Tags

, , , , , , ,

B.A.BARON VAN VERSCHUER, DE HARTEKAMP, BOERDERIJ RUSTHOF, BOERDERIJEN IN DE HAARLEMMERMEER EN PAARDEN-PANELEN

Onder de vele grootgrondbezitters die in de 19de eeuw zich daadwerkelijk bezighielden met de landbouw en die op een hoger plan gebracht hebben behoort ook baron Barthold van Verschuer, een Gelders edelman, behorend tot de niet al te welgestelde landadel. Hij genoot zijn opleiding in het leger en werd in 1927 op 18-jarige leeftijd tot tweede luitenant benoemd bij de kurassiers, later dragonders, en vier jaar later bevorderd tot eerste luitenant.  Als zodanig kwam hij in het garnizoen te Haarlem terecht waar de cavalerie in de Koudenhorn-kazerne gelegerd was – tegenwoordig hoofdbureau van politie. Bij een ochtendwandeling in de Haarlemmerhout maakte hij kennis met een joffer genaamd Anna Maria Brants, een rijke Amsterdamse koopmansdochter, die gedurende de zomermaanden op het landgoed de Hartekamp vertoefde.

Anna Maria barones van Verschuer-Brants, geportretteerd in het jaar van haar huwelijk in 1838

Zij was de dochter van Mattheus Pieter Brants die in 1816 de Hartekamp had aangekocht van Arnout van Zuijlen van Nijevelt voor een bedrag van ƒ 26.000,- Het was liefde op het eerste gezicht en de huwelijksreis ging langs de Rijn in eigen karos met vier paarden. Voor de huwelijksvoltrekking was door de ouders van Anna Maria als voorwaarde gesteld dat Van Verschuer de dienst moest verlaten en zich op de Hartekamp zou vestigen. (en ’s winters in het Amsterdamse grachtenhuis)

Hastekamphuwelijk

Aankondiging van het huwelijk 5 juli 1838 in Amsterdam van B.A,Baron van Verschuer met A.M.Brants

 

Op 17 juli 1838 verkreeg hij ontslag uit de dienst en vestigde zich op de Hartekamp, doch niet eerder dat nadat zij een huwelijksreis langs de Rijn gemaakt hadden ineen eigen koets met vier paarden bespannen, wat een wens van de bruid was.

De Hartekamp omstreeks 1840, litho van J.B.Lutgers. Jacob van Lennep schreef als bijschrift: ‘Thans behoort de Hofstede aan Mevrouw A.M.Brants, echtgenote van den Heer Baron van Verschuer, Kamerheer van Zijne Majesteit.  Het is vooral J.D.Zocher jr. geweest die de landschappelijke aanleg van het Hartekamp-park heeft bewerkstelligd.

‘Paardenbaron’ als ere-bijnaam

B.A.Baron van Verschuer in 1838 (RKD, iconografisch bureau)

Op de weilanden aan de Glipperweg liet Van Verschuer zijn paarden lopen en na de inpoldering ook in de Haarlemmermeer. Jacob Craandijk schreef in zijn ‘Wandelingen door Nederland met pen en potlood’ (1875): ‘Tegenwoordig – omstreeks 1900 – is de Hartekamp beroemd om de stoeterij, die er gevestigd is en waaruit fraaie paarden voortkomen. Bij een bezoek aan de plaats laat de koetsier hen door de liefhebbers bezichtigen, voor zover zij in de stallen aanwezig zijn, maar de meeste jonge paarden brengen de zomer in de Haarlemmermeer door. De landjonker werd door zijn huwelijk met deze rijke erfdochter in staat gesteld, niet slechts zijn grote liefde voor bloedpaarden uit te leven, maar ook deel te nemen aan de pogingen van veel landeigenaren onze akkerbouw en veeteelt op meer wetenschappelijke wijze te beoefenen. Dat betekende in de praktijk vooral het aanschaffen van elders, vooral in Engeland, uitgevonden en gefabriceerde werktuigen. Toch is baron van Verschuer voornamelijk bekend geworden in de kringen van paardenliefhebbers. Op 24 september 1843 kwam een illuster gezelschap, waaronder ook Van Verschuer en A.H.van Wickevoort Commeln an Berkenrode in het Badhuis te Zandvoort bijeen en zo behoorde hij tot de eersten die in 1 lid werden van de exclusieve ‘Sociëteit ter bevordering der veredeling van het paardenras in Nederland’, ook aangeduid als ‘Haarlemse Sociëteit, een organisatie waartoe ook de Oranjeprinsen toetraden en die onder hoge bescherming stond van koning Willem II en later van diens zoon Willem III. De sociëteit stelde zich ten doel de zogenaamde koningshengsten uit de stoeterij te Borculo verwekte producten op renbanen te toetsen op snelheid en uithoudingsvermogen. De hengsten werden in de dektijd op verschillende plaatsen in ons land gratis aan fokkers ter beschikking gesteld in de hoop en verwachting dat daardoor op de duur onze paardenstal meer geschikte legerpaarden zou gaan opleveren. De Haarlemse Sociëteit ging voortvarend tewerk en in duinen van Zandvoort is op door jonkheer Barnhard beschikbaar gestelde grond een  renbaan van 400meter aangelegd.

koetshuis

Koetshuis en koetsierswoning van de Hartekamp

 

 Paardenfokkerij

Aan die fokkerij deed de baron, eenmaal woonachtig op de Hartekamp van harte mee en had later, toen de Koninklijke paardenstoeterij te Borculo na de dood van Willem II werd opgeheven, zelf hengsten op stal. Hij was ook één der eerste leden van genoemde sociëteit en een geziene gast op ‘Het Loo’ als daar rennen gehouden werden, onder andere ter gelegenheid van de jaarlijkse valkenjacht. Lang heeft de sociëteit echter niet bestaan. Zij werd – vooral als gevolg van het overlijden van Prins Alexander in 1848 – in 1851 opgeheven. Bij wedstrijden reed Verschuer tot 1850 vaak zelf, daarna voornamelijk door jockey’s.

Begin van een wedren op de Veluwe nabij  het Loo.

Grondaankopen in de Haarlemmermeer (Zwaanshoek voorheen Bennebroekerbuurt genoemd)

hartekamprolbrug

De vroegere rolbrug, een  verbinding biedende van Bennebroek naar Zwaanshoek, in de begintijd van de drooglegging ook Bennebroekerbuurt genoemd.  Voor de bouw doneerde baron van Verschuer een bedrag van ƒ 1000,- (27 april 1854)

 

Toen de drooggevallen meergronden door het rijk openbaar verkocht werden, kocht hij dicht bij Bennebroek in de nieuwe polder gelegen gronden, gemakkelijk via de Bennebroekerbrug vanaf zijn buitenplaats te bereiken. Hij kocht daar 41 ruim hectare (sectie UJ-5en -6) voor ƒ 15.900,- en 33 hectare (sectie M 1 en -2) samen met 120 hectare (sectie N1 t/m 6) voor totaal ƒ 62.300,-. De percelen van sectie J lagen tussen de Ringdijk en de Spieringweg, terwijl de kavels M en N één geheel vormden tussen de Ringdijk en de Spieringtocht (de Spieringweg liep daar ten einde met een aftakking in westelijke richting naar de Rijgdijk). Bij het droogleggen van de meer heeft men natuurlijk al spoedig maatregelen genomen om vanuit de omliggende dorpen, zoals Aalsmeer en loten, was dat niet zo moeilijk omdat die al aan de oever van het meer gelegen waren maar voor andere plaatsen, zoals die in de Bollentreek, moesten nieuwe wegen aangelegd of verlengd worden. En dat was ook het geval te Heemstede en Bennebroek. Voor deze plaatsen werd een wegaangelegd tot aan de nieuwe, over de Ringvaart gebouwde rolbrug. Het aanleggen van een weg betekende in die tijd nog niet dat die weg ook voor het wat zwaarder verkeer het gehele jaar bruikbaar zou zijn. Daartoe moest zij verhard worden en dat heeft soms jaren geduurd. Baron van Verschuer had de weg naar de Bennebroekerweg nodig om zijn landerijen te kunnen bereiken en zijn producten te kunnen afvoeren.. Het is aan de baron te danken dat die weg al in 1857 verhard werd. De Hartekamp was ook was ook nog een zogenaamde Overplaats rijk (tegenwoordig ten dele de Linnaeushof) en in het verlengde daarvan liet hij omstreeks 1852 op de terreinen van een voormalige blauwselfabriek van Nicolaas van Lunenburg boerderij ‘De Rusthof’ bouwen op de grens van Heemstede en Bennebroek aan de Swartsenburgerlaan bouwen, officieel Glipperweg 4. Daar woonde Gerrit Meerboer, die in dienst was van Van Verschuer. Aan de zuidelijke (Bennebroekse) zijde van de Hartekamp bestonden bovendien al een paardenstal en koetshuis voor de rijtuigen onder George Clifford in 1710 gebouwd. Bij een felle brand in 1968 grotendeels verwoest en verder gesloopt.

