Tags

, ,

ARCHIEF EN BIBLIOTHEEK VAN STICHTING DE BETHUNE BIJ KORTRIJK

In Standaard der Letteren van 18 januari 1996 schreef Chris Weymeis het volgende over de bibliotheek van Emmanuel de Bethune: ‘Het is ongetwijfeld de droom van elke ware boekenliefhebber met een zekere collectie een ruimte te bezitten waar hij of zij kan werken te midden van zijn kleinodiën. De Kortrijkse burgemeester, baron Emmanuel de Bethune, kon die droom waarmaken en richtte de orangerie en het koetshuis van zijn kasteel in Marke volledig als bureau en bibliotheek in.

Kasteel van familie De Bethune in Marke bij Kortrijk op een oude prentbriefkaart

De geschiedenis van die bibliotheek is een verhaal op zich. Een verhaal dat honderdvijftig jaar geleden begon toen betovergrootvader Felix Bethune met de uitbouw van het boekenbezit begon.

Felix

Felix Bethune (1789-1880), zoon van Jean Baptiste Bethune Jr. en Thérèse Delebecq, en grondlegger van de huidige stichtings- bibliotheek

Bethunefeliv1789-1880.jpg

Felix de Bethune (1789-1880)  en familie in de vijver van het park

Felix was niet alleen lid van het nationaal Congres dat de onafhankelijkheid van ons land in goede banen moest leiden, maar ook burgemeester van Kortrijk en senator.

Heraldisch wapen van De Bethune en wapenspreuk: ‘Nec Auro Armis’ = noch goud noch wapens

Voor zijn verdiensten werd hij in 1845 in de adelstand verheven. Tien jaar later kreeg hij het recht de titel van baron te voeren. Felix’ zoon, Jean-Baptiste Bethune, is ongetwijfeld de bekendste telg uit de familie. Deze archeoloog-architect geldt als de belangrijkste verdediger van de neogotiek in België; hij stichtte ook de Sint Lucasscholen.

Bethunejb

Architect Jean-Baptiste de Bethune (1821-1894)

 

Het kasteel van Loppem, ontworpen door architect Jean-Baptiste de Bethune

Zijn descendent, Emmanuel de Bethune, was burgemeester van Oostrozebeke en van Marke. In 1904 kreeg de familie officieel de toelating om de erfelijke titel de Bethune te dragen. Ook de vader van Emmanuel de Bethune, Jean-Baptiste, vervulde verscheidene politieke mandaten. Hij was Westvlaams provincieraad en schepen van Marke. De familiale interesse voor boeken zorgde ervoor dat de bibliotheek thans tussen de dertig- en veertigduizend titels bevat. Het is een eer gerichte collectie die steunt op enkele belangrijke pijlers. Vooreerst is er het omvangrijke familiearchief. Volgens Emmanuel de Bethune houdt zijn familie al sinds de 18de eeuw alle mogelijke “papieren” bij. Zowel eigendomsbewijzen als rekeningen van bakker en beenhouwer. Met als gevolg dat het familiearchief-de Bethune nu ongeveer zo’n vijf- tot zeshonderd strekkende meter beslaat. Het archief bevat ook heel wat publicaties, nota’s en plannen van Jean de Bethune, de “vader van de neogotiek” in ons land.

