HEEMSTEDE(NAREN) INTERNATIONAAL Deel 2

Waar het gaat om hulpverlening aan anderen in nood heeft Heemstede een traditie. In deel 1 kwamen de naoorlogse hulp aan het Gelderse dorp Putten, ten tijde van de watersnood van 1953 aan Puttershoek en na de Hongaarse opstand van 1956 aan vluchtelingen uit dat land aan de orde.

Thans zullen we aandacht besteden aan Polen. Eerst de grootscheepse hulptransporten en kleinschalige “pakjes”-acties, vervolgens de niet gerealiseerde pogingen vanuit Heemstede om een stedenband met een Poolse gemeente aan te knopen.

De Heemsteedse Actie Vriendenhulp voor Polen slaat landelijk aan

Eind 1981 groeide een in Heemstede gestarte actie voor voedseltransporten naar Polen uit tot een ongekende hype. Deze grootste en bekendste particuliere hulporganisatie verdween vervolgens even spoedig weer helemaal uit het zicht. Drie dames uit Heemstede, te weten mw.Elisabeth Doets-Jedraszewskiej (in 1958 vanuit Polen naar Nederland geëmigreerd), Kitty Ansems en Thea van Vlijmen stonden aan de basis van de ‘Stichting Vriendenhulp voor Polen’.

ddd_011205038_mpeg21_p004_image

                                           ‘Pakjes voor Polen’, uit: de Telegraaf van 20 mei 1981.

 

ddd_010960900_mpeg21_p011_image

                                               ‘Heemstede helpt Polen’ Uit: Het Vrije Volk van 21 juli 1981.

ddd_011205308_mpeg21_p004_image

Zendingen naar Polen. Uit: de Telegraaf van 7 augustus 1981

In mei 1981 vertrok de eerste vrachtwagen naar Polen met voedsel en kleding, 20 juli vertrok nogmaals een vrachtwagen bij de molen van Höcker met liefst 27.000 kilo levensmiddelen. Behalve uit meelproducten, bestaande uit melkpoeder, suiker, havermout, rijst, boter, vetten, oliën en vitaminen. Veel was bijgedragen door gulle fabrikanten. Eind 1981 kwam dankzij publicitaire ondersteuning van dagblad ‘de Telegraaf’ de kerstactie “Een Pak van je Hart voor Polen” op gang, waarbij de lezers van de krant van wakker Nederland in een mum van tijd ruim tien miljoen gulden doneerden. Deze landelijke actie werd gecoördineerd door voornoemde mevrouw Doets alsmede Peter en Kitty Ansems.

voedseltransport

Voedseltransport vanuit Maarssen naar Polen 13 december 1981 (foto Ben Hanssen, ANP)

voedseltransport2

Voedselkonvooi in 1981 op weg naar Polen (foto Ben Hanssen, ANP)

d8d466fe-960e-a126-a8a2-c952e12ad6d9

Uit: Leidse Courant, 15 december 1981

ddd_010571054_mpeg21_p005_image

                                         De rage voorbij?  (Limburgs Dagblad, 24 april 1984)

ddd_011205159_mpeg21_p005_image

Geld niet naar de Telegraaf maar uitsluitend te sturen naar ‘stichting Vriendenhulp voor Polen’ in Heemstede. Uit: De Telegraaf, 10-3-1993

Landelijk aangeslagen gaf  het vertrek van een colonne vrachtwagens met hulpgoederen duidelijk aan dat Nederland met de Polen meeleefde, waarbij de politieke toestand in dat land, met generaal Jaruzelski als premier aan de macht en “morele steun” aan de vrije Poolse vakbond “Solidarnosc” onder leiding van Lech Walesa in opmars, zeker zal hebben bijgedragen. Zelf heb ik me destijds sceptisch uitgelaten over “Hongerend Polen” via een ingezonden stuk in het Haarlems Dagblad en me daarbij afgevraagd of van acute honger sprake was, zoals in de berichtgeving werd voorgesteld. Ik had me daarbij geërgerd aan de kop in een weekblad “Over twee jaar eten we gras”  (Nieuwsnet 9-8-1980) en vraagtekens geplaatst bij een opmerking dat zonder deze acties Poolse mensen aan ondervoeding zullen sterven.  Probleem was zeker dat Polen vanwege jarenlang communistisch wanbeheer in economisch opzicht was afgezakt tot een ontwikkelingsland, maar dat gold zeker niet voor wat betreft de productie van voedsel en voedingsproducten. Ter illustratie: Nederland produceerde toenmaals jaarlijks 836.000 ton koren, terwijl Polen met ongeveer 2,5 zoveel inwoners meer dan 4 miljoen ton (met uitzondering van 1979). Ten aanzien van aardappelen waren de verschillen nog frappanter: 6.277.000 ton in Nederland, tegen Polen 49.582.000 ton. Het aantal varkens en runderen was in Polen veel groter vergeleken met Nederland. Dat de winkels onvoldoende bevoorraad waren  en vleesprijzen hoog opgevoerd had te maken met de export. De staatsschuld  van Polen bedroeg zo’n 80 miljard dollar, waarvan bijna de helft aan Westerse consortiums. De exportopbrengst zou men grotendeels weer kwijt zijn aan schuldaflossingen en rentebetalingen. Daarom bepleitte ik om de gigantische staatsschuld met name aan ons land te verkleinen. Stakingsgolven in 1981 en 1982 verslechterden de economische situatie. Boeren weigerden op een gegeven moment hun producten aan de staat te leveren vanwege een hogere opbrengst op de vrije markt. Het Westen besloot vervolgens tot humanitaire hulp en in december vertrokken voedseltransporten naar Polen.

