Tags

, , , , , , ,

Intentie om de Irenekapel te slopen voor nieuwbouw polikliniek
Beknopte historie van het instituut voor epilepsiebestrijding (SEIN) in Heemstede vanaf 1885 met een aantal platen

Het monumentale hoofdgebouw van Meer en Bosch (SEIN) anno nu. Voor het gebouw staat het beeld van een meisje met een lam en een kat.

In mei 1882 is jonkvrouw A.J.M.Teding van Berkhout – die tevens aan de basis stond ban het Diaconessen(zieken)huis (tegenwoordig deel uitmakend van het Spaarne Gasthuis) – op bescheiden wijze begonnen met de verpleging van enkele meisjes die leden aan epilepsie ofwel ‘vallende ziekte’.

Tekening van het houten gebouwtje ‘Zoar’ waar dankzij mw. Teding van Berkhout de verpleging in Haarlem is begonnen. Zoar was in de Bijbel de naam van een stadje aan de Dode Zee dat vanwege de slechtheid der bewoners zou moeten worden vernietigd. Omwille van Lot die hier een veilig heenkomen zocht is de plaats gespaard, in tegenstelling tot de plaatsen Sodom en Gomorra. Zoar betekent in Bijbelse termen ook zoveel als:  onbeduidend, onbelangrijk, nietig en hierbij zal bij de naamgeving vooral zijn gedacht.

Het volgende stenen huis ‘Zoar’ in Haarlem, Parklaan 8A, tegenwoordig particulier bewoond en beschermd dankzij een monumentenstatus.

Interieur van de kapel op Bethesda-Sarepta aan de Hazepaterslaan te Haarlem in 1930. Omstreeks 1960 gesloopt.

 

bethesda

Het voormalige Bethesda in Haarlem met een aantal diaconessen in de tuin

 

Twee jaar later is in Haarlem het gebouw ‘Bethesda’ geopend en vonden jongens onderdak in een pand ‘Zoar’ geheten, het nog bestaande gebouwtje in de tuin van de oprichtster, Parklaan 8. Na de bouw van het paviljoen ‘Sarepta’ in 1889 aan de Hazepaterslaan inclusief een kapel (in 1960 gesloopt) was sprake van ‘Bethesda-Sarepta’.
In het jaar 1885 is het fraaie buitenverblijf ‘Meer en Bosch’- als buitenplaats daterend uit de 17e eeuw en toen het ‘Paradijs’ geheten, aangekocht voor de som van 25.000 gulden. De arbeid der verpleging werd al in dat jaar aangevangen in het gebouw ‘Zoar’.

 

zoar

foto uit 1885 met het nieuwe verpleeggebouw  in Heemstede. Om de herinnering aan het bescheiden begin in 1882 aan de Parklaan te Haarlem in 1882 levendig te houden werd ook dit huis ‘Zoar’ genoemd.

 

nieuwzoar

Prentbriefkaart uit 1908 van de nieuwbouw op Meer en Bosch ‘Nieuw Zoar’ geheten

 

Het terrein van Meer en Bosch betrof aanvankelijk 2 hectare groot, met een 18de eeuws herenhuis benevens een stal voor zes paarden, een koetshuis en een koetsierswoning. Aan het einde van de tuin waar zich de moestuin bevond was de tuinmanswoning met oranjerie en een ruime schuur. In 1889 is het paviljoen ‘Salem’ in gebruik genomen, in 1901 de kapel ‘Irene’(=Vrede), in 1906 ‘Nieuw Zoar’ en 1 jaar daarvoor het intussen gesloopte paviljoen ‘Eben Haëzer’ aan de Achterweg.

Steendruk van Meer en Bosch omstreeks 1840 door P.J.Lutgers. De schrijver Jacob van Lennep noteerde als toelichting bij het platenalbum ”Gezigten in de omstreken van Haarlem’: ‘De hofstede Meer en Bosch, grenzendeaan het dorp Heemstede, en het uitzigt hebbende op het Haarlemmermeer, behoort aan de Erven van Jonkheer Mr.E..van Weede, Lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal’ Ook mr. Pabst, burgemeester van Heemstede van 1853-1856, en de eerste burgemeester van de gemeente Haarlemmermeer, is eigenaar van het landgoed geweest. Tot 1643 was de uit Antwerpen stammende familie de Cordes eigenaar van wat oorspronkelijk het ‘Paradijs’ heette. Omstreeks 1690 is in opdracht van Nicolaes van der Hage het grote huis gebouwd.

Gang in hoofdgebouw Meer en Bosch omstreeks 1965 (foto Cees Peper)

Een veelheid van grotere en kleinere gebouwen is in de loop van de jaren tot stand fekomen. De weg die dwars door Meer en Bosch loopt was eeuwenlang een openbaar pad, de Achterweg. In 1934 is deze weg door grondruil met de gemeente eigendom van het instituut geworden.

 

eerste2

Portret van dominee L.H.F.Creutzberg, de eerste directeur van Meer en Bosch van 1885 tot 1890.

Eerste directeur van de instelling was dominee L.H.F.Creutzberg van 1885 tot 1890, die in het hoofdgebouw woonde. In 1890 is hij opgevolgd door de welhaast legendarische J.L.Zegers, die als zendeling-leraar op West-Java zijn sporen had verdiend. Hij hechtte grote waarde aan het Diaconenwerk, door “dienende Broeders” (in zwart pak gekleed). Na een proeftijd van minstens vier jaar kon men in aanmerking komen voor de inzegening tot diacoon. De opleiding berustte bij de directeur en de geneesheer, bijgestaan door het hoofd van de Protestantse school. Verder ontving men godsdienstonderwijs van enkele predikanten uit Haarlem en Heemstede. De Broeders M.J.Bogert, H.Hofman, J.A.Hoekendijk (ziel van epilepsiefonds: “de Macht van het Kleine’), F.Jonker, J.Smit, C.J.Oostenrijk en anderen hebben zich voor de verpleging grote verdiensten verworven. Aan dr.Zegers, directeur tot 1912 en zeven jaar later op de Algemene Begraafplaats ter aarde besteld, herinnert een monument nabij het gebouw Salem. Op de plaquette is vermeld: ‘een man van liefde, kracht en gebed’.