Kijkje in het familiearchief van De Bethune

Deel van de bibliotheek De Bethune

Emmanuel de Bethune betreurt dat er soms studies over de neogotiek verschijnen zonder dat het familiearchief werd geraadpleegd. Meer dan eens hadden door zo’n bezoekje storende fouten of regelrechte onjuistheden kunnen worden vermeden. Een tweede pijler van de familiale boekencollectie is “West-Vlaanderen’. Alles wat in de kustprovincie aan de (kunst)historische en literaire publikaties verschijnt, tracht de Bethune te verwerven. Volgens Emmanuel de Bethune verschijnen er nog jaarlijks ongeveer vijftig boeken over kunst en geschiedenis in de provincie. Daarbij moeten nog de talrijke brochures en de vele tijdschriften worden gerekend. Zo is de bibliotheek op ruim driehonderd Westvlaamse tijdschriften geabonneerd. Daarnaast is er nog de rijk gevarieerde collectie vlugschriften, gaande van toeristische folders tot uitnodigingen voor vernissages. De Bethune is niet erg te spreken over de kwaliteit van recente publikaties. Echte doorwrochte werken, gesteund op uitgebreid onderzoek, worden een zeldzaamheid. Vele boeken bieden een compilatie van al eerder in andere werken is verschenen. Vooral de zogenaamde fotoboeken, een apart onderdeel van de bibliotheek, zijn volledig ondermaats. De bron volgt niet leen recente publikaties. Hij tracht ook de verzameling te vervolledigen. Zo bezit hij vrijwel alles wat door Brugse drukkers vòòr 1800 werd gedrukt. Vanaf de negentiende eeuw nemen de publikaties echter een zodanig hoge vlucht dat van volledigheid nog enkel kan worden gedroomd Een dezelfde drang naar volledigheid heeft de Bethune echter ook wat zijn collectie Kortrijkse en Ieperse drukken betreft. Terecht trots is hij op zijn collectie Westvlaamse boekenveilingcatalogi die verschenen tussen circa 1770 en 1880. Hij bezit er zo’n tweehonderd, terwijl een professor er ooit, na maanden speurwerk, maar een dertigtal wist op te diepen. Evenveel liefde koestert de Bethune voor zijn handschriften en incunabelen. Het is een zeer bescheiden collectie die, uit veiligheidsredenen, niet in de bibliotheek zelf worden bewaard. In handschrift bezit hij een regel van Benedictus uit 1474, die in 1606 toebehoorde aan de Brugse Sint-Godelieve-abdij. Bij de wiegedrukken gaat zijn voorkeur uit naar een werk dat Hubertus Goltzius op vraag van Marcus Laurinus in 1576 in Brugge drukte. Een derde pijler, naast het familiearchief en de (kunst)historische collectie, van Emmanuel de Bethunes bibliotheek wordt gevormd door prozawerken van Westvlaamse auteurs. De Kortrijkse burgemeester geeft grif toe dat niet naar volledigheid wordt gestreefd. Hij tracht wel alle eerste drukken vast te krijgen van lievelingsauteurs als Stijn Streuvels en André Demets. Een bijzondere voorliefde, hoe kan het ook anders in West-Vlaanderen, gaat uit naar Guido Gezelle, van wie de Bethune enkele zeldzame publikaties bezit. De interesse voor de dichter werd in de hand gewerkt doordat de priester nauwe banden onderhield met de familie toen hij onderpastoor in Kortrijk was. Gezelle was als biechtvader dikwijls te gast op het kasteel in Marke en stond aan het sterfbed van Jean Bettine en negen dagen later aan dat van diens echtgenote Emilie van Outryve d’Ydewalle.

beeld.jpg

Borstbeeld van de priester-dichter Guido Gezelle (1830-1899) bij de kerk van Kortrijk, vervaardigd door Jules Lagae

Hoewel zijn bibliotheek ontzettend omvangrijk is, weet baron Emmanuel de Bethune verduiveld goed wat er zich in zijn collectie bevindt. Het grootste deel van zijn vrije tijd spendeert hij eraan. Hoewel hij al acht jaar hulp krijgt van zijn chauffeur-bibliothecaris Filip Peperstraete, zet de Bethune nog altijd eigenhandig de boeken per auteur op fiche en plaatst hij zelf de publikaties in de rekken. Zijn bibliotheek is geen gesloten bastion. Jaarlijks komen er een vijfentwintigtal academici, universiteitsstudenten of andere bezoekers na afspraak zijn bibliotheek consulteren. Op die manier hoopt de baron een bijdrage te leveren tot de samenstelling van betere (kunst)historische publikaties in West-Vlaanderen’.

