DE RIJNLANDSE MYSTICUS GERHARD TERSTEEGEN (1697-1769) ALS ZIELZORGER VAN JONKHEER ADRIAAN PAUW (1672-1745) (1)

Geschilderd portret van Gerhard Tersteegen

“Uit de correspondentie die bewaard is gebleven, blijkt hoezeer Tersteegen zich met Pauw verwant voelde en hoeveel hij aan hem (ook materieel) te danken had”. (C.P.van Andel)

Nadat de ambachtsheerlijkheid Heemstede door aankoop in het bezit was gekomen van ridder Adriaan Pauw (1585-1653) is Heemstede via zijn zoon Gerard, weduwe Agatha Hartighsvelt en kleinzoon (Adriaan) tot 1704 in het bezit van de familie gebleven. Vervolgens in de vrouwelijke lijn nog tot 1793. Gerard Pauw is na de dood van zijn vader met Heemstede beleend, terwijl zijn jongste broer Bennebroek erfde. Hij vervulde in Den Haag vanaf 1652 een belangrijke openbare functie als raad en rekenmeester der Domeinen van Holland. Ook was hij in het voetspoor van zijn vader hoofdingeland van Delfland. Na zijn overlijden in 1676 is Heemstede beleend aan zijn echtgenote. Uit het huwelijk waren 4 dochters en l zoon geboren. Deze zoon Adriaan is vernoemd naar zijn illustere grootvader. Over hem is weinig gepubliceerd. Hij was enkele jaren ambachtsheer maar heeft verder nimmer een publiek ambt vervuld. Uit recente gegevens blijkt dat hij een zorgelijk leven heeft geleid en zelf eenvoudig leefde van het geërfde familiekapitaal. Aan het hoofd van een Amsterdamse vriendenkring onderhield hij contacten met de Rijnlandse mysticus en piëtist Gerhard Tersteegen.

Levensloop

Adriaan Pauw is in 1672 geboren in het ouderlijk huis te ‘s-Gravenhage. In de zomermaanden verbleef hij met zijn familie op het slot. Zijn vader verloor hij op 4-jarige leeftijd. Aangenomen wordt dat hij les kreeg van een tutor en rechten studeerde in Leiden. Op 23-jarige leeftijd is op 14 januari 1696 zijn enige kind, ook Adriaan genoemd, in Den Haag geboren. Buitenechtelijk uit een verhouding met Antonia van Divoort, die niet van adellijke afkomst was. Zijn moeder Agatha Hartighsvelt (uit een Rotterdams aristocratisch geslacht en weduwe van Gerard Pauw) was duidelijk ongelukkig met de situatie. In een codicillaire beschikking bepaalde zij dat Heemstede, Rietwijk en Rietwijkeroord na haar overlijden zouden worden beleend aan zoon Adriaan, doch bij meerderjarigheid aan de oudste zoon van haar dochter Agatha. Voorwaarde was dat deze kleinzoon en al zijn wettelijke afstammelingen de naam en het wapen van Pauw aannamen. Adriaan Pauw mocht overigens wèl levenslang het vruchtgebruik van Heemstede behouden. Evenals van het ambacht Rietwijk/Rietwijkeroord en de leenrente van het afgehouwen hout in Schakenbos (nabij Voorschoten). Agatha Pauw was gehuwd met Johan Diderik Hoeufft, heer van Buttingen (in Zeeland) en Zandvoort. Pas vijf jaar na de geboorte van hun enige zoon is Adriaan Pauw na en langdurig proces overeenkomstig een veroordeling van het Hof van Holland (2) alsnog in het huwelijk getreden met Antonia (Antoinette) van Divoort. Dit gebeurde ‘ingevolge condemnatie van de Hove van Holland’.  Reden daarvan was dat al vijf jaar eerder uit deze (geheime) verbintenis een kind was geboren. In deze periode was hij na het overlijden van zijn moeder gedurende vijf jaar ambachtsheer van Heemstede. Al op 28 juni 1706 is zijn echtgenote overleden. Nog in hetzelfde jaar, op 1 december, hertrouwde Adriaan met Ignatia Paets, dochter van een brander uit een Rotterdams geslacht van kooplieden. Weliswaar ontbrekend op een lijst van begraven personen in de familiegrafkelder van de Hervormde Kerk is zij blijkens een begraafboek op 11 december 1706 in Heemstede ter aarde besteld. Op 16 februari 1716 is hij voor de derde maal gehuwd, toen met Sara Fries , dochter van Abraham Fries,  in de Walenkerk te Amsterdam. Ook deze derde echtgenote zou hij overleven. Zij stierf na een ziekbed van lijden op 6 november 1737 en het stoffelijk overschot is vijf dagen later bijgezet in de voorvaderlijke  grafkelder der familie Pauw. Op 12 november schreef Tersteegen  een uitgebreide condoleancebrief. Zijn enige zoon was toen reeds lang overleden . Deze Adriaan is in 1714 als student in de rechten te Leiden ingeschreven en overleed in 1722 ongetrouwd op 26-jarige leeftijd te ‘s-Gravenhage.