plaquette4

                             Plaquette voedseltransporten baar Polen, december 1981

Hermans

Vers van Toon Hermans gemaakt naar aanleiding van hulpgoederen actie Stichting Vriendenhulp in Heemstede in samenwerking met De Telegraaf

Enveloppe 'Pakje voor Polen'

Enveloppe ‘Stuur een Pool een pakje’ uit 1987

Boxtel

Na Heemstede volgden in en na 1982 lokale acties (collectes en hulpgoederenacties) in  talrijke andere gemeenten, zoals Amsterdam, Apeldoorn, Ruineroord, Boxtel etcetera. (archieffoto Brabants Centrum, in het midden burgemeester Paul Pesch van Boxtel). 

Apeldoorn

                                               FDC Stadspost Apeldoorn. Nederland helpt de Polen, 1982

sticker

                                                 Sticker: Zuid-Oost-Brabant helpt de Polen, 1982

Bulgaars intermezzo

Een en ander neemt aldus niet weg dat de Polen tengevolge van jarenlang communistisch wanbeleid en Russische overheersing in economisch beroerde omstandigheden leefden. Dat gold evenzeer voor andere Oost-Europese landen, zoals Bulgarije waar ik eind jaren zestig verscheidene malen verbleef al liftend op doorreis naar Istanbul, Ankara, Damascus, Beiroet, Amman, Bagdad en andere plaatsen in het Nabije Oosten. In Sofia bezocht ik eenmaal de familie van bibliothecaris Garnefski, die als dissident het land was ontvlucht en een baan had gevonden bij de UB-Amsterdam, later bij het Vredespaleis in Den Haag. Mijn onaangekondigde bezoek betekende dat ik sindsdien werd gevolgd door een agent van de geheime dienst. Dit nam niet weg dat het mogelijk bleek bij (zeer gastvrije!) particulieren te overnachten, al moest dagelijks een stempel worden gehaald bij de plaatselijke politie. In 1969 vond mijn bezoek bij toeval plaats met de “Spartakiade” in Sofia. Een soort van Olympische Spelen voor communistische studenten met deelnemers uit de gehele wereld, maar natuurlijk voor het merendeel uit de zogeheten volksdemocratieën. In enkele Britse kranten, maar ook in de Telegraaf, was toentertijd een bericht opgenomen met een mededeling aan deelnemende jongeren uit het Westen voedsel mee te nemen, teneinde niet van de honger te hoeven omkomen. Voor de deelnemers waren echter meer dan voldoende levensmiddelen voorradig, en naast de Bulgaarse media die de berichten uit het Westen afdeden als antipropaganda, waren ook veel gewone Bulgaren in hun eer gekrenkt.

Vervolg hulpacties Polen

Egmond

Foto van hulpactie ‘Egmond helpt Polen’, 12 december 1981 (fotocollectie Bergen; Regionaal Archief Alkmaar)

Egmond1

Dozen met voedsel en hulpgoederen klaar voor transport van Egmond naar Polen, 12 december 1981 (fotocollectie Bergen; Regionaal Archief Alkmaar)

laatste

Laatste hulptransport klaar voor vertrek naar Polen. Dick Dolman, voorzitter van de Tweede Kamer wenst de chauffeur en rechts directeur van Raben  een goede reis (22 april 1985, ANP/ANEFO, fotograaf Rob Croes)