In het tijdschrift ‘Vlaanderen’, jaargang 50 (200) gaf Emmanuel de Bethune onder meer de volgende geschiedenis van ‘de bibliotheek van het kasteel van Marke’: ‘(…) De bibliotheek is uiteraard het werk van de vele verzamelaars die de familie de Bethune rijk was. Bibliofilie mag las een familietrek worden beschouwd. Maar het zou toch verkeerd zijn de huidige bibliotheek te zien al het resultaat van een gestage, continue aangroei, waaraan alle generaties traditiegetrouw als het ware, een gelijke bijdrage hebben geleverd. Het ene familielid was uiteraard meer door de microbe gebeten dan de andere. Elk van de verzamelaars heeft daarenboven zijn eigen accenten gelegd, zowel inhoudelijk als geografisch. Het is daarom misschien nuttig om kort te schetsen hoe de huidige bibliotheek tot stand kwam. De eerste boeken komen uit de nalatenschap van Pierre Bethune, maitre-épicier in Rijsel. De boedelbeschrijving bij zijn overlijden in 1735, vermeldt, naast enkele praktijkboeken voor de handel, een 15-tal werken, natuurlijk van religieuze aard. Hij kan dus bezwaarlijk een bibliofiel worden genoemd. Toch is het opmerkelijk dat hij zijn eigen archief goed bijhield en zijn zoon, Jean-Baptiste,er belangstelling voor had dit verder te bewaren. Dit lukte niet volledig, maar door de onachtzaamheid van zijn andere zoon , maar Pierre Bethune ligt dus wel aan de oorsprong van het uitgebreide familiearchief, dat ook  nog op het kasteel van Marke wordt bewaard. Naast het zorgvuldig  bijhouden van het eigen archief, blijft het wel nog drie generaties wachten tot de eerste echte verzamelaars in de familie opduiken. Jean-Baptiste de Bethune (1821-1894), glazenier, architect, promotor van de neogotiek, en zelf ook publicist is de eerste. Dankzij de catalogus, die zijn kinderen voor hem samenstelden naar aanleiding van zijn zilveren bruiloft, hebben we vandaag een goed zicht op zijn verzameling. Zij sluit nauw aan bij zijn interesse voor de middeleeuwse kunst, die voor hem de bron was voor zijn neogotische ontwerpen. Als voortrekker van de zgn. wetenschappelijke neogotiek, kocht hij voor de documentatie en studie vele negentiende-eeuwse standaardwerken in het genre, zoals bijvoorbeeld van .W.Pugin en Violet-le-Duc. Opmerkelijk zijn vooral de vele kunsthistorische platenboeken die zijn collectie rijk is. Zijn jongste broer, Monseigneur Felix de Bethune (1830-1909), numismaat en medestichter van de Belgische Maatschappij voor Numismatiek (1849), had eveneens een uitgebreide bibliotheek. zoals uit de lijvige rapporten bij zijn overlijden blijkt, was zijn 15de eeuwse huis in Brugge, een echt museum, zowel van Chinees porselein als van Vlaamse primitieven, en natuurlijk ook van antieke en middeleeuwse munten en penningen. Drie van de zoon van Jean-Baptiste ontpopten zich ook tot de ware liefhebbers van het boek. Waar hun vader boeken aanschafte in functie van zijn interesses, herkennen wij in Jean-Baptist de Bethune de Villers (1852-1907) en Joseph de Bethune (1859-1920) de systematische verzamelaars. Het hoofdaccent ligt bij hen, net als bij hun vader, niet alleen op het boek als artefact. Zij hebben ook interesse voor het, op het eerste gezicht, minder belangrijk drukwerk. Waar Joseph als bibliothecaris en conservator van het Kortrijkse museum, zijn aandacht vooral richt op de streek van Kortrijk, heeft Jean-Baptiste, later gouverneur van de provincie, ook oog voor de geschiedenis, de kunst en de literatuur van geheel West-Vlaanderen.

bibliotheekwapen

Bibliotheek de Bethune en het familiewapen

Volledigheidshalve mogen we zeker de derde zoon, François de Bethune (1868-1938), niet vergeten. Als professor in de Romaanse filologie aan de katholieke Universiteit van Leuven legde hij een indrukwekkende verzameling aan van werken binnen zijn vakgebied. Na hun overlijden is de situatie van het boekenbezit grosso modo als volgt. Joseph de Bethune heeft zijn verzameling geschonken aan de stad Kortrijk, het zogenaamde fonds Joseph de Bethune, waarvan alleen nog maar de catalogus van de boeken in druk is verschenen, en dat niet minder dan 5.738 items telt. François heeft zijn verzameling in 1931, nog voor zijn overlijden, aan de universiteitsbibliotheek geschonken, waar een aantal zaaltjes geheel aan zijn, meestal schitterend ingebonden, boeken zijn gewijd. Jammer genoeg gaan de meer dan 4.000 banden verloren bij de door de Duitsers aangestoken brand van mei 1940. De verzameling van Jean-Baptiste de Bethune de Villers blijft quasi onaangeroerd liggen op het kasteel van Banhout in Heestert. Ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog komt een deel op zolder van het kasteel terecht en zal daar blijven tot de verhuizing naar Marke in 1959. Op het kasteel van Marke wordt verder een belangrijk deel van de bibliotheek van Jean-Baptiste Sr. bewaard en aangevuld, eerst door zijn jongste zoon Emmanuel de Bethune (1869-1909), en vervolgens door diens zoon Jean-Baptiste de Bethune (1900-1981).De Tweede Wereldoorlog brengt één en ander in een stroomversnelling. De boeken die in Marke bewaard werden, ondergingen een ware diaspora. Daarenboven is de verzameling allang te groot geworden voor de al bij al kleine bibliotheek in het kasteel. De oorlog had ook tot gevolg dat de oranjerieplanten de winters niet hadden overleefd en de oranjerie er daarna leeg bleef. Bovendien had de zoon van Jean-Baptiste, en schrijver dezes, al vlug interesse voor de bibliotheek en het archief. Belangrijk daarbij is dom Jean-Demascène Broeckert (1915-1996), lesgever aan de abdijschool van Zevenkerken (Sint-Andries, Brugge) en tevens de gedreven bibliothecaris van de abdij. Het brengt de jonge scholier de ware liefde voor het boek bij. Uit die samenloop van omstandigheden, ontstond het idee om de verzameling op één plaats onder te brengen en werd in de oranjerie in 1952 omgebouwd tot bibliotheek, waarbij er inspiratie werd gevonden in de bibliotheek met zijn openrekkenysteem. Men slaagde er ook in de “vergeten” collectie uit Banhout in de Markse bibliotheek onder te  brengen. Alle boeken krijgen een plaats, een catalogus wordt opgezet, er wordt veel werk gemaakt van het vervolledigen van de tijdschriften. Er wordt naar gestreefd zoveel als mogelijk de hedendaagse publicaties die over West-Vlaanderen verschijnen aan te kopen, en, volledig in de geest van Jean-Baptiste en Joseph, wordt er ook klein drukwerk bewaard. Voor zover er geen woekerprijzen worden gevraagd, wordt ook uit veilingen of antiquariaat aangekocht (…)’.  Tussen bibliotheek en archief in, is er nog een verzameling van prenten en gravures, foto’s, postkaarten, menu’s, overlijdenissen, huwelijksberichten, bidprentjes…die ook grotendeels geïnventariseerd zijn. Boeken verzamelen als hobby blijft een echte sisyfusarbeid. Het is nooit gedaan en zal ook nooit eindigen. het enige voordeel van een verzameling zoals deze in Marke, berust in het feit dat niet minder dan vijf generaties van éénzelfde familie zich voor hetzelfde doel hebben ingezet: het bijeenbrengen van zoveel mogelijk gegevens over de eigen streek, in casu West-Vlaanderen. De wijze raad van Joseph de Bethune indachtig: “Vernietig nooit een gedrukt of geschreven document, hoe onbeduidend ook. Na zeven jaar zal je beslissen het te bewaren, twintig jaar later zal het je van pas komen en in minder dan een eeuw zal het waardevol en kostbaar zijn”. ‘