Ambachtsheer

Na de dood in Den Haag van Agatha Hartighsvelt is zij op 19 oktober 1697 in het familiegraf van de Hervormde Kerk te Heemstede bijgezet. Op 14 januari van het jaar daarop beschikte de Hoge Raad dat in overeenstemming met het testament van zijn moeder Heemstede (tijdelijk) aan Adriaan Pauw kwam. De officiële belening door de Staten van Holland en West-Friesland vond plaats op 6 mei 1698. Recht op bewoning van het kasteel had hij reeds aan zijn zuster Agatha (gehuwd met Jan Diderik Hoeufft) geschonken en het slot is na haar vroege overlijden op 16 oktober 1698 op haar zoon Gerard Hoeufft overgedragen. Het dagelijks beheer van de heerlijkheid liet Adriaan Pauw graag over aan schout en schepenen. Op 27 december 1698 bereikte hij een accoord met de stad Haarlem over het opnieuw oprichten van grensstenen alsmede de aanstelling van twee bierkruiers in de Hout. Toen Gerard Hoeufft (3) de 19-jarige leeftijd had bereikt deed Adriaan afstand van zijn rechten en is Heemstede in 1704 overgedragen aan zijn neef, die zich vervolgens Pauw, geboren Hoeufft noemde. Het accoord werd mede ondertekend door vader en voogd J.D.Hoeufft. In deze overdrachtsakte van 28 juni 1704 is vermeld dat jonkheer Adriaan Pauw zijn leven lang een bedrag zou ontvangen gelijk aan de inkomsten van de goederen, ook van Rietwijk en Schakenbos. In 1729 stond hij de allodiale bezittingen in Heemstede af voor een bedrag van 7.500 gulden en in de heerlijkheid Rietwijk/Rietwijkeroord voor 1.000 gulden. Toen Adriaan Pauw kinderloos in Amsterdam overleed op 29 juni 1745 liet hij een vermogen na van omstreeks 100.000 gulden (4). Hij is op 3 juli in aanwezigheid van vrienden uit de Haarlemse en Amsterdamse kring rond Tersteegen in de familie-grafkelder Pauw van de Oude Kerk in Heemstede begraven. Zijn vriend Tersteegen schreef op 15 juli 1745 aan een G.H.Fischer: “Die Armen verlieren an ihm einen treuen Almosenpfleger und wir einen werthen Bruder (…) Was fuer eine Stuetze ich insbesondere daran verliere, ist dir zum Theim bekannt.” Ook de (derde) vrouw van Adriaan Pauw, Sara Fries, geboren in 1688 is 11 november 1737 in de Heemsteedse grafkelder begraven.

In het achterhuis van pand Keizersgracht 20, het middelste huis, woonde jonkheer Adriaan Pauw (1672-1745). Hij huurde het laatste vierde gedeelte en betaalde een huur van 450 gulden bij een jaarinkomen van 2.500 gulden. (Kohier van de Personeele Quotisatie te Amsterdam van het jaar 1742).  Foto Horst Neeb

Tekening van Keizersgracht 20, huis rechts met een lijstgevel uit circa 1740 met attiek. De fraai versierde kuif bestaat nog steen. (Op nummer 20 was tot 1929 een kerk gevestigd, naar een ontwerp van Van Straaten uit 1837.

Tekening van Keizersgracht 20, huis rechts met een lijstgevel uit circa 1740 met attiek. De fraai versierde kuif bestaat nog steen. (Op nummer 20 was tot 1929 een kerk gevestigd, naar een ontwerp van Van Straaten uit 1837.