Openheid over besteding van gelden aan Polen bleef uit

Vrijwel gelijktijdig met  de hulpactie vanuit Heemstede hadden overal in het land lokale acties plaats van Groningen tot Maastricht. In Haarlem startte een 86-jarige mevrouw een eigen actie “een pakje per dag naar Polen” en in de hoofdstad had een geldinzameling plaats “Amsterdam helpt Polen”. Volgens een van de comitéleden aldaar, sloeg het initiatief vooral aan “omdat Polen een grote rol heeft gespeeld bij de bevrijding van ons land”. De in 1981 in het leven geroepen Stichting Regio Leiden helpt Polen heeft in 1988 geleid tot een stedenband met de Poolse stad Torun.  Vanuit Heemstede werd de actie met voedseltransporten per vrachtwagen of vliegtuig nog gevolgd door een nieuwe actie  “Stuur Polen een pakje”, waarbij de actievoersters vooral fungeerden als centraal punt, adressen verstrekten en schenkers zelf hun pakket samenstelden en verzonden. Deze niet omstreden actie is met grote inzet nog jaren door mevrouw Van Vlijmen en anderen voortgezet. Ondanks toezeggingen in de pers, dat “alle via bank en giro ontvangen financiële bijdragen [aan Vriendenhulp voor Polen] controleerbaar worden besteed”, is daar in de praktijk weinig of niets van terecht gekomen Volgens een medewerker van een aan het Rode Kruis gelieerde overkoepelende organisatie zou de Heemsteedse hulpactie ongeveer 10 miljoen gulden hebben opgeleverd. Twee journalisten van het weekblad ‘Panorama’ hebben ongeveer anderhalf jaar na het hoogtepunt van de actie vergeefse pogingen ondernomen te achterhalen hoe het binnengekomen geld “van duizenden gulle gevers” was besteed. Daartoe voegden zij zich bij de secretaris/penningmeester, de heer Jans, die liet weten zich nauwelijks met de Stichting bemoeid te hebben en daarom doorverwees naar de voorzitter mevrouw Elisabeth Doets. Die kon niets zeggen omdat het andere bestuurslid mevrouw Ansems met haar (toenmalige) echtgenoot – die weliswaar geen bestuursfunctie vervulde maar op de achtergrond een dominante rol speelde – met vakantie in De Verenigde Staten was. De 2 verslaggevers probeerden het nog enkele malen bij de voorzitter, die uiteindelijk via haar Haarlemse advocaat liet weten “dat het artikel vooraf aan hem dient te worden voorgelegd”. De hoofdredacteur van Panorama zegde dat toe, indien de voorzitter een interview zou toestaan. Dat werd geweigerd en vervolgens is, althans in de publiciteit, dit hardnekkige stilzwijgen niet meer verbroken. “Jammer. Eigenaardig ook”, besloten de journalisten hun artikeltje met het volgende slot:’Een laatste poging een gesprek te arrangeren met voorzitter Doets loopt op een treurige mislukking uit. Op onze bijna wanhopige vraag: “Waarom wilt u toch niet met ons praten?” antwoordt ze gejaagd: “nee, nee, nee en meneer Ansems zit nog in Amerika”. Nog dezelfde dag wodrt het mysterie compleet, als Panorama’s hoofdredacteur een telefoontje krijgt van een Haarlemse advocaat, die namens mevrouw Doets eist dat het artikel vooraf aan haar dient te worden voorgelegd. De hoofdredacteur zegt dat toe, indien mevrouw Doets een interview toestaat. De advocaat weigert dit. Jammer. Eigenaardig ook’ (Wout Batenburg en Joop Reichart in Panorama, nr.10-34, 208. Vanwege haar verdiensten ontving mevrouw Elisabeth Doets-Jedraszenska op 9 maart 1993 uit handen van de Poolse ambassadeur dr.Franciszek Morawski een onderscheiding: het Gouden Kruis in de Orde van Verdienste van Polen.

ddd_010691860_mpeg21_p004_image

Pools eerbetoon voor mw.Elisabeth Doets-Jedrazewskiej (ka) (De Telegraaf, 10-3-1993)

Geleidelijk zijn ook de meeste  hulpacties voor Polen in ons land om allerlei redenen gestaakt. Nog slechts enige jaren geleden had de [inmiddels opgeheven]‘Vereniging Vriendschap Holland Polen’ (VHP) 65 verschillende hulporganisaties in haar bestand. Na de watersnoodramp die Polen in 1997 trof had een kortstondige herleving plaats van weer tot leven gekomen comités, die volgens C.V.Lafeber “in het begin van de jaren 80 als sekshuizen uit de grond waren gerezen”. Daarbij ontbrak iedere coördinatie, reden voor dagblad Trouw om te schrijven over “wilde hulpacties voor Polen” (18-07-1997, pagina 9). Polen was toen al een vrij land en het land is intussen toegetreden tot de Europese Unie. Heel dicht bij mijn huis: mijn (tijdelijke) buurman in de Johannes Verhulstlaan is met zijn gezin naar Polen verhuisd om daar een fabriek voor motoren op te zetten.