 

Het Zegers-monument op Meer en Bosch

Na dr. S.Posthuma (in 1895 overleden) nam huisarts dr.M.Colenbrander in 1901 de medische zorg van de instelling op zich, naast de zenuwarts dr.J.Timmer, nadien drs.C.J.C.Burkens die beiden voor de medische opleiding van Broeders en Zusters (Diaconessen) verantwoordelijk waren.

 

zeven

Zeben ontslapenen uit de beginperiode van Bethesda-Sarepta en Meer en Bosch. Boven: de heer en mevrouw J.Bierens de Haan-van Leeuwen (Jan Bieren de Haan was eerst secretaris in 1883 en penningmeester tot 1908). Midden: Freule Teding van Berkhout tussen Broeder Bogert en Zuster Matje. Onder de heer en mevrouw J.L.Zegers-Danens. (Licht en Schaduw, 1932).

 

Portretjes van de eerste vier geneesheren van Meer en Bosch, te weten dr.S.Posthuma, dr.J.Timmer, dr.M.Colenbrander en drs. C.J.Burkens

Dominee G.Barger, directeur Meer en Bosch van 1912 tot 1920

In 1903 maakte dr. Colenbrander een wetenschappelijke studiereis naar Duitsland (o.a. Bielefeld) en uit zijn rapportage blijkt dat Meer en Bosch wat verzorging en medische begeleiding betrof niet achterliep bij de Duitse instellingen. “Alleen eiste bij ons de gelegenheid tot het aanwenden van baden en het beoefenen van verschillende handweken (arbeidstherapie) verbetering” meende hij. Enige jaren later waren er diverse werkplaatsen, zoals een kleermakerij, een boekbinderij, timmerwinkel, schilderwerkplaats e.d. en vonden andere patiënten werk in de tuin. Op pastoraal gebied hebben de predikanten van de Hervormde Kerk zich intensief met Meer en Bosch beziggehouden, o.a. Jonker en Korff.
Met de aanstelling van dr. B.Ch.Ledeboer kreeg het medisch aspect meer aandacht met de bouw – onder architectuur van H.Korringa – van de Koningin Emmakliniek in 1933-1934.

Ingemetselde steen naast de hoofdingang van de Koningin Emmakliniek, op 30 augustus gelegd door Gerbert Henry Ledeboer, zoon van de directeur dr.B.Ch.Ledeboer

De jonge Gerben Ledeboer, zoon van de directeur, heeft zojuist de eerste steen gelegd van de Koningin Emma-kliniek. Van links naar rechts Dr.Ledeboer, Broeder Jonker, mevrouw Ledeboer en de bestuursleden mevrouw M.de Kock van Leeuwen-Mauve en mevrouw J.Deutz van Lennep-Teding van Berkhout,  Bij de inwijding van het gebouw is een gedenksteen onthuld door directeur Ledeboer, minister Slotemaker de Bruïne en dominee Van Paassen.

Psychiater-directeur dr.B.C.Ledeboer (1897-1959)  is van grote betekenis geweest voor Meer en Bosch tijdens en na de oorlogsperiode.

Dokter B.C.Ledeboer hield een consultatieve praktijk aan. 18 november 1941 promoveerde hij rot doctor in de geneeskunde op een proefschrift getiteld: ‘Over epilepsieën bij kinderen en klinische studie van het epilepsie-vraagstuk (bericht uit: serie Bekende Haarlemmers (Haarlem’s Dagblad, 1939?)

Overlijdensbericht van dr.B.C.Ledeboer (Nieuwsblad van het Noorden, 23 april 1959)

koningin

Foto van de uit 1934 daterende Koningin Emmakliniek, gebouwd in de Amsterdamse Stijl.

In 1955 is dr.A.M.Lorentz de Haas (1911-1967) als geneesheer-directeur benoemd. Hij was een kleinzoon van de Nobelprijswinnaar natuurkunde dr.A.H.Lorentz. De instelling ontwikkelde zich als een van de meest vooraanstaande epilepsiecentra ter wereld, dankzij het wetenschappelijk onderzoek verricht naar de klinische, elektrofysiologische, farmacologische, biochemische en sociaal-medische aspecten die verband houden met de ziekte. De Koningin Emma-kliniek kreeg later een nieuwe naam als ‘dr.A.M.Lorentz de Haas laboratorium’. [Het gebouw in gebruik als polikliniek is tegenwoordig een gemeentelijk monument]. Voornoemde Lorentz de Haas haalde dr. Harry Meinardi (geboren op 20 februari 1932 in Nice) naar Meer en Bosch, waar hij van 1968 tot 1992 eerst wetenschappelijk en vervolgens algemeen directeur is geweest van wat nu SEIN is. In 1985 werd Meinardi bovendien hoogleraar in de epileptologie aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Tussen 1965 en 1970 kwam op een terrein van 40 hectare het woondorp ‘de Cruquiushoeve’ tot stand in de gemeente Haarlemmermeer, ten dele bestemd voor zwakzinnigen met epilepsie. In september 1970 is dit instituut in aanwezigheid van Koningin Juliana officieel in gebruik genomen. ‘Meer en Bosch’’ in Heemstede, tegenwoordig SEIN geheten, afkorting van ‘Stichting Epilepsie Instellingen in Nederland’ is in medische kring in ons land en internationaal een begrip geworden.

 

logo

Logo van SEIN met hoofdvestiging in Heemstede, Achterweg 5.

 

SEIN heeft vandaag de dag naast drie klinische vestigingen, Meer en Bosch in Heemstede, de Cruquiushoeve in Cruquius en Heemstaete in Zwolle, 12 poliklinieken in Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Den Haag, Heemstede, Leeuwarden, Rotterdam en Utrecht.een afzonderlijke school en een woonvoorziening.

 

Opening_Kon._Emma_Kliniek_-_onthulling_naambord_330x600

Officiéle (her)opening na renovatie van de Koningin Emmakliniek door burgemeester mw. M. Heeremans op 26 mei 2014. Naar ik verneem is de Koningin Emma Kliniek intussen buiten gebruik gesteld.

Van boven naar beneden: Het z.g. Herenhuis op Meer en Bosch, thans directiekantoor en administratief centrum; midden: dr.A.M.Lorentz de Haas Laboratorium; onder: Koningin Emma Kliniek op Meer en Bosch (uit: SEIN, verder met epilepsie).

Een tweede instelling is Kempenhaege met een tiental (poli-)klinieken geografisch verspreid over Nederland met nadruk op het Zuiden (Heeze, Maastricht, Oosterhout, Dordrecht, Enschede, Goes, Nijmegen, Rotterdam, Sittard en Winterswijk).