Publicaties van Emmanuel de Bethune (1930-2011):

-Vyve-kapelle. Een neogothische droom in ’t Oosten van Brugge, in: Biekorf, 1978, p.313-320.

-Het kasteel van Marke. 1980.

-De bibliotheek van het kasteel van Marke. In: Vlaanderen, 2001, p.271-272.

-Esquisse généalogique de la famille de Bethune. Marke, 2002.

-Les Béthune sous l’Ancien Régime: une lignée courtraisienne originaire du Tournaisis. Brussel, Office généalogique et héraldique de Belgique, 2005.

-Gedachten en verhandelingen: Kortrijk van 1964 tot 2000. Kortrijk, Groeninghe, 2006. ISBN 90-77723-47-1.

gedachten en herinneringen

Vooromslag van boek met memoires van bestuurder Emmanuel de Bethune Ebijschrinvoeren

-Le château de Marke. Deux cents d’histoire. Kortrijk, Stichting de Bethune, 2010.

Baron Emmanuel de Bethune in zijn bibliotheek. Links het borstbeeld van architect Jean Baptiste de Bethune. (foto Marc Cels)

[Overgenomen uit ‘Boekenmensen’ onder redactie van Diane’s Heeren & Nora de Smit. Met foto’s van Marc Cels. Antwerpen, Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven, 1996]. Na een Woord vooraf van Leen van Dijck en een essays van Ludo Bekkers: ‘Over de fotojournalistiek van Marc Cels’, en van Diane’s Heeren; ‘Lezers en boekengekken’ zijn in totaal 45 particuliere bibliotheken beschreven en gefotografeerd van de volgende bibliofiele verzamelaars uit Vlaanderen; 1) Hans van Acker, 2) Eddy Ausloos, 3)Richard Baeyens, 4)   Jan Beddegenoodts, 5) Nelleke Berns, 6) Emmanuel de Bethune, 7) Paul Bockstaele, 8) André Bollen, 9) Kenneth Bouman, 10) Christine van Broeckhoven, 11) Grietje van Emelen & Jan Remans, 12) Jan d’Haese, 13) Johan Huys, 14) Elly Indestege, 15) Gust Keersmaekers, 16) Marian Lens, 17) Gonda Lesaffer, 18) Luc Maes, 19) Jef Meert, 20)Anthony Merten, 21) Wim de Mont, 22) Frida Morel, 23) Frans Mulier, 24) Rita Mulier, 25) Hugo Neirickx, 26) Johan Pas, 27) Wim Pas, 28) Sylvia van Peteghem, 29) Robert Pourvoyeur, 30) Renaat Ramon, 31) Kitty Roggeman, 32) Adriaan de Roover, 33) Boris Rousseeuw, 34) Majo de Sadeleer, 35) Willem Schrickx, 36) Gerd Segers, 37) Ludo & Leentje Simons, 38) Etienne de Smedt, 39) Marcel de Smedt, 40) Jan Struelens, 41) Johan Vercruysse, 42) Marc Vuijlsteke,43) Werner Waterschoot, 44) Andries Welkenhuijsen, 450 Veerle Weverbergh & Leo de Haes.