De stallen van de Hartekamp in 1968 na de brand

Foto van de brand van de Hartekamp-stallen in Bennebroek

Hartekampstalbrand

Restanten na de felle uitslaande brand van de Hartekamp-stallen

 

Bericht van de brand in 1968 (Haarlems Dagblad)

 Boerderijen in de Haarlemmermeer

In de Meer stichtte Van Verschuer al spoedig na de drooglegging enkele boerderijen. Op sectie N-6 zou een boerderij met de naam ‘Eert den Koning’ gestaan hebben, op sectie J-5 een hofstede genaamd ‘Overleg alles’ en op J-8 ‘Let op de kleintjes’. Eerstgenoemde boerderij is onder andere bewoond geweest door W.van Wijk, terwijl op ‘Overleg alles’ onder andere Otto Groeneveld met zijn vrouw Grietje Sepers woonden en van 27 februari 1862 tot 2828 februari 1876, waaruit men zou kunnen opmaken dat deze hofstede in 1862 werd gebouwd. Groeneveld was als ‘atbeider’ in de meer gekomen en geboren in het Brabantse Dussen, terwijl zijn vrouw het levenslicht zal in Leimuiden. Het echtpaar kreeg 8 kinderen. En dan was er nog een vierde boerderij ‘Onvermoeid vooruit’, op de kruising van de Bennebroekerweg en de Spieringweg, van welke men de indruk krijgt dat die de belangrijkste is geweest. Er staat daar trouwens nóg een plaats met die naam, maar gezien de bouwstijl zal zij vermoedelijk niet de oorspronkelijke op last van de baron, gebouwd zijn. Op het boerderijen-overzicht dat burgemeester Amersfoordt in 1868 liet afdrukken, werd zij toen bewoond door ene J.van Hage, die volgens de burgerlijke stand in het Gelderse Poederoyen op 4 augustus 1832 was geboren en gehuwd was met de even oude Anna van Andel. Dit echtpaar was op 1 december 1861 in de Haarlemmermeer ingeschreven, eerst met als beroep ‘arbeider’, welk woord later werd doorgestreept en vervangen door ‘landbouwer’. Ten Hage bleef daar tot 1896 wonen, waarna hij naar Heemstede vertrok. Vóór Ten have heeft op ‘Onvermoeid vooruit’ nog ene Hendricus Kaptein gewoond.

boerderij1

Foto van de nog bestaande boerderij  ‘Onvermoeid vooruit’ in Zwaanshoek  (NHA)

zicht

Zicht op boerderijen in de Bennebroekerbuurt=Zwaanshoek, in de 19de eeuw toebehorend aan baron Van Verschuer

 

Hij staat te boek als ongehuwde arbeider, geboortig uit Lisse. Op 19 februari 1856 was hij daar komen wonen, maar op 2 april 1858 alweer vertrokken. Ofschoon gebouwd in 1862 voor Kaptein, heeft hier voordien een tijdelijk verblijf gestaan in de vorm van een polderkeet. De Hollandsche Maatschappij van Landbouw had een afdeling in Haarlem en stelde beloningen beschikbaar ‘voor jonge en schone paarden’: vijftig gulden voor het schoonste en beste span koets- of wagenpaarden van inlands ras, idem voor een spn van vreemd of gekruist ras en 25 gulden voor het beste span boeren- ofwel ploegpaarden. Men moest zich een dag van tevoren bij de marktmeester opgeven, waarna de volgende dag om 8 uur ’s morgens de keuring begon. In 1866 bijvoorbeeld werden er 80 paarden avn de 450 voor de premiekeuring aangegeven. Onder de winnaars bevond zich steeds Baron van Verschuer, in zijn tijd algemeen bekend als paardenfokker en exploitant van boerderijen in de Haarlemmermeer.

ddd_010127825_mpeg21_p002_image

Baron Van Verschuer stond met 4 andere personen aan de basis van de ‘Hollandsche Maatschappij van Landbouw’ (uit: Algemeen Handelsblad van 18-8-1897) Een bijschrift invoeren

 

 Van Wickevoort Crommelin en de eerste renbaan in Zandvoort

Afbeelding naae een schilderij van J.W.Last van de wedren in Zandvoort, 1844. Rechts de tribune met koninklijke bezoekers

Baron van Verschuer onderhield wat het paardenfokken en –rennen betreft goede kontakten met zijn collega Aarnout Hendrik van Wickevoort Crommelin (1797-1881), woonachtig op Berkenrode, die in 1854 liefst 240 hectare verwierf in de drooggelegde Haarlemmermeer en een broer nog eens 180 hectare. Arnout Hendrik staat te boek als de grondlegger van de Cruquiushoeve, ter hoogte van het Epilepsiecentrum Cruuguiushoeve (SEIN). De eerste wedloop van renpaarden had plaats op 6 en 7 september 1844, georganiseerd door de Sociëteit tot Aanmoediging der Verbetering van het Paardenras in Nederland’, op een aangelegde renbaan in de duinen van Zandvoort, ten zuiden van de Zandvoortselaan, nabij Bentveld. Dat was een primeur voor Nederland. Op een speciale vorstelijke tribune woonden de koning en prinsen Frederik en Alexander de openingswedstrijden bij. Baron Van Verschuer was vertegenwoordigd met vier viervoeters; winnaar was het paard ‘Pomaré’ , bereden door pikeur Schmidt uit de stal van Aarnoud Hendrik van Wickevoort Crommelin, die uit handen koning Willem II de prijs in ontvangst nam. Van Verschuer won net zijn renpaarden prijzen in o.a. Frankrijk en Duitsland. Bij de opening van de grasbaan ’t Oude Slot te Heemstede in 1894 nam Baron van Verschuer deel met het paard ‘Lena.

 Rentmeester Jacob Boeke

Als dit juist is dan zou de bekende Jacob Boeke (1836-1908) die er woonde vanaf met 1855 tot 1859 en voor baron van Verschuer optrad als diens rentmeester, ook zo gebrekkig gehuisvest zijn geweest. Jacob Boeke was 19 toen hij bij de baron in dienst kwam. Hij was de zoon van een doopsgezinde predikant in Amsterdam maar had al vroeg een zeer grote belangstelling voor alles wat met landbouw te maken had. Vooral de landbouwwerktuigen, zoals die in Engeland en in Noord-Amerika werden gefabriceerd, hadden zijn interesse en hij moet, volgens professor Van der Poel, talloze Engelse en Amerikaanse werktuigen voor zijn principaal hebben aangeschaft. Maar…het klimaat en vermoedelijk de huisvesting speelden hem parten. Hij kreeg malaria en moest de polder noodgedwongen verlaten. Bij zijn adviezen aan de baron voor wat betreft het aanschaffen van uitheemse werktuigen was hij onder ander andere krachtig gesteund door de eigenaar van ‘De Badhoeve’ mr.J.P.Amersfoordt. Jacob Boeke zou na zijn vertrek landbouw- geschiedenis schrijven, want in 1862 begon hij zelf landbouwwerktuigen te importeren, voor welke werkzaamheid hij in de vakbladen maar ook in het Weekblad van Haarlemmermeer regelmatig aandacht vroeg. Hij was getrouwd met een dochter van Jan Huidekoper, die een tamelijk grote boerderij had in hert Friese Midlum bij Franeker. Door ontstane concurrentie was Jacob Boeke genoodzaakt zijn firma te versterken en associeerde hij zich met genoemde Huidekoper waarna de – nog bestaande – en internationaal bekende landbouwwerktuigenfirma ‘Boeke & Huidekoper’ ontstond. Na deze zijsprong terug naar de baron en zijn landbouwbedrijvigheid.

De stoomploeg van Fowler uit 1860 aangekocht voor de boerderij van Van Verschuer in de Haarlemmermeer

 Baron Bartold Arnold van Verschuer als hereboer

Zijn boerenbedrijf is niet te vergelijken met dat van Amersfoordt of dat van de heren Van Wickevoort Crommelin aan de Cruquius. Het werd op geheel andere wijze gevoerd, maar over de exploitatie zijn geen nadere bijzonderheden bekend. Van Verschuer was niet uit op publiciteit en schreef vrijwel nooit in het Weekblad van Haarlemmermeer. Hij timmerde niet graag aan de weg, maar deed wèl mee als dat aan hem gevraagd werd. Zo zond hij vrij regelmatig producten van plantaardige en dierlijke aard, in bij door de Hollandse Maatschappij van Landbouw (HMvL) gehouden tentoonstellingen, iets waar mr. Amersfoordt veel minder belangstelling had. Hij zal regelmatig zijn gaan kijken naar zijn jonge paarden die in de Haarlemmermeer se weiden liepen, want paarden waren nu eenmaal zijn grote passie. Zo lezen we in de notulen van de afdeling Haarlemmermeer van de MMvL van 23 december 1864 dat hij. Vermoedelijk na een door het bestuur daartoe gedaan verzoek, een overzicht had ingezonden “aanwijsende de geldelijke resultaten, welke de paardenfokkerij op ‘de Hartekamp’ gedurende de laatste toen jaar heeft opgeleverd…’ Volgens de notulen werd besloten het stuk aan de redactie van het Weekblad op te sturen ‘ter plaatsing’, maar…dat is niet gebeurd. Vermoedelijk had een en ander betrekking op de plannen die men had om in Aurich (Oost-Friesland) hengsten te gaan kopen ter verbetering van het paardenras in de polder. Hoewel paardenliefhebbers dikwijls weinig belangstelling hebben voor techniek, zo was dat bij de baron geenszins het geval, want nadat de directie van de Wilhelminapolder (Zeeland) de eerste stoomdorsmachine had gekocht en mr.Amersfoordt dat voorbeeld had gevolg, was de baron de derde Nederlander die zo’n modern en kostbaar werktuig importeerde. Dat was in 1857. In het Weekblad van 1862 werd een overzicht afgedrukt van alle door de baron vanuit Engeland ingevoerde landbouwwerktuigen. Hij was ook bereid met die werktuigen demonstraties te geven op zijn landerijen of elders. Nadat in 1860 ergens in ons land voor het eerst een wedstrijd was uitgeschreven voor grasmaaimachines werd de tweede op zijn land in de polder gehouden, in 1861. In 1862 werd een ploeg-demonstratie met verschillende soorten ploegen op ‘Onvermoeid vooruit’ gehouden, waar de befaamde geoloog en landbouwer Dr.Staring aanwezig was en er een deskundig verslag over opstelde. De meeste ploegen, die daar in het werk getoond weden, waren eigendom van Van Verschuer. De baron verleende niet alleen zijn volle medewerking aan het houden van wedstrijden en demonstraties met nieuwe werktuigen, hij nam ook regelmatig deel aan het inzenden van op zijn bedrijf geteelde gewassen en gefokte huisdieren, zoals in 1863 toen MMvL in Haarlem een grote tentoonstelling hield. Dat was ter gelegenheid van het 50-jrig bestaan van het Koninkrijk der Nederlanden. Hij kreeg er eerste prijzen voor door hem geteelde “paardepeen en koepeen”. In zekere zin kwam deze eer toe aan A.van Egmond, die toen voor hem ‘bedrijfsboer’ op ‘Onvermoeid vooruit’ was en aan G.Meerboer die dezelfde betrekking vervulde op ‘de Rusthof’. Evenals Amersfoordt fokte Van Verschuer ook wel degelijk voor de handel, zij het dan vooral kleine landbouwhuisdieren zoals schapen en varkens. Soms adverteerde hij die in het Weekblad, zoals in 1862 toen men daarin kon lezen dat hij op ‘Onvermoeid vooruit’ in de Haarlemmermeer bij Bennebroek, station Vogelenzang te koop had “volbloed Lincoln- en Leicester varkens” en ook kruisingen “het ras zeer nabij komende”, terwijl er op ‘de Rusthof’ een “ruime keuze fokbiggen van groot Engels soort” te koop was. Dat het niet om enkele dieren ging maar om een aanzienlijke fokkerij moge blijken uit een advertentie in het Weekblad van30 juli 1869 waarin aangekondigd werd dat er “”om contant geld” niet minder dan “dan omstreeks 300 s tuks Leicester en Lincoln volbloedrammen, ooien en lammeren en gekruisten het volbloed zeer bijkomende dieren” te koop waren. Om het belangstellenden aantrekkelijk te maken werd in de advertentie erop gewezen dat bij aankomst der eerste treinen verhuurders van rijtuigen gereed ouden taan ‘tot vervoer naar “Onvermoeid vooruit”.