Piëtisme

Ondanks depressies en een zwakke gezondheid heeft Adriaan Pauw de voor die tijd redelijk hoge leeftijd bereikt van 73 jaar. Hierop geattendeerd door de heer Horst Neeb uit Haan in Duitsland blijkt dat Adriaan Pauw de religieuze stroming binnen het Protestantisme aanhing die we aanduiden met het (quiëtistisch) piëtisme. In Duitsland is het piëtisme ontstaan als een reactie op de starre protestantse orthodoxie. In zijn studie over de Hervormde kerkgemeente (5) constateerde de auteur dat de Heemsteedse predikanten in de 18e eeuw piëtistische trekken niet vreemd waren. Daarbij werd nadruk gelegd op de menselijke liefde voor God. Tegenover de Verlichting en belijdenisdwang stelde men dat het geloof alleen echt was als in praktische vroomheid een verdieping van het godsdienstig leven werd bereikt. In deze theologie van geestelijke ervaring, van wedergeboorte en bekering liet men zich o.a. inspireren tot religieuze liederen. Quëtisme is de leer, die voor het bereiken van de volmaaktheid uitgaat van de onvoorwaardelijke overgave aan Gods wil Adriaan Pauw zag in 1704 definitief af van een openbare loopbaan, van stand en rijkdom. Hij woonde in een eenvoudig huis in de hoofdstad. Vermoedelijk is hij door middel van de geschriften van Hoffmann met Tersteegen in aanraking gekomen. Diverse malen kondigde hij aan naar deze mysticus in Muehlheim te willen reizen, doch Tersteegen kwam, zelf naar Amsterdam en via Pauw ontwikkelde zich een Hollandse vriendenkring van aanhangers. Daartoe behoorden laag opgeleide en arme mensen, maar ook bijvoorbeeld de welgestelde Catharina van Vollenhoven uit Rotterdam Verder de rijke Maria d’Orville in Amsterdam(in 1755 overleden), een zuster van Jacob d’Orville en tante van professor Jacob Philippe d’Orville die eigenaar was van de buitenplaats Groenendaal waar zij  in de zomermaanden graag op bezoek ging.

Gerhard Tersteegen

Gerhard Tersteegen, geboren in 1697 te Moers in de Nederrijnprovincie, groeide op in armoede. Voorbestemd om koopman te worden, verhuisde hij op 16-jarige leeftijd aan Muehlheim aan de Roer, en is hij in zijn zestiende levensjaar “door de genade aangeraakt”. In een schriftelijke verklaring schreef hij in 1724 in een met zijn eigen bloed gedoopte pen zijn leven in dienst te stellen van Jezus Christus. Aanvankelijk leefde hij teruggetrokken. Op het landgoed Otterbeck is een pelgrimshuis gesticht. Vanaf 1728 heeft Tersteegen zich ontwikkeld als een prediker van de protestantse ‘Erweckungsbewegung’. Tersteegen was autodidact en las behalve de bijbel vooral boeken van vroomheid, in het bijzonder de geschriften der Christelijke mystieken van alle eeuwen. Hij publiceerde een reeks van geschriften: gedichten/liederen, epigrammen, traktaten, preken, vertalingen en levensbeschrijvingen van katholieken (6). Hij is hierbij beïnvloed door zijn vaderlijke vriend en leidsman Wilhelm Hoffmann (zelf een leerling van de Frans-Nederlandse mysticus Peter Poiret). Tersteegen correspondeerde met gelijkgestemden in Duitsland, Holland, Zwitserland en de Scandinavische landen. Hij heeft blijvend faam verworven als dichter van stichtelijke liederen, van welke een aantal tot op de dag van vandaag in Duitse Evangelische zangbundels is te vinden. Meest bekend is het lied gebleven “Ich bete an die Macht der Liebe”. In 1938 is het lied ‘God is tegenwoordig’ opgenomen in het gezangboek van de Nederlands Hervormde Kerk In 1997 heeft de Duitse Posterijen een postzegel met een waarde van 110 Pfennig aan Tersteegen gewijd bij gelegenheid van zijn 300ste  geboortejaar.

Ondanks zijn zwakke gestel bereikte hij de leeftijd van 71 jaar. In Muehlheim fungeert het Tersteegenhuis’ tegenwoordig als ‘Heimatmuseum’, waarin het leven van de dichter-mysticus – die bewust ongehuwd is gebleven – onder de loep wordt genomen. De Zwitserse geleerde dr.Walter Nigg, auteur van het boek ‘Grosse Heilige’, dat ook in het Nederlands is vertaald, nam in dit standaardwerk met levensbeschrijvingenvan Franciscus van Assisië, Theresia van Avila, Franciscus van Sales en anderen, één “Protestantse Heilige” op, namelijk Gerhard Tersteegen.