 

Kempenhaeghe

Epipepsiecentrum Kempenhaeghe in Heeze (Noord-Brabant).

SEIN (Heemstede/Zwolle) met circa 1300 medewerkers en Kempenhaege (Heeze/Oosterhout) zijn in Nederland de twee grote expertisecentra op hert gebied van epilepsie, tegenwoordig ook gespecialiseerd in slaapgeneeskunde. Door de voorzitters van de Raden van bestuur van beide instellingen, respectievelijk J.W.Barzilay en dr.M.Chatrou is een intentieverklaring voor samenwerking overeengekomen. 

Met een ferme handdruk is de intentie tot meer samenwerking tussen SEIN en Kempenhaege bezegeld.

Na eerdere plannen het instituut in zijn geheel aan gene zijde van de Ringvaart in Cruquius te verhuizen, heeft de directie intussen plannen ontvouwd om de Cruquiushoeve gedeeltelijk naar Meer en Bosch in Heemstede over te brengen, zodat in het plan ‘Wickevoort’ uiteindelijk zo’n 1.000 particuliere woningen kunnen worden gebouwd. Landgoed Wickevoort dat 57 hectare omvat is een woonproject tussen Hoofddorp en Heemstede rond een vroegere boerderij [‘Cruquiushoeve’] van de familie Van Wickevoort Crommelin uit Berkenrode, dat wordt ontwikkeld door landschapsarchitect Michael van Gessel en AM Concepts in nauwe samenwerking met SEIN, vanwaar het initiatief kwam.

 

boerderij1

Rechts de vroegere boerderij van Van Wickevoort Crommerlin, nu manege, in Cruquius

 

Gebiedskaart van Plan Wickevoort in Cruquius zoals voorzien over circa 7 jaar in 2025. Overigens blijft SEIN (Cruquiushoeve)  gevestigd in Vijfhuizen/Cruquius.

Met de noodzakelijk geachte vernieuwingen wordt (helaas) tevens gedacht aan het slopen van de voor het laatst in 1960 gerenoveerde Irene-kapel, nog in gebruik als activiteiten- en ontmoetingsruimte, maar volgens dr.J.W.Barzilay, voorzitter van de Raad van Bestuur/algemeen directeur, zal de historische luidklok ‘een plaatsje in de nieuwbouw’’ krijgen van een op deze locatie geplande polikliniek (Haarlems Dagblad, 2 mei 2018).

Foto van de kerk Irene op Meer en Bosch kort na de opening in 1901 (uit: Lief en Leed, 1907) gemaakt.

De Irenekapel op Meer en Bosch; door F.H.van Emmerik

Van de Irenekerk op Meer en Bosch zijn in de loop van de tijd minstens tien prentbriefkaarten verschenen. Bovenstaand een drietal.

Personeel en verpleegden voor de Irene kerk van Meer en Bosch, circa 1920

Interieur ansichtkaart van de Irenekerk

Het Van Vulpen-orgel uit 1970 dat intussen verdwenen is.

Het W.F.van Leeuwen orgel (uit Leiderdorp) in de Irene kapel (Orgelfoto Noord-Holland, Heemstede)

Speeltafel van het W.F.van Leeuwen orgel in de Irene kerk Heemstede (orgelfoto Noord-Holland; Heemstede)

Glas-in-lood ramen in de Irenekapel van Meer en Bosch

Gedenkraam ontwotpen door J.Reparon, vervaardigd in glasfabriek Leerdam ‘De barmhartige Samaritaan’ voor kapel Irene van Meer en Bosch, 1952

‘De Irenekapel op Meer en Bosch is een beeldbepalend onderdeel van het terrein van Meer en Bosch en tevens een zeldzaam overblijfsel van dergelijke godshuizen op terreinen van instellingen die zich richten op (geestelijke) gezondheidszorg.‘ (HVHB, foto Theo Out)

Schets van nieuwbouw polikliniek Meer en Bosch, geprojecteerd op de locatie van de Irenekapel (gemeente Heemstede).

 

interieur2

Interieur van het inmiddels gesloopte kerkje Bethesda-Sarepta in Haarlem

Selectie van (gedenk)boeken etc. gewijd aan Bethesda-Sarepta en Meer en Bosch:
-C.Peper. Historie hofstede Het “Paradijs” later “Meer en Bosch” te Heemstede. Vereniging Oud-Heemstede-Bennebroek (nu HVHB), 1960.

-J.A.Tours. De Christelijke Vereeniging voor de verpleging van lijders aan vallende ziekte met hare gestichten te Haarlem en Heemstede. In: Eigen Haard, 1893, nummer 52, p.824-827.
-Lief en Leed in dienst der Christelijke Barmhartigheid 1882-1907. Haarlem, 1907
-Feestboek van ‘Sarepta’ en ‘Meer en Bosch’. 1882-1922. 1922
-Licht en Schaduw gedurende vijftig jaar onder onze kranken 1882-1932 Gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de Christelijke Vereeniging voor de verpleging van lijders aan vallende ziekte te Haarlem en te Heemstede. Heemstede, J.A.Hoekendijk, 1932
-Het verzet van de inrichtingen Meer en Bosch en Bethesda-Sarepta te Heemstede en Haarlem gedurende de bezettingsjaren. Heemstede, 1945. Herdruk mei 1995 [Bevat een ten geleide van voorzitter prof. dr.C.Datema , een herinneringsrede van dominee J.C.van Dijk gehouden bij de heropening van Meer en Bosch en een artikel: ‘Ons werk in de oorlogsjaren’ van geneesheer-directeur dr.B.Ch.Ledeboer. . ten slotte een bijdrage over ‘De macht van het Kleine in Bezettingstijd’ door dominee H.W.Duyvendak].