Het exlibris van De baron Jean Baptist de Bethune (1821-1894)

In het standaardwerk van professor Piet J.Buijnsters: ‘Geschiedenis van antiquariaat en bibliofilie in België (1830-2012). Nijmegen, uitgeverij Vantilt, 2013 is o.a. het volgende geschreven over Emmanuel de Bethune (1): ‘Baron Emmanuel Pierre Marie Ghislain de Bethune (Marke, 18 juli 1930 – 4 november 2011) behoorde tot een adellijke familie waarvan de stamboom opklimt tot midden zestiende eeuw. Guido Gezelle onderhield al biechtvader een nauwe band met de familie in de tijd dat hij onderpastoor te Kortrijk was. De familie werd overigens pas op 5 maart 1845 in de Belgische adelstand opgenomen. De bekendste figuur uit dit geslacht was Jean-Baptiste [de] Bethune (1821-18940, architect en pionier van e neogotiek in België. Baron Emmanuel de Bethune is achterkleinzoon. Hij is getrouwd met Margaretha van Cauwelaert de Wyels (*1935). Het echtpaar heeft vier kinderen, onder wie dochter Sabine (senaatvoorzitter) en zoon Jean (West-Vlaams provincieraadvoorzitter). Na zijn universitaire studies verbleef De Bethune met zijn vrouw enige jaren in Congo, waar hij lesgaf aan de universiteit, totdat de onafhankelijkheid van dat land in 1960 hem voorgoed deed terugkeren naar België. Hij werd er burgemeester van Marke en van Kortrijk. Emmanuel (Manu) de Bethune was een echte pater familias. Hij was eigenaar/beheerder van een omvangrijke bibliotheek en een privéarchief, voor de ontsluiting waarvan hij een Stichting de Bethune heeft opgericht. Sinds 2000 leidde hij een teruggetrokken leven op zijn kasteel van Marke bij Kortrijk. Daar bevindt zich in de orangerie de nog grotendeels ongecatalogiseerde familieverzameling. Ze bevat veel genealogie en heraldiek en uitgebreid archiefmateriaal over het kasteel en de West-Vlaamse regio. Emmanuel de Bethune heeft in de bundel Boekenmensen en in het tijdschrift Vlaanderen een globale beschrijving van de bibliotheek op het kasteel van Marke gegeven. Het interessant, voor over dat zonder nadere inspectie te zeggen valt, lijken de laatmiddeleeuwse handschriften, waaronder een Sarijshandschrift uit de IJsselstreek (2) en een handschrift uit 1474 met de regel van Benedictus, dat in 1606 nog toebehoorde aan de Sint-Godelieve-abdij te Brugge.

Sarijs

Geïllustreerde pagina uit Sarijshandschrift

Godelieve

Titelblad van ‘Het goddelijck leven van de heylige maaget en martelaresse Godelieve…’.  Duinkerken, circa1750 (collectie de Bethune)

brugs

Brugs boekje met het exlibris van De Bethune

document.JPG

Archiefstuk betreffende kasteel Loppem, uit het architectuurarchief van Jean Baptiste Bethune in de bibliotheekcollectie

boek.jpg

Annik Adriaenssens publiceerde een boek over de textielhandel die de familie Bethune fortuin bracht.

Verder de ongeveer zeshonderd Brugse drukken van vòòr 1800 en een reeks Brugse veilingcatalogi uit de jaren 1170-1880. Hoewel het geen publieke bibliotheek betrof, was baron de Bethune altijd bereid serieuze belangstellenden informatie te verschaffen en toegang te verlenen tot zijn boekenschat. Wat er nu, na zijn overlijden, staat te gebeuren, valt nog moeilijk te zeggen’ (3).

Bidprentje Emmanuel Pierre Marie Christian Baron de De Bethune

Noten

(1)Bronnen: Boekenmensen, p.30-31. Emmanuelle de Bethune .‘De bibliotheek van het kasteel van Marke, in Vlaanderen 50, 5 (2001), p.271-272; idem Gedachten en herinneringen. Uitgeverij Groeninghe, 2006; idem Le chateau de Mark Deux cents ans de histoire. Marke, Fondation de Bethune, 009; website van de Stichting de Bethune.

(2)Zo meldt mij Elly Cockx-Indestege in een brief van 3 mei 2011 onder verwijzing naar Lydia S.Wierda. De Sarijs-handschriften. Zwolle, 1995.

