Tags

, , , ,

BELEG VAN HAARLEM/ DE SLAG AAN HET MANPAD/HAARLEMMERHOUT 9-10 JULI 1573

Gravure van gedenknaald slagen aan het Manpad, 1304 en 1573, in opdracht van professor David Jacob van Lennep vervaardigd door beeldhouwer Douglas

Tekening door Gerrit Lamberts van  gedenknaald in herinnering aan twee slagen aan het Manpad, 1304 en 1573, in opdracht van professor David Jacob van Lennep in 1817 vervaardigd door steenhouwer/beeldhouwer Dirk  Doeglas [soms foutief gespeld als Douglas]  uit Haarlem   (NHA)

Wordt de slag aan het Manpad van 1304 waarbij de Vlamingen werden verslagen als legendarisch beschouwd , een tweede slag uit 1573 waarbij het Hollandse leger van de prins van Oranje in de pan werd gehakt heeft met meer zekerheid ten zuiden van Haarlem, in de Haarlemmerhout, destijds wat jurisdictie betreft (tot 1927) Heemsteeds grondgebied, met zekerheid plaatsgehad. Leider van het Hollandse leger van de Prins was Willem van Bronckhorst-Batenburg (1529-1573), heer van Steyn en Batenburg. Hele adellijke families – Van Oranje Nassau, Brederode , van Bronckhorst-Batenburg etc. (1) – vochten in de zogeheten Tachtigjarige Oorlog gezamenlijk tegen de Spaanse overheersers onder leiding van generaal en landvoogd Alva.

Uitsmede kaart van Haarlem door Braun met linksboven het slot van Heemstede en rechts de Haarlemmerhout

Uitsmede kaart van Haarlem door G.Braun, circa 1572,  met linksboven het Huys te Heemstede en rechts de Haarlemmerhout

Legerleider Willem van Bronckhorst-Batenburg

bronckorstvanbatenburgalbuminscriptie

Albuminscriptie Willem van Bronckhorst-Batenburg (Koninklijke Bibliotheek)

batenburg1

Kasteel van de heren van Batenburg in Gelderland , het adellijk geslacht van Brockhorst nog in volle glorie

batenburg2

De tegenwoordige ruïne van kasteel Batenburg

Het was Willem van Bronckhorst-Batenburg die het leger van prins Willem van Oranje-Nassau aanvoerde op het Haarlemmermeer in mei 1573 en bij het mislukte ontzet 10 juli van Haarlem, een laatste poging om Haarlem te ontzetten en beschreven als een wanhoopsdaad van de Prins.

Schilderij door Cornelis Vroom van de slag tussen geuzen o.l.v. Willem van Bronkhorst-Batenburg en overwinnende Spanjaarden geleid door Bossu op het Haarlemmermeer

Schilderij door Hendrik Corneliszoon Vroom van de slag tussen de geuzen o.l.v. Willem van Bronckhorst-Batenburg en overwinnende Spanjaarden geleid door Bossu op het Haarlemmermeer op 26 mei 1573. Op de achtergrond de omwalde en bezette stad met in het midden de Oude Sint Bavokerk. Het doek is in 1629 op verzoek van de stad Haarlem door Hendrick Vroom vervaardigd, bestemd voor het stadhuis (Rijksmuseum Amsterdam)

Nadat de edelen Gijsbert en Diederik van Bronckhorst-Batenburg in 1568 in Brussel waren onthoofd  is de heerlijkheid Batenburg 12 februari 1569 op last van het hof van Brabant geconfisqueerd.

Dirk

Dirk van Bronckhorst, heer van Batenburg, in 1568 opgehangen in Brussel

gijsbrecht

Gijsbert (Gijsbrecht) van Bronckhorst, heer Van Batenburg, eveneens in 1568 onthoofd te Brussel

 

 

Uit ontevredenheid heeft Willem van Batenburg dienst genomen in het leger van de Prins en na in 1572 te zijn bevorderd tot luitenant-generaal van Zeeland, is hij het jaar daarop als opvolger van Willem van der Marck, beter bekend onder de naam van Lumey, door de Prins aangesteld als luitenant-generaal van Holland.

Portret van de jonge Willem van Oranje, page van Karel V,1555, door Antonius Mor (hofschilder van Karel V) (Staatliche Museen Kassel)

Portret van de jonge Willem van Oranje, page van Karel V,1555, door Antonius Mor (hofschilder van Karel V) (Staatliche Museen Kassel)

Leger tracht zonder resultaat Haarlem na zeven maanden van beleg te ontzetten; van de 4000 soldaten komen er circa 700 om

Plattegrond van de Haarlemmerhout, 1573. Tekening door Pieters Coenraads (Naitonaal Archief)

Plattegrond van de Haarlemmerhout, 1573. Tekening door Pieters Coenraads (Nationaal Archief)

Na zeven maanden van beleg was de situatie voor de naar schatting 5000 inwoners van de Spaarnestad bij gebrek aan levensmiddelen onhoudbaar geworden zodat een aanval op de Spanjaarden onvermijdelijk was geworden. De Prins wilde het gevecht zelf aanvoeren, maar de Staten wilden niet toelaten dat hij zijn lijf en leven in gevaar zou stellen. Op 7 juni was de Prins van Delft naar Leiden getrokken en hadden zich talrijke burgers uit de Zuidhollandse steden zich bij hem aangesloten.  In de nacht van 9 op 10 juli 1573 – andere bronnen spreken van 8 op 9 juli – is een veldleger van zo’n 4000 soldaten, bestaande uit deels Duitse, Franse  en Engelse hulptroepen [huurlingen, ingehuurd door de Prins van Oranje] naast vrijwilligers geronseld in diverse Hollandse steden (2), onder leiding van luitenant-generaal Willem van Bronckhorst-Batenburg en met als luitenant jonkheer Bartold Entens van Menthenda (1539-1580) – een beruchte Groningse watergeus – en Casper van der Noot, heer van Carloo als voorman van de ruiterij. De voorhoede bestond uit een afdeling ruiters, ieder met een voetknecht achter zich op het paard. Dan volgde de hoofdmacht.  Vanuit Sassenheim via Noordwijkerhout is 8 juli in de middag  langs de

Portrettekening van de uit Groningen afkomstige geus Mentens

Portret van de uit Groningen afkomstige geus Bartold Entens van Menthenda. Naar een schilderij in het bezit van jhr.J.Hora Siccama van Harkestede.

