoricus George S.Keynes is Lagoor nader tot ons gebracht (1). De na zijn overlijden bewaard gebleven schilderijen zijn vrijwel zonder uitzondering aan andere 17e eeuwse paysagisten toegekend – in diverse gevallen is het monogram vervalst of werd in later tijd een valse signatuur aangebracht – zoals Cornelis Vroom, Paulus Potter, J.Looten, C.D.Decker, S.Rombouts, A.Verboom, J.van der Haagen, Meindert Hobbema, A. van Everdingen, Jacob van Ruysdael en Adriaen van de Velde. Op de Hoogsteder-tentoonstelling hing een ‘rivierlandschap met het kasteel van Heemstede op de achtergrond’ uit particulier bezit. Tot vòòr dertig jaar werd dit doek toegeschreven aan tijdgenoot Joris van der Haagen. Het was de kunsthistoricus W.L. van de Watering die het gebouw in de verte met twee torens als afkomstig van het Huis te Heemstede identificeerde. Een bezoek van burgemeester Van den Bosch aan de expositie, die de fraaie geïllustreerde Engelstalige catalogus ontving (2), is aanleiding geweest het ‘Heemstede-doek’ aan een historisch-topografisch onderzoek te onderwerpen, dat werd voltooid door Frits Hazenberg, kenner van de situatie ter plaatse. Hieraan voorafgaand volgen enkele gegevens over leven en werken van de Haarlems-Amsterdamse landschapsschilder Jan Lagoor

Jan Lagoor

In 1645 is hij als lid opgenomen in het Haarlemse Sint Lucasgilde en in 1649 komen we zijn naam tegen als hoofdman van dit kunstenaarsgilde, samen met o.a. Pieter Molijn. Na 1650 woonde hij op de Oude Schans in de Amstelstad en werd in 1659 door een notaris failliet verklaard. Bredius vond in een inventarislijst van zijn schamele aardse bezittingen, evidente aanwijzingen dat Lagoor tevens in zijn levensonderhoud trachtte te voorzien als wijnkoopman. Keyes die een proefschrift wijdde aan Cornelis Vroo toonde aan dat Jan Lagoor in de Haarlemse jaren sterk door Vroom is beïnvloed, soms zelfs sprake is van slaafse navolging, en in een later stadium talrijke overeenkomsten met Jacob van Ruysdael aanwijsbaar zijn, o.a. in het panorama uit 1654. Evenals o.. zijn tijdgenoten Adriaan Verboom, Anthonie Waterloo en Jan Looten heeft Lagoor vrijwel uitsluitend bos- en rivierlandschappen vervaardigd in de trant van Vroom, Ruysdael of Hobbema. Mogelijk is hij tevens geïnspireerd door Pieter Molijn en middels de vroege vergezichten van Philips Koninck. Evels o.a. zijn stadgenoot Jan Wijnants is Lagoor naar het meer emplooi biedende Amsterdam getrokken, maar beiden konden zich geen aandeel in de welvaart verwerven en zijn in armoede gestorven, een lot van meer grote schilders uit de Gouden eeuw. Ook al is volgens kenners sprake van meer dan gemiddelde artistieke kwaliteit is voor Lagoor enkel het predikaat “kleine oude meester” van toepassing. Zijn boslandschappen zijn technisch knap, maar duidelijk “stijver” en met minder geniale creativiteit op het doek gebracht dan van grote meesters als Vroom, Van Goyen, Salomon en Jacob van Ruysdael. Lagoor wordt gerekend tot de ‘tonalisten’ die in hun kleurentoepassingen een beperkt aantal kleuren – bruin, geel, groen en blauw – gebruikten voor hun composities. In de literatuur wordt vermeld dat Jan (de) Lagoor van 1640 tot 1653 in Haarlem en van 1657 tot na 1660, waarschijnlijk 1671, in Amsterdam heeft gewerkt. Een tekening van hem: ‘landschap met beek’ (1671) kwam voor op de Klinkosch-veiling in 1889.  Een gesigneerde tekening maakt deel uit van collectie Van Regteren-Altena; een tweede in het Prentenkabinet der Rijksuniversiteit in Leiden, ingeschreven als van C.Vroom wordt door Keyes aan Lagoor toegeschreven. Het aan hem toegeschreven etswerk bestaat uit acht – zeer zeldzame – prenten, van welke er vijf zijn gesigneerd (J.Lagoor). Het zijn bosgezichten, omgetoverd tot lieflijke fantasieën, die zijn uitgevoerd in een eenvoudige techniek en zonder veel contrast tussen licht en donker. Ze doen ver onder voor de etsen van bijvoorbeeld Jacob van Ruysdael waarin sprake is van diepzinnige ontleding en fijne differentiatie. Aangetoond is dat in sommige landschapschilderijen een topografische achtergrond is geïncorporeerd, zoals zal blijken ten aanzien van het Heemsteedse tafereel dat uit omstreeks 1650 moet dateren, evenals in het fraaie vergezicht van Beverwijk en het Wijkermeer, gesigneerd en gedateerd 1654 en thans in een Zwitserse privé-verzameling. Van Lagoor is ook een gesigneerd Rijngezicht bij Arnhem. Door Keyes is een voorlopige checklist samengesteld, bestaande uit 42 doeken, alsmede 7 aan Lagoor toegeschreven schilderijen. Deze werken bevinden zich verspreid over de gehele wereld. In de kunsthistorische literatuuur sinds lang bekend is een boslandschap, dat zich bevindt in het Museum voor Schone Kunsten te Boedapest Een duinlandschap is eigendom van de Bayerische Staatsgemäldesammlungen in München. Sinds enige tijd is het Rijksmuseum via het legaat van mevrouw C.Th.F. Thurkow-van Huffel bezitter geworden van één van Lagoors riviergezichten – tot op heden het enige schilderij van Lagoor in Nederlands openbaar kunstbezit. A. van der Willigen (1870) berichtte dat op de schilderijen verkoping van 20 april 1779 in Middelburg twee doeken van J. Lagoor voorkwamen met het jaartal 1700, wat mede gelet op de afbeeldingen onmogelijk is. Door Chr. Kramm is J. Lagoor verward met de naam C. van Lagoor. Hij vermeldt: “Een ver uitgestrekt landschap, verbeeldende de omstreken van de ruïne van Brederode; zeer natuurlijk voorgesteld, en meesterlijk geschilderd”, aldus de catalogus der kunstveiling van C.H. Schultz, gehouden te Amsterdam in 1828, nr. 58, waarvan de huidige locatie onbekend is.