ddd_010543041_mpeg21_p002_image

Bericht uit de O.H.C., 25-6-186

 

Baron van Verschuer ondernam evenals Amersfoordt proeven en publiceerde de daarbij opgedane resultaten. Zo kan men in het Weekblad van 1864 een uitvoerig verslag lezen over het mesten van vee met behulp van ‘broei-voeder’, terwijl in een verhaal van de Duitse professor Hartstein na een bezoek aan de landerijen gezegd wordt dat Van Verschuer ‘belangrijke proefnemingen had gedaan om uit te maken, welk rundvlees voor hem het voordeligst was waarbij de melkgift bij hem op de voorgrond stond en geschiktheid tot vetmesten op de tweede plaats kwam..’ Wat de akkerbouw betrof vond Slob de volgende advertentie in het Weekblad van 18 juli 1862, waaruit blijkt dat Van Verschuer, althans in dat jaar, niet met de verkoop van zijn granen wachtte tot die geoogst waren, maar ze “te velde’ door een notaris liet veilen. Dat gebeurde in dat jaar zowel op ‘Onvermoeid vooruit’ als op ‘Beleid met vlijt’, maar ook op de genoemde overplaats bij ‘Rusthof’. Het betrof rogge en gerst. Zijn landbouwbedrijf trok bijna evenveel aandacht als dat van Amersfoordt, want niet alleen brachten wetenschappers zoals professor Hartstein uit Bonn, en Engelse landbouwers na op ‘de Badhoeve’ te zijn geweest hem een bezoek maar ook vorstelijke personen zoals prins Napoleon in het voorjaar van 1864.

ddd_010542980_mpeg21_p002_image

Bezoek van prins Jérome Napoleon Bonaparte, aan de Hartekamp en Rusthof, uit: Opr. Haarlemsche Courant van 12-4-1864

 

In de verkoopbrochure van juli 1901 is over de boerderij o.a. het volgende geschreven: ‘Achter de overplaats aan gene zijde van de Binnenweg (de Glipperweg), ligt de tot het landgoed behorende boerderij Rusthof, met 20 hectare weiland, uitkomende aan de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder. De buitenplaats met de overplaats beslaat een oppervlakte van circa 55 hectaren. ‘Vanaf 1852 tot 1930 is sprake geweest van een boerderij met landbouw maar vooral veeteelt.

 De Rusthof van boerderij naar manege

b77f2b8a-d8f6-616a-1e68-4e2ae3df1120

Een inbraak op de Rusthof (Haarlem’s Dagblad, 17-10-1883)

 

Rusthof

In 1901 kocht ‘Binnenlandsche Explotatie-Maatschappij van Onroerende Goederen’ te Haarlem (in 1895 opgericht door  architect prof. A. van der Steur, zijn zoon architect J.A.G.van der Steur en 4 anderen met als doel ‘verkrijging, vervreemding en exploitatie van onroerende goederen)   van de Erven Van Verschuer-Brants voor ƒ 263.590 de Hartekamp inclusief de overplaats. Rusthof is op de kaart het gearceerde gebied met benaming ‘boerderij’ tussen de Glipperweg/Binnenweg tot de Ringvaart van de Haarlemmermeer. met weilanden ongeveer 20 hectare groot. Craandijk schrijft in een in 1902 uitgeven boek: ‘Het lot van dit laatste deel der bezitting boezemde uit den aard der zaak het publiek geen belangstelling in.’

 

Boerderij Rusthof omstreeks 1950 (NHA)

In 1959 is de voormalige bloembollenexporteur J.W.J.van Biezen hier een manege en ponyfokkerij begonnen.

Tekening van de Rusthof door J.Waldkötter, 1953  (NHA)

Rusthofwald

Tekening Rutshof; door J.Waldkötter, 1953 (NHA)

 

Vandaag de dag houdt het echtpaar MacDonald hier een pony- en paardenmanege, in 2002 gebouwd. Helaas zijn problemen ontstaan sinds bekend is geworden dat vervuilde baggergrond uit de Ringvaart in opdracht van de provincie en met goedkeuring van de eigenaren – die niet wisten dat die bagger met asbest afkomstig van beschoeiingen was vervuild – op de terreinen van Rusthof is gedeponeerd. Na het bekend worden hiervan blijven de meeste klanten weg als gevolg waarvan en de huidige eigenaar ernstig is gedupeerd.

Logo van manege Rusthof

Rusthof.jpg

Flyer van de manege Rusthof in Heemstede

 

Het echtpaar MacDonald tussen hun Rusthof-manege paarden

 Rij-, ren- en rijtuigpaarden + paarden-panelen in de stallen

Voorzijde van verkoopcatalogus uit 1901

Jonkheer van Lennep schreef in zijn ‘Honderd jaar Hartekamp’ dat de stallen aan de Herenweg nog getuigden van de successen door Van Verschuers paarden in binnen- en vooral buitenland behaald. Aan het einde van de stalgang ten noorden van het landhuis met plaats voor ongeveer 12 paarden bevonden zich destijds twee hengstenboxen. Dat kon men zien aan de beide staldeuren, na sloop van de tussenmuur één grote stalruimte geworden. In de jaren zestig van de vorige eeuw gebruikten scouts de ruimte totdat een fikse brand in 1968 daaraan een einde maakte. Baron van Verschuer had door een huisschilder panelen laten schilderen met de naam van de paarden en hun prestaties. Slob schreef: ‘Zo vond ik op de boxdeuren de namen van 5 hengsten: Pirate, Ziam, Coninsky, Zaim en Bird of Prey. Met uitzondering van laatstgenoemd paard stammen zij alle af van zogenaamde Koningshengsten, hengsten dus uit de Koninklijke Paardenstoeterij in Borculo. En onder de naam en afstamming van ieder paard staat keurig geschilderd welke rennen hij heeft gewonnen waar en wanneer. En wat heel aardig is dat zijn de hoefijzers welke nog op de deur gespijkerd zijn. Slechts ijzer is verloren gegaan; het merendeel zit er nog. Na het winnen van een belangrijke wedstrijd werd één der ijzers afgenomen en bewaard om hier te worden opgespijkerd. Het is voor de paardenman aardig om te zien hoe klein de hoeven der volbloeds waren en de renijzertjes er in die tijd uitzagen. Aan de hand van deze gegevens kan men vaststellen, dat de hengsten hebben meegelopen onder kleuren van de Stal van Verschuer vanaf 1848. Dit betreft echter alleen de hengsten die eenmaal in het kader van een paardenfokkerij altijd een vooraanstaande plaats innemen. Voordien heeft Van Verschuer vermoedelijk met ruinen en merries meegedongen, zoals in 1844 bij de eerste courses in Zandvoort, toen hij met Boy, een bruine Engelse ruin van onbekende afstamming, uitkwam. De laatst genoteerde successen zijn van 1854 en men mag gerust aannemen, dat dit het laatste jaar was dat Van Verschuer zich daadwerkelijk met de wedstrijdrensport bemoeide. Niet echter liet hij de paardenfokkerij als zodanig in de steek. Dat weten we uit berichten in het Weekblad voor Haarlemmermeer, dat in 1860 voor het eerst verscheen, uit de notulen van de vergaderingen der Afdeling Haarlemmermeer van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw en andere aantekeningen. Nog in in 1883 was er op de Hartekamp een stoeterij van edele paarden, waarvan in de zomermaanden de jonge dieren naar de weiden in de Meer gingen. In 1855 kocht de baron 255 hectare voor ruim ƒ 100.000,-. Waar landbouw en veeteelt bedreven werd, zoals onder meer blijkt uit de archieven van het Loffelycke Osseweyers Gilde, waarvan hij van 1871 tot 1882 Broeder was. Intussen is de baron de 70 genaderd. Nog twintig jaar zal hij samen met zijn vrouw de Hartekamp bewonen. Zij zullen tot aan het einde hunner dagen volop blijven genieten van wat edele paarden de liefhebbers kunnen schenken. Dit blijkt wel uit de veilingcatalogus van 8 mei 1901 toen na de dood van beide echtelieden kort na elkander notaris Boerlage de stalinventaris veilde, waarbij o.a. tien rijtuigen.’ Toen in januari 1901 Van Verschuer op een leeftijd van 91 jaar in zijn huis aan de Lange Voorhout in den Haag overleed en zijn echtgenote hem ruim twee maanden later volgde was er geen direct familielid meer die de Hartekamp zou kunnen bewonen meer over en had er boelhuis plaats. Enkele beelden zijn aan het Parlement geschonken – Van Verschuer was in 1849-1850 korte tijd lid van de Eerste Kamerlid – en geld is nagelaten bouw voor de bouw van het Verschuer-Brants hofje.

