Tags

,

schiphol

Een rondleiding op luchthaven Schiphol in 1936 (Spaarnestad Fotoarchief)

 

PIETER BOTH (1903-1988), luchtvaartpionier

 Op 3 november 1903 is in Gouda Pieter Both geboren, een dikke maand voordat het op 17 december van dat jaar Wilbur Wright gelikte om 12 seconden te vliegen in een van hout, linnen en draad gemaakte ‘machine’ en in die tijdspanne 38 tot 40 meter wist af te leggen (1). Een vlucht die net zo lang was als de vleugel van een Boeing 747 nu. De in 1988 op 84-jarige leeftijd overleden Pieter Both zei dan ook: “ik ben een maand ouder dan de luchtvaart’ . Hij maakte de beginperiode van KLM als collega van Nederlandse luchtvaartpioniers als Iwan Smirnoff, Parmentier, Geysendorffer en Viruly.

In 1976 vertelde mij een makelaar in ruste, de heer Smit, dat Pieter Both zijn huis in Heemstede aan de Glipperweg in 1937 vanuit de cockpit laag vliegend had uitgezocht. Dat leek ongeloofwaardig, maar werd mij in 1985 bevestigd door een zoon van Both evenals door de heer Wim Verspoor.

Noot (1). Nog dezelfde dag maakte Wright een vlucht van 59 seconden in de lucht en legde 250 tot 260 meter af op het strand van Kiry Hawk in Noord-Carolina. Slechts vijf toeschouwers hebben de eerste vlucht ter wereld met een door motorkracht gedreven toestel gezien. De pers maakte er nauwelijks melding van en in Europa meende men dat het hier een of ander indianenverhaal betrof. De gebroeders Wright worden tegenwoordig algemeen beschouwd als de uitvinders van met motorvliegtuig.

 Vroege interesse voor vliegtuigen bij Pieter Both

De belangstelling van Pieter Both voor de luchtvaart is al op jonge leeftijd ontloken. Hij klom op het dak als een vliegtuig overkwam en knutselde liegtuigjes in elkaar. Op de Burgerschool voor jongens bleek zijn technisch inzicht, dat hem later goed van pas zou komen. Na als werktuigkundig-tekenaar bij de Verenigde Octrooi Bureaux in Den Haag werkzaam te zijn geweest, trast Both april 1923 in dienst bij de Marine Luchtvaart Dienst, met als stadplaats De Kooi even ten zuiden van Den Helder.

Pieter Both als jong piloot

Als dienstplichtige koos hij binnen de marine voor de luchtvaart. Na zestien uur vlieginstructie volgde een solovlucht op de ‘Spijker’, een in  de fabriek Trompenburg te Amsterdam vervaardigd vliegtuig. Na het behalen van zijn internationaal vliegbrevet ging hij over naar de Luchtvaart Afdeling te Soesterberg waar Both in 1924 het militaire brevet haalde.

Pieter Both als vlieger-milicien met jachtvliegtuig Spijker2  C-25 in 1924

In die tijd werd oor het KNMI in het weerbericht gevlogen op een hoogte van 5.000 meter met uitsluitend een toerenteller, benzinevoorraad en een hoogtemeter. Verder een kompas en een paar instrumenten om op de hoogte metingen te verrichten waarmee de Bildt weersvoorspellingen kon doen. De navigatie ging toen nog voornamelijk met het blote oog via kerktorens, spoorwegen e.d. Vooral boven Friesland was het moeilijk vliegen met allemaal weilanden en weinig oriëntatiepunten op de grond. ‘Het werd dan wel eens spannend want je had maar voor twee uur brandstof bij je, om terug te keren op Soesterberg’ vertelde Both later.

Pieter Both in 1929 bij de luchtmachtbasis Soesterberg

In dienst van de K.L.M.

De bemanning voor een een Fokker-vliegtuig voor de start naar Batavia. Links gezagvoerder Pieter Both

Als sergeant-vlieger verliet Both de luchtmacht om op 1 mei 1929 in dienst van de KLM te treden, zoals meer piloten van het leger overgingen naar de civiele luchtvaart. ‘We kregen instructie op de Fokker F-VII, later op de F-VIIa. Met nog geen co-piloot, want daar was in de smalle cockpit nog geen plaats voor. En verder ja, je moest wat greep hebben op de lay-out van Europa. De instructeur vloog een paar keer mee, totdat ik de weg naar Parijs vanuit de lucht wel kende. Toen kreeg ik de zegen’.

Naar Nederlands Oost-Indië

Kaart van KLM luchtlijn Amsterdam -Batavia v.v.