MEER EN BOSCH TE HEEMSTEDE IN DE TIJDELIJKE GREEP VAN DE NSB: 1942

‘Wat is er gebeurd in 1942/ Sinds donderdag 19 maart 1942 is het gehele bestuur met de geneesheer-directeur van Meer en Bosch annex de Koningin Emmakliniek en Beshesda-Sarepta, afgezet en vervangen door een bestuur, geheel bestaande uit  NSB’ers, terwijl de nieuwe geneesheer-directeur, de zenuwarts Dozy, van bestuur en directeur om enige onrechtmatige eisen, door de NSB gesteld, in te willigen. Het is duidelijk, waar me heen wil. Wij weten allen uit diverse publicaties van NSB-zijde en uit redevoeringen van vooraanstaande NSB-leiders, hoe het nationaal-socialisme staat ten opzichte van zenuwzieken, geesteszieken en epilepsie-lijders en hoe het dienaangaande beginselen huldigt, die in lijnrechte strijd zijn met onze hoogste medisch-ethische beginselen . De NSB heeft door zijn greep naar Meer en Bosch c.a. de macht gekregen over één der belangrijkste centra der epilepsie-bestrijding in Nederland. Onder de eminente leiding van de thans afgezette geneesheer-directeur met zijn staf zijn de allernieuwste outillage voor de diagnostiek en de behandeling van epilepsie; zij bevatten een uitstekende operatieve afdeling voor de chirurgische behandeling van hersenaandoeningen. De Koningin Emmakliniek is door buitenlandse deskumdigen de beste kliniek ter wered op dit terrein genoemd. Door de nazificering van deze inrichting, waar 600 epilepsielijders worden verpleegd, is door de NSB de eerste stap gezet op de weg van de epilepsiebestrijding op nationaal-socialistische wijze. Welke methoden daarbij worden toegepast behoeft hier nader te worden uiteengezet; zij zijn maar al te zeer bekend. Dat men met de roof van Meer en Bosch de beschikking heeft gekregen over een operatie-afdeling en tevens over een enorme hoeveelheid erfelijkheidsgegevens betreffende honderden epilepssielijders uit heel Nederland zijn feiten, die slechts met ontsteltenis kunnen orden overdacht. Het bestuur van Meer en Bosch en de geneesheer-directeur hebben, diep doordrongen van hun Christelijke beginselen en wetende, wat hier op het spel stond, de enige juiste weg bewandeld. daarom zijn zij afgezet. Maar geneesheren en verplegend personeel hebben izch hier achter hen gesteld en zij hebben zonder uitzondering hun ontslag ingediend. Gezien het grote, vooral ook het medisch-ethische belang, van deze strijd zullen wij hier in chronologische volgorde de gehele toedracht beschrijven. 

VERSLAG VAN DE GEBEURTENISSEN Nog voor 10 mei 1940 hadden de broeders Vermeer en Kroon op Meer en Bosch reden gegeven tot ernstige ontevredenheid. Zij hadden geweigerd hun broederpak te dragen en aan de viering van het Kerstfeest mede te werken; daarnaast had één van hen misbruik gemaakt van de drukkerij van de inrichting en papier van deze inrichting gebruikt voor het drukken van NSB-geschriften, terwijl de ander een politiek opruiende rede had uitgesproken tegenover de patiënten. Op grond van deze feiten werden de broeders op 3 mei 1940 ontslagen, zijnde ongeschikt als broeder. Op 10 mei d.a.v. weren deze heren, die lid van de NSB waren, ingesloten. Op een van hen werden oen landverraderlijke papieren gevonden. Enige tijd na de capitulatie (in oktober 1940) werd door het bestuur van Meer en Bosch ter ene zijde n de broeders Vermeer en Kroon met hun juridische adviseur, mr.de Rijke, nu procureur-generaal bij het gerechtshof te Arnhem er andere zijde, een contract opgesteld. In dit contract werd onder zeer gunstige voorwaarden voor de gestraften (1 jaar salaris en maximum pensioen) het ontslag nader geregeld. De ontslagenen tekenden het contract zonder enige rancune en verplichtten zich daarbij nimmer enige stap ten nadele van Meer en Bosch te doen en geen poging aan te enden wederom in dienst te komen. Dit contract werd van beide zijden beschouwd als een definitieve regeling. Een jaar lang werd van deze kwestie niets gehoord, totdat eind 1941 het bestuur van Meer en Bosch bericht kreeg van de commissaris voor niet-commerciële verenigingen, met het verzoek om een onderhoud. Bij dit onderhoud werd aan het bestuur medegedeeld dat de broeders onrechtmatig waren ontslagen en dat zij weer in dienst genomen moesten worden. Deze mededeling werd door het bestuur weerlegd door te wijzen op het contract, mede opgesteld door de inmiddels tot procureur-generaal bij het Arnhemse gerechtshof benoemde mr. de Rijke. Het bestuur van Meer en Bosch stond op het standpunt, dat het als bestuur onmogelijk twee voor de verpleging volkomen ongeschikte broeders wederom in dienst kon nemen. Dit standpunt bleek te meer juist te zijn, toen een der ontslagenen in een onderhoud verklaarde, dat hun terugkomst op Meer en Bosch zeer spoedig gevolgd zou worden door het ontslag van de geneesheer-directeur en de benoeming van een NSB’ er in zijn plaats. Lange tijd is hierna is de kwestie weer van de baan geweest, totdat begin februari 1942 het bestuur van Meer en Bosch bericht kreeg van bovengenoemde commissaris Müller Lehning, dat het binnen 8 dagen de broeders in dienst terug moest nemen en dat het schadevergoeding zomede alle kosten voor de verhuizing moest betalen. Het contract, mede ondertekend door mr.de Rijke, moest geannuleerd worden. Het bestuur van Meer en Bosch heeft geweigerd aan deze voorwaarden te voldoen. Naar aanleiding van deze weigering werd een conferentie belegd tussen het bestuur van Meer en Bosch en bovengenoemde commissaris, waar een en ander nog eens besproken werd. Bij dit onderhoud is bij monde van de districtscommissaris gebleken, dat de kwestie van de broeders slechts ” een stok was om de hond te slaan”. Zijn woorden laten aan duidelijkheid niets te wensen over: “Er zijn haarden van verzet tegen de nieuwe orde. Meer en Bosch is een dergelijk bolwerk; deze Augiasstal (meer en Bosch!) moet opgeruimd worden”.  Na deze in duidelijke termen geuitte bedoelingen was er slechts één houding mogelijk, namelijk en absolute weigering aan de gestelde eisen te voldoen.