Verschuerpietromagni.jpg

Beeld van David door Pietro Magni, dat Van Verschuer naliet aan het Parlement en vandaar in het Rijksmuseum te Amsterdam is terecht gekomen.

 

Verder zijn de stallen door latere eigenaren van de Hartekamp tot en met mevrouw Von Pannwitz ongemoeid gelaten – hooguit als opslagruimte aangewend – zodat de paardenpanelen, die in 1901 niet waren geveild daar tot de komst van de Broeders Penitenten uit Boekel behouden bleven. In 1968 gingen koetsiershuis en stallen bij een brand verloren. Voor die tijd zijn enkele aanwezige paarden-panelen overgedragen aan paardenliefhebbers dr. Eysvogel uit Aerdenhout en publicist Wouter Slob in de Haarlemmermeer. Slob noemde de namen van de volgende paarden: Nola, Ivorie. Lippo, Limbo, Drummer, Leona. Loria, Loftus, Pirate, Zaim, Governar en Lampong. Voorts zijn als prijswinnaars bij wedrennen nog bekend: Lena, Turkoise, Scylla, Van Speyk en Young-Captain. Slob schonk in 1989 de drie panelen in zijn bezit van Zaim. Biela en Governar aan het Nationaal Rijtuigenmuseum in Leek.

ddd_010130543_mpeg21_p004_image

Oproep voor een palfrenier voor Baron van Verschuer (Handels- en Effectenblad 2-10-1858) Vooral G.van der Kolk heeft langdurig als ‘Jardinier’ ofwel tuinman op de Hartekamp gewerkt.

 

 Buitenplaats de Hartekamp en boerderij Rusthof na 1901

De Hartekamp is in 1901 aangekocht door de Binnenlandsche Exploitatie Maatschappij voor Onroerende Goederen te Haarlem. Eerst is van de overplaats een terrein tussen de Prinsenlaan en voorste deel van de hertenkamp verkocht aan E.Vas Visser, die daar het landhuis Eikenrode loet bouwen. Vervolgens kocht jonkheer H.Teixeira de Mattos het aangrenzende terrein en bouwde daar het landhuis in Engelse stijl: Hertentuin. Later is ook het resterende deel van de overtuin ten oosten van de Herenweg door voornoemde Maatschappij verhandeld. In de veilingcatalogus is de boerderij ‘Rusthof’ als volgt beschreven: ‘bestaande uit een ruime behuizing, waarin verschillende kamers, kelder, keuken, werkplaats, stallingen, schuren, arbeiderswoning, 2 hooibergen en diverse partijen uiterst vruchtbaar weiland, uitmuntend geschikt voor de bloembollenculuur en gelegen aan groot vaarwater; voorts de huizing genaamd ‘Eensgezind’, verdeeld in verschillende woningen en de daggelderswoningen, genaamd ‘Oud Rusthof’, alles gelegen aan de Glipperweg en de Swartsenburgerlaan, tussen gemelde weg en de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder en grenzende aan het landgoed ‘de Hartekamp’, ter grootte van 20 hectaren, 23 aren, 43 centiaren.

Rusthof 1929

Boerderij en weilanden Rusthof, 1929 (NHA)

 

Over het lot van de paarden-panelen van de Hartekamp berichtte Maarten Verkaik in het blad ‘Oud- Heemstede-Bennebroek, nummer 71, februari 1992 het volgende op basis van door Wouter Slob verstrekte informatie:

‘In het artikel Kleine en verborgen monumenten’ in VOHB nummer 70 van november 1991 trof mij de passage over de zgn. paarden-panelen van de Hartekamp. Eerder had ik hierover een ander gehoord. Na het verschijnen van dit artikel vernam ik van de zijde van Meerhistorie, dat deze panelen nooit echt in het bezit van de Stichting geweest zijn. Enkele panelen zijn geruime tijd voor de brand van koetshuis en stallen aan de zuidingang van de Hartekamp in Bennebroek in 1968 geschonken aan dr. Eysvogel (tandarts en paardensportverslaggever). Reeds in 1960 vond er met de Broeders Penitenten van de Hartekamp overleg plaats (door W.Slob van Meerhistorie) over de vraag of de toen nog aanwezige panelen, in samenwerking met de Stichting Nederlandse Draf- en Rensport zouden kunnen worden geschonken aan het Nederlands Rijtuigenmuseum, dat enkele jaren tevoren in Leek(Groningen) gevestigd was. In het Rijtuigenmuseum vinden we de door de Stichting Paard en Karos verzamelde rijtuigen en toebehoren (het zogenaamde Herengerij). In 1962 zijn de Hartekamp-panelen aan Leek aangeboden. Er gingen echter weer jaren voorbij voordat deze schenking kon worden gerealiseerd. Bij het uitbreken van de brand op 2 september 1968 waren verscheidene panelen nog steeds op de Hartekamp. Wel waren ze inmiddels elders in het gebouwencomplex (bestaande uit stallen, rijtuigremise en personeelswoningen) ondergebracht. Er zijn er toch enkele verloren gegaan. Wat er van overbleef is nu in het museum in Leek. We kunnen daar nu zien de panelen betreffende de kampioenshengsten Biela, Governar en Zaim. Andere onderdelen van het interieur van de stallen (voerbakken, ruiven, versierselen) waren naar elders overgebracht om te worden ingebouwd in een historische paardenstalling. (…) Over de in 1968 door brand vergane stallen e.d. nog het volgende. Er was plaats voor 12 paarden wen voor rijtuigen met toebehoren. Eerder werd in oude stukken zelfs over 16 paarden gesproken. Na het overlijden van Baron en Barones Van Verschuer werden 8 mei 19010 rijtuigen, met tuigen, dekken, stangen, stalgereedschap en diversen enz. in het openbaar verkocht. Op de Hartekamp zijn eeuwenlang paardenstallen geweest. In de transportacte van 5 mei 1709, waarbij de hofstede aan George Cliffort werd overgedragen, wordt al over stallingen gesproken. In 1710 verleent het Hoogheemraadschap Rijnland aan de heer Cliffort toestemming om een stal langs de Herenweg te bouwen. Deze stal of de vernieuwing van de toen al bestaande zal de stal geworden zijn, die in de twee daarop volgende eeuwen aan vele paarden op de buitenplaats onderdak heeft gegeven.

Bewaard gebleven paneel van het paard Biela (museum Nienoord. Leek)

Paardenpaneel van Governor (rijtuigmuseum Nienoord)

Paneel van het succesvolle renpaard Zaim en van Ranino van baron van Verschuer (rijtuigmuseum Nienoord. Leek)

Aanvullend kan ik berichten dat één groot deurpaneel na een geslaagde operatie door kno-arts dr.Eijsvogel door de Broeder-directeur van de Hartekamp aan hem als blijk van waardering is gegeven. Vervolgens kwam het in bezit gekomen van diens zoon, de tandarts en destijds bekende verslaggever van paardenrennen Hans Eijsvogel. Die vertelde me dat hij dat bord intussen heeft geschonken aan zijn zoon, Hans Eijsvogel jr., ook tandarts in Aerdenhout die het in de praktijk heeft opgehangen.

 ============================================

In zijn boekuitgave ‘Honderd jaar Hartekamp’ schrijft Frans van Lennep o.a. het volgende: ‘In de eerste twintig jaar van hun huwelijk blijven de Verschuers hun, als winterverblijf bedoelde, stadswoning trouw, maar het is nauwelijks de omgeving, die past bij de smaken van den landedelman. Zoveel men kan is men op de Hartekamp, echter ook niet langer dan van april tot october – vanaf 1867 vestigt men zich definitief uitsluitend op de Hartekamp, maar vanaf 1890 heeft men voor verblijf tijdens de wintermaanden een stadshuis aan de Lange Voorhout in Den Haag bewoond.

pand

Het Patriciërshuis Lange Voorhout 19, waar het echtpaar Van Verschuer-Brants vanaf 1890 tot hun overlijden in de wintermaanden woonde.

 

Interieurfoto van het huis van Van Verschuer aan de Lange Voorhout 19 in ‘s-Gravenhage (Beeldbank Archief Den Haag)

Er valt in die tijd nog veel in de omgeving van Haarlem te rijden en voor zover de geboorten der kinderen het toelaten vergezelt Anna Maria haar man op zijn wandelritten. Evenals zij neemt zij deel aan de valkenjachten op het Loo (…)Met dat al is voor Anna Maria de valkerij bijzaak en het zien van mensen interessanter.

Tekening van J.B.Sonderland als amazone bij de valkerij en paardenrennen op ’t Loo

Haar sportieve echtgenoot daarentegen doet mee aan wedrenen. Nog getuigt de stal op de Hartekamp van successen door hem behaald. De renbaan in het Zandvoorts duin, waarvan men thans nauwelijks een spoor kan terugvinden, maar welke nog altijd op de kaart staat aangegeven, beleeft dan een bloeiperiode. Verschuer en zijn paarden zijn daar bekende figuren en zijn vrouw volgt hem van de tribune met gespannen aandacht. Zij valt er verschillende malen flauw, maar dat doet zij niet alleen op courses. Het was toen de mode! Ook zijn beiden vaste bezoekers (en inzenders van paarden) op landbouwtentoonstellingen. Als ze daarvoor in een hotel in de provincie logeren bestelt Mevrouw altijd een zitkamer en een kamer voor de kamenier erbij. Verschuer zal echter tot zijn spijt het rijden niet lang meemaken. Hij gaat er van hoesten en tegen zijn veertigste jaar doen zich bij hem verschijnselen voor, welke men tegenwoordig in verband zou brengen met tuberculose. Hij komt er door, maar zal in zijn verdere leven verplicht zijn, zich in acht te nemen’.