Een opengewerkte tekening van de Fokker F.XVIII Snip, waarmee Both naar Indië vloog. De passagier was ton heel nauw bij het vlieggebeuren betrokken.

Pieter Both maakte vervolgens vluchten binnen Europa naar o.a. Londen, Bremen, Hamburg en Malmö. Al in 1929 maakte hij zijn eerste vlucht naar Batavia waar hij in totaal 70 keer naar toe en terug vloog. Eerst met de primitieve Fokkers, na de Tweede Wereldoorlog met de DC3. In het begin was men twee weken onderweg. De passagiers, zelden meer dan 15 personen, dineerden met de bemanning. Both hield van veel en lekker eten. Directeur Albert Plesman vond het noodzakelijk dat alle Indië-vliegers moesten afzwemmen voor het geval dat ze een noodlanding op zee moesten maken. Daartoe bestede de KJLM een paar dozijn blauw gestreepte zwembroekjes en werd in het zwembad geoefend.

Omdat Plesman vond dat alle Indië-vliegers eerst moesten zwemmen voor het geval ze in het water terecht kwamen en zijn speciaal blauw gestreepte zwembroekjes door de KLM aangeschaft

Eén van de eerste passagiers was de bebaarde heer Van der Lugt uit Bandung die zelf steeds het gewicht van de ingeladen post bijhield om te zien of er nog plaats overbleef voor hemzelf. Begin jaren dertig hadt Both op zijn Indië-vluchten met enige pech te maken, maar in tegenstelling tot een aantal anderen, overleefde hij alle slechte weersomstandigheden en technische malheur. Het toestel van de 29ste vlucht met Frijns en (boordwerktuigkundige) Bruynestein vertrok op 19 februari 1931 maar kwam niet ver. Bij noodweer moest in Tjechoslowakije een noodlanding gemaakt worden, waarbij het toestel over de kop vloog. De bemanning kroop er ongedeerd uit en al twee dagen later kon de reis worden voortgezet. Op de 90ste vlucht verstuikte Both in 1932 in Rangoon, Birma, zijn enkel, wat verder vliegen onmogelijk maakte. Tijdens zijn volgende (terug)tocht, vlucht 103, sloeg in Allahabad bij hem de malaria toe. De reis werd aanvankelijk gevolgd door Bax als enige piloot, maar voor de oversteek van de Middellandse Zee richting Schiphol kreeg deze assistentie van Frijns die hen was tegemoet gereisd.

Achterop bovenstaande foto uit 1931 schreef Pieter Both eertijds: ‘Tussen Hondong en Both een der eerste passagiers, dhr. van der Lugt uit Bandung die zelf steeds het gewicht van de ingeladen post bijhield om te zien of er plaats was voor hemzelf. ‘

Verhuizing naar Heemstede

Bevolkingsarchiefkaart Pieter Both gemeente Heemstede

Na een half jaar aan de Rijksstraatweg in Bennebroek te hebben gewoond is Both in 1937 met zijn echtgenote Antje Marsman, een in Soest geboren dochter en een in Amsterdam geboren zoon, verhuisd naar het adres Glipperweg 124, in 1950 vernummerd tot 206 en sinds 1957 Glipper dreef geheten.

Vliegen in de pionierstijd van KLM

Both met Fokker XII de Ekster ergens in Birma

Op de Indië-vluchten met de Fokker-vliegtuigen was het nog pionieren, totaal verschillend van het vliegen in de huidige tijd. Dat in de begintijd het vliegen iets anders ging dan vandaag de dag moge blijken uit het volgende verhaal. Op weg naar Bandung werd de passagiers beloofd dat hij de volgende dag olifanten zouden zien. Grote aantallen zelfs. Als zij dan vanuit het toestel één of twee olifanten zagen lopen was het een kwestie van rustig rondjes vliegen zodat de passagiers de indruk kregen dat het er inderdaad heel veel ware. Extra service dus van de KLM aan de passagiers dus! Hieruit blijkt wel hoe hoog er gevlogen werd en hoe de verhouding tussen bemanning en reizigers was.