Op 19 maart 1942 is het bestuur van Meer en Bosch met de geneeheer-directeur Ledeboer afgezet. Het neuwe bestuur, uitsluitend bestaande uit NSB’ers (o.a. dominee Foeken uit haarlem, mr. Schönhardt, mr. de Kock van Leeuwen,  dominee Hylkema, mevrouw de Gelder,mr.van Leyenhorst) en de nieuwe geneesheer-directeur J.Dozy hebben, allen met NSB-insignes getooid, vrijdagmorgen 20 maart 1942 de inrichting in bezit genomen. Geneeskundigen, broeders, zusters en andere functionarissen hebben de enige weg gekozen, die zij moesten nemen: zij hebben allen hun ontslag ingediend. Teneinde patiënten zo weinig mogelijk te laten lijden onder deze maatregelen zullen zij voor de afwikkeling der diverse lopende zaken nog een week hun werk blijven doen. Inmiddels zijn alle patiënten door de broeders en zusters uit de inrichtingen naar hun respectievelijke woningen over gebracht en is Meer en Bosch door de Duitse Weerrmacht in beslag genomen’ (april 1942).

Bericht over ontwikkelingen op Meer en Bosch uit verzetsblad: Oranjekrant: vivere militare est (30-4-1942)

vervolg artikel van 30 april 1943

Reünie van medewerkers van Meer en Bosch en Bethesda-Sarepta in de zomer van 1944 te Amersfoort. Patiënten zijn voor het grootste deel thuis behandeld. Tot de Bevrijding zijn voorts 11 patiënten van Meer en Bosch die in een inrichting in Zeist waren ondergebracht overleden

Heropening Meer en Bosch (Algemeen Handelsblad 24-19-1945) Zenuwarts dr. Jacob Dozy overleed 30 november1959 in Heemstede

Tijdens de oorlogsjaren is de Koningin Emmakliniek door de Duitsers in gebruik geweest als ziekenhuis voor gewonde soldaten. Evenals op Hageveld [gebruikt als Lazarett voor de Duitse marine] was op het dak een rood kruis geschilderd ter voorkoming van bombardementen van geallieerde vliegtuigen.

De verwijzing met een bordje op de Glipper Dreef naar het Ortslazarett

De Duitser Ernst Dingeldey maakte begin mei 1945 voor zijn terugkeer naar de ‘Heimat’ een tekening van het Lazarett Heemstede.

-De eerste 60 jaren van ‘Meer en Bosch’1885-1945. Heemstede, 1970.
-Adriaan Venema. Vanuit het duister. Schetsen van honderd jaar epilepsiebestrijding. Met illustraties van Gerard Vroon. Amsterdam, Meulenhoff Informatief, 1982.

  • In 1982 zijn in het informatieblad van het instituut: ‘Expres’acht artikelen gepubliceerd over de geschiedenis van Meer en Bosch.
    -Liber Amicorum aangeboden aan prof.dr.Harry Meinardi op 21 februari 1992 bij zijn afscheid als directeur van het Instituut voor Epilepsiebestrijding. Heemstede, 1992.

Vooromslag van het vriendenboek voor dr. Harry Meinardi.

-SEIN: verder met epilepsie. Uitgave van de afdeling Voorlichting en Public Relations van het Instituut voor Epilepsiebestrijding met een voorwoord van dr.H.Meinardi, algemeen directeur. Circa 1990.

Oorlogsperiode 1940-1945

Over de Duitse bezettingstijd 1940-1945 is in het hoofdstuk ‘De NSB en andere totalitaire organisaties’ (deel 2 van ‘Onderdrukking en verzet; Nederland in oorlogstijd’, het volgende beschreven: ‘(…) Zeer grote invloed kreeg Müller Lehning, de commissaris voor de niet-commerciële verenigingen en stichtingen. Hij was slechts zetbaas van Schmidt, die o.a. hiervoor expressievelijk naar Nederland was gezonden, maar bevoorrechtte in die hoedanigheid op ergerlijke wijze zijn eigen partij. Aan deze NSB-er, die met  ruwe hand ingreep, was de “schoonmaak” van meer dan 120.000 verenigingen en stichtingen toevertrouwd. Hij ontbond talloze verenigingen en maakte er op de misselijkste wijze misbruik van zijn machtspositie Door zijn schuld zijn vrijwel alle epileptici uit de inrichtingen Meer en Bosch en Bethesda-Sarepta te Heemstede en Haarlem verdwenen. Een prachtig christelijk liefdeswerk is voor jaren vernietigd omdat Müller Lehning er niet terstond in geslaagd was, twee nationaal-socialistische broeders te doen herbenoemen, die wegens wangedrag voor mei 1940 waren ontslagen en met wie een alleszins redelijke schikking was getroffen. Hij heeft deze inrichtingen niet opgeheven, maar op zijn manier “schoongemaakt”. Bestuur en directie werden vervangen door NSB-ers, met het onmiddellijk gevolg, dat de familieleden de patiënten weghaalden. De politie kwam er aan te pas, arrestaties hadden plaats, en in een overwinningsroes maakte de WA op 28 maart 1942 een muzikale ommegang op het terrein van Bethesda-Sarepta. Het mooiste van het geval was, dat kort daarna het nieuwe bestuur een der beide NSB-broeders moest ontslaan. De melk van de ziekenbonnen der patiënten kwam later bij de nationaal-socialistische burgemeester van Heemstede Van Riesen terecht. Reeds eerder hadden de nieuwe bestuurders op Meer en Bosch een feestmaal ingericht, waarbij de voor de patiënten bestemde levensmiddelenpakketten gretig werden aangesproken. Deze weerzinwekkende ondermijning van een tweetal uitermate nuttige inrichtingen, waardoor het aantal patiënten van zeshonderd tot vijf en twintig ingekromen werd, noemde Müller Lehning “herordening (…)’.  

Nota Bene
Het hoofdgebouw (in gebruik als kantoor) is rijksmonument; de voormalige Koningin Emma (poli)kliniek) en ‘Salem’ zijn gemeentelijk monument. De paviljoens ‘Terp’ en ‘Schakel’ evenals de Irenekapel komen voor op een door de Historische Vereniging Heemstede Bennebroek samengestelde lijst van waardevolle gebouwen die bescherming verdienen Naar aanleiding van een excursie op 22 april 2006 publiceerde Marloes van Buuren een artikel ‘Nadere kennismaking met Meer en Bosch’ in het blad ‘HeerlijkHeden’, nummer 129, augustus 2006, p.129-132. 

Illustraties

In 1922 verschenen 24 24 koperdiepdrukken in  een omslag, 12 van Besthesda-Sarepta in Haarlem en 12 van Meer en Bosch in Heemstede, van welke laatsten een scan volgt.