Valkenjacht in 1843 naar een schilderij van J,B,Sonderland. In het midden Prins Alexander. Rechts met hoge hoed Baron Van Verschuer en daar weer rechts van hem zijn echtgenote Anna Maria van Verschuer-Brants.

===========================================

N.B. Met dank aan drs. Jan Zijlstra, hoofd collecties/conservator van het Rijtuigmueum Nienoord in Leek

 Bronnen en literatuur:

-Weekblad van Haarlemmermeer

-Oud-archief gemeente Haarlemmermeer

-Archief Haarlemmermeerpolder

-site Delpher (Koninklijke Bibliotheek)

-Bewaarcollectie Heemstede e.o. in: Noord-Hollands Archief Haarlem, locatie Kleine Houtweg, archiefdoos nummer 133.

-Notitie van het landgoed ‘de Hartekamp’ en de boerderij ‘Rusthof’. Onder de gemeenten Heemstede en Bennebroek. Openbare verkoping woensdag 16 oktober 1901 in hotel ‘Van den Berg’ in de Haarlemmerhout onder Heemstede ten overstaan van mr.C.J.Boerlage, notaris te Heemstede.

-J.Craandijk. Kijkjes in de bezittingen der Binnenlandsche Exploitatie-Maatschappij van Onroerende Goederen. Gevestigd te Haarlem. Bevat 58 lichtdrukken met bijschrift. Haarlem, H.Kleinmann & Co, 1902.

-Dr.J.G.M.v.d.Poel. Honderd jaar land-bouwmechnisatie. Wageningen, 1967.

-F.J.E.van Lennep. Honderd jaar Hartekamp. Harlem, de erven F.Bohn, 1957 derde druk.

-FG.J.E.van Lennep. De tamme kastaje. Bevat: Berkenrode (over Van Wickevoort Crommelin). Haarlem,  H.D.Tjeenk Willink & Zn., 1969.

-Dravend door de tijd; geschiedenis van de Nederlandse draverfokkerij. Door Durk Minkema, Koos Jager en Douwe Frerichs. 1996.

dravend

Vooromslag van het standaardwerk  ‘Dravend door de tijd’

 

-M.Verkaik.De paarden-panelen van de Hartekamp. In: Nieuwsbrief Oud-Heemstede-Bennebroek, nummer 71, februari 1992, p.21-23.

-Cees Peper. 100 jaar van Schagen van 1890. In: Nieuwsbrief VOHB, nummer 64, mei 1990, p.2-23.

-Wouter Slob. De “Paarden-Crommelin’s. In: Nieuwsbrief V.O.H.B., nummer 31, maart 1982, p. 2-11.

-Hans Krol en Ted van Turnhout. Berkenrode; Heerlijkheid, Landgoed en Huis. 2002.

-Wouter Slob. Harddraverij bij het Posthuys [over o.a. pileur Jan Koster]. In: Oud-Heemstede-Bennebroek, nummer 77, juli 1993, p.76-80.

-Wouter Slob. Paardengetrappel in Heemstede en omgeving. In: — Nieuwsbrief V.O.H.B., nummer 55, februari 1988, p.20-23

-M.Verkaik. De paarden-panelen van de Hartekamp. In Nieuwsbrief V.O.H.B., nummer 71, februari 1992, p. 21-23.

-Wouter Slob. Artikelen over baron Van Verschuer van ‘de Hartekamp. In: Erbij, Haarlems Dagblad, 1961.

-Wouter Slob. Baron van Verschuer en de Meer. In: Meer-Historie, december 1999, p 3-7.

-Het landgoed de Hartekamp in Heemstede; door Lucia Albers, A.Kramer, J.L.P.M.Krol en I.van Thiel-Stroman. Heemstede, Vereniging Oud-Heemstede-Bennebroek, 1982.

-J.Craandijk. Kijkjes in de bezittingen der Binnenlandsche Exploitatie-Maatschappij van Onroerende Goederen, gevestigd te Haarlem. Lichtdrukken met bijschrift. Haarlem, H.Kleinmann & Co., 1902.

-J.W.M.van de Wall. De valkerij op t Loo, The Royal Loo Hawking Club 1839-1855

Vooromslag van boek over de valkerij op ’t Loo van J.W.M.van de Wall met een afbeelding van koningin Sophie

Bijlage 1: beknopte biografische informatie betreffende Barthold Arnold baron van Verschuer:

baron

De barones A.M.van Verschuer-Brants en baron B.A. van Verschuer in de zomer van 1861 gefotografeerd in Parijs. In datzelfde jaar is hun enige dochter Mathilde Agatha  op de Hartekamp begin september geschaakt door een Oostenrijkse graaf.

 

 

Geboren op 5 juli 1809 in Bergharen (Gelderland), als zoon van Bernardus Deodatus baron van Verschuer en Theodora Anna Jacoba Mackay. De vader was kolonel bij de artillerie. Bathold begon hij zijn loopbaan als luitenant der kurassiers en van de dragonders, tot 1838. Op 5 juli van dat haar trouwde hij in Amsterdam met Anna Maria Brants (1817-1901), dochter van Mattheus Pieter Brants (1774-1829) en Agatha Petronella Hartsen (1763-1835). Het echtpaar Van Verschuer-Brants, woonachtig in Amsterdam aan de Herengracht en gedurende de zomermaanden in het buitenhuis de Hartekamp, kreeg twee kinderen: 1) Bernhard Diederik Theodor baron van Verschuer in 1840. Hij overleed in 1847 al op 7-jarige leeftijd en is in een marmeren graftombe op de Algemene Begraafplaats in Heemstede begraven.

hartekampoverlijdenzoon

Overlijdensbericht van zoon Bernhard Diederik Theodor van Verschuer in 1847

 

Het monumentale familiegraf Van Verschuer op de Algemene Begraafplaats in Heemstede

2) één dochter Mathilde Agathe barones van Verschuer (1841-1872). In 1861 werd zij op de Hartekamp geschaakt door en trouwde met Maximilian Joseph Karl Friedrich Graf zu Spaur und Flavon (1834-1896). Dit echtpaar kreeg in Oostenrijk twee zonen en 1 dochter, in 1862, 1864 en 1866. De hoofd- en nevenfuncties van B.A.baron van Verschuer waren: landeigenaar (hereboer), paardenfokker en rentenier, lid van de gemeenteraad van Amsterdam, van oktober 1848 tot oktober 1851, kamerheer van prins Frederik (tot september 1881), kamerheer in buitengewone dienst van de koningen Willem I, II en III, conservatief lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 13 februari 1849 tot 20 augustus 1851 als woordvoerder voor militaire pensioenen en het kiesrecht. In 1850 interepelleerde hij minister Thorbecke over het feit dat het burgemeesterschap niet meer tegelijk met het notarisambt mocht worden uitgeoefend, wat consequenties had voor Jan Dólleman in Heemstede, maar Thorbecke bleef bij zijn ingenomen standpunt. De heer Dolleman gaf er toen de voorkeur aan uitsluitend als notaris verder te gaan. Verder was Van Verschuer  o.a. lid van het Haarlemse Osseweyersgilde en honorair directeur der Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen. Hij overleed in Den Haag op 3 januari 1901, zijn echtgenote 11maart van dat jaar. Zij was ‘Dame du Palais’ (hofdame) van koningin Sophia, die meermaals de Hartekamp bezocht en daar o.a. de beminnelijke geleerde priester Th.J.H.Borret, pastoor in Vogelenzang, ontmoette. In 1899 heeft het echtpaar op luisterrijke wijze het diamanten huwelijksfeest gevierd. Beiden zijn begraven in Heemstede.

 

hartekampdankbetuiging

Dankbetuiging van het personeel van de Hartekamp, en de boerderijen van Baron van Verschuer

 

 

Bericht over het 60-jarig huwelijksfeest in het H.D., Een dag later, 2 juli 1898 werd bericht: ‘Hedenmiddag kwam de familie Van Verschuer per rijtuig vanuit Den Haag op hun buitengoed de Hartekamp aan. Van de huizen langs de weg in Bennebroek wapperde de driekleur ter ontvangst

Baron en Barones Van Verschuer-Brants met hun kleinkinderen en achterkleinkind in 1893 gefotografeerd.: Charles – Henriëtte- baby Mädi – Anna -Volkmar

Bijlage 2: de Hartekamp van Baron van Verschuer tot Smidt van Gelder en Catalina von Pannwitz-Roth

Hartekamp.png

De Hartekamp begin 1900

graf

Grafsteen voor de trouwe hond Belline, in januari 1886 geboren in Parijs en augustus  1890 gestorven op de Hartekamp

 

In 1901 is na het overlijden van baron B.A. van Verschuer en zijn echtgenote korte tijd na elkaar is het landgoed ter grootte van ruim 76 hectare in opdracht van de in Oostenrijk wonende kleinkinderen geveild – hun enige dochter Mathilde Agatha, die in 1861 was geschaakt door een Oostenrijkse graaf Maximilian Joseph Karl Friedrich zu Spaur, was al in 1872 overleden – met uitzondering van een klein stukje grond, bestemd voor de te bouwen Van Verschuer-Brants Stichting. Deze stichting werd toevertrouwd aan de Nederlands Hervormde Kerk van Bennebroek.

ddd_010407407_mpeg21_p006_image

Bericht van oprichting van de ‘Verschuet-Brants Stichting (De Tijd 14-4-1900), in een akte vast-gelegd   door notaris P.C.L.Eikendal te DenHaag.De baron en barones doneerden een bedrag van ƒ 104.600,-.