KLM-gezagvoerder Pieter Both op de eerste lijnvlucht nar Eelde, 15 augustus 1931

Voorwegschool

De twee kinderen van Both zaten op de Voorwegschool bij hoofdmeester Thürkow en onderwijzer T.Stavenga. Tijdens een Koninginnedag werd door de winkeliersvereniging een ballonnenwedstrijd georganiseerd. Both die kort daarna naar Indië vloog heeft toen het kaartje met het verzoek aan de eerlijke vinder dit terug te sturen in zijn zak gestoken en bij een tussenlanding in Karachi op de post gedaan. De ballon van zijn zoon Jan was zogenaamd het verst gekomen en omdat men de grap wel kon waarderen was de sportieve beloning een foto van de Koningin. Voor de oorlog was het boven Duitsland goed zichtbaar dat en met kanonnen aan het oefenen was. ‘Dan was je terug en hoorde je een Engelse vredesapostel vertellen, dat er niets aan de hand was in Duitsland. Bij Krupp zouden ze alleen kolenkitten e.d. maken Jaja, je kon vanuit de lucht zo zien wat er in werkelijkheid gebeurde.’

1940-1945

De meidagen van 1940 was Pieter Both in actieve dienst als sergeant-vlieger op Waalhaven in Rotterdam en heeft hij het bombardement van Rotterdam overleefd en is hij gedemobiliseerd. In mei 1941 zijn alle vliegers opgepakt en enige weken geïnterneerd in kamp-Schoorl. Both wachtte op de Bevrijding in Heemstede. In 1945 is hij weer in militaire dienst gekomen en in Engeland ingedeeld bij de Netherlands Air Troup’ en vloog jij opnieuw naar Oost-Indië. Na enige tijd nam de KLM deze diensten weer over.

Vanaf 1923 heeft Pieter Both – met een gedwongen onderbreking tijdens de bezetting – 41 jaar gevlogen. Ook op zweefvliegtuigen, helikopters en straaljagers. Het laatst op de DC-6. Hij was steeds enkele maanden voor de KLM gestationeerd in o.a. Rio de Janeiro, Cairo, Rome en Johannesburg. Ten slotte wat langere tijd in Curaçao waar hij functioneel leeftijdsontslag kreeg, maar teruggekeerd in ons land november 1953 heeft hij nog zes jaar voor de luchtmacht als majoor-vlieger gewerkt

Naar Martin Air Charter

In 1960 kreeg hij de kans zijn loopbaan nog vier jaar te verlengen bij Martin’s Air Charter. Hij was namelijk niet de man om til te zitten en kreeg als ervaren rot de kans van de jonge en energieke Martin Schröder hem te helpen bij het opzetten van een eigen chartermaatschappij. Both reisde naar Italië waar Alitalia twaalf DC3’s in de aanbieding had. ‘We hebben de beste er uit gekozen en dat werd het eerste vliegtuig van Martin’s Air Charter (MAC), waarmee het pionieren in een nieuw bedrijf was begonnen. Met de Dakota naar o.a. Mallorca, vakantiegangers halen en als het vliegtuig dan te laat op het oude Schiphol landde voor het openbaar vervoer werden alle passagiers per auto naar huis gebracht door personeel van MAC, later Martinair geheten. Both was ervaren, rustig en betrouwbaar, gaf zijn ogen op zijn vluchten naar alle windstreken goed de kost en stond bekend als een aangenaam causeur.

DC3martinair

DC3 van Martin Air Charter (MAC)

ddd_011204400_mpeg21_p007_image

Martin Schröder over Pieter Both (De Telegraaf, 18-8-1962)

 

Nederlandsche Vereniging van Verkeersvliegers

In het jaar dat Both bij de KLM kwam werd de ‘Nederlandsche Vereniging van Verkeersvliegers’ opgericht, nu de oudste pilotenvakbond ter wereld met een eigen kantoor in Badhoevedorp en arenland vlieger Benno Baksteen als woordvoerder regelmatig in het nieuws. In 1929 telde de Vereniging 17 leden, een halve eeuw later aanzienlijk toegenomen, waaronder 91 gewone en 340 buitengewone leden. Het was niet toevallig dat dat oud-gezagvoerder voor de in 1979 verschenen jubileumuitgave van 735 pagina’s het voorwoord schreef. Both had het namelijk (bijna) allemaal meegemaakt: het idealisme en de zakelijkheid van Plesman, de West- en Oost-Indië-vluchten, de stakingen om betere arbeidsvoorwaarden te bereiken, de introductie van ‘luchtwaardinnen’ ofwel stewardessen in 1935, de simpele maar degelijke Fokker-toestellen, de bouw van het eerste geheel metalen vliegtuig (1934) en de komst van straalvliegtuigen in 1960, de terugkeer van Fokker op de wereldmarkt met een F-27 Friendship in 1955, de heropbouw van de KLM na de Tweede Wereldoorlog en de oprichting van Martin Air Charter, kortom jaren van lief en leed in de lucht en op de grond.

