Bloemenvaas van Christiaen van Pol, in 2010 bij Sotheby's geveild voor de kunstenaar recordbedrag van 126.750 euro

Bloemenvaas van Christiaen van Pol, in 2010 bij Sotheby’s geveild voor de kunstenaar recordbedrag van 126.750 euro [Vergelijk het doek ‘bloemenbouquet’ van zijn leermeester Frans van Dael]. De Franse titel van het schilderij van Chr. van Pol is: ‘Nature morte au Vase de Fleurs’.

CHRISTIAAN VAN POL (1752 -1813) van ondermeester aan de Heemsteedse dorpsschool tot gevierd decoratief kunstschilder in Frankrijk

De buitenplaats Berkenrode op een ets van Hendrik Spilman uit 1752

Ondanks het feit dat de kleine gemeente Berkenrode, een oude ambachtsheerlijkheid met adellijk huis, 13 juni 1857 bij Heemstede was gevoegd, nam J. W. Regt in zijn boek “Neerlands beroemde personen” (1868) Berkenrode op. Overigens met zegge en schrijve slechts één persoon aldaar geboren en waardig genoeg geacht voor de volgende vermelding: “Pol, Christiaan van (der) geboren 1752, overleden 1813, maakte zich als kunstschilder gunstig bekend door het schilderen van arabesken, opgeluisterd met bloemen, vruchten en vogelen. Ook vervaardigde hij keurige snuifdoosdeksels met bloemen, welke in dien tijd zeer in trek waren”. Dat in de Heemsteedse literatuur met nauwelijks één woord gerept wordt over deze zoon van Berkenrode is niet zo verwonderlijk, aangezien Van Pol na een korte leerperiode in Antwerpen eerst na 1782 in Frankrijk zich ontpopte als een succesvol en veelgevraagd kunstschilder van vooral vruchten-, bloemen vogelstukken. Verder vervaardigde hij miniaturen, decoraties en landschappen. Christiaan van Pol decoreerde de kastelen van Chantilly, Bellevue en Saint- Cloud met fraaie arabesken en zijn schilderstukken bevinden zich overwegend in Frans openbaar en particulier bezit en zijn op de vrije markt vandaag de dag vrijwel niet meer beneden de 25.000 Euro te verwerven. Van Pol’s naam is dan ook te vinden in alle belangrijke kunstenaarslexica, zoals Immerseel, Scheen, Thieme-Becker, Wurzbach, Bénézit e.d. Reden genoeg bijna twee eeuwen na zijn overlijden enige aandacht aan deze in Heemstede en ons land vergeten kunstschilder te besteden. Christiaan van Pol is in Berkenrode geboren op 14 maart 1752 als oudste zoon van een talrijk huisgezin.

Het vroegere Schoutenhuis van Berkenrode op een foto uit begin 1900

De gehele ambachtsheerlijkheid telde naast zomerbuitens als Oud-Berkenroede, Westerduin, Knapenburg en op de grens van Heemstede Duin en Vaart nauwelijks tien huizen met zo’n 65 bewoners, waarvan de kostwinnaars werkzaam waren in de landbouw of als personeel op de buitenplaatsen. Ook was er een statie of kerkhuis en uiteraard een herberg, maar geen school. Ambachtsheerwas Mattheus Lestevenon (de jonge) die in Den Haag, later als schepen in Amsterdam en als ambassadeur bij het Franse hof in Parijs woonde en enkel gedurende de zomermaanden op zijn buitengoed verbleef, waar in het vernieuwde slot Berkenrode de Prinses van Oranje, Prinses Anna van Hannover in 1754 luisterrijk zou worden ontvangen. Christiaan werd gedoopt in de oude kerk van Berkenrode (1) door pastoor Jacobus Franciscus Cramer, welke geestelijke in een verslag van nuntius Ghilini in Brussel is gekarakteriseerd als “verstandig, lang niet dom en van zeer hoogstaande levenswandel”. mIn de periode 1750 -1760 was herberg “De Dorstige Kuyl” een trefpunt van met name leden van de Amsterdamse Tekenacademie, waar John Greenwood (1727 -1797), Jan Punt (1711 – 1779), Simon Fokke (1724- 1784) en anderen bijeenkwamen (2). Het plaatselijk bestuur bestond in die tijd uit een door de ambachtsheer benoemde schout, secretaris en drie schepenen.