Entree naar hoofdgebouw van Meer en Bosch

Paviljoen Salem

De vroegere mannenzaal in Salem

Bossages naar het hoofdgebouw van Meer en Bosch

de linnenkamer op Meer en Bosch in 1915

Het intussen gesloopt paviljoen Eben-Haëzer

De kinderkamer op Meer en Bosch met een diacones

Een kijkje in het bos van Meer en Bosch

Zicht op paviljoen Nieuw-Zoar

Een zithoekje van lezende en schrijvende diaconen in de Broederkamer. We zien de Broeders Hofman, Jonker en Lagas.

Oude prentbriefkaart van de Broederkamer op Meer en Bosch

Vooromslag van ‘De Evangelisten-opleiding te Heemstede’, 1912

Broeder-leerlingen van Meer en Bosch ontvangen dogmatiek-les van dominee C.J.van Paassen te Haarlem

De kwekelingen in de Broederkring op Meer en Bosch onder leiding van de besturende Broeder Jonker. 1912

Aan de lindenlaan in 1922

Het voormalige geitenweitje op Meer en Bosch Heemstede

Het kerkgebouw IRENE op Meer en Bosch

In het in 1932 uitgegeven gedenkboek Feestboek van Sarepta en Meer en Bosch ‘Licht en Schaduw’ zijn ook enkele koperdiepdrukken opgenomen.

Voorts zijn in het gedenkboek ‘Licht en Schaduw’ uit 1932 afdrukken te zien van linoleumsneden door politieagent F.H. van Emmerik als liefhebberij vervaardigd van zowel Bethesda-Sarepta als Meer en Bosch.  Alleen die van de Heemsteedse instelling zijn onderstaand opgenomen + een prent van het Haarlemse paviljoen Sarepta.[P.S. Carla van der Stap publiceerde in Heerlijkheden, nummer 176, 2018, een artikel met illustraties onder de titel: ‘De houtsnedes van politieagent Van Emmerik’].

 

Meer en Bosch (1)

Meer en Bosch (2)

Houtsnedes van F.H.van Emmerik ((1805-1953) uit ‘Licht en Schaduw (1932) 

Entree van Meer en Bosch, door F.H.van Emmerik, 1932

Huize Salem op Meer en Bosch door F.van Emmerik

Huize Eben Haëzer op Meer en Bosch, door F.H. van Emmerik gesigneerd: FHvE].

Het oude tuinmanshuis van Meer en Bosch; door F.H. van Emmerik

Afbeelding van het vroegere paviljoen Sarepta in Haarlem door F.H.van Emmerik. Van Sarepta-Bethesda zijn verder prentjes in het gedenkboek opgenomen van het ‘Nieuwe Bethesda’, Overbosch, ”t Nieuwe Huis’, Portierswoning Sarepta, nieuwe ingang naar Sarepta, en de Bel van Sarepta. De naam van de graveur komt in ‘Licht en Schaduw’ overigens niet voor.

 

Emmerikportret

F.H. van Emmerik op een foto uit 1937

 

========

Freule A.J.M.Teding van Berkhout in de bloei van haar leven. Zij werd oprichtster van van twee ziekenhuizen.

Portretfoto op latere leeftijd van jonkvrouw Ana Teding van Berkhout, initiatiefneemster voor de verpleging van eplepsiepatiënten in Nederland. Zij stond aan de basis van het latere Diaconessen(zieken)huis en van Meer en Bosch, maar wilde niet dat het epliepsiecentrum Meer en Bosch naar haar de Anna-stichting zou gaan heten, zoals het bestuur voorstelde.

 

Anna1

In Haarlem en Bloemendaal zijn straatnamen vernoemd naar het geslacht Teding van Berkhout. Leiden kent een Anna Teding van Berkhoutstraat en Heemstede sinds 1982 in de wijk Merlenhoven een Anna Teding van Berkhoutpad

 

meer5

Directeur Zegers met rechts zijn echtgenote omringd door diaconen, 1895

 

 

Directeur J.L.Zegers met echtgenote te midden van de ‘diaconen’ op Meer en Bosch: ‘Dienende Broeders’.

Scheurkalender Meer en Bosch

Achterkant van scheurkalender Meer en Bosch ‘Vrede zij dezen huize’

Herman Kruyder: Achter Meer en Bosch (1921)

sierbordje met een voorstelling van de Barmhartige Samateriaan. Op achterzijde is vemeld: Meer en Bosch 1882 1957. Royal Goedewaagen.

 

Luchtfoto van de epilepsie-instelling ‘Bethesda-Sarepta’in Haarlem omstreeks 1930.

Luchtfoto van Meer en Bosch uit circa 1930

Deel van een luchtfoto uit 1964. Het terrein van het instituut Meer en Bosch omvatte intussen 8,5 hectare. Rechts van de waterloop liggen sportterreinen. Het witte gebouw heette Eben Haëzer. Na brandstichting in 1988 is het leegstaande paviljoen gesloopt, maar de schoorsteen van het vroegere ketelhuis uit omstreeks 1900 bleef fier overeind. Daaronder is het inmiddels afgebroken Boschhuis, dat dienst deed als school en kinderpaviljoen. Het was oorspronkelijk afkomstig uit Amsterdam waar het ooit diende als noodgebouw van het Scheepvaarthuis. In het midden rechts is de Koningin Emmakliniek uit 1934 zichtbaar. In twee daarnaast gelegen barakken werden o.a tuberculosepatiënten geïsoleerd. Daarboven lag de personeelsflat. Op de voorgrond achter het water waren de sociale werkplaats van Paswerk en (ronde) kantine gevestigd.

Luchtfoto van de Cruquiushoeve omstreeks 1950

luchtfoto3

Luchtfoto Meer en Bosch KLM 1995

 

luchtfoto4

luchtfoto Cruquiuhoeve (Haarlemmermeer) KLM, 1995

 

luchtfoto5

luchtfoto van ander deel Cruquiushoeve. KLM 1995

 

In 2001 schreef ik in de uitgave van ‘Oud Heemstede vanuit de lucht’ (Slingenberg Boekproducties): ‘Met het oog op het aanstaande vertrek van het instituut Meer en Bosch nar de Cruquiushoeve, Amsterdam en Utrecht zijn anno 200 plannen in ontwikkeling  om hier, naast koopappartementen, huisvesting te realiseren voor gehandicapten. Behalve het monumentale herenhuis zullen volgens de meest recente plannen ook de paviljoens Salem, Terp en Schakel blijven staan en voor bewoning geschikt gemaakt worden.’ 