Verschuer

Oude prentbriefkaart van de Van Verschuer-Brants Stichting in Bennebroek

bouw

Al op 20 juni 1901 kwam de bouw gereed van de Van Verschuer-Brantsstichting

 

Een hofje is naar een ontwerp van J.Wolbers gebouwd met 11 woningen voor bejaarde echtparen. Dat was bepaald in het testament van Anna Maria Brants. Het betrof hier een stuk grond dat oorspronkelijk niet tot het terrein van de Hartekamp behoorde, maar later was bijgekocht. Het is te vinden achter de huizen van de Binnenweg te Bennebroek, van de richting Heemstede komende, nog vóór de Ned.Hervormde Kerk rechts. Tegenover het hofje is in 1935 precies 100 jaar na het overlijden van de moeder van Anna Maria: Agatha Petronella Hartsen (ze was gestorven in 1835 en in 1812 gehuwd met Mattheus Pieter Brants ) te harer gedachtenis een gedenknaald opgericht.

monument.jpg

Monument bij de Van Verschuer-Brants Stichting te Bennebroek in herinnering aan de Ouders van Anna Maria van Verschuer Brants

 

Op de veiling in 1901 was koper de Binnenlandse Exploitatie Maatschappij. Een gedeelte van de tegenover het landgoed liggende terreinen werd weer verkocht casu quo verhuurd – zo kwam de boerderij Rusthof bij de familie Meijer en andere delen van de overplaats kregen een nieuwe bestemming met ‘Eikenrode’ (E. Vas Visser) en H.Texeira de Mattos kocht de gronden waar voordien de herten liepen en bouwde daar in Engelse landhuisstijl het grote pand ‘Hertenduin’ . Het landgoed met alle opstallen en gronden ten oosten van de Herenweg kwam in 1902 in handen van mr.W.de Ridder, directeur van de Haagsche Bank voor de som van ƒ 110.000,-. Hij kocht er een aantal aangrenzende percelen bij voor ƒ 36.000,-. Er moest ook verbouwd worden en architect prof.A.G.van der Steur kreeg opdracht de twee zijvleugels aan het hoofdpand te bouwen, maar de kosten hiervan, gepaard gaande met de hypothecaire lasten (de hypotheek bedroeg ƒ 121.000,-.) gingen zijn financiële draagkracht te boven. Het werd een schip van bijleg voor De Ridder, want bij verkoop in 1903 ontving hij ƒ 137.500,-, zodat hij er minstens ƒ 8.500,- bij in schoot. Nieuwe eigenaar was nu baron S.A.F.Creutz (1869-1922). Deze kon na 4 maanden in 1904ƒ 7.500,- winst boeken, toen er alweer een nieuwe eigenaar kwam, nu voor ƒ 145.000,-. De nieuwe koper was mevrouw Maria C.Smidt van Gelder-Kaars Sijpesteijn (1861-1948) Zij was getrouwd met Pieter Smidt van Gelder, directeur van Van Gelders Papierfabrieken te Velsen. Op 23 mei 1907 is de tweehonderdste geboortedag van Linnaeus herdacht met de onthulling van een borstbeeld aan de voorzijde van het park, vervaardigd door beeldhouwer W.A.Retera. Smidt van Gelder was en groot bewonderaar van de Zweedse geleerde. Hij kocht een schilderij van Jacob de Wit, voorstellende twee mannen en een vrouw die zich buigend over het boek ‘Hortus Cliffortianus’ en schonk het vervolgens aan de Linnaeus Sociëteit in Uppsala. Het echtpaar bleef hier wonen tot 1921 toen men verhuisde naar Genève. In 1922 zijn door de gefortuneerde Catalina von Pannwitz-Roth, komende vanuit Berlijn, alle 14 aangeboden kavels in één keer kocht voor een totaalbedrag van liefst ƒ 421.858,-. Een nieuwe periode van bloei voor de Hartekamp brak aan, waaraan met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog een einde zou komen.

 Bijlage 3:een sculptuur voor B.A.baron van Verschuer in de maak

Sculptuur van ‘de anonieme polderjongen’ door Richard van Os langs de Hoofdvaart in de Haarlemmermeer

De gemeente Haarlemmermeer berichtte 7 september 2017 dat wethouder Tom Horn woensdag 6 september tijdens een bijeenkomst op landgoed Klein Vennep de eerste van een serie van drie polderfiguren heeft onthuld. Titel van het object is: ‘Een anonieme polderjongen’, geplaatst langs de Hoofdvaart. De maker is Richard van Os van de firma Uppig. Polderfiguren verbeelden historische personen die een bijdrage hebben geleverd aan de ontwikkeling van de Haarlemmermeerpolder. In totaal worden er drie beelden geplaatst langs de wegen die Park21 doorkruisen. De andere twee beelden in herinnering aan Baron Van Verschuer en de waterbouwkundige Jan Anna Beijerinck (1800-1874) krijgen een plaats respectievelijk langs de Rijnlanderweg en de IJweg. De sculptures worden vervaardigd uit cortensstaal en aluminium.

 

Sculptures van twee jonge paarden door Julia Maria Thorn’-Leeser uit Milsbeek vervaardigd in opdracht van Baron en Barones van Verschuer op het historische familielandgoed ‘Mariënwaard’ nabij Beesd in de Betuwe

Bijlage:  Aarnoud Hendrik van Wickevoort-Crommelin Hendrik van W.C. en Aarnoud Hendrik van W.C. en Berkenrode + De Cruquiushoeve

wickevoort

Aarnoud Hendrik van Wickevoort Crommelin. Uit: Dravend door de tijd, pagina 17.

Alruna

H.van Wickevoort Crommelin en zijn raspaard Alruna

 

pullaway1

Hendrik van Wickevoort Crommelin op de sulky met een van zijn beste renpaarden: Pullaway. In de noordmuur van de grote schuur op de Cruquiushoeve was een gedenksteen in herinnering aan Pullaway ingemetseld, die naar het rijtuigen museum in Leek (Groningen) is verhuisd.

Aarnoud Hendrik van Wickevoort Crommelin erfde in 1837na het overlijden van zijn vader,  Jan Pieter van Wickevoort Crommelin (1763-1837) het landgoed Berkenrode. en beschouwde zich Heer van Berkenrode, ofschoon deze functie na de Franse Tijd feitelijk  geen betekenis meer had. Hij was zeer sterk en kreeg in de Leidse studententijd als bijnaam “IJzeren Frits’. In 1822 promoveerde hij  en zou zich door omstandigheden meer ontwikkelen als grootgrondbezitter, paardenkenner en hereboer dan als jurist. Hij beschikte over wei- en hooiland in de Schouwbroekerpolder en verwief na de drooglegging van Haarlemmermeer ongeveer 240 hectare, gekocht voor ƒ 73.500. Een broer kocht 180 hectare in de Meer. Aarnoud Hendrik staat te boek als de grondlegger van de Cruquiushoeve, ter hoogte van het latere epilepsiecentrum Cruquishoeve/SEIN.  Zijn grote passie was het fokken van snelle wegpaarden geschikt voor rijtuigen en verder van renpaarden zogenaamde volbloeds en halfbloeds. Ten slotte organiseerde hij wedrennen naar Engels voorbeeld. De eerste wedren is op 6 en 7 september 1844 georganiseerd op een in de duinen van Zandvoort aangelegde renbaan.  Dat was een primeur voor Nederland. Het renpaard Pomaré uit zijn stal won een door koning Willem II uitgeloofde prijs. Achter de Oude Kruisweg liet de eigenaar van Berkenrode een paardenrenbaan aanleggen waar de edele viervoeters werden getraind.  Op 6 januari 1881 reed A.H.van Wickevoort Crommelin met paard en rijtuig de Leidsevaart in en verdronk. Het weekblad van Haarlemmermeer nam hierover het volgende bericht op: ‘Op Berkenrode bij Haarlem is dezer dagen overleden de heer A.H.van Wickevoort Crommelin, en man van wien men zeggen kan, dat hij op het laatst van zijn hoogen leeftijd (83 jaar) in allen en alles de meeste belangstelling heeft getoond. Vooral heeft hij zich beijverd om landbouw en veeteelt te ontwikkelen en met jeugdige kracht volgde hij iedere ontwikkeling, die datgeen, waarvoor hij hart had, tot grootere bloei kon brengen. Op 11 januari is het stoffelijk overschot op de begraafplaats onder Schooten bijgezet. Zowel uit de groote menigte vrienden en belangstellenden die op den begraafplaats aanwezig waren, als de woorden, door de predikant Ds.D.Alegret, bij het graf gesproken, bleek hoezeer de krachtige grijsaard werd betreurd.’  Als eigenaar van Berkenrode werd hij in 1881 opgevolgd door zijn zoon Hendrik van Wickevoort Crommelin (1832-1901). Die heeft zich beziggehouden met het houden van koeien en fokken van paarden door exploitatie van de Haarlemmermeerse  Cruquiushoeve, die uitgroeide tot modelboerderij.  In hippisch opzicht geldt Hendrik als de belangrijkste vertegenwoordiger van zijn geslacht. Jaarlijks reide jij naar Engeland om daar paardenkeuringen bij te wonen. Zijn veulen ‘Pullaway’ volgroeide tot een befaamde dekhengst. Een gedenksteen met diens naam en levensjaren die in de noordmuur van de schuur was aangebracht is bewaard gebleven in de collectie van het Rijtuigenmuseum te Leek. Pullaway heeft model gestaan voor de windwijzer op de hengstenstal, met de rond koestal en de jongveestal nog aanwezig op het terrein achter het epilepsiecentrum. Minstens even beroemd in zijn tijd was de hengst ‘Allouez’, een Amerikaanse draver. Als trainer en rijder trok hij in 1893 Jan Koster van het Oude Posthuis uit Heemstede aan, tot Hendriks zoon Aarnoud Hendrik in 1898 de training overnam. Net als zijn vader stierf Hendrik en ‘hippische dood’.  In 1901 was de val van een dogcart de oorzaak van zijn overlijden.  Op 22 oktober 1901 zijn in het Posthuis o.a. paarden, rijtuigen, koeien en varkens uit zijn nalatenschap geveild. De inventaris bracht ruin ƒ 9.000,-  op, de werkpaarden ƒ 10.788,- en de Amerikaanse dravers ƒ 19.830,- De duurste koe bracht ƒ 216,- op en de zeer goede hengst Allouez ging al voor ƒ 690,- naar Friesland, geen buitensporig hoge bedragen. Naar deze telg uit zijn geslacht is de ‘H.van Wickevoort Crommelin Memoriaal’ in 1942 ingesteld die jaarlijks wordt verreden.