Heerenweg, destijds een mulle zandweg, richting Haarlem vertrokken, in de veronderstelling dat het Spaanse leger kon worden overwonnen. Kort daarvoor, namelijk op 6 en 7 juli, blijken de Spanjaarden zware stukken geschut vanuit Schoten naar de Hout overgebracht. De Prins van Oranje-Nassau liet vooraf Haarlem weten dat hij in de nacht van 8 op 9 juli een ontzettingsleger zou sturen. Door onderschepte duivenberichten en spionnen zijn de Spanjaarden op de hoogte gekomen van de plannen. De Hollandse burgervendels, begeleid door ruiters, hadden ongeveer driehonderd proviandkarren bij zich. Aangekomen ten zuiden van Haarlem werd rust gehouden. Toen de voorste ruiters in de bossen van de Hout op de Spanjaarden stieten, meenden ze met Haarlemmers van doen te hebben. De aan het hoofd rijdende trompetter, kennelijk een Duitser, wenste hen goede morgen en zou gezegd hebben, zoals in een dagboek vastgelegd: ‘Gott hab Lob und Dank, dasz uhr doch einmal heraus seid!’ Op het moment dat hij de trompet wilde steken werd hij van zijn paard geschoten en is het Hollandse leger onverhoeds van verschillende zijden langs de Herenweg aangevallen en teruggeslagen door de Spanjaarden. In herberg het Donkemanshuisje is brand uitgebroken. Het Haarlems garnizoen met gouverneur  Ripperda kon onmogelijk te hulp schieten.Er heeft een korte felle kortstondige aanval van de Spanjaarden onder leiding van Mendoza op het leger van Van Batenburg plaatsgehad. Het gevolg was totale verwarring en veel soldaten namen de vlucht oost- en zuidwaards richting de Heemsteedse wildernisse om zich te verschuilen en het vege lijf te redden. Alle geschut stukken, proviandkarren en vaandels zijn buitgemaakt en 19 veroverde vlaggen zijn vóór de wallen geplaatst, waarmee de belegerden onder leiding van Ripperda overtuigd konden worden van de ramp. De Haarlemmer Samuel Ampzing heeft in zijn ‘Beschryvinge ende lof der stad Haerlem in Holland (Haarlem, 1628), de veldslag onder meer als volgt beschreven: ‘Het liep dan nu [midden 1573] met onse Stadt ten eynde. So dat ook de gemeyne man buiten alle inwoonderen van Holland groot medelijden met die van Haarlem hadden, ja opentlijk uitriepen, dat men voor die getrouwe burgeren ende soldaten niet genoeg en dede. Dat meer is, veele burgeren in verscheyde steden van Suytholland boden zich zelfs aan en wilden hun leven niet verschonen om die van Haerlem te helpen ontzetten. So dat de Prince van Oranien ende Staeten van Holland te meer gedrongen en genoodzaakt waren hetontzet van die van Haerlem ter hand te nemen, om de gemeynten alom te voldoen en te stillen; hoewel het de Prince tegen synen dank ende goedvinden inwilligde, alsoo hij geenen raed en sag ende geenen moed tot het ontzet en had ende verklaerde sulks geen werk voor burgeren maer voor geoffende soldaeten te wezen'(…)  Als nu de Batenburgsche ter plaetse quamen daer de vijanden in hun voordeel getrocken ende gescholen lagen so branden de Spaenschen op de onsen voords heftig los ende vielen tot hen onverwacht geweldig in. Hier over verschrickte de ruyterije door de ongelegenheyd van de boschagie dat hun midden in den weg stond ende vlugten dwars door het voetvolck die se uyt alle ordre bragten: ook beschadigden zy melkanderen onwetens niet weinig door de donkerheid des nachts ende den rook van het schieten…’.

 

Geschut stukken uit de 17de eeuw. De Hollandse troepen beschikten over slechts 7 stukken.

Geschut stukken uit de 17de eeuw. De Hollandse troepen beschikten in in de strijd van juli 154 ter ontzetting van Haarlem over slechts 7 stukken.

Onder de vrijwilligers-soldaten was de jonge advocaat en latere raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt uit Delft die de slag overleefde en tijdig het slagveld heeft kunnen ontvluchten. Biograaf J.den Tex schreef: ‘Echt gevochten heeft hij in de hele oorlog nauwelijks. Alleen bij de mislukte poging tot ontzet van Haarlem, in juli 1573, heeft hij wapens in handen gehad en als soldaat in een enthousiaste maar ongeoefende burgermilitie mmegestreden. Dit werd echter zo’n jammerlijk fiasco dat prins Willem van Oranje nooit meer burgers in de strijd heeft ingezet.’

Batenburg werd bijgestaan door een ritmeester Casper van der Noot, heer van Carloo, die een compagnie soldaten te paard van circa 200 ruiters leidde (3). Achteraf is vastgesteld dat de Hollanders in een hinderlaag van de Spanjaarden liepen die zich in de Haarlemmerhout hadden verschanst. Willem van Batenburg is bij de slag ernstig gewond geraakt en gevangengenomen en kort daarop overleden (4). Ritmeester van der Noot overleefde het gevecht evenmin, zoals dat ook gold voor de heer van Cloetinge, en talrijke anderen. De beter georganiseerde Spaanse macht van infanterie en cavalerie was eenvoudig te sterk. In totaal bedroegen de verliezen aan Hollandse kant, aanvankelijk hoger geraamd,  ongeveer 700 personen, daar meer soldaten en vrijwilligers dan men dacht kans hadden gezien het strijdtoneel te ontvluchten.