 

‘Vertrek Meer en Bosch ingrijpend’ (Haarlems Dagblad, 4 mei 1991)

De predikant .A.J.Th.Jonker op Meer en Bosch. Hij was predikant in Heemstede van 1902 tot 1905 toen hij werd benoemd tot hoogleraar theologie aan de universiteit van Groningen. Van 2 mei 1902 tot 26 mei 1905 was Jonker voorzitter van het bestuur van de instelling. Prof.dr.M.van Rhijn publiceerde in 1929 de biografie ‘Aart Jan Theodorus Jonker’ en schreef met betrekking tot Meer en Bosch o.a.: ‘In Heemstede leefde hij vooral hartelijk mede met den arbeid der verpleging van lijders aan vallende ziekte op “Meer en Bosch’, waarvan de heer J.L.Zegers de voortreffelijke directeur was. Voor het “Gedenkboek” leverde hij in latere jaren een bijdrage, en hij werkte in 1910 en 1911 ook gaarne mede aan de “Meer en Bosch’-kalender “Vrede zij dezen huize”. Vooral met den heer Zegers, die naast Jonker wonde, en in wien hij het zeldzame optimisme des geloofs bewonderde, heeft dr.Jonker een tot op Zegers’ dood in 1919 blijvende vriendschap gesloten. Onder de medewerkers aan den arbeid op “Meer en Bosch”hield Jonker vooral veel van Broeder M.J.Bogert, die alles wat hij had weggaf en door Jonker met “de verpersoonlijke dienstvaardigheid”  werd vergeleken. De vroegtijdige dood van deze “rechterhand van den directeur” in het jaar 1904 op den leeftijd van slechts twee en dertig jaren, heeft Jonker diep getroffen. Ten slotte mag ik hier ook de vriendschap met dr.M.C.Colenbrander niet onvermeld laten, omdat dr. Colenbrander een groote plaats in het hart van dr.Jonker heeft ingenomen, en deze jongere vriend van zijn kant Jonker hoogachtte en liefhad.’ 

Oude ansicht van de kinderkamer  van Meer en Bosch omstreeks 1915

 

meer3

Opening van School voor Buitengewoon Onderwijs op Meer en Bosch door minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen prof.dr.J.R.Slotemaker de Bruíne. Rechts directeur Ledeboer (Haarlem’s Dagblad, 3 oktober 1938)

 

broederdag

foto van de jaarlijkse Broederdag der diakonen, bovenstaand gehouden op 13 mei 1918. In het midden op de voorste rij dr.A.J.van Leeuwen, Broder R.van Dam, dominee G.Barger Ezn. (directeur) en E.Zegers

 

Hoekendijk

Van grote betekenis voor ‘Meer en Bosch ‘ is Broeder J.A.Hoekendijk geweest.  Omdat er onvoldoende geld was om de kosten van verpleging te dekken richtte hij het fonds ‘de Macht van het Kleine’ op waarvoor hij tot zijn overlijden aan toe heeft gewerkt.

Broeder L.H.de Haan bij zijn veertigjarig jubileum op Meer en Bosch. Hij overleed 6 maart 1938

smit1

Na Broeder J.A. Hoekendijk heeft Broeder J.Smit als oudste der reizende Broeders aan het voortbestaan van ‘De macht van het Kleine’ gewerkt.

 

broeders1

Behalve Hoekendijk en Smit zijn de Broeders Jonker (links) en Hofman (rechts) van grote betekenis geweest voor het intituut Meer en Bosch geweest. Jonker deed in 1897 als jonge diakoon  zijn intrede nadat hij een mooie positie bij de Ned. Spoorwegen had opgeofferd om zich aan der werk der verpleging te wijden. Later nam hij de administratie en correspondentie van Broeder Muller over. In 1922 vierde hij zijn zilveren jubileum en werd een speciale krant ‘De Oprechte Meer- en Bosccher’ uitgegeven gewijd aan de jubilaris en Besturende Broeder. Ook in 1897 is Broeder Hofman, afkomstig uit Drenthe, op Meer en Bosch als Broeder gekomen. Bijna een halve eeuw was hij een bekende en vertrouwde figuur op Meer en Bosch. ‘Zag men tegen Br.Jonker hoog op met gezag, Br.Hofman werd meer geëerd als gelijke, de man van de praktijk die gewoin was de zaken aan te pakken, wanneer er getreuzeld werd. Hoe leerzaam en praktisch  waren zijn verbandlessen aan de broeders, Als man naast Br. Jonker was hij volkomen op zijn plaats en had hij ook gezag op zijn post (…) Beiden hielpen zij mede de traditie die in de jaren onder Zegers directoraat was ontwikkeld en gegrond in stand te houden.’ (Uit: De eerste zestig-jaren van “Meer en Bosch” 1885/1945)

 

 

ingebruikname

Ingebruikname van de eerste elktro-encefalograaf in ons land op Meer en Bosch in 1948 (uit: Adriaan Venema, Vanuit het duister). In dat jaar bracht Koningin Juliana een bezoek aan Meer en Bosch, waar toen 450 patiënten werden verpleegd en verzorgd.

 

Krommenhoek

Na de Broeders (diaconen) kwamen de Zusters (diaconessen). Op deze foto wordt aan Zuster J.J.Krommendijk door burgemeester ridder Van Rappard voor haar vele verdiensten een Koninklijke onderscheiding opgespeld. Vroeder De Vries in het midden kijkt toe. [Andere Meer en Bosschers die in de loop van de rijd een lintje ontvingen zijn o.a. dr.H.Meinardi, M.Kuijer (verpleegkundig adjunct-directeur), K.Veeninga (hooddverpleegkundige) en professor dr. van ’t Klooster (bestuursvoorzitter).