Omdat de “Heemsteedse” actie voor de opkomst van het Internet plaatsvond vinden we hierover via dit nieuwe informatiemedium nog weinig informatie. Of het zou moeten zijn dat in 1994 als deel 8 (1980-1985) in de serie “Beeld van Nederland” een videoband verscheen met daarop ook filmmateriaal uit NOS-journaals waarin is te zien hoe Nederland zich eensgezind inzette voor Polen en konvooien vrachtwagens, langs de wegen en vanaf viaducten uitbundig toegezwaaid, naar het Oosten reden. Op de veilingsite eBay biedt een Engelsman voor 8 Pond (circa 12 Euro) een uit Gliwice  afkomstige aangetekende enveloppe aan, verzonden naar het adres: “Stuur een Pool een pakje. Postbus 319, 2100 AH Heemstede, Holland (Hollandia)”……..[die vanwege de censuur hier vermoedelijk nimmer is aangekomen].

Onderzoek naar jumelage met een Poolse gemeente

In oktober 1988 werd in het Heemsteedse gemeentehuis een “zware” werkgroep Oost-Europa in het leven geroepen, die als opdracht meekreeg de mogelijkheden te onderzoeken van een stedenband met een plaats in Oost-Europa. Zes academici, onder voorzitterschap van professor dr. P.R.Baehr, lid van het internationaal bestuur van Amnesty International, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Leiden en last not least bewoner van Heemstede. Mr.A.Buiter fungeerde als secretaris. Deze werkgroep ging voortvarend aan de slag en op 4 april 1989 kon burgemeester jhr. Van den Bosch een verslag van werkzaamheden en aanbevelingen in ontvangst nemen. Men  was tot de conclusie gekomen “ dat een stedenband met een gemeente in Oost-Europa een aantrekkelijk idee is. Daartoe is echter wel een blijvende inzet van een groot aantal mensen vereist” . Een gemeente in Polen had een lichte voorkeur gekregen boven de DDR en Tsjecho-Slowakije waar ook veel mensen de Duitse taal machtig zijn. Verwacht werd dat de ontluikende democratisering in Polen de contacten zullen stimuleren. Bovendien zou deze keuze aansluiten bij de hulp die Heemstede al aan Polen biedt. Burgemeester jhr. Mr. O.R. van den Bosch installeerde vervolgens een “topzwaar” Jumelage-comité Polen, bestaande uit 8 heren en de Pools-Nederlandse dame M.Schumacher-Garganis. Tot nieuwe voorzitter werd mr.H.C.J.L.Borghouts benoemd en de gemeentesecretaris fungeerde tevens als secretaris.  Met letterlijk en figuurlijk beide benen op de grond gaf Van den Bosch ditmaal de opdracht mee, dat een breed draagvlak in de plaatselijke bevolking noodzakelijk is, alvorens aan de beleidsintentie “een bijdrage te leveren aan de verbetering van de Oost-West verhoudingen” met gemeentegelden te ondersteunen. Daartoe heeft men o.a. op 21  juni een informatieavond in het raadhuis georganiseerd. Omdat die samenviel met een wedstrijd in het kader van de wereldkampioenschappen voetbal werd deze op het laatste moment vervroegd naar 19.30 uur. Een “positief-kritische houding” heeft de commissie tijdens deze avond of via schriftelijke reacties ondervonden van de zijde van de Raad van Kerken, Vredesplatform IKV, enkele scholen, instellingen voor gezondheidszorg, culturele en sportverenigingen. Een enkele aanwezige sprak overigens van “geldwegsmijterij” en een ander had ernstige bedenkingen ten aanzien van de voorgenomen relatie met een land in het Oostblok.

Sopot en H.K.I.V.