Deel van de lijst van gesneuvelde vrijwilligers in de strijd aangeduid met Manpad; gepubliceerd door Ampzing

Deel van de lijst van gesneuvelde vrijwilligers in de strijd aangeduid met Manpad; gepubliceerd door Ampzing

Afkomstig uit de stad Delft waren 76 doden te betreuren, uit Gouda circa 50, Den Briel 40, Gorcum 50 en Rotterdam 30. Prins Willem van Oranje zond nog op 10 juli het bericht aan zijn broers Lodewijk en Jan van Nassau  dat alle kans op ontzet van Haarlem definitief was verkeken en hij verzocht om de weduwe baron van Batenburg te troosten. (4).

13 juli overgave van Haarlem aan Don Frederik

Don Fadrique (Frederik), Spaans legerleider, door Antonius Mor

Don Fadrique (Frederik), Spaans legerleider, door Antonius Mor

Na deze mislukte poging tot ontzet moesten de uitgehongerde Haarlemmers zich op 13 juli overgeven aan Don Frederik (de Spaanse legeraanvoerder, zoon van Alva, die zijn hoofdkwartier had in Huis ter Kleef) en op 14 juli als overwinnaar plechtig zijn intrede in de stad deed. Tevergeefs had de graaf van Eberstein had namens de belegerden een verzoek gedaan kom bij Don Frederik genade te verwerven. De stad had al maandenlang ernstig te lijden gehad, maar de Spanjaarden namen wraak, Op 12 augustus zijn omstreeks 235 Duitse hulpsoldaten met het zwaard geëxecuteerd, op tien na die genade kregen.

beleghaarlemovergave

Ingekleurde gravure van de Spaanse moorden in Haarlem, door Frans Hogenberg 1573

talesius

Quirijn Dirksz. Talesius, burgemeester van Haarlem werd zonder rechtspleging vanwege anti-Spaanse gezindheid met oud-burgemeester Lambrecht Jacobszoon op 27 mei 1573 opgehangen (prent van Reinier Vinkeles)

gravure

Ingekleurde gravure van het door de Spanjolen ophangen van de burgemeester van Haarlem in 1573

 

noodmunten.jpg

Vervaardigde noodmunten tijdens het Beleg van Haarlem 1573

 

De 18e augustus werden nog 18 kapiteins en vaandrigs van de Waalse vendels onthoofd. 500 tot 600 andere Duitsers brachten het er levend vanaf nadat ze een eed hadden afgelegd zich te onthouden van verdere oorlogshandelingen tegen Spanje. Ze zijn in augustus met hun gewonde leider Lazarus Muller naar Duitsland teruggekeerd. Uiteindelijk zijn ‘volgens sommigen 1450 of 1735 geweest, volgens anderen 2300 mannen omgebracht. [Verwer, pagina 116; volgens Alva hadden er 2300 terechtstellingen plaatsgevonden (Gachard, II, pagina 391). Aan de zijde van Don Frederik zijn naar schatting 800 Spanjaarden en 4000 man van andere nationaliteiten bij het beleg omgekomen door verwonding of ziekte. In Haarlem zijn naar schatting tijdens het beleg zo’n 600 à 700 man gesneuveld, onder wie 70 burgers.’ (Wim Cerutti, Het stadhuis van Haarlem, p. 353). Op 14 augustus heeft Alva de wallen van Haarlem bezocht, maar de gehate Spanjaard heeft zich niet in de stad begeven. De Spaanse soldaten ontvingen als beloning voor hun inzet  30 kronen.

Gravure van Wigbold Ripperda onthald op het schavot aan de Grote Markt in Haarlem

Gravure van Wigbold Ripperda onthalst op het schavot aan de Grote Markt in Haarlem

Gouverneur Wigbolt Ripperda was al 16 juli op het schavot op ’t Sant (= de Grote Markt) onthoofd, Lancelot van Brederode (geuzenleider en kapitein in het leger van Lodewijk van Nassau , Jan van Duivenvoorde (rentmeester van Oostvoorne) en predikant Simon Simonsz. volgden dat lot. Het kasteel van Brederode is door de Spaanse bezetters verwoest.

ruine.jpg

De ruïne van Brederode in Santpoort, in 1573 na het beleg van Haarlem door de Spanjolen geplunderd en in brand gestoken

 

Standbeeld van Keanau Simonsdr.Hasselaaer en Wigbold Ripperda door Graziella Curelli, in 2003 geplaatst op het stationsplein in Haarlem.

Standbeeld van Kenau Simonsdr.Hasselaer en Wigbold Ripperda door Graziella Curelli, in 2003 geplaatst op het stationsplein in Haarlem. De heldhaftige rol van Kenau is blijkens historisch onderzoek van archivaris dr. Gerda Kurtz minder groot geweest als in de 18e en 19e eeuw toegekend.

Enige tijd later (tussen 21 augustus en 8 oktober 1573) na het beleg van Alkmaar zou Don Frederik een gevoelige nederlaag lijden, in de geschiedenis bekend als Van Alkmaar begon de Victorie’. Het Leidens ontzet zou echter nog tot 3 oktober 1574 duren. ‘Tegenover de jubel waarmee Alkmaar en Leiden haar verlossing konden vieren, steekt het droevig einde van het Haarlems beleg tragisch af. Toch zijn de overwinningen van de zusterstede slechts de kroon op het werk, dat de verdedigers van Haarlem hebben verricht in hun gedurende zeven maanden van beleg volgehouden, heldhaftige strijd, want voor Haarlem zijn de krachten der Spaanse monarchie weggevloeid, en is het overwicht der Spaanse wapenen in wezen geknot. De verdediging, die de bewonderende blikken van geheel Europa naar de Spaarnestad deed richten, vormt voor alle eeuwen een der roemrijkste bladzijden in de geschiedenis van ons volk.’(J.W.Wijn, Het Belg van Haarlem, pagina 159).