Topografische identificatie

Het afgebeelde schilderij (4) was tot omstreeks 1980 eigendom van majoor John Windham in het Engelse Bungay. Het bevindt nog in particulier bezit en is via ‘Hoogsteder & Hoogsteder’ te koop aangeboden. Tot voor een aantal jaren werd het toegeschreven aan Joris van der Haagen, die evenals Lagoor voornamelijk landschappen schilderde en is beïnvloed door Jacob van Ruysdael. Dit ‘Rivierlandschap met het kasteel van Heemstede op de achtergrond’ kan thans met kennis van de historische topografie verder ingevuld worden. Met behulp van een plattegrond van Heemstede kan vrij nauwkeurig aangegeven worden vanaf welke plaats in het weiland bij de zandvaart het tafereel is vastgelegd.

Na 1458 hebben de Bernardieten ofwel Cisterciënser-monniken zich gevestigd in een nieuw gesticht klooster te Heemstede, gelegen ter hoogte van het huidige Hageveldcomplex. Zich niet beperkende tot contemplatie hebben deze broeders met de handen van hun arbeid een woestenij van moeras, rietlanden en stuifzanden, voorheen de Willigenhoorn (hoorn = hoek) in redelijk vruchtbaar land herschapen, ook al was voor hun komst reeds bouw- en weiland aanwezig. Het convent ‘Porta Coeli’ of ‘Hemelpoort’ genoemd is nimmer tot grote bloei gekomen en ten tijde van de Hervorming die samenviel met de Spaanse beroerten opgeheven en in een buitenplaats omgeschapen. De monnikenlaan, de latere Cloosterlaan, was reeds in aanleg aanwezig, maar aangenomen wordt dat de “munnickenvaart” van het Klooster naar het Spaarne door de Cisterciënsers is gegraven. “Het landgoed bestaat nog steeds uit het door de monniken ontgonnen gebied, gelegen tusschen de vijvers er de twee Monnikenvaarten, onder A.P. Blesen vergroot met Spaar en Burg en onder Van Wijkerslooth met de restanten van de hofstede Meermond. Op het oude eiland der monniken verrees in weinige jaren het moderne monumentale derde Hageveld” (5). Dankzij archiefonderzoek door Frits Hazenberg is intussen bekend dat het huisje op de voorgrond het ‘Sandershuijsgen’ heet, gelijktijdig gebouwd met de aanleg van vaart, jaagpad, twee bruggen en een kolk in opdracht van de Heer van Heemstede, Adriaan Pauw in 1630-1631 Het huisje was geplaatst ten behoeve van de zanders. Hier sloeg men onder meer het gereedschap en materiaal van de werklui op. Daarnaast stond het gebouwtje ook omschreven als schuthok voor de “sanders” (6).