Het Tersteegenhuis, tegenwoordig museum in Muelheim

Over het Heimatmuseum Tersteegenhaus in een folder over Mühlheim

Over het Heimatmuseum Tersteegenhaus in een folder over Mühlheim

Hans Krol voor het Tersteegenhuis in Mühlheim (26 september 2013)

Hans Krol voor het Tersteegenhuis in Mühlheim (26 september 2013)

plaqquette

In 2005 aangebracht plaquette in Mülheim in herinnering aan Gerhard Tersteegen

 

Plaquette aan de geven van het Tersteegen-museum

Plaquette aan de gevel van het Tersteegen-museum

penning1

Penning 200ste sterfjaar Gerhard Tersteegen

 

Briefwisseling met Adriaan Pauw

In de bibliotheek van de Rijksuniversiteit Utrecht bevindt zich een boek dat 114 handgeschreven kopieën (7) bevat van Nederlandstalige brieven door Gerhard Tersteegen. Van de 87 brieven waarvan de geadresseerden bekend zijn, zijn er liefst 42 gericht aan Adriaan Pauw in Amsterdam. Toen Tersteegen geboren werd behoorde het graafschap Moers tot het bezit van de Oranjes, in 1702 viel het aan Pruisen toe. Als grensbewoner heeft hij in woord en geschrift de Nederlandse taal beheerst. Helaas zijn de brieven van Pauw waarschijnlijk niet bewaard gebleven. We krijgen niettemin een aardige indruk van diens geestesleven. Pauw ging niet zelden gedrukt onder een gevoel van diepe neerslachtigheid en was bekommerd over de armoede van zijn zielenleven. Tersteegen moet zeer veel voor hem betekend hebben, omdat hij op zijn vragen inging, woorden van vertroosting zond en een goede beoordeling gaf van Pauws’ geestesleven. De theoloog dr.C.P.van Andel die 203 aan Nederlanders verzonden brieven met een toelichting heeft uitgegeven noteerde: “Op deze wijze is Tersteegen voortdurend met zijn Amsterdamse vriend bezig geweest en dood hij hem vanuit de verte zijn steun op de weg die zo menigmaal door het duister leidde”. Als geen ander was Tersteegen in staat de zich kwetsbaar voelende Pauw te troosten. De brieven moeten als een verzachtende balsem hebben gewerkt. Meermaals is bij Pauw sprake van “swakheit in hooft en oogen” zich uitende in kwalen als hoofdpijn, koorts, staar en reumatische aandoeningen. Na zijn voortschrijdende oogziekte, waarvoor Pauw uiteindelijk tevergeefs werd geopereerd, schreef vanaf eind 1739 Maria d’Orville de brieven voor Adriaan Pauw. Bij zijn haast jaarlijkse reizen sinds 1731 naar Holland logeerde Tersteegen tot de dood van Pauw meestal in diens Amsterdamse woning. Tijdens zijn tweede reis in 1732 (van 4 mei tot 8 juli) was hij in gezelschap van zijn vriend Johann Henrich Otterbeck en logeerden zij ongeveer drie weken bij Pauw. Gereisd werd per postkoets en soms ook, bijvoorbeeld van Utrecht naar Amsterdam, met de trekschuit. Uit de correspondentie blijkt dat Pauw aan Tersteegen geneesmiddelen zond , die op zijn beurt publicaties deed toekomen. Wanneer Pauw schrijft over diens neiging tot stilte en afzondering wordt deze door Tersteegen als de wil van God beschreven. “De vergenoegste gemeenzaamheit is de eenzaamheit”. De Duitse mysticus schrijft ook dat de toestand van innerlijk lijden waarin Pauw zich bevindt door de Heer is gegeven. Veelvuldig citeert hij uit het Oude en Nieuwe Testament en vooral de Psalmen. Het staat wel vast dat de briefwisseling voor beiden als verkwikkend is ervaren. Het was de laatste wil van Pauw dat na zijn begrafenis geen wapenbord in de kerk te Heemstede zou worden gebracht. Het is ook niet verwonderlijk dat in tegenstelling tot andere telgen uit zijn roemrijke geslacht geen portret, noch ‘geconterfeit’, noch in prent is verschenen. Uit dagboekaantekeningen kan worden opgemerkt dat Pauw zijn Duitse vriend en geestelijk leidsman financieel heeft ondersteund.. In de oudste biografie “Alte Lebensbeschreibung’, kort na zijn dood verschenen en ten dele gebaseerd op door Tersteegen aan Maria d’Orville geschreven brieven staat dat een Heer in Holland hem ƒ 10.000,- aanbood, waarmee zonder enige twijfel Pauw is bedoeld. De gulle gever zou onder tranen aan zijn Duitse vriend hebben verzocht dit geld aan te nemen. Deze weigerde echter (8) In 1755 ontving Tersteegen uit de erfenis van Maria d’Orville een legaat van 4.000 gulden . Toen Adriaan Pauw ernstig ziek was, feitelijk één week voor zijn overlijden, schreef Tersteegen een brief aan  “zuster Maria d’Orville” in Amsterdam, welke als volgt aanvangt: “Ik blijve van herten deel nemen aan den staat van onzen waarden zieken Broeder N. (=Adriaan Pauw. H.K.), en drage hem de Heere Jesus op, zoo als het door Zyne genade is, en my gegeven wordt. Ik wete voor hem niets te verkiezen of in ’t byzonder te bidden, dan maar, dat de Heere met Zynen geest, in den tijd en in de eeuwigheid! Groet hem zeer hertelijk van my, en van de andere Vrienden, indien hy nog in den tijd, en in staat is, zulks te kunnen hooren, hem betuigende, dat ik met hem voor eeuwig vereënigd blyve in den Heere, in wien ik hem ook met alle ruimte en vrede overgeven kan, indien dezelve hem van der aarde weg neemt! Hy is naar lichaam en ziele in de hand des Heeren, in die goede en getrouwe hand, waarin wy hem ook levende en stervelijk gerustelijk kunnen liggen laten (…)”.