Zinneprent op de smeekbeden van Haarlem aan de Prons om de stad te verlossen van de Spaanse bezetters. Gravure door H.Goltzius, 1580

Zinneprent op de smeekbeden van Haarlem aan de Prins om de stad te verlossen van de Spaanse bezetters. Gravure door H.Goltzius, 1580

Dagboek van Willem Janszoon Verwer

Titelblad van het manuscript van Willems Janszoon Verwer

Titelblad van het manuscript van Willems Janszoon Verwer

Een beknopt verslag van de slag die vooral vanwege David Jacob van Lennep de geschiedenis inging als ‘slag aan het Manpad’, die een gedenknaald oprichtte aan de Herenweg, hoek Manpadslaan, ter ere van een slag in 1304, waarbij de Hollanders de Vlamingen terugdrongen en 1573 toen een Hollands leger, bestaande uit veel burgers als vrijwilligers met hulp van soldaten uit o.a. Duitsland en Engeland trachtten Haarlem te ontzetten.

man

Twee heren van stand bekijken het monument in herinnering aan de veldslagen verbonden aan het Manpad.op een oude prentbriefkaart van circa 1920.

gedenknaald

restauratie gedenknaald Manpadslaan/Herenweg (Haarlems Dagblad 20-11-1996)

Eerstgenoemde slag is legendarisch en de veldslag op 10 juli 1573 heeft feitelijk voornamelijk wat noordelijker in de Hout plaatsgevonden. De Haarlemmer Willem Janszoon Verwer, advocaat en regent van het Weeshuis en van het leprozenhuis in Haarlem, heeft een nauwgezet dagboek van de gebeurtenissen te Haarlem van 1572-1581 bijgehouden (5). Citaat: Batenburch opperste veldheer van den Prins van Orangien wort voer Haelmeer met die van Delft gheslagen’. Op deselden nachts [8 op 9 juli] was den Prinsen regiment, die de stadt quamen te ontsetten al heel dicht bij de stadt, ja enighe waeren al in den Houdt of busch, daer den graef van Eversteijn regiment lach (6) Maer overmits, dat die Spaensche ruijters bij het Droncken huisgen (7) al gereedt stonden, zoe en hebben des Prinsen volck haer teijcken, zoe zij de stadt gescreven hadden, niet mogen volbrengen. Want het was geseijt, dat zij het Droncken huijsgen voors. Aen brandt ghesteecken souden hebben, waerop die van de stast lette ende passen souden, omme dan uuijt te vallen, twelck niet gedaen en is. Waerdoer des Prinsen volck den nederlach gecregen ende hart meeste volck verlooren hebben, soedat die heer van Batenburch daermede gheslagen ende doot gebleven is met veel meer andere burgers van Haerlem als Dirrick Themesen van die 7 capiteijnen van der stadt, Nicolaes Borritsz., Adriaen Gerritsz.(8) Janeefz, lutenant, Willem Aeriaensz, motmaecker, Gerrit Verlaen, Claes Verlaenenszoen, die secretaris was van der stadt, ende van Delft, die uijt lieffde mede getrocken waren, om die stadt te ontsetten, ende oock mede uut ander steden.’

'Vicit Vim Virtis' uit het handschrift van Verwer. De wapenspreuk van de stad Haarlem

‘Vicit Vim Virtus’ en wapen uit het handschrift van Verwer. De wapenspreuk van de stad Haarlem: Moed heeft het geweld overwonnen

Beschrijving van Haarlems beleg door Pieter Corneliszoon Hooft

Het Beleg van Haarlem is ook uitvoerig beschreven in de ‘Nederlandsche Historiën’ van P.C.Hooft *1581-1647), waarin zowel baron van Batenburch als de Heer van Karloo, Johan van Oldenbarnevelt en ’t Mannepadt ter sprake komen (8).

De slag aan het Manpad beschreven door P.C.Hooft (1)

De slag aan het Manpad beschreven door P.C.Hooft (1)

 

Vervolg van de slag aan het Manpad door P.C.Hooft

Vervolg van de slag aan het Manpad door P.C.Hooft

 Noten

(1)De broers Dirk en Gijsbert van Bronckhorst- Batenburg zijn tegelijk met o.a. de graven van Egmond en Hoorne op de Grote Markt van Brussel te zijn onthoofd na door de Raad van Beroerten [bekend als de Bloedraad] ter dood te zijn veroordeeld. De executie was een wraak voor het verlies van de slag bij Heiligerlee (23 mei 1568). Alva had een maand eerder bij de tweede slag bij Dalheim gevangen genomen edelen, onder wie Jacob van Ilpendam uit Heemstede, secretaris van Brederode, onthoofden.

(2) Veel burgers uit Delft, maar ook uit Gouda, Rotterdam, Den Briel en andere steden. Daaronder vele ongetrainde ‘kleyne luiden’ die hun moed met hun leven. moesten bekopen tegen de Spaanse keurtroepen. Onder de beroepen komen we onder meer bakkers, schoenmalers, kuipers, kleermakers en chirurgijns tegen.

noot

Van Casper van der Noot bestaat geen portret in tegenstelling tot van Jan van der Noot, die een lofdicht op zijn neef schreef. Portretgravure door D.V.Coornhert

 

(3) Casper (Gaspard) van der Noot was familielid van de bekende Renaissance-dichter Jan van der Noot, die zowel in de Franse als Nederlandse taal schreef, en uit 1558 dateert van hem een lofdicht: ‘Ode aen den Heere Casper van der Noot, Heere van Carloo’. Het is 444 jaar geleden dat op commissie van de Prins van Oranje-Nassau het legerwapen der cavalerie opgericht met Gaspard van der Noot als eerste ritmeester van het geuzenleger. Hierover schreef dr.E.M.Braekman een publicatie, vertaald door Axel Rosendahl Huber en in 2017 bewerkt door de heer Willem Plink, luitenant-kolonel der cavalerie titulair. Met de aanstelling van Van der Noot als leider van een vaan (compagnie) ruiters op commissie van de Prins op 22 mei 1573 kan die datum [in 2017: 444 jaar geleden] als begindatum van de Nederlandse cavalerie worden beschouwd. Als legeronderdeel zijn de paarden intussen vervangen door tanks en gepantserd materieel. Nota Bene: A.J.van der Aa bericht onder het lemma Noot (Jasper of Kaper) dat hij overleed in 1573, toen hij tot ontzet van het benauwde Haarlem werd gezonden’, doch het blijkt dat hij in november 1583 zich met enige troepen te Bonn bevond’ . Dat laatste klopt niet. Casper was getrouwd met Jeanne d’Enghien. Zij hadden een zoon, Jean, heer van Carloo, die degene is geweest welke volgens brieven van Jan van Nasau in Bonn gelegerd lag.