(3)Over de toekomst van collectie: de Stichting de Bethune schrijft Werner Peene in 2017: ‘Ondanks de wens van de familie de Bethune om alles zo goed mogelijk te documenteren en te bewaren kon, zoals in vele familiearchieven, een zekere versnippering van het patrimonium niet worden vermeden. Diverse erfenissen zorgden ervoor dat de archief- en bibliotheekbescheiden zich over de verschillende takken van de familie verspreidden. Deze versnipperring werd halverwege de 20e eeuw stopgezet en geleidelijk ongedaan gemaakt dankzij de inzet van de pater familias, Emmanuelle de Bethune (1930-2011). Om een herhaling van deze problematiek in de toekomst te vermijden, richtte hij in 2004 de Stichting de Bethune op. De Stichting heeft als doel te waken over de bescherming, het behoud en de uitbreiding van de goederen en rechten verbonden met het erfgoedgeheel van de familie de Bethune. Ze zorgt ervoor dat het archief en de bibliotheek van de familie als geheel bewaard blijven.’


Boekenkasten in bibliotheek van Stichting De Bethune

Beknopte historische schets van de familie de Bethune (door Werner Peene): 

‘De geschiedenis van de familie de Bethune gaat minstens terug tot de 16de eeuw. Hun oudste bekende voorvader was Louis Bethune (1551-1632), een landbouwer, afkomstig uit Mont-Saint-Aubert, nabij Doornik. Zijn kinderen bleven in deze regio wonen, maar ten gevolge van diverse oorlogen, waaronder de “Negenjarige oorlog” (1688-1697) vluchtten zijn achterkleinkinderen naar Rijsel, waar ze opgevangen werden door de jongste broer van hun moeder, Jean Bardoel. Pierre Bethune (1672-1735) richtte er een welvarende specerijenhandel op. Deze nam het grootste deel van zijn tijd in beslag, waardoor hij pas op 45-jarige leeftijd in het huwelijksbootje stapte. Zijn echtgenote was Marie-Thérèse Quiébé en samen kregen ze zes kinderen. Hun jongste zoon Jean-Baptiste (1722-1791) verhuisde naar aanleiding van zijn eigen huwelijk naar Kortrijk.

schilderij.jpg

Geschilderd portret van Jean-Baptiste de Betune (1722-1791)

Het tot stand komen van dit huwelijk ging niet zonder slag of stoot. Jean-Baptiste schreef meerdere brieven met de vraag  naar de hand van Marie-Thérèse van Dale. pas na de tussenkomst van pater Dutoict gaf Joseph van Dale, de broer van Marie-Thérèse, de toestemming tot het huwelijk. Eenmaal getrouwd nam Jean-Baptiste de linnenhandel van de familie van Dale over. De zaak kende een enorme bloei en zou tot midden 19de eeuw, onder de naam “Bethune & Fils” in handen van de familie blijven. Jean-Baptiste junior (1757-1791) zou de zaak zelfs uitbreiden met twee blekerijen en wist de omzet maar liefst te verzesvoudigen. Hij stierf echter jong en het was dus zijn weduwe Marie-Thérèse Delebecq, die de fabriek na de Franse Revolutie opnieuw zou beheren. Dit samen met haar nieuwe echtgenoot François van Ruymbeke. Met de opbrengst van de zaak liet het koppel onder meer het huidige kasteel van Marke bouwen.

portret

Portret van bouwheer François van Ruymbeke (1770-1840)

Vanaf de 19de eeuw zou de familie zich meer politiek gaan oriënteren. Felix Bethune (1789-1880), de tweede zoon van Jean-Baptiste junior en Marie-Thérèse, was lid van het Nationaal Congres (de eerste wetgevende vergadering van de Belgische staat), senator en burgemeester van Kortrijk. Vanwege zijn politieke verdiensten zou de familie in de adelstand verheven worden. ook zijn kinderen en kleinkinderen traden in zijn voetsporen. Tot nu toe telt de familie maar liefst vijf schepenen, vijf provincieraadsleden, één gouverneur en één volksvertegenwoordiger.

senaat

Senaatvoorzitter Sabine de Bethune. dochter van Emmanuel de Bethune, welke laatstgenoemde o.a. burgemeester was van Kortrijk van 1987-1989 en 1995-2000).

Op artistiek vlak was de familie eveneens actief. Vooral Jean-Baptiste Bethune (1821-1894) verwierf als pionier van de neogotiek in België zekere faam. Hij realiseerde tal van bouwwerken, zoals het kasteel van Loppem, de abdij van Maredsous, het Engels Seminarie te Brugge en ook de Sint-Brixiuskerk te Marke is van zijn hand. Hiernaast richtte hij samen met de Broeders van de Christelijke Scholen de Sint-Lucasscholen op te Gent. deze scholen werden bekend om hun vakbekwame ambachtslieden, die werkten volgens de principes van de christelijke middeleeuwse kunst.