Noten

(1) De nakomelingen van zijn overgrootvader Reinier Pauw (burgemeester van Amsterdam) hebben merendeels voor zover zij niet vanuit Engeland of Frankrijk met de titel van Ridder begiftigd waren – zoals zoon Adriaan en kleinzoon Gerard – het predikaat van Jonkheer gevoerd.

(2) Aldus processtukken in het Algemeen Rijksarchief te Den Haag.

(3) Zowel mr.Gerard Pauw geboren Hoeufft, in 1705 gepromoveerd, als diens broer mr.Johan Diederik Hoeufft, in 1707, hebben hun proefschrift in Leiden opgedragen aan hun oom van moederszijde mr. Adriaan Pauw.

(4) Collectie Successie, Register 28, folio 441 (Gemeentearchief-Amsterdam)

(5) E.Sneller. Eiland in de stroom; Hervormd Heemstede in de achttiende eeuw. Haarlem, 1988, blz.7-9.

(6) Hierover schreef hij dat het niet in zijn bedoeling lag “iemand te beïnvloeden om tot de rooms-katholieke godsdienst over te gaan, aangezien ikzelf protestant ben en blijf. Ik wil de heiligheid dezer zielen prijzen en niet de naam van hun religie”.

(7) Dertig daarvan komen voor in een uitgave van 107 brieven, in 1772 te Amsterdam uitgegeven onder de titel: ‘Godvrugtige en stigtelijke Brieven, over verscheidene Materien, die het inwendige leven, of de gedurige oeffening des Christendoms betreffen’. In 1836 verscheen in Essen een Duitse publicatie van deze Nederlandstalige brieven.

Literatuur

Titelblad van 'Geistliches Blumen-Gärtlein Inniger Seelen', door Gerhard Tersteegen.1766 (Bayerische Staatsbibliothek, München)

Titelblad van ‘Geistliches Blumen-Gärtlein Inniger Seelen’, door Gerhard Tersteegen.1766 (Bayerische Staatsbibliothek, München)

tersteegen_791_1l

Titelblad van latere editie van Tersteegen’s ‘Geistliches Blumen Gärtlein innerer Seelen, uit 1791.

– W.J.Aalders. Groote Mystieken. Tersteegen. Baarn, 1914.

Titelblad publ.Tersteegen door J.W.Aalders (coll.Heemstede NHA 6366K. Zie ook boeken Heemstede nrs.4964, 4965 en 4966.