Hendrik

Portret van Hendrik van Wickevoort Crommelin (1832-1901)

 

Zijn zoon Aarnoud Hendrik van Wickevoort Crommelin (1864-1912) is de derde en tevens laatste Crommelin geweest die zich met paardenfokken en -rennen heeft beziggehouden. Na problemen rond de renbaan van Woestduin in 1909-1911  (het totalisatorverbod = het verbod om te wedden op winnende paarden) heeft Aarnoud Hendrik  zijn hele voorraad op de Cruquiushoeve verkocht, bij elkaar 17 stuks alsmede drie zware werkpaarden. Op de laatste van zes veilingen  in 1910 zijn de dravers aangeboden die ƒ 81.000,- aan prijzen hadden gewonnen. In 1911 reide hij naar Denemarken om de resterende paarden  te verkopen. Daar heeft hij een longontsteking opgelopen en kwam thuis op Berkenrode een eind aan zijn leven.

laatstst.jpg

ANWB-lidmaatschapskaart uit 1906 van Aarnoud Hendrik van Wickevoort Crommelin (1864-1912). Hij was de laatste van de 3  bekende ‘paarden-Crommelins’.

 

koster (1)

Succesvol als pikeur was Jan Koster (1844-1926), woonachtig in het Oude Posthuis. Hij bereed zowel zijn eigen paarden, zoals ‘Kol’ en ‘Oscar’ als paarden uit de stal van Hendrik van Wickevoort Crommelin. Nadat in 1911 een wet werd aangenomen waarbij het wedden op rennen en draverijen verboden werd – wat al in 1909 tot het einde van de renbaan op Woestduin had geleid, is hij in 1913 naar Denemarken verhuisd waar hij in 1926 op 82-jarige leeftijd overleed. Zijn zoon Nico Jan Koster als particulier trainer op Charlottenlund bij Martin Hansen succesvol is geweest. Hij was niet minder dan 24 keer de Deense kampioenstrainer en won tien maal de Deense Derby en behaalde in totaal 2.450 overwinningen. Jaarlijks worden op de renbaan van Charlottenlund races gehouden om de Nico Jan Koster Memorial.

ongeluk

Een ongeluk dat slechter afliep voor het paard ‘Miss Dynes’ dan voor de pikeur Jan Koster (Het nieuws van den dag, 5-6-1897)

Kosterjan

De legendarische Jan Koster,

op tweede Pinksterdag 1910 gehuldigd op de renbaan van Woestduin bij gelegenheid van zijn 50-jarig jubileum als pikeur ((archief Nationaal Draf- en rensport museum)

 

 

 

koetshuis

Oude prentbriefkaart van het koetshuis op Berkenrode

cruquiushoeve3

De Cruquiushoeve van Van Wickevoort Crommelin met rechts de koestal en links de paardenstal

Crommelins

Tussen 1887 en 1900 behaalde Hendrik van Wickevoort Crommelin (1832-1901), zoon van Aarnoud Hendrik van Wickevoort Crommelin (1797-1881) meeste overwinningen met zijn paarden bij de langebaan draverijen (uit: Dravend door de tijd, p.286)

 

presentatie

Presentatie van fokmerries door A.H.van Wickevoort Crommelin jr. op de Cruquiushoeve in 1908.  In 1911 hief hij zijn stoeterij op na de invoering van het Totalisatorverbod

veiling

Veiling van paarden op de Cruquiushoeve in 1911

coco

Graf voor Coco op Berkenrode met vers van de eigenaar [A.C. moet zijn A.H.]

graftekst

graftekst paard Coco door Arnoud Hendrik van Wickevoort Crommelin

Woestduin-12

Ansichtkaart van de renbaan op Woestduin waar de paarden van Hendrik van Wickevoort Crommelin talrijke overwinningen behaalde.

manegecruquius.jpg

Manege de Cruquiushoeve, tegenwoordig van organisatie SEI

Wickevoort1.jpg

Op de terreinen van voorheen de Cruquiushoeve van de familie van Wickevoort Crommelin worden momenteel 850 huizen gebouwd in het ‘Plan ofwel Project Wickevoort (google earth)

=======================

Nog een ‘paardenman’, jonkheer Jean-Baptiste van Merlen van huize Bosbeek-Groenendaal

koetshuis1

Koetsier Van Breemen voor huize Bosbeek; rechts tuinman De Wilde

Baron Van Verschuer, Hendrik en zoon Aarnoud Hendrik van Wickevoort waren echter ‘paadenmensen’. Dat gold ook voor J.B.van Merlen, die van huis uit een paardenliefhebber was: diens vader en grootvader waren generaal-majoor der cavalerie en zelf was hij cavalerist tot bijna z’n 40ste verjaardag. Verschil met voorgenoemden was dat het bij hem niet om fokkerij en rensport ging. Het koetshuis bestond uit een voor die tijd uitgebreid rijtuigenwagenpark met fraaie landauers en als kostelijke herinnering de koets die eens had toebehoord aan generaal van Merlen die bij de slag van Waterloo was gesneuveld. In de stallen stonden rechts 5 of 6 schimmels en links evenzovele vossen. Men had de beschikking over koets- en rijpaarden, zoals Hackneyss (rijtuigpaarden) en Juckers (rijpaarden uit Hongarije). Jonkheer van Merlen en zijn echtgenote hadden elk een stal met gerij en koetsier. Het personeel was gekleed in livrei. Jonkheer W.Quarles van Ufford herinnert zich dat men gewoonlijk na het diner met eventuele gasten naar de stallen ging om de paarden te monsteren. J.L.Tadema schrijft in zijn herinneringen aan Haarlem van vroeger o.a. ‘Rondom de fontein tegenover Hotel Heerenlogement aan de Dreed stonden de equipages van de bekende families uit Haarlem en omstreken met de deftige koetsers en palfrebiers, terwijl de inzittenden aandachtig toehoorden, aangegaapt door de omstanders’.

koetshuis

Foto van rijtuigen bij het koetshuis en de stallen, van Bosbeek, waar tegenwoordig het restaurant van landgoed Groenendaal is gevestigd.

merlen1

De ruitervereniging van Merlen, ook bekend onder de naam ‘Van Merlenruiters’, voorheen geheten ‘Rijvereniging en Ponyclub Van Merlen’ is gevestigd in Heemstede en de gemeente Haarlemmermeer. Het wapen van Heemstede wordt mede als als logo gebruikt. De vereniging is 4 oktober 1970 opgericht, aanvankelijk door pech achtervolg. Zo moest het terrein op het ‘Land van Van Schie’ aan de Glipperdreef , dat plaats bood voor ruim 20 pony’s in 1971 vanwege woningbouw ontruimd worden. Thans maakt men gebruik van een manege aan de Cruquiusdijk. Sinds 1983 organiseert men jaarlijks een concours-hippique, voorgeen op de weilanden bij de Vrijheidsdreef, met dressuur, spring- en menwedstrijden voor paarden met soms meer dan 200 deelnemers.

paarden.jpg

Paarden op de vroegere weilanden van Van Schie waar tegenwoordig  de woonwijk Merlenhoven is gelegen.

concours

Affiche concours hippique in Heemstede, 1947

Merlen

Kwart eeuw ruiterverenigingvan Merlen (Heemsteedse Courant, 14-6-1995)

 

Merlen2.jpg

Tegenwoordig wordt het jaarlijkse e concours-hippique van de ruitervereniging van Merlen Heemstede  in Haarlemmermeer of op Mariënweide in Aerdenhout georganiseerd, zoals in 2016

==========================

 

 


erewacht

Erewacht voor commandant jonkheer Hector Menno van Coehoorn van Sminia (uit een geslacht van ritmeesters) omstreeks 1912 aan de Bronsteeweg in Heemstede. Van Coehoorn van Sminia was voorzitter van de Koninklijke  Nederlandse Vereniging van landelijke rijverenigingen en woonde van 1912 tot 1919 in Heemstede

 



prinses

Op de weilanden van Groenendaal langs de Vrijheidsdreef zijn na de Tweede Wereldoorlog menigmaal concours hippiques gehouden. Op 6 augustus 1949 had daar de Nationale Jeugdruiterdag plaats met als deelneemsters de prinsessen Beatrix en Irene.  Zij namen deel aan de dressuurproef en behaalden respectievelijk de tweede en derde plaats.

 

ILLUSTRATIES

heliogravure

Heliogravure van de Hartekamp uit 1881. Door: Maxime Lalane, uit: H.Havard, La Hollande á vol d’oiseau’.