Tekening door Simon Fokke van 'De Dorstige Kuijl'

Tekening door Simon Fokke uit 1761  van ‘De Dorstige Kuijl’

De jonge Van Pol ging in Heemstede op school (de huidige Voorwegschool). Hij schijnt een goede leerling geweest te zijn en schoolmeester Johannes der Kinderen, sinds 1759 als zodanig aangesteld, nam hem omstreeks 1770 als ondermeester in dienst. Necroloog T.C Bruun Neergaard die in 1813 een levensbericht voorlas in de klasse der Schone Kunsten van het Fransch Keizerlijk Instituut memoreerde: “dat hij daar (op school) steeds een ongemeene zucht tot schilderen aan den dag legde en door deze schoolmeester  (J. der Kinderen) daartoe werd aangespoord; dat hij ten gevolge daarvan als knecht bij den schilder Bombaars  te Haarlem ging werken en daarmee tot diens overlijden aanhield, wanneer hij naar Antwerpen vertrok, om meer en meer zich zijne Kunst te volmaken”. Vooral in zijn jeugd bleek Van Pol een meester in het schilderen van de zogeheten Provincieroos: de Koningin der bloemen genoemd Ofschoon alle bladeren slechts één kleur schijnen te hebben, verschillen de schakeringen zodanig dat men op het palet nauwelijks genoeg kleuren van dezelfde afbeelding vindt Aan zijn levensvriend Van Dael zei hij hierover “Ik zoek altijd mijne rozen beter en beter te maken, maar al zoekende, zie ik maar al te duidelijk, dat de Uwe de natuur oneindig nader bij komen, dan de mijne. Het is iedereen niet gegeven om volmaakt te zijn”. Christiaan Van Pol verhuisde omstreeks 1780 naar Antwerpen, toenmaals een centrum van bloemschilders, om er het fijn- of sieraadschilderen te leren. Zijn leermeester werd de in de Scheldestad geboren en in Frankrijk befaamd geworden bloemschilder Frans van Dael (1764-1840), die zich aan de oude Hollandse meesters had geschoold en zowel voor Napoleon en Joséphine de Beauharnais als Lodewijk XVIII zou werken.

Olieverfdoek van een bouquet bloemen door de leermeester an Christiaan van Pol: Albert van Dael

Olieverfdoek van een bouquet bloemen door de leermeester van Christiaan van Pol: Frans van Dael

Op 30-jarige leeftijd kwam Van Pol in Parijs aan met weinig meer dan een recommandatiebrief van Van Dael in zijn bagage. Al spoedig kreeg hij opdrachten van de bekende Gobelin-familie, voor wie hij verschillende ordonnanties maakte, waarin bloemen als motief zijn verwerkt. Van Pol vestigde zijn naam als schilder van ornamenten en arabesken, verlevendigd met bloemen, vruchten en vogels. Van Dael volgde zijn leerling twee jaar later. Gezamenlijk decoreerden ze de drie reeds genoemde kastelen. Van Pol schilderde in olieverf, water- of sap-(aquarellen) en dekverf (gouaches). Ook maakte hij grote opgang in het beschilderen van bonbondozen en in het bijzonder van de in die tijd in zwang geraakte snuifdoosdeksels met bloemen, waarvan minstens één is te zien in de vroegere verzameling van keizer Wilhelm in Huize Doorn. Op 24 augustus 1788 is Christiaan van Pol in Berkenrode getrouwd met zijn jeugdliefde Sybilla Luiten (geboren in 1763).