Veeryig jaar diacones Jubilea op hun woonadres Hazepaterslaan 8 Haarlem. Foto gemaakt bij de inzegening op 31 oktober 1941. Van links naar rechts de Zusters (eerste rij) Antje v.d. Bospoort, Marie van Driel, Mary Pot, Liesbeth van Gemerde, Alie Heerspin. Tweede rij v.l.n.r.: Dirkje Lok, Agaath van der Veer, Greet Huiskes, Ella Tombrock, Bets Wijna, Rina Brouwer, Ina Moeyes. (Expres, november 1981.

meer9

In memoriam Br. W.F,.de Vries, de laatste dienende besturende Broeder van Meer en Bosch(Expres, augustus 1984)

Afbeelding van de eerste werkplaats op Meer en Bosch

Timmermanswerkplaats voor jongeren op Meer en Bosch

Timmermanswerkplaats op Meer en Bosch omstreeks 1920

 

De werkplaats omstreeks 1975 In 1976 zijn nieuwe sociale werkplaatsen in gebruik genomen op zowel Meer en Bosch Heemstede als de Cruquiushoeve in Vijfhuizen.

 

 

Luchtfoto van Meer en Bosch op een ansichtkaart die ik in 1975 ontving van voormalig predikant Luit Wolthuis

Plattegrond van Meer en Bosch omstreeks 1990

 

terreinkaartseinmeerenbosch

Terreinkaart SEIN Meer en Bosch Heemstede

 

 

Plattegrond van de Cruquishoeve

 

terreinkaartSEIN

Terreinkaart van SEIN de Cruquiushoeve, Haarlemmermeer

 

meer4

Twee prentbriefkaarten van Meer en Bosch uit 1922. Boven: de nieuwe Wandeltuin; onder de moes- en vruchtentuin die door cerpleegden van de instelling werd bijgehouden.

Het toenmalige Nieuw-Zoar, dat gedeeltelijk als kinderpaviljoen diende, tegenwoordig ‘de Terp’. (Expres, januari 1982)

meer2

De vroegere ziekenzaal in de Koningin Emmakliniek

 

meerenbosch

De ontspanningsbibliotheek omstreeks 1920. Meer en Bosch beschikte daarnaast over een wetenschappelijke medische bibliotheek, die naar Amsterdam is verhuisd.

School op Meer en Bosch met een diacones als onderwijzeres

Doelstelingen van het fonds ‘ De macht van het Kleine’

macht

De  Macht van het Kleine (adres: Dreef 40 Haarlem) gaf in de jaren 30 van de vorige eeuw enige series kleine fotoafdrukken die gekocht konden worden en waarbij de opbrengst ging naar het werk van Meer en Bosch. Vier voorbeelden uit serie 3:  boven links: na het maal in het zusterhuis weer aan het werk; rechtsboven: de stemminvolle, serene zaal van kapel  ‘Irene’; linksonder Eben Haëzer, paviljoen voor mannelijke patiënten; rechtsonder: een uitzicht op onze vaart, de kliniek op de achtergrond.

Epilepiefonds De macht van het Kleine gaf tussen 9173 en 1984 jaarlijks knipkunstkalenders uit. Deze zijn aanwezig in archiefdoos 120 van de collectie Heemstede in het Noord-Hollands Archief

 

meer1

foto van het Zusterhuis omstreeks 1965. In 1964 gebouwd onder architectuur van ir.W.Ph. van Harreveld en S.van Waardenburg, Haarlem.  Na sloop zijn hier buiten het Meer en Bosch terrein appartementen voor particulieren gebouwd.

Sloop van de personeelsflat van Meer en Bosch ten gunste van particuliere woningbouw

Brand in paviljoen Meer en Bosch: Eben Haëzer. (Haarlems Dagblad, 24-10-1988)

Paviljoen Eben Haëzer in 1895 en de sloop in 1989 (Expres, oktober-november 1989

Nieuwbouw van SEIN Meer en Bosch met woongelegenheid voor 40 personen (foto Studio WA!)

Twee  oude prentbriefkaarten een interne zendingsbijeenkomst ‘Onze Dag’ op Bethesda in Haarlem (boven) en Meer en Bosch Heemstede(onder) 

“Onze Dag”- bijeenkomsten in de jaren dertig van de vorige eeuw, waarbij de collectanten voor het epilepsiefonds De macht van het Kleine bij elkaar kwamen.

 

voorbeeld1

Voorbeeld van de vroegere collectebusjes van de Stichtingen voor toevallijders te Haarlem en Meer en Bosch Heemstede

 

klank

‘Klank uit de rank’ Hoes van album met klassieke religieuze muziek (R & R Records) als uitgave van epilepsiefonds De Macht van het Kleine.

 

Peper

Vooromslag van een destijds populaire uitgave: ‘Epilepsie in 42 notedoppen’, in 1990 verschenen bij gelegenheid van het Afscheid van C.Peper als directeur van het Nationaal Epilepsie Fonds ‘De Macht van het Kleine’. De heer Cees Peper, lange tijd bestuurslid van de Vereniging Oud Heemstede Bennebroek en redacteur van Heerlijkheden publiceerde diverse artikelen over Meer en Bosch, o.a. in nummer 120 (april 2004):’Renovatie Meer en Bosch’, p.72-78 en in nummer 146 (oktober 2010): ‘De voorgeschiedenis van SEIN op Meer en Bosch’, p. 35-41.

‘Vallen en opstaan; leven met eplepsie’ door Mimi Vonk-Herwegh en Cees Peper.Met illustraties van Peter van Straten. Amsterdam, Meulenhoff Informatief, 1980

 

Cees Peper, directeur van epilepsiefonds ‘de Macht van het Kleine’ temidden van drie generaties voorzitters van de Frederatie tijdens het 50-jarig bestaan ervan in 1986. V.l.n.r.: prof.dr.H.Meinardi, dr.J.Bruens, C.Peper en dr. O.Magnus. Meinardi was in 1990 de voorzitter van de Federatie voor Epilepsie-Bestrijding, Bruens en Magnus eertijds (Expres, juli 1990)

Cees Peper bij mijn afscheidsreceptie van de Heemsteedse bibliotheek in 2003

Aan zwel ‘Bethesda-Sarepta’ als ‘Meer en Noscg’ is in de loop van de jaren menig vers gewijd. Nicolaas Beets publiceerdxed ‘Silo geopend; zangen bij de inwijding van een derde gebouw – na Bethesda en Sarepta – voor lijderessen aan Vallende Ziekte te Haarlem, op den 6den October 1899: 3 strofes De Lijderessen en 3 strofes De Pleegzusters. (Dennennaalden). Bovenstaand de eerste trofe van ‘Schoon “Meer en Bosch”‘. door K.

stichting

Stichting Epilepsiefonds

 

 

seininfolijn

De infolijn van SEIN: Stichting Epilepsie Instellingen Nederland