Foto van een Fokker V-VII van de KLM

Cockpit van de Fokker F-VII

cockpitdc3

Cockpit van de veel modernere DC3

 

Een halve eeuw Heemstede

Tot 1987, aldus een halve eeuw, heeft Both in Heemstede gewoond. Zijn zoon woont daar nog, evenals een kleinzoon die als luchtvaartjournalist werkzaam is, terwijl een kleindochter mevrouw drs. Peggy Fernandes-Meijer een aantal jaren een managementfunctie vervulde bij de gemeente Heemstede.

Both op 80-jarige leeftijd

KBNRC01_000029148_mpeg21_p010_image

Overlijdensbericht Pieter Both (NRC-Handelsblad, 19-2-1988) Een bijschrift invoeren

 

De vlieger van het eerste uur Pieter Both is 14 februari in 1988 op 84-jarige leeftijd in Rijswijk overleden, na voordien nog enige tijd in Hillegom te hebben gewoond en vond naast twee van zijn collega-pioniers in de Nederlandse luchtvaart Smirnoff en Duimelaar – bijna op rij – een laatste rustplaats op de fraaie Algemene Begraafplaats aan de Herfstlaan. Tegenover de woning in Heemstede die bijna een halve eeuw in zijn leven een veilige haven was.

Het graf van Pieter Both en zijn echtgenote Antje Both-Marsman, overleden 30 mei 1989, op de Algemene Begraafplaats Heemstede

 Staking in 1930

Foto genomen op een warme zomeravond op de eerste stakingsdag. Op deze groepsfoto, genomen op de Schipholdijk, zien we van links naar rechts: 1. Frijns, 2. Tepas, 3. Pellens, 4. Kress, 5. Sillevis,6.Wiersma, 7.Smirnoff, 8. Soer, 9. Van Veenendaal, 10. Van Onlangs, 12. PIETER BOTH, 13. Duimelaar, 14. Parmentier

Omdat de regeling der Indië-vluchten destijds onvoldoende werd geacht, men bovendien meer rechtszekerheid wenste, evenals een weduwen- en wezenpensioenregeling botsten de vliegeniers met directeur Plesman. Omdat de piloten Evert van Dijk en Th. Wiersma een opdracht weigerden kregen zij op staande voet ontslag. De overige vijftien vliegers in dienst van de KLM, waaronder Both,Tepas, Smirnoff, Duimelaar en Blaak namen toen uit solidariteit ontslag en zo lag op 29 augustus 1930 onze nationale luchtvaartmaatschappij voor het eerst stil. De publieke opinie was in Nederland dat men niet begreep dat de geliefde ‘vliegeniers van Plesman’ grieven hadden tegen de immens populaire KLM-baas. Dankzij de bemiddeling van een regeringsonderhandelaar zijn de twee ontslagen piloten weer in dienst genomen en is het conflict na ruim twee weken min of meer opgelost. Opmerkelijk is dat de helft van de op een foto 14 afgebeelde personen later bij een vliegtuigcrash ouden omkomen, namelijk J. van Onlangs (1931), Th.Wiersma, (1931), Beekman (1934), Soer (1935), Jan Duimelaar (1938), Quirinus Tepas (1943) en Parmentier (1948). Voorts Blaak in 1942.

Handtekening van Pieter Both

Literatuur

-Map Pieter Both, in archiefdoos Heemsteedse luchtvaartpioniers, Noord-Hollands Archief, locatie Kleine Joutweg, bibliotheekdepot.

Hans Krol. Pieter Both, een vlieger van het eerste uur. In: de Heemsteder (1), 28 februari 1996 en (vervolg 2), 6 maart 1996.

-Henk Rol. Vliegen naar de Oost, de geschiedenis van de luchtlijn Nederland-Java 1924-1935. Haarlem, Romen, z.j.

-Mr.Hendrik Scholte en Ad van Ommen. Leven van de lucht; 50 jaar verenigd vliegen. Amstelveen, Vereniging van Nederlandse Verkeersvliegers, 1979. Bevat een voorwoord van Pieter Both.

-Ton van Ulsen. A salute to captain Pieter Both. (Keeping in touch profile, 1977).

-Aat Zandstra en Theo Trompert, Pieter Both na tientallen Indië-vluchten: “Het was pionieren in die tijd” .In: Delftse Post, 1983.

ddd_011017026_mpeg21_p036_image

Herinneringen van Pieter Both aan de Indië-vluchten rond 1924 , uit: NRC-Handelsblad, 21-9-1979

 

 

Nog een foto van Pieter Both als gezagvoerder