Het schilderij van Jan Lagoor met het kasteel van Heemstede op de achtergrond

Op het doek (80.7 x 123.5 centimeter) zien we van uiterst links naar rechts: de ton ofwel vuurbaak nabij het Haarlemmermeer aan de mond van het Spaarne. Vervolgens  het dak van buitenplaats Spaar en Burg, daarna hofstede Meermond. Vervolgens de twee (ronde en achtkantige) torens van het in 1810 afgebroken Huis te Heemstede. Naar voren het Zandershuisje. Dan het vroegere neerhof van vm. Hemelpoort-klooster, buitenplaats het Klooster en ten slotte het poortgebouw.

Tot besluit

Het “plein-air”-schilderen was in de 17de eeuw nog ongebruikelijk en na schetsen/notities zijn landschapschilderingen als regel in het atelier tot stand gebracht, waarbij het stemmingsbeeld aanvankelijk prevaleerde boven een zuiver “fotografische” weergave. Uit voorgaande beschouwing is nochtans klaar geworden dat toeleg van Jan Lagoor moet zijn geweest via een nauwgezette verantwoording het pittoreske karakter van dit zuidelijk van Haarlem gelegen landschap op een realistische wijze weer te geven. Zoals te doen gebruikelijk in deze periode schilderde men geen strak blauwe lucht, maar altijd drijven er lichte en donkere wolken in verschillende formaties. De drie essentiële elementen: hemel, land en water, die bij de 17de eeuwse paysagisten centraal stonden zijn in dit doek van Lagoor op een natuurlijke en harmonische wijze verenigd. Tot besluit: zes vogels stofferen het fraaie schilderij, dat zich in een goede staat bevindt en afmetingen heeft van 80,7 x 123,5 centimeter. Als resultaat van de topografische identificatie heeft dit 17de eeuwse schilderstuk een meerwaarde. Tegelijkertijd dient in ogenschouw genomen dat zelfs voor de beste werken van Jan Lagoor geldt dat de wezenlijke karakteristieken in niet geringe mate steunen op de vernieuwende schildertendensen van Cornelis Vroom en Jacob van Ruysdael (9).

NOTEN:

(1) Keyes, G.S. Lagoor. In: Tableau, I (1978-1979), pp. 36-44, nr. 3. In het overzicht van aan Lagoor toegeschreven schilderijen ontbreekt overigens het doek met gezicht op Heemstede

(2) Huys Janssen, P en P.C. Sutton. The Hoogsteder exhibition of Dutch landscapes. The Hague/Zwolle, Hbogsteder & Hoogsteder/Waanders, 1991.

(3) In contemporaine historieboeken van Ampzing en Schrevelius ontbreekt zijn naam waaruit moge blijken dat Jan Lagoor óók tijdens zijn leven geen bijzondere waardering heeft ondervonden, in tegenstelling tot andere Haarlemse landschapschilders als Cornelis Vroom, Pieter de Molijn, Van Ruysdael e.d.

(4) Voor gebruik foto dank aan de firma Hoogsteder & Hoogsteder.

(5) C.P.M. Holtkamp, in: De Aristocratie op het voormalige Bernardijnenklooster te Heemstede. In: Feestbundel opgedragen aan mgr. J.C van der Loos. Haarlemsche Bijdragen, 61ste deel, 1946, pp. 197-211.

(6) Citaat uit ‘Landgoed Hageveld Heemstede; 5000 jaar bewoningsgeschiedenis’, door Frits Hazenberg, Heemstede, 2011, blz. 63: “Adriaan Pauw liet in 1630 een plan voor de nieuwe zandvaart opstellen. Hij kocht in 1630 en 1631 van meerdere eignaren de benodigde grond en liet de vaart aanleggen. Volgens het bestek werd de Herenzandvaart tussen de 7,5 en 9 meter breed en 1,6 meter diep, zodat er met zand beladen vletten en pramen konden varen. Direct langs de vaart kwam het Sanderspad, een weeg- of jaagpad met een breedte van 2,8 meter. Over de vaart werden twee bruggen gebouwd: een houten brug, een kwakel, voor het voetpad vanaf de Cloosterweg naar Haarlem, en een stenen brug voor de Duinweg. Bij de monding in het Spaarne werd een kolk gegraven, een inham van circa 30 bij 30 meter en een diepte van circa 2,2 meter. Deze diende als aanlegplaats voor grotere rivierschepen, waarop het zand vanaf de vletten werd overgeladen. In de kolk kwamen zware balken in de grond, waaraan de zandschuiten konden aanleggen. Ten noorden van de Kolk bouwde de aannemer ‘een bequaaem Sandershuijsgen’. Dit huisje diende onder meer als verwarmd verblijf voor de zanders en als opslaghok voor het materiaal. Pas eind 19e eeuw stopte men met het afzanden van de duinen in Heemstede.”