 

Familie Van Verschuer-Brants

Verschuercvartedevisite

Carte de visite van B.A.baron van Verschuer (RKD)

 

Barthold

Barthold van Verschuer gefotografeerd op de Hartekamp

MMKB04_000125150_mpeg21_p001_image

De verdiensten van B.A.Baron Van Verschuer als ‘hereboer’ samengevat. Uit: Haagsche Courant van 10-1-1901

 

815d2341-b33d-2218-6057-9e1e79e8458e

Teraardebestelling baron B.A.van Verschuer in Heemstede (Haarlem’s Dagblad, 8-1-1901)

 

815d2341-b33d-2218-6057-9e1e79e8458e (1)

Vervolg teraardebestelling baron B.A.van Verschuer (H.D., 8-1-1901)

Anna

Portret van Anna Maria Brants, op 10-jarige leeftijd getekend

 

pagina

Pagina uit het boek ‘Beelden van de buitenplaats; elitevorming en notabelencultuur in Nederland in de negentiende eeuw’; door Rob van der Laarse en Yme Kuiper, red. Hilversum, Verloren, 2005, bkz. 39. Een bijschrift invoeren

 

mathilde

Dochter Mathilde Grävin zu Spaur-van Verschuer in Venetië, 1870. Diep ongelukkig zou zij 2 jaar later overlijden in Gries bij Bozen (Zuid-Tirol, nu Italië)

 

graaf

Maximilian graaf Zu Spaur in uniform, echtgenote van Mathilde Agatha barones van Verschuer. Met haar instemming maar tot groot verdriet van ouders schaakte hij haar in 1906 en had de huwelijksplechigheid zonder haar ouders plaats op het eiland Wight. Zij overleed in 1872 en hij in 1896.

eeuw

In 1961, een eeuw na de gebeurtenis in 1861, is de schaking van freule Mathilde van Verschuer door een Oostenrijkse graaf op de Hartekamp nagespeeld voor een film.

 

Valkerij op ’t Loo

Schetstekening door J.B.Sonderlandt van het echtpaar Van Verschuer-Brants

Verschuervalkerij

De valkenjacht met paarden in 1843 naar een schilderij van J.B.Sonderlandt. De reiger is zojuist door een valk naar de grond gebracht. In het midden de prins van Oranje, de latere koning Willem III, gevolg door zijn adjudant Sir Newcome, afgestegen die de valkeniers aanwijzingen geeft

Paardenwedrennen en stallen

wedren

Begin van een wedren tijdens de valkenjachten bij ’t Loo (tekening van Pierre Louis Dubourcq uit 1842)

 

c692a05f-5d46-35d9-d098-6a1d6cb17ee6

Winst van het paard ‘Young Captain’ uit de stal van Van Verschuer bij de wedren in Zandvoort (Leydse Courant, 1-9-1847)

 

ddd_010248087_mpeg21_p003_image

Bericht uit de Tijd van 29-8-1851 over de door het paard Zaim van baron van Verschuer in Spa gewonnen prijs.

valkenjacht

In 2013 is bovenstaand schilderij verworven door Paleis ’t Loo, voorstellende een valkenjacht op de Hoog-Soerense heide van Henri Auguste de Montpézat, circa 1848

 

ddd_010545786_mpeg21_p003_image

Bericht over dekhengst Pirate uit de Opr.Haarlemsche Courant van 27-1-1860

 

 

koet

Koetsiershuis en Hartekampstallen voor en tijdens de brand van 1968 (uit: 300 jaar de Hartekamp)

 

hartekampcatalogus

Vooromslag van verkoopcatalogus rijtuigen en toebehoren uit 1901

rijtuigen

De eerste pagina van de veilngcatalogus gewijd aan rijtuigen. Verder kwamen aan de orde: tuigen, dekken, stangen, stalgereedschap en diversen, in totaal 104 nummers, niet de paardenpanelen

 

 

Rusthof: boerderij – manege

ddd_010659423_mpeg21_p016_image

Aankondiging verkoop boerenhofstede Rusthof in  1929

 

87d92c87-00d7-b64a-1161-699c64418e79

Boelhuis boerderij-inventaris van Rusthof, Eerste Heemsteedsche Courant 11 apil 1930

 

Rusthof1

Zicht op boerderij Rusthof toen op de weiden van Meijer nog koeien graasden, waar nu paarden lopen (NHA)

Rusthof4

Rusthof  met aanbouw

d4d8f02b-605c-eeb6-1673-c523dd5bf08b

H.W.J.van Biezen, voormalig bloemenexporteur aan het begin van een geheel nieuw werkterrein  als fokker van pony’s en paarden op boerderij Rusthof  (Haarlem’s Dagblad, 14-1-1959)

 

4837ba59-fb5a-0a57-2dda-3d34b48a7f58

Reclame voor manege Rusthof van J.W.J.van Biezen, 1966

paarden.jpg

Paardrijden op de manege Rusthof op de grens van Heemstede en Bennebroek

 

 

Paardenpanelen

Hartekamp1

Illustraties uit: 300 jaar de Hartekamp

paard

Foto van voor de brand met de panelen van Zaim (nu in Leek) en Bird of Prey

 

 

paardenpanelen6

deel van paardenpaneelbord PIRATE

PORATE. Geboren Maart 1849 door the Deij of Algiers door Priantuit Festivaldoor Camel. Gewonnen prijzen te Brussel, ’t Loo, Zandvoort. Comte de Brabant Trannial Z.K.H. Prins Frederik Dusseldorp 1852 (2x), ’t Loo. Laren  Toegekende premiën te Andvoort als 2-jarig veulen. 1844te Haarlem als delhengst. 1854 te Dordrecht idem.

paardenpanelen7.jpg

Deel van paardenpanel Pirate

=============================================================================

Heemstede heeft in het verleden een drafbaan voor paarden gehad, geheten ’t Oude Slot. Zie: https://ilibrariana.wordpress.com/2016/11/26/wielerbaan-heemstede-1934-1940-baanwielrenner-gerrit-van-wees/

draverij

Foto van een draverij bij paardensportvereniging ’t Oude Slot in Heemstede, 11 november 1928

 

============================================================================

MANEGE GROENENDAAL IN HEEMSTEDE

manege.jpg

In de jaren zestig van de vorige eeuw telde Heemstede nog een manege onder de naam ‘Groenendaal’, geëxploiteerd door de heer G van Loon. Gelegen aan de Herenweg 78a waar het bedrijfspand van bloembollenexporteur Piet Nelis stond. Later werd het pand in gebruik genomen door poetsdoekenfabriek Wallage. Achter het pand lag bovenstaande manege. Op de foto zijn alle beschikbare paarden van toen met hun ruiters opgesteld.

0f1b3096-ca56-fd6f-93fb-ba8fae49eea0

Artikel over heropening van de manege Goenendaal, uit Haarlem’s Dagblad van 20 juni 1960

==========================================================================

paardenmarkt

Oude ansichtkaart van begin 1900 met paardenmarkt op de Dreef op de grens van Haarlem en Heemstede

wedren.jpg

Paardenkeuringen en wedrennen op de Dreef in de Haarlemmerhout  in 1851 met als deelnemers o.a. A.H.van Wickevoort Crommelin met Bravo B.A.baron van Verschuer met de zwarte merrie Bona

 

===========================================================================

stalhouderij

Stalhouderij Wed. J.van Schagen,  aan het Wilhelminaplein/Achterweg, 1929 (NHA)

rechts

Historisch centrum Heestede: Wilhelminaplein en begin Achterweg. Rechts de Oude Kerk, links ‘Het Wapen van Heemstede; in het witte pand: stalhouderijmuseum Van Schagen van 1890.

trekkers

Foto uit 1965 van het Wilhlminaplein. Op  de dos-á-dos, bespannen met twee ‘goudvossen’, ‘Baronie’ en ‘Amir’ geheten, zien we Jaap van Schagen. Met zin voor stijl en historie liet deze ondernemer naar een ontwerp van architect Cees Dam een museale doorgang maken

Aan de Achterweg 36 bevindt zich het stalhouderijmuseum Van Schagen van 1890. In een aanbouw met galerij in 1965 tot stand gekomen onder architectuur van Cees Dam.

Schagen2

Dokters, notarissen en andere notabelen maakte gebruik van de stalhouderij van Van Schagen. Een bekende koetsier in dienst van het familiebedrijf was Jan Stroosma

 

 

P1010068

Entree van Stalhouderijmuseum van Schagen van 1890

Het is een privémuseum onder directie van de heer J.C.M.van Schagen. Over de geschiedenis van stalhouderij Van Schagen, na de oorlog overgegaan in en autogaragebedrijf, Peugeot-dealer) onder leiding van J.C.M.van Schagen en L.Th.M.Bader publiceerde Cees Peper een artikel in het blad van Oud-Heemstede-Bennebroek, nieuwsbrief nummer 64, mei 1990, waarin hij schrijft: ‘In het museum  Van Schagen van 1890 staat een Deene Wagonette te glimmen uit 1890. Verder een arreslede uit omstreeks 1800 en een vierwielig rijtuig waar men ruggelings in plaatsneemt en om die reden een dos á dos rijtuig wordt genoemd. De oudere en nieuwe tijd zijn daar verenigd. De wanden van de ruimte zijn gesierd met paardentuigen en een foto-expositie die de geschiedenis van een eeuw van het bedrijf weergeeft. De combinatie en respresentatie van het oude ambachtelijke bedrijf in en aangepaste doch verantwoorde architectuur van de oorspronkelijke stalhouderij heeft een zeer karakteristieke locatie nabij het oude dorpscentrum doen behouden. Het motto van het bedrijf “Aan Ruiter en Koetsier en Paard, een Pleisterplaats en Stalling Waard, verdient de aanvulling “en Kijkje Waard”.  Bij bepaalde gelegenheden , zoals Open Monumentendag, is het museum open voor het publiek.

P1010054

Kijkje in het museum Van Schagen van 1890 te Heemstede waar o.a. vier rijtuigen staan.

museum

Drukte in museum Van Schagen

 

P1010060

De antieke arreslede in stalhouderijmuseum Van Schagen van 1890

P1010048

Kleindochter Julie Mebis uit Antwerpen van nog geen 1 jaar voor het eerst in een rijtuig. Rechts kijkt museumoprichter Jaap .van Schagen toe.

jaap

Jaar van Schagen in het zonnetje gezet (de Heemsteder, 3-5-1995)

 

==================================================================

Een herinnering aan de tijd van Baron van Verschuer

herinnering

trekpaarden en rijtuigen even terug op de Hartekamp

monument.jpg

Op het Houtplein in Haarlem is een paarden-monument geplaatst, vervaardigd door de Haarlemse beeldhouwer Louis Vreugde