Het geslachtswapen van Van der Noot, heer Van Carloo

Het geslachtswapen van Van der Noot, heer Van Carloo (HAG-album)

carloo2

Kasteel van Carloo van de heren Gaspard en Karel van der Noot

 

(4) De dood van Batenburg werd niet door iedereen betreurd. Men beschuldigde hem van dronkenschap, wat ervan de oorzaak was geweest dat hij als commandant van de Hollandse troepen onbekwaam was geweest om het gevecht succesvol te leiden.

(5) Dit dagboek, aanwezig in het Noord-Hollands Archief, is met commentaar van gemeentearchivaris drs.J.J.Temminck in 1973 uitgegeven onder de titel ‘Memoriaelbouck’ (Vereniging Haerlem/uitgeverij Schuyt, 1973). Op 27 juni 1572 noteerde Verwer: ‘Item op den selden dach is het clooster van die Barrendijten [=het Bernardietenklooster te Heemstede] gebrocken ende geplondert buijten Haerlem’.  Rond het Beleg van Haarlem isook het kasteel van Berkenrode verwoest, evenals de rooms-katholieke kapel (kerk) van Heemstede, mogelijk door de calvinistische watergeuzen. Daaraan herinnert  een balk in de protestantse kerk van Heemstede met de volgende tekst: ‘In de jaaren vijftienhondert drie en seventig in de aand junie is de oude kerk gedistrueert.’

Berkenrode.jpg

Het slot Berkenrode na de gedeeltelijke verwoesting op een ets door Saenredam uit 1628

 

(6) Otto graaf van Everstein (Eberstein-Boldringen) lag al met een regiment Duits voetvolk in de buurt. De wederwaardigheden van dit regiment van 13 juli 1572 tot 21 augustus 1573 zijn beschreven in Verzeichnis des Niederländischen Krieg, in: Kronijk van het Historisch Genootschap te Utrecht, XV1, 1860. Graaf Otto overleefde de slag en is 4 december 1576 op 46 jarige leeftijd in Antwerpen overleden.

(7)Het Dronkemanshuisje was een befaamde herberg in de Haarlemmerhout ter hoogte van het huidige Eindenhout aan de Wagenweg. Volgens sommigen (Cornelis Bartholomeusz.) zou aanvoerder Van Batenburg tijdens het gevecht dronken zijn geweest. [‘Een cleyne corte memory off history beschrivinge van het beleg in Haarlem. Handschrift in Stadsbibliotheek Haarlem]. In het dagboek van Verwer wordt ook de nabijgelegen herberg Rustenburch in de Hout genoemd.

dronjemanshuisje.png

Herberg het Dronkemanshuisje op een latere tekening van Jurriaan Adriessen

(8) Adriaan Gerritsz. was in 1555 en 1556 vinder van de Cloveniersdoelen.

(9) P.C.Hooft, drost van Muiden, dichter, toneelschrijver en geschiedschrijver baseerde zich in zijn ‘Nederlandsche historiën’ ( Amsterdam, 1677) bij de beschrijving van het beleg op de berichten van o.a. de historici Emanuel van Meteren (1535-1612) en P.C.Bor (1559-1635). Bijlagen uit: ‘Haarlem uit Hooft’s Historiën. Amsterdam, 1939.

 Gebruikte bronnen en literatuur

-Heemstede-collectie NHA, archiefdoos 104;

-Willem Janszoon Verwer, Memoriaelbouck; dagboek van gebeurtenissen te Haarlem van 1572-1581. Haarlem, 1973;

Vooromlag Memoriaelbouck van Verwer

Vooromslag Memoriaelbouck door Willem Janszoon Verwer

– P.C.Hooft. Nederlandsche Historiën; 1677.

– ; Fr.de Witt Huberts. Haarlem’s heldenstrijd in woord en beeld 1572-1573. Den Haag, 1943;

– J.W.Wijn. Het beleg van Haarlem ’s-Gravenhage, 1982;

-G.van Duinen. Het Manpad en zijn bewoners. Heemstede, 1955. Hoofdstuk 9: Het gevecht bij het Manpad in 1573, p.60-63.

– J.van de Capelle. Het beleg en de verdediging van Haarlem. Haarlem, Nobels, 1886. 3 delen;

– S. Groenveld, Gerda H.Kurtz e.a. Men sagh Haerlem bestormen…Tentoonstellingscatalogus in de Vleeshal, Vishal en de Hoofwacht te Haarlem van 19 april tot en met 17 juni 1973;

Vooromslag van 'Men sagh Haerlem bestormen...'Op de prent vooraan Haarlem-Noord met rechts Huis ter Kleef, bezet door Don Frederik van Alva en zijn Spaanse troepen.

Vooromslag van ‘Men sagh Haerlem bestormen…’Op de prent vooraan Haarlem-Noord met rechts Huis ter Kleef, bezet door Don Frederik van Alva en zijn Spaanse troepen.