– Adelsarchief. Jaarboek van den Nederlandschen adel. le jaargang. 1900. Bevat genealogie Pauw.

– C.P.van Andel (hrsg.). Gerhard Tersteegen. Briefe in Niederlandischer Sprache. Göttingen,1982.

– C.P.van Andel. G.Tersteegen en zijn Nederlandse vrienden. In: Nederlands Archief voor Kerkgeschiedenis. Jrg. 50 (1969), p.67-86.H.E.Govan. Gerhard Tersteegen. Life and Selections. 1902.

-Kick Bras. Gerard’s Tersteegen’s Mystagogy in letters to Adriaan Pauw. In: Studies in Spirituality, 24, 2004, p.237-253.

– Horst Neeb die verscheidene uitgaven over Gerhard Tersteegen publiceerde verzamelt in Nederlandse archieven gegevens over de Hollandse adressanten van Tersteegen (zie ook bijlage), o.a. 42 brieven geschreven aan Adriaan Pauw, in: ‘Geistliches Blumenfeld. Briefe der Tersteegen-Freunde 1737 bis 1789 in Abschriften von Wilhelm Weck’. Düsseldorf, 2000.

– Manfred Kock (hrsg.) Gerhard Tersteegen – Evangelische Mystik inmitten der Aufklärung. Köln, 1997

– Walter Nigg.   Grosse Heilige. Zürich, Artemis Verlag, 2006.

  • Gerhard Tersteegen. Briefe in Niederländischer Sprache. Herausgegeben von Cornelis van Andel. Uitg. Vandenhoeck & Ruprecht.

In 2011 wijdde de theoloog professor Ulrich Kellermann (midden) een ‘Lesebuch’ aan Gerhard Tersteegen. Links van hem dr. Hans Fischer en rechts dr. Kai Rawe.

Biografie gewijd aan de Rijnlandse mysticus Tersteegen

Biografie van Arthur Klein gewijd aan de Rijnlandse mysticus Gerhard Tersteegen. 1997

vooromslag van Gerard Tersteegen; Band VIII Briefe in Niederländischer Sprache. (aanwezig in Heemstede-collectie van het Noord-Hollands Archief, locatie Kleine Houtweg) 

Einleitung: Adriaan Pauw, door C.P.van Andel, 1982, pagina XVI.

Einleitung: Adriaan Pauw, door C.P.van Andel, 1982, pagina XVI.

Nederlandse vrienden van Tersteegen.

Van de Nederlandse correspondenten zijn er ongeveer 25 met naam bekend. Daaronder ook verscheidene vrouwen, zowel uit de kring der patriciërs als uit eenvoudige milieus. Enkele namen: in Hoorn de Doopsgezinde predikant Jan Beets, uit Leeuwarden dominee J.H.Schrader, uit Groningen: Aldert Sierts van Dijk, uit Rotterdam: Anna Oudaen en Catharina van Vollenhoven. (die Tersteegen voor het eerst bij Pauw thuis heeft ontmoet). In Amsterdam, behalve Pauw, Maria d’Orville, de uit Duitsland afkomstige bankier C.F.Clefs, koopman, de Amsterdamse handelaar Jacob Schellinger die evenals zijn broer Cornelis Schellinger graaf Von Zinzendorf, grondlegger van de Herrnhutters,  en zijn Evangelische Broedergemeente in Zeist financieel ondersteunde).

Portret van Nikolaus Zinsendorf door Balthasar Denner. Zinzendorf (1700-1760), tijdgenoot van Tersteegen, was oprichter van de christelijke, piëtistische, kolonie Herrnhut, waaruit de Evangelische Broedergemeente (in ins land met een centrum in Zeist) voortkwam.

Portret van Nikolaus Zinzendorf door Balthasar Denner. Zinzendorf (1700-1760), tijdgenoot van Tersteegen, was oprichter van de christelijke, piëtistische, kolonie Herrnhut in het Duitse Saksen, waaruit de Evangelische Broedergemeente (in ins land met een centrum in Zeist) voortkwam.