Als schilder van bloem- en fruitstukken zijn diverse doeken tentoongesteld op de grote exposities te Parijs in 1809 en 1814. De Haarlemmer Adriaan van der Willigen, die Van Pol persoonlijk kende en verscheidene tekeningen van hem bezat (3), schreef over Van Pol: “Het ontbrak hem een weinig teveel aan eerzucht, hij zeide dikwijls: ‘Dit is inderdaad mijn beste stuk’, maar het is er daarom ver af dat ik het goed zal noemen.” Tijdens de laatste jaren van zijn leven gaf Christiaan van Pol lessen aan personen uit de Parijse aristocratie. Echt rijk is hij niet geworden, maar kon van zijn verdienste ruimschoots in zijn onderhoud voorzien. Van Pol overleed op 61-jarige leeftijd 21 mei 1813 na een kortstondige ziekte en is in Parijs met grote eer door een kleine groep van bewonderaars ter aarde besteld. Volgens een tijdgenoot sprak hij nimmer ten nadele van zijn kunstbroeders en werd hij vaak aangeduid als “den goeden Van Pol”. In Frankrijk staat hij ook bekend onder de naam Christiaen van Paul. Na zijn overlijden had een verkoping plaats van zijn nalatenschap. Het grootste en fraaiste doek kwam voor een relatief lage prijs in handen van porseleinfabrikant Dagoty. Een ander belangrijk werk is gekocht door de heer La Tour du Pin, wiens echtgenote een leerlinge was geweest Een andere leerlinge, freule de L’Epine kwam in het bezit van enkele schilderijen en studies. Het overgrote deel kwam terecht bij particuliere verzamelaars. Het museum van Chartres bewaart van hem het doek “de toren van Nesles” en het museum Fabri in Montpellier twee miniaturen waarop bloemen en vruchten voorkomen. Op Franse kunstveilingen in de periode 1860 tot 1900 varieerden de prijzen tussen 340 en 1.600 franken, de eerste decennia van de vorige eeuw oplopend tot 5.500 fr. Pas na 1945 zijn de prijzen aanzienlijk gestegen, bijvoorbeeld 29-1-1947: “Bloemen” 86.000 fr. en 25-5-1951: twee pendanten, gedateerd 1786: 87.500 fr. Opmerkelijk is dat de auctieprijzen zelfs iets hoger liggen dan van zijn bekendere tijdgenoot en leermeester Frans van Dael.

Olieverfschilderij van een stilleven met fruit en noten door Christiaan van Pol

Bouquet bloemen op een tafel. Miniatuur op papier door Christiaan van Pol (Drouot)

Bouquet bloemen op een tafel. Miniatuur op papier door Christiaan van Pol (Drouot)

In 1857, bij gelegenheid van de vereniging van Berkenrode met Heemstede, is Christiaan van Pol met één zinnetje herdacht als één van Berkenrode’s grootste zonen die roem verwierf onder Napoleon Bonaparte in Frankrijk. Dezelfde keizer die Van Pol en Van Dael opdracht had gegeven tot het decoreren van enkele Franse kastelen en paleizen passeerde op 24 oktober 1811 Berkenrode via de “Grooten Straatweg” (Herenweg), met in zijn gevolg de keizerlijke stalmeester Abraham Jacob van Lennep van Meerenberg (4).

NOTEN

(1) Literatuur over de kerk van Berkenrode: -B.J. van Houten, De Statie Berkenrode-Heemstede. In: Bijdragen van de geschiedenis van het bisdom van Haarlem, deel 45 (1928), deel 46 (1929); -B.J. van Houten, Gedenkboek bij gelegenheid van het tweehonderd vijftigjarig bestaan van de St Bavo parochie te Heemstede, 1694 – 1944. 1944.