– W.G.M.Cerutti. Het stadhuis van Haarlem; Hart van de stad. Haarlem, Gottmer/Schuyt, 2001; hoofdstuk 3.1 Beleg (11 december 1572 -13 juli 1573);

– M.Gachard. Correspondence de Philippe II sur les affaires des Pays-Bas. Deel II. Brussel, 1851;

– H.de Veer. Het beleg van Haarlem. Panorama in Plantage Amsterdam., Amsterdam Tj.van Holkema, 1884;

-J.den Tex. Johan van Oldenbarnevelt. ’s-Gravenhage, Martunus Nijhoff, 1980.;

– NNBW: Bronckhorst en Batenburg (Willem van), tevens Wikipedia; en van der Noot, Gaspard (NNBW, deel 5)

Prent van Carnelis van Kittensteyn naar Pieter Jz. Saenredam, 1626

Prent van Cornelis van Kittensteyn naar Pieter Jz. Saenredam, 1626

 Bijlage 1: beschrijving uit dr.J.W.Wijn. Het beleg van Haarlem. Den Haag, 1982, p.147-149:

beleghaarlem2

Gravure van het beleg van Haarlem ,het noorden beneden . Rechtsboven de Noordzee en linksboven het Haarlemmermeer

‘Don Frederik’s troepen hadden reeds enige nachten in het bos in hinderlaag gelegen, toen de voorhoede van ’s Prinsen leger om twee uur in de nacht van 8 op 9 juli [andere bronnen spreken van 9 op 10 juli] de Spaanse stelling naderde. Zij bestond uit een afdeling ruiters, ieder meteen voetknecht achter zich op het paard. Zij werd gevolgd door de hoofdmacht, uit 23 vendels, omstreeks 4000 man, voetvolk bestaande, deels vrijwilligers uit de Zuidhollandse steden, deels Franse en Engelse hulptroepen, hier gebracht door de Lorges, zoon van Montgomery, een aanvoerder uit de Hugenotenoorlogen. Op de hoofdmacht volgden de wagens, en op deze weer afdelingen voetvolk en ruiterij. Het geheel stond onder commando van Batenburg met Barthold Entes als zijn luitenant. Bevelhebber der ruiters was Jhr. Jasper van der Noot, Heer van Carloo, van het voetvolk naar het schijnt Lazarus Muller. De bedoeling schijnt gewest te zijn, zich van het bos meester te maken en zich hier te verschansen, evenals, naar bericht wordt, Lumey reeds in december van plan was geweest. Hierop wijst ook het meevoeren van tien lichte stukken geschut en van een groot aantal musketvrije rolschilden, die door paarden werden voortgetrokken en nabij de vijand met handen door middel van een disselboom moesten worden voortbewogen. Te zamen konden zij een borstwering vormen voor 330 man in front. Een sterke Spaanse macht van infanterie en cavalerie, o.a. de beide juist uit Italië aangekomen regimenten St.Philippe en St.Jacques, resp. onder commando van Lopez d’Acuna en Pedro de Paz, lag terzijde van de marsweg in hinderlaag. Andere troepen stonden gereed om de verwachte uitval op te vangen. De zuidrand van het bos werd niet verdedigd, zodat de vijand hier letterlijk in de val werd gelokt. Toen de voorste ruiters in het bos op de Spanjaarden stietten, meenden zij in het duister met belegerden te oen te hebben. De aan het hoofd rijdende trompetter wenste hen goede morgen, en moet gezegd hebben; “Got Hab. lob fund dank, das ihr. doch einmal heraus seid”. Op het ogenblik echter dat hij de trompet wilde steken werd hij van zijn paard geschoten, en dat tevens het sein voor de aanval. Van een gevecht was nauwelijks sprake: de ruiterij werd dadelijk overhoop geworpen en stortte zich in volle ren op het voetvolk der hoofdmacht, dat tegelijkertijd in de flank werd aangetast door de beide Spaanse regimenten en twee compagnieën bereden arkebussiers van de kapiteins Valdez en Montero. De uitslag kon geen ogenblik twijfelachtig zijn: een algemeen sauve qui peut en grote slachting waren het noodzakelijk gevolg. Het aantal doden, dat op zevenhonderd kan worden begroot, viel ten slotte nog mee, doordat velen, door de duisternis en het duinterrein begunstigd, wijd en zijd een goed heenkomen wisten te vinden of zich schuil hielden; niet weinigen kwamen eerst na dagen zwervens bij hun onderdeel terug. Tot de gesneuvelden behoorden Batenburg, die zich bij de voorhoede had bevonden. Toen hij enige dagen te voren Leiden verliet, had hij beloofd, Haarlem te zullen ontzetten of voor de stad het leven te laten. Hij heeft zijn woord gestand gedaan en een weinig gelukkige krijgmansloopbaan met een eervolle dood besloten. Ook Carloo vond de dood op het slagveld en de Heer van Cloetinge wordt eveneens als zodanig genoemd. Tseraerts [jonkheer uit het Brabantse Geertruidenberg] die zich ook bij de voorhoede had bevonden, en Lazarus Muller worden als gewond genoemd; ook van de Engelsen, die ten getale van zeshonderd bij de tocht waren, sneuvelden een aantal officieren.

ruitergevecht

Ruitergevecht door Jacob de Gheyn verbeeld. De getrainde Spaanse ruiters waren superieur in de strijd tegen het bijeengeraapte Hollandse leger

Smartelijk werd in de Hollandse steden het verlies van een groot aantal burgers gevoeld, dat op de roepstem van Oranje huis en haard had verlaten om voor de zaak der vrijheid te strijden. Delft had 76 doden te betreuren, Gouda vijftig, Den Briel veertig, Rotterdam dertig. Tot degenen die ontkwamen, behoorden Johan Van Oldenbarneveldt, tien nog jong advocaat. Ook enige uitgeweken burgers uit Haarlem waren onder de doden, o.a. de kapitein der schutterij Dirk Mattheusz. Schatter. Al het geschut, veertien vaandels en de gehele wagentrein vielen in Spaanse handen, terwijl de Spanjaarden zelf nagenoeg geen verliezen hadden geleden. Aan kritiek op de leiding ontbrak het niet. Batenburg was, zo heette het, onbesuisd en zorgeloos voortgetrokken, en het verwijt, dat hij in dronkenschap zou hebben gehandeld, bleef hem niet bespaard. Inderdaad moet het als en grote fout beschouwd worden, dat de wagens tussen de troepen marcheerden alsof het een gewoon convooi gold. Wij mogen echter niet uit het oog verliezen dat het een bijna onuitvoerbare opdracht gold, vooral sedert de vijand gewaarschuwd was. De mening van de Prins was bewaarheid, die vreesde “dattet niet gelucken en soude datmen Haerlem met sulcken dangereusen aenslach ontsetten soude, ende dattet gheen borgheren werck en was”. De Prins werd nu weer kwalijk genomen, dat hij had toegegeven aan de “quaede roepers ende crijters: ; het is lastig, het iedereen naar de zin te maken! Het veldleger te Sassenheim, de enige mobiele macht waarover de Prins beschikte, was teniet gedaan, en reeds daarom iedere verdere poging tot ontzet uitgesloten. De Prins gaf hiervan kennis door een duif, die de zelfde dag om zes uur nog de noodlottige tijding bevestigde, welke reeds gebracht was door een burger van Gouda, die met gesneden sneus en oren in de stad zou zijn gearriveerd. Het planten van de veroverde vaandels op het bolwerk, nam de laatste twijfels weg. De zwarte vlag werd weer uitgestoken. Het enige redmiddel scheen nu nog de algemene uittocht, waarvan het plan reeds eerder bestaan had. De kapiteins lieten de burgers aanzeggen, zich gereed te houden om des avonds uit te trekken naar de schepen, die nog in de buurt van Heemstede lagen. De vrouwen, kinderen en ouden van dagen zouden worden achtergelaten. Het gevolg was die avond een erbarmelijke paniek onder de ongelukkigen,, die het lot van achterblijvers was toegedacht. Een geweldige oploop versperde de poorten; zieken, kreupelen en kraamvrouwen lieten zich op draagbaren en kruiwagens naar de poorten brengen of kwamen op krukken aanstrompelen; zelfs een blinder was onder de beklagenswaardige menigte. De wanorde was onbeschrijfelijk, er was geen doorkomen aan en van een uittocht kon geen sprake zijn. Met grote moeite werd het publiek bewogen naar huis te gaan. (…)’.