Bij de keuze van een gemeente in Polen dacht het Jumelage-comité aan de plaatsen Slubice, Klodzko en meest serieus aan Sopot. De gemeente Sopot, een vroegere Hanzestad, met ongeveer 50.000 inwoners ligt nabij de havenstad Gdansk aan de Oostzee. Een drukke badplaats, tevens herstellingsoord met geneeskrachtige minerale bronnen, vergelijkbaar met Royal Leamington Spa. Het comité ad hoc adviseerde het gemeentebestuur een extrasubsidie te verlenen, maar de grootste verantwoordelijkheid over te laten aan het particulier initiatief, in het bijzonder de Heemsteedse Kring voor Internationale Vriendschap (HKIV). Nadat het aanbevelingsrapport in augustus was ingeleverd vroeg het comité om een snelle beslissing.

Zeer bijzondere architectuur in Sopot, Polen

Zeer bijzondere architectuur in Sopot, Polen

Burgemeester hakt de knoop door

Op 18 december 1990 kopte het Haarlems Dagblad; “Heemstede wil geen band met Poolse stad”. Dat gebeurde nadat het College van burgemeester en wethouders “na uitvoerige besprekingen in vergaderingen van ons college” in een voorstel aan de gemeenteraad had besloten om geheel af te zien van pogingen te komen tot een stedenband. Als argumenten zijn daarbij opgevoerd: twijfel of er voldoende  draagvlak binnen de Heemsteedse samenleving aanwezig is. Voorts de grote staatkundige veranderingen die  zich op dat moment in Oost-Europa voltrokken, waarbij “naar ons oordeel een jumelage niet het geëigende middel is om onze betrokkenheid met het wel en wee in Oost-Europa kenbaar te maken” . Bovendien zag het gemeentebestuur liever om de beschikbare 10.000 gulden te besteden aan verschillende organisaties in Heemstede die al contacten hebben met landen in Oost-Europa. Uiteindelijk is een nieuwe werkgroep tot stand gekomen. Een platform met verschillende initiatiefnemers voor hulp aan Oost-Europese landen. Het samenwerkingsverband Heemsteedse Samenwerkende Hulp Organisaties (HSHO), waarin ook de stichting “Haarlemmers helpen Polen” was vertegenwoordigd.

Haarlem (ook) niet; Haarlemmerliede (sinds kort) wèl

Haarlem onderhoudt sinds de jaren zestig van de vorige eeuw officiële vriendschapsbanden met Osnabrück en Angers. Burgemeester De Gou heeft destijds geprobeerd een jumelage aan te gaan met het Poolse Kielce. Een bezoek aan die Poolse stad met het gemeenteraadslid Jan de Bruin bood een hoopvol perspectief, maar toen gesproken werd over een wederzijds vrij verkeer betrokken de gezichten van de bestuurders in Kielce. Brieven vanuit het stadhuis in de Spaarnestad bleven vervolgens onbeantwoord. Toen Haarlems burgemeester ten slotte liet weten dat op deze manier een stedenband geen zin had, brachten de Poolse kranten het bericht: “Haarlem haakt af” (!). In Vlaanderen onderhouden thans 9 gemeenten banden met zustersteden in Polen. Op het hoogtepunt. Omstreeks 1990, toen het communistische regime viel en Lech Walesa tot de eerste democratisch gekozen president werd gekozen, hadden bijna 50 Nederlandse gemeenten op de een of andere wijze contacten met Poolse plaatsen, zij het veelal op een laag pitje. Dat aantal is sedertdien flink gedaald, al zijn er nog wel incidenteel individuele contacten en zullen binnen de Europese Unie de economische banden naar verwachting alleen maar toenemen. Een delegatie van de Kamer van Koophandel in Katowice werd uitgenodigd in Haarlem; Poolse raadsleden uit Kornik brachten op uitnodiging van een aantal Bloemendaalse raadsleden een tegenbezoek en nog pas vorig jaar kwam een afvaardiging uit Lesna van 23 tot 25 oktober in onze regio een kijkje nemen op uitnodiging van de Stichting Polen Project Lesna (PPL). In augustus van dit jaar is met medewerking van deze particuliere organisatie en Bloemendaalse voetballers een drachtige melkkoe overgedragen aan het Daklozenhuis voor vrouwen in het industriestadje Lesna. Nog pas op 1 mei 2004 is een jumelageovereenkomst getekend door de burgemeesters van Lanckorona in Zuid-Polen nabij Krakau alsmede van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude. Het initiatief hiervoor ging uit van de Poolse gemeente. De wijze waarop aan deze vriendschapsband door middel van uitwisselingen in de toekomst inhoud wordt gegeven zal afhangen van de initiatieven van plaatselijke verenigingen en instellingen.

Hans Krol