Cornelis Schellinger (1711-1778) , silhouet in bezit van de Van de Poll Stichting

Cornelis Schellinger (1711-1778) , silhouet in bezit van de Van de Poll Stichting

Uit Haarlem: Lucas Theunisz., de heer en mevrouw Duits (Duitz), Marijtje ofwel Sijtje Jacobs (die ook in de Heemsteedse archieven voorkomt in 1719 en 1740). Verder de uit de omgeving van Krefeld afkomstige Elisabeth Stetius (= Betje van Kampen), Gertrud Stetius, Josina van Kampen en Maria Stetius (getrouwd met de bloemist Willem van Kampen). Uit dit laatste huwelijk is de de geleerde professor en publicist Nicolaas van Kampen (1776-1839) gesproten. Deze werd in 1785 naar een oom in Krefeld gezonden, om vervolgens gedurende vier jaar een kostschool in Muehlheim te bezoeken. Uit een brief van Anthony de Lanoy uit 1769 blijkt dat de intussen overleden Adriaan Pauw ook hechte contacten onderhield met de Haarlemse vriendenkring van Tersteegen. Wanneer Tersteegen Haarlem bezocht op zijn jaarlijkse rondreis door Nederland logeerde hij menigmaal bij de familie De Lanoy.

Hans Krol

Monument voor Gerhard Tersteegen in het Witthausbusch, een volkspark in Mühlheim

Monument voor Gerhard Tersteegen in het Witthausbusch, een volkspark in Mühlheim

Bijlage 1:  BIOGRAFISCHE GEGEVENS ADRIAAN PAUW (1672-1745) [gegevens Elias en Koenen].

Jonkheer Adriaan Pauw is geboren in ‘s-Gravenhage  en 15 september 1672 gedoopt in de Nieuwe Kerk aldaar. Kleinzoon van Adriaan Pauw (1585-1653) en zoon van Gerard Pauw(1615-1676) en Agatha van Hartighsvelt  (1627-1697). Hij is kinderloos overleden in Amsterdam 29 juni 1745 en in de Pauw-grafkelder begraven op 3 juli. Nalatende een vermogen van ƒ 100.000,-. Uit zijn eerste huwelijk is één zoon gesproten [vóór het huwelijk der ouders, die al op 19 maart 1722 in ‘s-Gravenhage ongetrouwd overleed (1)]. Jhr. Adriaan Pauw is driemaal gehuwd geweest: 1. te Den Haag 27 maart 1701 met Antoinetta van Divoort [Zij voerde in groen drie gouden sterren. Johan van Byemont, burgemeester van ‘s-Gravenhage gehuwd met Francoise Fagel had als kwartieren van Byemont x Van den Heuvel x Van der Graaf, zie Maandblad Nederlandsche Leeuw, 1883, p. 84]. Zij is 28 juni 1706 overleden als dochter van Claude van Divoort en Anna Hesselt van Dinter; 2e huwelijk te Rotterdam op 1 december 1706 met Ignatia Paets, geboren aldaar en begraven in Heemstede [echter voor zover bekend niet in de grafkelder] 11 december 1708 als dochter van Willem Paets en Johanna Brouwers. In derde huwelijk verbond hij zich te Amsterdam in de Walenkerk 16 februari 1716 aan Sara Fries, geboren 1688 en overleden 6 november 1737 en 11 november begraven in de Pauw-familie grafkelder te Heemstede 11 november als dochter van Abraham Jacobszoon Fries, op de Singel te Amsterdam. Adriaan Pauw is na de dood van zijn moeder op 8 mei 1698 door de Staten van Holland beleend  als ambachtsheer van de heerlijkheden Heemstede geweest en liet dagelijkse besognes zoveel mogelijk over aan zijn rentmeester, de schout en schepenen. Nog bij zijn leven heeft hij in 1704 de heerlijkheden Heemstede, Rietwijk en Rietwijkeroord, overgedragen aan de zoon van zijn oudste zuster, genaamd Gerard Hoeufft, mits hij en zijn wettige afstammelingen de naam en het wapen van Pauw zouden aannemen.

(1) Dit kind is 14 januari 1699 voor het huwelijk van de ouders geboren, wat volgens H.Koenen in de toenmalige Haagse zeden niet zo ondenkbaar was, ook al hoorde de bruid aldaar tot de eerste kringen. Hij werd student in de rechten te Leiden (1714) en overleed te ‘s-Gravenhage 19 maart 1722 en is aldaar begraven

BIJLAGE 2:  Nederlandse correspondenten met Gerhard Tersteegen en hun woonplaatsen

Nederlandse correspondenten met Gerard Tersteegen

Nederlandse correspondenten met Gerard Tersteegenas