Beleg van Haarlem met het zuiden boven C.Decker fecit 17e eeuw

Beleg van Haarlem door Ant.Lafrery, Rome 1573. met het noorden onder en het zuiden boven, het Spaarne uitmonderd in het Haarlemmermeer; rechts daarvan Heemstede

beleghaarlem

Kaart van beleg Haarlem in 1573. links het noorden (Schoten) met de Spaanse troepen rond Huis ter Kleef. Boven het Spaarne, uitmondend in het Haarlemmermeer. Daaronder Heemstede en de Haarkemmerhout waar zich de zogeheten slag aan het Manpad zich grotendeels afspeelde, buiten de stadswallen van de stad.

 

Bijlage 2: 22 mei geboortedatum van de Nederlandse cavalerie met jonkheer Gaspard van der Noot, heer van Carloo als eerste ritmeester

Carloo.jpg

Het kasteel van de heren van Karloo in de omgeving van Brussel op een prent van Hans Collaert (1545-1626)

carloo1

De geografische ligging van Carloo (Carloy) ofwel Sint Job  in Ukkel, hoofdstedelijk gewest Brussel

ritmeester

Allegorische prent waarop prins Willem van Oranje een zak geld ontvangt van de Nederlandse leeuw nodig voor de strijd tegen de Spaanse overheersers. Rechts vermoedelijk ritmeester Gaspard van der Noot. Voorts zijn trompetters te paard en trommelslagers afgebeeld. Op de achtergond een in aanbouw zijnd oorlogsschip.

‘Prins Willem van Oranje geeft op 22 mei 1573 jonkheer van der Noot, heer van Carlo, opdracht een vaandel ruiterij op te richten. In een commissiebrief wordt onder andere gescproken over “Ritmeesterschap over de peerden te doen lichten tot 200 of 300 toe”. Mogelijk is dit de eerste officiële brief waarmede de rang van ritmeester zijn intrede doet. Het is tevens de oudst bekende commissiebrief. Op 22 mei 1573 is de Nederlandse cavalerie geboren. In de nacht van 9 op 10 juli 1573 strijden de ruiters onder Jonkheer van der Noot tegen de Spanjaarden voor Haarlem. In de slag bij het Manpad sneuvelt van der Noot. Graaf Lodewijk van Nassau verrast in 1572 met duizend man voetvolk en vijfhonderd ruiters de stad Bergen (Mons) in Henegouwen. Met zijn ruiters galoppeert hij door de stad. Buiten de stad gekomen laat hij achter elke ruiter een voetknecht opstijgen. Zij bezetten daartoe de stad (bron: historie Cavalerie)’. http://members.home.nl/tetrode/Geuzen/Batenburg/htm

zegel

Zegel van jonkheer Gasper van der Noot, heer van Carlo(y)

 

Gravure van ritmeester door Cornelis Claeszoon Visscher

Gravure van een ritmeester door Cornelis Claeszoon Visscher

Biografie van Gaspard van der Noot, heer van Carloo, uit: Nieuwe Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel 5, kolom 376: ‘Broeder van Charles, den vader. Hopman in dienst van Philips II, was ook hij lid van het Compromis en toog met Paschen 1567 met andere gereformeerden uit in ballingschap. Door den Bloedraad ingedaagd, werd hij verbannen, was betrokken bij den aanslag van Groenendael op Alva (April 1568) en voegde zich bij den Prins van Oranje, aan wiens veldtocht hij deelnam. Ook later werkte hij met den Prins samen, in 1570 bij Unico Manninga in Oost-Friesland. Hij sneuvelde als ritmeester 9 juli 1573 in den slag op het Manpad voor Haarlem. Hij was gehuwd met Jeanne d’Enghien en liet een zoon na. De Carloo van 1583 (Archives VIII, 280) moet een ander geweest zijn, misschien deze Jean’.  Over hem: Archives II, 82; III, 292: IV, 45 en 56; VIII, 281; Van Meteren, fol, 82   [Blok]. 

nootplantsoen

Van der Nootplantsoen op de Bernhardkazerne in Amersfoort (bron: Geschiedenis en traditie Nederlandse Cavalerie, 2017)

Biografie van Willem van Brockhorst en Batenburg, heer te Steyn en Batenburg (1529-1573) uit N.N.B.W., deel 10.

munt

Willem van Bronckhorst-Batenburg liet in 1564 bovenstaande munt slaan. Er staat een meesterteken op en een jaartal, evenals een keizerlijke gekroonde dubbelkoppige adelaar met borstbeeld (bron: Mevius)