(7) Een tekening van de stenen “vuurboot” aan de monding van het Spaarne is omstreeks 1732 vervaardigd door Gijsbert Boomkamp en aanwezig in het gemeentearchief van Alkmaar.  Op de achtergrond zien we van links naar rechts: het kasteel, de buitenplaats Meermond en de Oude Kerk.

Het Huis te Heemstede, met rechts de zogeheten ‘vuurboot’ . Het Spaarne is intussen vergraven en loopt niet meer vlak langs het kasteel. Tekening door Gijsbert Boomkamp uit 1732 (Gemeentearchief Alkmaar)

Scan1544

De mond van het Spaarne bij het Huis te Heemstede en links bij begin Molenwerf de korenmolen in 1602. Als gevolg van de kanalisering zijn twee eilandjes ontstaan De Schravesloot [= nieuwe Spaarnemonding] is het in 1440 rechtgetrokken deel van het Spaarne. Het grote eiland de Mient diende mede  als golfbreker en was nog bewoond [hier zijn enkele huizen ingetekend; na stormen zijn geleidelijk stukken oevergrond afgekalfd] in tegenstelling tot het kleinere eiland  Voorbuch. Duidelijk zichtbaar is ook de houten vuurbaak, later vervangen door een stenen vuurtoren . Tekening door landmeter  van Rijnland Pieter Bruynszoon (1602), aanwezig in Hoogheemraadschap van Rijnland, Leiden.

Scan1546

Uitsnede uit de kaart van Heemstede door landmeter Balthasar Foriszoon van Berkenrode uit Delft, in 1643 vervaardigd in opdracht van ambachtsheer Adriaan Pauw met o.a. het Huis te Heemstede de slottuin en waarop ook de kerk, en de hofsteden het Klooster, Meermond en Sparenburg zijn te zien, evenals het Zuider buitenspaarne richting Haarlem zowel als naar het Haarlemmermeer.

Forbes

Tekening van James Forbes uit 18o3, vanuit de kasteeltuin met zicht op de vuurbaak, het Haarlemmermeer en links een boerderij en watermolen.

(8) Voor de iconografie van het Huis te Heemstede wordt verwezen naar een bijdrage van dr. J.G.N. Renaud, in: Het huis en de Heren van Heemstede tijdens de Middeleeuwen. VOHB, 1952.

(9) Keyes die Lagoors werk eerder over- dan onderschat en hem – afgezien van J. van Ruysdael – Vrooms meest getalenteerde leerling noemt doorzag tegelijkertijd de verschillen met Lagoors “leermeesters”. Ik citeer uit zijn ten aanzien van Jan Lagoor baanbrekende bijdrage in “Tableau”: “A painting a frequently ascribed to Vroom, “a Wooded Riverbank”, is actually a key transitional work by Lagoor. It parades his unmistakable spiraling trees silhouetted against a luminous sky. These specimens, although heavenly laden with foliage, are closely related to the trees in the Nystad “Riverview”. Lagoor has based his composition on Vroom and, predicably, has transcribed Vroorn’s sensitive rendering of detail into a highly successful, yet more prosaic formula. Trees become stereotyped, lithe gleaming objects which betray the artist’s inability to characterize the mutant features of nature that, when handled by Vroom or Ruisdael, instill profound meaning into landscape painting. (…) Ruisdael and Vroom distinguish themselves from Lagoor because their transformation of nature is imaginative and not merely repetitions”.

Hans Krol

Uitsnede van de kaart van de 'Landen toecomende de heere van Heemstede' uit 1622 door landmeter B.F.van Berckenrode. Hierop zijn onder meer de kerk (kapel), het Huis te Heemstede en buitenplaats 'Bernardijte klooster afgebeeld en de poldermolen bij hofstede Sparenburg. (Noord-Hollands Archief)

Uitsnede van de kaart van de ‘Landen toecomende de heere van Heemstede’ uit 1622 door landmeter B.F.van Berckenrode. Hierop zijn onder meer de kerk (kapel), het Huis te Heemstede en buitenplaats ‘Bernardijte klooster afgebeeld en de poldermolen bij hofstede Sparenburg. (Noord-Hollands Archief)

Boslandschap door Jan Lagoor, circa 1650. Frans Hals Museum

Rivierlandschap door Jan Lagoor, circa 1650

Boslandschap met rivier. Olieverfdoek door Jan Lagoor, 1680. Rijksmuseum, Amsterdam