De bibliotheek van de stichting der Bethune heeft een omvang van om en nabij de 30.000 titels. De kerncollectie, de gespecialiseerde erfgoedbibliotheek West-Flandrica, spitst zich toe op de regio West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Gros van de titels in de collectie tijdschriften sluit aan bij deze West-Vlaamse focus. Daarnaast bewaart de Stichting de Bethune ook nog een beperkte verzameling naslagwerken en een collectie publicaties rond kunst en geschiedenis van België en Frankrijk. De bibliotheekcollectie kan worden geraadpleegd in de leeszaal van het archief. Om bezoek zo comfortabel mogelijk te make, is de leeszaal uitgerust met draadloos internet. Het bezoek aan de bibliotheek is kosteloos en gebeurt steeds op afspraak. De bibliotheekcollectie wordt stelselmatig elektronisch ontsloten via LIMO (in samenwerking met Kadoc Leuven). Nieuw is dat men niet alleen zoekt in de catalogus van gedrukte en digitale publicaties, maar ook automatisch in de authority database ODIS. Op die manier krijgt men onmiddellijk relevante informatie over personen, organisaties en gebeurtenissen. Dagelijks worden nieuwe werken ingevoerd: controleer dus regelmatig de catalogus. De volledige bibliotheekcollectie is ook ter plaatse ontsloten via steekkaarten.

Viistekaartje van Bethune et Fils, fabricans de toiles d’Hollande fines et superfines, établis a Courtray (Kortrijk) en Flandre

———–Wie op zoek is naar gegevens over de regio Kortrijk en bij uitbreiding West-Vlaanderen mag zeker niet aan het archief en de bibliotheek van de Stichting de Bethune voorbijgaan. De collectie, die in de loop der jaren door de familie de Bethune verzameld werd, biedt een unieke kijk op de streek. Tijdens de studiedag over familiearchieven in Loppem werd een eerste blik op dat archief getoond.

Dankzij de heer Martin Mebis uit Antwerpen ontving ik en verwijs in dat verband gaarne naar een artikel Het archief en de bibliotheek van de Stichting de Bethune; een onbekende parel aan de rand ban Kortrijk, door Werner Peene. In: Vlaamse stam; tijdschrift voor familiegeschiedenis. 53sye jaargang, nummer 1, januari-maart 2017, p. 22-25.

Ten aanzien van het archief wordt in voornoemd blad de volgende indeling vermeld: 1. Gemeenten met de onroerende goederen. Dit archief bevat veel notariële akten, pachtbrieven, correspondentie en kaarten. De documenten omvatten niet alleen de periode dat de familie in het bezit had, maar ook over de oorsprong van het eigendom (soms tot eind 15de eeuw), 2. Talrijke foto’s, postkaarten (Brugge: 1440, Kortrijk 293, diverse West-Vlaamse plaatsen 1681 en glasnegatieven (circa 1000), gedigitaliseerd. 3. Huwelijksaankondigingen (circa 5000) vanaf begin 19de eeuw geïnventariseerd, 4. Rouwbrieven (circa 15.000) waaronder veel uit de 19de eeuw (gedigitaliseerd), 5. Bidprentjes (19de eeuwse gedigitaliseerd, 6. Geboortekaartjes waaronder heel wat uit de 19de eeuw, 7 Kranten waaronder veel oorlogskranten uit de eerste en tweede wereldoorlog, 8. Popp-kaarten en leggers, 9.Ex-libris, 10. Gravures, 11. Menukaarten waaronder veel19de eeuws, 12. Publiciteitskaartjes (zogeheten porseleinkaarten), 13. Oorlogsdagboeken, 14. Talrijke fotoalbums en een uitgebreide verzameling losse internationale foto’s uit de 19de eeuw, 15. Devotionalia, 16. Talrijke uitgetekende genealogieën, 17. Affiches.

Jean de Bethune, huidige voorzitter van de Stichting

Familiehoofd is sinds het overlijden van Emmanuel de Bethune: Jean de Bethune . Contactgegevens: Stichting de Bethune. Kasteeldreef 10, 8510 Marke, België. Telefoon 056/21.66.57 E-mail; info@stichtingdebethune.be Het archief en de bibliotheek zijn op afspraak raadpleegbaar. Voor groepsbezoeken: maximaal 20 personen. Website: a http://www.stichtingdebethune.be

Bezoekers worden rondgeleid in de bibliotheek van De Bethune

archiefbibliotheek.jpg

Archiefbibliotheek De Bethune in Marke bij Kortrijk

rondleiding.JPG

Rondleiding in de erfgoedcollectie van de Bethune

heem

Heem- en familiekundigen bekijken genealogische documenten in de Bethune-bibliotheek

 