‘Was zoon van Herman Bronckhorst en Petronella van Praet, oudste broeder van Karel (kolom 475), overleden 10 Juli 1573, nam uit misnoegdheid dat de keizer zijn verzoek om voorspraak voor zijne door Alva veroordeelde broeders, Dirk en Gijsbert (kolom 475) had afgewezen, dienst in het leger van den prins van Oranje. Zijn geldersche heerlijkheid Batenburg werd 12 Februari 1569 op last van het hof van Brabant te Brussel in beslag genomen; Steyn bleef daarvoor bewaard, omdat het eene rijksheerlijkheid was. In de lente van 1572 zond de Prins hem naar Zeeland om orde te stellen in zaken van belastingen; nadat Lumey in hechtenis was genomen, werd hij in diens plaats tot overste-luitenant van ’s Prinsen krijgsvolk benoemd. Hij trachtte 28 Meo van dat jaar met Marinus Brand de Spanjaarden op het Haarlemmer Meer te bestoken, doch zij namen, eer het tot een gevecht kwam, de vlucht vor Bossu, die hen achtervolgde en 22 vaartuigen veroverde. Bronckhorst begaf zich toen naar Ouderkerk aan den Amstel, welk dorp hij na enige schermutselingen innnam en versterkte doch waar hij door de sterke verschansingen des vijands op het kerkhof niet veel kon uitrichten. Bij de bekende poging om Haarlem te ontzetten (8 Juli 1573), viel hij met zijn troepen in een hinderlaag, werd gevangen genomen en stierf 2 dagen later aan zijn wonden, zoals blijkt uit een brief van prins Willem I aan zijn broeder graaf Jan, waarin deze verzoekt de weduwe te troosten. Zijn dood werd te minder betreurd daar men hem beschuldigde van door zijn dronkenschap onbekwaam te zijn geweest de hem toevertrouwde onderneming te leiden. Willem van Bronckhorst had bij zijn eerste vrouw Johanna van St.Omer, weduwe van Halewijn van Boringen, geen kinderen; van zijn tweede Erica, gravin van Isenburg, een zoon Herman Dirk, die zich reeds voor 1579 met den koning van Spanje verzoende, zijn vader in de goederen en heerlijkheden van Steyn en Batenburg opvolgde en ongehuwd te Thorn in 1602 overleed. Diens opvolger was Maximiliaan, zoon van Karel (kolom 478) die zich met den Koning verzoende, daarom in 1582 vijand der republiek werd verklaard (volgens L.Meulndijks in Publ. Limb. XX (1883), 229, zou dit Jacob van Bronckhorst betreffen), in 1602 heer van Steijn, Batenburg en Barendrecht werd en in 16141 overleed na tweemaal getrouwd te zijn geweest.’ (Flament).

 

=======================

Tekening van gedenknaald aan de Herenweg nabij Huis te Manpad (NHA)

Tekening door A.J.Eymer (1803-1868) van gedenknaald aan de Herenweg nabij Huis te Manpad (NHA)

man3

Gedenknaald Manpad op een houtgravure uit 1840

 

Recente foto van kortgeleden gerestaureerd monument bij het Manpad

Recente foto van kortgeleden gerestaureerd monument bij het Manpad

Inscrities met tekst in herinnering aan succesvolle slag in 1304 tegen de Vlamingen en in 1573 verloren strijd tegen de Spanjaarden

Inscrities met tekst in herinnering aan succesvolle slag in 1304 tegen de Vlamingen en in 1573 verloren strijd tegen de Spanjaarden: ‘Ter eere van Witte van Haemstede grave Floriszoon van Holland en van de brave burgers van Haarlem die met hem de vreemde mannen langs dit pad verdreven den XXVI april MCCCIII en ter eere van hen die tot ontzet van Haerlem bij dit Mannepad hun leven waagden den VIII JULIJ MDLXXIII. Twee andere vlakken van het voetstuk zijn gesierd met de heraldische wapens van Haemstede en Haarlem

man1.jpg

Aan andere zijde is het stadswapen van Haarlem uitgebeeld: een zwaard (toegekend door keizer Frederik II nadat de Haarlemmers circa 1480 Damiate in Egypte veroverden door de ketting kapot te varen)  met daarboven een kruis (vervolgens toegekend door de patriarch van Jeruzalem) en geflankeerd door vier zespuntige sterren

teengs1

Recente foto van de gedenknaald aan de Herenweg Heemstede (Jan Teengs)

Teengs2.jpg

Nog een foto van het monument in herinnering aan de slag(en) aan het Manpad op de hoek van de Herenweg en Manpadslaan (Jan Teengs)

P1000997.JPG

Rechts het stadswapen  van Haarlem op de gedenknaald aan het Manpad in Heemstede

Plink1

Regimentskolonel Hans van Dalen legt op 10 juli 2017, exact 444 jaar na de veldslag ,een bloemstuk neer bij de gedenknaald aan de Herenweg te Heemstede ter ere van de eerste gesneuvvelde ritmeester Gaspard van der Noot en de andere omgekomen ruiters en soldaten

P1000998.JPG

Postume eer aan de gevallenen der cavalerie 10 juli 1573

plink8

Aanwezigen bij de eerste herdenking 10 juli 2017. V.l.n.r.initiatiefnemer luitenant-kolonel honorair Willem Plink uit Apeldoorn, namens de Historische Vereniging Heemstede Bennebroek: Daan Kerkvliet, mw. Ellen Kerkvliet-van Holk, Hans Krol, kolonel H.L.van Dalen en Axel Rosendahl Huber, oud-ritmeester der Huzaren.

===============

beleg

Beleg van Haarlem 1572-1573. Gravure door Coenraad Decker, 1730.

belegschilderij

Schilderij van Huis te Kleef, in het noorden van Haarlem, waar Don Frederik met zijn Spaanse troepen bivakkeerde

belegdonfrederikkleef

Kaart uit Panorama van het beleg van Haarlem, met tekening door Johan Braakensiek

belegdonfrederikverlaat

Don Frederik verlaat het huis ter Kleef om zich naar de strijd te begeven. Tekening door Ch.Rochussen