(2) “De Dorstige Kuyl”, opgericht ten tijde van Adriaan Pauw, gelegen in Berkenrode, nabij Crayenest en Heemstede, aan de Herenweg op de plaats van het huidige bejaardenoord Kennemeroord, ontwikkelde zich snel tot een “neringrijcke” herberg of tapnering. In 1667 logeerde hier op reis in Holland de Toscaanse vorst uit Florence Cosimo de Medici III met groot gevolg. Later is “De Dorstige Kuyl” in handen gekomen van de eigenaar van Oud-Berkenroede, mr. Pieter de la Court, secretaris van Amsterdam. Deze exploiteerde de herberg met Cornelis Hout als kastelein. Adriaan van der Willigen, die in Heemstede goed bekend was, schreef in een levensbeschrijving van John Greenwood: “Deze was geestig, vrolijk en vlug in het teekenen: van Haarlem naar Amsterdam varende met een gezelschap Kunstgenooten, waarmede hij in de aangenaam gelegen herberg de Dorstige Kuyl te Berkenrode bij Haarlem, den pot verteerd had, gelijk de Amsterdamsche Kunstbroeders daar toen meermalen deden, had men daartoe een afgehuurde trekschuit; vrolijk onder elkaar schertsende, zeide een hunner ons gezelschap in een trekschuit levert toch al een zeer teekenagtig gezigt op: jij hebt gelijk, zei Greenwood, en zou dat nog wel ooit getekend zijn – dat geloof ik niet was het antwoord, – wel dan zal ik het voor de eerste maal eens beproeven, hernam Greenwood, en hij maakte inderdaad een aardige Teekening van dat tooneel, waarin hij verscheidene van het gezelschap zeer kennelijk trof, onder hetzelve bevond zich S. Fokke en Jan de Beijer“. Overigens werd o.a. ook door Simon Fokke een soortgelijke tekening vervaardigd in 1761. Korte tijd daarvoor schreef Anthoni van der Hem in zijn beschrijving van de reis der burgergecommitteerden naar Den Haag op 3 januari 1750: “Aan de Dorstige Kuijl gekoomen zijnde vernaame wij eenige ruijterij, daar wij een wijng halte hielden.”

(3) Onbekend is welke bestemming deze tekeningen gekregen hebben. Ze komen niet voor in de bibliotheekcatalogus van A. van der Willigen en diens neef en erfgenaam A van der Willigen Pz., op 15 november 1875 geveild bij Frederik Muller.

(4) Over Napoleon in Heemstede, zie o.a.: – G. van Duinen, Heemstede in de Franse tijd, 1956, blz. 64-66; – Internationale Gids van Heemstede 1925, blz. 15-16; voorts geromantiseerd in: “De Bevrijders” van P.H. van Moerkerken. Eerste druk 1914; heruitgegeven in onder meer 1950 en 1978.

Miniatuur; door Christiaan van Pol

LITERATUUROPGAVE

– Bénézit, E. Dictionnaire critique et documentaire des peintres, sculpteurs, dessinateurs et graveurs… Nouvelle édition. 1966. Deel 6, blz. 743-744;

– Roeland van Eijnden en Adriaan van Willigen. Geschiedenis der vaderlandsche schilderkunst, sedert de helft der XVIII eeuw. Haarlem, A.Loosjes Pz., 1827. Tweede deel, p. 388-393.

– Levensbericht van T.C. Bruun Neergaard. Overgenomen in: Algemeene Konsten Letterbode, no. 53,12 november 1813, evenals in: R van den Eijnden en A van der Willigen, Geschiedenis der vaderlandsche schilderkunst sedert de helft der XVIII eeuw. Tweede deel, blz. 388-391. Haarlem, A Loosjes Pz. 1817.

Hans Krol

Christiaan van Pol

Christiaan van Pol

'Abrikozen en druiven', schilderij van Christiaen van Pol

‘Abrikozen en druiven’, schilderij van Christiaen van Pol

Schilderij van Christiaan van Pol

Schilderij van Christiaan van Pol” ver de vin sur pêches dur un entablement de marbre. Huile sur panneau de chêne entailé  (Loumatz)

Takje ranonkels; door Christiaan van Pol. Geveild bij Christie's Londen (RKD)

Takje ranonkels; door Christiaan van Pol. Geveild bij Christie’s Londen (RKD)

Bloemstilleven van Christiaan van Pol

Bloemstilleven van Christiaan van Pol

Stilleven van bloemen in een vaas, toegeschreven aan Christiaan van Pol. In 2007 bij Christie's geveild voor bijna 10.000 dollar.

Stilleven van bloemen in een vaas, toegeschreven aan Christiaan van Pol. In 2007 bij Christie’s geveild voor bijna 10.000 dollar.

Miniatuur met bloemen door Christiaan van Pol. Op 20 november 2013 geveild bij Christie's voor 30.000 Engelse pound.

Miniatuur met bloemen door Christiaan van Pol. Op 20 november 2013 geveild bij Christie’s voor 30.000 Engelse pound.

Bouquet bloemen op olieverfschilderij van Christiaan van Pol

Bouquet bloemen op olieverfschilderij van Christiaan van Pol