Enthousiaste Kortrijkse erfgoedvrijwilligers

Opdrachtgevers en eerste eigenaars van het landgoed van Marke waren François van Ruymbeke n Marie-Thérèse Delebecq, weduwe van Jean-Baptiste Bethune, met wie ze twee zonen kreeg (Felix en François Bethune). Haar tweede echtgenoot zou samen met haar de zaak Bethune & fils voortzetten. Begin 19de eeuw kende de onderneming een echte bloei. Dit stelde de eigenaars in staat een zomerverblijf op te trekken. Omstreeks 1901 kocht François van Ruymbeke een domein te Marke, vlakbij de fabriek ‘Bethune & fils’.  Voor het ontwerp van het landhuis en de tuinen werd in eerste instantie beroep gedaan op de architect Benjamin Dewartez, die zekere faam genoot in het noorden van Frankrijk. Van Ruymbeke was echter niet tevreden en richtte zich vervolgens tot de Gentse architect Jean-Baptiste Pisson, een kennis van zijn bankier Jean-Baptiste Vindevogel. Hij zou de plannen van het huidige landhuis/kasteeltje ontwerpen. Voor het park bleef het ontwerp van Dewartez behouden. Beide architecten werden, met als velen in die tijd, beïnvloed door de architectuur van Andrea Palladio (1508-1580). Het naar het zuiden georiënteerde landhuis werd dan ook opgetrokken in sobere directoirestijl en heft een vierkant grondplan. De bepleisterde lijstgevel zijn symmetrisch en eenvoudig is opgebouwd en rusten op een arduinen plint. De drie traveeën en drie bouwlagen van de woning worden bekroond met een schilddak met belvédère.

kasteel

Het kasteel van de familie De Bethune  Zowel tijdens de eerste als tweede wereldoorlog bood het kasteel onderdak aan Duitse soldaten. Het is nooit verwoest geweest. Het archief bleef uitzonderlijk goed bewaard. Het huis is nog altijd eigendom van en bewoond door  de adellijke familie de Bethune. Het is gebouwd op een fundament van Franse eik. Boven op het vier verdiepingen tellende gebouw staat een belvédère. Tijdens WO1 werd de familie gedwongen het kasteel te verlaten. Ze verbleven in Leuven. In juni 1917 werd Marke uitgekozen als basis voor het eerste Jagdgeschwader, dat werd geleid door de beroemde/beruchte piloot Manfred von Richthofen. Talrijke piloten lieten zich fotograferen op de trappen van het kasteel. Bekend is de fotoserie van de Rode Baron zijn hoofd omzwachteld na een luchtgevecht, temidden van andere piloten.

Vliegveld_Marke (1)

Op de terreinen van het door de  Duitsers in beslag genomen kasteel de Marke hebben zij twee vliegvelden aangelegd, Jasta 10 en 11, om van daaruit het IJzerfront te bestoken. Vanaf 1917 had jachtvlieger Manfred von Richtofen hier zijn hoofdkwartier en leiddde hij van daaruit zijn beruchte ‘Flying Circus’, het zogeheten Jachtgeschwader 1, tot hij in actie zelf is neergeschoten en omkwam.

Marke.jpg

Bezoek van keizer Wilhelm aan het geïmproviseerde vliegveld van Marke tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Richthofen

Een op 6 juli 1917 aan het hoofd gewonde gevechtspiloot Manfred van Richthofen temidden van collega’s op de trappen van kasteel de Bethune. ‘Bovenstaand poseert hij trots met als ‘jachttrofee’ de schroef van een neergehaald Engels gevechtsvliegtuig. De rode baron’heeft vanaf 1914 in totaal 80 vijandelijke vliegtuigen neergeschoten, de laatste op 20 april 1917. Op 21 april is hij met zijn vliegtuig neergehaald door de Canadees Wilfred May en daarbij vond de voordien onoverwinnelijk lijkende baron Von Richthofen de dood.

oranjerie

Oranjerie van kasteel Marke waar archief en bibliotheek van de stichting de Bethune zijn ondergebracht.

 

 

bethuneinventaris

22 juni 2017 is in het Rijksarchief Kortrijk een inventarislijst van de handschriftenverzameling van Joseph de Bethune (1859-1920) gepresenteerd. Hij was het vijfde kind van Jean-Baptiste de Bethune en Emilie van Outryve  d’Ydewalle.

Kortrijk1

Exterieur van het rijksarchief in Kortrijk met een deel van het de Bethune archief

Kortrijk2

De leeszaal van het rijksarchief in Kortrijk (West-Vlaanderen) na de plaatsing van personal computers

Bethune

en. Hun traditie resulteerde in een unieke archief- en bibliotheekcollectie van om en nabij de 800 strekkende meter Baron Joseph de Bethune (uit artikel van Werner Peene)

=============

kaart10

Kaart uit 1452 met vermelding van plaatsen van waaruit in de 16e en 17e eeuw veel Vlamingen naar het noorden, o.a. Haarlem en omgeving, verhuisden en daar actief werden in de linnenindustrie, weverij- en blekerijnijverheid.  (bron: Openbare bibliotheek Brugge)